5. Provincie Overijssel- Voortgang van het windbeleid_Geredigeerd
Tekst van het document
Van: Verzonden: woensdag 22 mei 2024 15:16 Aan: Onderwerp: windbeleid Geacht college, CC: ambtenaren duurzaamheid, RES partners Met deze mail informeren wij u over de voortgang van het windbeleid. Het is een onderwerp dat leeft in onze samenleving. De afgelopen maanden hebben we veel reacties ontvangen, voornamelijk in de vorm van zienswijzen. In deze brief geven wij een overzicht van wat er tot nu toe is gebeurd en wat onze reactie is op de ingediende stukken: • De reacties en zienswijzen op het voorgenomen windbeleid zijn verwerkt. Dat heeft geleid tot aanpassingen en verbeteringen. • De ‘reactienota’, waarin de zienswijzen en reacties zijn samengevat, is vastgesteld. Elke indiener van een zienswijze ontvangt een persoonlijke reactie. • 22 gemeenten hebben ’programmeringsafspraken wind’ met de provincie gemaakt. Gemeenten en inwoners weten daardoor waar en hoeveel windturbines maximaal geplaatst kunnen worden. Aanvragen voor windturbines boven dat plafond kunnen en zullen worden afgewezen. • 3 gemeenten hebben besloten geen programmeringsafspraken te maken. Daardoor is geen maximum gesteld en moeten alle aanvragen voor windturbines in behandeling worden genomen. Dat vinden wij onwenselijk. Daarom hebben wij voor deze gemeenten zelf een maximum gesteld. • De programmeringsafspraken hebben we zo zorgvuldig willen maken.
Daarvoor was meer tijd nodig, bijvoorbeeld om de gemeenteraden te betrekken of onderling het gesprek te voeren tussen gemeenten en provincie. • Als onderbouwing voor het windbeleid hebben we een Omgevings Effecten Rapportage (OER) gemaakt. De onafhankelijke commissie voor de m.e.r. heeft daarover advies uitgebracht. Alle adviezen nemen we over in de definitieve stukken. Vaststelling van de zienswijzennota, provinciaal Programma Energiestrategie en Omgevingseffectrapportage Gedeputeerde Staten stellen het Provinciaal Programma Energiestrategie in concept vast. Op het moment dat de OER is aangepast stellen Gedeputeerde Staten het PPE definitief vast. Op basis van bovenstaande punten hebben wij de oorspronkelijke planning aangepast. In juli 2024 stellen wij het definitieve PPE en OER vast en sturen wij het Statenvoorstel tot vaststelling van de instructieregel wind aan Provinciale Staten. Om het proces zoveel mogelijk doorgang te laten vinden en de indieners van de zienswijzen op adequate wijze te beantwoorden hebben wij nu de zienswijzennota en het definitieve concept PPE en programmeringsafspraken vastgesteld. De indieners van de zienswijzen krijgen allemaal persoonlijk bericht. De stukken zullen we ook geanonimiseerd op onze website plaatsen. Het besluit van Gedeputeerde Staten van 21 mei 2024 Gedeputeerde Staten hebben op 21 mei 2024 het windbeleid vastgesteld.
Hierin is het voorgenomen beleid dat op 20 juli 2023 is gepubliceerd uitgewerkt. GS hebben het beleid aangepast naar aanleiding van de zienswijzen die zijn ingediend. Deze zienswijzen gingen over verduidelijking van begrippen en regels maar ook over de aanpassing van de Energiepotentiekaart uit de Omgevingseffectrapportage. Een groot aantal
zienswijzen ging over het verzoek om af te wijken van de clustereis van 4 windturbines buiten de voorkeursgebieden. Een aantal zienswijzen ging over concrete windprojecten of over de landelijke normen en niet over het provinciaal beleid. Daarnaast zijn veel verduidelijkingsvragen gesteld. In de periode van terinzagelegging hebben Gedeputeerde Staten programmeringsafspraken gemaakt met 22 gemeenten. Voor 3 gemeenten hebben Gedeputeerde Staten zelf het maximum bepaald. Hiermee kan de provincie het verlenen van vergunningen voor windturbines in aantal en tijd sturen. Dit komt tegemoet aan de wens van gemeenten en inwoners. De programmeringsafspraken tellen op tot 2,3 TWh. Dat is voldoende om de ambitie van 2 TWh te realiseren. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten kaders voor lokaal eigendom opgenomen en gaan ze lokale energie coöperaties ondersteunen in hun professionalisering. Gedeputeerde Staten hebben het advies van de commissie voor de m.e.r. ontvangen en de zienswijzen verwerkt. De adviezen van de commissie voor de m.e.r. leiden tot aanpassingen in de Omgevingseffectrapportage en zijn overgenomen in dit concept. Het gaat om verbetering van de onderbouwing van de voorkeursgebieden, voor de effecten op natuur en die van geluid op (nabijgelegen) woningen.
We hebben met 22 gemeenten programmeringsafspraken gemaakt Veel gemeenten hebben in hun zienswijze aangegeven positief te zijn over de mogelijkheid om programmeringsafspraken te maken. Daarin stellen gemeenten en provincie samen vast in welk gebied voor hoeveel GWh initiatieven voor windenergie een aanvraag kunnen indienen. 22 van de 25 gemeenten hebben ervoor gekozen om deze afspraken gezamenlijk vast te leggen. Voor die gemeenten is dus een maximum aan het aantal GWh gesteld. Aanvragen boven dat plafond kunnen en zullen wij afwijzen. De resterende 3 gemeenten hebben ervoor gekozen om géén programmeringafspraak te maken. Daardoor is geen maximum gesteld en dient de provincie alle aanvragen voor windturbines in behandeling te nemen. Dat vinden wij onwenselijk. Wij willen de inwoners en gebieden in die 3 gemeenten beschermen tegen een ongebreidelde aanvragen voor windturbines. Daarom hebben wij in die gevallen zelf, eenzijdig, een maximum per gemeente gesteld. De som van de programmeringsafspraken komt iets boven de 2 TWh uit. Deze overprogrammering is enerzijds het gevolg van het hanteren van de clustereis; 4 windturbines leveren 80GWh op (4 x 20GWh). Anderzijds is het nodig omdat gaandeweg blijkt dat initiatieven geen doorgang kunnen vinden. In het PPE hebben wij de verdeling van het maximum die we met gemeenten hebben gemaakt opgenomen.
Hieronder zijn de afspraken weergegeven in een kaart.
Het verdere proces tot vaststelling van het windbeleid Provinciale Staten zullen naar verwachting de instructieregel wind begin oktober behandelen. In de instructieregel is opgenomen dat windenergie in Overijssel gemaximeerd is op 2,3 TWh en programmeringsafspraken met gemeenten kunnen worden gemaakt. Daarnaast nemen de Staten een besluit over een mogelijke uitzondering op de clustereis van vier voor bedrijventerreinen en de regels over erfmolens. Wanneer Provinciale Staten de gewijzigde omgevingsverordening vaststellen, vervalt ook het voorbereidingsbesluit wind. Vanaf dat moment kunnen initiatiefnemers aanvragen indienen. In de programmeringsafspraken hebben gemeenten met ons afgesproken welk gebied we voor hoeveel GWh, in welke periode open zetten. Gedurende die periode kunnen initiatieven een aanvraag bij ons indienen. Wij beoordelen deze aanvragen op ruimtelijke criteria, die vastgesteld zijn in het PPE, en selecteren vervolgens één of meerdere initiatieven die we in behandeling kunnen nemen. Dit doen we in nauw overleg met de betrokken gemeente. Op de website www.overijssel.nl/wind plaatsen we een overzicht welke gebieden op welk moment open worden gesteld. Daarmee bieden we duidelijkheid voor initiatieven én inwoners. Planning De indieners van zienswijzen worden uitgenodigd om in te spreken bij Provinciale Staten.
Op 3 juli 2024 organiseert de griffie tussen 19.00 tot 22.00 uur voor indieners van zienswijzen een inloopavond. Dan kunnen de indieners in informele setting in gesprek gaan over de aanpassingen van het zon- en windbeleid met Statenleden, gedeputeerden en ambtenaren. Het kan zijn dat indieners van zienswijzen het niet eens zijn met het advies van ons college, zoals verwoord in de concept-reactienota, of dat zij hun zienswijze mondeling willen toelichten bij Provinciale Staten. Wij hebben de indieners van zienswijzen erop geattendeerd om in dat geval gebruik te
maken van het spreekrecht tijdens de vergadering van de Statencommissie Milieu & Energie van 18 september 2024. Op 25 september 2024 vindt de inhoudelijke bespreking van het statenvoorstel plaats in de vergadering van de Statencommissie Milieu & Energie. Indieners van zienswijzen zijn welkom als toehoorder bij deze vergadering. De genoemde data zijn onder voorbehoud.
Met vriendelijke groet, Irma van der Sloot Programma nieuwe energie/RES