CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Nader onderzoek ecologie

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg5.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle

projectnummer 0480775.100 definitief revisie 00 27 februari 2023

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle

projectnummer 0480775.100 definitief revisie 00 27 februari 2023

Auteur J. Hovius (JM Ecologie)

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

Gecontroleerd:

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum 27 februari 2023

beschrijving definitief

vrijgave R.S. Raap

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2

Aanleiding Ligging projectgebied

1 1

2

Uitvoering onderzoeken

3

2.1 2.1.1 2.1.2

Methodiek Methode onderzoek jaarrond beschermde nesten Methode onderzoek verblijfplaatsen vleermuizen

3 3 3

3

Resultaten

4

3.1 3.2

Bezoeken Resultaten

4 4

4

Conclusie en advies

6

5

Bronnen

7

Bijlage 1: Wettelijk kader

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van TenneT is door Antea Group een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van een drietal bospercelen nabij het hoogspanningsstation Hessenweg. De percelen zijn gelegen binnen de gemeentes Zwolle en Dalfsen, provincie Overijssel. Bij het bouwrijp maken van deze percelen worden de aanwezige bomen verwijdert en twee watergangen gedempt. Uit de natuurtoets (480775.NT.00) is gebleken dat de voorgenomen werkzaamheden mogelijk een negatief effect hebben op beschermde soorten (jaarrond beschermde nesten, broedgevallen van algemene broedvogels, verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, verblijfplaats boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, egel en niet-beschermde en/of vrijgestelde vissen en amfibieën (Maris, J., 2022). Om negatieve effecten op algemene broedvogels en niet-beschermde en/of vrijgestelde vissen en amfibieën te voorkomen, dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Om aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten, verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen en verblijfplaatsen van boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en egel te kunnen vaststellen is er nader onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. In voorliggend rapport zijn de resultaten van het nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen beschreven.

De resultaten van het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van de boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en egel worden nog beschreven in een nog op te stellen rapport. Op het moment van schrijven zijn deze veldonderzoeken nog actief.

1.2

Ligging projectgebied Het projectgebied omvat drie bospercelen in de omgeving van oostelijke deel van het 220 kV Onderstation Hessenweg (Figuur 4.1). Het projectgebied heeft een totale oppervlakte van circa 1,9 hectare. Twee bospercelen liggen ten zuiden van dit hoogspanningsstation, waarvan het grootste bosperceel een oppervlakte heeft van circa 1,2 hectare, het naastgelegen bosperceel is circa 0,5 hectare groot. Tussen de twee bospercelen ligt een bomenvrije laan van circa 10 meter breedte, waar ruig grasland aanwezig is. Aan oost- en westzijde en een deel van de noordzijde van de bospercelen loopt een smalle watergang, waarvan de oevers en watervegetatie gemaaid is. De bodem van deze watergangen is zandig. Tevens loopt langs de noordzijde van de percelen een verharde weg voor agrarische voertuigen. Verder ten noorden is het hoogspanningsstation gelegen, wat is afgesloten middels hekwerk. De aangrenzende percelen aan de oost- en westzijde zijn agrarische percelen. Aan de zuidzijde is de Hessenweg (N340) gelegen. In het gebied tussen de bospercelen en de Hessenweg is kruidenrijk en vochtig grasland aanwezig. De bospercelen bevatten relatief jonge bomen (stamdiameter tot circa 30 cm), waarbij de dominante bomensoorten zomereik, esdoorn en zwarte els zijn. Daarnaast zijn er nog enkele berken waargenomen. De ondergroei bestaat uit bramen, sporkehout en rode kornoelje.

Er zijn meerdere takkenhopen aanwezig binnen de bospercelen. Het noordelijke bosperceel heeft een oppervlakte van circa 0,2 hectare. Het perceel is gelegen aan de noordzijde van het met hekwerk afgesloten hoogspanningsstation en is aan de noord- en oostzijde omgeven door agrarische percelen. Het stuk grond aan de westzijde is recent omgeploegd en is nu een braakliggend stuk grond met weinig vegetatie. Het bosperceel is verder grotendeels gelijk aan de andere bospercelen, echter zijn de bramenstruiken hier wat

Blad 1 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

dominanter aanwezig. Er zijn in dit bosperceel tevens grote takkenhopen aanwezig. Er zijn rustplekken waargenomen en meerdere wildwissels.

Figuur 1.1. Ligging onderzoeksgebieden voor jaarrond beschermde nesten, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en egel (rode kaders) (bron achtergrond: Esri).

Blad 2 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

2

Uitvoering onderzoeken

2.1

Methodiek

2.1.1

Methode onderzoek jaarrond beschermde nesten Het onderzoek naar mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten is uitgevoerd door een veldbezoek af te leggen op het moment dat er geen blad in de bomen zit. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten goed opgespoord worden. Bij het zoeken naar jaarrond beschermde nesten is gebruik gemaakt van een verrekijker.

2.1.2

Methode onderzoek verblijfplaatsen vleermuizen Het onderzoek naar mogelijk aanwezige geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen is uitgevoerd door een veldbezoek af te leggen op het moment dat er geen blad in de bomen zit. Hierdoor kunnen mogelijk geschikte boomholtes of loszittend schors goed opgespoord worden. Bij het zoeken naar geschikte boomholtes en loszittend schors is gebruik gemaakt van een verrekijker.

Blad 3 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

3

Resultaten

3.1

Bezoeken Het veldbezoek ter controle van mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten en geschikte holtes als verblijfplaats voor vleermuizen is afgelegd door ecoloog Jessica Hovius van JM ecologie b.v. op 21 december 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 10:00 tot 13:00 uur, bij 8⁰C en 2Bft, op een half bewolkte dag.

3.2

Resultaten Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte holtes of loszittend bast in bomen aangetroffen die mogelijk kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Voor wat betreft vleermuizen zijn er daarom geen belemmering meer voor de uitvoering van de werkzaamheden vanuit de Wet natuurbescherming. Tijdens het veldbezoek is één mogelijk jaarrond beschermd nest aangetroffen. Het nest is aangetroffen in het meest zuidoostelijke bosperceel (zie Figuur 3.1). Het gaat hier om een relatief groot nest (zie Figuren 3.2 en 3.3). Door de ligging en de grootte van het nest kunnen soorten als de havik, buizerd en ransuil gebruik maken van dit nest. Ook is niet uitgesloten dat soorten als boomvalk en wespendief gebruik maken van dit nest. Om te bevestigen dan wel uit te sluiten dat dit nest in gebruik is, en om te onderzoeken door welke soort, dient er nader onderzoek naar het mogelijke gebruik ervan uitgevoerd te worden. Het gebruik van het nest door de buizerd kan worden bepaald door het uitvoeren van vier veldbezoeken in de periode maart tot en met 15 mei (BIJ12, 2017). De veldbezoeken dienen overdag na zonsopkomst uitgevoerd te worden met gunstige weersomstandigheden. Tussen de veldbezoeken dienen minimaal 10 dagen te zitten. Tijdens de veldbezoeken wordt gekeken naar nest- en territorium indicerend gedrag (geluid en zichtwaarnemingen) (BIJ12, 2017).

Voor de havik is geen kennisdocument van BIJ12 beschikbaar. De onderzoeksmethodiek naar de havik wordt daarom gebaseerd op het kennisdocument voor de buizerd van BIJ12 en de telrichtlijnen voor de havik van SOVON. Voor de havik dienen vier veldbezoeken uitgevoerd te worden in de periode maart tot en met juli (SOVON, z.d.). Tijdens de veldbezoeken wordt gekeken naar nest- en territorium indicerend gedrag (geluid en zichtwaarnemingen). Het nader onderzoek naar de havik kan gecombineerd worden met het nader onderzoek naar de buizerd. Voor de ransuil is tevens geen kennisdocument van BIJ12 beschikbaar. De onderzoeksmethodiek is deels gebaseerd op de telrichtlijnen van SOVON en deels op basis van expert judgement. Het nader onderzoek naar de ransuil kan gedaan worden door het uitvoeren van twee veldbezoeken in de periode maart tot en met juli, waarbij minimaal 10 dagen tussen de veldbezoeken moet zitten (SOVON, z.d.). De veldbezoeken dienen ’s nachts of in de schemer uitgevoerd te worden. De veldbezoeken voor de ransuil kunnen gecombineerd worden met de veldbezoeken van de buizerd en havik door een uur voor zonsopkomt aanwezig te zijn. Hierbij wordt gezocht naar verse sporen (braakballen, uitwerpselen en ruiveren), territoriaal gedrag en bedelende jongen.

Blad 4 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Voor de boomvalk en wespendief is geen kennisdocument van BIJ12 beschikbaar. De onderzoeksmethodiek voor deze soorten wordt daarom gebaseerd op de telrichtlijnen van SOVON. In totaal dienen tenminste 3 veldbezoeken uitgevoerd te worden waarvan 2 tussen mei en augustus, aangezien deze soorten relatief laat broeden. Tijdens de veldbezoeken wordt gekeken naar nest- en territorium indicerend gedrag (geluid en zichtwaarnemingen). Het nader onderzoek naar de boomvalk en wespendief kan gecombineerd worden met het nader onderzoek naar de buizerd.

Figuur 3.1 Locatie (rode ruit) mogelijk jaarrond beschermd nest.

Figuur 3.2. Mogelijk jaarrond beschermd nest.

Blad 5 van 21

Figuur 3.3 Mogelijk jaarrond beschermd nest.

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4

Conclusie en advies In opdracht van TenneT is door Antea Group een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar mogelijk aanwezig jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen in de bospercelen nabij het 220 kV Onderstation aan de Hessenweg. Dit als aanvulling op de eerder uitgevoerde natuurtoets voor het bouwrijp maken van de percelen. De percelen zijn gelegen binnen de gemeentes Zwolle en Dalfsen, provincie Overijssel. Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte holtes of loszittend bast in bomen aangetroffen die mogelijk kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Voor wat betreft vleermuizen zijn er geen belemmering meer vanuit de Wet natuurbescherming. Tijdens het veldbezoek is één mogelijk jaarrond beschermd nest aangetroffen. Het nest is aangetroffen in het meest zuidoostelijke bosperceel. Door de ligging en de grootte van het nest kunnen soorten als de havik, buizerd, ransuil, boomvalk en wespendief gebruik maken van dit nest. Om te bevestigen dan wel uit te sluiten dat dit nest in gebruik is, en om te onderzoeken door welke soort, dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden naar deze soorten tussen circa maart en augustus waarbij er minimaal 10 dagen tussen de veldbezoeken dienen te zitten. In totaal zal één veldbezoek minimaal twee uur duren. De veldbezoeken dienen plaats te vinden van een uur vóór zonsopkomst tot een uur na zonsopkomst.

De veldbezoeken voor de ransuil dienen in ’s nachts of in de schemering uitgevoerd te worden en kunnen gecombineerd worden met de overige soorten door een uur voor zonsopkomst op de onderzoekslocatie aanwezig te zijn. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het nest niet in gebruik is door een soort met een jaarrond beschermd nest, dan is er geen belemmering meer vanuit de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van jaarrond beschermde nesten. Wel dienen de mitigerende maatregelen ten aanzien van algemene broedvogels en niet-beschermde en/of vrijgestelde vissen en amfibieën aangehouden te worden. Daarnaast zijn op basis van de bevindingen uit het nader onderzoek naar de boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en egel mogelijk ook maatregelen benodigd. Indien het nest wel in gebruik is door een soort met een jaarrond beschermd nest dient er een ontheffing op de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden bij de provincie Overijssel.

Blad 6 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

5

Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. BIJ12, Utrecht. Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. SOVON, z.d. Informatiepagina havik. Geraadpleegd van Havik | Sovon Vogelonderzoek SOVON, z.d. Informatiepagina ransuil. Geraadpleegd van Ransuil | Sovon Vogelonderzoek Maris, J., 2022. Natuurtoets Hessenweg te Zwolle. Heerenveen: Antea Group.

Blad 7 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlagen

Blad 8 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Blad 9 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Blad 10 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

Bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

Brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders

Reptielen

Weekdieren

ingekorven vleermuis

gestreepte waterroofkever

Zoogdieren

kleine dwergvleermuis

juchtleerkever

vleermuizen

kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, Kemps zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

Zoogdieren

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

zeezoogdieren

grijze dolfijn

Sporenplanten tonghaarmuts Vissen

hazelmuis

kleine zwaardwalvis

kleine vlotvaren

narwal

steur

orka

houting

tuimelaar

Bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

Blad 11 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Zaadplanten

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket, zomerschroeforchis

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend, witte dolfijn

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Blad 12 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a.

Blad 13 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Dagvlinders Kleine heivlinder

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage

Grijze zeehond

Zoogdieren

Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Ree*

Blad 14 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Speerwaterjuffer

Kevers

Vliegend hert

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis

Blad 15 van 21

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.

Blad 16 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Blad 17 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode. Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag.

Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven. Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Blad 18 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Blad 19 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Blad 20 van 21

Nader onderzoek ecologie Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 27 februari 2023 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Blad 21 van 21

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. reinier.raap@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2c0ee6ef-b985-4b38-91fb-d64fac5383fe