5. De Nota van aanvulling van het OER
Tekst van het document
bericht
Ruimte en Economie Telefoon (038) 498 3266
Omgevingseffectrapportage Nota van aanvulling Behorend bij Omgevingsvisie ‘Mijn Zwolle van Morgen 2030’
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Verduidelijking referentiesituatie
4
3 3.1 3.2
Methodische aanvullingen Aanzet monitoringsplan Methode van effectbeoordeling
6 6 6
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Aanvullende effectbeoordeling Effecten op beschermde natuurgebieden Effecten gezondheid Effecten verkeersveiligheid Circulariteit Effecten energietransitie
8 8 9 13 15 16
Bijlage 1: Samenvatting advies Commissie m.e.r.
18
Bijlage 2: Kaarten concentraties luchtverontreiniging
19
Bijlage 3: Passende beoordeling
23
2/23
Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
1
Inleiding
Datum
In de zomer van 2020 kwam de ontwerp-omgevingsvisie ‘Mijn Zwolle van Morgen 2030’ uit. Hierin staat de ruimtelijke koers voor de leefomgeving van Zwolle. Bij de ontwerp Omgevingsvisie is een omgevingseffectrapportage (OER) gevoegd. Hierin is in beeld gebracht welke mogelijke omgevingseffecten de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie met zich meebrengen. De onafhankelijke Commissie m.e.r. heeft de kwaliteit van het OER beoordeeld en een advies uitgebracht aan de gemeente van Zwolle. Deze nota is geschreven als aanvulling op het OER naar aanleiding van het advies. Advies Commissie m.e.r. In november 2020 bracht de Commissie m.e.r. haar advies1 uit over de OmgevingsEffectRapportage, zoals opgesteld voor de Zwolse Omgevingsvisie. De Commissie is zeer te spreken over het uitgevoerde onderzoek en het rapport. Het is een zeer leesbaar en bruikbaar document. Tegelijkertijd doet de Commissie een aantal verbetersuggesties ter aanvulling op het OER. Dit betreft: de aanzet voor een monitoringsplan; verduidelijking van de kwalitatieve beoordeling van een aantal thema’s; effecten (nader) in beeld te brengen voor de thema’s gezondheid, verkeersveiligheid, beschermde natuurgebieden, circulariteit en energie. Aanvullend onderzoek De gemeente heeft de aanvulling op het OER grotendeels zelf uitgevoerd.
Het effectenonderzoek naar beschermde natuur is door een extern deskundig bureau uitgevoerd in de vorm van een passende beoordeling, in aansluiting op de natuurwetgeving. De uitkomsten van de passende beoordeling zijn vastgelegd in een separate rapportage, als bijlage bij deze nota. Status van dit document en leeswijzer Deze nota hangt samen met het oorspronkelijke OER. Het scherpt de informatie uit het OER op onderdelen aan. Het aanvullend onderzoek liep gelijk op met het opstellen van de definitieve Omgevingsvisie. Het aanvullende onderzoek heeft geen aanleiding gegeven andere of scherpere beleidsambities of -doelen te formuleren in de Omgevingsvisie. Achtereenvolgens gaat deze nota in op: Verduidelijking over de gehanteerde referentiesituaties en de gehanteerde situatie in de Omgevingsvisie. Hoofdstuk gaat hierover. In hoofdstuk 3 komen aanvullingen aan de orde over de gehanteerde methodiek Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de aanvullende beoordelingen gelet op het advies van de Commissie. 1 Toetsingsadvies Commissie voor de m.e.r., 3 november 2020, projectnummer 3488
3/23
Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
2
Verduidelijking referentiesituatie
Datum
Het oorspronkelijke OER heeft de woningbouw als belangrijkste ruimtelijke keuze. Hierop is de analyse van omgevingseffecten hoofdzakelijk gebaseerd. In het OER zijn hierbij twee referentiesituaties aangehouden voor de woningbouw tot 2030. 2 referentiesituaties De meest in het oog springende ruimtelijke uitwerking van de omgevingsvisie betreft woningbouw, mede gelet op de aanpak van het nijpende woningtekort. Omdat Zwolle al lopende woningbouwplannen en projecten heeft, is het vastleggen van de referentiesituatie van belang. Deze referentie is het ijkpunt van de effectbeoordeling uit het OER. De referentiesituatie betreft de vastgestelde plannen met een looptijd tot 2030 en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. Het OER bevat twee referenties voor de periode tot 2030: - Referentie 1 is gebaseerd op de woonvisie 2017 (6.000 woningen tot 2030); - Referentie 2 is gebaseerd op de ontwikkelingsstrategie Wonen 2019-2024 (10.0002 woningen tot 2030). Hoe dient het OER gelezen te worden? In het OER is een vergelijking gemaakt tussen beide referentiesituaties. Nu de ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld en daarmee vigerend beleid is, is voor deze aanvulling op het OER alleen referentie 2 relevant. Ook de definitieve omgevingsvisie is gebaseerd op referentie 2. Hoofdstuk 3 van het OER (“foto van de leefomgeving”) laat zien wat hiervan de omgevingseffecten zijn.
Woningaantallen uit de ontwikkelstrategie Wonen Onderstaande kaart uit de ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vormt de basis voor referentie 2 van het OER en de effectbeoordelingen in zowel het OER als in deze aanvullende nota. De kaart laat zien dat ruim 10.000 woningen zijn geprogrammeerd. Dit is wordt om twee redenen gedaan: 1. Een overcapaciteit van 20% in de woningbouwprogrammering is nodig omdat bestaande programmering in de praktijk nooit wordt gehaald door projectontwikkelaars. Dit geldt vooral bij het bouwen in de bestaande stad. 2. Geprogrammeerde overcapaciteit schept ruimte om woningen optimaal in te passen de directe leefomgeving. Om deze reden wordt in het OER (en in deze aanvulling) uitgegaan van de realisatie van 10.000 woningen tot 2030.
2 Een deel van deze 10.000 woningen betreft woningen in Stadshagen waarvan de milieueffecten eerder in
beeld zijn gebracht (MER stadshagen II, juni 2004). 4/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
5/23
Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
3
Methodische aanvullingen
3.1
Aanzet monitoringsplan
Datum
Het is belangrijk om in beeld te houden of en hoe effecten op de leefomgeving daadwerkelijk optreden. Dit noemen we monitoren. Paragraaf 7.3 van de definitieve omgevingsvisie gaat in op monitoring. Aanvullend hierop geeft onderstaand overzicht per milieuthema weer welke bronnen de gemeente gebruikt voor monitoring van omgevingseffecten. Thema
Monitoring via
Gezondheid
Landelijke gezondheidsmonitor, actieplan Geluid, rapportage SWOV, buurt-voorbuurtonderzoek, “monitoringssysteem Zwolle gezonde stad” (zie hieronder)
Wonen
Wooninzicht / dashboard woonprogramma, Buurt-voor-buurtonderzoek
Natuur
Gegevens Provincie (N2000 en NNN), Faunaonderzoek Zwolle, Monitoring Zwolse Bermen, Rapportage Staat van de biodiversiteit in Overijssel
Energie
Data CBS, landelijke klimaatmonitor, monitor RES West-Overijssel, gemeentelijke monitoring energietransitie
Klimaat
Nog op te stellen monitoringsstrategie. Mogelijk gebruikmaking van data waterschap, en/of landelijke klimaatmonitor.
Mobiliteit
Data Rijkwaterstaat en provincie, data iVRI’s en iCentrale (buitenring), jaarverslagen Port of Zwolle TLN etc, buurt-voor-buurtonderzoek
Bereikbaarheid
Verkochte aantal parkeeruren auto, parkeerdrukmetingen, bezettingsgraad parkeergarages en bewaakte fietsenstallingen, buurt-voorbuurtonderzoek, data aanbieders van (schone) deelmobiliteit, CROW (duurzaamheidsscore.nl), dashboard laadpalen.
Voor het thema (raamwerk) gezondheid werken we indicatoren uit voor een monitoringssysteem ‘Zwolle gezonde stad’. Dit monitoringssysteem gebruiken we als informatiebron voor het maken van gebiedsgerichte keuzes.
3.2
Methode van effectbeoordeling Het advies van de Commissie m.e.r. De Commissie stelt dat de beoordelingsmethoden bij een aantal effectbeoordelingen van het OER niet navolgbaar zijn. Nadere onderbouwing is nodig. Het gaat om: - Bereikbaarheid sport en speelplekken - Ruimte voor recreatie - Kwaliteit woonomgeving - Nabijheid voorzieningen - Beloopbaarheid en befietsbaarheid Onderbouwing beoordelingsmethoden De genoemde thema’s gaan allemaal over de directe woonomgeving van de Zwollenaren. De voorgenomen woningbouw grijpt hierop in. Hoe deze woningbouw precies vorm krijgt, wordt uitgewerkt in ontwikkelvisies en omgevingsplannen. Dit maakt 6/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
een nadere onderbouwing van de effectbeoordelingen lastig, aangezien verdiepende informatie niet voorhanden is. Dit betekent dat op het abstractieniveau van de visie op dit moment alleen uitspraak zijn te doen over ‘verbetering’ of verslechtering’. De genoemde onderwerpen zijn daarom beoordeeld op basis van expert-judgement. Verdere uitleg over de beoordeling van effecten wordt gegeven in bijlage 1 van het OER.
7/23
Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
4
Aanvullende effectbeoordeling
4.1
Effecten op beschermde natuurgebieden
Datum
4.1.1. Waarom een aanvullende effectbeoordeling natuur? De Commissie voor de m.e.r. geeft aan dat momenteel de kritische depositiewaarden in omliggende Natura2000-gebieden wordt overschreden (bijvoorbeeld voor stroomdalgrasland in de Vreugderijkerwaard), in tegenstelling tot wat het OER beweert. Omdat de omgevingsvisie nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is voor goede besluitvorming over de omgevingsvisie een ‘Passende Beoordeling’ nodig. In aanvulling op het OER is deze passende beoordeling uitgevoerd. Hierin zijn effecten op beschermde natuurgebieden in beeld gebracht. Bijlage 3 bevat de Passende Beoordeling. Samenvatting Passende beoordeling De omgevingsvisie is een vergezicht dat allerlei beleidsvoornemens bevat voor de lange(re) termijn. Deze zijn meestal nog niet concreet en precies. Om precieze effecten op natuur in beeld brengen is ook echter precieze, concrete informatie nodig. De effectbeoordeling heeft daarom het karakter van een risicoanalyse. Dit is in lijn met het advies van de Commissie m.e.r. Per beleidsvoornemen is het risico op (significant negatieve) effecten op omliggende Natura2000-gebieden in beeld gebracht. Per beleidsvoornemen is aangegeven met welke (mitigerende) maatregelen negatieve effecten kunnen worden voorkomen en wat betekent voor de eindbeoordeling.
Uit de Passende beoordeling blijkt dat woningbouw (zowel suburbaan als urbaan) en de uitbreiding van Hessenpoort de meeste risico’s op effecten met zich meebrengt, vooral via stikstofdepositie. Ook de maatregelen in het kader van de energietransitie, het verplaatsen van de IJsselhallen en het toestaan van grootschalige evenementen zorgt mogelijk voor extra stikstofuitstoot. Andere beleidsvoornemens, zoals aanpassing van het fietsroutenetwerk en het verbinden van stad en buitengebied via bijvoorbeeld het Engelenpad, zorgen voor een toename van de recreatiedruk. Dit kan tot verstoring van soorten leiden. In alle gevallen zijn significant negatieve effecten naar verwachting te voorkomen. Ontwikkelstrategie stikstof De benoemde effecten op Natura2000-gebieden hangen in veel gevallen samen met stikstofdepositie. Als voorgestelde maatregel om significant negatieve effecten te vooromen, wordt saldering van stikstofbronnen voorgesteld. De gemeente heeft een ontwikkelstrategie stikstof opgesteld. Deze strategie bevat een uitgebreid maatregelenpakket om stikstofuitstoot te verminderen. Dit kan worden gezien als een uitwerking van de voorgestelde mitigerende maatregelen. 8/23
Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
4.2
Effecten gezondheid
Datum
Waarom een aanvullende effectbeoordeling gezondheid? In het OER ontbrak informatie over bestaande en toekomstige knelpunten op het vlak van luchtkwaliteit en geluid en de relatie met de voorgenomen (woningbouw)ontwikkelingen. De Commissie voor de m.e.r. heeft geadviseerd om hierbij ook een indruk te geven van het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan geluidhinder en luchtverontreiniging. Speciale aandacht wordt gevraagd voor kwetsbare doelgroepen. Deze paragraaf bevat deze informatie. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de specifieke (woningbouw)ontwikkellocaties uit de omgevingsvisie. Luchtkwaliteit Huidige luchtkwaliteitssituatie De kaarten in bijlage laten voor vier parameters zien wat de situatie is met betrekking tot de luchtkwaliteit in 2019 (meest actuele gegevens). Onderstaande tabel vat de informatie uit de kaarten samen: Parameter
Waarde en locatie grootste knelpunt
Wettelijke norm
WHO-
(EU-grenswaarde)
advieswaarde n.v.t.
EC (Roet)
1,05 µg/m (Burg. van Rooijensingel)
n.v.t.
NO2 (Stikstofdioxide)
28 µg/m3 (Burg. van Rooijensingel)
40 µg/m3
40 µg/m3
PM10 (fijnstof)
18,5 µg/m (A28, Middelweg, Ring,
40 µg/m
20 µg/m3
3
3
3
singels rondom centrum) PM2,5 (fijnstof)
10 µg/m3 (Burg. van Rooijensingel)
20 µg/m3 *
10 µg/m3
Het betreft in alle gevallen jaargemiddelden * Het betreft een indicatief jaargemiddelde
In alle gevallen liggen de hoogst berekende waarden onder de grenswaarden en de advieswaarden van de WHO. Voor PM2,5 geldt dit voor de hele stad, uitgezonderd de Burg. van Rooijensingel en Groot Weezenland, waar de waarden gelijk zijn aan de WHO-advieswaarden. Mogelijke effecten van verdichting De locaties met de hogere /de hoogste concentraties luchtverontreiniging liggen zonder uitzondering in en om het centrumgebied binnen de ring. Dit is juist het gebied waar veel verdichting is voorzien. Verdichting heeft in potentie een verkeersaantrekkende werking en dus een negatief effect op de plaatselijke luchtkwaliteit en de gezondheid van inwoners. Voor de aanpak van de huidige en mogelijke toekomstige opgaven zet de gemeente daarom in op een autoluw centrum. Zowel de mobiliteitsvisie als de Omgevingsvisie hebben tot doel de autodruk in het centrumgebied te verkleinen. Hiervoor zijn maatregelen voorzien zoals emissievrije stadslogistiek, de nadruk op fiets en 9/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
voetganger, elektrisch busvervoer, lagere parkeernormen voor transformatiegebieden, herziening van de autoverkeerstructuur, meer stadsstraten, Mobihubs en verder verdere vergroening van de stad. Het is de bedoeling dat de binnenstedelijke luchtkwaliteit hierdoor verbetert. Schoneluchtakkoord Begin 2020 tekenden het kabinet, provincies en sommige gemeenten het schoneluchtakkoord, met als doel de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren (gezondheidswinst van 50% in 2030 ten opzichte van 2016). Zwolle heeft dit akkoord nog niet ondertekend, maar onderzoekt de gevolgen van ondertekening van dit akkoord, zowel voor de stad (fysieke maatregelen) als voor de gemeentelijke organisatie. Geluid Huidige situatie geluidhinder Het OER geeft met een kaart inzicht in de geluidssituatie in 2018. Hierin wordt niet ingegaan op specifieke knelpunten. Hieronder wordt daarom kort ingegaan op de te verwachten ontwikkeling van de geluidssituatie op bestaande knelpunten en wat dit betekent voor specifieke doelgroepen.
Hierboven is de kaart uit het OER weergegeven. Hierop zijn de grootste geluidsknelpunten in beeld: de A28, de ringwegen, de Spoorzone en bedrijventerrein 10/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Voorst/ Voorsterpoort. Ook is te zien dat het grootste gebied van Zwolle binnen de stadsring oranje kleurt. Hier liggen de waarden tussen de 55 en 65 dB (Lden). De WHOadvieswaarden voor wegverkeer en railverkeer liggen op 53 resp. 54 dB (Lden). Bij deze waarden kunnen nog steeds gezondheidseffecten optreden. Dit betekent dat de huidige geluidemissies van negatieve invloed op de gezondheid van inwoners kunnen zijn. Actieplan geluid De gemeente Zwolle heeft deze situatie nader in beeld gebracht in het actieplan geluid. Hierin is het aantal hinderpunten in beeld gebracht als gevolg van gemeentelijke wegen. Geluidseffecten van de A28 en het spoor zijn hierin niet meegenomen. Onderstaande kaart laat dit zien. De belangrijkste knelpunten zijn hierin omcirkeld in oranje.
11/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Deze kaart uit het actieplan strookt met de bovenstaande conclusie naar aanleiding van de WHO-advieswaarden. In het gebied binnen de ring zijn diverse donkergroene en gele stippen te zien. Elke groene stip vertegenwoordigt 5-10 hinderpunten (geel: 10-15). De hinderpunten waar wettelijke waarden mogelijk worden overschreden zijn oranje. Voor deze knelpunten zijn maatregelen genomen, of in voorbereiding. Relatie woningbouwontwikkeling en huidige knelpunten Als we deze knelpunten vergelijken met de kaart met voorgenomen woningbouwlocaties, dan springt vooral het gebied rondom de Zwartewaterallee eruit. Hier is een aantal potentiële knelpunten (oranje cirkels). Rond de binnenstad liggen knelpunten bij de Vechtstraat, de Oosterlaan. Bij het concreter maken van de plannen voor verdichting dient altijd rekening gehouden te worden met de geluidssituatie en specifiek deze knelpunten. Door het uitvoeren van maatregelen uit het actieplan neemt het aantal knelpunten af. Langs de Zwartewaterallee zijn inmiddels maatregelen genomen (groene cirkel). Kwetsbare doelgroepen Kinderen, ouderen en chronisch zieken kunnen sneller hinder of gezondheidsproblemen ervaren vanwege blootstelling aan veel geluid of luchtverontreiniging. Daarom is het zinvol om te weten waar deze doelgroepen zich voornamelijk bevinden in de stad.
Onderstaande tabel geeft een indicatief overzicht gerelateerd aan de locaties waar de gemeente woningbouw wil plegen. Locatie
Globaal overzicht locaties kwetsbare doelgroepen in de directe omgeving
Zwartewaterallee
Zorg: De Kameel, (dagbesteding gehandicapten), De Havezathe (woonzorg ouderen) Onderwijs: CBS Stroomdal, CIBAP, Meander, Deltion
Oosterenk
Zorg: Isala, SEIN Epilepsiekliniek / slaapcentrum, Ronald Mc Donaldhuis, diverse kleinere zorgaanbieders. Onderwijs: de Ambelt/de Twijn locaties Oosterenk en Hengeveld College, 12/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Thorbecke Scholengemeenschap, Landstede Spoorzone
Zorg: De Vogellanden, Huis Assendorp, Zorghuis Anna Heerkens, Rosorum Terborchstraat (allen in Assendorp); de Wismar (Hanzeland) Sprank (Zwolle Zuid, beiden woonlocaties gehandicapten) Onderwijs: Celeanum, Parkschool (Stationsbuurt), Carolus Clusius College, Zone College.
Binnenstad
Zorg: De Nieuwe Haven / Keersluis OBS de Springplank (Eikenstraat), Thomas a Kempiscollege, Deltion Sprintlyceum (nabij Turfmarkt), Celeanum, Parkschool (beiden Stationsbuurt)
Harculo
Zorg: Trajekt, de IJsselbolder (beiden gehandicaptenzorg), Onderwijs: Talentum, de IJsselhof, scouting IJsselgroep
Breecamp-West
Geen locaties in de directe omgeving
(Stadshagen)
Vooral in het gebied Oosterenk liggen de locaties met kwetsbare doelgroepen dicht bij elkaar. In de Spoorzone en de Binnenstad liggen de locaties vooral in de directe omgeving (onder andere Assendorp, Kamperpoort) en niet in de binnenstad/spoorzone zelf. Verdichting in de stad kan een risico zijn voor deze doelgroepen vanwege toename van geluidhinder en verslechtering van luchtkwaliteit. Tegelijk is een divers pakket aan maatregelen in beeld om deze effecten te verminderen (zie hierboven onder ‘effecten verdichting’). Tegelijk is verdichting ook een kans. Als onderdeel van gebiedsontwikkeling kunnen maatregelen worden genomen om de geluids- of luchtkwaliteitssituatie ter plaatse te verbeteren (werk met werk maken). Ook kan de situatie verbeteren door een slimme stedenbouwkundige inrichting. Een voorbeeld is de bufferwerking van nieuwe gebouwen, waardoor het stiller wordt bij achterliggende panden en straten.
4.3
Effecten verkeersveiligheid Waarom een aanvullende effectbeoordeling verkeersveiligheid? De commissie adviseert een nadere analyse te uit te voeren op de ontwikkeling in de verkeersveiligheid van met name kwetsbare verkeersdeelnemers en te onderzoeken met welke maatregelen/randvoorwaarden deze risico’s kunnen worden gereduceerd. Knelpunten en trend verkeersveiligheid kwetsbare verkeersdeelnemers Onderstaande kaart laat de grootste verkeersveiligheidsknelpunten zien voor kwetsbare verkeersdeelnemers (wandelaars, (e- en brom-) fietsers) in de jaren 2015 t/m 2019.
13/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Hierbij vallen vooral de locaties Eemlaan – Rijnlaan, Assendorperstraat – Luttenbergstraat en Burgemeester Roelenweg – Pannenkoekendijk - Schuttevaerkade op. Effect van (woningbouw)ontwikkeling op huidige en mogelijk nieuwe knelpunten Het OER gaat in op het aspect ‘beloopbaarheid en befietsbaarheid’. Uitbreiding aan de randen van Zwolle scoort hierop negatief (grotere afstanden zorgt voor grotere kans op autogebruik). Verdichting in de stad scoort hierop positief. Randvoorwaarde is dat het STOP-principe goed wordt toegepast en parkeernormen in deze verdichte gebieden relatief laag blijven. Eenzelfde redenatie geldt voor verkeersveiligheid: verdichting kan positief zijn voor verkeersveiligheid (minder auto, meer fiets en wandelen). Hierbij verdient de opkomst van e-bike specifiek aandacht. Deze zorgt enerzijds voor meer ongelukken. Deze worden veroorzaakt door grotere snelheidsverschillen op de fietspaden. Ook auto’s onderschatten soms de snelheid van de e-bike met ongelukken op kruispunten tot gevolg. Getallen zijn illustratief: (in 2014 waren er 5 ongevallen met e-bikes, in zowel 2018 als 2019 waren dit er 16). Anderzijds: als inwoners voor afstanden tot 15 kilometer vaker de e-bike gebruiken in plaats van de auto zal het verkeer per saldo veiliger worden, vanwege het dalend aantal auto’s op de weg.
Kortom, verkeersveiligheid voor kwetsbare verkeersdeelnemers is een aandachtspunt bij verdichting. Tegelijk is gebiedsontwikkeling een kans om investeringen in de infrastructuur voor voetgangers en fietsers en verkeersveiligheid mee te nemen. Denk aan ongelijkvloerse verbindingen (fietstunnels). Het realiseren van een ongelijkvloerse verbinding voor langzaam verkeer zorgt niet alleen voor meer verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers. Het zorgt ook voor een betere doorstroming van het autoverkeer. 14/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Maatregelen en monitoring De gemeente werkt aan een strategische investeringsagenda om huidige en toekomstige knelpunten op te lossen. Monitoring van de verkeersongevallen gebeurt via het platform VIA Statistiek Ongevallen (zie paragraaf 3.1).
4.4
Circulariteit Waarom een aanvullende effectbeoordeling circulariteit? In de omgevingsvisie staat dat Zwolle in 2030 voor 50% circulair wil zijn en in 2050 100%. De Commissie voor de m.e.r. adviseert om in het OER in te gaan op de haalbaarheid van deze ambitie en hierbij concrete maatregelen te noemen. Wanneer is het doel bereikt? De Zwolse circulariteitsambities De Zwolse ambities m.b.t. circulariteit zijn beschreven in paragraaf 5.7 van de omgevingsvisie. Deze zijn vervolgens iets concreter gemaakt. Soms zijn mogelijke maatregelen genoemd. Het omgevingseffectrapport gaat niet in op de mogelijke effecten hiervan. Daarom op deze plaats een aanvulling. Onderstaande tabel bevat een overzicht op hoofdlijnen van mogelijke maatregelen zoals genoemd in de Omgevingsvisie. In de rechterkolom zijn mogelijke effecten op de leefomgeving benoemd.
Mogelijke maatregel
Doel
Mogelijke effecten leefomgeving
Duidelijker en strengere regelgeving
Verplicht gebruik maken van
Meer zichtbaar gebruik van
rondom gebruik bouwmaterialen
biobased producten en
natuurlijke materialen zoals
gerecyclede producten. Inzet
hout.
van een grondstoffenhub. Optimaal mengen van wonen en
Vermindering materiaal, gebruik
Dit verschilt per
werken; optimaliseren dichtheden,
en transportbehoefte, kansen
gebiedsontwikkeling
voor slim energiegebruik Optimalisatie oriëntatie van gebouwen
Verhoging energie-efficiency
Draagt bij aan doelstellingen
ten opzichte van zon, wind etc.
gebouwen
klimaatadaptatie (hittestress) en
Scheiden en lokaal benutten van afval
Sluiten van kringlopen, minder
Toename tweedehandshandel:
restafval.
indirecte effecten
Sluiten van kringlopen
Indirect effect op waterkwaliteit
energiereductie.
Terugwinnen van voedingsstoffen uit afvalwater Gebruik hemelwater
(effluent waterzuivering) Sluiten van kringlopen
Draagt bij aan vermindering wateroverlast
Grootschalige recycling en
Vermindering van (transport
Mogelijk toename milieudruk
remanufacturing
van) afval op (inter)nationaal
(geur-, geluidshinder), toename 15/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Stimuleren kringlooplandbouw
niveau
verkeersbewegingen
Sluiten kringloop bodem-plant-
Positief effecten op natuur
dier-mest
(vermindering stikstofdepositie) en mogelijk geurhinder.
Circulaire bedrijfsvoering gemeente
Minder gebruik van primaire
(o.a. inkoop en aanbesteding)
grondstoffen.
Indirecte effecten
De circulariteitsdoelstelling dichterbij brengen Het is nog niet duidelijk of en hoe de circulariteitsambities kunnen worden gehaald. Zwolle werkt aan een ‘zwolse aanpak circulariteit’ waarin dit nader wordt uitgewerkt. Om een grote stap te zetten wordt gedacht aan een recycling- en/of upcyclingcentrum en aan een grondstoffenhub. Een dergelijke inrichting kan ruimtelijke beperkingen en mogelijk hinder veroorzaken in de (directe) leefomgeving. Denk aan geur- of geluidshinder of gezondheidseffecten als gevolg van extra (lokaal) verkeer. Daar staat tegenover dat deze effecten elders (buiten de stad) minder groot worden: materialen hoeven immers over kortere afstanden te worden vervoerd. Het ligt voor de hand deze effecten nader te onderzoeken middels een separate o.e.r.(beoordeling).
4.5
Effecten energietransitie Waarom een aanvullende effectbeoordeling Energietransitie? De Commissie voor de m.e.r. stelt dat de omgevingseffecten van energietransitie nog niet zijn beschouwd in het OER en adviseert aan te geven hoe de effecten van de energietransitie en de Omgevingsvisie bij elkaar gebracht worden. Regionale energiestrategie Zwolle maakt de energietransitie concreet aan de hand van het bod dat ze heeft gedaan in het kader van de regionale energiestrategie (RES 1.0 West Overijssel). Dit gaat hoofdzakelijk over de verduurzaming van de stroomvoorziening. Waar kan binnen de gemeente Zwolle duurzame stroom worden opgewekt via zonnedaken en zonneparken en windturbines? Waar doen we dit al? In het kader van de RES doet de gemeente geen bod voor de warmtetransitie. De gemeente wil de warmtetransitie vooral binnen het eigen grondgebied realiseren. In het kader van de RES wordt wel gesproken over de warmtetransitie, maar vooral over gevallen waarvoor bovengemeentelijke afstemming nodig is. Effecten verduurzaming stroomvoorziening Het Zwolse RES-bod heeft 3 onderdelen: inzet van zonne-energie op daken en andere vormen van meervoudig ruimtegebruik; zonneparken op land; windenergie (mogelijk in combinatie met zonne-energie) in Tolhuislanden.
16/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
De eerste 2 onderdelen betreffen zonne-energieprojecten. Hiervan is een groot deel gerealiseerd. Meest in het oog springen de twee grote drijvende zonneparken op zandwinplassen. De omgevingseffecten van de gerealiseerde projecten zijn in beeld gebracht als onderdeel van de reguliere ruimtelijke procedures. Bij nog te nemen maatregelen betreft het primair zon-op-dak en het overkappen van parkeerplaatsen. Deze maatregelen kennen nauwelijks omgevingseffecten. In Tolhuislanden bereiden bewoners en grondeigenaren een plan voor om een combinatie van zonnepark(en) en windturbines te realiseren. Dit is vergevorderd. In direct aansluitende gebieden in de buurgemeenten zijn ook energieplannen in voorbereiding. Om de samenhang te bewaken en ook gezamenlijk te werken aan oplossingen om de bestaande problemen op het stroomnetwerk (netwerkcongestie) op te lossen, werken de gemeenten Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland hier samen. Ook provincie, waterschap en lokale energiecoörporaties zijn hierbij betrokken. Partijen willen een ‘grensontkennend’ gebiedsproces voeren. Het gaat om plannen voor windenergie, zonne-energie, de bouw van een hoogspanning-middenspanningstation en de bouw van een productielocatie voor groengas en mogelijk groene waterstof. Omgevingseffecten hiervan dienen integraal in beeld te worden gebracht in een separate m.e.r.(-beoordeling).
Bij een actualisatie van de omgevingsvisie kunnen deze effecten worden meegenomen en worden vergeleken met effecten van andere beleidsvoornemens. Warmtetransitie De gemeentelijke plannen voor de warmtetransitie richten zich vooral op het realiseren van een warmtenet. De eerste warmtebron die hier mogelijk op wordt aangesloten is een geothermiebron in Zwolle-Noord. Hiertoe wordt komende jaren een proefboring gedaan in Dijklanden. Pas als de proeven positief zijn en Zwolle besluit tot aanleg van een warmtenet is dit initiatief concreet genoeg om omgevingseffecten hiervan in beeld te brengen. De omgevingseffecten van de proefboring zelf dienen in beeld gebracht te worden via de reguliere vergunningenprocedures.
17/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Bijlage 1: Samenvatting advies Commissie m.e.r. In november 2020 bracht de Commissie voor de m.e.r. haar advies3 uit over het omgevingseffectrapport van de Zwolse omgevingsvisie. Dit bevat enkele verbetersuggesties. Deze betreffen in de meeste gevallen ontbrekende informatie. Onderstaande opsomming uit het advies bevat een samenvattend overzicht:
3 Toetsingsadvies Commissie voor de m.e.r., 3 november 2020, projectnummer 3488
18/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Bijlage 2: Kaarten concentraties luchtverontreiniging Roet (EC) in 2019
19/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Concentratie stikstofdioxide (NO2) in 2019
20/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Concentratie fijnstof (PM10) in 2019
21/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Concentratie fijn stof (PM2,5) in 2019
22/23
Datum Titel
24 maart 2021 Nota van Aanvulling OER Omgevingsvisie Zwolle
Bijlage 3: Passende beoordeling Zie separaat document RoyalHaskoningDHV, kenmerk BH8777WATRP2103031424
23/23