CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Brief VNO-NCW MKB-Nederland NL over het vestigingsklimaat

Raad Besluitvormingsronde 25 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Duurzame Economische Ontwikkeling4.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vaste Commissie voor Economische Zaken en Klimaat van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag per email: cie.ezk@tweedekamer.nl

Briefnummer

Den Haag

24-122251

19 januari 2024

Onderwerp

Telefoonnummer

Het verdienvermogen van Nederland

+31703490470 E-Mail

rtimmermans@vnoncw-mkb.nl

Geachte leden van de vaste Commissie voor Economische Zaken en Klimaat, Op 24 januari 2024 organiseert u een debat over het verdienvermogen van Nederland. Graag geven ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland u onderstaande aandachtspunten mee voor dit belangrijke onderwerp. Het belang van ons verdienvermogen Ons verdienvermogen bepaalt in hoeverre we in staat zijn om nu én in de toekomst in onze welvaart en welzijn te kunnen voorzien. Simpel gezegd: zijn we als land instaat om nu én in de toekomst op een verantwoorde manier voldoende geld te verdienen. Ons verdienvermogen wordt de komende decennia vooral bepaald door de productiviteit: hoeveel we werken en wat we vervolgens voortbrengen in die uren. Hoe productiever bedrijven in een land zijn, hoe groter ons verdienvermogen. En juist die productiviteit groeit in Nederland niet of nauwelijks. Daarmee holt ons verdienvermogen uit en dat is niet zonder gevolgen. Het verdienen van voldoende geld is namelijk nodig om onder andere onze politieagenten, verpleegkundigen, onderwijzers en bijvoorbeeld de bijstand te kunnen betalen. Maar ook voor het aanleggen van nieuwe wegen en spoorwegen. De collectieve kosten hiervoor stijgen sneller dan onze inkomsten en dat betekent dat we zonder voldoende verdienvermogen op termijn onze publieke voorzieningen niet meer kunnen betalen. Bedrijven zijn de motor van ons verdienvermogen.

Door te innoveren, investeren, risico te nemen, en nieuwe werknemers aan te nemen, vergroten zij de productiviteit en daarmee ons verdienvermogen. Daarom is het belangrijk dat een land aantrekkelijk is voor bedrijven om te ondernemen en te investeren – het ondernemingsklimaat. Daarin concurreren we met landen om ons heen, die dezelfde investeringen van bedrijven in bijvoorbeeld een nieuwe fabriek of laboratorium proberen aan te trekken. De vraag is dus hoe aantrekkelijk ons land is voor nieuwe én bestaande - bedrijven om te ondernemen en te investeren. Dát zou wat ons betreft de kern van het debat moeten zijn op 24 januari. Want de seinen voor het ondernemingsklimaat staan steeds meer op rood.

Malietoren / Bezuidenhoutseweg 12 / Postbus 93002 / 2509 AA Den Haag www.vno-ncw.nl / 070349 03 49 / www.mkb.nl / 070 349 09 09

Blad

2 Scheuren in het ondernemingsklimaat Vooropgesteld: op de verschillende internationale ranglijsten scoort Nederland steevast in de top-10. Onze uitganspositie is nog steeds behoorlijk en biedt een goede basis. Het probleem met dergelijke lijstjes is dat ze in de ‘achteruitkijkspiegel’ kijken op basis van statistieken uit het verleden, en niks zeggen over onderliggende trends en signalen. Ook zegt het weinig over de mate waarin we klaar zijn voor de economie van morgen. Al in 2021 constateerden we dat er op cruciale onderdelen van ons ondernemingsklimaat sprake is van ‘betonrot’ en uitte het bedrijfsleven samen met een grote coalitie van bestuurders en wetenschappers hun zorgen. Uit verschillende recente cijfers blijkt dat een kleine drie jaar later de situatie alleen maar verder is verslechterd. Vele indicatoren laten duidelijke scheuren zien die aan de oppervlakte komen: -

-

-

-

-

Gebrek aan stabiel en betrouwbaar overheidsbeleid. Uit de peiling nationaal ondernemersklimaat blijkt dat meer dan 60 procent van de ondernemers vindt dat het ondernemingsklimaat de afgelopen vijf jaar is verslechterd. Bijna 30 procent vindt Nederland geen aantrekkelijk land om te ondernemen. Verder bleek recent dat 75 procent van de ondernemers zich grote zorgen maakt over het gebrek aan stabiel overheidsbeleid.1 Onderzoek van PwC laat zien dat de toenemende regeldruk voor vier op de tien ceo’s een argument kan zijn voor een eventueel vertrek uit Nederland2 Dalende kwaliteit beroepsbevolking. Op één van de belangrijkste punten voor onze toekomst (het onderwijs) zien we verder verslechterende onderwijsscores op rekenen en taal (PISA-scores)3. Nederlandse jongeren presteren op het gebied van leesvaardigheid het op één-na slechts in de EU. Eén op de drie heeft zelfs een te laag leesniveau om normaal in de maatschappij mee te komen. Teruglopende investeringen.

Inmiddels gaan er meer investeringen Nederland uit dan er in komen.4 De steeds verder oplopende kosten van het stroomnet plaatsen een rem op investeringen in Nederland en zetten activiteiten hier op achterstand in vergelijking met onze buurlanden waar deze kosten lager zijn.5 Uit nieuw onderzoek in opdracht van EZK (Buck consultants) bleek recent dat bedrijven niet zozeer grootschalig vertrekken, maar vooral de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen buiten Nederland doen. Dit mede door het gebrek aan mogelijkheden om in Nederland uit te breiden vanwege het overvolle elektriciteitsnet, gebrek aan vergunningen (door o.a. stikstof) en gebrek aan stabiel beleid.6 Aanhoudende krimp Nederlandse industrie. De Nederlandse industrie krimpt inmiddels al 11 maanden op rij. Bedrijven zijn genoodzaakt de productie nog verder te verlagen of stil te leggen (zie onlangs Nyrstar) en het aantal nieuwe orders blijft dalen. Nederland onderscheidt zich op tal van punten, maar met name de energiekosten, negatief ten opzichte van buurlanden.7 Dalende innovatiescores. We zijn in 5 jaar tijd van plaats 2 naar plaats 7 gedaald op de WIPO-innovatieranglijst.8 Afwijkende belastingtarieven. Onze belastingtarieven wijken op talloze punten inmiddels in negatieve zin af van het EU-gemiddelde.9

1 hftps://www.vno-ncw.nl/nieuws/meerderheid-ondernemers-ziet-het-ondernemingsklimaat-verslechteren en zie hftps://www.vno-

ncw.nl/nieuws/ondernemers-bezorgd-over-stabiliteit-en-betrouwbaarheid-polifiek 2 hftps://www.pwc.nl/nl/actueel-en-publicafies/themas/economie/27e-ceo-survey.html 3 hftps://ris.utwente.nl/ws/portalfiles/portal/330860617/Resultaten_PISA-2022_in_vogelvlucht.pdf 4 Priority_Points_Investment_Climate_Study_2023_NL_P_1.pdf (amcham.nl) 5 hftps://fd.nl/bedrijfsleven/1503201/producfiestop-nyrstar-wakkert-zorgen-stroomintensieve-industrie-aan 6 hftps://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/30/bci-redenen-waarom-bedrijven-uit-nederland-vertrekken 7 hftps://www.pmi.spglobal.com/Public/Home/PressRelease/9613da200ce34c41ae54ea9af8d9444d; hftps://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2024/02/producfie-industrie-10-procent-lager-in-november 8 hftps://www.wipo.int/publicafions/en/details.jsp?id=4680 9 Zo blijkt uit cijfers van de OESO blijkt dat de effecfieve vpb-druk in 2020 uitkwam op 23,7%. Nederland neemt daarmee een 23ste plaats in de EU in; hftps://stats.oecd.org/index.aspx?DataSetCode=CTS_ETR

Blad

3 -

(Door)groei bedrijven stokt. De doorgroei van bedrijven stokt in Nederland: de afgelopen 10 jaar zijn er meer bedrijven gekrompen dan geroeid. Slechts zes procent groeit door naar een hogere grootteklasse.10 Nederland kent internationaal gezien ook weinig doorgroeiende (tech)bedrijven (scaleups). Het aantal bedrijven dat van startup (met 100k euro investering) doorgroeit naar scaleup (10 miljoen euro investering) was in 2020 in Nederland 16 procent, ten opzichte van 51 procent in de VS.11

Het adresseren en aanpakken van deze en andere bottlenecks is een belangrijke voorwaarde voor het structureel versterken van ons verdienvermogen. Het Nederlandse bedrijfsleven kan, wil en gaat investeren in ons toekomstig duurzaam verdienvermogen. Daarvoor is het echter cruciaal de juiste randvoorwaarden hiervoor te blijven faciliteren en creëren. Dat vraagt volgens ons om een ambitieuze aanpak langs twee sporen: de basiscondities op orde brengen én Nederland aantrekkelijk maken voor de economie van morgen. 1.

Breng de basiscondities voor investeringen weer op orde Om aantrekkelijk te zijn voor investeringen (de motor van groei en innovatie) moeten de basiscondities daarvoor zijn ingevuld: a) Stabiel en voorspelbaar beleid. Om investeringen te durven doen, moeten bedrijven en ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Daarbij passen geen maatregelen met terugwerkende kracht, geen continu wisselende (belasting-)tarieven, steeds veranderende regels of terugkomen op besluiten die genomen zijn. Bedrijven hebben daar (investerings-)beslissingen op gebaseerd. Helaas zagen we dat afgelopen jaren te vaak gebeuren, met het recente belastingplan als voorbeeld. b) Minder regeldruk. De hoeveelheid wet- en regelgeving voor het bedrijfsleven is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Een derde van de regels is niet werkbaar voor het mkb. Belemmerende regels worden niet aangepast. Een ambitieus reductieprogramma van regels en voor vereenvoudiging van wetgeving is nodig. Dit vraagt om vereenvoudiging, voorspelbaarheid en vertrouwen: niet alles tot in detail dicht regelen. Geef aan wát wordt beoogd, laat het hoe aan ondernemers over. c) Focus op de uitvoering van beleid. Huizen bouwen door meer bouwlocaties. Zorgen dat je weer een aansluiting op het elektriciteitsnet kunt krijgen. Zo zijn er talloze voorbeelden van zaken die we met spoed moeten oplossen.

Nederland heeft behoefte aan dóen en een focus op de uitvoering. Dat betekent een overheid die zijn ‘doeners’ meer waardeert. En het betekent onorthodox durven zijn.12 d) Internationale samenwerking is onontbeerlijk. We verdienen een derde van ons nationale inkomen met internationale handel. Juist in de huidige onrustige geopolitieke situatie is het dan ook nodig te blijven werken aan Europese samenwerking, handelsakkoorden met bevriende landen en aanvoer van kritieke grondstoffen voor onze producten. Een beter werkende Europese Unie, waaronder de interne markt, is doorslaggevend voor onze welvaart op termijn.13

10 hftps://www.staatvanhetmkb.nl/jaarbericht/jaarbericht-2023

11 hftps://siliconcanals.com/nl/news/startups/dutch-startups-dont-scale-lack-capital/ 12 Hiervan hebben we talloze voorbeelden uit onze ledenkring hoe dat zou kunnen. Maak bijvoorbeeld witwas-controles van de banken

meer digitaal met behulp van AI (zie het voorbeeld van Bunq bank), zodat de 15.000 medewerkers die daar voor zijn aangenomen vergunningen kunnen verlenen of vrijkomen voor andere belangrijke take 13 Door een combinatie van factoren zoals veel ‘nationale koppen’ op EU-regels is de interne markt steeds verder gefragmenteerd afgelopen jaren. Waar in de VS een fabrikant langs één toezichthouder moet hebben we er in Europa vaak 27.

Blad

4 e) Samenwerking bedrijfsleven en overheid. De kennis van de praktijk, het innovatievermogen en de kracht van bedrijven om zaken in de praktijk voor elkaar te krijgen, zijn onmisbaar. Juist ook voor de problemen die Nederlanders nu echt opgelost willen zien. Goede samenwerking tussen bedrijven en overheid is hiervoor cruciaal. 2. Maak Nederland aantrekkelijk voor de economie van morgen Om voldoende bedrijvigheid te krijgen en te behouden - en daarmee onze economie klaar te stomen voor de economie van morgen - zijn verder de volgende zaken van belang. a) Focus op kennis, technologieontwikkeling innovatie ten behoeve van de bedrijvigheid en economie van de toekomst. Technologie en innovatie staan aan de basis van het Nederlands concurrentievermogen. Op tal van terreinen verdwijnt Europa (en Nederland) wereldwijd steeds meer in de technologische achterhoede. Dit vraagt om een stevig innovatie- en technologiebeleid, met behoud van investeringen in het nationale groeifonds, meer inzet op valorisatie en opschaling, en vasthouden aan het publiek-private innovatie ecosysteem. b) Een krachtige aanpak van ruimte voor economie. Een goed ondernemingsklimaat vereist voldoende ruimte voor wonen én werken.

Het is daarom goed dat de overheid met het nationaal programma ‘Ruimte voor economie’ ziet dat er voldoende fysieke en milieuruimte beschikbaar moet zijn voor (toekomstige) werklocaties en bedrijventerreinen. Het is nu zaak om tot een krachtige uitvoering van dit programma te komen, waarbij het Rijk de regie pakt. c) Een bereikbaar Nederland mét nieuwe infrastructuur (weg, spoor, water en door de lucht); innovatief, duurzaam, robuust, boven- én ondergronds. Momenteel wordt door onder andere de stikstofklem alleen geïnvesteerd in instandhouding, en niet in uitbreiding van onze infrastructuur. Gegeven de toename van mobiliteit de komende jaren is het belangrijk dat er fors meer wordt geïnvesteerd in meerdere vormen van mobiliteit en innovatie op dit terrein. d) Grootschalig productiviteitsoffensief als onderdeel van de brede aanpak arbeidsmarktkrapte. Met een publiek-privaat productiviteitsoffensief kunnen we de brede toepassing van digitalisering/AI, robotisering en slimmer werken (sociale innovatie) versnellen, met name ook in maatschappelijke sectoren (zorg, onderwijs, etc.) en in het mkb. e) Nederland openhouden voor arbeidsmigranten die nodig zijn voor maatschappelijke en economische factoren. Meer grip op arbeidsmigratie vraagt om een duidelijke visie net als in landen als Canada of Duitsland.

Toegang tot vakkrachten voor vitale sectoren (ook van buiten de EU) én behoud van regelingen voor kennismigranten zijn essentieel voor een welvarende toekomst, zeker nu een strijd om talent gaande is. Excessen moeten hard worden aangepakt met stevige handhaving (in lijn met het rapport Roemer). f)

De energietransitie doorzetten, met focus op uitvoering en het oplossen van de problemen waar burgers en ondernemers tegenaan lopen (zoals door onconventionele maatregelen om het elektriciteitsnet snel te versterken). De (EU) doelen zijn helder en binnen bereik. Ondernemers investeren al volop. Cruciale grote investeringsbeslissingen in de industrie staan nu op de agenda in de board van veel bedrijven. Ondernemers vragen dan ook vooral om stabiliteit in het ingezette beleid en om investeringsruimte, zoals continuering van de maatwerkaanpak en ondersteuning van het mkb

Blad

5 Tot slot Bijgaand vindt u op de zes belangrijke onderdelen van het ondernemingsklimaat een nadere toelichting op onze inzet. Met de voorgaande suggesties (en die in de bijlage) doen we een aantal concrete voorstellen voor het structureel versterken van ons ondernemingsklimaat en daarmee ons nationaal verdienvermogen. Het Nederlands bedrijfsleven wil daarbij nadrukkelijk onderdeel zijn van de oplossing en staat klaar om hier een bijdrage aan te leveren. Als u vragen heeft naar aanleiding van onze inbreng, kunt u contact opnemen met Reineke Timmermans (rtimmermans@vnoncw-mkb.nl) of Rik Enequist (enequist@vnoncw-mkb.nl). Hoogachtend,

Ingrid Thijssen Voorzitter

Jacco Vonhof Voorzitter

BIJLAGE 1.

Stabiele fiscale basis Het Nederlandse fiscale stelsel is in toenemende mate een negatieve factor bij (lange termijn) investeringsbeslissingen. Om dit te keren zijn de volgende zaken van belang:  Stabiliteit en voorspelbaarheid van beleid. Voor bedrijven die investeringen doen is investeringszekerheid van groot belang. Investeringen zijn lange termijn beslissingen en daar past een stabiel en voorspelbaar beleid bij. De belastingdruk op ondernemerswinst moet stabiel en competitief zijn. Borg zorgvuldigheid in het wetgevingsproces zodat besluiten op basis van gedegen analyses worden genomen en wetgeving met (materieel) terugwerkende kracht kan worden vermeden.  Nederlandse bedrijven moeten kunnen blijven concurreren. In een relatief korte periode is de lastendruk voor bedrijven scherp opgelopen. Dat is geen straffeloze exercitie. De almaar stijgende lastendruk is niet alleen slecht voor de concurrentiekracht van in Nederland actieve bedrijven, het ontmoedigt ook investeringen in Nederland. De fiscale regels ontmoedigen reële investeringen in Nederland. Bovendien is Nederland minder aantrekkelijk als locatie voor de hoofdkantoren van internationale ondernemingen. Onze tarieven liggen boven het EU gemiddelde en onze fiscale faciliteiten zijn slechter dan in andere EU-lidstaten.

Europese regels zorgen voor een level-playing field, maar koppen op Europees beleid (‘goldplating’) verzwakt de concurrentiekracht van Nederland en moet voorkomen en teruggedraaid worden.  Koester de fundamenten van het Nederlandse fiscale stelsel. Het Nederlandse fiscale systeem is gebouwd rond de kenmerken van ons land: een relatief klein land met een open economie. Algemene regelingen zoals de fiscale eenheid, de deelnemingsvrijstelling, en het uitgebreide verdragennetwerk zijn tezamen met overlegvormen met de belastingdienst, gebaseerd op transparantie, respect, en vertrouwen, fundamenten van het Nederlandse fiscale landschap.  Moedig investeringen in innovatie aan door fiscale ondersteuning van private investeringen in R&D door een stabiel en stevig duo van WBO en Innovatiebox. In dit kader is ook de 30%regeling essentieel om voldoende internationaal kennistalent aan te trekken (zowel bij onderzoeksinstellingen als bij bedrijven).

2.

Strategisch industriebeleid – opstellen sectoragenda's voor specifieke sectoren  De (exporterende) industrie staat aan de basis van ons verdienvermogen en onze economische weerbaarheid. Andere machtsblokken (VS en China) voeren onvervalste machtspolitiek t.a.v. technologie (o.a. voor halfgeleiders) en kritieke grondstoffen. Ook staat de WTO als onafhankelijke scheidsrechter onder druk en hebben we door COVID geleerd dat een te eenzijdige afhankelijkheid van specifieke waardeketens of landen risicovol is.  Nederland zal - in Europees verband - onafhankelijker moeten worden op terreinen als defensie, kritieke grondstoffen, energie, industrie en technologie. Dit alles zonder dat we als handelsland de voordelen van internationale samenwerking (specialisatie) over boord zetten, maar door te zorgen voor een centrale rol in belangrijke ketens (zogenaamde control points).  Er moet ons daarom veel aan gelegen zijn de industrie en de ecosystemen eromheen in Nederland te houden. De industrie biedt – in regionale innovatieve ecosystemen met kennisinstellingen, start-ups en mkb - met hoog-innovatieve en concurrerende oplossingen bovendien kansen voor de economie van de toekomst.

 Tegelijkertijd staat de industrie voor een aantal opgaven op het terrein van verduurzaming en digitalisering bijvoorbeeld, maar ook op het gebied van economische veiligheid in het steeds guurdere geopolitiek klimaat met groeiende handelsbelemmeringen en marktverstoringen.  Het is daarom van belang dat Nederland volop doorzet met de uitvoering van de verdere verduurzaming van onze maakindustrie. Als we de miljarden euro’s aan groene investeringen die klaar staan niet naar ons toehalen, zal de productie (met bijbehorende werkgelegenheid, kennis en CO2-uitstoot) langzaam uit Nederland verdwijnen en verschuiven naar andere landen. Van belang is dat de aanpak gericht op maatwerkafspraken en 6 industrieclusters in het NPVI doorgaat, de toezegde middelen in het Klimaatfonds omgezet worden in concrete instrumenten, knelpunten rond infrastructuur in stroomnet en afvang en opslag van CO2 opgelost worden, en de productie van schone energie zoals wind op zee, kernenergie, waterstof en aardgas op zee verder opgeschaald worden. Ook moet er een oplossing komen voor steeds verder oplopende kosten van het stroomnet, die een steeds grotere rem zet op investeringen in Nederland en activiteiten hier op achterstand zetten in vergelijking met onze buurlanden waar deze kosten lager zijn.

1

Ook is van belang dat we pro-actief strategisch industriebeleid voeren, gericht op het ondersteunen van een aantal specifieke sectoren. Naar analogie van de agenda voor de maritieme maakindustrie moeten sectoragenda’s opgesteld worden, gericht op de verduurzaming, digitale transformatie én (Europese) strategische autonomie met de opbouw van control points in internationale waardeketens. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de defensie-industrie, de micro-electronica-industrie en de ruimtevaartindustrie.

3.

Focus op kennis, technologie-ontwikkeling en innovatie  Technologie-ontwikkeling en innovatie staat aan de basis van het concurrentievermogen van het Nederlands bedrijfsleven en daarmee van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Op tal van terreinen raakt Europa (en Nederland) steeds meer in de wereldwijde technologische achterhoede. Dit maakt onze economie kwetsbaar. Daarom moet Nederland een stevig Technologie- en Innovatiebeleid voeren dat bestaat uit:  Nieuw elan voor het Topsectorenbeleid met focus op de kánsen voor Nederland van innovatie, opschaling en internationale samenwerking. Deze focus wordt onderstreept door de uitrol van de Technologiestrategie en focus op internationale (groei-)markten. Het Innovatiebeleid moet zich richten op het (door-)ontwikkelen van technologie én het toepassen en opschalen van technologie en innovatie (valorisatie) met het oog op het verdienvermogen van de Nederlandse economie.  Deze focus moet leiden tot een vereenvoudiging van het huidige beleid, mét behoud van de unieke publiek-private (en vaak ook cross-sectorale) samenwerking die leidt tot sterke innovatieve ecosystemen.  Behoud van de grootschalige investeringen van het Nationaal Groeifonds: om internationaal concurrerend technologie- en innovatiebeleid te voeren én daarmee het (o.a.

internationaal) talent aan te kunnen trekken wat hiervoor nodig is zijn grootschalige ambitieuze programma’s nodig. Vooralsnog biedt alleen het Groeifonds middelen van een dergelijke omvang.  Tenslotte is een excellente academische kennisbasis (incl. Hogescholen) van groot belang. Zowel voor de fundamenteel nieuwe kennis en ideeën, als voor de opleiding van talent. Hierbij is het wel van belang dat het aandeel van de R&D uitgaven van Nederlandse kennisinstellingen voor bèta en techniek stijgen naar het gemiddelde van ons omringende landen.

4.

Vergroot inzet op valorisatie en opschaling De kennis die in Nederland bij kennisinstellingen en bedrijven wordt ontwikkeld is van hoge kwaliteit en valorisatie daarvan (omzetten in producten en diensten) ín Nederland is belangrijk voor duurzaam verdienvermogen. Om dit te bevorderen is een aantal zaken van belang:  Behoud van de grootschalige middelen van het Groeifonds. Publiek-private R&D samenwerking vindt plaats in het kader van de Topsectoren én leidt vaak tot heel grootschalige Groeifondsprogramma’s met grote kans op grootschalige impact voor ons duurzame verdienvermogen.  Stabiele Innovatiebox: de recente evaluatie toont aan dat deze regeling ervoor zorgt dat kennisintensieve bedrijven door deze fiscale prikkel juist hier zorgen voor de verdere ontwikkeling en het vermarkten van nieuwe producten en diensten (in plaats van onderzoek hier uitvoeren en productie en vermarkting elders op te zetten). Wel is het verstandig om in te zetten op een breder gebruik van deze regeling door het mkb.  Nederlandse kennisinstellingen zijn internationaal vermaard om het excellente onderzoek; er is ruimschoots “kennis met een hoog valorisatiepotentieel” voorhanden. Het omzetten van deze kennis naar nieuwe bedrijvigheid bij start-ups (die doorgroeien naar scale-ups) is echter nog te weinig vanzelfsprekend.

Dit kost Nederland niet alleen economische groei, maar ook potentiële zeer waardevolle maatschappelijke toepassingen. Om deze problematiek bij de wortel aan te pakken is een ambitieus (groeifonds-)plan ontwikkeld: Deltaplan Valorisatie dat o.a. voorstelt een aantal professionele thematische “impact boosters” te ontwikkelen en een kwaliteitsimpuls voor de KTO’s.

2

5.

Een krachtige aanpak van ruimte voor economie  Voor het vestigingsklimaat moet voldoende ruimte worden gemaakt voor wonen én werken. De urgentie om de bouw van woningen te versnellen is enorm groot. Om tot 2030 één miljoen duurzame woningen te bouwen zijn bovenal meer woningbouwlocaties en snellere vergunningverlening nodig. Naast woningen is ook ruimte voor werk en economie nodig als belangrijk fundament onder de brede welvaart en het verdienvermogen van ons land: bedrijventerreinen bieden 30 procent van de werkgelegenheid en 40 procent van het nationaal inkomen wordt er verdiend.  Wij waarderen daarom dat de overheid met het nationaal programma ‘Ruimte voor economie’ erop aan stuurt dat er voldoende fysieke en milieuruimte blijft voor bedrijven en werklocaties en inzet op toekomstbestendige bedrijventerreinen. De komende jaren is méér (betaalbare) bedrijfsruimte nodig voor werk- en maaklocaties, vanwege de energietransitie, de opkomst van de circulaire economie die méér (milieu)ruimte vraagt en voor bedrijven om te kunnen uitbreiden als ze succesvol zijn. Waardevol is dat het kabinet nu de ruimte hiervoor wil reserveren en aangeeft dat in 2050 circa 3 procent van ons land nodig zal zijn voor economie, werk en ondernemers.

Daarbij ondersteunen wij het doel van het kabinet om elk jaar 700 hectare bedrijventerrein toe te voegen – zodat het grote landelijke tekort tot 2030 van minimaal 7.000 hectare kan verminderen.  Het is nu zaak om tot krachtige uitvoering te komen van het nationaal programma Ruimte voor Economie, waarbij de rijksoverheid de regie pakt, heldere doelen stelt, afspraken maakt en ruimte reserveert die nodig is voor werk en voor de economie van morgen. Daarvoor is het nodig om de trend te keren: want bedrijventerreinen staan onder grote druk, onder meer door het tekort aan woningbouwlocaties, die bedrijfsactiviteiten dreigen te verdrukken. Een landelijke aanpak van ruimte voor economie én goede en intensieve samenwerking met bedrijfsleven, provincies en gemeenten is nodig. Ruimte voor werk en economie moet daarom worden gewaarborgd in het ruimtelijk beleid – in eerste instantie door doelen en instrumenten voor ruimte voor economie vast te leggen in de Nota Ruimte en in ruimtelijke afspraken met provincies en door krachtige uitvoeringsprogrammma’s die zorgen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Daaraan kan een komend kabinet bijdragen door te zorgen dat er regionale vestigingsfondsen worden opgezet, zodat geïnvesteerd kan worden in intensivering en clustering en verplaatsing van (maak)bedrijven.

6. Bereikbaarheid als randvoorwaarde voor het ondernemingsklimaat Voor een bereikbaar Nederland én als logistiek centrum voor Europa is een robuuste infrastructuur voor personen- en goederenvervoer over weg, spoor en water en door de lucht essentieel. Momenteel wordt door onder andere de stikstofklem alleen geïnvesteerd in instandhouding en niet in uitbreiding van onze infrastructuur. Dat is onhoudbaar, gegeven de groei van ons land. De volgende zaken zijn in dit kader van bijzonder belang:  Uitvoering MIRT en aanpakken knelpunten, zoals de A1 (van belang voor Regio Foodvalley) en de verbreding van de A2 en de A58 (van belang voor de Brainport-regio). Ook zijn vervolgstappen nodig in de ontwikkeling van de UAD-spoorcorridor (Utrecht-Arnhem-Duitse grens) om de Randstad duurzamer te verbinden met het Rijn-Ruhrgebied.  Het verbindingennetwerk van Schiphol met de wereld en alle grote economische centra is essentieel voor onze open en kleine economie. Behoud deze internationale knooppuntpositie waarbij krimp geen doel op zich is, maar wel emissiereductie en vermindering van geluidshinder. Voorzie de havens van o.a. Rotterdam en Amsterdam van duurzame ontwikkeling van achterlandverbindingen door digitalisering van logistieke processen en investeringen in weg-, water- en spoorinfrastructuur, met aandacht voor het mitigeren van overlast voor de omgeving.  Maak de Lelylijn mogelijk.

De aanleg van de Lelylijn is een oplossing voor de toenemende woningnood en de groeiende economische ongelijkheid en zal de leefbaarheid in de regio's aanzienlijk verbeteren. Uit eerdere onderzoeken (2021) is met een investering van ongeveer 6 miljard euro een rendabele en kosteneffectieve oplossing voor betere verbindingen van en naar het noorden mogelijk. De afgelopen kabinetsperiode is hier al 3 miljard voor gereserveerd. Dat een toekomstig kabinet in 2024 de ontbrekende financiën op tafel legt om de spoorlijndaadwerkelijk mogelijk te maken ligt daarom voor de hand.  Tegelijkertijd willen we mobiliteit verduurzamen en zorgen voor aantrekkelijk openbaar vervoer en personenvervoer, op een manier die uitvoerbaar, haalbaar en betaalbaar is voor burgers en bedrijven. Dat vraagt onder meer om een slim meerjarig stimulerings- en belastingbeleid voor (duurzame) personen-, bestel- en vrachtauto’s en een dekkende laadinfrastructuur.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ee1ab53a-3510-4c3e-a32c-f15bfb2d1074