4. Bijlage met de gemaakte bestuurlijke afspraken tussen Rijk en VNG
Tekst van het document
2 juni 2021
Afspraken RIJK-VNG 2022 In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover de onderstaande afspraken gemaakt. 1. Het oordeel van de Commissie van Wijzen (CvW) is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Het oordeel onderstreept de grote, gezamenlijke opgave om het jeugdstelsel beter te beheersen en te verbeteren. 2. Het Rijk verwerkt een bedrag van 1.314 mln voor het jaar 2022 in de Miljoenennota 2022. Dit is opgebouwd uit: a. Het tekort in beeld gebracht door AEF vermeerderd met de toepasselijke accrespercentages (€ 1,9 mld). De 1,9 mld is verminderd met een correctie voor het accres over incidentele middelen 2019-2022 en het eerder voor 2022 toegezegde budget ad 300 mln. Daarmee is de basis voor 2022 een bedrag € 1.528 mln. b. Het bedrag van € 1.528 mln wordt verminderd met de maatregelen uit de tabel 1 van de Commissie van Wijzen waarvoor voor 2022 een bedrag is ingeboekt. Deze zijn normatief becijferd voor 2022 op € 214 mln (tabel 1 van de Commissie van Wijzen). Aldus stelt het Rijk voor 2022 € 1.314 mln extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie, waarbij Rijk en gemeenten zich committeren aan de afspraken onder 3 t/m 8. Zie ook de tabel in de bijlage bij deze afspraken. 3.
Het Rijk geeft hierover op korte termijn helderheid aan gemeenten zodat het mee kan lopen in hun begrotingscyclus en inkoop 2022. Meer concreet: a. Als het besluit officieel genomen is in het bestuurlijke overleg, wordt middels een brief aan de Kamer aangekondigd dat de budgettaire verwerking geschiedt bij Miljoenennota. b. Komende weken vindt tussen Rijk en gemeenten besluitvorming plaats over de wijze van uitkeren en verdeling van € 1.314 mln. Vervolgens zullen de fondsbeheerder of de staatssecretaris van VWS vooruitlopend op de Miljoenennota 2022 de Tweede Kamer en de gemeenten informeren over de wijze van uitkeren en verdeling (een indicatie). 4. De VNG, namens alle gemeenten, committeert zich eraan dat de afslag van 214 mln in 2022 wordt gerealiseerd door de invulling van de betreffende set van maatregelen binnen bestaande wetgeving, uitgaande van tabel 1 in de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Overigens zijn recentelijk (april 2021) over een groot deel van deze maatregelen al afspraken gemaakt, in het bijzonder het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Het Rijk zal gemeenten bestuurlijk ondersteunen, indien nodig, met aanpassingen in lagere regelgeving. 5.
Vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet committeren het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen, zich eraan om te komen tot een Hervormingsagenda. Deze Hervormingsagenda omvat zowel het afspraken maken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten. Streven is dat deze agenda uiterlijk 1 januari 2022 definitief wordt vastgesteld, waarbij in het bijzonder maatregelen die gevolgen hebben voor het stelsel en hun financiële consequenties al eerder beschikbaar kunnen zijn voor de formatie. 6. Deze Hervormingsagenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. De besluitvorming van het nieuwe kabinet over de structurele bekostiging van gemeenten is voor de VNG randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de Hervormingsagenda. 7. Om deze Hervormingsagenda een succes te laten worden committeren de VNG, namens alle gemeenten, en het Rijk zich aan de volgende uitgangspunten: (a) De Hervormingsagenda behelst een pakket aan maatregelen en een financieel kader waaraan partijen zich committeren, vanuit het principe van gedeelde en te onderscheiden 1
2 juni 2021
verantwoordelijkheden. Partijen zetten zich daadwerkelijk en gedegen in om vanuit hun primaire verantwoordelijkheid om (clusters van) maatregelen en bijbehorende besparingen te realiseren. Beide partijen zijn gecommitteerd om binnen hun verantwoordelijkheid maximaal financieel resultaat te realiseren bij het nemen en uitvoeren van de maatregelen. (b) Partijen zullen als onderdeel van de Hervormingsagenda, met inachtneming van het oordeel van de Commissie van Wijzen, nadere afspraken maken over hoe de inspanningen, maatregelen en financiële effecten te monitoren en te evalueren en wat te doen als uitgaven zich anders ontwikkelen dan vooraf ingeschat. Het niet realiseren van beoogde besparingen betekent niet dat het Rijk het verschil automatisch compenseert. (c) De Hervormingsagenda moet leiden tot minder kinderen in jeugdzorg en betere zorg voor jeugdigen die dat echt nodig hebben, door het vergroten respectievelijk benutten van inzicht in effectiviteit en door een scherpere afbakening van de (feitelijke) reikwijdte. (d) Versteviging van de uitvoeringskracht van gemeenten, onder andere in de vorm van (boven)regionale samenwerking of landelijke afspraken. VNG is bereid dit actief te ondersteunen, stimuleren en daarop (bij) te sturen. T.a.v. de regionalisering is ook al een wetsvoorstel in voorbereiding dat hieraan bijdraagt.
(e) Gemeenten en Rijk nemen maatregelen voor een betere kwantitatieve informatievoorziening/data, zodat tijdig inzicht verschaft kan worden op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau in data rondom o.a. gebruik van de jeugdzorg, de uitgaven aan jeugdzorg, wachttijden en behandelduur. (f) Actief leren, vergelijken en verbeteren (veranderopgave) en een monitoring op basis van goede data vormen twee belangrijke bouwstenen bij de uitvoering van de Agenda. 8. Het Rijk en de VNG geven in gezamenlijkheid en vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid sturing aan het opstellen van de Hervormingsagenda, alsmede de uitvoering daarvan. Dit gebeurt samen met andere relevante partijen, in het bijzonder zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties, toezichthouders. Ook ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd.
2