4. Aangescherpte afspraken Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp 2023-2026
Tekst van het document
Samen voor de toekomst van Zwolle Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp (deel 2) 2023 – 2026 Tussentijdse bijstelling december 2024
Inhoud 1. Gemeenschappelijke missie en visie 2. Onze ambitie en doelen 3. Leidende principes 4. Afspraken 4.1 Nieuwe aanpakken en projecten 4.2 Bestaand beleid 4.3 Doen we de goede dingen, doen we de dingen goed? 4.4 Verantwoordelijkheden en (bij)sturing 4.5 Financiën Bijlage 1: bestaand beleid Bijlage 2: gebruikte afkortingen
1
1. Gemeenschappelijke missie en visie Onderwijs en gemeente willen in Zwolle, vanuit verschillende wettelijke opdrachten, gezamenlijk werken aan de maatschappelijke opgaven op het gebied van onderwijs en jeugd. Samen streven we naar een meer inclusieve samenleving door inclusiever onderwijs en een gezamenlijke focus op zo normaal mogelijk meedoen in de samenleving. Dat wil zeggen dat het onderwijs met al haar inzet bijdraagt aan het verminderen van het aantal leerlingen dat specialistische jeugdhulp nodig heeft en dat de gemeente met al haar inzet bijdraagt aan het verminderen van instroom in specialistische vormen van onderwijs. En ook het beter afstemmen van gemeentelijk gefinancierd aanbod op onderwijs en vice versa waardoor onderwijs en gemeente samen meerwaarde realiseren voor kinderen, jongeren en ouders in Zwolle. Met als doel: zo normaal mogelijke oplossingen vinden voor ervaren problemen, zo dicht mogelijk bij de normale leefomgeving van kinderen, jongeren en ouders. Bij een onverminderd hoge druk op speciaal onderwijs en op specialistische ondersteuning/jeugdhulp is die focus heel hard nodig om ervoor te zorgen dat die vormen van onderwijs en ondersteuning beschikbaar blijven voor kinderen en jongeren die dit écht nodig hebben.
Strategische onderwijsagenda – onze missie Met dit geactualiseerde deel 2 van de Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp geven we mee uitvoering aan de opgave om alle kinderen en jongeren een doorlopende, flexibele leerlijn te bieden en kinderen en jongeren te ondersteunen bi opgroeien en ontwikkelen en ouders bij opvoeden. We dragen zo bij aan een geslaagde onderwijsloopbaan voor iedereen. We dragen daarmee bij aan de drie thema’s die schoolbesturen en gemeente hebben benoemd in de Strategische Onderwijsagenda 2022-2026: A. Optimale ontwikkelingskansen; B. Een passende onderwijsplek; C. Een positief sociaal opgroei klimaat. Om integraal te kunnen sturen, nemen we alle afspraken uit dit deel 2 op in de uitvoeringsagenda van de Strategische Onderwijsagenda onder thema B: ‘Een passende onderwijsplek’. Voor meer info: strategische-onderwijsagenda-2022-2026.pdf (zwolle.nl)
2. Onze ambitie en doelen Voor de periode 2023-2026 betekent dat concreet: 1. Onderwijs en gemeente werken in de praktijk, beleidsmatig en bestuurlijk aan gezamenlijke doelen passend bij de visie uit deel 1: gericht op zo normaal mogelijke oplossingen voor ervaren problemen, zo dicht mogelijk bij de leefomgeving waarin 2
problemen zich voordoen, waarbij onnodig beroep op specialistische hulp of onderwijs wordt voorkomen; 2. In 2026 zijn er aantoonbaar meer kinderen/jongeren die binnen het regulier onderwijs en zonder ondersteuning op school vanuit gespecialiseerde jeugdhulp functioneren dan in 2021; 3. In 2026 vormen de ondersteuningsteams (OT) de spil in alle scholen als het gaat om meer preventief werken, aanspreekpunt voor ouders, leraren en jongeren als het gaat om welbevinden en functioneren op school in verbinding met thuis. De OT zijn verder ontwikkeld op het gebied van expertise, extra functies zijn beschikbaar voor het OT, gericht op het vinden en bieden van zo normaal mogelijke oplossingen, zo dichtbij mogelijk; 4. Gemeenten en onderwijs hebben overeenstemming aan welke kwaliteitseisen sociale basis, gespecialiseerde zorg en onderwijs moeten voldoen als zij met elkaar samenwerken rondom kind, jongere en gezin. Een gerichtheid op het bieden van ontwikkelingskansen door deelname aan onderwijs is daarbij leidend, inzet vanuit sociaal domein/jeugdhulp ondersteunend. Gemeenten en onderwijs maken naar elkaar expliciet wat wel en wat niet kan vanuit respectievelijk wet- en regelgeving voor (speciaal) onderwijs en sociaal domein/jeugdhulp.
Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp – ons gezamenlijke doel Alle kinderen in Zwolle kunnen veilig en gezond opgroeien en zich positief ontwikkelen. Kinderen en jongeren en hun ouders werken zoveel mogelijk in een gewone setting (met name gezin en school) aan ontwikkeling, meedoen en welbevinden. Een ononderbroken schoolloopbaan is daarbij van groot belang. Als dit om welke reden dan ook niet lukt, organiseren we passende ondersteuning waardoor de draagkracht en het oplossingsvermogen van leerling, gezin en school en/of andere omgevingen waarin kinderen actief zijn zodanig versterkt worden dat er een positief opvoedklimaat ontstaat voor alle kinderen en tegelijk de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp zo licht is als kan en zo zwaar als nodig. Daarbij werken we met goede verbindingen tussen een kind in zijn/haar gezin, op school en/of andere plekken en sluiten we aan bij de eigen kracht van kinderen, gezinnen en scholen om opgroeien en opvoeden van alle kinderen optimaal te laten verlopen. Daarvoor brengen we onderwijs en jeugdhulp dichter bij elkaar, werken we aan nieuwe samenwerkingsvormen en betere vormen van ondersteuning om het (speciaal) onderwijs én jeugdhulp zo effectief en efficiënt mogelijk hun taken te laten vervullen in aanvulling op de inzet van ouders en andere medeopvoeders.
Voor meer info: Microsoft Word - Deel 1 Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp def.docx (zwolle.nl)
3
3. Leidende principes Aan de afspraken in deze agenda liggen volgende overtuigingen ten grondslag: ▪ Het gaat altijd om het stimuleren van: meedoen, ontwikkeling en welbevinden, waarbij er steeds wisselwerking is tussen de ontwikkeling van een kind en zijn of haar omgeving. Die kan (mede) oorzaak van problemen zijn, maar ook de sleutel voor de oplossing. We kijken daarom niet alleen naar het individuele kind, maar altijd ook naar de context; ▪ Onderwijs bereidt voor op een bestaan in onze samenleving. Zo normaal en zo regulier mogelijk onderwijs draagt daar – zeker op langere termijn – het meest aan bij. Ook voor de omgang met andere dan leer- of onderwijsproblemen geldt dat ‘normaliseren’ bijdraagt aan duurzame oplossingen om kinderen, jongeren en ouders ervaren problemen te verminderen of daar beter mee te leren omgaan. ▪ Door onderwijs en ondersteuning zo thuisnabij mogelijk te organiseren, bevorderen we een optimale wisselwerking tussen kind, jongeren en omgeving. Kinderen, jongeren en ouders, professionals in onderwijs en jeugdhulp werken in een goed functionerende driehoek aan gezamenlijke doelen; ▪ Bij ervaren problemen halen we kinderen, jongeren en ouders niet uit hun omgeving (thuis, school), maar halen we ondersteuning naar die omgeving zodat ze daar kunnen blijven functioneren.
Door dit te doen via gezamenlijke routes van afstemming en communicatie, vergroten we de kansen op succes; ▪ Door gezamenlijke afwegingen te maken, vergroten we inzicht in de aard en de omvang van problemen en de kans op een effectieve aanpak. Dit levert niet alleen meerwaarde op voor direct betrokkenen. Voor onderwijs en gemeente draagt dit eraan bij om onnodig beroep op specialistische ondersteuning vanuit passend onderwijs en jeugdhulp te voorkomen. Daarmee blijft die hulp beschikbaar voor wie dit echt nodig heeft en voor onderwijs en gemeente financieel houdbaar. De benodigde bewegingen: van… => naar… A. Van apart naar gewoon We kijken niet naar wat leerlingen mankeert, maar naar wat ze wél kunnen en wat ze nodig hebben om mee te doen in de samenleving. We hebben oog voor talent in plaats van de beperking. Maar dit betekent ook letterlijk dat we mensen niet apart gaan ondersteunen. We gebruiken juist de eigen omgeving om tot oplossingen te komen om weer mee te doen. We gaan ervan uit dat iedereen ertoe doet en iets te geven heeft. Beoogde effecten: - Bandbreedte van wat wij normaal vinden vergroten - Van achteraf oplossen naar voorkómen - Meer ambulante ondersteuning in plaats van specialistische ondersteuning elders - Meer ondersteuning in het dagelijks (school)leven, minder op een aparte plek - Afname van onnodig zware en individuele zorg
4
Goed voorbeeld: THINK op school. B. Van deelprobleem naar totaaloplossing We hebben oog voor de vraag achter de vraag. We lossen niet alleen een deelprobleem op maar kijken ook naar wat er speelt op de andere leefgebieden. Vervolgens maken we één plan, stellen we prioriteiten en werken we samen met de inwoner, zijn netwerk en eventueel met partners aan oplossingen. Beoogde effecten: - We hebben alle leefgebieden in beeld en lossen meerdere problemen van de persoon in samenhang op. - Door een gerichte totaalaanpak is er minder stapeling van losse hulp en voorzieningen. Goed voorbeeld: Ondersteuningsteams op scholen. C. Van zorgen voor naar zorgen dat We betrekken veel meer de persoon en zijn sociale omgeving. Bij kinderen en jongeren zijn de ouders regievoerder en onderdeel van het behandelteam. We bedenken niet op voorhand wat de ander nodig heeft, maar bevragen dat en sluiten aan bij de persoonlijke behoefte. Zo zorgen we ervoor dat de ander zelf weer aan het roer komt of aan het roer blijft, vanuit een gelijkwaardige benadering. Beoogde effecten: - Verschuiving van regie bij de zorg naar regie bij leerling en ouders (en zijn/haar omgeving). - Verschuiving van aanbodgericht werken naar vraaggericht werken. - Leerling en ouders voelen zich meer serieus genomen en ervaren meer eigen regie. Goed voorbeeld: Samenwerking Impacter en scholen voortgezet onderwijs D.
Van individuele zorg naar samenbrengen van vragen Door slimme verbindingen zorgen dat vragen die nu individueel invulling krijgen, meer in groepen worden beantwoord. Dat is nog steeds maatwerk, maar dan met de bonus van de wisselwerking met de groep. Want deelnemers kunnen elkaar versterken en doen wellicht nieuwe sociale contacten op. Beoogde effecten: - Meer vragen worden in groepen beantwoord. - Verschuiving van aanbodgericht werken naar vraaggericht werken. - Versterken van onderlinge zorg (deelnemers helpen elkaar). Goed voorbeeld: Praktijkklas Ambelt
Meer informatie: Zwolse visie op zorg en welzijn | Gemeente Zwolle
5
4. Afspraken 4.1 Nieuwe aanpakken en projecten In de periode 2022-2026 realiseren we (samen met het samenwerkingsverband passend onderwijs) de volgende aanpakken die wij als veelbelovend beoordelen. OT ontwikkeling Zwolle Opvoeden, opgroeien en onderwijs zijn mensenwerk. Ouders, jeugdigen en mensen werkzaam in onderwijs en sociaal domein zijn, als mens, het instrument om onze ambities met en voor ouders en jeugdigen waar te maken. Anders organiseren, invoeren van nieuwe aanpakken of methodieken of andere werkafspraken zijn niet voldoende. Investeren in mensen en vooral in samenwerking daartussen is noodzakelijk voor een duurzaam resultaat. ‘It takes a village to raise a child’ is geen loze kreet. Dit raakt ook de samenwerking tussen school en gemeente in het ondersteuningsteam op school en de wisselwerking met andere partners. We zien daarbij twee opgaven: ▪ Het steeds meer creëren van een gezamenlijke taal over en perspectief op de normale ontwikkeling van kinderen en jongeren met ‘opvoeders’ in verschillende leefwerelden van een kind. Dit vereist ‘leren normaliseren’en gesprek over het aanvullend zijn van ieders bijdrage.
Met de onderzoeken van de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd naar de betekenis van ‘normaliseren’ in de praktijk van ouders, leerlingen en betrokken professionals in onderwijs, jeugdgezondheidszorg en lokale toegangen is afgelopen jaren een stevige basis gelegd. We benutten de opgebouwde kennis en inzichten om de samenwerking in de OT en – breder – in scholen te versterken. ▪ ‘Onbekend maakt onbemind’. Mensen bij elkaar brengen is nodig om de visie uit deel 1 Ontwikkelagenda bij iedereen tussen de oren te krijgen en te vertalen naar nieuwe praktijken. Juist omdat het geheel van ontwikkelingsmogelijkheden dat gezin, jeugdvoorzieningen en verdere leefomgeving samen bieden, bepalend is voor een positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren. Wat we ieder voor zich en samen voor kinderen, jongeren en ouders doen, kan bijdragen aan ontwikkelen, meedoen en welbevinden of dit juist in de weg staan. Het OT voert regie op het bijschakelen van specialistische partners in het netwerk rondom kind, jongeren en ouders wanneer dit ertoe doet. We houden de OT dus klein en slagvaardig, maar bezien wat nodig is om dit ‘schakelen’ ten behoeve van gezamenlijke afwegingen te versterken en de kracht van specialistische partners als Leerplicht en jeugdarts in casuïstiek optimaal te benutten. Wij spreken af: 1.
We verbinden de aanpak van de proeftuin Samenspel in de wijk en het programma Samen voor een stevige basis met elkaar. Dat wil zeggen: we blijven werken aan voor leerlingen en ouders helpende verbindingen tussen passend onderwijs en jeugdhulp/sociaal domein a la Samen voor een stevige basis en doen dat vooral door versterking van een systeemgerichte aanpak a la Samenspel in de wijk. Bedoeling: 6
samen leren van vragen die in de scholen en/of thuis opkomen en van de aanpak daarvan (‘wat werkt, wat werkt niet’). Met focus op de visie: zo normaal mogelijk, zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van leerlingen en ouders. We sluiten daarbij voor het basisonderwijs aan op de inzet van Samenwerkingsverband Hanzeland Primair Onderwijs Zwolle om meer gebiedsgericht te werken aan passend onderwijs. Binnen het cluster Zwolle is OT ontwikkeling in de vijf netwerken een thema. In dit kader verkennen we ook de mogelijkheden om de samenwerking tussen OT op de scholen verder te ontwikkelen (‘wijk OT’) en te verbinden met de ontwikkeling van OT 04 jaar in de opvang. Voor het voortgezet onderwijs sluiten we aan op de ontwikkelrichting van Samenwerkingsverband Hanzeland om via een lokale netwerkkring Zwolle te werken aan passend onderwijs, waarbij besluiten over daadwerkelijke inzet passend onderwijs op school(bestuur) niveau worden genomen. We streven ernaar om alle OT VO in staat te stellen in de periode 2024-2026 een basistraining systeemgericht werken te volgen, te beginnen met vier OT (een van elk van de vier schoolbesturen VO) in schooljaar 2024-2025. 2. Ouders zijn onderdeel van het proces als de situatie en ontwikkeling van hun kind in een OT wordt besproken. De beweging naar meer inclusief onderwijs vraagt ook veel van hen.
Kern van de ondersteuningsbehoefte is in veel gevallen ‘omgaan met soms heel moeilijk gedrag’. Hoe blijven we als onderwijs en gemeente samen in relatie met ouders? Hoe kunnen we samen de ‘community’ rondom klas, leerlingen, ouders en school versterken? We starten in 2025 met een werksessie samenspel onderwijs en gemeente rondom hoogbegaafde kinderen en jongeren, een veel genoemd thema in de verschillende netwerken van SWV Hanzeland PO. Aan de hand daarvan bekijken hoe we verder willen werken aan het thema samenwerking met ouders en kinderen, ook in het licht van aangekondigde aanscherping van onderwijswetgeving op dit punt. 3. We ook bij de Ambelt en de Twijn gaan werken met een OT conform de uitgangspunten die gelden voor de OT in het regulier onderwijs. Invoering vindt gefaseerd plaats in de periode 2023-2026. Zo bevorderen we een gelijke manier van samenwerken in hele onderwijsketen, samen bewegen naar meer 'normaliseren' en werken aan blijven 'includeren'. 4. In alle OT’s periodiek wordt gesproken over verzuim, over verwijzingen naar specialistische zorg en over verwijzingen naar Speciaal Onderwijs. Daarbij worden in elk geval Leerplicht/RMC en GGD/Jeugdarts betrokken. Afstemming met deze partners is al onderdeel van de bestaande samenwerking. We verankeren dit nu door dit vanaf 2025 in alle OT’s minimaal één keer per jaar te doen. 5.
In samenspraak met de coördinatoren passend onderwijs (PO en VO) stelt de gemeente in 2025 een richtlijn op voor ondersteuningsteams, waarin de relatie tussen passend onderwijs en sociaal domein/jeugdhulp wordt verduidelijkt. Hiermee komen we tegemoet aan de behoefte van medewerkers in de uitvoering bij zowel onderwijs als gemeente. Arrangeren rondom leren De samenwerking in de praktijkklas bij de Ambelt heeft laten zien dat samen optrekken in onderwijs en maatschappelijke ondersteuning voor een kleine groep leerlingen het 7
verschil kan maken waardoor ze zich binnen het (speciaal) onderwijs kunnen blijven ontwikkelen. Ook door inzet van vormen van ‘buitenschools leren’ kunnen we voorkomen dat leerlingen uitvallen, maar kunnen blijven leren aansluitend bij hun talenten en ambities. We ontwikkelen daarom rond specifieke groepen of delen van het onderwijs arrangementen waarin onderwijs en sociaal domein kinderen, jongeren en/of ouders samenwerken aan ontwikkeling, meedoen en welbevinden van kinderen en jongeren. We spreken af: 6. Onderwijs en gemeente Zwolle ontwikkelen samen met scholen Speciaal Onderwijs, Samenwerkingsverband Hanzeland en gemeenten in de regio collectieve onderwijs-zorg-arrangementen rondom groepen leerlingen met een verhoogde kwetsbaarheid om uit te vallen. We zetten dan geen individuele jeugdhulptrajecten op school en onder schooltijd meer in, tenzij het OT dit (tijdelijk) noodzakelijk acht. Met als inzet: hoe laten we specialismen vanuit passend onderwijs en sociaal domein/jeugdhulp meerwaarde toevoegen op de (basis)ondersteuning in onderwijs waardoor we op school kunnen werken aan onderwijs- en jeugdhulpdoelen en tegelijk de thuissituatie ontlast wordt? 7. We continueren het programma Samen voor een stevige basis tot en met schooljaar 2024-2025.
We benutten de lessen die we hierin leren om breed in het regulier onderwijs ondersteuningsvragen zo normaal mogelijk en zo dichtbij mogelijk op te lossen. In 2024 evalueren we het programma als geheel en nemen we een nieuw besluit voor schooljaar 2025-2026 en verder. Op basis daarvan sturen we in 2025 de afspraken met scholen en met betrokken partners in de sociale basis bij. 8. Voor het basisonderwijs gaan we passend onderwijs en jeugdhulp/sociaal domein meer gebiedsgericht organiseren en verbinden. We sluiten aan bij de nieuwe organisatie van SWV Hanzeland Primair Onderwijs waarin Zwolle één werkgebied is, met wijkgericht (samen)werken als inzet voor onderwijs en voor de inzet van Expertisecentra passend onderwijs. Voor het Voortgezet Onderwijs bereiden we afspraken voor in de nieuwe netwerkkring van SWV Hanzeland Voortgezet Onderwijs die we kunnen vertalen naar afspraken op schoolniveau. 9. We zetten in op het organiseren van aandacht en nabijheid voor leerlingen met angstklachten in reguliere VO scholen. We gebruiken de expertise in VO én SO om dit te realiseren en verwijzen voor deze problematiek niet langer naar Speciaal Onderwijs. De LINK klassen zijn dan op termijn als specifieke voorziening in het SO niet meer nodig en kunnen geleidelijk worden afgebouwd. 10.
Gemeente Zwolle maakt in de aanloop naar nieuwe afspraken voor de periode 2027 en verder voor de schoolbesturen duidelijk welke vormen van jeugdhulp niet nodig zijn of niet werken. Gemeente maakt daarbij onder meer gebruik van de lessen die geleerd worden in de Proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk en bijlage XIII van het inkoopdocument Jeugdregio IJsselland (inzake de afbakening van wat we in Jeugdregio IJsselland wel en niet inkopen als specialistische jeugdhulp). Gemeente en scholen geven elkaar daarnaast inzicht in het feitelijk beroep op jeugdhulp respectievelijk ondersteuning passend onderwijs. 8
Aanpak jonge kind Passend onderwijs is formeel aan de orde als een kind naar school gaat. Dan krijgt ook het Samenwerkingsverband een rol voor verwijzingen naar Speciaal Onderwijs. Jeugdhulp kan ook daarvoor al aan de orde zijn. Inzet van vormen van ondersteuning en zorg voor jonge kinderen – zelfs al voor ze naar school gaan – werkt vaak door naar het scholen in de Voortgezet Onderwijs. Wie als kind is doorverwezen vanuit basisonderwijs – vaak al oude ‘onder-instroom’ van 4 en 5 jarigen – is niet zelden doorverwezen voor de hele onderwijsloopbaan. 60% van de leerlingeninstroom in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) is ‘onder-instroom’ (vanuit SBO of SO), 40% zijinstroom (vanuit regulier VO). Vroege verwijzingen stellen scholen en met name V(S)O scholen daarmee voor een voldongen feit. We spreken af: 11. Gemeente sluit aan bij de verdere ontwikkeling in Samenwerkingsverband passend onderwijs Hanzeland Primair Onderwijs. Samen onderzoeken wij hoe onnodige onder-instroom richting (Voortgezet) Speciaal Onderwijs kan worden voorkomen. We betrekken daarbij de ervaringen die zijn opgedaan met inzet van OT 0-4 en inzet van een peuter/kleutergroep. Preventie Er zijn kinderen, jongeren of ouders die op enig moment, voor kortere of langere tijd ondersteuning nodig hebben of scholen die andere expertise nodig hebben dan ze al kunnen bieden.
Dan raken passend onderwijs en sociaal domein/jeugdhulp elkaar direct. Maar gemeente en schoolbesturen willen meer. Wij willen niet alleen op het moment dat een kind meer ondersteuning nodig heeft samenwerken, maar ook al eerder. We spreken af: 12. Opschalen binnen de onderwijsketen gebeurt – volgens ‘de volgende schakel’ in de keten – eigenlijk altijd te laat. Als we dat terug vertalen naar een andere onderwijspraktijk – en dus preventiever werken – wat betekent dat dan? Als de beste vorm van preventie ‘goed school zijn’ is, wat is dat dan concreet? Om tot een antwoord op die vragen te komen, organiseren we in de aanloop naar een nieuwe periode vanaf 2027 voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs gesprekken hierover, waarbij wel ook de kinderopvang betrekken. We betrekken daarbij de resultaten van de programma’s Samen voor een stevige basis, Samenspel in de wijk en de uitkomsten van onderzoek van de Regionale Kennisnetwerk Jeugd IJsselland naar normalisering. 13. Onderwijs en gemeente zetten de integratie van preventie onder schooltijd voort. We zetten in op verdere uitbreiding van de samenwerking tussen THINK op school en VO scholen in Zwolle met als doel jongeren goed leren omgaan met zichzelf, met anderen en met hun omgeving.
Scholen kunnen kiezen voor twee opties: THINK op school door externe trainers óf THINK op school door een train-de-trainer variant waarbij mentoren worden opgeleid en ingezet als THINK trainer, beide met 50/50 financiering school/gemeente voor de uitvoering. Over de incidentele 9
opleidingskosten en gefaseerde invoering bij keuze voor de train-de-trainer variant maken schoolbesturen en gemeente een aparte afspraak. We verbinden THINK op school en ondersteuningsteams beter met elkaar, zodat preventieve inzet en ondersteuning door OT of derde specialistische ondersteuning vanuit onderwijs en/of sociaal domein/jeugdhulp elkaar versterken. We brengen THINK op school en preventiepartners samen in een netwerk om de beweging in co-creatie beter handen en voeten te geven, in verbinding met de scholen. We doen een verkenning naar een vergelijkbare aanpak in groep 7/8 van het basisonderwijs als aanloop naar THINK op school in het Voortgezet Onderwijs. 14. We spreken af dat de gemeente of gemeentelijk gefinancierde partners alleen preventieprogramma’s aanbieden aan scholen in Primair Onderwijs of Voortgezet Onderwijs na afstemming vooraf om daarin effectiever samen te werken. In voorkomende gevallen stemt de gemeente (nieuw) preventie-aanbod af via het overleg met coördinatoren passend onderwijs voor PO en/of voor VO. Perspectief, ook voor nieuwkomers In de samenwerking met het onderwijs keren vraagstukken rondom groepen nieuwkomers regelmatig terug op de agenda.
Met name rondom de Internationale Schakelklas (ISK) voortgezet onderwijs ontbreekt het vaak aan de benodigde ondersteuning bij bijkomende problematiek, terwijl zware problematiek zoals oorlogstrauma’s bij vluchtelingen relatief veel voorkomen. We spreken af: 15. Landstede ISK en gemeente Zwolle starten met een ondersteuningsteam a la de OT in het voortgezet onderwijs bij ISK Zwolle. 4.2 Bestaand beleid Onze ambitie en doelen zijn niet nieuw. In 2017 hebben we die geformuleerd en zijn we gestart om die samen te realiseren. In de afgelopen jaren hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren of die in ontwikkeling zijn, zoals de ondersteuningsteams op basisscholen en scholen voor Voortgezet Onderwijs of de proeftuin dyslexie. In bijlage 1 staan aanpakken waarin onderwijs en gemeente al samenwerken. Evenals onderwerpen waarover de beleidsontwikkeling al in gang was gezet vóór dit nieuwe deel 2 voor de periode 2023-2026 werd vastgesteld. Tot slot zijn er onderwerp waarover we op grond van een wettelijke verplichting nadere afspraken moeten maken. We spreken af: 16. We continueren het beleid als beschreven in bijlage 1. In de loop van de periode 2023-2026 zullen onderdelen worden geëvalueerd en indien nodig worden bijgesteld. 4.3 Doen we de goede dingen, doen we de dingen goed? Ons motto is ‘doen en leren’.
We willen dus weten of we de goede dingen doen en of dat ertoe leidt dat we onze ambitie en doelen verwezenlijken. We willen weten of er werkelijk iets verandert in de goede richting. We proberen daarom in aanpakken en 10
projecten zo SMART mogelijk te formuleren. Maar we realiseren ons ook dat de complexe werkelijkheid van passend onderwijs en jeugdhulp zich niet laat vangen in een beperkt aantal smart geformuleerde doelen. We gaan daarom niet alleen meten, maar ook en vooral samen doen en leren. Dat betekent dat we in de uitvoering en op het niveau van beleid steeds de dialoog voeren over de vraag of dat wat we doen toegevoegde waarde heeft in het licht van onze ambitie en doelen. Om die dialoog te voeren, maken we gebruik van een aantal hulpmiddelen. We spreken af: 17. We onderzoeken met de hogescholen VIAA, Windesheim en KPZ (partners in de Campus Kind en Educatie) op welke wijze we onze monitoring kunnen inrichten en gebruiken. We doen dit op het niveau van de Strategische Onderwijsagenda breed. Eens per twee jaar maken we een trendrapportage met kengetallen en prestatiegegevens met betrekking tot jeugd en passend onderwijs in Zwolle. 18. We benoemen bij ieder project en elke aanpak zo meetbaar mogelijk indicatoren waar we het succes van de aanpak aan kunnen afmeten (Value Cases). 19. We betrekken ouders en jeugdigen bij het gesprek over de effectiviteit van ondersteuning passend onderwijs en sociaal domein/jeugdhulp. 20. We verbinden het overleg over passend onderwijs sterker aan bestaande overleggen over leerplicht en Voortijdig schoolverlaten.
We beginnen met het versterken van de lokale verbindingen in Zwolle. Van daaruit benoemen we verbeterpunten voor de regionale samenwerking van gemeenten rondom RMC/Leerplicht. We betrekken de coördinator van Samenwerkingsverband Hanzeland en de RMC coördinator regio IJssel-Vecht bij deze verkenningen. 4.4 Verantwoordelijkheden en (bij)sturing Wij weten ons gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van ambitie, doelen en afspraken in deze agenda. Deel 1 van de Ontwikkelagenda – visie, doelen en leidende principes – blijft daar voor de periode 2023-2026 de motor van. Dit nieuwe deel 2 – doen en leren – is een dynamisch document om daaraan verder handen en voeten te geven. We willen daarbij onnodige bestuurlijke drukte voorkomen. Tegelijk willen we leren van de ervaringen in de eerste periode waarbij sturing op ontwikkelingen in scholen soms niet sterk genoeg is geweest. Om slagvaardig te kunnen werken, spreken we af: 21. Het gemeenschappelijk overleg (bestuurlijk de LEA, ambtelijk het afstemmingsoverleg) fungeert als opdrachtgever van alle aanpakken die voortkomen uit de Ontwikkelagenda. We maken onderscheid tussen beleidsmatig trekkers (rol bestuurlijk trekkers LEA) en zeggenschap (rol bestuurders scholen en gemeente).
Zo nodig organiseren we een apart bestuurlijk vooroverleg vóór de LEA tussen de schoolbestuurders en de wethouder waarin zij elkaar scherp houden op afspraken en voortgang. Halen we de doelen, maken we samen en ieder voor zich keuzes die helpen om die doelen te realiseren, doen zich onbedoelde en ongewenste effecten voor in beleid en uitvoering en hoe gaan we daarmee om? 11
De schoolbesturen organiseren zelf de lijn van verantwoording tussen bestuur en directies scholen waar de concrete resultaten gerealiseerd moeten worden. 22. Elk thema uit de Strategische Onderwijsagenda 2023-2026 heeft een of meer ‘bestuurlijk trekkers’ vanuit onderwijs en/of gemeente, dus ook deze ontwikkelagenda (thema 2 in de Strategische Onderwijsagenda). Zij zijn verantwoordelijk voor het stimuleren van de voortgang en kwaliteit van ontwerp tot evaluatie. Bestuurlijk trekkers laten zich regelmatig informeren over voortgang en kwaliteit van afgesproken aanpakken, bespreken dit met betrokken bestuurders van scholen en gemeente en informeren periodiek de LEA hierover. 23. Verschillen in ontwikkelingstempo richting meer inclusie zijn inherent aan verschillen in startpositie. Wel verbinden schoolbesturen en gemeente zich opnieuw aan de gedeelde visie en doelen van de Ontwikkelagenda (deel 1). Schoolbesturen en gemeente maken naar elkaar duidelijk welke consequenties ze daaraan verbinden voor hun eigen beleid en organisatie en spreken elkaar daarop aan. 24. Minimaal elke twee jaar bespreken we in de LEA met elkaar of we nog de goede dingen doen en of we de dingen ook nog goed doen. Op basis daarvan stellen we deel 2 bij.
4.5 Financiën In de afgelopen periode is het vaak ingewikkeld gebleken om de beoogde beweging goed te vertalen naar andere inzet van structureel beschikbare financiële middelen. We spreken af: 25. Voor de uitvoering van projecten in het kader van dit akkoord betrekken we in de afweging in ieder geval de gemeentelijke middelen voor opvoedingsondersteuning en jeugdhulp en de onderwijs middelen voor passend onderwijs. We passen de financieringsstromen zoveel mogelijk zo aan dat daarmee de doelen van deze agenda worden gehaald. We vragen het Samenwerkingsverband passend onderwijs advies over de vraag ‘Hoe kunnen de beschikbare financiële middelen voor het stimuleren van inclusie in het regulier passend onderwijs worden gemaximaliseerd?’ 26. Voor de uitvoering van onderdelen van deze agenda kan extra inzet (in capaciteit en/of geld) van onderwijs en/of gemeente nodig zijn die niet of niet op korte termijn kan worden gerealiseerd met beschikbare middelen genoemd onder punt 25. In het LEA overleg maken onderwijs en gemeente in voorkomen gevallen afspraken hoe hiermee om te gaan. 27. Het aflopen van de extra financiering vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is een risico voor de continuïteit van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.
Schoolbesturen en gemeente maken afspraken hoe ze inzet op scholen die aantoonbaar bijdraagt aan de gestelde doelen voor het terugdringen van onnodig beroep op specialistische jeugdhulp en/of vormen van Speciaal Onderwijs na afloop van NPO gaan continueren. 12
Bijlage 1: bestaand beleid Onze ambitie en doelen zijn niet nieuw. We werken al een aantal jaren samen om die te realiseren. In de afgelopen periode hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren. Hieronder staan de bestaande aanpakken waarin onderwijs en gemeente al samenwerking rondom passend onderwijs en jeugdhulp. We zetten die aanpakken voort. We evalueren komende 4 jaar de verschillende onderdelen en stellen indien nodig bij. Er is naast deze aanpakken nog meer beleid gericht op Zwolse jeugdigen en ouders, zoals in het sportbeleid of cultuureducatie. De uitvoering daarvan draagt bij aan de doelen en ambities van deze agenda, maar het beleid hoeft daar niet specifiek op gericht te zijn.
Beleidsonderdeel
Doel
Kern aanpak
Evaluatie
Ondersteuningsteam
Gezamenlijke ‘triage’ met ouders, integrale inzet ondersteuning, benutten kansen preventie en versterken (onderwijs) omgeving
2021
Proeftuin dyslexie
Versterken onderwijs en ondersteuning rondom spellen en technisch lezen, voorkomen onnodig beroep op dyslexiezorg (referentie: landelijke prevalentie) Opvang van jeugdigen met een ondersteuningsbehoefte normaliseren en onnodig beroep dagbesteding jeugdhulp voorkomen.
IB’er/Zorgcoördinator, orthopedagoog en jeugd- en gezinswerker SWT ondersteunen gezamenlijk leerlingen, ouders, leerkrachten en mentoren bij ervaren problematiek en wegen samen af wat nodig is van passend onderwijs of jeugdhulp/sociaal domein In schooljaar 2022/23 en 2023/24 inzet op: - preventie - extra ondersteuning op school - poortwachter
BSO Plus
OZA Praktijkklas (Ambelt)
Kinderen en jongeren de mogelijkheid bieden om naar school te (blijven) gaan, waardoor ze zich kunnen blijven ontwikkelen en onnodig beroep op verblijf in het
De bestaande BSO Plus verder ontwikkelen met als uitgangspunt dat na de zomervakantie van 2023 kinderen op reguliere BSO locaties kunnen verblijven met eventueel extra ondersteuning. De gemeente ondersteunt dit vanuit de sociale basis waardoor een aparte meerkosten vergoeding voor BSO+ niet meer nodig is. Door plaatsing in een praktijkklas (fase 2) met gecombineerde inzet van leerkracht en pedagogisch medewerker onderwijs bieden voor de duur van een jaar met als doel dat leerlingen daarna kunnen aanhaken bij ‘regulier’ Speciaal Onderwijs.
2024
2023
13
THINK op school
Marietje Kessels
kader van jeugdhulp wordt voorkomen. Jongeren leren om goed om te gaan met zichzelf, met anderen en met hun omgeving en daardoor weerbaarheid en veerkracht te versterken. Indirect: door betere weerbaarheid en veerkracht onnodig beroep op specialistische hulp voorkomen. Kinderen leren om voor zichzelf op te komen en hun zelfvertrouwen te vergroten.
Aanpak thuiszitters
Aantal thuiszitters terugdringen naar 0.
Programma Samen voor een stevige basis
Door samenwerking met voorzieningen in de sociale basis versterken we de draagkracht van scholen en de veerkracht van leerlingen en ouders. We voorkomen onnodig beroep op specialistische (jeugd)hulp en ondersteuning passend onderwijs. School, ouders en hulp worden samen effectiever in het oplossen van hulpvragen.
We bieden een programma op maat aan klassen in het voortgezet onderwijs, gegeven door externe THINK trainers óf door eigen trainer/mentoren rondom thema’s die er voor leerlingen (en ouders) toe doen. Gemeente (preventief jeugdbeleid) en school (burgerschapsvorming, veilig sociaal klimaat) trekken hierin samen op. Door te werken op basis van een doorgaande leerlijn worden duurzamer resultaten met en voor leerlingen bereikt. MKP uitvoeren op basisscholen. In samenspraak met basisscholen MKP evalueren, mede in relatie tot inzet THINK op school in het Voortgezet Onderwijs. De meest betrokken managers bij het voorkomen van thuiszitten vormen met elkaar een netwerk. Ze kennen elkaar, hebben elkaars telefoonnummer en sturen samen op het voorkomen van thuiszitten. We ontwikkelen met meerdere scholen in Primair en Voortgezet onderwijs een plan en voeren dit uit. Voor scholen in het PO sluiten we aan bij de groeiende samenwerking op gebiedsniveau (stadsdelen). Voor het VO maken we afspraken per schoolbestuur. We monitoren de opbrengsten en lessen in een aanpak van doen en leren. Wat werkt breiden we uit, wat niet werkt beëindigen we.
2023
2024
14
Bijlage 2: gebruikte afkortingen
AVG = Algemene Verordening Gegevensbescherming BSO = Buitenschoolse Opvang IB’er = Intern Begeleider ISK = Internationale Schakelklas LEA = Lokaal Educatie Agenda, het overleg tussen schoolbesturen en gemeente MKP = Marietje Kessels Project (weerbaarheidstraining) OT = Ondersteuningsteam op basisscholen en scholen Voortgezet Onderwijs OZA = Onderwijs-Zorg-Arrangement MDT = Maatschappelijke Diensttijd NPO = Nationaal Programma Onderwijs PO = Primair Onderwijs RMC = Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (voortijdig schoolverlaten) SBO = Speciaal Basisonderwijs SO = Speciaal Onderwijs SWV = Samenwerkingsverband passend onderwijs VO = Voortgezet Onderwijs VSO = Voortgezet Speciaal Onderwijs
15