3b. rapport , JBOv_Redacted
Tekst van het document
4) een kind uit huis plaatsen bij een normaal functioneren ouder, als consequentie voor het stelselmatig weigeren om samen te werken van de andere ouder d.m.v. ondermijning, schriftelijke aanwijzingen schenden etc. is niet uit te leggen. U heeft het over de huidige kritiek over uithuisplaatsingen en over de toekomst. Ouders die een gevaar vormen zouden uit huis geplaatst moeten worden, niet een kind, of beide ouders en mensen uit het netwerk in huis komen zodat een kind op de vertrouwde plek kan blijven. 5) de regel "mogelijke dreiging van huiselijk geweld" welke kwaad bloed jegens mij heeft gezet bij de mensen die zijn gaan verstoten en buitensluiten, mag niet aangezien er geen onderzoek naar gedaan is, en er ook geen plan voor gemaakt is. Er is niet eens een gesprek over geweest. Het riekt naar karaktermoord. Zowel bij vele voorvallen als de huidige visie en behandeling van mijn casus ben ik veroordeeld tot het zijn van een Don Quichote, door het ontbreken van verantwoording nemen, en jaren achtereen gedwongen worden om te doen wat de Jeugdbescherming in reeds als onmogelijk beschreef. Rehabilitatie lijkt mij op zijn plaats. Minimaal. Heel bewust heb ik niet de naam van genoemd aangezien het kwalijke van de situatie haar functie overstijgt. Het is veel breder dan dat.
Wat komt er uit intervisie gesprekken? Welke rol speelt de leidinggevende hierin? Er is een juridische afdeling die niet weet dat "mogelijke dreiging huiselijk geweld" al die jaren onrechtmatig gebruikt is? De teleurstelling in Jeugdbescherming is groot, dat ik als buitenstaander zo hard moet werken om misstanden aan te kaarten terwijl professionals dit hadden moeten opmerken en zich dit aan hadden moeten trekken. is hierop de uitzondering. De actueel commotie rond what's app berichten van minister Hugo de Jonge - in een hele andere context weliswaar - is hier van toepassing. "Beter inside pissing out than outsider passing in". Eén voorbeeld van de kafkaiaanse situatie hoe je als moeder in een hoek gesnookerd wordt door Jeugdzorg, uit bureaucratisch perspectief, zonder oog te hebben wat ze aanricht; Je bespreekt heel bewust niet de zorgen die je hebt met je kinderen over hun vader omdat het a) niet leeftijdsadequaat is, b) je geen loyaliteitsconflict wil veroorzaken. Jeugdbescherming vraagt je het hemd van het lijf en stuurt je zorgen zwart op wit naar je kinderen toe per post. En dan ligt alles op straat en krijg je te horen dat er sprake is van een vechtscheiding waar kinderen in betrokken worden....... Contact opnemen met onafhankelijke derden die een zorgplicht hebben en zorgen wilden bespreken bleef uit.
Te bizar voor woorden en niet volgens de verplichting in het Jeugdrecht om aan waarheidsvinding te doen.
Werkwijze
2
Om de klacht te kunnen beoordelen, heb ik getracht te achterhalen en begrijpen wat er vooraf is gegaan. De geschiedenis van voordat JBOV betrokken is geraakt en waar uiteindelijk ook de klacht uit voortkomt nadat JBOV betrokken raakte is er één van vele jaren. Het is een geschiedenis van problemen in het oorspronkelijk gezin, vervolgens in de fase van en na de scheiding, dan in de fase dat een nieuwe partner krijgt en tenslotte in de fase dat er allerlei vormen van hulp waren. Deels is er overlap tussen de fases. In mijn onderzoek heb ik niet gevonden wat nu precies de oorzaak is van de problemen waarvoor uiteindelijk hulp is gezocht. Ik kan daar hypotheses over formuleren, maar dat doet niemand recht. Het is lang geleden en complex en vader, de is inmiddels overleden en kan zijn deel van het verhaal niet meer doen. De problemen in de opvoeding hebben uiteindelijk geleid tot hulp, nadat mevrouw hier zelf al langer op had aangedrongen en de hulp is een lang traject geworden inclusief een maatregel door de rechter. Ik wil hier direct al wat zeggen over het begrip hypotheses wat ik hier noem. Hypotheses kunnen al snel door mensen als waarheden beleefd worden. Omdat ik die waarheid niet zal kunnen vinden ga ik geen hypotheses noemen.
Naar de hulpverleningsgeschiedenis kijkend denk ik dat er te vaak hypotheses die door hulpverleners en door medewerkers van Raad en JBOV in hun hoofd geformuleerd zijn als waarheid zijn gebracht. Dat is niet bijzonder voor deze hulpverleners, het is een veel voorkomend verschijnsel. Als hulpverleners niet voorzichtig genoeg zijn met hun feitenrelaas en met hun interpretaties daarvan en vervolgens met de adviezen die ze daarbij geven worden er heel vaak zaken gezegd, gedaan, of toegezegd die later niet blijken te kloppen, of die niet waargemaakt kunnen worden. Als daarvoor geen erkenning gegeven wordt kan escalatie het gevolg zijn, escalatie in zorgzwaarte, maar ook in interactie tussen bijvoorbeeld hulpverleners, of jeugdbeschermers en ouders en tussen jeugdbeschermers en hulpverleners. Dit wordt ook wel complex dynamische systeeminteractie genoemd. Een eenvoudig en veel gezien voorbeeld van complex dynamische systeeminteractie is hoe de situatie tussen een ouder en bijvoorbeeld een jeugdbeschermer kan verlopen. De ouder vertrouwt de jeugdbeschermer (nog) niet en durft (nog) niet volledig open te zijn, de jeugdbeschermer vertrouwt het verhaal vervolgens niet, wordt scherper en wat dwingender, de ouder gaat daarop verder in wantrouwen en stil verzet etc etc.
Op basis van alle informatie die vanuit de zorg en begeleiding en met haar zorg al verzameld en geordend had, gesprekken met haar en haar partner, nadere informatie van JBOV en gesprek met Bo maakte ik een tijdlijn. Het was veel werk, maar ik kon dankbaar gebruik maken van haar voorwerk.
Tijdlijn De eerste tijdlijn die ik maakte besloeg 15 pagina’s. Hij liep van geboorte van zaken daaruit breng ik hieronder. • •
•
3
. De relevante
Al voor de geboorte van zijn er echtelijke problemen. Vader en moeder gaan uit elkaar, vinden elkaar toch weer maar 2 dagen de geboorte van gaat vader toch weer uit huis. Vanaf dat begin kunnen we lezen dat er de voortdurende zorg en discussie is over te veel regels bij moeder en te weinig bij vader. Daarbij heeft vader een drankprobleem wat geregeld als zorgelijk voor hem en voor de kinderen genoemd wordt. Die zorgen en discussie, maar ook de zorgzaamheid daarbij gaan eigenlijk door tot vader overlijdt. Verder dan verschil van inzicht komt het niet en er zijn langdurig en geregeld conflicten over. Familie van moeders zijde steunt het verhaal van vader. Het gaat door de jaren heen steeds in termen van beschuldiging en wie gelijk heeft. Pogingen om elkaar te begrijpen, om een middenweg te zoeken, of er op andere manier uit te komen zijn er niet of mislukken heel snel, ook als er hulp wordt ingezet. Tot ging het ouderschap harmonieus. Er zijn zeker zorgen, maar er is hierover nog geen conflict. De zorgen gaan over de gevolgen van alcoholgebruik. Waar ligt de grens, of de overgang
• •
2. Mevrouw wijst op de benadering dat ouders op 1 lijn moeten komen, terwijl dat niet haalbaar is, wetend en erkend dat met vader niet te werken is en dan toch blijven dwingen tot samenwerken. Dit heeft geleid tot verkeerd beeld naar rechtbank 3. Mevrouw vraagt om erkenning van begrip ouderverstoting. licht toe dat JB nog lerend is m.b.t. het thema van ‘ouderverstoting’ en dat de vraag is of dit echt op te lossen is. 4. Kennelijk komt er op kritiek van moeder over UHP vanuit/bij normaal functionerende ouder de reactie dat nu steeds meer gekeken wordt of ouder niet weg moet 5. De beschuldiging van dreigend huiselijk geweld. Hierop lees ik geen reactie van Hierna volgt hierover nog een briefwisseling die eindigt met het aanbod om onafhankelijk onderzoek te laten doen. Tenslotte zijn er nog klachtbrieven naar de klachtencommissie jeugd Midden Nederland en naar de ombudsman en hun reacties.
Beschouwing, puntsgewijs 1. De gezins- en ook de familiesituatie was al een paar jaar ingewikkeld. Dit was voordat er zorg werd ingeschakeld, toen er zorg werd ingeschakeld en vervolgens ook in de fase dat Raad en JBOV werden ingeschakeld. Ook zonder jeugdzorg en betrekken van Raad en JBOV was er al sprake van complexe dynamische systeeminteracties, maar dus binnen de familie. Dat is niet vreemd en veel voorkomend, maar onderling kwam men er niet uit en ook de ingezette hulp hielp hier niet bij. Waarschijnlijk/mogelijk droeg de hulp zelfs bij aan verergering, de complexe interacties werden nog complexer. Forceren tot gesprek (o.a. ONS) zonder eerst te begrijpen waarom het gesprek niet loopt leidt vaak tot verharding. Het is de vraag wat had kunnen helpen. Veel zorgorganisaties in dit domein hebben niet de expertise om dit te herkennen en samen met de familie in betere banen te leiden en ze zijn zich vaak ook niet bewust dat het anders moet en misschien ook kan. Ik zeg misschien omdat er geen 100% garantie is. Anno 2025 is er in het hele jeugdhulpveld meer kennis en bewustzijn dan destijds en wordt verder ontwikkeld om ook in dit soort zaken beter worden.
Het gezin had elders bijvoorbeeld al een orthopedagoog kunnen treffen die een andere analyse had gedaan en die dit al wel wist, waarna het mogelijk dan anders gelopen was, echter dit zou toeval geweest zijn, want dat zou een voorloper geweest zijn. 2. De mishandeling van partner naar speelt in rapportages, afwegingen en beslissingen voortdurend een belangrijke rol. Ongetwijfeld hebben deze (2-malige) gebeurtenissen impact gehad op de kinderen en op anderen, maar de ook jaren later steeds terugkerende benadrukking hiervan en het aandragen ervan als risicofactor zonder ook de nadrukkelijk beschermende factoren te noemen is niet begrijpelijk en m.i. onterecht. Mevrouw heeft direct aangifte gedaan en is met de kinderen vertrokken. Dit mag als heel bijzonder en krachtig benoemd worden, want dat lukt slachtoffers zelden, terwijl inmiddels bekend is dat snelle aangifte heel belangrijk is. Daarnaast heeft nadat de kinderen getuige waren geweest van geweld hiervoor hulp gezocht en gevonden bij Accare. De beide partners hebben therapie gezocht. Deze 3 positieve aspecten, snelle aangifte en zoeken van therapie, komen bij herhaling niet terug in de afweging van gevaar door raadsonderzoekers, jeugdbescherming en hulpverlening.
Het benoemen van de risicofactoren is terecht, maar het waarschijnlijk niet herkennen en vervolgens dus niet benoemen en wegen van de beschermende factoren is heel spijtig. Ook is nergens te zien of en hoe er door hulpverleners/jeugdbeschermers die kennelijk steeds wel ongerust waren over geweld in het verleden werk is gemaakt van herstel of traumatherapie voor de kinderen en het nieuw samengestelde gezin. Het verleden is dus voortdurend benoemd als risicofactor en keuzes zijn daarop gebaseerd, terwijl die risicofactor eigenlijk krachtig door mevrouw weggenomen was en er niks gedaan is aan herstel, wat men kennelijk nodig achtte. Ook familie van moeder en kinderen kon de mishandeling mede hierdoor voortdurend als risico blijven aandragen en naar de kinderen uitdragen. Ook als we ervan uitgaan dat dit goedbedoeld was, heeft het veel negatieve impact gehad. Het geweld uit het verleden had 6
De jeugdzorg en de jeugdbescherming hebben hierin ook een probleem. De buitenwereld ziet dat wat niet lukt al snel als fout. Geregeld is dat niet terecht, want dat iets (nog) niet lukt is nog geen aan te rekenen fout. In dit klimaat zijn steeds meer organisaties en hun professionals zich gaan verdedigen, waar ze eigenlijk beter kunnen zeggen dat iets niet lukte, omdat er (nog) niet meer kennis is. Echter, als je je in dergelijke situaties gaat verdedigen gaan anderen denken dat je dus fout zat. Daarmee ontstaat een zelfversterkende negatieve interactie. Fouten erkennen is naar mijn mening verstandig, maar dat zal veel minder nodig zijn als in ingewikkelde situaties vaker van te voren genoemd wordt dat een interventie kan slagen of mislukken en als je vervolgens bij voorkeur samen met ouders en jongeren de afweging maakt en een keus doet. Ad2. Ik weet niet of het onhaalbaar was de ouders in een goede samenwerkende relatie te krijgen. In ieder geval was het zeker heel moeilijk en misschien niet mogelijk. Een traject als ONS gaat in dergelijke situaties zelden of nooit werken en kun je beter niet bieden, het werkt geregeld averechts. Een goede gedeelde Verklarende Analyse had wellicht een betere verklaring en daarbij een betere interventie op kunnen leveren, echter die kennis was toen nog heel beperkt beschikbaar en bij JBOv niet bekend.
Misschien had een goede systeemtherapeut wel iets kunnen betekenen. Die zou uiteindelijk indien relevant ook gezegd hebben: ”het spijt me maar ik kan niks betekenen”. Ik denk gezien te hebben dat JBOv haar werk voor het gezin deed zoals destijds gangbaar in de jeugdbescherming. Achteraf kun je zeggen dat als er andere kennis in huis was geweest de zorg mogelijk anders en beter gegeven kunnen worden, maar men was zich daarvan toen niet bewust. Als je optimale resultaten voor kinderen en gezinnen wilt behalen is optimale samenwerking tussen ouders en voogd noodzakelijk. Daarvan is hier meestal geen sprake geweest. De manier waarop een brief van de voogd naar de rechtbank is gegaan is daarvan een voorbeeld. Ik realiseer me dat voogden onder hoge druk werken. Als daardoor fouten worden gemaakt moet dat m.i. ruiterlijk erkend worden en als het om een structureel probleem gaat moet aan betrokkenen duidelijk gemaakt hoe daaraan gewerkt wordt. Misschien was een betere weg wel geweest de boodschap dat JBOv eigenlijk te weinig kon bieden en daarom beter de zaak terug kon geven, of afsluiten. Dit is heel gecompliceerd en m.i. kan zou daar een gesprek over gevoerd moeten worden. Er is hierin ontwikkeling zichtbaar.
De laatste jaren is er door ontwikkelende kennis bij partijen (Raad, rechter, jeugdbescherming, jeugdhulp) vaker het besef dat een interventie misschien niet de beste oplossing is. Daardoor zijn bijvoorbeeld rechters steeds vaker kritisch over voorstellen van de Raad, of kan de jeugdbescherming zich vaker kritisch uitlaten over een uitspraak van de rechter. Ad3. Ouderverstoting is een heel ingewikkeld interactioneel probleem, een probleem waar in de jeugdhulp door die ingewikkeldheid nog niet eenduidig mee wordt omgegaan en een probleem wat erg makkelijk misbruikt wordt. Ik heb zeker niet de indruk dat dat van de kant van speelde. Mogelijk wel van de kant van vader, maar ik heb te weinig informatie om daar werkelijk iets over te kunnen zeggen en ik doe daarover dus geen uitspraak. Van de kant van de familie van werden, naar ik lees, ook allerlei dingen over moeder gezegd, waar de kinderen dan mee moesten zien om te gaan. Ik kan me wel vinden in de mening van de dat hij dit concept liever niet gebruikt, terwijl hij ook ziet dat er in de communicatie in de familie heel vervelende en schadelijke dingen gebeuren en ook hier zijn gebeurd. Wat we natuurlijk wel zien is dat het traject bepaald niet heeft geleid tot betere omgang tussen de ouders. Niet werkzame en niet transparante activiteiten en bijvoorbeeld niet meewegen van beschermende factoren m.b.t.
het geweld wat bij heeft gespeeld kan de relatie verder verslechteren en kan dan bijdragen aan het gevoel van ouderverstoting of daadwerkelijke ouderverstoting. Ik weet niet of er ouderverstoting speelde en dus ook niet of er anders mee had moeten worden omgegaan, maar men (meerdere partijen) wist de negatieve spiraal niet te doorbreken. Ad4. Ik denk dat de uithuisplaatsing onterecht, of op onterechte wijze heeft plaats gevonden en ben van mening dat de manier waarop van school gehaald is zeker niet had gemoeten. De argumenten onder de uithuisplaatsing zijn m.i. niet sterk geweest en berustten deels ook op onwaarheden. Er heeft geen goed onderzoek plaats gevonden en zeker achteraf met nieuwe kennis en inzichten kun je zeggen dat dit niet zo had gemoeten. In gesprek tussen en de kwam ter sprake dat men 13
heeft de eerste conceptversie gelezen en van opmerkingen voorzien. Daarop deed ik aanpassingen. De heeft het concept ook gelezen en daarop een aantal aanpassingen voorgesteld. Deze heb ik deels doorgevoerd in aanpassingen in de tekst. Hiermee is het rapport definitief en stuur ik het toe aan
, kinder- en jeugdpsychiater (n.p.)
15
en aan JBOv, de
.