3. Woononderzoek Companen (2022)
Tekst van het document
Wonen in een 3e levensfase Gemeente Zwolle
Maart 2022 Eindrapportage
DATUM
Maart 2022
TITEL
Wonen in een 3e levensfase
OPDRACHTGEVER
Gemeente Zwolle
AUTEUR(S)
PROJECTNUMMER
Bas de Ruigh Wouter de Vries Arjan Rottier 193.111
STATUS
Eindrapportage
Inhoud 1
Inleiding Doelstelling en onderzoeksvragen Methodiek Leeswijzer 1.4 Afbakening
4 4 5 5 5
2
Samenvatting
6
3
Huidige samenstelling, woongedrag en woonstijlen
11
4
Vraagontwikkeling Vraag naar woonvormen Kwalitatieve verdieping op geclusterd wonen Vraag naar ‘geschikte’ woningen
15 15 17 20
5
Aanbod aan ouderenhuisvesting Aanbod aan zorg met verblijf Kenmerken van geclusterd aanbod Aanbod aan geschikte woningen Behoefte aan voorzieningen
22 22 23 25 26
6
Huisvestingsopgave Conclusies Aanbevelingen
28 28 30
7
Wijkbeelden
33
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen
48
Bijlage 2: Toelichting vraaganalyse
50
Bijlage 3: Aanbod ouderenhuisvesting per zorgaanbieder en woonvorm
53
Bijlage 4: Overzicht van voorzieningen en aanbod per wijk en kern
56
Bijlage 5: Woonstijlen
57
1 Inleiding Het aantal ouderen in Zwolle gaat – zoals in veel gemeenten – in de komende jaren sterk groeien. Met de grotere groep ‘oudere ouderen’ stijgt ook het aantal mensen met een zorgvraag. We zien dat ouderen steeds vaker en steeds langer zelfstandig blijven wonen, ook als zij behoefte krijgen aan zorg. Dat vraagt om aanpassingen in het woningaanbod: meer ‘geschikte’ woningen voor ouderen, meer geclusterde woonvormen, meer plekken in woonzorgvoorzieningen. Tegelijkertijd vraagt het om aanpassingen in het aanbod aan zorg en ondersteuning in de buurt. De gemeente Zwolle wil weten wat deze ontwikkelingen gaan betekenen voor de vraag naar levensloopgeschikte woningen en welk deel van de toekomstige woningbouwopgave moet landen in woonvormen waar wonen met zorg kan worden geboden. Onderdeel van de verkenning is een analyse van vraag en aanbod in de gemeente. De gemeente heeft behoefte aan meer zicht op welke woonconcepten er voor ouderen ‘op de markt’ zijn en voor welke doelgroep deze interessant kunnen zijn. Op basis van dit onderzoeksrapport kan de gemeente stappen zetten in het samenwerkingsproces met corporaties, ontwikkelaars en zorgpartijen om de huisvestingsopgave voor wonen met zorg te realiseren.
Doelstelling en onderzoeksvragen Doel van de verkenning is om zicht te krijgen op het gewenste en passende aanbod aan wonen, welzijn en zorg voor ouderen op gebiedsniveau, en dit te relateren aan de huidige en toekomstige vraag naar wonen, welzijn en zorg voor ouderen in de gemeente (in kwantitatieve en kwalitatieve zin) en het huidige aanbod hierin.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
De onderzoeksvragen zijn: Hoe zal de vraag naar wonen, welzijn en zorg voor ouderen zich in de komende jaren ontwikkelen op gemeente- en gebiedsniveau? o Hoe ontwikkelt het aantal ouderen in de gemeente zich in de komende jaren? o Welke groepen ouderen kunnen wij onderscheiden, in termen van hun behoefte aan wonen, welzijn en zorg? Hoe wonen zij nu? o Wat is de behoefte aan wonen, welzijn en zorg op gebiedsniveau? o Wat zijn de specifieke woonwensen van verschillende groepen ouderen? o Welke trends en ontwikkelingen zijn van invloed op eventuele verschuivingen in de vraag naar verschillende woonvormen? Wat is het huidige aanbod aan wonen, welzijn en zorg voor ouderen in de gemeente en per gebied? o Wat is het huidige aanbod aan geschikte (reguliere) woningen, geclusterde woonvormen en woonzorg voor ouderen in de gemeente en per gebied? o Wat zijn de kenmerken van dit woningaanbod? o Welke welzijns- en zorgvoorzieningen zijn er per gebied aanwezig? Wat is (dus) de huisvestingsopgave op korte en (middel)lange termijn (match vraag en aanbod)? o Wat is de uitbreidingsopgave (nieuwbouw)? o Wat is de kwalitatieve huisvestingsopgave (transformatie)? Welke mogelijke knelpunten zijn er om te voorzien in de vraag op korte en langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien?
4
Methodiek Om de (toekomstige) vraag naar woningen onder ouderen te bepalen, maken wij gebruik van ons prognosemodel ‘Woonzorgweter’. Dit model gebruikt gegevens over het huidige zorggebruik, de leeftijdsopbouw en demografische ontwikkelingen om een inschatting te maken van de toekomstige vraag naar woonvormen voor ouderen. Onze prognose geven wij weer in bandbreedtes. We rekenen twee varianten door: een basisprognose waarin we de huidige vraag ‘demografisch doorvertalen’ richting de toekomst, en een ‘trendprognose’ waarin we ook rekening houden met maatschappelijke trends die kunnen zorgen voor verschuivingen in de zorg- en woonvraag.
Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de volgende hoofdstukken (3 t/m 7) behandelen we de kenmerken en woonwensen van ouderen in Zwolle, de vraag naar en het aanbod aan ouderenhuisvesting en tot slot de huisvestingsopgave. We sluiten af met informatie op wijkniveau, gegroepeerd per stadsdeel: • Hoofdstuk 3. Samenstelling van de groep ouderen • Hoofdstuk 4. Vraagontwikkeling • Hoofdstuk 5. Aanbod aan ouderenhuisvesting • Hoofdstuk 6. Huisvestingsopgave • Hoofdstuk 7. Wijkbeelden In de bijlagen zijn overzichten opgenomen van de definities in dit onderzoek (bijlage 1), de gehanteerde aannames (bijlage 2), een overzicht van de woningvoorraad op wijkniveau (bijlage 3), kaarten met voorzieningen en aanbod per wijk (bijlage 4), en een toelichting op de woonstijlen (bijlage 5).
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
De kaart met voorzieningen en aanbodlocaties (bijlage 4) valt ook digitaal per gebied te bekijken. Deze kaart is te vinden via deze link: https://www.companen.nl/arcgis/ouderenhuisvestingzwolle of via deze QRcode:
1.4
Afbakening
Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvragen in paragraaf 1.1 is in dit rapport onderscheid gemaakt in wijken en stadsdelen. In dit rapport wordt gewerkt met de volgende wijk- en stadsdeelindeling: Stadsdeel Midden
Stadsdeel Oost
Stadsdeel West Frankhuis
Assendorp
Berkum
Binnenstad
Buitengebied-Oost
Milligen
Kamperpoort Veerallee
Dieze-Oost Dieze-West
Schoonhorst Spoolde
Indischebuurt
Werkeren & Breecamp
Wipstrik
Westenholte
Stadsdeel Noord
Stadsdeel Zuid
Aa-landen
Buitengebied-Zuid
Buitengebied-Noord
Geren
Holtenbroek
Ittersum Oldeneel Schelle
5
2 Samenvatting In dit onderzoek geven wij inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen met een (toekomstige) zorgvraag in de gemeente Zwolle. De groep ouderen is divers samengesteld en heeft diverse woonwensen. We kunnen ouderen onder andere onderverdelen in groepen zorgvragers (met een bijbehorende gewenste woonvorm), inkomensklassen (met een bijbehorend marktsegment) en woonstijlen (met een bijbehorend woningtype en woonconcept). Dit rapport gaat in op de ontwikkeling van de vraag naar verschillende woonvormen en woonconcepten, en de mate waarin het huidige aanbod voorziet in deze vraag. In het onderzoek schetsen wij diverse toekomstbeelden (scenario’s) voor de vraagontwikkeling: 1) doorrekening van de huidige behoefte, 2) wonen in gemengde woonwijken, 3) doorstroming naar geclusterde woonvormen en 4) inclusieve verandering met zware zorg aan huis. Achter elk van deze toekomstbeelden schuilt visie en ambitie, en daarmee komt er flexibiliteit in de aanpak. Op basis van onze gesprekken en discussies met partners en de gemeente lijkt er een voorkeur te zijn voor het scenario ‘inclusieve verandering’. Dit toekomstbeeld gaat uit van de volgende beweging: ‘We gaan uit van een meer inclusieve verandering richting 2040. Het verpleeghuis zal een strikt palliatief karakter krijgen.
Bij voorkeur heeft elke wijk een kleinschalig verpleeghuis, om vanuit deze locaties ook verpleeghuiszorg te bieden aan de wijk. De grote inzet van nieuwe technologie zal ondersteunend werken aan deze zorg op afroep. Het aanbod aan reguliere (geschikte) woningen en geclusterde woonvormen stemmen we altijd per wijk af. Het wordt de eigen verantwoordelijkheid van inwoners om hun woning aan te passen; als partners zorgen we voor een goede balans in het aanbod van geschikte en geclusterde woningen op wijkniveau.’ Uit de gesprekken bleek dat dit toekomstbeeld goed aansluit bij de wens van ouderen om zo lang mogelijk de eigen regie over het leven te ervaren: zij willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. De inzet van technologie en een flinke
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
bijdrage in informele zorg maken dit mogelijk. Ook vanuit de betaalbaarheid van de zorg vonden de partners het een realistische ontwikkeling om zware verpleeghuiszorg aan huis te bieden in plaats van in verpleeghuizen.
Huisvestingsopgave: woonvormen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen: Tabel 2.1: Vraag-aanbodbalans woonvormen (2021 - 2040)
2021
2025
2030
2035
2040
Scenario ‘gemengde woonwijken’ Geclusterd wonen
340
-70
-560
-1.040
-1.470
24 uurszorg
-140
-240
-410
-550
-680
Totaal vraag-aanbod
200
-310
-970
-1.590
-2.150
Geclusterd wonen
340
-410
-1.430
-2.540
-3.660
24 uurszorg
-140
-160
-260
-310
-320
Totaal vraag-aanbod
200
-570
-1.690
-2.850
-3.980
Geclusterd wonen
340
-250
-1.050
-1.880
-2.710
24 uurszorg
-140
-100
-120
-50
80
Totaal vraag-aanbod
200
-350
-1.170
-1.930
-2.630
Scenario ‘doorstroming’
Scenario ‘inclusieve verandering’
Bron: CIZ, Woonzorgweter Companen, bevolkings- en huishoudensprognose Zwolle.
•
Er is momenteel een tekort van 140 plekken voor mensen met een psychogeriatrische (PG) of somatische zorgvraag (SOM). Er is volgens onze berekeningen nu een behoefte aan circa 1000 plekken, en er zijn momenteel ongeveer 860 plekken in de gemeente. Zolang er geen aanbod bij komt, zal dit tekort groeien naar 680 plekken in het scenario gemengd wonen en 320 plekken in het scenario doorstroming. In het scenario ‘inclusieve verandering’ neemt het tekort juist af, indien er meer zorg aan
6
•
huis kan worden geboden. Met deze inzet verwachten wij dat de behoefte aan verpleeghuisplekken zelfs licht terugloopt naar 780 plekken. De inclusieve variant geeft in 2040 een overschot van 80 plekken. Voor geclusterd wonen geldt op dit moment dat het aanbod groter is dan de vraag. Ongeveer 20% van de geclusterde woningen voor senioren wordt bewoond door de aankomende groep ouderen van jonger dan 50 jaar (secundaire doelgroep). Zonder toevoegingen verwachten wij dat er richting de toekomst voor elk scenario een tekort zal ontstaan. In 2040 is het verwachte tekort 1.470 woningen (gemengd scenario), 2.710 (inclusieve verandering) of 3.660 woningen (scenario doorstroming).
Kwalitatieve opgave geclusterd wonen Naast de kwestie hoe vraag en aanbod zich in getalsmatige zin tot elkaar verhouden, is het ook belangrijk om te bekijken in hoeverre het huidige aanbod verder voldoet aan de kwalitatieve vraag van ouderen in Zwolle. • Binnen de behoefte aan geclusterde woonvormen, zien we ontspanning op de sociale huur, omdat maar 31% van de huidige ouderen behoefte heeft aan een sociale huurwoning en slechts 39% momenteel in een corporatiewoning woont. We zien een duidelijkere behoefte aan particuliere huur- en koopwoningen, terwijl het huidige aanbod voornamelijk bestaat uit sociale huurwoningen. • Die behoefte zal doorzetten, want nieuwe groepen ouderen zijn relatief (nog) meer vermogend. Zij hebben behoefte aan andere woonconcepten, en willen meer woonkwaliteit in hun woning en/of woonvorm. Figuur 2.1 duidt welke variatie gewenst is, en hoe deze vraag zich naar de toekomst ontwikkelt. Deze informatie is ook per stadsdeel in beeld. Het figuur laat bijvoorbeeld zien dat het hofjeswonen aan populariteit zal winnen met de komst van nieuwe generaties.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
Figuur 2.1: Gewenste woonconcepten binnen het geclusterd wonen (2021 - 2041)
2021
12%
11%
13%
14%
17%
16%
10%
7%
2025
11%
10%
12%
14%
18%
17%
10%
8%
2030
10%
10%
11%
15%
19%
17%
10%
8%
2035
10%
9%
10%
15%
20%
18%
10%
8%
2040
9%
9%
9%
15%
21%
18%
10%
9%
Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Bron: CBS-microdata en Burgerpanel; bewerking Companen.
Naast de behoefte aan woonconcepten, zoeken ouderen diverse voorzieningen in en rondom hun woning. Denk daarbij aan een gezamenlijke entree (evt. met receptie), de aanwezigheid van een huismeester, een ontmoetingsruimte, of de aanwezigheid van voorzieningen zoals een fysiotherapeut, thuiszorgpost of kapper. Lang niet alle complexen voldoen aan al deze kenmerken. Voor het aanbod in de sociale en particuliere huur binnen het geclusterd wonen voor ouderen geldt dat ruim drie kwart een ontmoetingsruimte heeft in het complex of binnen 500 meter van het complex. Een kwart heeft dat dus niet, en voldoet daarmee minder goed aan de behoefte van mensen die in zo’n woonvorm komen wonen. We kunnen ook verwachten dat in de komende jaren een steeds groter deel van de bewoners van geclusterde woonvormen zal kampen met een mobiliteitsbeperking. In dat licht is het zorgelijk dat slechts 152 van de 2884
7
woningen (5%) nu al voldoen aan de Woonkeur-eis van één scootmobielberging per vijf bewoners. Wel zijn bijna alle corporatiewoningen in geclusterde woonvormen ten minste rollatorgeschikt. Voor het aanbod buiten de huursector hebben we onvoldoende beeld van de mate waarin dit voldoet aan de kwalitatieve behoefte.
Huisvestingsopgave: geschikte woningen De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt circa 3.910 woningen. In 2040 loopt deze behoefte, conform de trend van vergrijzing, op tot ongeveer 4.960 woningen. Deze aantallen wegen in principe gunstig tegenover het huidige geschikte woningaanbod: momenteel kent Zwolle, volgens de doorzonscan, slechts 19.400 geschikte woningen. Getalsmatig zien we geen geschiktheidsopgave, maar wel verwachten we dat er aandacht nodig is voor toewijzing, matching en labelen. Van de geschikte woningen wordt namelijk 67% bewoond door een huishouden onder de 65 jaar, al betreft dit voor het overgrote deel wel huishoudens in de leeftijdscategorie 55-65-jarigen (48%). Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk nodig zijn om in de behoefte van ouderen te voorzien, is altijd een samenspel van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. Voor wat betreft rolstoelgeschikte woningen signaleren we wel een flink tekort en een opgave. Het gros van de woningen is hooguit ‘rollatorgeschikt’ of is wel aangepast voor een rolstoel zonder dat dit geregistreerd is; uit de inventarisatie onder corporaties komen slechts 2 ‘rolstoelgeschikte’ woningen naar voren. Bij het vergelijken van vraag en aanbod leidt dit tot een tekort aan rolstoelgeschikte woningen.
In de praktijk zal dit tekort minder hoog zijn, omdat sommige woningen in privaat eigendom rolstoelgeschikt zijn (gemaakt). De behoefte aan rolstoelgeschikte woningen neemt echter tot 2040 met circa 200 woningen toe. De onderstaande tabel toont hoeveel rolstoelgeschikte woningen er nodig zijn op enig moment.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
Tabel 2.2: Toename in de vraag naar geschikt wonen (2021 - 2040; huishoudens)
Rolstoelgeschikte woningen Rolstoeltoegankelijke woningen Rollatorgeschikte woningen Totaal
2021 850
2025 890
2030 960
2035 1.010
2040 1.060
2.610
2.740
2.930
3.090
3.230
450
490
550
610
670
3.910
4.110
4.440
4.710
4.960
Opgave per stadsdeel en wijk In de volgende tabel geven wij een advies voor de huisvestingsopgave per stadsdeel en wijk. Omwille van de leesbaarheid is deze analyse alleen uitgewerkt voor het scenario ‘inclusieve verandering’. Dit scenario leek het meest realistisch op basis van de gesprekken met partners en de gemeente. In de tabel geven we aan hoeveel woonvormen nodig zijn tot 2030 en tot 2040. Een overschot houdt hierbij in dat het aanbod in een wijk de behoefte uit die wijk overstijgt, en dat dit aanbod dus ook mensen vanuit andere wijken of gemeenten bedient. Voor een goede balans in prijsklassen en woonconcepten kan gekeken worden naar de gemeentelijke verdeling, of kan aansluiting worden gezocht bij de informatie op stadsdeelniveau (laatste hoofdstuk). De aanpak per gebied omvat uiteindelijk altijd maatwerk.
8
Tabel 2.3 Huisvestingsopgave per stadsdeel en wijk tot 2030 en tot 2040 (negatief getal staat voor een tekort aan woonruimte, een positief getal voor een overschot)
Stadsdeel & wijk Stadsdeel Midden Assendorp Binnenstad Kamperpoort Veerallee Stadsdeel Oost Dieze-West Dieze-Oost Indische Buurt Wipstrik Berkum Buitengebied-Oost Stadsdeel Noord Holtenbroek Aa-landen Buitengebied-Noord Stadsdeel West Spoolde Westenholte Schoonhorst Frankhuis Werkeren & Breecamp Milligen Overig Stadshagen Stadsdeel Zuid Schelle Oldeneel Ittersum Geren Buitengebied-Zuid
Geclusterd wonen Tot 2030 Tot 2040 -30 -305 -20 -205 -25 -75 65 35 -50 -60 -230 -595 -60 -135 160 135 30 20 -65 -125 -245 -420 -50 -70 -65 -390 185 70 -225 -425 -25 -35 -270 -635 -50 -70 -190 -245 50 0 40 -15 -15 -80 -30 -110 -75 -115 -550 -885 -85 -170 -280 -360 100 5 -220 -290 -65 -70
24-uurszorg Tot 2030 Tot 2040 70 80 -15 -5 -20 -30 105 125 0 -10 -110 -60 -35 -15 5 5 0 0 -50 -40 -20 0 -10 -10 -65 -5 -35 -25 -50 0 20 20 -30 10 -10 -10 -40 -30 -30 -20 -20 -10 130 130 -40 -40 -20 -10 -15 5 25 35 -40 -40 40 50 -30 -30 -10 -10
Aanbevelingen/beleidsopgaven Tijdens het onderzoek en de gesprekken met ketenpartners kwamen diverse beleidsopgaven naar voren. Hieronder staat een puntsgewijze samenvatting van de belangrijkste opgaven. Een verdere uitwerking is te vinden in hoofdstuk 5.
Buurtgerichte samenwerking gericht op positieve gezondheid en preventie Veel ouderen willen het liefst blijven wonen in hun huidige woonplaats of wijk. Dit vraagt om een bijpassend aanbod aan ouderenhuisvesting. De ketenpartners in wonen, welzijn en zorg zien potentie in gezamenlijke gebiedsontwikkeling en buurtgerichte zorg. Deze samenwerking speelt op diverse facetten: • De woonzorgcentra in Zwolle kunnen een brede maatschappelijke functie hebben voor de buurt. • Creëer naast ontmoetingsgelegenheden of gezamenlijke activiteiten in gebouwen ook mogelijkheden voor ontmoeten en activiteiten in de buitenruimte. • Een wijkgerichte benadering vraagt ook om aansluiting met woningbouw: mantelzorgwoningen, tussenvormen en ook woningaanpassingen. • Samen staan partijen in de wijk aan de lat om doorstroming op gang te brengen. • •
De omgeving biedt belangrijke randvoorwaarden voor bijvoorbeeld participeren, zingeving en andere vormen van positieve gezondheid. Hanteer het concept van ‘asset based community’. In deze manier van denken is meer aandacht voor preventie vanuit intergenerationele contacten met bijvoorbeeld de buurt of familie.
Bron: Woonzorgweter, Companen.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
9
Nieuwbouw meer oriënteren op nieuwe woonconcepten
Programmatische aanpak in brede samenwerking
Realiseer nieuwe woonconcepten voor een meer divers aanbod: hofjeswoningen, woonboerderijen en serviceflats. Om de gewenste diversificatie te bereiken is co-creatie een goede mogelijkheid, waarbij corporaties sociale huurwoningen ‘turnkey’ afnemen van ontwikkelaars.
De lokale opgave voor ouderenhuisvesting is groot én prangend, zowel op het gebied van geclusterd wonen voor ouderen als van plekken voor 24-uurszorg. Ook is er een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod. Om deze opgave goed op te kunnen pakken is een brede en structurele samenwerking nodig tussen gemeente, zorgkantoor, projectontwikkelaars, corporaties, zorgaanbieders en welzijnspartijen. Pak de opgaven op vanuit het samenwerkingsverband dat hiervoor in Zwolle al enkele jaren dienst doet vanuit het programma WWZ038.
Goede ondersteuning voor de mantelzorger In Nederland wordt een fors beroep gedaan op de mantelzorg. Als een mantelzorger wegvalt door overbelasting, ontstaat er een acute woonvraag voor de zorgbehoevende. Dat willen wij voorkomen. Door het sociaal (en digitaal) netwerk rondom de mantelzorger te verstevigen en respijtzorg aan huis te bieden, heeft de mantelzorger straks meer opties om op terug te vallen.
Inzet van technologie Technologie zorgt er niet alleen voor dat ouderen een verhuizing kunnen uitstellen, maar vooral dat zij comfortabeler en veiliger kunnen wonen – of dit nu in een instelling is of in een reguliere woning. In tijden van arbeidsmarktkrapte is de inzet van technologie daarnaast een bittere noodzaak om de zorg behapbaar te houden.
Voorkomen eenzaamheid Ouderdom is geen ‘medisch probleem’, dat vraagt om ‘oplossingen’ die enkel vanuit zorg worden aangevlogen. Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
10
3 Huidige samenstelling, woongedrag en woonstijlen Woonwensen van senioren worden maar tot op een zekere hoogte bepaald door hun zorgvraag. Persoonlijke voorkeuren en financiële mogelijkheden spelen een minstens zo belangrijke rol. Een beter begrip van de verschillen in waardenoriëntatie en financiële mogelijkheden tussen de diverse groepen ouderen in de gemeente helpt om het (nieuwe) aanbod aan wonen met zorg passender te maken. In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige samenstelling van de groep ‘ouderen’ in Zwolle, hun huidige woonsituatie en op kenmerken van ouderen die bepalend zijn voor hun woonstijl1.
Samenstelling groep ouderen De groep senioren in de gemeente Zwolle zal de komende jaren sterk groeien: in 2021 zijn er ongeveer 22.000 65-plussers (uitgesplitst naar leeftijdsgroepen in figuur 3.1), in 2040 is dit aantal opgelopen tot bijna 31.500. Volgens de laatste prognoses groeit het aantal oudere huishoudens van ruim 14.200 huishoudens nu (uitgesplitst naar leeftijdsgroepen in figuur 3.1) tot ongeveer 22.000 huishoudens in 2040.
De oudere huishoudens in Zwolle zijn op dit moment redelijk gelijk gespreid over diverse inkomensklassen. Meer dan de helft van de oudere huishoudens (62%) valt binnen de doelgroep sociale huur. Van de oudere huishoudens heeft 42% een relatief beperkt vermogen opgebouwd; bijna twee derde van de ouderen heeft een redelijk tot hoog vermogen opgebouwd. Deze ouderen bezitten vaak een eigen woning en hebben nauwelijks of geen hypotheekschuld meer. In Nederland was het doorsnee vermogen van een 65- plusser in 2019 142,6 duizend euro (CBS, 2020). Figuur 3.2: Aandeel 65-plushuishoudens per inkomensklasse (2020)
Gemeente Zwolle < Huurtoeslaggrens €54.000 - €72.000
Huishoudens
7821
Bevolking
4620
12047
1807 7074
75 - 84 jaar
85+ 0
5000
10000
15000
20000
19%
HT-grens - €38.035 > €72.000
6%
4%
€38.035 - €54.000
Figuur 3.3: Aandeel 65-plushuishoudens per vermogensklasse (2020)
Gemeente Zwolle
42%
€50.000 - €150.000
14%
19%
€150.000 - €300.000
25%
> €300.000
Bron: CBS-Microdata (2021).
65 - 74 jaar 2478
39%
Bron: CBS-Microdata (2021).
< €50.000 Figuur 3.1: Aantal oudere huishoudens en bevolking naar leeftijdsklasse (2021)
33%
25000
Woonstijlen Nieuwe generaties worden ouder, en zo blijven ook de behoeftes van ouderen veranderen. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor ‘vernieuwende woonconcepten’ voor ouderen. Ouderen met een lichte zorgvraag komen niet
Bron: Woonzorgweter Companen. 1 De ‘woonstijl’ is
een adaptie van de sociologische term ‘leefstijl’. Via ‘woonstijlen’ worden sociologische inzichten gebruikt om woongedrag te classificeren.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
11
meer in aanmerking voor een plek in een verzorgingshuis, en veel ouderen willen dit ook niet meer. Een deel wil echter wel verhuizen naar een geschiktere woning, waar (op termijn) ook zorg geboden kan worden. Dit leidt tot een toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen als ‘tussenvorm’ tussen een reguliere woning en het verzorgingshuis. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende type geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken, is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’.
Figuur 3.5: Omvang woonstijlen
11.670
12.000 10.000
8.120
7.670
8.000 6.000 4.000
5.160
4.780
3.510
3.180
Figuur 3.4: Indeling van woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie
Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940-1955) Generatie X (1955-1970)
Lagere financiële positie
Middel financiële positie
Hoge financiële positie
Kwetsbare Ouderen
Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters
Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (zie bijlage 4). De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie. Figuur 3.4 geeft weer welke woonstijlen we onderscheiden.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
2.000
880
1.210
0 Stille Generatie 1925 - 1940 Protestgeneratie 1940 - 1955
Generatie X 1955 - 1970
Kwetsbare ouderen Oudere comfortzoekers Welgestelde cultuurminnaars Traditionele buurtbewoners Vitale comfortzoekers Welgestelde levensgenieters Actieve buurtbewoners Moderne hofjesbewoners Ondernemende levensgenieters
Bron: CBS-microdata, WoON2018 en bewerking Companen.
12
Onderscheid in huidige generatie Figuur 3.5 laat zien hoe groot elk van de groepen is in Zwolle. In de huidige groep 50+’ers in Zwolle zijn de groepen Actieve buurtbewoners en Ondernemende levensgenieters de grootste. De Actieve buurtbewoners betreft een groep met voor hun generatie een relatief lagere financiële positie, net als de groep traditionele buurtbewoners uit de generatie erboven. Generatie X is de groep ‘toekomstige ouderen’, die nu tussen de 50 en 65 jaar oud zijn. We zien dat binnen deze generatie de groep met een gemiddelde financiële positie veruit het kleinst is. De groep met een lagere financiële positie is naar verhouding groter, en deze neemt in de toekomst ook een groter aandeel van de 65-plusbevolking in.
Figuur 3.6: Generatiewissel uitgedrukt in Woonstijlen
100% 90%
5.160
80% 70%
3.510
De ideale woonmix van de totale groep ouderen verandert van jaar op jaar, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.6 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65+-huishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt, en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2035 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu: 35 t/m 50 jaar). De generatiewissel heeft invloed op de behoefte aan verschillende geclusterde woonconcepten voor ouderen. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 3: Vraagontwikkeling.
5.470
4.680
7.100
2.280 1.340 3.270
4.180
7.020
2.750
6.720
60%
3.720
50% 40%
20% 10%
5.060
7.670
30%
Generatiewissel
2.100 1.240 3.020
1.210 880 3.180
0%
4.130
10.080
8.140
3.440
1.010 740 2.660
7.530
2025
2030 2035 2040 Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen
2021
Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie 1925 - 1940
10.210
3.760 2.560 5.600
2.290 1.560 3.410
Bron: CBS-microdata, WoON2018 en bewerking Companen.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
13
Huidig zorggebruik
Toekomstige zorgvraag
De Nederlandse Zorgautoriteit stelde aan Companen gegevens beschikbaar over het zorggebruik van ouderen in Nederland, waarbij alle ouderen worden ingedeeld in één van zes ‘zorgtreden’. Deze gegevens splitsten we uit naar leeftijdscategorie (65-75 jaar; 75-85 jaar; 85 jaar en ouder). Daarnaast ontleenden we uit de CIZ-databank cijfers over het aandeel ouderen met een Wlz-indicatie in Zwolle. Wanneer we deze cijfers doorrekenen met de bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Zwolle, kunnen we een gedegen inschatting maken van de huidige en toekomstige omvang van het aantal ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot veranderingen in het zorggebruik.
Aan de hand van de bevolkingsprognose kunnen we het huidig zorggebruik (figuur 3.7) doorrekenen voor de toekomst (figuur 3.8). Het aantal ouderen neemt in de periode tot 2040 flink toe. Dit zal leiden tot een groei van alle zorgtreden.
In figuur 3.7 geven we weer hoe ouderen in Zwolle verdeeld zijn over de zorgtreden. De meeste ouderen hebben geen structurele zorg- of ondersteuningsvraag, en vallen dus in zorgtrede 1 en 2.
30.000 25.000 20.000 15.000 10.000
Figuur 3.7: Inschatting van huidig zorggebruik ouderen in Zwolle (in personen)
680 480
11.040
12.260
13.590
14.870
5.000 2.270
11.040 5.200 2.000 Zorgtrede 6 (PG) Zorgtrede 3
15.800
5.200
5.730
6.330
6.890
7.280
2021
2025
2030
2035
2040
0
1.170 750
0
Figuur 3.8: Prognose zorgvraag ouderen in Zwolle naar zorgtrede (in personen)
4.000
6.000
Zorgtrede 6 (SOM) Zorgtrede 2
8.000 Zorgtrede 5 Zorgtrede 1
10.000
12.000
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
Zorgtrede 6 (SOM)
Zorgtrede 4
Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Zwolle en bewerking Companen.
Zorgtrede 4
Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Zwolle.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
14
4 Vraagontwikkeling Het vertrekpunt voor de behoefte aan een bepaalde woonvorm is het zorggebruik. Voor veel ouderen is het zorggebruik bepalend voor de eerste keuzes op de woningmarkt: blijven zij wonen in een reguliere woning of verhuist het huishouden naar een woonvorm waarin het prettiger wonen is met een (oplopende) zorgvraag? Wij brengen deze behoefte in beeld op basis van het huidig en toekomstig zorggebruik van ouderen, en het woongedrag dat hiermee samenhangt. Als verdieping op de prognose van de vraag naar woonvormen gaan we in op de behoefte aan woningtypes en woonconcepten die hieronder geschaard kunnen worden. Hierbij richten wij ons met name op het geclusterd wonen voor ouderen, omdat dit een specifieke woonvorm betreft waarvoor de reguliere woningmarkt niet zonder meer aanbod verschaft. Tot slot geven we weer hoeveel vraag er onder ouderen bestaat naar woningen en woonvormen in diverse marktsegmenten.
Vraag naar woonvormen Een hogere zorgvraag gaat vaak samen met fysieke, psychosociale en/of mobiliteitsbeperkingen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de oudere buitenshuis minder grote afstanden aflegt, binnenshuis niet alle algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) kan ondernemen of dat hij minder sociale contacten heeft. Als gevolg zien we dat deze ouderen vaker behoefte hebben aan een geclusterde woonvorm, die meer uitnodigt tot ontmoeting, meer beschutting biedt en waar voorzieningen aanwezig of dichtbij zijn.
Landelijk gaat het om 6% van de 65-plussers; in Zwolle om 5,4% van deze groep. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Daarin geldt dat hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Om de vraag naar zorg te vertalen in een vraag naar een bepaalde woonvorm, werkten we per zorgtrede aannames uit over het aandeel ouderen dat in een bepaalde woonvorm woont (figuur 4.1). Figuur 4.1: Aannames woonvraag per zorgtrede
Zorgtrede 1
88%
12%
Zorgtrede 2
88%
12%
Zorgtrede 3
80%
Zorgtrede 4
70%
Zorgtrede 5
30%
60%
40%
Zorgtrede 6 (PG) 2% 8%
Zorgtrede 6 (SOM) 5% Regulier wonen
20%
90% 15%
80%
Geclusterd wonen
24-uurszorg SOM
24-uurszorg PG
Tabel 4.1: Demografische doorrekening (basisvariant, huishoudens)
Woonvormen Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
2021 10.540 2.790 390 610 14.330
2025 19.260 3.120 420 670 23.470
2030 21.590 3.530 500 810 26.430
2035 23.810 3.910 570 930 29.220
2040 25.720 4.220 650 1.040 31.630
Ouderen met de zwaarste zorgvraag (zorgtrede 6) wonen in een verzorgingsof verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis).
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
15
Met de basisprognose (tabel 4.1) als vertrekpunt gingen we in gesprek met stakeholders in een zogenaamde ‘heisessie’. In deze bijeenkomst bespraken we trends en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor ouderen. Op basis van de bespreking werkten we scenario’s uit waarin we rekening hielden met de volgende kernthema’s/maatschappelijke trends: 1.
2. 3.
4. 5. 6.
Eenzaamheid/gemengd wonen: met het oog op de vergrijzing en individualisering blijft het tegengaan van eenzaamheid relevant. Het stimuleren van gemengd wonen kan bijdragen aan het terugdringen van eenzaamheid. Inzet van technologie Meer mogelijkheden voor zware zorg aan huis: Het faciliteren van zorg aan huis stelt meer voorwaarden aan de bestaande woningvoorraad en de toegankelijkheid van de woonomgeving. Samenwerking: ‘out of the box thinking’ Sociale basis, welzijn en zorg: De beweging naar gemengd wonen en zorg aan huis heeft impact op de inzet in de sociale basis, welzijn en zorg. Aanbod schept vraag: Aantrekkelijk aanbod kan helpen om doorstroming op gang te helpen. Aanbod schept daarmee soms vraag.
Mede op basis van deze kernthema’s en maatschappelijke trends stelden we diverse ‘trendscenario’s op. Deze trendvarianten staan voor verschillende toekomstbeelden, want het is aannemelijk dat de keuzes die ouderen maken ten aanzien van hun woonsituatie, in de loop van de tijd gaan verschuiven. De verschillende aannames van de woonvraag van ouderen en verdere uitwerking van de scenario’s zijn te vinden in bijlage 2. Scenario ‘gemengd woonwijken’ In het eerste scenario wordt het ‘gemengde woonwijken’ dé maatstaf voor ouderenhuisvesting. De meeste ouderen kiezen ervoor om in de eigen woning
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
te blijven, eventueel met woningaanpassingen. Een andere groep ouderen kiest voor geclusterd wonen, voor de veiligheid, gezelligheid of comfort. Scenario ‘doorstroming’ In het tweede scenario ‘doorstroming’ wordt de aandacht zoveel mogelijk gelegd op samenleefconcepten (geclusterd wonen) voor de ouderenhuisvesting, al dan niet in combinatie met andere groepen of generaties. De meeste ouderen kiezen nog steeds om in de eigen woning te blijven, maar een deel van de ouderen (ook vitale) kiezen steeds meer voor geclusterde woonvormen. De woonvraag naar verpleeghuizen neemt af, maar deze blijven in functie voor ouderen die niet langer thuis kunnen wonen. Om het zelfstandig wonen zo lang mogelijk vol te houden, doen inwoners beroep op de sterke sociale basis in woongemeenschappen. Scenario ‘inclusieve verandering’ In het derde scenario gaan we uit van een meer ‘inclusieve verandering’. Het verpleeghuis krijgt een strikt palliatief karakter. Bij voorkeur heeft elke wijk een kleinschalig verpleeghuis, om vanuit deze locaties ook verpleeghuiszorg te bieden aan de wijk. De grote inzet van nieuwe technologie werkt ondersteunend aan deze zorg op afroep. Het aanbod aan reguliere (geschikte) woningen en geclusterde woonvormen stemmen we altijd per wijk af.
Het wordt de eigen verantwoordelijkheid van inwoners om hun woning aan te passen; als partners zorgen we voor een goede balans in het aanbod van geschikte en geclusterde woningen op wijkniveau. Met de vier prognoses (tabel 4.2 t/m 4.4) creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk voltrekt. In de trendscenario’s zien we een toegenomen stijging van de geclusterde ‘tussenvormen’; woonvormen die geschikt zijn voor zorgsituaties tussen de reguliere woningvoorraad en de verpleeghuizen in. De behoefte splitsen we uit naar
16
marktsegment, waarover een toelichting volgt in de volgende paragraaf. Ook zien we bij sommige trendscenario’s een afname van geclusterd wonen met 24-uurszorg, waarbij deze zorg dan vaker aan huis wordt geleverd (in lichtere vorm). Tabel 4.2: Vraagprognose woonvormen voor ouderen in het scenario ‘gemengde woonwijken’
Woonvormen Regulier wonen Geclusterd wonen – sociale huur Geclusterd wonen – vrije huur Geclusterd wonen – koop 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
2021 10.540 860 550 1.390 390 610 14.330
2025 19.260 950 610 1.600 420 670 23.470
2030 21.590 1.070 690 1.890 500 810 26.430
2035 23.810 1.210 780 2.150 570 930 29.220
2040 25.720 1.330 850 2.370 650 1.040 31.630
Tabel 4.3: Vraagprognose woonvormen voor ouderen in het scenario ‘doorstroming’
Woonvormen Regulier wonen Geclusterd wonen – sociale huur Geclusterd wonen – vrije huur Geclusterd wonen – koop 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
2021 10.540 860 550 1.390 390 610 14.330
2025 18.940 1.060 680 1.770 380 630 23.470
2030 20.760 1.320 850 2.340 410 710 26.430
2035 22.380 1.640 1.060 2.930 420 750 29.220
2040 23.640 1.970 1.270 3.520 410 780 31.630
Tabel 4.4: Vraagprognose woonvormen voor ouderen in het scenario ‘inclusieve verandering’
Woonvormen Regulier wonen Geclusterd wonen – sociale huur Geclusterd wonen – vrije huur Geclusterd wonen – koop 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
2021 10.540 860 550 1.390 390 610 14.330
2025 19.140 1.010 650 1.700 360 610 23.470
2030 21.270 1.210 780 2.150 340 640 26.430
2035 23.270 1.450 940 2.590 280 620 29.220
2040 24.950 1.700 1.090 3.030 200 580 31.630
Kwalitatieve verdieping op geclusterd wonen De behoefte aan geclusterd wonen valt uiteen in diverse prijssegmenten, woonconcepten en leeftijdsgroepen. In deze paragraaf bieden we aanvullende inzichten in de samenstelling van geclusterd wonen: welke variatie dient de gemeente na te streven?
Uitsplitsing van de behoefte aan geclusterd wonen naar marktsegment Op basis van een burgerpanel, is achterhaald in welk marktsegment mensen nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Aan de hand van deze informatie splitsen wij de vraagprognoses naar geclusterde woonvormen uit tabellen 4.2 t/m 4.4 ook uit naar het gewenste marktsegment. Opvallend is dat wij verwachten dat slechts zo’n 31% van de ouderen die geclusterd wil wonen in Zwolle een sociale huurwoning wenst. We zien dat de behoefte om in een sociale huurwoning te wonen onder ouderen relatief laag ligt, en dat veel (toekomstige ouderen) momenteel ook al in een koopwoning wonen. 50% van de ouderen wenst een koopwoning en 20% een particuliere huurwoning. Het huidige aanbod aan geclusterde woonvormen omvat ongeveer 76% sociale huurwoningen, circa 16% koopwoningen en circa 8% particuliere huur. In 2040 stijgt het aandeel ouderen dat een koopwoning wenst tot 52% van het totaal; het aandeel sociale
17
en particuliere huur in de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen bedraagt dan respectievelijk circa 29% en 19%. Gewenste koop- en huurprijs Aan het burgerpanel is gevraagd welke huurprijzen en koopprijzen verhuisgeneigde ouderen wensen. Figuur 4.2 laat zien dat het merendeel van de ouderen wenst een koopprijs tussen € 250.000 en € 500.000. De grootste groep (29%) hiervan wil graag een woning kopen van tussen € 300.000 en € 400.000. Ouderen die willen huren, willen het vaakst een huurprijs tussen € 550 en € 650 (38%), gevolgd door € 650 tot € 750 (21%). Ruim een kwart (29%) is bereid om naar een middenhuurwoning (boven € 750) te verhuizen. Figuur 4.2: Gewenste huur- en koopprijs onder verhuisgeneigde ouderen
3% 10%
20%
29%
23%
16%
€ 200.000 - € 250.000
€ 250.000 - € 300.000
€ 300.000 - € 400.000
€ 400.000 - € 500.000
Meer dan € 500.000
38%
Minder dan € 450 € 650 tot € 750 € 1.000 tot € 1.500
21% € 450 tot € 550 € 750 tot € 850 Meer dan € 2.000
Bron: Burgerpanel Zwolle, bewerkt door Companen (2021).
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
14%
Geclusterde woonvormen voor ouderen worden soms ook bewoond door ‘toekomstige ouderen’; dit noemen we de secundaire doelgroep. Om tot een goede vergelijking van vraag en aanbod te komen, brengen wij daarom ook de vraag naar geclusterd wonen onder deze secundaire doelgroep in beeld. Uit onze analyse op CBS-Microdata blijkt dat 20% van de ‘geclusterde woningen voor ouderen’ wordt bewoond door mensen onder de 65 jaar. Dit betreft voornamelijk de woonvormen in de sociale huursector. Het gaat om 785 woningen die door een jongere groep worden bewoond. Tabel 4.5: Totale vraag naar geclusterd wonen voor ouderen (2021)
Woonvorm Geclusterd wonen
Vraag >65 jaar 2.790
Vraag <65 jaar 785
Bron: CBS-Microdata, Woonzorgweter, bevolkings- en huishoudensprognose Zwolle.
Minder dan € 200.000
12%
Aanvullende behoefte onder jongere groepen
14%
€ 550 tot € 650 € 850 tot € 1.000
Woonstijlen en gewenste woonconcepten De behoefte aan geclusterde woonvormen valt uiteen in diverse onderliggende woonconcepten, zoals Knarrenhofjes, aanleunwoningen en zorgvilla’s. Per woonstijl is een inschatting gemaakt van de gewenste woonconcepten binnen het geclusterd wonen. De basis hiertoe ligt in antwoorden op vragen over woonwensen (burgerpanel), gecombineerd met informatie over waardepatronen (literatuurstudie) en achtergrondkenmerken van de woonstijlgroep waartoe iemand behoort (CBS-Microdata). Op grond hiervan maken wij een inschatting van de keuze die mensen maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie figuur 4.3 en 4.4). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.
18
Tabel 4.6: Verwachte vraag naar woonconcepten (huishoudens; afgerond op 10-tal; weergave in een bandbreedte (hoog-laag) van de drie scenario’s)
Seniorencomplex (app) Serviceflat (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (app) Hofjeswonen (ggb) Grondgebonden rijtjeswoningen (ggb) Zorgvilla (app) Luxe appartementen (app)
2021 300 280 340 370 430 420 250 180
2025 320 – 350 300 – 330 350 – 380 420 – 460 520 – 570 480 – 530 280 – 310 220 – 240
2030 340 – 420 320 – 400 340 – 430 490 – 600 630 – 780 570 – 700 320 – 390 260 – 320
2035 360 – 490 340 – 470 360 – 490 550 – 750 740 - 1.000 640 – 880 360 – 490 310 – 420
2040 370 - 550 350 - 520 360 - 530 620 - 910 840 - 1.250 710 - 1.050 400 – 590 350 - 530
Bron: CBS-microdata en Burgerpanel; bewerking Companen.
Figuur 4.4 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). Tabel 4.6 geeft hierbij de benodigde aantallen woningen per woonconcept weer. We hanteren hierbij een bandbreedte, waarbij de ondergrens wordt bepaald door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens de variant gemengde woonwijken. De bovengrens wordt bepaald door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens het scenario geclusterd wonen. Deze trendvarianten bieden alternatieve scenario’s voor de vraagontwikkeling ten opzichte van de basisvariant, die een pure demografische doorrekening betreft.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
Figuur 4.4 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk afneemt. Een deel van de oudere bevolking houdt hier echter wel behoefte aan. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen. In een gebied als de gemeente Zwolle raden wij aan ook ruimte te zoeken voor hofjes die uit appartementen bestaan. Een kleinschalig appartementencomplex dat, net als een hofje met grondgebonden woningen, uitnodigt tot onderlinge ontmoeting en steun, kan een betaalbaar alternatief zijn voor de grondgebonden variant.
19
Figuur 4.3: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen per woonstijl, naar woonconcept
100%
4%
90%
5%
80%
18%
7%
5%
10%
8%
8%
6%
8%
21% 16%
15% 11% 15% 15%
16%
20% 10%
10% 14%
7%
10%
16% 13%
40% 18%
13%
13%
12% 11%
11% 11%
11%
11%
18%
14% 13%
14%
14%
10% 11% 11%
12% 7%
8%
7%
6%
8%
7%
7%
8%
8%
9%
8%
6%
0%
Luxe appartementen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Hofjeswonen (app) Serviceflat (app)
Zorgvilla (app) Hofjeswonen (ggb) Verzorgd wonen (app) Seniorencomplex (app)
Bron: CBS-microdata en Burgerpanel; bewerking Companen.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
12%
11%
13%
14%
17%
16%
10%
7%
2025
11%
10%
12%
14%
18%
17%
10%
8%
2030
10%
10%
11%
15%
19%
17%
10%
8%
2035
10%
9%
10%
15%
20%
18%
10%
8%
2040
9%
9%
9%
15%
21%
18%
10%
9%
15% 15%
19%
2021
10%
19%
16% 13%
17%
14%
16%
11% 11%
30%
12%
15%
15%
50%
13%
16%
70% 60%
10%
Figuur 4.4: Gewenste woonconcepten binnen geclusterd wonen (2021 - 2041)
Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Bron: CBS-microdata en Burgerpanel; bewerking Companen.
Vraag naar ‘geschikte’ woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen en mensen met een lichamelijke beperking, heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Zij ervaren mobiliteitsbeperkingen binnen en/of buiten de woning. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we onderscheid tussen ouderen die een rollator gebruiken en ouderen die een rolstoel gebruiken. Mensen in een rolstoel hebben immers aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis. Het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking in Zwolle ontlenen wij aan informatie uit het burgerpanel. Om een inschatting te maken van het toekomstig aantal mensen met een mobiliteitsbeperking, kijken we naar de
20
verwachte ontwikkeling van de groep ouderen met een lichte tot middelzware zorgvraag (zorgtrede 3 t/m 5). Wij gaan ervan uit dat de ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking hiermee gelijke tred houdt. Tabel 4.7: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens)
Rolstoelgeschikte woningen Rolstoeltoegankelijke woningen Rollatorgeschikte woningen Totaal
2021 850
2025 890
2030 960
2035 1.010
2040 1.060
2.610
2.740
2.930
3.090
3.230
450
490
550
610
670
3.910
4.110
4.440
4.710
4.960
Figuur 4.5: Omgang in woonsituatie met oplopende zorgvraag Ik blijf wonen in mijn huidige woning en pas deze woning waar nodig aan
47%
Ik verhuis naar een levensloopgeschikte woning
19%
Ik verhuis naar een levensloopgeschikte woning in collectieve woonvorm Ik ga wonen in of nabij de woning van mijn kind / familie / mantelzorger
7% 1%
Weet niet / geen antwoord
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Tabel 4.7 laat zien dat in de huidige situatie circa 850 huishoudens in Zwolle behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en circa 3060 huishoudens aan een rollatorgeschikte of rolstoeltoegankelijke woning. Op basis hiervan schatten wij in dat de totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van ongeveer 3910 woningen nu naar zo’n 4.960 in 2040. De vraag naar geschikte woningen betreft een totaalsom van iedereen die geschikt wil wonen. Dat kan in een geclusterde woonvorm voor ouderen, maar dit kan ook kleinschalige locaties (<10 eenheden) of individuele woningen betreffen. Als geclusterde woonvormen voor ouderen geschikte woningen bevatten, dan wordt hiermee ook in de behoefte aan geschikt wonen voorzien.
Anders, namelijk
24% 2%
Bron: Burgerpanel Zwolle, bewerkt door Companen (2021).
Bijna de helft (47%) van de ouderen past zijn huidige woning aan (zie figuur 4.5). Een op de vijf (19%) verhuist naar een andere woning en bijna een op de tien (7%) naar een collectieve woonvorm. Opvallend is dat er nauwelijks behoefte is om in of nabij de woning van familie of mantelzorger te wonen. Daarbij weet een kwart van de ouderen niet wat ze met een oplopende zorgvraag gaan doen.
In het Burgerpanel is gevraagd hoe men in de woonsituatie omgaat met het gegeven als iemand in het huishouden in de toekomst meer zorg nodig heeft.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
21
Aanbod aan zorg met verblijf Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat Zwolle momenteel beschikt over circa 4.874 woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen (zie tabel 5.1). Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Het grootste deel van de geclusterde seniorenwoningen in Zwolle valt binnen de corporatiesector: dit gaat om circa 2.539 woningen. Een deel van het geclusterd aanbod voor ouderen valt in de particuliere sector; dit gaat om circa 293 particuliere huurwoningen en 635 koopwoningen. Vanuit de microdata (2020) is zicht op het aantal geclusterde woningen in de koopsector. Hier zijn alleen geaggregeerde gegevens over beschikbaar en geen adresgegevens. Zwolle kent circa 868 plekken voor 24-uurszorg, waarvan er zo’n 100 meer worden ingezet voor somatische dan voor psychogeriatrische zorg. In de praktijk zijn veel van deze plekken inzetbaar voor Wlz-zorg in de breedte, ongeacht de grondslag van een cliënt.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
2
32 481
157 371
48 48
23
24 24
8 99 444
379 1.076 707 233 16 16
0
0
0
0
144 2.539
497
371
48
23
24
2.983
Totaal
44 130
Koop
96
317 20
Vrije sector
21
Geclusterd wonen voor ouderen
Soc. huur
40
Gerontopsychiatrisch
Eerstelijnsverblijf
353
Revalidatie
Eigenaar Zorgorganisaties Driezorg MVGM Korian IJsselheem Het Zand Zonnehuisgroep Totaal Woningcorporaties Openbaar Belang Delta Wonen SWZ Woonzorg Nederland Habion Totaal Aanvullend aanbod* Totale aanbod
24-uurszorg (PG)
In dit hoofdstuk zetten we het aanbod aan ouderenhuisvesting in Zwolle op een rij. Deze gegevens zijn hoofzakelijk afkomstig van zorgaanbieders en woningcorporaties. We geven weer hoeveel woonvormen voor ouderen er in Zwolle zijn, uitgesplitst naar eigendomssituatie marktsegment en zorgvorm. Een uitsplitsing per wijk is geografisch weergegeven in de factsheets behorende bij dit rapport. Daarnaast brengen we de (potentiële) geschiktheid van de huidige woningvoorraad voor mensen met een mobiliteitsbeperking in beeld.
Tabel 5.1: Gemeente Zwolle. Aanbod geclusterde woningen (2021) Bron: Buurt voor Buurt-Onderzoek (2021), bewerkt door Companen.
24-uurszorg (SOM)
5 Aanbod aan ouderenhuisvesting
0
0
0
731 20 44 226 8 360 1.389
379 1.077 749 233
1 42
43 250
0 635
160 2.598 885
293
635
4.874
22
Kenmerken van geclusterd aanbod Senioren die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen, doen dit over het algemeen vanwege een behoefte aan beschutting, comfort en saamhorigheid. In sommige onderzoeken worden alleen complexen met een inpandige ontmoetingsruimte meegeteld in deze categorie. Hoewel de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte zeker wenselijk is, is binnen dit onderzoek gekozen om ook complexen zonder ontmoetingsruimte mee te tellen. Ontmoeting zou in deze complexen op andere wijze gestimuleerd kunnen worden; bijvoorbeeld door complexen nabij voorzieningen te realiseren of door actieve inzet van eigenaren of bewoners op participatie. Om meer gevoel te krijgen bij de kenmerken van het corporatieaanbod in geclusterd wonen vroegen we bij verhuurders informatie op. Onderstaande figuren bieden inzicht in kenmerken van 2884 van de circa 4.874 geclusterde woningen in de gemeente. Dit beslaat het volledige corporatieaanbod en levert het volgende beeld op:
In totaal verhuren de corporaties en zorgaanbieders circa 2.302 woningen in complexen die ofwel een inpandige ontmoetingsruimte hebben, ofwel een gezamenlijke tuin/atrium ofwel een buurthuis dichtbij. Dat is meer dan drie kwart van het geclusterd aanbod van corporaties. Ongeveer 16% van het geclusterde aanbod voor senioren heeft dus geen ontmoetingsmogelijkheid in de directe omgeving. Deze eigenschap is niet bekend voor 9% van de woningen. Mogelijk heeft een kwart van de complexen geen ontmoetingsmogelijkheid. Ontmoetingsruimte Onbekend
204
Geen ontmoetingsruimte, tuin/atrium of buurthuis binnen 500m
378
Geen ontmoetingsruimte of tuin of atrium, maar wel buurthuis binnen…
368
Geen ontmoetingsruimte, maar wel een gezamenlijke tuin of atrium
586
Met ontmoetingsruimte
1348
Seniorenlabel 0
45+ label
200 400 600 800 1000120014001600
547
50+ label
Huismeester
96
Onbekend 55+ label
1646
Geen label
Geen huismeester
500
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
612
Wel huismeester
595 0
355
1000
1500
2000
1917 0
500
1000
1500
2000
2500
23
Onbekend
Een huismeester is vaak het aanspreekpunt in een complex. Voor één op de vijf (22%) van de geclusterde corporatiewoningen voor ouderen geldt dat er geen huismeester aanwezig is in het complex. Het overgrote deel (60%) heeft wel een huismeester. De complexen waarvan we weten dat er een huismeester is, hebben in de meeste gevallen (50%) ook een inpandige ontmoetingsruimte dan wel een gezamenlijke tuin/atrium. Bewonerscommissie Van een grote meerderheid (1.432) van de woningen is niet bekend of er in het complex een bewonerscommissie actief is. Bij 608 wooneenheden is er wel een bewonerscommissie. Onbekend
1432
Geen bewonerscommissie
844
Bewonerscommissie
608 0
200
400
600
750
Geen scootmobielberging
1011
1 scootmobielberging per 5 woningen
152
Scootmobielberging
971
0
200
400
600
800 1000 1200
Woonkeur hanteert als norm dat er 1 scootmobielberging is per 5 bewoners. Aan die strenge norm voldoen 152 wooneenheden voor geclusterd wonen voor ouderen. Gewenste voorzieningen Aan ouderen in het Burgerpanel is gevraagd welke voorzieningen zij wensen in een geclusterde woonvorm. Ouderen vinden een gemeenschappelijke buitenruimte (59% (zeer) belangrijk), videodeurbel (50% (zeer) belangrijk) en een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte (48% (zeer) belangrijk) het belangrijkst. Ouderen vinden sauna (57% (zeer) onbelangrijk), leenfietsen (45% (zeer) onbelangrijk), een zwembad (43%) of leenauto (43%) het minst van belang.
800 1000 1200 1400 1600
Scootmobielberging In Zwolle zijn 971 geclusterde wooneenheden voor senioren met een scootmobielberging.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
24
Fitnessruimte/sportaccommodatie 7%
34%
Diverse leeftijdsgroepen
Zwembad 5% 19%
50%
Bewoners met eenzelfde leefwijze
31%
Leenfietsen 5% 14% Leeftijdsgenoten
Gedeelde auto's 7% 18%
Bewoners zonder zorgvraag
Sauna 3%9%
Huismmester aanwezig Videodeurbel
9%
Gemeenschappelijke ontmoetingsruimte
9%
Gemeenschappelijke buitenruimte
13%
Boodschappenservice 7% Taxidienst 4% Fysio-/ergotherapie/pedicure
Zeer belangrijk
Belangrijk
33%
15%
Maaltijdservice 4%
Bewoners met eenzelfde zorgvraag
35%
Maakt mij niet uit / geen antwoord
39%
4% 23% 10%
46% 33%
Aanbod aan geschikte woningen
29% 27%
0%
20%
40%
Onbelangrijk
60%
80%
100%
Zeer onbelangrijk
Gewenste groepen om samen te wonen Volgens het Burgerpanel willen ouderen het vaakst met diverse leeftijdsgroepen (50%) en bewoners met een eenzelfde leefwijze (31%) samenwonen. Slechts een kwart (23%) wil alleen met leeftijdsgenoten samenwonen. Een kwart (23%) wil niet in een collectieve woonvorm wonen.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
9%
Ik wil niet in een collectieve woonvorm wonen
27%
8%
Neutraal
23%
Om doorstroming te bevorderen, is inzicht nodig in het aantal geschikte woningen en het aantal geschikt te maken woningen. Deze paragraaf gaat in op de woningvoorraad en in welk marksegment deze voorraad zich vooral bevindt. Wij hebben de (potentiële) geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 57.340 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen binnen het aangeleverde WOZ-bestand van de gemeente Zwolle. Volgens deze analyse is ongeveer een op de drie woningen (34%, circa 19.400 woningen) van de woningvoorraad in Zwolle al ‘geschikt’ voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Drie van de tien woningen (31%, circa 18.000 woningen) zijn met een kleine ingreep geschikt te maken. Ruim een derde (35%, rond de 20.000 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
25
Figuur 5.1: Gemeente Zwolle. Aanbod geschikte woningen volgens doorzonscan (2021)
•
Opvallend is het hoge aandeel geschikt te maken woningen in het stadsdeel West (65%). Verder zijn er in stadsdeel Zuid (38%) relatief veel kansen voor woningaanpassingen. De kansen zijn het kleinst in Midden (8% geschikt te maken).
Figuur 5.2: Gemeente Zwolle. Geschiktheid woningvoorraad naar stadsdeel (2021)
Bron: WOZ-registratie en gemeente Zwolle, bewerkt door Companen (2021).
Lang niet alle ‘geschikte’ woningen worden bewoond door ouderen, en vermoedelijk ook lang niet allemaal door mensen met een mobiliteitsbeperking. 67% van de ‘geschikte’ woningen wordt momenteel bewoond door een huishouden onder de 65 jaar. Dat heeft er mee te maken dat de meeste appartementencomplexen voldoen aan de eisen van een ‘geschikte’ woning (gelijkvloers en met lift); dat betekent dat ook woningen die niet specifiek bedoeld zijn voor ouderen in deze categorie vallen. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Van de circa 19.400 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van ongeveer 6.100 woningen, die momenteel worden bewoond door 65plussers. Uitsplitsing naar stadsdeel De geschiktheid van de woningvoorraad is onevenredig over de stad verdeeld. In de bijlage is een tabel opgenomen met het aandeel geschikte woningen per wijk. In de onderstaande figuur (2021) zien we de spreiding van geschikte woningen over de stadsdelen van Zwolle. • De geschiktheid is het hoogst in de stadsdelen Noord (45%), Oost (43%) en Midden (41%). In West (20%) en Zuid (22%) is de geschiktheid relatief laag.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
Stadsdeel Midden
41%
Stadsdeel Noord
45%
Stadsdeel Oost
43%
Stadsdeel West
20%
Stadsdeel Zuid
22%
Gemeente Zwolle
8%
51% 26%
14%
29% 43%
65%
34%
Geschikt voor ouderen
38%
15% 40%
31% Geschikt te maken
35% Niet geschikt voor ouderen
Bron: WOZ-registratie en gemeente Zwolle, bewerkt door Companen (2021).
Behoefte aan voorzieningen Aan het Burgerpanel is gevraagd van welke voorzieningen ouderen het belangrijk vinden dat ze binnen een straal van 500 meter liggen. Het meest belangrijk vinden ouderen een supermarkt (75%), park/natuur (72%) en een OV-halte (62%). Het minst belangrijk vinden zij nabij gelegen sportgelegenheid, horeca en een buurt/ontmoetingsplek. Ouderen zijn het meest tevreden over de aanwezigheid van openbaar groen, winkels en parkeerruimte in de buurt. Het minst zijn ouderen tevreden over de aanwezigheid van voorzieningen voor ouderen (zoals bankjes of
26
boodschappenservice), ontmoetingsplekken en zorgvoorzieningen (zoals huisarts of fysiotherapeut).
Figuur 5.4: Gemeente Zwolle. Belang van voorzieningen binnen straal van 500 meter op een schaal van 1 tot 10 (2021)
Openbaar groen
Figuur 5.3: Gemeente Zwolle. Belang van voorzieningen binnen straal van 500 meter (2021)
7,9
Winkels Supermarkt
75%
20%
7,5
5% Parkeerruimte
Winkels
44%
Buurthuis/ontmoetingsplek
20%
Sportgelegenheid
15%
Horeca
19%
6,6
11%
51%
Wijk- en ontmoetingscentra
6,2
Horeca
5,9
Sportvoorzieningen
5,7
Bibliotheek
5,4
Zorgvoorzieningen
5,2
29%
43%
41%
44%
OV-halte Huisarts
45%
37%
62%
25%
51%
12%
39%
10% Ontmoetingsplekken
Fysiotherapeut/ergotherapeut
34%
51%
Voorzieningen voor ouderen Park/natuur
72%
4,8
15% 25%
4,2
3% Bron: Buurt voor Buurt-Onderzoek (2021), bewerkt door Companen.
Belangrijk
Neutraal
Niet belangrijk
Bron: Burgerpanel Zwolle, bewerkt door Companen.
193.111 | Wonen in een 3e levensfase
27
6 Huisvestingsopgave
Tabel 6.1: Vraag-aanbodbalans woonvormen (2021 - 2040)
2021
2025
2030
2035
2040
340
-70
-560
-1.040
-1.470
1.890
1.770
1.660
1.530
1.410
Scenario ‘gemengde woonwijken’
In dit hoofdstuk zetten we de (toekomstige) vraag van ouderen af tegen het aanbod aan ouderenhuisvesting De vergelijking tussen vraag en aanbod laat zien waar tekorten of overschotten aanwezig zijn in de Zwolse woningvoorraad, in termen van woonvormen, marktsegmenten en toegankelijke woningen voor ouderen. Dit beeld schetsen wij voor zowel de gehele gemeente als ook voor de individuele kernen. Hiermee ontstaat zicht op de vraag of de betrokken partijen binnen de gemeente voldoende inspelen op de woonbehoefte van senioren.
Geclusterd wonen, uitgesplitst in: Sociale huur Particuliere huur
-410
-470
-550
-640
-720
-1.140
-1.370
-1.670
-1.930
-2.150
24 uurszorg
-140
-240
-410
-550
-680
Totaal vraag-aanbod
200
-310
-970
-1.590
-2.150
-3.660
Koop
Scenario ‘doorstroming’
Conclusies Huisvestingsopgave: woonvormen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen: • Er is momenteel een tekort van 140 plekken voor mensen met een psychogeriatrische (PG) of somatische zorgvraag (SOM). Er is volgens onze berekeningen een behoefte aan circa 1000 plekken, en er zijn momenteel ongeveer 860 plekken in de gemeente. In de komende jaren neemt het tekort toe, zolang er geen aanbod bij komt. Zonder toevoeging verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van maximaal 640 plekken in het scenario gemengd wonen. Bij het geclusterd scenario is dit tekort 320 plekken. De inclusieve variant geeft een overschot van 80 plekken. • Voor geclusterd wonen geldt op dit moment dat het aanbod groter is dan de vraag. Ongeveer 20% van de geclusterde woningen voor senioren is bewoond door de aankomende groep ouderen van jonger dan 50 jaar. Die groep is relatief meer vermogend en heeft behoefte aan een ander aanbod dan dat zij op dit moment in de sociale huursector bewonen. Hun behoefte zit meer in de wat luxere geclusterde woonconcepten in de particuliere huursector en de koopmarkt.