3.6.2 Ecogroen - Adviesrapport biodiversiteitsimpuls
Tekst van het document
adviesrapport Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle Maatregelen ter behoud en versterking van de biodiversiteit
Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV
Definitief
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464
Colofon
E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle Maatregelen ter behoud en versterking van de biodiversiteit
20-654
17 mei 2021
Definitief
S. (Silvio) Lindhout & I. (Iwan) Veeman
A. (Astrid) van Teeffelen
Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Lindhout, S. & Veeman, I. (2021). Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle. Maatregelen ter behoud en versterking van de biodiversiteit. Rapport 20-654. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud 1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging plangebied 1.3 Voorgenomen ontwikkelingen
4 4 4 5
2.
Huidige natuurwaarde 2.1 Zwarte Water 2.2 Deelgebied Jachthavens 2.3 Deelgebied Triferto
6 6 7 9
3.
Maatregelen 3.1 Inrichting en beplanting 3.1.1 Groene verbindingszone 3.1.2 Inheems en gemengd 3.1.3 Natuurlijke gradiënten en diversiteit aan biotopen 3.1.4 Behouden donkerte 3.2 Natuurinclusief bouwen en soortspecifieke voorzieningen 3.2.1 Zoogdieren 3.2.2 Vogels 3.2.3 Amfibieën 3.2.4 Insecten 3.3 Beheer
11 11 11 11 12 13 13 13 16 18 19 22
Geraadpleegde bronnen
23
Bijlagen Bijlage 1 - Ambitiebeeld biodiversiteit
Biodiversiteitsimpuls BiodiversiteitsimpulsZwarte ZwarteWaterzone, Waterzone,Zwolle Zwolle
1. Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling De Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV is voornemens de bestaande bebouwing en havens in de Zwartewaterzone te Zwolle om te vormen naar woningbouw en recreatie. Vanuit de gemeente, NatuurPlatform Zwolle en omwonenden komt de wens om biodiversiteit te implementeren in het toekomstige plan. Het uitgangspunt hierbij is om de huidige natuurwaarden te behouden en waar mogelijk te versterken. In 2020 heeft Ecogroen onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige beschermde natuurwaarden in het plangebied (Lindhout & Veeman, 2020). De Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV heeft Ecogroen gevraagd aanvullende maatregelen te identificeren ten behoeve van de implementatie en versterking van de huidige natuurwaarden. Voorliggende rapportage is gericht op deze bovenwettelijke maatregelen ten behoeve van de biodiversiteit. De toetsing en maatregelen in het kader van wet- en regelgeving voor de bescherming van natuur is terug te vinden in de natuurtoets (Lindhout & Veeman, 2020).
1.2
Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich buitendijks, gesitueerd tussen het Zwarte Water en de wijk Holtenbroek in het noorden van Zwolle. Het bestaat uit een noordelijk deelgebied (Jachthavens) en een zuidelijk deelgebied (Triferto)(zie figuur 1.1). Een uitgebreide kenschets per deelgebied wordt gegeven in respectievelijk 2.2 en 2.3.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) langs het Zwarte Water. Bron kaartondergrond: OpenStreetMap.
04
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Beide deelgebieden liggen in de hoofdgroenstructuur van Zwolle (zie figuur 1.2; Gemeente Zwolle, 2020). Het plangebied valt buiten beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland.
Figuur 1.2 Begrenzing van het plangebied (rood omlijnd) in de hoofdgroenstructuur van gemeente Zwolle (donkergroen). Bron kaart: Gemeente Zwolle.
1.3
Voorgenomen ontwikkelingen Het beoogde plan is een uitwerking van de Gebiedsvisie Zwartewaterzone (Buro MA.AN, 2018). De havens en bebouwing binnen het deelgebied Jachthavens worden verwijderd ten behoeve van woningbouw. In het deelgebied Triferto wordt ruimte gemaakt voor een nieuwe haven en recreatiemogelijkheden. Het aandeel verhard oppervlak neemt in het deelgebied Triferto als gevolg van de plannen af van 60% naar 36%. In het deelgebied Jachthavens neemt de verharding iets toe van 20% naar 25%. De huidige planschetsen en het ambitiebeeld biodiversiteit zijn weergegeven in bijlage 1.
05
Biodiversiteitsimpuls BiodiversiteitsimpulsZwarte ZwarteWaterzone, Waterzone,Zwolle Zwolle
2. Huidige natuurwaarde In dit hoofdstuk worden de huidige natuurwaarden van het plangebied beschreven op basis van waarnemingen en bevindingen tijdens recent uitgevoerde ecologische onderzoeken (Heinen, 2018; Lindhout & Veeman, 2020), het Faunaonderzoek Zwolle en Vechterweerd (Schermerhorn & Van der Sluis, 2019) en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020). In paragraaf 2.1 wordt de functie van het Zwarte Water beschreven voor soorten die alleen baat hebben bij het waterlichaam op zichzelf, en dus geen directe connectie hebben met het plangebied. De beschreven functie van het Zwarte Water als migratieroute van vleermuizen en leefgebied van vissen worden in deze paragraaf beschreven. In paragrafen 2.2 en 2.3 worden de (terrestrische) natuurwaarden van het plangebied per deelgebied beschreven.
2.1
Zwarte Water Vleermuizen Voor vleermuizen heeft het Zwarte Water een belangrijke functie als vliegroute. Van bijvoorbeeld meervleermuis is bekend dat deze via het Zwarte Water naar Duitsland migreert om zijn winterverblijfplaatsen op te zoeken (Haarsma, 2012). Deze meervleermuizen hebben hun kraamverblijfplaatsen in de omgeving van het Zwarte Water. Vissen Hoewel stenige oevers van het Zwarte Water waren tot 2013 van belang waren als leefgebied van de rivierdonderpad, is de soort sinds dat jaar niet meer waargenomen in het Zwarte Water bij Zwolle (NDFF, 2020; pers. mededeling M. van der Sluis). Waarschijnlijk is de rivierdonderpad verdrongen door concurrentie met exoten als de zwartbekgrondel en de marmergrondel (RAVON, 2020). De zwartbekgrondel is tijdens ecologisch onderzoek van Lindhout & Veeman (2020) waargenomen in het plangebied. Verder zijn waarnemingen van algemene vissoorten van rivieren en overige zoete wateren bekend in het plangebied (NDFF, 2020), zoals de snoek, baars, snoekbaars, bittervoorn, blankvoorn, kleine modderkruiper, tiendoornige stekelbaars en pos.
06
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
2.2
Deelgebied Jachthavens Het deelgebied jachthavens wordt gekenmerkt door stallingen en ligplaatsen voor boten, parkeerplaatsen, intensief beheerde gazons en een deels begroeide oever (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1 Impressie van het deelgebied Jachthavens. Bron: Ecogroen.
Flora • Oeverzone – Op de oeverwal van de jachthavens staan lage en jonge boomsoorten als zwarte els, gewone es, schietwilg, iep sp. en gewone lijsterbes. De kruidlaag bestaat uit algemene soorten als riet, haagwinde en wolfspoot. • Stenen – Onder de vlonders bevinden zich groeiplaatsen van tongvaren. De tongvaren was tot 2017 wettelijk beschermd. Tussen een steenhoop is een groeiplaats van geschubde mannetjesvaren aangetroffen. Deze varen staat nog te boek als (zeer) zeldzaam, maar wordt de laatste jaren op steeds meer plekken in het land gevonden. • Gazons – de intensief beheerde gazons in dit deelgebied bestaan uit algemene soorten van ruderale omstandigheden, zoals paardenbloem, zachte ooievaarsbek, madeliefje, muurpeper en herderstasje. • Dijk – Langs de kort gemaaide dijk staan een haag van eenstijlige meidoorn, een bramenstruweel, zomereiken en gewone esdoorns. De meidoornhaag wordt periodiek en niet-gefaseerd gesnoeid. Zoogdieren • Steenmarter – Het terrestrische deel van het plangebied is onderdeel van het foerageergebied van de steenmarter. • Otter – Het aquatisch milieu en de oeverzone worden door de otter gebruikt als foerageergebied. • Egel – Het bramenstruweel wordt door egel gebruikt als een verblijfplaats. De gazons fungeren als foerageergebied van egel.
07
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
• Overige zoogdieren – de jachthavens vormen leefgebied voor algemene soorten als mol, bruine rat, huismuis en huisspitsmuis. Vogels • Ransuil – Dichte hulststruiken en met klimop begroeide bomen direct buiten het plangebied worden gebruikt als roestplek door de ransuil. • Broedvogels bebouwing – De bebouwing (schiphuizen, stallingen en vlonders) biedt broedmogelijkheden voor boerenzwaluw, merel, zwarte roodstaart en witte kwikstaart. • Broedvogels groen – De vegetatie en oeverzone kunnen fungeren als broedplaats voor algemene vogelsoorten als zwarte kraai, ekster, houtduif, merel, winterkoning, roodborst, heggenmus, zwartkop, tjiftjaf, braamsluiper, groenling, meerkoet, fuut en wilde eend. Amfibieën Het water wordt intensief door mensen gebruikt en bevat veel vis. Dit maakt het in zeer beperkte mate geschikt als voortplantingslocatie van amfibieën. Mogelijk komen wel zeer algemene soorten als gewone pad en bruine kikker op deze locatie voor als overwinteraars. Ongewervelden Het grootste groenoppervlak (gazons) wordt intensief beheerd. Gefaseerd beheer of een andere vorm van ecologisch beheer wordt momenteel niet toegepast binnen het plangebied. Op de begroeide oeverzone zorgt de aanwezigheid van verschillende boomsoorten en een kruidlaag voor enige diversiteit onder de ongewervelden. Direct ten zuiden van deelgebied Jachthavens is een strook met sleedoorn aangeplant.
Tijdens het ecologisch onderzoek is specifiek gelet op eitjes van sleedoornpage, maar deze zijn niet aangetroffen.
08
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
2.3
Deelgebied Triferto Het deelgebied Triferto is op te delen in twee zones: de scheepswerf (noord, zie figuren 2.5 & 2.6) en de graanloodsen (zuid; zie figuren 2.7 & 2.8).
Figuren 2.5 & 2.6 Impressie van de noordelijke zone van deelgebied Triferto. Bron: Ecogroen.
Figuren 2.7 & 2.8 Impressie van de zuidelijke zone van deelgebied Triferto. Bron: Ecogroen.
De zuidelijke zone van deelgebied Triferto (graanloodsen) kent, zeker vergeleken met de rest van het plangebied, een zeer lage biodiversiteit. De noordelijke zone van deelgebied Triferto (scheepswerf) kent een relatief veel hogere biodiversiteit. De scheepswerf wordt gekenmerkt door een overmaat aan takken- en stenenhopen, overhoekjes, ruige vegetatiegroei en een hoge diversiteit aan biotopen op een vrij kleine locatie. Hieronder worden per soortgroep de aangetroffen natuurwaarden benoemd. Flora • Scheepswerf – Op het verruigde terrein rond de scheepswerf komen veel verschillende plantensoorten voor van oeverzones, vochtig bos en tuinen. Enkele veel voorkomende plantensoorten zijn: braam sp., boswilg, schietwilg, paardenbloem, populier sp., riet, bitterzoet, gewone es, Japanse wijnbes, tuinwolfsmelk, hop en grote brandnetel. • Graanloodsen – Op het versteende terrein rond de graanloodsen groeien vrijwel geen planten. In de meest zuidwestelijke hoek van deelgebied Triferto staan twee oude lindes. Volgens de Groene Kaart (Gemeente Zwolle, 2020) heeft ten minste één van deze in 1950 geplante bomen de status ‘Waardevol’. Lindes zijn belangrijke nectar- en waardplant van diverse in Zwolle voorkomende insecten. Bovendien kunnen lindebomen calcium uit diepere grondlagen halen waardoor dit mineraal beschikbaar wordt voor organismen aan de oppervlakte (Hommel et al., 2003).
09
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Zoogdieren • Egel – De noordelijke zone van deelgebied Triferto wordt door ten minste twee egels gebruikt als leefgebied. • Steemarter – Het terrein wordt gebruikt als leefgebied van steenmarter (verblijfplaats en foerageergebied). Tijdens het ecologische onderzoek zijn ten minste twee steenmarters waargenomen. • Vleermuizen – door de luwte van bomen en de aanwezigheid van water wordt dit terrein gebruikt als (onderdeel van het) foerageergebied van enkele gewone dwergvleermuizen. • Overige zoogdieren – in de noordelijke zone van deelgebied zijn de volgende kleine zoogdieren aangetroffen of te verwachten: bruine rat, gewone bosmuis, rosse woelmuis, huismuis, huisspitsmuis, dwergmuis en mol. Bij de graanloodsen zijn sporen en exemplaren gezien van bruine rat en huismuis. Vogels • Scheepswerf – In de vegetatie en de oeverzone bij de scheepswerf zijn broedplaatsen van onder andere de volgende vogelsoorten aangetroffen of te verwachten: zwarte kraai, tuinfluiter, braamsluiper, meerkoet, winterkoning, roodborst, merel, waterhoen, wilde eend, fuut, bosrietzanger, witte kwikstaart, putter, groenling, houtduif, ekster, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, zwartkop en heggenmus. • Graanloodsen – de graanloodsen zijn van belang voor één broedpaar van zwarte roodstaart en als foerageerplek van een groep stadsduiven die vermoedelijk onder de brug van de Blaloweg broedt.
Amfibieën Triferto kent voornamelijk steile oevers en is daardoor onaantrekkelijk voor amfibieën. Het Zwarte Water is op deze locatie ongeschikt als voortplantingswater door de diepte, stroming, aanwezigheid van predatoren (vis) en het grotendeels ontbreken van waterplanten. De verruigde delen van deelgebied Triferto worden daarom waarschijnlijk alleen in beperkte mate gebruikt als overwinteringsgebied van zeer algemene soorten als gewone pad en bruine kikker. Ongewervelden • In de noordelijke zone van deelgebied Triferto (scheepswerf) groeien veel verschillende waard- en nectarplanten van insecten. Het grootste deel van dit terrein wordt niet beheerd, waardoor ongewervelden als vlinders, cicaden en wantsen zonder menselijke interventie kunnen voortplanten en overwinteren. Gesnoeid hout wordt gestapeld en op locatie gehouden. Deze takkenhopen zijn van groot belang voor de diversiteit van ongewervelden, zoals spinnen, pissebedden en kevers. • Behalve bij de twee lindes (zie 2.3.1) zijn ongewervelden ook in de graanloodsen te vinden. In deze loodsen zijn diverse soorten microvlinders gezien die van dood organisch materiaal (oud graanproduct) leven: vetmot, crème kijkgaatje, vogelnestmot, witkopmot en de in Nederland zeer zeldzame grote pelsmot. Deze laatstgenoemde soort wordt vaker bij havens gezien en is waarschijnlijk meegevoerd met het graanproduct.
10
Biodiversiteitsimpuls BiodiversiteitsimpulsZwarte ZwarteWaterzone, Waterzone,Zwolle Zwolle
3. Maatregelen In voorliggend hoofdstuk worden maatregelen genoemd ten behoeve van het behoud en de versterking van de huidige natuurwaarden. De huidige natuurwaarden krijgen een impuls bij de implementatie van onderstaande maatregelen in het beoogde plan. De maatregelen in dit hoofdstuk helpen ook bij het creëren van leefgebied van soorten die nu nog geen plek hebben in het plangebied. Een passende ruimtelijke inrichting en correcte uitvoering van de plannen zijn essentieel om onderstaande maatregelen zo effectief als mogelijk te maken. Omdat veel soorten specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving worden in de derde paragraaf (3.3) voorwaarden genoemd per soort(groep). Vestiging van soorten is niet geheel te voorspellen. De kans bestaat dat niet alle genoemde soorten of juist andere soorten zich in het toekomstige plangebied vestigen. Wel is in dit rapport gefocust op reële en haalbare natuurwaarden. De maatregelen in dit hoofdstuk zijn opgedeeld in drie thema's: inrichting en beplanting, soortspecifieke voorzieningen (en de bijbehorende eisen) en het toekomstige beheer van het plangebied.
3.1
Inrichting en beplanting
3.1.1
Groene verbindingszone Ondanks de ligging in de hoofdgroenstructuur van Zwolle, vervult het plangebied in de huidige situatie voor soorten een beperkte functie als verbindingszone. Alleen vogels, vleermuizen en aquatische soorten kunnen zich gemakkelijk langs of over het plangebied heen verplaatsen. Voor veel grondgebonden zoogdieren, amfibieën en ongewervelden ontbreekt een aaneengesloten groenstructuur. De Zwarte Waterzone heeft in de huidige situatie veel barrières in de vorm van versteende terreinen met loodsen en havens. De herontwikkeling van het plangebied biedt kansen om de functionaliteit van het plangebied als groene verbindingszone te verbeteren.
3.1.2
Inheems en gemengd Inheemse fauna heeft inheemse flora nodig om van te leven. Voor een hoge biodiversiteitswaarde van de Zwarte Waterzone wordt het aanplanten van oorspronkelijk inheemse bomen en struiken dan ook sterk aanbevolen (zie figuur 3.1). Uitheemse soorten die elders in Zwolle wel als laanboom zijn te vinden, zoals ginkgo’s, robinia’s, platanen en moeraseiken, krijgen geen plek langs het Zwarte Water. Boomsoorten die hier wel oorspronkelijk zouden groeien dienen op de juiste standplaats te worden aangeplant. Denk hierbij aan zomereiken, iepen en lindes op de hoger gelegen delen van het plangebied en zwarte populier, gewone es en grauwe wilg op de lagergelegen gronden. Ook het voorkomen van een monocultuur is belangrijk. Bij het aanplanten van lanen met enkel eikenbomen wordt de kans op snelle verspreiding van ziekten en plagen (zoals essentaksterfte en de
11
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
eikenprocessierups) bevorderd. Bij een laan bestaande uit diverse boomsoorten wordt de kans op ziekten en plagen juist verminderd én ontstaat leefgebied voor een scala aan soorten. Hetzelfde principe geldt voor de struwelen en hagen. Deze lagere houtige gewassen kunnen op zonnige plekken prima bestaan uit een mix van sleedoorn, eenstijlige meidoorn en hondsroos. Op half beschaduwde of volledig beschaduwde plekken wordt de aanplant van soorten als Spaanse aak, wilde liguster, hazelaar, Gelderse roos en wilde kardinaalsmuts aanbevolen.
Figuur 3.1 Het aantal soorten insecten en mijten op inheemse (groen) en uitheemse (rood) boomsoorten. Bron: Kennedy & Southwood, 1984)
Tenslotte wordt de aanplant van cultivars1 afgeraden. Veel cultivars van planten lijken sterk op de natuurlijke variant, maar kunnen om verschillende redenen minder geschikt zijn voor insecten die afhankelijk zijn van deze plant. Bermen en gazons hoeven niet ingezaaid of aangeplant te worden. Het vanzelf laten ontwikkelen van een natuurlijke vegetatie is hier voldoende. Het alert zijn op en eventueel bestrijden van opkomende exoten als reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop is wel belangrijk om de natuurwaarde van kruidenrijke vegetaties hoog te houden. 3.1.3
Natuurlijke gradiënten en diversiteit aan biotopen Een gevarieerd landschap brengt verschillende vegetatietypes en een hogere biodiversiteit met zich mee. Zo brengt het aflopende talud van de Holtenbroekerdijk tot het Zwarte Water potentie voor een hoge biodiversiteit. Deze diversiteit kan zich uiten wanneer het plangebied wordt bezet door natuurlijkere vegetatie en omstandigheden. De aanwezigheid van een microreliëf is tevens belangrijk voor bepaalde kleinere dieren zoals de wezel en wilde bijen. Ook de aanwezigheid van een groot waterlichaam als het Zwarte Water brengt veel kansen met zich mee. In het nieuwe plan kunnen diverse geulen en meertjes ontstaan, met leefgebied voor diverse water- en oeversoorten. Variatie kan ook ontstaan rond bomen en gebouwen als gevolg van de zon- en schaduwzijde. De temperatuurverschillen aan de verschillende zijden van gebouwen spelen een belangrijke rol bij de ________________________________________________________________________________ 1 Een gekweekte variëteit van een plantensoort waarbij is geselecteerd op bepaalde wenselijke eigenschappen.
12
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
aantrekkingskracht op de verschillende gebouwbewonende soorten. Dit soort omgevingskenmerken komen nader aan bod bij de soortspecifieke voorzieningen (zie paragraaf 3.2). 3.1.4
Behouden donkerte Veel nachtactieve soorten zoals uilen, vleermuizen, nachtvlinders en zelfs sommige vissen hebben baat bij donkere nachten. In Nederland zijn nog weinig echt donkere gebieden te vinden. De biologische klok van veel soorten, waaronder de mens, wordt door lichtvervuiling verstoord. Recent onderzoek heeft onder meer vastgesteld dat lichtvervuiling een reële bedreiging vormt voor nachtvlinderpopulaties (Van Langevelde et al., 2018). En omdat veel vleermuizen lichtschuw zijn komt de functionaliteit van het Zwarte Water als vliegroute in het geding wanneer in de toekomstige situatie te veel lichtverstrooiing plaatsvindt. Om bovenstaande redenen adviseren we om nachtelijk kunstlicht zo veel mogelijk te beperken tot de plekken waar dit écht noodzakelijk is (bijvoorbeeld voor de verkeersveiligheid). Uitstralende effecten van lampen dienen zo veel mogelijk voorkomen te worden. Hierbij kan ook gedacht worden aan minder sterke of rode lampen, straatverlichting met bewegingssensoren en het gebruik van armaturen met geringe lichtverstrooiing.
3.2
Natuurinclusief bouwen en soortspecifieke voorzieningen Het aanbod van nest- en verblijfplaatsen kan binnen het plangebied aanzienlijk worden verhoogd, onder ander door de toekomstige bebouwing op natuurinclusieve wijze te realiseren. Belangrijke aspecten bij het realiseren van voorzieningen is het behouden van rust en het voorkomen van overlast. Veel soorten zijn gedurende het broed- en voortplantingsseizoen zeer verstoringsgevoelig. Voor een aantal soorten is het daarom noodzakelijk zijn om gerealiseerde (nest)voorzieningen onbereikbaar te maken voor mensen. Het voorkomen van overlast, door bijvoorbeeld uitwerpselen, kan door de voorzieningen boven groen of water te realiseren (en dus niet boven publieke ruimtes of voertuigen). Het ontwerp en de aanleg van de voorzieningen is maatwerk en dient altijd plaats te vinden onder begeleiding van een ter zake deskundige op het gebied van de betreffende soorten. Hieronder geven we per soort(groep) een beschrijving en inkijk in de verschillende typen verblijfplaatsen.
3.2.1
Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen zijn een waardevolle schakel in een ecosysteem. Aanwezigheid van deze dieren is niet alleen bevorderlijk voor de biodiversiteit, ook bewoners en omwonenden hebben hier profijt van. Vleermuizen voeden zich namelijk met insecten, onder andere muggen en eikenprocessievlinders, waardoor de overlast daarvan vermindert. De aanwezigheid van water en natuurgebieden in de directe omgeving van het plangebied maken dit aspect extra belangrijk. Het is aan te bevelen meerdere (typen) vleermuisverblijven te realiseren in de toekomstige bebouwing. Voor deze soortgroep wordt daarmee ook een biodiversiteitsimpuls gegeven, omdat in de huidige situatie geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn binnen het plangebied. Er zijn verschillende opties voor het realiseren van vleermuisverblijven. Voor gebouwbewonende soorten is het toegankelijk maken van de spouw voor vleermuizen vaak de beste optie (zie figuur 3.2). Er zijn daarnaast ook kleine platte en onopvallende kasten verkrijgbaar die in bomen of tegen gevels te hangen zijn. Een ander type is de kleine bolle vleermuiskast. Deze bootst een boomholte
13
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
na waar sommige vleermuissoorten de voorkeur aan geven. Ze worden bij voorkeur dan ook in bomen gehangen. Daarnaast zijn grotere kasten met meerdere lagen verkrijgbaar. Door de verschillende compartimenten beschikken deze kasten over een groter aanbod aan verschillende microklimaten dan de kleine vleermuiskasten. De compartimenten staan met elkaar in verbinding, zodat de vleermuizen binnen zo’n grote kast de meest geschikte omstandigheden kunnen kiezen.
Figuur 3.2 Het realiseren van een toegankelijke spouw via open stootvoegen is voor gebouwbewonende vleermuizen vaak de beste optie. Bron: Ecogroen.
De gevelkasten en grotere kasten met compartimenten zijn overigens ook als inbouwvariant te verkrijgen, zodat ze geïntegreerd kunnen worden in de spouwmuren van de woningen (zie figuur 3.3). Met een combinatie van meerdere typen vleermuiskasten wordt een aanbod gecreëerd waar meerdere soorten vleermuizen jaarrond gebruik van kunnen maken. Vleermuizen maken gedurende de verschillende jaargetijden gebruik van een netwerk aan verblijfplaatsen. Een groot en divers aanbod aan verblijfplaatsen is daarom van groot belang. Het plaatsen van kasten in een zuidgevel wordt afgeraden omdat deze ’s zomers te heet kunnen worden. De aanwezigheid van een vrije aanvliegroute is essentieel. Het wordt daarom afgeraden om hoge vegetatie direct voor vleermuisvoorzieningen te planten.
Figuur 3.3 Ingemetselde zomerverblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Bron: Ecogroen.
Otter De otter maakt ook gebruik van een netwerk aan verblijfplaatsen. Vaak zijn dit dichte vegetaties op de oever of kunstmatige holen, bijvoorbeeld onder bruggen of boomwortels. Vrouwtjesotters brengen hun jongen groot in allerlei overstromingsvrije holtes. Voldoende rust en prooiaanbod en zo min mogelijk (menselijke) verstoring zijn essentiële voorwaarden voor een verblijfplaats. Momenteel benut de otter het plangebied als niet-essentieel foerageergebied. Met de herontwikkeling kan het plangebied worden opgewaardeerd tot een leefgebied met verblijfplaatsen. In de
14
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
oeverzone kunnen verblijven worden aangelegd in de vorm van één of meerdere zogenaamde otterholten. Een otterholt is een kunstmatige ruimte van circa 150*150*30 cm die vanaf de oever toegankelijk is via een opening of tunnel (zie figuur 3.4). Uit andere projecten in Nederland is bekend dat het meerdere jaren kan duren voordat een otterholt in gebruik wordt genomen.
Figuur 3.4 Schets van de doorsnede van een otterholt. Bron: SCLD.
Steenmarter Het huidige plangebied bevat leefgebied van de steenmarter. De realisatie van foerageergebied en verblijfplaatsen is noodzakelijk om de steenmarter ook in het toekomstige plan van leefgebied te voorzien. Foerageergebied wordt gerealiseerd bij uitvoering van de overige maatregelen benoemd in dit rapport (zoals maatregelen in paragraaf 3.1). Verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen zowel tussen het groen als in de bebouwing worden gerealiseerd. In beide situaties moeten de verblijven op rustige - en waar mogelijk voor mensen ontoegankelijke – plekken worden gecreëerd.
Figuur 3.5 Schets van een steenmarterverblijf. Bron: Zoogdiervereniging.
Een marterverblijf in de buitenlucht kan worden opgebouwd met (bak)stenen en stoeptegels die worden afgedekt met grond en takken (zie figuur 3.5). Ook is het inbouwen van marterverblijven in de toekomstige nieuwbouw mogelijk (zie figuur 3.6). Door diverse compartimenten te implementeren in de toekomstige bebouwing hebben marters voldoende nieuwe verblijfplaatsen om uit te kiezen. Waarschijnlijk vermindert de aanleg van steenmarterverblijven de kans op vestiging in bijvoorbeeld schuurtjes en auto’s (Van Maanen & Hoksberg, 2007).
Figuur 3.6 Voor dieren toegankelijk compartiment ingebouwd in een muur en verborgen achter de vegetatie. De aanwezigheid van minstens twee in/uitgangen wordt aanbevolen. Afhankelijk van de compartimentgrootte en de diameter van de opening is deze oplossing geschikt voor steenmarter, kleine marters en egel. Bron: Ecogroen.
15
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Kleine marterachtigen In de huidige situatie zijn geen kleine marterachtigen als wezel, hermelijn en bunzing aanwezig in het plangebied. Om leefgebied voor deze soorten te creëren is de realisatie van voldoende dekking, rust, prooi en schuil- & verblijfplaatsen belangrijk. Dekking, rust en prooi kunnen door middel van voldoende natuurlijke beplanting en ecologisch verantwoord beheer worden aangeboden. Schuilen verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door de volgende elementen in te passen binnen het plangebied: stenen- of takkenhopen (in rustige overhoekjes) en nestkasten voor kleine marterachtigen (Criel, 1990). Egel In de huidige situatie wordt het plangebied door meerdere egels gebruikt als leefgebied. Door in de toekomstige situatie veel groenvoorzieningen te plaatsen, wordt het plangebied nog aantrekkelijker voor egels. Om meer verblijfplaatsen te creëren in het plangebied kunnen (tussen struiken, heggen en perkjes) holen gemaakt worden waar de egel gebruik van kan maken. Deze holen zijn te koop in de vorm van egelhuisjes, maar door zelf een ruimte onder stenen of boomstammen te maken is hier ook op een meer natuurlijke manier in te voorzien. Als de boomstammen 0,5 tot 1,0 meter lang zijn is dat al voldoende. Als hiernaast ook nog bodem-bedekkende planten groeien, biedt dit helemaal een goed beschutte verblijfplaats.
Indien het plan voorziet in schuttingen aan tuinzijde van de woningen is het aan te bevelen om kleine openingen (14x14cm) te laten aan de onderzijde van de schuttingen zodat egels kunnen migreren/ foerageren van tuin naar tuin. Beter nog is om hagen aan te leggen tussen de tuinen. 3.2.2
Vogels Huismus en gierzwaluw Deze twee belangrijke stadssoorten hebben in de huidige situatie geen geschikte broedplekken binnen het plangebied. De beschermde huismus en gierzwaluw zijn het waard om een vaste plaats te krijgen in de toekomstige nieuwbouw. Ook kan de gierzwaluw de hinder van insecten plaatselijk behoorlijk doen dalen. Daarbij zorgen deze insecteneters, evenals de huismus, voor typische zomerse vogelgeluiden. Dit draagt juist in een stedelijke omgeving bij aan de natuurbeleving.
Figuur 3.7 Voorbeeld van geschikte kunstmatige neststenen voor gierzwaluw en huismus (bron: Ecogroen).
Nestgelegenheden kunnen worden meegenomen in het metselwerk (zie figuur 3.7), of los tegen de bebouwing geplaatst worden. Dit kan in de vorm van mussenpannen, vogelvides, neststenen en nestkasten. Huiszwaluw Kolonies van de huiszwaluw zijn te vinden bij gebouwen van baksteen of beton met witte, overhellende dakranden (zie figuur 3.8). Een belangrijke voorwaarde die de huiszwaluw stelt aan zijn leefomgeving is de aanwezigheid van een modderplaats om nestmateriaal te verzamelen. Modderige strandjes of poeltjes met slib kunnen bij het Zwarte Water gerealiseerd worden.
16
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Figuur 3.8 Huiszwaluwkolonie onder een witte dakrand met uitstekende gordingen. Bron: Ecogroen.
Boerenzwaluw en witte kwikstaart In de loodsen en overdekte ligplaatsen van boten zijn broedplaatsen aanwezig van deze twee soorten. In de nieuwe schiphuizen kunnen voorzieningen worden aangebracht voor boerenzwaluw en witte kwikstaart. De aanwezigheid van donkere hoekjes met houten draagbalken zijn voor deze soorten voldoende zijn om een nest op te bouwen. Voor boerenzwaluw kunnen ook nestkommen of nestplankjes worden aangebracht (zie figuren 3.9 & 3.10). Ook voor boerenzwaluw is de aanwezigheid van vochtige, kleiige grond in de directe omgeving van het plangebied belangrijk om hun nest van te bouwen. Modderige strandjes kunnen aan het Zwarte Water gerealiseerd worden.
Figuur 3.9 en 3.10 Links: voorbeeld van een nestplank aan een houten draagbalk, geschikt voor boerenzwaluw en witte kwikstaart (Bron: O. de Vries). Rechts: kunstmatige nestkom voor boerenzwaluw (Bron: Vivara).
Oeverzwaluw en ijsvogel Vrijwel iedereen heeft ze wel eens gezien in Nederland: een oeverzwaluwwand (zie figuur 3.11). Deze objecten, die meestal langs het water staan, kunnen een hele kolonie oeverzwaluwen huisvesten en zijn vaak al snel succesvol. Ook de ijsvogel kan broeden in een dergelijke wand, al zijn ook speciale ijsvogelbroedwanden aan te leggen.
Figuur 3.11 Een oeverzwaluwwand in Zwolle. Bron: Vivara Pro.
17
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Zwarte roodstaart De zwarte roodstaart broedt op drie verschillende locaties in het plangebied. Oorspronkelijk was deze soort een echte bergvogel. Tegenwoordig is de zwarte roodstaart niet te missen in bijna alle binnensteden of op elk bedrijventerrein van Nederland. Om de soort een plek te geven in de toekomstige situatie van het plangebied wordt geadviseerd om meerdere halfopen neststenen te plaatsen op donkere hoekjes of nissen (liefst overdekt) op de hogere daken van de te realiseren nieuwbouw (zie figuur 3.12).
Figuur 3.12 Halfopen neststeen voor de zwarte roodstaart. Bron: Vivara
Visdief en scholekster Deze soorten broeden van oorsprong aan de kust op grindstrandjes, maar doen dat nu steeds vaker op platte daken in het stedelijk gebied. In de huidige situatie broeden deze soorten niet in het plangebied. Wel broeden scholeksters op diverse platte daken rond het plangebied (Stadshagen en Holtenbroek), en bevindt zich een kolonie van de visdief op het dak van het AH-distributiecentrum in de Marslanden (Schermerhorn & Van der Sluis, 2019). Om te zorgen dat deze vogelsoorten in de toekomstige situatie een broedplek hebben langs het Zwarte Water, kunnen voorzieningen worden aangebracht op de daken van hoogbouw. Vaak voldoen voor scholekster één of meerdere platte bakken met grind van één vierkante meter al. Deze bakken hoeven niet hoog te zijn, aangezien de scholekster maar een ondiepe kuil in het grind maakt om in te broeden. Belangrijk is wel dat water kan weglopen uit de onderkant van de bak, zodat de eieren niet nat blijven. Een verhoogde dakrand wordt op deze daken aanbevolen zodat jonge vogels niet naar beneden kunnen vallen. De visdief is een koloniebroeder, waardoor deze soort een groter oppervlak aan grind nodig heeft. Een voorwaarde van beide soorten is voldoende overzicht rond het nest. Voorzieningen voor deze soorten kunnen daarom het best op de hoogste daken gerealiseerd worden, boven de bomen. 3.2.3
Amfibieën In de wateren verbonden aan het Zwarte Water is vis aanwezig. Veel vissen zijn predatoren van amfibieën. Daarom is het plangebied in de huidige situatie niet tot nauwelijks geschikt als voortplantingsgebied voor amfibieën. Om ook amfibieën voor amfibieën leefgebied te creëren wordt aangeraden om enkele visvrije vijvers of amfibieënpoelen te realiseren op de hoger gelegen delen van het plangebied. De beste poelen hebben een natuurvriendelijke talud, groene oever, een zonnige ligging en ondiep om snel op te warmen, maar ook een diep deel zodat de poel ’s zomers niet droog valt (zie figuur 3.13).
18
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Figuur 3.13 Een tekening voor de aanleg van een grote amfibieënpoel. Bron: Vliegenthart & Zollinger, 2012.
3.2.4
Insecten Sleedoornpage De sleedoornpage is een beschermde vlinder die voor de ei-afzet en rupsen afhankelijk is van sleedoornstruiken (zie figuur 3.14). De soort komt op meerdere plekken in Zwolle voor. Geschikt habitat voor de sleedoornpage is in de huidige situatie niet aanwezig binnen het plangebied. Eitjes worden voornamelijk afgezet op de zonbeschenen delen van de struiken. Meestal gaat de voorkeur uit naar twee tot driejarig hout.
Figuur 3.14 De sleedoornpage (zie inzet, bron: M. Schut) legt haar eitjes in de oksels van takken bij zonnige sleedoornstruwelen. Bron: Ecogroen.
In de toekomstige situatie is het een optie om op zonnige plekken sleedoornstruweel aan te planten en dit vervolgens ecologisch te beheren. Golvend en/of gefaseerd maai- en snoeibeheer waarborgt een constant aanbod van jong hout. Snoeien kan het best eens in de vijf jaar, maar nooit alles tegelijk. Door gefaseerd te beheren blijven de kruidenrijke delen van de bosrand bloeien tot in het najaar. De aanwezigheid van nectarbronnen is voor vrouwtjesvlinders van belang voor de ontwikkeling van eieren.
19
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Iepenpage De iepenpage is, net als de sleedoornpage, een beschermde vlindersoort die houdt van warme gebieden zoals steden. Door klimaatopwarming wordt deze soort op steeds meer plekken in Overijssel gezien. Om het plangebied toekomstbestendig te maken voor de iepenpage wordt de aanplant van gemengde lanen aanbevolen. Een mix van zonnig staande iepen (de waardplant) en lindes (de nectarplant) zijn voor deze soort het meest belangrijk. Grote weerschijnvlinder Ook de grote weerschijnvlinder is een vanuit de Wet natuurbescherming beschermde vlindersoort. Deze grote en prachtig gekleurde vlindersoort duikt op steeds meer plekken in Zwolle op. Geschikt leefgebied is onder andere te vinden in het park de Nooterhof en in het Westerveldse bos. Langs het Zwarte Water in Zwolle is sporadisch leefgebied aanwezig, zo ook binnen het plangebied en het Frankhuizerpark. Binnen het plangebied is geschikt habitat aanwezig in de vorm van beschaduwde boswilgen. Op deze wilgen zijn tijdens ecologisch onderzoek echter geen rupsen aangetroffen (zie figuur 3.15). Door de herontwikkeling van het plangebied kan een verbindingszone tussen de oost- (Nooterhof) en westkant (Zwarte Water) van de binnenstad ontstaan voor deze soort. Hiervoor dienen op schaduwrijke plekken groepjes van boswilgen aangeplant te worden, bijvoorbeeld aan de noordzijde van bebouwing.
Wilgen zijn in het voorjaar ook een belangrijke nectarbron voor wilde bijen.
Figuur 3.15 De (op een groen naaktslakje lijkende) rups van de grote weerschijnvlinder benut boswilgen op een schaduwrijke standplaats als waardplant (bron foto: Ecogroen). Omdat de rupsen overwinteren op de twijgen van deze boomsoort wordt gefaseerd snoeibeheer sterk aangeraden. Bron inzet: M. Schut.
20
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Locomotiefje Van het zeer zeldzame locomotiefje zijn in Nederland slechts enkele vindplaatsen bekend. Zwolle is één van die vindplaatsen. Het locomotiefje komt hier voor in de Vreugderijkerwaard, Beukenallee (Spoolde) en de Hasselterweg, op nog minder dan een kilometer afstand van het plangebied. Deze bijzondere sprinkhaan is te vinden op droge, voedselarme vegetaties met kale stukjes en losse stukjes grond. In Zwolle zijn dit vaak kort gemaaide, zonnige hellingen met gras (zie figuur 3.16).
Figuur 3.16 Het locomotiefje is in Zwolle te vinden bij zonbeschenen hellingen met kort gemaaide, open, grazige vegetaties. Bron: Ecogroen.
Net buiten het plangebied zijn zonnige hellingen aanwezig op de Holtenbroekerdijk. Mogelijk kunnen delen van deze dijk geschikt worden gemaakt voor het locomotiefje. Er is overigens nog relatief weinig bekend over de exacte habitateisen van het locomotiefje. Nader onderzoek zal benodigd zijn om de geschiktheid van de Holtenbroekerdijk voor deze soort te beoordelen. Wilde bijen Om leefgebied van wilde bijen te realiseren zijn zowel nectar als verblijfplaatsen noodzakelijk. Nectarbronnen komen beschikbaar door het aanplanten van inheemse bomen en het ecologisch beheren van kruidenrijke vegetaties, waardoor bloemrijke zones ontstaan. Verblijfplaatsen kunnen in de toekomstige bebouwing geïmplementeerd worden. Er bestaan speciale bijenstenen (zie figuur 3.17) waarin gaten voor holte-nestelende bijen zijn gemaakt. Deze dienen wel jaarlijks schoongemaakt te worden. Ook kan een bijenhotel worden geplaatst. Het laten staan van oude oevervegetatie (rietstengels) of laten liggen gesnoeide takken biedt ook veel mogelijkheden voor nestplaatsen van wilde bijen.
Figuur 3.17 Een inmetselbare bijensteen. Bron: Green&Blue.
21
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
3.3
Beheer Een essentieel aspect bij het versterken van biodiversiteit is het beheer. Er zijn talloze insecten en andere ongewervelden die voor het voltooien van hun levenscyclus afhankelijk zijn van de natuurlijke groei van planten. Zo zijn er eieren die overwinteren op boomknoppen, rupsen die alleen bepaalde zaden eten en nog zo veel meer ecologische samenhang tussen planten en insecten. Als bijvoorbeeld een gazon met een bepaalde plantensoort te vroeg wordt gemaaid, kan dat zo de levenscyclus van talloze insecten beëindigen. Alle beheermaatregelen dienen daarom in het toekomstige plangebied gefaseerd plaats te vinden: maaien, snoeien, kappen en zelfs het schonen van watergangen. Bij gefaseerd maaibeheer - of de verbeterde variant: sinusmaaien - ontstaan verschillende gradiënten in het gemaaide perceel. Door telkens een deel niet te maaien overleeft het deel van de insecten dat hier leeft en kunnen ze zich verder ontwikkelen, in zowel levensstadium als populatieomvang. Snoeien van bosranden en lanen kan ook prima gefaseerd. Hoewel efficiënt en ‘netjes’, hoeft niet alles in één keer in een rechte lijn gesnoeid te worden. Het snoeien van een bosrand kan het best in een golvende beweging langs de bosrand, bomenrij of singel gebeuren. Sommige uitlopers van struiken (en de daarvan afhankelijke en daarop aanwezige dieren) blijven hiermee behouden.
Ook ontstaan luwten in de bosrand en kan zich op den duur een soortenrijke mantelzoomvegetatie ontwikkelen (zie figuur 3.17). Zorgvuldig beheerde oeverzones, geulen, poelen en meren kunnen een enorme bron van biodiversiteit zijn. Ook ’s winters, want veel ongewervelden leven in de holle stengels van waterplanten als riet, lisdodde en egelskop. En vogelsoorten als de kleine karekiet houden juist van overjarige rietstengels om een nest in te bouwen. Bij het snijden van de oevervegetatie of het schonen van wateren dient altijd een deel behouden te blijven om de instandhouding van diverse soorten te waarborgen. Het opeenvolgende jaar kan weer een ander deel behouden blijven. Wanneer schetsen van de groen- en watervoorzieningen concreet zijn kan met groenbeheerders afspraken worden gemaakt voor de meest ecologisch verantwoorde wijze van beheer.
Figuur 3.17 Schets van een mantelzoom vegetatie. Bron: Ecopedia.
22
Biodiversiteitsimpuls BiodiversiteitsimpulsZwarte ZwarteWaterzone, Waterzone,Zwolle Zwolle
Geraadpleegde bronnen Literatuur Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS-Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Buro MA.AN (2018). Gebiedsvisie Zwartewaterzone. Criel, D. (1990). Kunstmatige schuilplaatsen kleine marterachtigen. Zoogdier 1(1), pp. 17-21. Haarsma, A.J. (2012). De meervleermuis en Natura 2000 in Nederland. Heinen, M.A. (2018). Flora- en faunaonderzoek Stadsdijken, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming. Rapport 18-194. Ecogroen bv Zwolle. Hommel, P.W.F.M., T. Spek & R.W. de Waal. (2003). De winterlinde terug in het Nederlandse bos?" Rijk" strooisel geeft meer gevarieerde ondergroei. In Vraag het de bomen; creativiteit in bosbeheer (pp. 71-75). Matrijs. Lindhout S. & I. Veeman (2020). Natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 19-098. Ecogroen bv Zwolle. Maanen, E. van & Hoksberg, M. (2007). Samenleven met een vreemde snuiter in Deventer. Een beheerplan voor het mensen diervriendelijk omgaan met steenmarterproblematiek. Rapport 07110. EcoGroen Advies, Zwolle. van Langevelde, F., M. Braamburg‐Annegarn, M.E. Huigens, R. Groendijk, O. Poitevin, J.R. van Deijk, W.E.
Ellis, R.H.A. van Grunsven, R. de Vos, R.A. Vos, Franzén, M. & M.F. WallisDeVries (2018). Declines in moth populations stress the need for conserving dark nights. Global change biology, 24(3), 925-932.
Internet De Vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl). Website met soortinformatie over vlinders en libellen. Gemeente Zwolle (https://www.zwolle.nl/wonen-en-leven/natuur-en-milieu/groene-kaart). Groene Kaart van Zwolle. NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging op 15 december 2020. RAVON (www.ravon.nl). Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen. Sovon.nl (www.sovon.nl). Website met soortinformatie over vogels. Zoogdiervereniging.nl. (www.zoogdiervereniging.nl) . Website met soortinformatie over zoogdieren.
23
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Bijlagen
Biodiversiteitsimpuls Zwarte Waterzone, Zwolle
Bijlage 1 Ambitiebeeld biodiversiteit
A M BI TI E BI O D I VE R S I TE I T IN D E Z WARTE WATE R ZO N E JACHTHAVEN S & TRI F ERTO MEI 2021
STEDENBOUW BEELDENDE KUNST LANDSCHAP ARCHITECTUUR
Z WA R T E WAT E R Z O N E
ZWA RT E WATERZONE JACHT HAVENS & TRIFERTO
Jachthavens
Klooienberg
Triferto
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN S PLANKAART
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN S SFEERKAART ZOMER / NORMALE WATERSTAND
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN S SFEERKAART NAJAAR / HOGE WATERSTAND
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN AMBIT IEBEELD BIODIVERSITEIT
Jachthaven - Natuurinclusieve bebouwing Soorten: steenmarter, egel zwarte roodstaart, boerenzwaluw, gierzwaluw, visdief, scholekster, huiszwaluw, huismus, spreeuw, witte kwikstaart, pimpelmees laat vlieger, meervleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis citroenvlinder, sleedoornpage, grote weerschijnvlinder, koolwitje, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, tuinhommel, honingbij
Jachthaven - Natuurlijke oevers en poelen Soorten: otter, waterspitsmuis rietzanger,, kleine karrekiet, meerkoet, wilde eend, fuut grote zilverreiger, waterhoen, oeverzwaluw en ijsvogel winde, brasem, blankvoorn, blei, rivierdonderpad en snoek(baars) oeverspin, gewone pad, bruine kikker
Jachthaven - Bosschages Soorten: egel, mol, bosmuis, bosspitsmuis, veldmuis, steenmarter, hermelijn, bunzing, huismuis, huisspitsmuis, bruine rat ransuil, koolmees, tuinfluiter, tjiftjaf, braamsluiper, zwart kop, grasmus, fitis, pimpelmees, ekster, turksetortel, appelvink, grote bontespecht, houtduif, kauw, zwarte kraai, roodborst, winterkoning, heggenmus, merel icarus blauwtje, citroenvlinder, kleine vos, dagpauwoog, boomhommel, honingbij, tuinhommel, weidehommel, akkerhommel, steenhommel, locomotiefje, meidoornspanner en bonte wespbij
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN S RUIMTEGEBRUIK NU
LEGENDA
1:2000
GROEN
23.510 m2
31 %
WATER
36.710 m2
49 %
VERHARD OPPERVLAK incl. bebouwing
14.810 m2
20 %
Z WA R T E WAT E R Z O N E
JACH TH AV EN S RUIMTEGEBRUIK STRAKS
LEGENDA
1:2000
GROEN
29.080 m2
landschappelijk groen
23.300 m2
39 %
tuinen
5.780 m2
+ (dakenlandschap
3.350 m2)
WATER
27.530 m2
37 %
VERHARD OPPERVLAK incl. bebouwing
18.420 m2
25 %
Z WA R T E WAT E R Z O N E
TRI FERTO PLANKAART
Z WA R T E WAT E R Z O N E
TRI FERTO SFEERKAART ZOMER / NORMALE WATERSTAND
Z WA R T E WAT E R Z O N E
TRI FERTO SFEERKAART NAJAAR / HOGE WATERSTAND
Z WA R T E WAT E R Z O N E
T RI FERTO AMBITIEBEELD BIODIVERSITEIT
Triferto - Stadskades Kades en oevers: egel, steenmarter, bruine rat, gewone bosmuis, rosse woelmuis, huismuis, huisspits-muis, dwergmuis en mol dwergvleermuis ijsvogel, oeverzwaluw, zwarte kraai, tuinfluiter, braam-sluiper, meerkoet, winterkoning, roodborst, merel, waterhoen, wilde eend, fuut, bosrietzanger, witte kwikstaart, putter, groenling, houtduif, ekster, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, zwartkop en heggenmus Gewone pad, bruine kikker Schiphuizen: Boerenzwaluw, witte kwikstaart, zwarte roodstaart Voorbeeldproject: Groene kades, de Nieuwe Mark Breda Groene kadewand, Kantorenpark in Hoofddorp
Z WA R T E WAT E R Z O N E
TRI FERTO RUIMTEGEBRUIK NU
LEGENDA
1:2000
GROEN
8.610 m2
21 %
WATER
7.800 m2
19 %
VERHARD OPPERVLAK incl. bebouwing
24.970 m2
60 %
Z WA R T E WAT E R Z O N E
TRI FERTO RUIMTEGEBRUIK STRAKS
LEGENDA
1:2000
GROEN
5.820 m2
14 %
WATER
20.690 m2
50 %
VERHARD OPPERVLAK incl. bebouwing
14.870 m2
36 %
Z WA R T E WAT E R Z O N E
RU I MT EG EB RU IK OVERZICHT JACHTHAVENS GROEN nu
23.510 m2
straks
29.080 m2
31 % 39 %
WATER nu straks
36.710 m2 27.530 m2
49 % 37 %
VERHARD OPPERVLAK nu straks
14.810 m2 18.420 m2
20 % 25 %
excl. 3.350 m2 op daken en balkons
nu
straks
nu
straks
TRIFERTO GROEN nu
8.610 m2
straks
5.820 m2
21 % 14 %
WATER nu straks
7.800 m2 20.690 m2
19 % 50 %
VERHARD OPPERVLAK nu straks
24.970 m2 14.870 m2
60 % 36 %