CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3.6.1 Ecogroen - Quick-scan natuurtoets

Raad Besluitvormingsronde 29 november 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Stedenbouwkundig ontwikkelplan Zwartewaterzone5.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

natuurtoets Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

Cauberg Huygen

Concept

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

19-098

2 april 2020

Concept

S. (Silvio) Lindhout en I. (Iwan) Veeman

M. (Mike) Wallink

Cauberg Huygen

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Lindhout S. en I. Veeman (2020). Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 19-098. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

3 3 3 4

2.

Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode

5 5 5

3.

Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.3 Vogels 3.4 Amfibieën 3.5 Dagvlinders 3.6 Overige soortgroepen

7 7 7 12 14 14 15

4.

Houtopstanden 4.1 Begrenzing bebouwde kom Wet natuurbescherming 4.2 Kapregels gemeente Zwolle

16 16 16

5.

Geraadpleegde bronnen

17

Bijlagen Bijlage 1 – Relevante waarnemingen deelgebied Noord Bijlage 2 – Relevante waarnemingen deelgebied Zuid

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Cauberg Huygen begeleidt de wijzigingsprocedure van het bestemmingsplan Zwartewaterzone in Zwolle. De Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV is voornemens de bestaande bebouwing en havens om te vormen naar woningbouw en recreatie. De beoogde ontwikkelingen gaan mogelijk gepaard met (negatieve) effecten op soorten en houtopstanden. Ecogroen heeft hierop voorliggende quickscan natuurtoets opgesteld om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden die op kunnen treden door de beoogde plannen.

Soortbescherming • In het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in een stenen loods en een holte in een linde. • Vaste verblijfplaatsen van steenmarter, kleine marters en egel zijn mogelijk aanwezig in het plangebied. • Binnen en direct rond het plangebied zijn jaarrond beschermde nesten van boerenzwaluw aangetroffen en zeer waarschijnlijk ook van zwarte roodstaart aangetroffen. Ook is aanwezigheid van broedende huismus (categorie 2) mogelijk in de bebouwing. • Direct buiten de begrenzing van het plangebied bevindt zich een roestplaats van ransuil. • Diverse algemene vogelsoorten zoals witte kwikstaart, winterkoning, merel, zwartkop, braamsluiper, heggenmus, roodborst, houtduif, turkse tortel, tjiftjaf, bosrietzanger, zwarte kraai, meerkoet, waterhoen, ekster en kauw zijn broedend te verwachten binnen het plangebied. • Het plangebied bevat mogelijk leefgebied van zoogdieren en amfibieën met een provinciale vrijstelling (zoals huisspitsmuis en gewone pad). Het nemen van vervolgstappen voor deze soorten is niet aan de orde. • Het plan heeft geen negatieve effecten op beschermde planten, reptielen, vissen en ongewervelden.

Houtopstanden • Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom Wnb. Aanwezige houtopstanden vallen daarom niet onder de beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Het gehele plangebied valt wel binnen de hoofdgroenstructuur van gemeente Zwolle. In de hoofdgroenstructuur is een gemeentelijke kapvergunning vereist, uitgezonderd voor zogeheten niet-bijzondere bomen met een stamomtrek van minder dan 30 centimeter op borsthoogte.

Conclusie en advies • Aanvullend onderzoek naar vleermuizen, steenmarter, kleine marterachtigen, egel, huismus, boerenzwaluw en zwarte roodstaart is noodzakelijk om de functie van het plangebied voor deze soorten in kaart te brengen. Bij wezenlijke verstoring of vernieling van vastgestelde nest- of verblijfplaatsen of van andere vitale onderdelen van het leefgebied van deze soorten (dit lijkt overigens onvermijdelijk) is het

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

01

aanvragen van een ontheffing van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Daarbij kunnen ook maatregen nodig zijn zoals het realiseren van vervangen verblijfplaatsen. • Voor de nabijgelegen roestplaats van ransuil geldt dat verstoring hiervan gedurende de periode september tot en met maart dient te worden voorkomen. De mogelijkheden hiertoe dienen te worden onderzocht en meegenomen in de verdere planuitwerking. Indien verstoring van de roestplaats onvermijdelijk blijkt en er onvoldoende geschikte alternatieven zijn is het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. • Voor alle vogels geldt dat werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen te allen tijde dienen te worden voorkomen. Dit is voor de te verwachte soorten mogelijk door de werkzaamheden uit te voeren in de periode 15 november t/m 15 februari. Wanneer werkzaamheden buiten deze periode worden opgestart adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole uit te voeren door een ter zake deskundige. • Tijdens en na realisatie van het plan dient daarom lichtverstoring op vliegroutes van vleermuizen te worden voorkomen. Dit kan door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het gebruik van amberkleurige verlichting en (straat)verlichting met omlaag gerichte armaturen.

• Het aanvragen van een vergunning bij het omgevingsloket is noodzakelijk bij het kappen van bomen met een stamomtrek van >30 cm.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling De Zwarte Water Ontwikkelingscombinatie BV is voornemens de bestaande bebouwing en havens om te vormen naar woningbouw en recreatie. De beoogde ontwikkelingen gaan mogelijk gepaard met (negatieve) effecten op soorten en houtopstanden. Ecogroen heeft hierop voorliggende quickscan natuurtoets opgesteld om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden die op kunnen treden door de beoogde plannen. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomsten van deze toetsing beschreven.

1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het plangebied bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deelgebied. Beide gebieden bevinden zich buitendijks, gesitueerd tussen het Zwarte Water en de wijk Holtenbroek in Zwolle. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) langs het Zwarte Water. Bron kaartondergrond: OpenStreetMap.

Het noordelijk deelgebied bevat vooral havens met ligplaatsen en (winter)stallingen voor boten. Het zuidelijke deelgebied bestaat grotendeels uit een werf, een verruigd terrein en loodsen voor de opslag van graan. Met name het zuidelijke deelgebied beschikt over ruigtes en overhoekjes met takkenhopen, en/ of stenen- of houtstapels. De oever van het Zwarte Water bestaat uit basaltstenen en is her en der begroeid met jonge bomen. Het beoogde plan is een uitwerking van de gebiedsvisie Zwartewaterzone (Buro MA.AN, 2018). De havens en bebouwing binnen het noordelijke deelgebied worden verwijderd ten behoeve van woningbouw. In het zuidelijke deelgebied wordt ruimte gemaakt voor een nieuwe haven en recreatiemogelijkheden. Bij

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

03

uitvoering van het plan worden gebouwen geamoveerd, groenstructuren verwijderd en waterpartijen gedempt en vergraven. De exacte invulling van het plangebied en bijbehorende planning is op het moment van schrijven onbekend.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek beschreven. Vervolgens zijn een effectenanalyse en -beoordeling beschreven ten aanzien van beschermde soorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

04

2. Kader en methode 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb; Staatsblad, 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01. Conform de vraagspecificatie wordt in dit rapport alleen de bescherming van soorten en houtopstanden behandeld. In kader 2.1 geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 1.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan.

2.2 Onderzoeksmethode Om de aanwezige en te verwachten beschermde soorten en houtopstanden binnen de invloedssfeer van het plangebied in beeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2020), de Groene Kaart van gemeente Zwolle (Gemeente Zwolle, 2020a) en gebiedseigen kennis (Heinen, 2018).

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

05

De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 29 januari 2020 (half bewolkt, droog, 6°C, matige wind) is uitgevoerd. Op 20 februari 2020 (bewolkt, droog, 7°C, matige wind) is het plangebied een tweede keer bezocht om aanvullend nog enkele gebouwen inpandig te inspecteren. Overigens kon in verband met toestemming een gemeenteloods in het zuidelijk deelgebied nog niet inpandig worden geïnspecteerd. Tijdens de veldbezoeken is het plangebied (zie figuur 1.1) geïnspecteerd alsmede de directe omgeving van het plangebied (tot circa 50 meter rondom). Specifiek is gelet op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van broedvogels en potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Hiervoor zijn zowel de bomen als gebouwen binnen en rond en het plangebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten, holten en spleten. Ook is specifiek gelet op sporen, verblijfplaatsen en potentieel leefgebied van steenmarter, kleine marterachtigen, egel en vleermuizen. In verband met de bescherming van houtopstanden is de website van gemeente Zwolle geraadpleegd voor het achterhalen van de grenzen bebouwde kom Wet natuurbescherming en de geldende regels voor het kappen van bomen. Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten en houtopstanden (mogelijk) aanwezig.

Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en houtopstanden en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek, ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

06

3. Soortbescherming 3.1 Flora Binnen het plangebied groeien met name algemeen voorkomende plantensoorten van een ruderale omgeving zoals smalle weegbree, muurpeper, herderstasje, kleefkruid, gewone paardenbloem en verschillende grassoorten. Onder een steiger van het watersportcentrum is een groeiplaats van tongvaren aangetroffen (zie figuur 3.1). Deze soort is overigens niet meer beschermd sinds 2017. Tussen een steenhoop op de Hanzehaven werd een exemplaar van de zeldzame (maar tevens wettelijk beschermde) geschubde mannetjesvaren aangetroffen. De bomen en struwelen in het plangebied betreffen voornamelijk gewone essen, zomereiken, iepen (sp.), gewone esdoorns en wilgen (sp.).

Figuur 3.1 Forse groeiplaats tongvaren.

Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van verplichte vervolgstappen ten aanzien van beschermde flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Eventueel kunnen genoemde varens worden verplaatst naar buiten het werkgebied en zo behouden blijven.

3.2 Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd door artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV) van de Wet natuurbescherming. Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 3.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

07

Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken zijn potentiële vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het zuidelijke deelgebied (zie bijlage 2). Mogelijke verblijfplaatsen bevinden zich achter de gevelbetimmering en in scheuren in de muren van een stenen loods en een holte in een linde (zie figuren 3.2 en 3.3). Bij andere bebouwing binnen het plangebied ontbreekt de combinatie van invliegopeningen en voor vleermuizen toegankelijke ruimtes (zoals in de spouw of onder het dakbeschot). De bomen op de overige terreindelen zijn ongeschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen vanwege het ontbreken van holten, spleten of andere ruimten die geschikt zijn voor vleermuizen om in te huizen.

Figuur 3.2 Spleten en ruimten in een stenen loods binnen het zuidelijke deelgebied.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

08

Figuur 3.3 Holte in een linde gesitueerd op het zuidelijke deelgebied.

Bij de stenen loods en de linde in het zuidelijke deelgebied dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar vleermuizen conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad, 2017). In deze situatie is het noodzakelijk om in de periode half mei tot en met september minimaal vier nachtelijke bezoeken te brengen. Met de informatie die met gericht onderzoek wordt verzameld, kan maatwerk worden geleverd met betrekking tot de te nemen mitigerende maatregelen. Mochten vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn (indien aangetoond door aanvullend onderzoek), dan is voorafgaand aan de sloop of de kap het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Vliegroutes Het Zwarte Water heeft een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen. Van bijvoorbeeld meervleermuis is bekend dat deze via het Zwarte Water naar Duitsland migreert om zijn winterverblijfplaatsen op te zoeken. Deze meervleermuizen hebben hun kraamverblijfplaatsen in de omgeving van het Zwarte Water (Haarsma, 2012). Aanleg en gebruik van de toekomstige bebouwing hebben door verlichting mogelijk een verstorende werking op de vliegroute van met name Myotis-soorten als meervleermuis en watervleermuis. Deze soorten zijn gevoelig voor verstoring door nachtelijke verlichting in de actieve periode van vleermuizen in Nederland (april tot en met oktober).

Tijdens en na realisatie van het plan dient daarom lichtverstoring op vliegroutes van vleermuizen te worden voorkomen. Dit kan door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het gebruik van amberkleurige verlichting en straatverlichting met omlaag gerichte armaturen. Algemeen uitgangspunt is dat het Zwarte Water met niet meer dan 1,1 lux wordt verlicht door de plannen (conform Kennisdocument Watervleermuis; BIJ12b, 2017).

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

09

Foerageergebieden Opgaande groenstructuren zijn in het plangebied beperkt aanwezig. De aanwezige waterpartijen en havens zijn wel aantrekkelijk als foerageergebied voor vleermuizen. In de directe (waterrijke) omgeving van het plangebied is ruim voldoende alternatief en meer geschikt foerageergebied voorhanden. Zo vormen de nabijgelegen Holtenbroekerdijk en de daarbij gelegen groenstructuren en bebouwing goede alternatieve foerageergebieden. Realisatie van het plan leidt dan ook niet tot schade aan onmisbare foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen voor foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Meerdere waarnemingen van steenmarter zijn bekend binnen en direct rond het plangebied (NDFF, 2020). Tijdens het veldonderzoek is één uitwerpsel van steenmarter aangetroffen in een schiphuis in het noordelijke plangebied. De bebouwing van het noordelijke deelgebied is grondig en inpandig geïnspecteerd op de aanwezigheid van uitwerpselen, prooiresten en andere indicaties van verblijfplaatsen. Omdat er geen (aanwijzingen van) vaste verblijfplaatsen zijn aangetroffen, kan geconcludeerd worden dat het uitwerpsel afkomstig is van een incidenteel aanwezig exemplaar. Het zuidelijke deelgebied bevat echter meerdere potentiele vaste verblijfplaatsen, bijvoorbeeld onder en in containers, in rommelhoekjes, takken- en stenenhopen en in een toegankelijke loods (zie bijlage 2). Nader onderzoek is vereist om de exacte functie van dit deelgebied voor steenmarter in kaart te brengen. Daarbij dient onder andere de resterende - wegens ontbreken toestemming - nog niet van binnen geïnspecteerde bebouwing van binnen te worden onderzocht op bijvoorbeeld een combinatie van prooiresten en latrines. Indien het aanvullende onderzoek (zie ook hieronder bij ‘kleine marterachtigen’) vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van steenmarter aantoont, is voorafgaand aan de sloop en herinrichting een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Kleine marterachtigen Alle drie binnen Overijssel beschermde soorten kleine marterachtigen (wezel, hermelijn & bunzing) zijn binnen een straal van 600 meter rond het plangebied bekend (NDFF, 2020). Het verruigde terrein binnen het zuidelijke deelgebied beschikt over voldoende schuilmogelijkheden om te kunnen fungeren als leefgebied voor kleine marterachtigen (zie bijlage 2). Aanvullend onderzoek in de periode maart - augustus is noodzakelijk om de functie van het plangebied voor deze soorten in kaart te brengen. Dit onderzoek, waarbij cameraopstellingen worden geplaatst, kan in combinatie met het benodigde onderzoek naar steenmarter worden uitgevoerd. Indien het aanvullend onderzoek essentieel leefgebied of een vaste verblijfplaats van kleine marterachtigen aantoont, is voorafgaand aan de werkzaamheden in het leefgebied een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Egel Direct rond het plangebied zijn recente waarnemingen van egel bekend (NDFF, 2020). Ruigtes, takkenhopen en rommelhoekjes binnen het plangebied fungeren mogelijk als verblijfplaats voor egel (zie bijlage 1 en 2). Aanvullend onderzoek naar egel is noodzakelijk om de functie van het plangebied voor egel in kaart te brengen. Egels zijn voornamelijk actief aan het begin en het eind van de nacht, waardoor het onder-

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

10

zoek naar de egel gecombineerd met het vleermuisonderzoek kan worden uitgevoerd. Ook kunnen egelwaarnemingen worden gedaan bij het gerichte (camera)onderzoek naar marters. Indien vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van egel worden aangetroffen, geldt ook daarvoor ontheffingsplicht alvorens tot uitvoering over te mogen gaan. Otter In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van otter bekend (NDFF, 2020). Tijdens het veldbezoek zijn ook uitwerpselen van otter aangetroffen in het noordelijke deelgebied (zie bijlage 1). Verblijfplaatsen van de otter bevinden zich over het algemeen op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten. Tijdens de veldbezoeken zijn dergelijke geschikte verblijfplaatsen van otter niet aangetroffen in het plangebied. Het water in het plangebied wordt naar verwachting af en toe als foerageergebied gebruikt door de otter. De otter heeft een groot territorium dat kan bestaan uit wel 40 kilometer oeverlengte lang. Daarnaast is de verstoringsgevoeligheid van otter laag. Otters zijn tolerant voor allerlei menselijke activiteiten en lijken niet gevoelig voor verstoring (Kurstjens et al., 2009). Tijdens werkzaamheden is verstoring of verlies van essentiële foerageergebieden van de otter dan ook niet te verwachten.

In en rond het Zwarte Water is te allen tijde een ruim aanbod (alternatief) foerageergebied beschikbaar. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn voor de otter niet aan de orde.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

11

Overige grondgebonden zoogdieren Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren waarvoor in voorliggende situatie geen vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming de provincie Overijssel geldt (zoals bever of boommarter), worden op basis van terreinkernmerken, het gebruik van het plangebied, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Daarnaast maakt het plangebied geen onderdeel uit van onmisbaar foerageergebied van deze beschermende soorten. Vervolgstappen voor beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied vast verblijfplaatsen van een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere bosmuis, bosspitsmuis (spec.), veldmuis, huisspitsmuis, mol en konijn. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

3.3 Vogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1).

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Huismus In de bebouwing in het plangebied broedt mogelijk huismus, hoewel hiervoor bij het veldonderzoek nog geen concrete aanwijzingen zijn gevonden. Het is op dit moment echter onduidelijk of en hoeveel in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Om te bepalen of en hoeveel in gebruik zijnde nesten van huismus aanwezig zijn in het plangebied dient gericht onderzoek naar deze soort plaats te vinden. Het kennisdocument voor huismus (Bij12, 2017a) schrijft hiervoor minimaal twee bezoekmomenten voor. Die bezoeken dienen plaats te vinden in de periode tussen begin april en half mei. De bezoeken worden in de ochtend uitgevoerd bij goede weersomstandigheden. Boerenzwaluw Tijdens de veldbezoeken zijn twee nesten van boerenzwaluw aangetroffen (zie bijlage 1). Eén nest is waargenomen tegen een houten draagbalk in een schiphuis op het terrein van de watersportvereniging en één op een houten draagbalk in een stalling van de Hanzehaven. Het veldonderzoek viel buiten het broedseizoen van boerenzwaluw, waardoor het niet mogelijk was de aanwezigheid van boerenzwaluw te inventariseren. Het is dus onduidelijk of en hoeveel in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Bovendien waren niet alle geschikte nestlocaties, zoals draagbalken aan de onderzijde van steigers, tijdens de veldbezoeken te inspecteren.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

12

Om te bepalen hoeveel in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn in het plangebied dient gericht onderzoek naar boerenzwaluw plaats te vinden. Dit kan middels twee veldbezoeken in de periode tussen eind mei en eind juni waarbij broedparen worden geïnventariseerd. Voor de in gebruik zijnde nesten is het aanvragen van ontheffing Wet natuurbescherming en het nemen van mitigerende maatregelen noodzakelijk.

Zwarte roodstaart In de stallingen in het noordelijke deelgebied en een loods in het zuidelijke deelgebied zijn (zeer waarschijnlijke) nestplaatsen van de zwarte roodstaart aangetroffen (zie bijlage 1). Zowel deelgebied noord als zuid bevatten bovendien meerdere potentiele nestlocaties van de soort. In provincie Overijssel vallen de nesten van zwarte roodstaart onder de 5e categorie van jaarrond beschermde nesten. Deze categorie omvat soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren gaat, zich elders te vestigen. Zwarte roodstaart is een broedvogel van bedrijventerreinen, industrieterreinen, bouwplaatsen en het stedelijk gebied. Aanvullend onderzoek naar zwarte roodstaart is noodzakelijk om het aantal in gebruik zijnde nesten en eventuele uitwijkmogelijkheden in kaart te brengen. Het onderzoek naar zwarte roodstaart kan gecombineerd worden met het onderzoek naar boerenzwaluw. Ransuil De hulstbomen en de met klimop begroeide bomen direct buiten de plangebiedsgrens van de Hanzehaven vormen een bekende roestplek van ransuil (NDFF, 2020). Gedurende de veldbezoeken zijn minstens vijf exemplaren roestend waargenomen (bijlage 1). Het is van belang dat de roestplek gedurende de uitvoering van het plan wordt ontzien.

Het gaat dan met name om de periode september tot en met maart. Dit aspect dient in de planuitwerking te worden meegenomen, waarbij zowel de planning als verstorende activiteiten rondom de roestplaats moeten worden meegewogen. Indien verstoring van de roestplaats in de periode dat ransuil er gebruik van maakt onvermijdelijk blijkt, kan het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. Daarbij zal ook een beoordeling op aanwezigheid van eventueel geschikte alternatieven in de wijdere omgeving nodig zijn.

Overige broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Op basis van het uitgevoerde onderzoek verwachten we geen andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten zoals gierzwaluw of uilen(categorie 1 t/m 4). Ook verwachte we (afgezien van zwarte roodstaart) geen andere categorie 5 soorten waarvoor het plangebied van essentieel belang is voor de lokale populatie. Vervolgstappen ten aanzien van andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Het gerichte onderzoek naar boerenzwaluw en zwarte roodstaart waarbij ook gelet wordt op andere vogelsoorten kan dit nader onderbouwen. Kader 3.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten,

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

13

waaronder zwarte roodstaart, geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Overige broedvogels Het plangebied bevat geschikt broedbiotoop voor diverse algemene soorten zoals witte kwikstaart, kauw, winterkoning, merel, zwartkop, braamsluiper, heggenmus, roodborst, houtduif, turkse tortel, tjiftjaf, bosrietzanger, zwarte kraai, meerkoet, waterhoen en ekster. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Bij werkzaamheden op de locatie gaan mogelijk nestlocaties van deze algemeen voorkomende broedvogels verloren. Werkzaamheden die zorgen voor schade aan of ernstige verstoring van bewoonde nesten (leidend tot het verlaten van nesten), dienen te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. Indien de werkzaamheden in de periode 15 februari tot 15 november worden uitgevoerd dient kort voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden om na te gaan of broedende vogels binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Bij het aantreffen van nesten van broedvogels wordt in overleg met een ecologisch toezichthouder bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd.

3.4 Amfibieën De vooral verharde en beschoeide oevers in het plangebied zijn in combinatie met het (o.a. visrijke) watertype onaantrekkelijk als voortplantingsplaats van amfibieën. Op basis van het veldbezoek, de terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) wordt voortplanting en overwintering van in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën (zoals poelkikker en rugstreeppad) uitgesloten. Wel is op het land overwintering te verwachten van algemene soorten zoals kleine watersalamander, gewone pad en bruine kikker in aanwezige ruigtes, onder hout- of stenenstapels en in de strooisellaag. Bij de voorgenomen ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen uit te Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

3.5 Dagvlinders Sleedoornpage Op circa 500 meter afstand van de begrenzing van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de sleedoornpage (NDFF, 2020). Gedurende het veldbezoek zijn twee kleine groeiplaatsen van sleedoorn aangetroffen binnen of grenzend aan het plangebied. De planten zijn gedurende het veldbezoek geïnspecteerd op eieren van sleedoornpage. Er zijn geen eieren aangetroffen waarmee voortplanting van sleedoornpage

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

14

binnen het plangebied wordt uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van sleedoornpage zijn niet noodzakelijk. Grote weerschijnvlinder Op 1,4 kilometer afstand van het gemeenteterrein zijn waarnemingen bekend van de grote weerschijnvlinder (NDFF, 2020). Tijdens het veldbezoek zijn op het verruigde gemeenteterrein enkele boswilgen aangetroffen: de voornaamste voedselplant van de rups van de grote weerschijnvlinder. Op de takken van de boswilgen zijn geen overwinterende rupsen aangetroffen. Zodoende wordt voortplanting van grote weerschijnvlinder binnen het plangebied uitgesloten en zijn vervolgstappen ten aanzien van grote weerschijnvlinder niet aan de orde. Overige dagvlinders Op basis van het veldbezoek, aanwezige terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) wordt voortplanting van andere beschermde dagvlinders (zoals grote vos en iepenpage) binnen het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van dagvlinders zijn dermate niet aan de orde.

3.6 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens worden in het plangebied vaste verblijfplaatsen van beschermde reptielen, vissen en ongewervelden (niet-zijnde vlinders) uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

15

4. Houtopstanden 4.1 Begrenzing bebouwde kom Wet natuurbescherming Na raadpleging van de Groene Kaart van Gemeente Zwolle is gebleken dat de bomen binnen het plangebied binnen de begrenzing van de bebouwde kom Wet natuurbescherming liggen (Gemeente Zwolle, 2020a). Voor de kap van bomen binnen het plangebied gelden daarom de gemeentelijke kapregels.

4.2 Kapregels gemeente Zwolle Het gehele plangebied bevindt zich in de zogenoemde ‘hoofdgroenstructuur’ van gemeente Zwolle. Binnen het plangebied heeft één boom een bijzondere status: een linde in het zuidelijke deelgebied (aangegeven als potentiële vleermuisverblijfplaats in bijlage 2). Daarnaast zijn alle bomen tussen de begrenzing van het zuidelijke deelgebied en de Industrieweg/Klooienberglaan aangegeven als bijzondere bomen. Voor het kappen van een bijzondere boom is het aanvragen van een kapvergunning bij de gemeente altijd noodzakelijk (Gemeente Zwolle, 2020b). Omdat het gehele plangebied zich binnen de hoofdgroenstructuur van gemeente Zwolle ligt, is het aanvragen van een kapvergunning ook vereist voor niet-bijzondere bomen. Een uitzondering hierop geldt in deze situatie voor niet-bijzondere bomen met een stamomtrek van minder dan 30 centimeter op borsthoogte (=130 centimeter boven de grond). We adviseren om een kapvergunning aan te vragen bij gemeente Zwolle via het omgevingsloket.

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

16

5. Geraadpleegde bronnen Literatuur Bij12 (2017a). Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 Juli 2017. BIJ12. (2017b). Kennisdocument Watervleermuis Myotis daubentonii. Versie 1.0 Juli 2017. Broekhuizen, S. et al. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EISKenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Buro MA.AN (2018). Gebiedsvisie Zwartewaterzone. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Haarsma, A.J. (2012). De meervleermuis en Natura 2000 in Nederland. Heinen, M.A. (2018). Flora- en faunaonderzoek Stadsdijken, Zwolle. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming. Rapport 18-194. Ecogroen bv Zwolle. Kurstjens, G., Beekers, B., Jansman, H. A. H., & Bekhuis, J. (2009). Terugkeer van de otter in het rivierengebied (No. 2009.05). Kurstjens Ecologisch Adviesbureau. Ministerie van EZ (2015). Besluit van de Minister van Economische zaken van 15 oktober 2015, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming).

Internet Gemeente Zwolle (2020a). Groene Kaart. Geraadpleegd op 5 maart 2020, van https://www.zwolle.nl/wonen-en-leven/natuur-enmilieu/groene-kaart Gemeente Zwolle (2020b). Boom kappen. Geraadpleegd op 5 maart 2020, van https://www.zwolle.nl/natuur-en-milieu/boom-kappen NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd op 27 januari 2020. RAVON.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). Sovon.nl (website met soortinformatie over vogels). Vlinderstichting.nl (website met soortinformatie over vlinders en libellen). Zoogdierenvereniging.nl. (Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren).

Quickscan natuurtoets Zwartewaterzone, Zwolle

17

Bijlagen

Bijlage 1 – Relevante waarnemingen deelgebied Noord

Bijlage 2 – Relevante waarnemingen deelgebied Zuid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=c57a6174-033f-4511-942d-06080d75c602