CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3 - 5 - Ecologische quickscan

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bij BOPA voor verbouw winkelpand tot winkel/kantoorruimte met 19 appartementen, Drie Pistolengang 4 (Sikkes-locatie)3.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend natuuronderzoek locatie Sikkes aan de Drie Pistolengang 4 te Zwolle Onderzoek naar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten flora en fauna en beschermde natuurgebieden

Datum: 28-08-2024 Auteur: D. Tuitert Opdrachtgever: Bureau voor planvorming & Advies Rapportnummer: VKNO/2024/28.08 Versie: D1

Inhoud Inhoud ................................................................................................................................. 2 1 Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................. 3 1.2 Doelstelling ............................................................................................................. 3 1.3 Onderzoeksgebied ................................................................................................. 3 2 Wettelijk kader ............................................................................................................. 5 2.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit ................................................................... 5 2.2 Omgevingswet; Flora en fauna-activiteit ................................................................ 5 2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland .......................................... 6 3 Gebiedsbescherming ................................................................................................... 7 3.1 Natura 2000-gebieden ...........................................................................................

7 3.2 Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................... 7 4 Soortenbescherming .................................................................................................... 9 4.1 Verkennend veldbezoek......................................................................................... 9 4.2 Flora ....................................................................................................................... 9 4.3 Vogels .................................................................................................................... 9 4.4 Zoogdieren ........................................................................................................... 10 4.4.1 Vleermuizen................................................................................................. 10 4.4.2 Overige zoogdiersoorten ............................................................................. 10 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen ............................................................................. 10 4.6 Ongewervelden .................................................................................................... 11 5 Conclusie ...................................................................................................................

12 5.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit ................................................................. 12 5.2 Omgevingswet; Flora- en fauna-activiteit............................................................. 12 5.3 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 12

2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de herontwikkeling van het ‘Sikkes-gebouw’ aan de Drie Pistolengang 4 in Zwolle. In dat kader is gevraagd om een verkennend natuuronderzoek uit te voeren naar de mogelijke gevolgen van het voorgenomen plan voor beschermde soorten en natuurgebieden. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van het verkennend natuuronderzoek.

Figuur 1.1: Locatie onderzoeksgebied (rood omlijnd).

1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden overtreden ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna of Natura 2000gebieden of uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Indien sprake is van effecten op beschermde soorten flora en fauna, dan is voor de ingreep mogelijk een omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit vereist op grond van de Omgevingswet. Indien sprake is van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan is voor de ingreep mogelijk een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist op grond van de Omgevingswet. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland is alleen onder voorwaarden toegestaan binnen de ruimtelijke procedures. 1.3 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft een leegstaand bedrijfspand (Jan Sikkes stoffen en gordijnen) dat grenst aan het gebouw van de C&A in het binnenstedelijk gebied van Zwolle. Het betreft een volledig bebouwd en verhard terrein. Het gebouw heeft geen spouwmuren en geen hellend pannendak. Onderstaande foto’s geven een indruk van het onderzoeksgebied.

3

Foto 1 t/m 7: Indruk onderzoeksgebied.

4

2

Wettelijk kader

2.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Omgevingswet. Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000gebieden staan in artikel 5.1, eerste lid, sub e, van de Omgevingswet. Daarin is aangegeven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000 activiteit te verrichten. Een Natura 2000-activiteit is een: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie).

De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 5.1 van de Omgevingswet. 2.2 Omgevingswet; Flora en fauna-activiteit In de Omgevingswet is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet en onderliggende besluiten en regelingen zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. Er zijn drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m 11.40 Bal): Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij vogels. Het gaat om vogels die in Nederland in het wild leven en daar van nature voorkomen. Het gaat dus niet om vogels die in gevangenschap zijn geboren, gefokte vogels of ontsnapte vogels die zijn verwilderd.

Onder schadelijke handelingen bij vogels vallen: • het opzettelijk doden of vangen ervan; • het opzettelijk vernielen of beschadigen van hun nesten, rustplaatsen of eieren; • het opzettelijk wegnemen van hun nesten; • het rapen en onder zich hebben van hun eieren; • het opzettelijk storen ervan. Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m 11.48 Bal); De bedoelde diersoorten zijn in het wilde levende soorten (geen vogels) van: • bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn • bijlage II bij het Verdrag van Bern • bijlage I bij het Verdrag van Bonn Schadelijke handelingen bij die dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied: • opzettelijk doden of opzettelijk vangen; • opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; • opzettelijk verstoren; • hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen.

5

Andere Soorten (artikel 11.54 Bal) Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dieren van bijlage IX, onder A van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal). Het gaat om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onder schadelijke handelingen bij die dieren vallen: • opzettelijk doden of vangen; • opzettelijk hun vaste voortplantingsplaatsen, eieren of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet en onderliggende besluiten en regelingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen omgevingsvergunning nodig is, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort(en). Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Omgevingswet. Er is dan geen omgevingsvergunning nodig.

2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland De omgevingsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de provincie stelt binnen haar grondgebied. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er instructieregels opgenomen in afdeling 7.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), die verplichten de provincie tot: • het aanwijzen van Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden; artikel 7.6 Bkl); • het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN- gebieden (artikel 7.7 Bkl); • het stellen van regels in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kenmerken en waarden van NNN-gebieden (artikel 7.8 Bkl, eerste lid). De regels die in de omgevingsverordening komen verzekeren in ieder geval dat (artikel 7.8 Bkl, tweede lid): • de kwaliteit en oppervlakte van het NNN-gebied niet achteruitgaan; • de samenhang tussen de gebieden van het NNN; • tijdige compensatie van een bepaalde activiteit die negatieve gevolgen heeft De inhoud van de regels uit de omgevingsverordening moeten worden opgenomen in de omgevingsplannen, projectbesluiten (artikel 7.8, eerste lid) en omgevingsplanactiviteiten. Dit laatste wordt via het Invoeringsbesluit paragraaf 8.1.1.1 geregeld. De regels in de omgevingsverordening kunnen ook gaan over herstel, verbetering en de uitbreiding van de NNN-gebieden.

Ook gaat het over de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan (artikel 7.8 lid 2 Bkl). Provincies kunnen dus verdergaande regels opstellen dan opgenomen in afdeling 7.3 van het Bkl.

6

3

Gebiedsbescherming

3.1 Natura 2000-gebieden Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht op ca. 2,4 km afstand van het onderzoeksgebied. Het Natura 2000-gebied ligt op Rijntakken ligt op ca. 2,6 afstand van het onderzoeksgebied. Andere Natura 2000gebieden liggen op grotere afstand (> 5 km) van het onderzoeksgebied.

Figuur 3.1: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het onderzoeksgebied (rode pijl). Bron: Natura 2000 viewer provincie Overijssel.

Omdat het onderzoeksgebied niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied ligt, is geen sprake van oppervlakteverlies van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten in omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoeksgebied bevat momenteel ook geen geschikt leefgebied voor vogelsoorten die in omliggende Natura 2000-gebieden slapen/rusten en daarbuiten foerageren, zoals ganzen en smient. Gelet op de grote afstand van omliggende Natura 2000-gebieden en de ligging in het binnenstedelijk gebied van Zwolle (waardoor het onderzoeksgebied niet direct zichtbaar is vanuit omliggende Natura 2000-gebieden), kan verstoring door licht, geluid of optische verstoring in Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Significante gevolgen door oppervlakteverlies, verstoring door licht of geluid of optische verstoring zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten. Omliggende Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige gebieden. Als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling komen mogelijk extra stikstofemissies vrij die zouden kunnen leiden tot een toename aan stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit kan aan de hand van een separate stikstofberekening worden geverifieerd. 3.2 Natuurnetwerk Nederland Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Aangezien de Omgevingsverordening van Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van NNN niet aan de orde. Gelet op de aard van de werkzaamheden (reguliere sloop-/bouwwerkzaamheden in binnenstedelijk gebied) en de relatief grote afstand tot omliggende NNN-gebieden, wordt een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN overigens ook niet verwacht.

7

Figuur 3.2: Ligging NNN ten opzichte van het onderzoeksgebied (rode pijl). Bron: Kaartviewer NNN provincie Overijssel.

8

4

Soortenbescherming

4.1 Verkennend veldbezoek Op 27 augustus 2024 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden tijdens de daglichtperiode (ochtend). Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp en met een camera zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Het onderzoeksgebied is bekeken op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten en potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Er is gekeken naar potentieel geschikte verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van beschermde soorten kunnen duiden, zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Voorafgaand aan het veldbezoek is de NDFF geraadpleegd. Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten aanwezig uit het onderzoeksgebied. In de directe omgeving zijn waarnemingen van een foeragerende gewone dwergvleermuis en een overvliegende grote gele kwikstaart gemeld. 4.2 Flora Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde plantensoorten bekend uit het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied bevat ook geen geschikt biotoop voor beschermde plantensoorten. Het terrein is volledig bebouwd en verhard.

Aan de gevels van de bebouwing zijn geen beschermde soorten muurplanten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Het zijn met cementspecie gemetselde gevels met overwegend gave voegen die ook geen geschikte groeiplaats vormen voor beschermde soorten muurplanten. Aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroep is niet aan de orde. 4.3 Vogels Er zijn geen territorium-indicerende waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats bekend uit het onderzoeksgebied. De bebouwing in het onderzoeksgebied bestaat een bedrijfsgebouw met een plat dak. Er zijn geen nestelmogelijkheden voor gebouwbewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats zoals huismus en gierzwaluw in de dakconstructie van de bebouwing. De gevelbeplating sluit overal goed aan op de gevels en dilatatievoegen zijn overal afgekit. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van huiszwaluw aangetroffen aan de gevels van de bebouwing. Aanwezigheid van nestplaatsen van gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats kan op voorhand worden uitgesloten. Langs de zuidzijde van het gebouw staan net buiten het onderzoeksgebied enkele relatief jonge bomen en is een lage heg aanwezig.

In deze bomen zijn geen vogelnesten aangetroffen van roofvogels, zwarte kraai of roek. Aanwezigheid van nesten van boombewonende vogels, zoals roofvogels en ransuil, kan op voorhand worden uitgesloten. Op het platte dak van de bebouwing kunnen gebouwbewonende vogels zoals zwarte roodstaart, witte kwikstaart en scholekster broeden. In de bomen en heg langs de rand van het onderzoeksgebied kunnen algemeen voorkomende zangvogels broeden. Nesten van deze vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd. Er dient wel rekening te worden gehouden met deze vogelnesten, gedurende het broedseizoen mogen nestelende/broedende vogels niet worden verstoord, vernield of beschadigd.

9

4.4

Zoogdieren

4.4.1 Vleermuizen Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten vleermuizen bekend uit het onderzoeksgebied. In de directe omgeving is volgens de NDFF wel een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen. De bebouwing in het onderzoeksgebied is tijdens het veldbezoek bekeken op geschiktheid als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing heeft geen spouwmuren waarin vleermuizen kunnen verblijven. Ook is geen sprake van een hellend pannendak waarin vleermuizen zouden kunnen verblijven. De gevelbeplating sluit overal goed aan op de gevels en dilatatievoegen zijn overal afgekit. Ook deur- en raamkozijnen zijn rondom overal goed afgekit. Geconcludeerd wordt dat de bebouwing geen openingen bevat die door vleermuizen kunnen worden gebruikt als verblijfplaats. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. In de bomen langs de rand van het onderzoeksgebied zijn tijdens het veldbezoek geen holtes, scheuren of andere gaten aangetroffen en ze bevatten geen loshangend schors waarachter vleermuizen kunnen verblijven. Het betreft ook relatief jongen bomen. Van een eventuele verstoring van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is geen sprake. Het onderzoeksgebied bevat geen doorgaande groene of waterrijke structuren die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen.

Van essentieel foerageergebied of een essentiële vliegroute voor vleermuizen in het onderzoeksgebied is geen sprake. 4.4.2 Overige zoogdiersoorten In de NDFF zijn geen waarnemingen van de niet-vrijgestelde beschermde soorten overige zoogdieren aanwezig van het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde niet-vrijgestelde aan water gebonden soorten zoals otter, bever en waterspitsmuis vanwege het ontbreken van oppervlaktewater in het onderzoeksgebied. Ook voor aan bos gebonden soorten zoals eekhoorn, boommarter en das is geen geschikt leefgebied aanwezig vanwege het ontbreken van aaneengesloten bos of geschikte (nest)bomen. Het onderzoeksgebied is niet geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Het terrein is volledig bebouwd en verhard er zijn geen houtstapels, takkenbulten of steenhopen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor kleine marterachtigen. De bebouwing in het onderzoeksgebied is niet geschikt als verblijfplaats voor de gebouwbewonende steenmarter. Er zijn geen openingen in de gevels en de bebouwing heeft geen hellend pannendak waardoor de bebouwing ontoegankelijk is voor de steenmarter. Aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenmarter in de bebouwing in het onderzoeksgebied kan worden uitgesloten.

Tijdens het veldbezoek zijn overigens ook geen sporen (uitwerpselen, prooiresten) van steenmarter aangetroffen. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor overige zoogdieren is niet aan de orde. 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt biotoop voor beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen aangetroffen in het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig wat kan dienen als leefgebied voor beschermde vissen of als voortplantingsplaats voor niet-vrijgestelde beschermde amfibieën of ringslang. In het onderzoeksgebied ontbreekt heide of andere schrale ruderale vegetaties als potentieel leefgebied voor hagedissen of slangen. Er zijn geen zandige terreindelen aanwezig die in potentie geschikt zijn als leefgebied voor de

10

rugstreeppad. Aanwezigheid van niet-vrijgestelde beschermde soorten amfibieën, reptielen en vissen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroepen is niet aan de orde. 4.6 Ongewervelden Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten ongewervelden bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het verkennend veldbezoek is geconstateerd dat het onderzoeksgebied ongeschikt is als leefgebied voor beschermde soorten ongewervelden. Er zijn geen voor beschermde vlindersoorten geschikte waardplanten aanwezig en oppervlaktewater, moeras- en schrale vegetaties die geschikt leefgebied vormen voor beschermde soorten libellen en vlinders ontbreken. In het onderzoeksgebied staat ook geen sleedoornstruweel dat geschikt is als leefgebied voor de sleedoornpage of andere specifieke waardplanten voor beschermde soorten ongewervelden. De aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het onderzoeksgebied kan derhalve worden uitgesloten. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroep is niet aan de orde.

11

5

Conclusie

5.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit De voorgenomen ontwikkeling leidt, afgezien van het aspect stikstofdepositie, niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Omgevingswet is niet aan de orde. Ten aanzien van het aspect stikstofdepositie kan aan de hand van een separate stikstofberekening worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. In dat geval kan voor het aspect stikstofdepositie een Omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig zijn. 5.2 Omgevingswet; Flora- en fauna-activiteit Het onderzoeksgebied bevat geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit is niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd op daken van bebouwing en in begroeiing rondom het onderzoeksgebied.

Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden als dat kan leiden tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Ook mogen in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen niet worden vernield of beschadigd. 5.3 Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” en het opstellen van een compensatieplan is niet aan de orde.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1e87d703-e97d-4822-91c0-e23099d4308b