CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3.1 Cauberg Huygen - Wet Natuurbescherming

Raad Besluitvormingsronde 29 november 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Stedenbouwkundig ontwikkelplan Zwartewaterzone17.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

04854-50125-12v2 Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

18 mei 2021

04854-50125-12v2

M.J.M. Blankvoort

1

Inleiding

In opdracht van Bemog Projektontwikkeling B.V. en BPD (Bouwfonds Property Development) is door Cauberg Huygen B.V. onderzoek verricht naar de effecten vanwege de beoogde activiteiten op natuurgebieden. De Zwarte Waterzone is een gebied die onderdeel is van de IJseldelta en grotendeels gevormd is tussen de 12e en 15e eeuw. Het gebied kent een handels- en industriefunctie en zal worden getransformeerd naar een woonwerk- en recreatiegebied. In verband met het voornemen is een onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk naar de effecten op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natuurgebied, waardoor deze kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Onderhavige onderzoek dient ertoe om die effecten in beeld te brengen. Deze notitie doet verslag van het onderzoek ten aanzien van gebiedsbescherming. 2

Situatie

In afbeelding 2.1 is de locatie van de situatie van de twee plangebieden weergegeven. Het betreft deelgebied I Jachthavens en deelgebied II Botermanhaven en Triferto. Locatie Jachthavens De ontwikkellocatie is de locatie van de jachtwerf Dijkzicht, Stichting Het Zwolse Watersportcentrum en de Hanzehaven. Dit gebied van ongeveer 6 hectare groot ligt geheel buitendijks en ligt, vanuit Holtenbroek gezien, enigszins verscholen achter de dijk. In het gebied wordt ook gewoond, er zijn een aantal (bedrijfs)woningen aanwezig. De beide jachthavens vervullen een belangrijke behoefte aan recreatie voor de inwoners van de

stad en regio. Jachtwerf Dijkzicht is gestopt. De jachthavens maken deel uit van de stedelijke hoofdgroenstructuur. Bouwen in de hoofdgroenstructuur is alleen mogelijk als de functies die de hoofdstructuur ter plaatse vervult blijven bestaand of worden verstrekt. Locatie Triferto en de Botermanhaven Deze locatie ligt geheel buitendijks maar het Zwarte Water is nauwelijks beleefbaar. Het terrein is niet openbaar toegankelijk en er zijn daarom geen doorgaande routes langs het water. Het bedrijventerrein van circa 4 hectare heeft zijn bedrijfsfunctie echter al deels verloren. Het terrein van kunstmestgroothandel Triferto heeft een tijd leeggestaan, maar wordt sinds enige tijd (tijdelijk) verhuurd aan een graanoverslagbedrijf. Deltion gebruikt het terrein tijdelijk als parkeervoorziening. De Botermanhaven is in eigendom van de Gemeente Zwolle en ligt er nu enigszins verwaarloosd bij. Op het terrein staat een loods die wordt gebruikt voor opslag en in het haventje ligt een woonboot met een timmerwerkplaats.

Deelgebied I

Deelgebied II

Afbeelding 2.1:

Locatie van deelgebied I en II.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 2

3

Toekomstbeeld

Het plan van deelgebied I is het realiseren van circa 277 woningen aan de dijk. De dijk is de dragende structuur die met een herkenbaar profiel de doorgaande verbinding vormt tussen de stad en het landschap. Hier vandaan is er zicht op het Zwarte Water, de buitendijkse oevers en de binnendijkse plantsoenen van Holtenbroek. Het Zwarte Water buigt even ten noorden van de Twistvlietbrug iets naar het oosten af en dat geeft de dijk aan zowel de west- als oostoever een knik. Vanuit verschillende richtingen komen hierdoor routes ruimtes en zichtlijnen samen bij de brug. In het buitendijks gebied, op de overgang van stad en landschap, wordt de samenkomst van zichtlijnen, ruimtes en routes herkenbaar gemaakt met bebouwing. De buurt krijgt een gevarieerd en recreatief karakter door de aansluiting op de bestaande jachthaven aan de noordzijde en nieuwe aanlegplaats bij de woonbuurt. De oevers van het Zwarte Water worden openbaar toegankelijk met de wandelroutes en plekken om te verblijven aan het water. Het plan van deelgebied II is afgestemd op het openbaar karakter van de Stadskade op dit stedelijke knooppunt: food, sport en bewegen, leisure, horeca, hotel, cultuur maar ook ruimte voor werk en ateliers.

De bestaande haven van Leenman biedt ruimte voor aanlegplaatsen en er zijn mogelijkheden voor de aanleg van riviercruises langs de kades (laatstgenoemde ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van het plangebied). Het gebied kan onderdak bieden aan Stichting het Zwolse Watersportcentrum. De drager van de openbare ruimte is het oostoeverpad wat de doorgaande openbare recreatieve wandelroute langs het Zwartewater is.

Deelgebied I Afbeelding 3.1:

Deelgebied II planschets van deelgebied I en II.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 3

4

Wettelijk kader

Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Per 1 januari 2017 zijn gebieds- en soortenbescherming ondergebracht in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn de reeds bestaande staatsnatuurmonumenten ook opgenomen. Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Soortbescherming Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt inheemse dieren plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In onderhavige notitie komt uitsluitend het aspect gebiedsbescherming aan de orde.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 4

5

Gebiedsbescherming

5.1

Algemeen

De locatie is niet gelegen in een beschermd natuurgebied in het kader van de Wet natuurbescherming. In afbeelding 5.1 is een van belang zijnde natuurgebied weergegeven. In deze voortoets is één gebied betrokken: ‘Uitwaarden Zwarte water en Vecht. Als de effecten op dit gebied aanvaardbaar zijn, dan is dat ook het geval op de verderop gelegen gebieden.

Afbeelding 5.1:

planschets van deelgebied I en II.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 5

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht De uiterwaarden Zwarte Water en Vecht betreffen het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht, dat in dit gebied is opgenomen, kronkelt sterk door het landschap. Een deel van de uiterwaarden wordt soms tot laat in het voorjaar onregelmatig overstroomd. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen. Langs het Zwarte Water komen nattere graslanden voor. Dit gebied herbergt veel kievitsbloemgraslanden. Daarnaast komt in het gebied een aantal hardhoutooibosjes voor. Ook komen relicten van blauwgraslanden voor. Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig.1 5.2

Toetsing effecten

5.2.1

Te beschouwen effecten

De activiteiten kunnen mogelijk verstorende en/of significant negatieve effecten hebben op de Natura 2000gebied Uitwaarden Zwarte water en Vecht. Hiervoor is dit getoetst middels de effectenindicator op de website van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.2 Hiertoe is voor het Natura 2000-gebied de activiteit ‘Woningbouw’ voor deelgebied I en ‘Landrecreatie’ voor deelgebied II. Dit resulteert in mogelijke effecten zoals weergegeven in afbeelding 5.2.

1 Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/uiterwaarden-zwarte-water-en-vecht 2

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 6

Afbeelding 5.2:

Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘Uitwaarden Zwarte Water en Vecht' voor activiteit linker afbeelding ‘Woningbouw' en rechter afbeelding ‘Landrecreatie’.

Voor de uit te voeren activiteiten vanwege de voorgenomen plannen bedrijfsterrein dient rekening gehouden te worden met voormelde storingsfactoren. Navolgend wordt nader ingegaan op de storingsfactoren.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 7

5.2.2

Oppervlakteverlies

Het kenmerk van oppervlakteverlies is afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Het verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in sommige gevallen ook tot versnippering van het leefgebied. Een kleiner gebied heeft bovendien meer te leiden van randinvloeden: vaak is de kwaliteit van het leefmilieu aan de rand minder goed dan in het centrum van het gebied. Op deze manier leidt verlies van oppervlakte mogelijk ook tot een grotere gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging, verzuring of vermesting. Door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie geen onderdeel uitmaakt van een samenhangend netwerk van leefgebieden. Bij een populatie die uit te weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en neemt dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen ten gevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte.

Effect Oppervlakteverlies is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies van een Natura 2000- gebied. 5.2.3

Versnippering

Het kenmerk van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Interactie met andere factoren treedt op ten gevolge van verlies leefgebied of verandering in abiotische condities van het leefgebied. Het kan leiden tot verandering in populatiedynamiek. Als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. Effect alleen voor deelgebied I Versnippering is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van versnippering van een Natura 2000-gebied.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 8

5.2.4

Verontreiniging

Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen, zoals organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen et cetera. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. Verontreiniging heeft geen directe interactie met andere factoren. Wel kan verontreiniging als gevolg van andere factoren optreden. Vrijwel alle soorten en habitattypen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex. In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn.

Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan verontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling. Effect De maatgevende emissies naar de lucht zal voornamelijk komen door het extra verkeer. Deze emissies zullen in de lucht worden verspreid in kleinere deeltjes waarna ze door de zwaartekracht de grond zullen benaderen. Vanwege de afstand die optreedt zullen de deeltjes de Natura-2000-gebieden niet benaderen waardoor er geen sprake is van verontreiniging. 5.2.5

Verdroging

Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. De actuele grondwaterstand is zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Verdroging kan tevens leiden tot verzilting. Door verdroging neemt ook de doorluchting van de bodem toe waardoor meer organisch materiaal wordt afgebroken. Op deze wijze leidt verdroging tevens tot vermesting. Er zijn ook gebieden waar verdroging kan optreden zonder dat de grondwaterstand in de ondiepe bodem daalt. Het gaat daarbij om gebieden waar van oudsher grondwater omhoog komt. Dit water heet kwelwater. Kwelwater is water dat elders in de bodem is geïnfiltreerd en dat naar het laagste punt in het landschap stroomt. Kwelwater heeft dikwijls een bijzondere samenstelling: het is rijk aan ijzer en calcium, arm aan voedingsstoffen en niet zuur, maar gebufferd. Schade aan de natuur die veroorzaakt wordt door een afname of het verdwijnen van kwelwater en het vervangen van dit type water met gebiedsvreemd water, noemen we ook verdroging. De verandering in grondwaterstand en soms ook kwaliteit van het grondwater leidt tot een verandering in de soortensamenstelling en op lange termijn van het habitattype. Effect Binnen het plangebied wordt geen grondwater onttrokken. Er is daarom geen sprake van verdroging van een Natura 2000-gebied. Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 9

5.2.6

Verstoring door geluid

Verstoring door geluid betreft verstoring door onnatuurlijke geluidbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer dan wel tijdelijk zoals geluidbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluiddruk en frequentie. Verstoring door geluid treedt vaak samen met visuele verstoring op door bijvoorbeeld vlieg- en autoverkeer, manifestaties etc. Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor directe effecten van geluid. Geluid is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidbron zelf. Geluidbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd. Vanwege activiteiten in de twee deelgebieden treden emissies op van geluid, die verstorende effecten kunnen hebben voor vogels en andere dieren leiden in het Natuurgebied, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald worden. Bepaling van de geluidbelasting is derhalve noodzakelijk.

Op grond van onderzoek wordt betwijfeld of de voorgenomen activiteiten een zelfstandige factor vormt bij verstoring van niet-broedvogels.3 Voorts blijkt uit onderzoek dat de hoogte van het achtergrondgeluid een belangrijke rol speelt in de mate waarin vogels kunstmatig geluid als verstorend zullen ervaren. Uit al deze onderzoeksgegevens blijkt dat de drempelwaarde voor effecten van geluid op niet-broedvogels waarschijnlijk substantieel hoger liggen dan de drempelwaarden bij broedvogels en dat onverwacht geluid een groter effect heeft dan bekend geluid. Desalniettemin is in dit onderzoek gebruik gemaakt van de publicatie van Reijnen et al. (1992), 4 gericht op de verstoring van broedvogelpublicaties. Het uitgangspunt is dat verstoring door geluid, vanwege activiteiten binnen de ontwikkeling, kan leiden tot een afname van dichtheid in broedvogelpopulaties. Hierbij wordt niet gekeken naar afzonderlijke vogelsoorten, maar het effect van de optredende geluidniveaus op de dichtheid van alle soorten gezamenlijk wordt beschouwd. Het effect treedt op bij een geluidniveau van 42 dB(A) in het biotoop bos en bij 47 dB(A) in het biotoop open weidegebied. Omdat het nabijgelegen gebied grote overeenkomsten heeft met weidegebied, sluiten wij voor de verstoring van de vogels aan bij de grenswaarde van 47 dB(A).

De voormelde grenswaarde betekent dat bij geluidniveaus lager dan 47 dB(A) geen (negatieve) effecten te verwachten zijn. De dosismaat welke in het onderzoek naar de verstoring van vogels wordt gebruikt, is het etmaalgemiddelde geluidniveau, aangeduid met LAeq,24h. De toeslag van 5 dB voor de avondperiode en 10 dB voor de nachtperiode wordt in het onderzoek naar de verstoring van vogels achterwege gelaten.

3

Heinis, F., C.T.M. Vertegaal, C.R.J. Goderie & P.C van Veen, 2007. Habitattoets, Passende Beoordeling en uitwerking ADC-criteria ten behoeve van vervolgbesluiten van Maasvlakte 2. Havenbedrijf Rotterdam N.V. Projectorganisatie Maasvlakte 2, p. 202. 4 Reijnen M.J.S.M., Veenbaas G. & Foppen R.B.P., 1992. Het voorspellen van het effect van snelverkeer op Broedvogelpopulaties. Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat en DLO-instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle 04854-50125-12v2 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 18 mei 2021 Pagina 10

Effect Geluideffecten zijn te verwachten door het verkeer van en naar de twee deelgebieden en dan uitsluitend het verkeer op de wegen in de wijken. Verkeer van en naar de deelgebieden, rijdend over de Mastenbroekerallee/Middenweg alsmede Zwartewaterallee/Blaloweg onderscheiden zich qua rijd- en stopgedrag zich niet meer van het overige verkeer op die wegen, zodat de effecten van het verkeer van en naar de deelgebieden op voormelde wegen niet betrokken zijn. Met behulp van het rekenmodel van het onderzoek wegverkeerslawaai is het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege het wegverkeer in de woonwijken (dus zonder Mastenbroekerallee/Middenweg en Zwartewaterallee/Blaloweg) berekend op de grens van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied. Uit de rekenresultaten blijkt dat het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege dat wegverkeer ten hoogste 30 dB(A) bedraagt. In afbeelding 5.3 zijn de rekenresultaten grafisch weergegeven.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 11

Afbeelding 5.3:

etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege dat wegverkeer.

Nu het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) ruim lager is dan de grenswaarde van 47 dB(A) zijn negatieve effecten van geluid niet te verwachten.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 12

5.2.7

Verstoring door licht

Verstoring door licht betreft verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Verstoring door licht heeft geen interactie met andere storingsfactoren. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Effect Verstoring door licht is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied of dichtbij een Natura2000 gebied. Door de afstand is er geen sprake van verstoring door licht in een Natura 2000-gebied. 5.2.8

Verstoring door trilling

Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Verstoring door trilling kan vooral samen optreden met verstoring door geluid. Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Naar het effect op zeezoogdieren is wel onderzoek verricht. Effect De activiteiten veroorzaken lokaal trillingen, maar veroorzaken echter geen hinder zoals bedoeld in de SBR richtlijn B. Met betrekking tot industriële trillingsbronnen treden op afstanden groter dan 250 meter van de trillingsbron treden vrijwel nooit goed voelbare trillingen op. Op grond hiervan is uit te sluiten dat de activiteiten trillingen veroorzaken in de Natura 2000-gebieden. 5.2.9

Optische verstoring

Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Optische verstoring treedt vaak samen op met verstoring door geluid (in geval van recreatie) of trilling en licht (in geval van voertuigen, schepen). Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soort-specifiek en hangen af van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort. In de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Effect Optische verstoring is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. Het plangebied bevindt zich buiten Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van optische verstoring van de Natura 2000- gebieden.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 13

5.2.10 Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Verstoring door mechanische effecten kan samenvallen met verstoring door geluid, licht en trilling. Deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie of bijvoorbeeld militaire activiteiten. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna. Luchtwervelingen van bijvoorbeeld windmolens kunnen leiden tot vogelsterfte. Effect Verstoring door mechanische effecten is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van verstoring door mechanische effecten van de Natura 2000-gebieden. 6

Stikstofdepositie

6.1

Uitgangspunten

Vanwege het realiseren van deelgebied I en II treden emissies op van NOx en NH3, die tot verzurende effecten kunnen leiden in de voormelde natuurgebieden, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald worden. Bepaling van de stikstofdepositie is derhalve noodzakelijk. In de voortoets wordt de stikstofdepositie vanwege de beoogde activiteiten in de beide deelgebieden (toekomstige situatie) vergeleken met de effecten vanwege de bestaande, planologisch legale situatie (referentiesituatie) direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan. 6.2

Toekomstige situatie

De emissie in de toekomstige situatie wordt in het algemeen veroorzaakt door verbranding van aardgas door cv-installaties en door verbrandingsmotoren van voertuigen. Vanwege de energietransitie worden de gebouwen niet meer aangesloten op aardgas. Er is daarom alleen sprake van emissies door verbrandingsmotoren van voertuigen. De omvang daarvan wordt bepaald door de verkeersgeneratie van het plan. De verkeersgeneratie is aangeleverd door RoyalHaskoningDHV:

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 14

Woningbouw (Dijkzicht/ Verenigingshaven/ De Hanze) 277 woningen in verschillende prijscategorieën Commercieel (Triferto/ Boterman) 5250 Hotel (140 kamers) 3050 Horeca (restaurant of café) 6700 Bedrijfsruimte

Ontwikkeling

Aantallen CROW typering

Verkeersgeneratie werkdag (PAE/etmaal) 1556

Woningbouw

277 Gemiddelde woning

Hotel (140 kamers)

5250 3* hotel

190

Horeca

3050 Restaurant

499

Bedrijfsruimte

6700 bedrijfsverzamelgebouw

327

Uitgangspunten: * CROW verkeersgeneratie tool * Gemeente Zwolle * Ligging rest bebouwde kom De vierkante meters van commerciële activiteiten zijn indicatief. Op basis van het definitieve programma, dat door de markt bepaald zal worden, zullen er in de bestemmingsplanfase nieuwe berekeningen gemaakt worden.

Wij hebben derhalve de volgende uitgangspunten gehanteerd: − 1556 personenauto’s per etmaal (deelgebied I); − 1014 personenauto’s per etmaal (deelgebied II); − 2 zware voertuigen per etmaal (deelgebied II). 6.3

Referentiesituatie

6.3.1

Deelgebied I

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Holtenbroek” zijn de gronden voornamelijk bestemd als Recreatieve doeleinden jachthaven met Waterstaatsdoeleinden, zie afbeelding 6.1.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 15

Afbeelding 6.1:

Uitsnede uit verbeelding bestemmingsplan “Holtenbroek” voor deelgebied I.

Voor deelgebied I wordt vooralsnog verondersteld dat geen sprake is van activiteiten die een emissie veroorzaken. 6.3.2

Deelgebied II

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Holtenbroek” zijn de gronden voornamelijk bestemd als Bedrijfsdoeleinden met Waterstaatsdoeleinden, zie afbeelding 6.2.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 16

Afbeelding 6.2:

Uitsnede uit verbeelding bestemmingsplan “Holtenbroek” voor deelgebied II.

In de bestaande situatie is aldaar het bedrijf Graansloot gevestigd. De bestaande, planologisch legale situatie direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan is ontleend aan het akoestisch onderzoek van voormeld bedrijf met referentie 01799-15540-05 van 5 juli 2018, zie bijlage I. We hebben derhalve de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bron 1 Tijdens de gebruiksfase wordt de volgende verkeersaantrekkende werking verwacht, waarbij het verkeer van en naar het plangebied rijdt: − 11 personenauto’s per etmaal (deelgebied II); − 35 zware voertuigen per etmaal (deelgebied II). Bron 2 De werkzaamheden bestaat voornamelijk uit het verladen van een kraan en een shovel. Het in te zetten materieel bestaat uit stageklasse III B, 75 – 130 kW met bouwjaar 2012. − Voor deelgebied II is het verbruik per toestel, 21937 diesel per jaar. 6.4

Model, berekening en resultaten

Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator v2020. In bijlage II zijn de invoergegevens en rekenresultaten opgenomen van Aerius. Het digitale rekenbestand kan indien gewenst worden aangeleverd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 17

6.5

Beoordeling effecten stikstofdepositie

Uit de rekenresultaten blijkt de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet hoger is dan in de referentiesituatie. Daardoor zijn vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Artikel 2.7 Wnb staat derhalve niet in de weg om het bestemmingsplan vast te stellen. 7

Uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

7.1

Algemeen

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin zijn neergelegd de uitkomsten van het verrichte onderzoek en de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van die uitvoerbaarheid is ten aanzien van het aspect stikstofdepositie van belang of voor het realiseren van de bouwwerken een vergunning benodigd is en verleend kan worden in het kader van de Wnb. Immers het realiseren van de bouwwerken is een project in de zin van de Wnb, als bedoeld in artikel 2.8 Wnb. Wij benadrukken dat het beoordelen van effecten vanwege stikstofdepositie voor een plan (plantoets uit hoofdstuk 6, grondslag: artikel 2.7 Wnb) afwijkt van het beoordelen van effecten vanwege stikstofdepositie voor een project (dit hoofdstuk, grondslag: artikel 2.8 Wnb). In de navolgende paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt of voor het realiseren van de bouwwerken als project, als bedoeld in artikel 2.8 Wnb, een vergunning ingevolge de Wnb verleend kan worden. 7.2

Stikstofdepositie vanwege de sloop en realisatie van de bouwwerken

Binnen de deelgebieden zullen verdeeld over meerdere jaren diverse bouwwerken worden gerealiseerd. Hierbij gaan we vooralsnog ervan uit dat elk bouwplan beschouwd wordt als afzonderlijk project in de zin van de Wnb. In dit onderzoek hebben we de effecten op de Natura2000-gebieden alleen voor deelgebied I bepaald, omdat deelgebied I het meest nabij een Natura 2000-gebied is gelegen. Voor deelgebied I is de volgende werkwijze gehanteerd. Voor de sloop- en aanlegfase is door ons een inschatting gedaan van de bedrijfsduur van het in te zetten materieel. Hiervoor is aangesloten bij bureauervaringscijfers. Voor de verkeersaantrekkende werking is aangesloten bij vergelijkbare projecten elders. In bijlage III zijn de gehanteerde uitgangspunten opgenomen. De te verwachten bouwtijd bedraagt circa drie jaar en slooptijd circa 2 maanden. Daarom is in onderhavig onderzoek uitgegaan van drie kalenderjaren voor het bouwen en 2 maanden voor het slopen. Voor de sloop en realisatie van de beoogde bouwwerken binnen het bouwplan is de volgende inzet van bouwmaterieel en verkeersaantrekkende werking voorzien. Per bron zijn de invoergegevens van Aerius weergegeven.

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 18

Deelgebied I Verkeersaantrekkende werking Tijdens de aanlegfase is een verkeersaantrekkende werking verwacht, waarbij het verkeer van en naar de bouwplaats rijdt: - 1656 ritten zware motorvoertuigen (sloopfase) - 4 ritten zware motorvoertuigen per dag voor het brengen en ophalen van de graafmachine (sloopfase) - 6719 lichte motorvoertuigen (bouwfase) - 3826 zware motorvoertuigen (bouwfase) Materieel inzet Tijdens de aanlegfase wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet (kraan, graafmachine, betonpomp, etc.). Er wordt uitgegaan van diesel-aangedreven materieel, Stage IV. Het materieel wat wordt belast heeft een verbruik van 20 liter diesel per uur (worst case). Het materieel draait gemiddeld 30% 5 van de totale inzet stationair en heeft een verbruik van 0,377108 l/l/uur conform de TNO-tabellen. In tabel 7.1 zijn de mobiele voertuigen weergegeven die ingezet worden met de bijbehorende vermogens, bedrijfsduur en verbruik. Tabel 7.1:

Inzet materieel met bijbehorende vermogens, bedrijfsduur en verbruik

Inzet voertuigen

Vermogen

Cilinderinhoud*

Verbruik

Verbruik

(belast)

(onbelast)

480 uur

6720 L

380 L

Bedrijfsduur

Sloopfase Graafmachine

130 kW

6,5 L Bouwfase

Heimachine

450 kW

22,5 L

480 uur

1400 L

593,9 L

Koppensneller

200 kW

10,0 L

79 uur

1200 L

89,8 L

Graafmachine

130 kW

6,5 L

40 uur

589 L

29,4 L

Mobiele kraan

450 kW

22,5 L

160 uur

2647 L

407,3 L

Betonmixer

200 kW

10 L

18 uur

267 L

20 L

Betonpomp

200 kW

10 L

29 uur

267 L

20 L

Trilplaat

10 kW

0,5 L

14 uur

20 L

0,8 L

*De cilinderinhoud wordt berekend door het vermogen te delen door 20, conform “Instructie gegevens voor Aerius Calculator 2020”

7.3

Verkeersaantrekkende werking

De verkeersaantrekkende werking is vanaf het plangebied beperkt tot de kruispunt Klooienberglaan met de Durantestraat. Omtrent de lengte van de rijlijn waarover de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking is berekend, is uitgegaan van de Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit van het Ministerie van I&M. Op pagina 47 van die Handreiking wordt voor ruimtelijke plannen geadviseerd om de grens van het onderzoeksgebied te leggen waar het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen in het autonome verkeer. Bepalend voor het antwoord op de vraag of het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen in het autonome verkeer, is of dat verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden (zie ABRvS 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9494). Het verkeer naar het plangebied zal voornamelijk vanaf de brug van de Twistvlietweg afkomstig zijn en vervolgens via de Klooienberglaan de woonwijk toetreden om via de 5

Conform het onderzoek van TNO blijkt dat gemiddeld 30% van de tijd materieel stationair draait (TNO 2020 R11528,

http://publications.tno.nl/publication/34637323/OfCtXZ/TNO-2020-R11528.pdf). Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 19

Holtenbroekerdijk het plangebied binnen te rijden. Het verkeer van het plangebied zal weer terug via de Klooienberglaan de woonwijk verlaten om naar de brug Twistvlietweg te rijden. Door het verkeer in de woonwijk zelf zal het verkeer van het plangebied op de Klooienberglaan qua snelheid en rij- en stopgedrag niet te onderscheiden van het overige verkeer, dat als doorgaand verkeer of als verkeer met bestemming plangebied is aan te merken. 7.4

Model, berekening en resultaten

Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator. In bijlage IV en V zijn de invoergegevens weergegeven van respectievelijk de sloopfase en de aanlegfase van deelgebied I met bijbehorende resultaten. Uit de berekeningen blijkt dat in de aanlegfase er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is het voldoende aannemelijke dat voor de aanlegfase een vergunning ingevolge de Wnb achterwege kan blijven. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. 8

Conclusie

In opdracht van Bemog Projektontwikkeling B.V. en BPD (Bouwfonds Property Development) is door Cauberg Huygen B.V. onderzoek verricht naar de effecten vanwege de beoogde activiteiten op natuurgebieden. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen om het gebied De Zwarte Water Zone te transformeren naar een woonwerk- en recreatiegebied. De voorgenomen plannen zijn in strijd met het geldende planologische regime daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid, dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een natuurgebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. In de voortoets zijn die effecten in beeld gebracht. Uit de effectenanalyse is gebleken dat stikstofdepositie mogelijk kan leiden tot verslechtering of een significant verstorend effect kan hebben. Hiertoe is een berekening van de stikstofdepositie gemaakt, waarin de stikstofdepositie vanwege de maximale planologische mogelijkheden van het nieuwe plan (1) wordt vergeleken met de effecten vanwege de bestaande, planologisch legale situatie (2) direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan was (ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 (Weststellingswerf)).

Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie in de toekomstige situatie (1) niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (2). Daardoor zijn vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Artikel 2.7 Wnb staat derhalve niet in de weg om het bestemmingsplan vast te stellen. In het kader van die uitvoerbaarheid is ten aanzien van het aspect stikstofdepositie van belang of voor het slopen respectievelijk het realiseren van de bouwwerken een vergunning benodigd is en verleend kan worden in het kader van de Wnb. Immers het slopen en realiseren van de bouwwerken is een project in de zin van de Wnb, als bedoeld in artikel 2.8 Wnb. Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 20

Uit de berekeningen is gebleken dat voor zowel de sloopfase als de aanlegfase een vergunning ingevolge de Wnb achterwege kan blijven. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is.

Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur

Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V

Rapport 01799-15540-05 Invoergegevens en rekenresultaten Aerius plantoets Uitgangspunten sloopfase en aanlegfase deelgebied I Invoergegevens en rekenresultaten Aerius sloopfase, deelgebied I Invoergegevens en rekenresultaten Aerius aanlegfase, deelgebied I

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021 Pagina 21

Bijlage I

Rapport 01799-15540-05

Herontwikkeling Zwarte Waterzone te Zwolle Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

04854-50125-12v2 18 mei 2021

Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE T +31 (0)88-5152505 E zwolle.ch@dpa.nl www.dpa.nl/cauberg-huygen K.v.K. 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer Datum Referentie

5 juli 2018 01799-15540-05

Referentie Rapporttitel

01799-15540-05 Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

Datum

5 juli 2018

Opdrachtgever

Graansloot Kampen B.V. Haatlanderdijk 6 8263 AR KAMPEN De heer A. Weever

Contactpersoon

Behandeld door

De heer A. Woonink DPA Cauberg-Huygen B.V. Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE Telefoon 088-5152505

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 1

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel van het onderzoek

3

2

Bedrijfsgegevens

4

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4

Gehanteerde onderzoeksgegevens De inrichting Situering Hoofdactiviteiten Representatieve bedrijfssituatie Afwijkende en incidentele bedrijfssituatie

4 4 4 4 5 5

3

Geluidvoorschriften

6

3.1 3.2 3.3

Grenswaarden Gehanteerde grenswaarden voor inrichtingsgebonden verkeer Bijzondere geluiden

6 7 7

4

Akoestische gegevens

9

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3

Gehanteerde meet- en rekenmethoden Geluidbronnen Uitpandig opgestelde stationaire installaties en activiteiten Mobiele geluidbronnen Best beschikbare technieken (BBT)

9 9 9 10 10

5

Resultaten en beoordeling

11

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Gehanteerde rekenmethode Resultaten en beoordeling Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Maximale geluidniveaus

11 11 11 12

6

Samenvatting

13

Figuren Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4

Situatie Overzicht bedrijfsterrein Overzicht rekenmodel en beoordelingspunten Overzicht geluidbronnen

Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV

Begrippenlijst Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Rekenresultaten maximale geluidniveaus

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 2

1

Aanleiding en doel van het onderzoek

In opdracht van Graansloot Kampen B.V. is door DPA Cauberg-Huygen B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bedrijf gevestigd aan de Industrieweg 41 binnen de geluidzone van het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein ‘Voorst’ te Zwolle. De aanleiding van het onderzoek is oprichting en een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De RUD IJsselland heeft bij de Melding bij de aanvraag met kenmerk A4f24j5vl0p een akoestisch onderzoek verlangd. Het onderzoek heeft als doel het bepalen van de optredende geluidniveaus van de inrichting op woningen van derden in de nabije omgeving, op referentiepunten in de omgeving en zonebewakingspunten. De berekende geluidniveaus worden voor dit onderzoek getoetst aan de grenswaarden zoals gemeld in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Door de zonebeheerder kan getoetst worden of de berekende geluidniveaus op de zonebewakingspunten inpasbaar zijn binnen de geluidzone. Het onderzoek is overeenkomstig uitgevoerd conform de ‘Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999’.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 3

2

Bedrijfsgegevens

2.1

Gehanteerde onderzoeksgegevens

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksgegevens: - Gevoerd overleg met de opdrachtgever. - Zonebeheersmodel van industrieterrein ‘Voorst’. - Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (hierna: ‘Handleiding’). - Inrichtingstekening werknummer: 181992 M-01 van Zeinstra en van Dijk, terrein 28-06-2018. - Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. - Bureau-ervaringscijfers. In bijlage I is een begrippenlijst opgenomen. 2.2

De inrichting

2.2.1

Situering

Het bedrijf Graansloot Kampen B.V. is gelegen aan de Industrieweg 41 te Zwolle. Het bedrijf is gelegen binnen de zone van het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein ‘Voorst’. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op circa binnen 50 meter ten noorden van de inrichting. De kortste afstand tot de zone bedraagt circa 140 meter in oostelijke richting. In figuur 1 is de situering van het bedrijf en de nabije omgeving, inclusief omliggende woningen, weergegeven. 2.2.2

Hoofdactiviteiten

De hoofdactiviteit is het op- en overslaan van bulkgoederen gelieerd aan de industrie en landbouw, het in bewaring houden van stukgoed en overslag activiteiten deze vinden plaats tussen 6:30 en 18:00 uur. Daarnaast is het mogelijk om materialen en bouwbenodigdheden op te slaan in de diverse bestaande hallen. De levering geschied per vrachtwagen. Het is echter ook mogelijk dat per schip wordt geleverd en afgevoerd per vrachtwagen of omgekeerd. Het verladen van een schip of vrachtwagen wordt ondersteund door een kraan een shovel en een schranklader. In figuur 2 is een overzicht van het bedrijfsterrein gegeven.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 4

2.3

Representatieve bedrijfssituatie

Binnen de inrichting zijn verschillende installaties in bedrijf en vinden activiteiten plaats die representatief zijn voor de bedrijfsvoering. Navolgend is een overzicht van de activiteiten die op het terrein kunnen plaatsvinden: Het arriveren en vertrekken van vrachtwagens ten behoeve van aan- en afvoer van goederen. Het gaat om 30 en 5 vrachtwagens in respectievelijk de dag- en nachtperiode (bron: M001). Het aan- en afmeren van een binnenvaartschip ten behoeve van aan- en afvoer van goederen. Dit duurt in totaal 15 minuten (bron: P002) en vind plaats in de dagperiode. Het verplaatsen, laden of lossen van goederen gebeurd met behulp van een kraan (bron: L001), shovel (bron: L002) of schranklader (bron: P001). Dit vind plaats 6 en 0,5 uur in respectievelijk de dag- en nachtperiode. Daarnaast zijn er parkeerplaatsen voor bezoekers en personeel hier zullen 7 en 5 personenwagens arriveren en vertrekken in respectievelijk de dag-, avond-, en nachtperiode (M002). 2.4

Afwijkende en incidentele bedrijfssituatie

Een afwijkende bedrijfssituatie wordt aanvullend op de representatieve bedrijfssituatie beschouwd en vindt op ten hoogste 52 dagen per jaar plaats. Een incidentele bedrijfssituatie wordt ook aanvullend op de representatieve bedrijfssituatie beschouwd en vindt op ten hoogste 12 dagen per jaar plaats. Beide voornoemde bedrijfssituaties komen bij de Graansloot Kampen B.V. aan de Industrieweg 41 te Zwolle niet voor en worden daarom niet nader beschouwd.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 5

3

Geluidvoorschriften

3.1

Grenswaarden

De werkzaamheden binnen de inrichting betreffen op- en overslag activiteiten. Hierdoor valt de inrichting onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De inrichting is gesitueerd op een bedrijventerrein. Van belang is artikel 2.17, eerste en derde lid. Optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus dienen in het kader van de toepassing van Best Beschikbare Technieken (BBT) zoveel mogelijk te worden beperkt en worden berekend op zonebewakingspunten, referentiepunten en ter plaatse van woningen. Op de toepassing van Best Beschikbare Technieken wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a Grenswaarden [dB(A)] Dag

Avond

Nacht

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50

45

40

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35

30

25

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70

65

60

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55

50

45

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; c. de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; e. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; en f. de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 6

3. In afwijking van het eerste lid geldt voor een inrichting die is gelegen op een bedrijventerrein, dat: a. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) op de in tabel 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07:00 uur en 19:00 uur in tabel 2.17c opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; c. de in tabel 2.17c aangeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn, indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in tabel 2.17c aangegeven waarden op de gevel ook van toepassing zijn bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; e. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, en f. de in tabel 2.17c aangegeven waarden gelden niet op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Tabel 2.17c Grenswaarden [dB(A)] Dag

Avond

Nacht

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

55

50

45

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

35

30

25

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

75

70

65

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

55

50

45

3.2

Gehanteerde grenswaarden voor inrichtingsgebonden verkeer

Het inrichtingsgebonden verkeer (het verkeer op de openbare weg), van en naar de inrichting, wordt beoordeeld volgens de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer d.d. 29 februari 1996’. 3.3

Bijzondere geluiden

Volgens de ‘Handleiding’ moet bij de beoordeling van geluid rekening worden gehouden met bijzondere geluiden die als extra hinderlijk worden beschouwd. Het betreft bijvoorbeeld tonaal geluid, geluid met een impulsachtig karakter en muziekgeluid. Bij de beoordeling wordt, als er sprake is van deze bijzondere geluiden, een toeslag op de gemeten (of berekende) geluidbelasting in meerdering gebracht alvorens aan de geluidvoorschriften wordt getoetst. Indien sprake is van én tonaal én impulsachtig geluid, mag de toeslag maar één keer wordt toegepast. Indien sprake is van én tonaal of impulsachtig geluid én waarneembaar muziekgeluid, wordt de toeslag voor muziekgeluid in rekening gebracht.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 7

Tonaal geluid Van tonaal geluid is sprake indien het tonale karakter duidelijk hoorbaar1) is bij de ontvanger. De ‘Handreiking’ geeft vervolgens aan dat verwacht mag worden dat sprake is van tonaal geluid als de geluidbelasting bij de ontvanger wordt bepaald door bijvoorbeeld jankende tandwielkasten, brommende transformatoren, gierende ventilatoren, (cross)motoren, modelvliegtuigen en trilapparatuur (betonindustrie). In onderhavige situatie is geen sprake van dergelijke geluidbronnen. Van tonaal geluid is derhalve geen sprake. Impulsachtig geluid Volgens de ‘Handreiking’ geldt in het algemeen dat sprake is van impulsachtig geluid als in het geluidsbeeld met enige regelmaat geluidstoten voorkomen die minder dan 1 seconde duren. De ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ definieert impulsachtig geluid als een geluidsbeeld met geluidstoten, die minder dan één seconde duren en een zekere repetitie kennen. Als criterium moet worden aangehouden dat het impulsachtig karakter duidelijk hoorbaar moet zijn bij de ontvanger. De ‘Handreiking’ geeft verder aan dat verwacht mag worden dat sprake is van impulsachtig geluid als de geluidbelasting bij de ontvanger wordt bepaald bijvoorbeeld door geluid uit een constructiewerkplaats ten gevolge van hameren, bikken, het geluid van een stansmachine (continu en periodiek) of door blaffende honden.

In onderhavige situatie treden geen regelmatige geluidstoten op die minder dan 1 seconde duren. Muziekgeluid Volgens de Handreiking geldt als criterium voor het toekennen van een straffactor, dat het muzikale karakter duidelijk hoorbaar moet zijn bij de ontvanger. In onderhavige situatie is geen sprake van het ten gehore brengen van muziekgeluid. Conclusie In onderhavige situatie is geen spraken van bijzondere geluiden als bedoeld in de ‘Handreiking’. Er zijn derhalve geen toeslagen toegepast.

1)

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft tevens bepaald dat de kritische bandbreedtemethode (ISO 1996-2, Annex C van mei 2001) een betrouwbare, reproduceerbare en verifieerbare methode is om de waarneembaarheid van tonen in een geluidsignaal vast te stellen. Deze methode wordt geaccepteerd, aangezien de methode op technischwetenschappelijke wijze inzichtelijk maakt of de mens een geluid al dan niet tonaal zal waarnemen (ABRvS 200509480/1 d.d. 21 juni 2006).

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 8

4

Akoestische gegevens

4.1

Gehanteerde meet- en rekenmethoden

De geluidvermogenniveaus van de geluidbronnen zijn bepaald op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken en bureau ervaringscijfers op basis van metingen elders bij gelijksoortige bedrijven. De berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig de specialistische methoden uit de ‘Handleiding’. De volgende rekenmethoden is gehanteerd Methode II-8: Overdrachtsmodel. 4.2

Geluidbronnen

In bijlage II zijn de invoergegevens van het rekenmodel opgenomen. In figuur 3 is een overzicht van het rekenmodel met de ligging van de beoordelingspunten weergegeven. Een overzicht van de stationaire en mobiele geluidbronnen weergegeven. In de navolgende paragrafen is een overzicht van de geluidbronnen gegeven. 4.2.1

Uitpandig opgestelde stationaire installaties en activiteiten

In tabel 4.1 zijn de stationaire geluidbronnen samengevat. Tussen haakjes zijn de corresponderende bronnummers in het rekenmodel weergegeven. Tabel 4.1:

Stationaire geluidbronnen Bedrijfsduur per etmaalperiode

Bron

[uren, tenzij anders vermeld]

LWr [dB(A)]

Dag

Avond

Nacht

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

Representatieve bedrijfssituatie Manoeuvreren schip(P002)

106

0,25

-

-

Manoeuvreren schip LWr,max (P200)

110

X

-

-

Kraan (L001)

102

6

-

0,5

Shovel (L002)

103

6

-

0,5

Schranklader (P001)

99

6

-

0,5

Optrekken Vrachtwagen LWr,max (P100 t/m P102)

108

X

-

X

X

Betekend komt voor in deze periode.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 9

4.2.2

Mobiele geluidbronnen

In tabel 4.2 zijn de mobiele bronnen met min of meer vaste rijroute samengevat. Tabel 4.2:

Mobiele bronnen met min of meer vaste rijroutes Aantallen per etmaalperiode

Bron

1)

Route

[stuks]

LWr [dB(A)]

Dag

Avond

Nacht

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

Representatieve bedrijfssituatie Vrachtwagens aan- en afvoer Personenwagens 1)

4.3

M001 M002

102

1)

30

-

5

85

1)

7

-

4

Op basis van het onderzoek naar geluidvermogenniveaus van vrachtwagens bij lage snelheden, uitgevoerd in opdracht van Transport en Logistiek Nederland, rapport RA 730-1 d.d. 14 juni 1999, alsmede ‘Geluid’, nummer 1, d.d. maart 2013, p. 12-16.

Best beschikbare technieken (BBT)

In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting tenminste de voor de inrichting in aanmerking komende best beschikbare technieken worden toegepast, mits deze economisch en technisch haalbaar zijn in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoord en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs te verkrijgen zijn. Daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, evenals de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld. Laad- en losactiviteiten Bij de laad- en losactiviteiten zijn naast de huidige benutting van de afschermende werking van gebouwen geen relevante maatregelen mogelijk, omdat het doorgaans bronnen van derden betreft. Transport en intern transport De inrichtinghouder heeft slechts beperkte invloed op de geluidemissie van de vrachtwagens aangezien het doorgaans vrachtwagens van derden betreft. De vrachtwagens voldoen in de regel aan de huidige stand der techniek. Dit geldt ook voor het gebruik van de kraan.

Het eigen materieel voldoet aan BBT. Conclusie Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het Graansloot Kampen B.V. in het kader van BBT voldoende geluidbeheersende maatregelen heeft getroffen.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

01799-15540-05 5 juli 2018 Bladzijde 10

5

Resultaten en beoordeling

5.1

Gehanteerde rekenmethode

Door middel van een overdrachtsberekening zijn de optredende geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. In bijlage II zijn de invoergegevens van het rekenmodel opgenomen. 5.2

Resultaten en beoordeling

In de navolgende paragrafen is een overzicht van de berekende geluidniveaus gegeven. De rekenresultaten van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidniveaus vanwege de inrichting zijn respectievelijk opgenomen in bijlage III en IV. 5.2.1

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus

In tabel 5.1 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de beoordelingspunten samengevat. Tabel 5.1:

Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) [dB(A)]

Beoordelingspunt

Dag

Avond

(07.00-19.00)

Nacht

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

berekend

toetsing

berekend

toetsing

berekend

toetsing

46

50

-

45

38

40

VIP02

Vergunningimmissiepunt noord 50m.

VIP04

Vergunningimmissiepunt oost 50m.

57

50

-

45

48

40

VIP05

Vergunningimmissiepunt west 50m.

56

50

-

45

47

40

7

Klooienberglaan

49

55

-

50

40

45

P20a

Schoolgebouw

40

55

-

50

32

45

17

Zonebewakingspunt 50 dB(A)

35

-

-

-

26

-

17a

Zonebewakingspunt 50 dB(A)

32

-

-

-

23

-

17b

Zonebewakingspunt 50 dB(A)

33

-

-

-

24

-

Uit de toetsing van de rekenresultaten van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus blijkt dat de voorkeurs grenswaarden op 50 meter van de inrichting worden overschreden. De grenswaarden ter plaatse van de MTG punten worden niet overschreden, door de op- en overslag activiteiten aan de locatie industrieweg 41, aan het bevoegd gezag wordt gevraagd om de inpasbaarheid te toetsen en maatwerk voorschriften toe te passen.

Akoestisch onderzoek Graansloot Kampen B.V. aan de industrieweg 41 te Zwolle ten behoeve van een Melding Activiteitenbesluit Milieubeheer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=d848850e-d5d2-44e3-aa85-ea4dfe697470