CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3.13 Nader onderzoek vlinder

Raad Besluitvormingsronde 6 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bouwplan Gildenhof blok 13.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek soorten NADER ONDERZOEK

VLINDERS Locatie onderzoek:

Datum:

7 juni 2023

Hanzelaan 310 Zwolle

Project:

NOM50391

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

INHOUD 1. Colofon

3

2. Samenvatting

4

3. Inleiding

5

3.1

Aanleiding

5

3.2

Planlocatie

5

4. Wettelijk kader

6

4.1

Planlocatie

6

4.2

Vrijgestelde soorten

6

4.3

Onderzoeksmethode

7

4.4

Ecologie Vlinders

7

5. Resultaten en conclusie

13

Disclaimer

18

Literatuurlijst

19

2

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

1. Colofon Onderzoek

Nader onderzoek vlinders

Document

NOVL50391

Datum

7 juni 2023

Locatie

Hanzelaan 310; Zwolle

Opdrachtgever

BJZ.NU B.V.

Opdrachtnemer

Ecofect

Ecoloog

P. Wiegel/ A. van der Voort

Adres

Laan 21, 8071 JG Nunspeet

Telefoon

06-12918775

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

NL864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

3

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

2. Samenvatting Het bureau-onderzoek, habitatgeschiktheidsonderzoek en veldbezoek geven geen aanleiding om aan te nemen dat de genoemde vlinders gebruik maken van de planlocatie. Zwolle is een gemeente waar de sleedoornpage veel voorkomt. Ook zijn er vanuit diverse werkgroepen meerdere eitjes aangetroffen. Het is aannemelijk dat de genoemde soorten wel gebruik maken of gemaakt hebben of in de toekomst gebruik zullen maken van het plangebied Derhalve word geadviseerd om in de ontwerpfase ook de aanleg van waardplanten toe te passen in het openbaar groen. Bij sterke voorkeur wordt de houtsingel zoveel mogelijk ontzien bij de ontwikkeling. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

4

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Hanzelaan 310 te Zwolle heeft BJZ.NU B.V. namens cliënt aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een nader onderzoek vlinders uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Uit dit verkennende natuurwaardenonderzoek en een habitatsonderzoek ter plaatse is gebleken dat het plangebied functies kan hebben voor de grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en sleedoornpage aannemelijk is. De grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en sleedoornpage zijn in Overijssel beschermd op basis van de Wet natuurbescherming art. 3.10. Dit betekent dat zonder vrijstelling, of d.m.v. een goedgekeurde gedragscode of ontheffing deze soorten niet mogen worden verwond of gedood, en dat vaste rust- en verblijfplaatsen niet mogen worden beschadigd of vernield.

3.2 Planlocatie De planlocatie betreft een onbewoond perceel (zie figuur 1) met verwilderd grasland, bospassages, rurale ruigten en komvormige/venige laagten. Het plangebied ligt dichtbij station Zwolle en indirect aan de Hanzelaan en Gildenhof.

Figuur 1: Planlocatie Hanzelaan 310 te Zwolle en onderzoeksgebied.

5

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

4. Wettelijk kader 4.1 Planlocatie Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet. Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie. Als door het tijdig nemen van (effectief bewezen) maatregelen een vaste rust- en verblijfplaats in stand blijft, en daardoor geen verbodsverboden uit de Wnb worden overtreden, is een ontheffingsaanvraag niet noodzakelijk. Wel is het dan van belang om een en ander onderbouwd vast te leggen in een mitigatieplan / projectplan, voor het geval er een handhavingsverzoek of toezicht aan de orde is. Kan ondanks het nemen van maatregelen

niet

worden

voorkomen

dat

verbodsbepalingen

worden

overtreden,

dan

is

een

ontheffingsaanvraag noodzakelijk. De grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en sleedoornpage worden landelijk beschermd onder het beschermingsregime van ‘andere soorten’, art. 3.10 Wnb. Het is verboden deze vlinders te doden, te verwonden en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaats en/of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing.

4.2 Vrijgestelde soorten De grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en sleedoornpage zijn in de provincie Overijssel niet vrijgesteld en valt dus onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming.

6

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

4.3 Onderzoeksmethode Voor de vlinders is geen kennisdocument opgesteld. De onderzoeksmethode die is gekozen is een beproefde methode om de aanwezigheid en functies van vlinders vast te stellen of uit te sluiten. De wijze van onderzoek en de eventueel te nemen maatregelen zijn opgesteld volgens de structuur van de kennisdocumenten van andere beschermde soorten. Er is gekozen voor een tweetal onderzoeksmethoden: visuele waarnemingen aan de hand van het verkennend onderzoek wat heeft plaatsgevonden. Dit vertaalt zich in twee veldbezoeken in maanden wanneer de vlinders actief zijn. Eerst is gekeken of de waardplanten en of er vraatsporen in het plangebied aanwezig waren. Daarna werd gekeken naar de rupsen en eventuele volwassen exemplaren van de desbetreffende beschermde vlindersoorten. Bij een waarneming werd de vlinder of rups gedetermineerd en gedocumenteerd.

Met functioneel leefgebied wordt het gebied bedoeld dat door de vlinder ook daadwerkelijk wordt benut. Om een populatie Sleedoornpage te behouden is het vooral belangrijk struwelen met Sleedoorn van verschillende leeftijd in stand te houden. Sleedoornstruweel wordt daarom het beste in fasen gesnoeid of afgezet. Er dient jong en oud hout aanwezig te zijn op zonnige en luwe plaatsen. Wat te doen bij beschadigen of vernietigen van voortplantingsplaatsen Mochten sleedoornstruwelen door ingrepen of ruimtelijke ontwikkelingen verdwijnen, dan kunnen struiken met eitjes buiten het groeiseizoen en buiten vorstperioden worden verplant. Grote struiken zijn door de vele dorens echter vaak onhandelbaar. Een methode die dan gemakkelijker werkt en ook doeltreffend is, is het afknippen van takken met eitjes en het terugplaatsen van die takken in te behouden sleedoorns. Uitkomende rupsen kruipen in het voorjaar in de levende struik op zoek naar voedsel. Voor dergelijke handelingen is het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde. Ecogroen kan u helpen bij het indienen van een ontheffingsaanvraag en het opstellen van een projectplan. Ook kunnen wij de ecologische begeleiding in het veld organiseren. Het onderzoek naar het voorkomen van Teunisbloempijlstaart is uitgevoerd op 28 juni 2023. Op deze datum stond in de regio van de onderzoekslocatie teunisbloemen volop in bloei.

Tevens waren vanaf half juni 2023 verscheidene waarnemingen van rupsen van de teunisbloempijlstaart in Nederland geregistreerd. Tijdens het uitvoeren van het veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie afgezocht op de aanwezigheid van Teunisbloemen, maar deze zijn, in tegenstelling tot 2022 (4258.011), niet aangetroffen. De oorzaak hiervoor kan zijn dat het braakliggende terrein, in tegenstelling tot de zomer van 2022, niet meer in een pioniersstadium verkeerd en dichtbegroeid is met grassen en ruigtesoorten. Teunisbloemen zijn de waardplant van de rupsen van teunisbloempijlstaart. Vanwege het ontbreken van teunisbloemen op de onderzoekslocatie kan met voldoende zekerheid uitgesloten worden dat de onderzoekslocatie een functie heeft voor de beschermde teunisbloempijlstaart.

7

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

4.4 Ecologie Vlinders Bij voorgaand onderzoek en raadplegen van het NDFF kwam naar voren dat in het plangebied de volgende soorten verwacht konden worden: De grote weerschijnvlinder, de teunisbloempijlstaart en de sleedoornpage. In dit hoofdstuk worden de bovengenoemde soorten beschreven.

Grote weerschijnvlinder Latijnse naam: APATURA IRIS Familie: aurelia's (NYMPHALIDAE) Vleugelgrootte: 31-40 mm Waardplanten: vooral bos- en grauwe wilg Vliegtijd: juni-augustus

Kenmerken De grote weerschijnvlinder is een dagvlinder met een voorvleugelgrootte van 31-40 mm. De bovenkant van de vleugels heeft een blauwe (mannetje) of bruine (vrouwtje) gloed. Een generatie van deze vlinders duurt half juni-begin augustus. De vlinders voeden zich eerst vooral met honingdauw en sap van bloedende bomen en leven hoog in de bomen. De mannetjes komen soms naar de grond om te drinken van plassen, kadavers en soms zelf bezwete mensen. Er worden zelden meerdere vlinders bij elkaar gezien. De eitjes worden op het warmste moment van de dag hoog in de bomen in de schaduw afgezet. Geschikte bomen staan op zonnige met toch ook beschutte plekken waar de luchtvochtigheid ook hoog is. De rupsen zijn er tussen juni en juli en overwintert als half volgroeide rups in de vork van twijgen of in een groef tussen schors van de waardplant. De verpopping vindt hoog in de boom plaats. De knaagsporen van de rupsen zijn te herkennen aan de bijzondere plek op de bladeren. Namelijk aan beide zijden van de hoofdnerf. De verpoppingsfase gebeurt in enkele fases. Begin november begint de rups van groen naar bruin te verkleuren. Daarna vind de overwintering plaats. Deze vindt plaats in de vork van de twijgen of tussen het schors van de waardboom. Na de overwintering begint de rups tussen eind maart en begin mei weer te eten.

In deze fase kleurt de rups weer naar groen en verpopt zich daarna hoog in de boom. De pop hangt aan de onderzijde van het blad van de waardboom. Biotoop De soort houdt zich op in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen, bij bospaden, bosranden of daar waar beekjes het bos doorsnijden. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw. Het territorium van de mannetjes ligt vaak rond grote, hoge wilgen aan de bosrand. De vlinders gebruiken de buitenste takken als uitzichtpunten voor concurrentie of gevaar. De mannetjes zijn vaak actief in de ochtend. De vrouwtjes daarentegen gaan vaak in de middag opzoek naar potentiële partners.

8

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

•

Verspreiding

Sinds 1995 heeft de grote weerschijnvlinder zich verspreid meerdere provincies (zie figuur 2), zoals de laagveengebieden in de steeds ouder wordende bossen te Flevoland of ook in de noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Deze nieuwe leefgebieden worden geschikter door het ouder worden van het bos.

Figuur 2 - Nationale verspreidingsgegevens grote weerschijnvlinder @NDFF 2023.

9

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

Teunisbloempijlstaart Latijnse naam: PROSERPINUS PROSERPINA Familie: pijlstaarten (SPHINGIDAE) Vleugelgrootte: 18-21 mm Waardplanten: wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik, kattenstaart Vliegtijd: april-juni

Kenmerken De teunisbloempijlstaart is een kleine nachtvlinder met een bruingroene gekartelde voorvleugel. De vlinder heeft een afmeting tussen de 18 en 22 mm. Een generatie van deze soort vindt plaats tussen mei t/m september. De rupsenfase vindt plaats tussen juni en september. De soort overwintert als pop in de strooisellaag Biotoop Deze vlinder heeft een voorkeur voor open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. In Nederland worden vooral waarnemingen gedaan in bebouwde gebieden. Dit komt door braak liggende percelen die vaak de pioniersvegetatie de teunisbloem heeft. •

Verspreiding

De teunisbloempijlstaart is met name te vinden in het zuiden van Nederland (zie figuur 3). Sinds enkele jaren breidt de soort zich langzaam uit naar het midden van het land.

10

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

Figuur 3 – Nationale verspreidingsgegevens Teunisbloempijlstaart @NDFF 2023.

Sleedoornpage Latijnse naam: THECLA BETULAE Familie: ‘Blauwtjes’ Lycaenidae Vleugelgrootte: 17 mm Waardplanten: Sleedoorn, gecultiveerde Prunus-soorten (b.v. pruim) Vliegtijd: juli-september

Kenmerken De bovenkant van de vleugels is donkerbruin; bij het vrouwtje bevindt zich op de voorvleugel een grote opvallende, niervormige oranje vlek. De onderkant van de vleugels is lichtbruin tot oranje met een oranje band over de achtervleugel. Aan de achtervleugel bevindt zich een vrij groot, opvallend staartje. De rups heeft een grote tot 18 mm met een groen plomp lichaam. Over de rug lopen twee witgele strepen De kop is zwartbruin. De sleedoornpage vliegt in één generatie per jaar van juli tot september(Bink 1992). De

wijfjes zetten de eitjes meestal af op sleedoorn, maar soms ook op andere prunussoorten waaronder pruim, kers en zelfs Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina). Eitjes worden bij voorkeur afgezet op vitaal en jong hout. Dit gebeurt meestal aan de basis van een zijtwijg of takje, vaak op de overgang tussen één- en tweejarig hout, en soms aan de basis van een doorn of gewoon op de stam. Vaak wordt maar één eitje per keer door het wijfje op de waardplant gedeponeerd, soms twee en zeer zelden drie. Een wijfje legt meestal maar 5 tot 15 eitjes per dag (Bink 1992). Deze eitjes worden telkens op een andere plaats in het struweel gelegd, soms over afstanden van meerdere honderden meters langsheen geschikt habitat. Meestal gebeurt de ei-afzet op de buitenkant van houtkanten en mantelvegetaties met sleedoorn, die vaak zuidoost- tot zuidwest geëxposeerd zijn. De eitjes komen uit na de overwintering op de twijgen op het moment dat de knoppen van de sleedoorn aan het uitlopen zijn. Dit is in de loop van de maandapril tot en met begin mei, na de bloei van de sleedoornstruiken. De groene, goed gecamoufleerde rupsen voeden zich met het zeer jonge blad en verbergen zich overdag aan de onderkant van een blad. De rupsen verblijven, afhankelijk van de temperatuur, een tweetal maanden op de waardplant en vervellen in deze periode drie keer.

Vanaf eind juli tot begin augustus komen de eerste vlinders uit. Biotoop De sleedoornpages zitten meestal boven in de struiken en bomen en brengen daar het grootste deel van hun leven al rustend en zonnend door (Jans 1981). Veel zicht waarnemingen hebben betrekking op wijfjes die afdalen naar lagere delen van de struiken om daar eitjes af te zetten. Als ontmoetingsplaats worden opvallende, vaak alleenstaande of uit het struweel stekende bomen gebruikt, steeds in de nabije omgeving van de waardplanten. De mannetjes scholen hier samen en brengen er het grootste deel van hun tijd door. Hier vindt ook de paring plaats.

11

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

•

Verspreiding

De sleedoornpage heeft een heel beperkte verspreiding in ons land. Terwijl overal sleedoorn groeit, vinden we de sleedoornpage vooral in de overgang van zandgronden naar rivierklei of veen, langs de rand van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug bijvoorbeeld (zie figuur 4). Tegenwoordig zitten de meeste populaties in bebouwd gebied, in steden en dorpen. De sleedoornpage is een onopvallende dagvlinder die als bedreigd geboekstaafd staat in de Rode Lijst van Vlaanderen.

Figuur 4 - Nationale verspreidingsgegevens Teunisbloempijlstaart @NDFF 2023.

12

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

5. Resultaten en conclusie In 2023 van 31 mei t/m 7 juni is er onderzoek uitgevoerd door middel van twee veldbezoeken. Daarbij is gekeken of de waardplanten van de grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en sleedoornpage aanwezig waren. Bij het bezoek zijn enkele oudere bos- en grauwe wilgen aangetroffen. Deze worden gebruikt door de grote weerschijnvlinder. Eitjes of rupsen van deze soort zijn niet aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn geen teunisbloemen aangetroffen. Dit komt mogelijk doordat het plangebied niet langer in de pioniervegetatie fase zit. Het gebied was begroeid met voornamelijk hoog-grassen en brandnetels. Bij de inventarisatie zijn ook geen eitjes van de teunisbloempijlstaart op potentiële andere waardplanten aangetroffen. De waardplanten van de sleedoornpage waren aanwezig op de planlocatie, echter ook daar zijn geen waarnemingen van gedaan tijdens de veldbezoeken. Soort

Datum

Waardplanten

Eitjes

Rupsen

Volwassene

0

0

0

op locatie Grote weerschijnvlinder teunisbloempijlstaart Sleedoornpage

31-05-2023 07-06-2023

Bos- grauwe

31-05-2023 07-06-2023 31-05-2023 07-06-2023

-

0

0

0

Sleedoorn

0

0

0

wilg

De veldbezoeken zijn afgestemd op de vliegtijden van de beschermde vlindersoorten. Bij het veldbezoek is eerst een inventarisatie gedaan van aanwezigheid potentiële waardplanten. Daarna is in een systematische looproute het plangebied onderzocht op aantal aanwezige exemplaren, waarbij de volwassen exemplaren, rupsen en eitjes werden gedocumenteerd. Alle drie de soorten hebben een territoriumgrootte die is afgestemd op het voedselaanbod. Het leefgebied vervult de volgende ecologische functies: 1.

Foerageergebied met voldoende dekking

2.

Rust- en voortplantingsplaatsen

3.

Water Foerageergebied met voldoende dekking

Wel potentieel geschikt als leefgebied zijn landschapselementen als: Akkerranden Akkers Beekoevers (Blauw)Graslanden Boomgaarden Bosranden Bospaden Gemengde bossen Broekbossen Hakhout Grienden Grazige ruigten

13

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

Heiden Graslanden Dijken Conclusie Het bureau-onderzoek, habitatgeschiktheidsonderzoek en veldbezoek geven geen aanleiding om aan te nemen dat de genoemde vlinders gebruik maken van de planlocatie. Zwolle is een gemeente waar de sleedoornpage veel voorkomt. Ook zijn er vanuit diverse werkgroepen meerdere eitjes aangetroffen. Het is aannemelijk dat de genoemde soorten wel gebruik maken of gemaakt hebben of in de toekomst gebruik zullen maken van het plangebied Derhalve word geadviseerd om in de ontwerpfase ook de aanleg van waardplanten toe te passen in het openbaar groen. Bij sterke voorkeur wordt de houtsingel zoveel mogelijk ontzien bij de ontwikkeling. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

14

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

15

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

16

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

17

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2023 Ecofect B.V.; Nunspeet

18

NADER ONDERZOEK SOORTEN VLINDERS – ZWOLLE

Literatuurlijst Digitale bronnen https://waarneming.nl/species/679/relations/ https://www.verspreidingsatlas.nl/I0686# https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/ https://www.naturetoday.com/intl/nl/naturereports/message/?msg=30411#:~:text=De%20eitjes%20worden%20op%20de,bomen%20op%20zonnige%2C%2 0beschutte%20plaatsen. https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/message/?msg=29460

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1eaf8268-29a9-4235-b020-0e1ca92012db