CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3.04 Verkennend bodemonderzoek

Raad Besluitvormingsronde 6 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bouwplan Gildenhof blok 127.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

juli ’24

Projectnummer:

24-M11275

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

12 juli 2024

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

datum

12 juli 2024

projectnummer

24-M11275

in opdracht van

BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle tel: 0546 454 466

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

juli ’24

1

BJZ.nuverkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen.................................................................................................................................... 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4

1.5

Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie .......................................................................................... 21

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 23 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 24 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 26 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 26

4.2

Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 28

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 29

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 36

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 43

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 44

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. Analysecertificaten 5. Analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring 7. Omgevingsrapportage

juli ’24

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in mei/juni 2024 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 uitgevoerd op de locatie gelegen aan de Hanzelaan 300 te Zwolle(gemeente Zwolle). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. 1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. 1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

juli ’24

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 10). Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740 (versie 2023); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

juli ’24

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 10). In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

A O

B O

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

H

✓

✓ ✓

✓

O

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

Oa

Oa

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

Ob

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Oc

O

Od

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig

✓

✓

✓

O

0 Optioneel a) b) c) d)

ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.

juli ’24

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

aanleiding vooronderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Diepenveen (d.d. 28-5-2024); • informatie van de omgevingsrapportage van de omgevingsdiensten Overijssel; • informatie van de asbestdakenkaart gemeente Zwolle; • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.

locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie Algemene omschrijving

juli ’24

Hanzelaan 300 Zwolle Zwolle Zie bijlage 1 X = 203,042 Y= 501,857 (middelpunt) percelen Zwolle, sectie P, perceelnummers 3239 (ged.) en 3694 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 21.800 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Hanzelaan 300 in Zwolle. De onderzoekslocatie is onbebouwd, deels verhard met klinkers en betonplaten en deels onverhard. Het verharde deel is in gebruik als parkeerplaats. De opdrachtgever is voornemens om de onderzoekslocatie te herontwikkelen. Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

juli ’24

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers (parkeerplaats) en betonplaten. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans" . Herontwikkeling van de onderzoekslocatie

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1975 op basis van de onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Vanaf topografische 1995 is er bebouwing te herkennen op de zuidzijde, kaarten, deze bebouwing was een zwembad. Rond 2015 is het Topotijdreis) zwembad gesloopt. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf 1899 is er rondom de onderzoekslocatie basis van bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop topografische der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie toekomstig bevinden zich voornamelijk woningen en bedrijven. Aan de noordzijde bevinden zich spoorlijnen. Aan de oostzijde bevindt zich een gebouw van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gelegen aan de Hanzelaan 310. Aan de zuidzijde bevindt zich de N337. Aan de westzijde bevindt zich de Stockholmstraat met hieraan liggend verschillende woningen.

juli ’24

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

Bouwvergunning

De onderzoekslocatie is momenteel grotendeels als parkeerterrein in gebruik. Op de locatie zijn verder een aantal braakliggende delen, een fietspad en een doorgaande weg aanwezig. Er zijn verschillende verhardingen aanwezig, bestaande uit weg (asfalt), fietspad (asfalt) en parkeerterrein (puin, stelcon en klinkers). De rest van het perceel is onverhard en braakliggend. Het fietspand en het deel van de weg zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op de onderzoekslocatie, ter hoogte van het braakliggend terreindeel, was in het verleden het zwembad “Hanzebad” gesitueerd. Het zwembad werd geopend in 1991 en is gesloopt in 2015. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) \potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is thans onbebouwd.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd. De daken van de gebouwen in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 2).

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 2: asbestdakenkaart provincie Overijssel Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. juli ’24

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn.

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS. Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv. op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers).

juli ’24

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Op basis van de bodematlas blijkt dat ter plaatse van onderzoekslocatie één bodemonderzoek is uitgevoerd. Deze onderzoekslocatie valt compleet binnen de locatie waarvoor de offerte is opgesteld. Deze locatie bevindt zich op de locatie van het voormalige zwembad. In 1991 is vlak na de opening van het zwembad door een lek in het hoofdbad een hoeveelheid water in de bodem terecht gekomen, waardoor mogelijke verontreiniging van de bodem kan zijn ontstaan. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk bedrijven. Volgens de omgevingsrapportage Overijssel bevinden zich de volgende verdachte activiteiten in een straal van 25 meter: Hanzeland omgeving Hanzeplein

Hanzelaan NS-terrein

juli ’24

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Hanzelaan 300

Schellerweg 22

Hanzelaan NS-terreind; oud t/m 1998 en onbekend

juli ’24

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

juli ’24

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

Schellerweg (riolering) ►Oriënterend bodemonderzoek NEN 5740, d.d. 01-07-1991 Ref. Tauw, rapportage nummer: n.b. Opmerking bevoegd gezag: voldoende onderzocht Hanzeland omgeving voormalig zwembad ►Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, d.d. 01-03-1989 Ref. Tauw, rapportage nummer: 3156452 conclusie en samenvatting De bodemsanering van het toekomstig RGD-terrein in Zwolle is uitgevoerd op basis van het saneringsonderzoek en de technische omschrijving, In de eindsituatie zijn binnen de grenzen van het werkterrein geen verontreinigingen geconstateerd in concentraties boven de terugsaneerwaarde met uitzondering van de twee op het terrein aanwezige slibdepots. Deze slibdepots zullen in de toekomst (na het indikken) worden afgevoerd. Tijdens de grondsanering bleek dat de omvang van de verontreinigingen dan in de technische omschrijving was aangegeven. Daardoor is circa 300 m3 meer ontgraven en afgevoerd. Door een verkeerde interpretatie van de besteksomschrijving voor de verwerking van de verontreinigde grond afkomstig uit ontgravingen benodigd voor het bouwrijpmaken is de grond met verontreinigings concentraties boven de referentiewaarde en beneden de terugsaneerwaarde niet afgevoerd naar het depot Westenholte, maar als aanvulgrond tot 1 m -toekomstig terreinhoogte aanvulgrond verwerkt. De aanvulling is vervolgens in het kader van het bouwrijpmaken afgedekt met 1 m zand.

Na afloop van de sanering zijn van deze grond een zestal monsters genomen en geanalyseerd. Uit deze analyseresultaten blijkt dat de concentraties aan PAK's en arseen beneden de terugsaneerwaarde liggen. Gezien de concentraties en de ligging van verontreinigingen zijn de risico's voor de volksgezondheid en het milieu minimaal. ►Nader bodemonderzoek NEN 5740, d.d. 19-07-1989 Ref. Tauw, rapportage nummer: 3107019 Aanbevolen wordt om het nader onderzoek vooralsnog te onderbreken en de concentraties verontreinigingen (PAK's, olie en arseen) in de opgeslagen grond, in verband met de afvoer en verwerking ervan, te bepalen. Afhankelijk van de in de opgeslagen grond aangetroffen verontreinigingen zal het noodzakelijk zijn een deel van de resultaten van het verkennend en nader onderzoek te actualiseren naar de huidige situatie. Aansluitend kan een verdere afperking van de aangetroffen verontreinigingen plaatsvinden.

juli ’24

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

►Nader bodemonderzoek NEN 5740, d.d. 01-12-1989 Ref. Tauw, rapportage nummer: 3121259/RO-01 conclusies onderzoek - over de lokatie heeft in het verleden een weg gelopen die waarschijnlijk verhard is geweest met sintelachtig materiaal. Dit materiaal is bij de aanleg van Hanzestadlaan grotendeels ontgraven. Verder heeft op een naburig terrein opslag van kolen plaatsgevonden; - in een schuur ten oosten van het voormalige woonhuis aan de Reijsigerweg zijn in het verleden auto's gestald en hebben mogelijk reparaties aan voertuigen plaatsgevonden; - op het noordoostelijk deel van het terrein hebben vanaf 1972 graafen stortactiviteiten plaatsgevonden. De aard van het gestorte materiaal is onbekend; - in juni 1989 is bij de aanleg van de Hanzestadlaan een brandstoftank uitgegraven, waarbij olie is gemorst. De hierdoor met olie verontreinigde grond is inmiddels door verdere graafactiviteiten verwijderd. Het grondwater is ter plaatse niet door olie verontreinigd geraakt; - verspreid over de terreindelen I en II zijn puin-, kool- en sintelresten in de bovengrond aangetroffen. Plaatselijk is in de bovengrond (circa 0-1,5 m -mv) zintuiglijk olie aangetroffen; - op een diepte tussen circa 1,5-2,5 m -mv is verspreid over de terreindelen I en II een oer(achtige) laag aangetroffen. Tijdens de boringen die op terreindeel III zijn verricht zijn geen oerachtige lagen waargenomen.

Het plaatselijke voorkomen van oerachtige lagen kan, in verband met de geringe diepte (tot 1,5 m -mv) waar de boringen zijn verricht, echter niet worden uitgesloten; - in de bovengrond (tot circa 2 m -mv) van terreindeel II zijn aan weerszijden van het moerasachtig gebiedje ("H") concentraties arseen gemeten die de C-waarde (=Wca-norm) overschrijden. Het betreft grond die bestaat uit klei en veen. De overige gemeten concentraties die zijn gemeten in klei- en veenmonsters liggen beneden de referentiewaarden; - in de op arseen geanalyseerde oer(achtige) lagen die zijn aangetroffen op de terreindelen I en II zijn concentraties arseen gemeten, die de C-waarde duidelijk overschrijden. De verhoogde arseenconcentraties in de oer(achtige) grond betreffen vermoedelijk een natuurlijk voorkomen, zoals dit ook elders in de provincie Overijssel wordt aangetroffen; - de zandlaag onder de oerlaag/veenlaag bevat geen verhoogde concentraties arseen; - aan de noordkant van de locatie is ter plaatse van de voormalige "Sintelweg" een concentratie PAK in de grond gemeten die de B-waarde en de Wca-norm overschrijdt. Bij de aanleg van de Hanzestadlaan is dit materiaal grotendeels ontgraven. Overigens zijn verspreid in de bovengrond (circa 0-150 cm -mv) van de terreindelen I en II concentraties PAK's gemeten die boven de A-waarde liggen.

Plaatselijk wordt de B-waarde voor benzo(a)pyreen over¬ schreden; - ten oosten van het voormalige woonhuis aan de Reijsigerweg is in de bovengrond (circa 0-1,5 m -mv) een verontreiniging met minerale olie in de grond aangetroffen die de C-waarde overschrijdt. De verontreiniging is tot de B-waarde globaal in kaart gebracht. Overigens zijn verspreid in de bovengrond van de terreindelen I en II concentraties olie gemeten die boven de A-waarde liggen. Mogelijk is bij een deel van de verhoogde olieconcentraties die zijn aangetroffen in de veenlaag sprake van (natuurlijke) veenolie; - in de opgebrachte grond die, na afvoer en egalisatie van de grond afkomstig uit het cunet van de Hanzestadlaan op het terrein is ach¬ tergebleven, zijn concentraties PAK (totaal), olie en arseen gemeten die boven de A- of referentiewaarde zijn gelegen.

juli ’24

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

In oerachtig-, blauw- en veenachtig materiaal dat verspreid in deze grond is waargenomen zijn arseenconcentraties gemeten die boven de Cwaarde en Wca-norm liggen; - het slib uit het moerasachtig gebiedje "H" bevat concentraties olie, PAK en EOX die tussen de A- en de B-waarde liggen. Van zware metalen zijn geen verhoogde concentraties in dit materiaal gemeten; - in het freatisch grondwater zijn verspreid over de terreindelen I en II verhoogde arseengehalten gemeten die de C-waarde overschrijden. Verhoogde arseengehalten zijn in het diepere grondwater (op circa 7 m -mv) niet aangetroffen. Van olie zijn in het freatisch grondwater ter plaatse van de peilbuizen 16 en 208 geen verhoogde concentraties gemeten; - op het terreindeel III zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde stoffen in de grond en het grondwater aangetroffen. ►Saneringsevaluatie, d.d. 01-04-1990 Ref. Tauw, rapportage nummer: 3133702 conclusie onderzoek: en behoeve van de beoordeling van het eindresultaat van de grondsanering is alleen de bodem van de ontgraving bemonsterd en geanalyseerd op arseen. De concentratie (6 mg/kg product) lag ruim beneden de berekende terugsaneerwaarde.

Van de wanden van de ontgraving zijn geen monsters genomen om de volgende redenen: - wand 1 en 2 grenzen aan het onderzoeksgebied waarvan reeds bekend is dat dit verontreinigd is; - wand 3 (zuidzijde ontgravingsput) grenst aan een voormalige sloot. Deze was voor de sanering reeds opgeschoond en aangevuld met zintuiglijk waarneembaar schoon zand. ►Saneringsevaluatie, d.d. 01-06-1990 Ref. Tauw, rapportage nummer: 3133036 conclusie onderzoek: Wanneer we de drie varianten vergelijken, blijkt dat de uitvoering van variant 1 (saneren tot de referentiewaarde) gepaard gaat met een veel groter grondverzet in verhouding tot variant 2 (saneren volgens risico-evaluatie) en variant 2A (saneren volgens risico-evaluatie aangevuld met ontgravingen ten behoeve van inrichten RGD-terrein. Dit verschil komt met name tot uiting in de ontgravings-, bemalings- en verwerkingskosten. De saneringskosten kunnen echter teruggebracht worden, indien de grond kan worden verwerkt in geluidswallen e.d. Na sanering van de bodem volgens variant 1 (referentiewaarde) zal het terrein geschikt zijn voor alle soorten bestemmingen. Het gebruik van de bodem ter plaatse zal na uitvoering van variant 2 en 2A beperkingen met zich mee brengen, die echter gezien de toekomstige bestemming van het terrein niet als zodanig beschouwd moeten worden.

Mocht de bestemming van het terrein wijzigen, dan zullen eventuele beperkingen niet uitgesloten zijn. Met name door het grote kostenverschil tussen de drie varianten en de toekomstige bestemming van het terrein, wordt aanbevolen de sanering uit te voeren volgens variant 2A (saneren volgens risico-evalutie en inrichten RGDterrein). Bij deze variant worden Immers de verontreinigingen zodanig verwijderd dat, bij de voorgenomen bestemming van het terrein (kantoorbebouwing en parkeerterrein), de risico's van de verontreinigingen voor de volksgezondheid en het milieu minimaal zijn.

juli ’24

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Tevens wordt verspreiding van licht verontreinigde grond (concentraties tussen referentiewaarde en waarde conform risico-evaluatie) voorkomen, doordat de grond die vrijkomt uit de bouwputten en sleuven in het kader van de sanering wordt ontgraven en afgevoerd. Een kwantificering van de PAK-totaal concentratie in grond waaronder geen risico's voor de volksgezondheid te verwachten zijn is op basis van een risicoevaluatie niet mogelijk. Om toch een uitgangspunt voor PAK-totaal te kunnen formuleren teneinde mogelijke risico's van de overige individuele PAK's zoveel mogelijk te reduceren, zijn de PAK-totaal concentraties vergeleken met de aanwezige benzo(a)pyreenconcentraties, welke wel zijn gebruikt voor het vaststellen van een terugsaneerwaarde op basis van een risico-evaluatie. Hieruit blijkt dat de gemiddelde verhouding tussen de concentraties benzo(a)pyreen en PAK's zich verhoudt als 1:10. De kleinste verhouding is 1:6,2 en de grootste verhouding is 1:15,5. Uitgaande van de kleinste (relatief veilige) verhouding van 1:6,2, zal de PAKtotaal concentratie ten opzichte van de op basis van de risico-evaluatie bepaalde terugsaneerwaarde voor benzo(a)pyreen (1,6 mg/kg d.s.), 1,6 x 6,2 - 10 mgAg d.s. bedragen. Dit is gelijk aan de halve B-waarde voor PAK-totaal. ►Saneringsevaluatie, d.d. 01-12-0990 Ref. Tauw, rapportage nummer: n.b. Van dit onderzoek zijn geen resultaten bekend.

►Saneringsevaluatie, d.d. 01-12-0990 Ref. Oranjewoud, rapportage nummer: 09652 conclusie onderzoek: De bodem en het freatisch grondwater zijn geanalyseerd op een aantal componenten die ter plaatse een verontreiniging zouden kunnen indiceren. Op basis van de verkregen resultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond ter plaatse van het toekomstige kantoorpand en parkeerterrein is niet verontreinigd met de onderzochte componenten - het slib in de aanwezige sloot is licht verontreinigd met voornamelijk chroom - het grondwater bevat geen noemenswaardig verhoogde gehalten aan de onderzochte verontreinigende stoffen - de bovengrond ter plaatse van de toekomstige bergingsvijver is licht verontreinigd met PAK en plaatselijk matig verontreinigd met lood - de ondergrond ter plaatse van de toekomstige bergingsvijver is niet verontreinigd Voor de vrijkomende bovengrond ter plaatse van de bergingsvijver, alsmede het süb uit de sloot dient een aangepaste bestemming te worden gezocht (geen multifunctionele grond, niet verwerken in tuinen). Verder zijn uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen aanwezig voor de te realiseren bestemming van het terrein

juli ’24

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

►Verkennend onderzoek NEN 5740, d.d. 01-12-1994 Ref. gemeente Zwolle, rapportage nummer: 498 conclusie onderzoek: boven- en ondergrond: De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de overschrijdingstabellen (pagina 11 t/m 14) blijkt dat in de mengmonsters van de bovenlaag (0.00-0.50) plaatselijk lichte verontreinigingen met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) zijn geconstateerd. In de mengmonsters van de onderlaag (0.50-2.00) zijn eveneens plaatselijk lichte verontreinigingen met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen. In analysemonster 6 (monster 12.3) is tevens een lichte verontreiniging met het zware metaal cadmium aangetoond. grondwatermonsters: De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Uit de overschrijdingstabel (pagina 15) komt naar voren dat ter plaatse van de over- en opslagplaats een lichte verontreiniging met trichloormethaan (chloroform) is aangetroffen De lekkage van het bad en de over- en opslag activiteiten met chloorbleekloog en zwavelzuur hebben in het grondwater geen verontreinigingen met deze stoffen veroorzaakt. ►Verkennend onderzoek NEN 5740, d.d. 01-07-1997 Ref.

gemeente Zwolle, rapportage nummer: 09652 boven- en ondergrond: Uit de overschrijdingstabellen (pagina 11, 12 en 15) blijkt : In mengmonster 1 van de bovenlaag (0.00-0.50) een lichte verontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is geconstateerd. In mengmonster 2 is het gehalte chroom gelijk aan de streefwaarde. In het mengmonster van de onderlaag (0.50-2.00) is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In het mengmonster van het slib zijn lichte verontreinigingen met het zware metaal zink, minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen grondwatermonsters: Uit de overschrijdingstabel (pagina 13) komt naar voren dat geen verontreinigingen zijn aangetroffen. ►verkennend- en nader bodemonderzoek inclusief asbest, d.d. 14-05-2019 Ref. Mateboer milieutechniek B.V., rapportage nummer: 193669/AM De kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie Hanzelaan 300 te Zwolle is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Verontreiniging met minerale olie ter plaatse van boring 04 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn gehalten aan onderzochte componenten hoger dan de achtergrondwaarde aangetoond. Deze zijn naar waarschijnlijkheid te relateren aan bijmengingen met puin ter plaatse. Daarnaast is ter plaatse van boring 04 een verontreiniging met minerale olie aangetroffen.

Deze is mogelijk te relateren aan de bijmengingen met asfalt en teer ter plaatse van boring 04.

juli ’24

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Asbestverontreiniging noordelijk deel van het perceel, ter plaatse van inspectiegaten 08 en 09. Ter plaatse van het noordelijke deel van de onderzoekslocatie zijn gehalten asbest aangetoond in de grond. Deze gehalten overschrijden de interventiewaarde niet. Overig terrein Ter plaatse van het overige terrein zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. In het grondwater is in twee monsters een verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Hier gaat het mogelijk om een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Op basis van het indicatieve samenstellingsonderzoek van het fundatiemateriaal is de puinfundatie vrij toepasbaar op de locatie. Op basis van het indicatieve asfaltonderzoek bevat het asfalt mogelijk geen teer, dit is echter niet uit te sluiten, aangezien geen GCMS-analyse is uitgevoerd.

Omgeving < 25 m

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

juli ’24

► In de contour van 25 meter rond de onderzoekslocatie zijn een groot aantal onderzoeken terug te vinden. Tussen de jaartallen 1991 en 2023 hebben verschillende verkennende onderzoeken en bodemsaneringen plaatsgevonden t.p.v. het NS-terrein. De informatie van de bodemonderzoeken zijn weergegeven in de omgevingsrapportage van de provincie Overijssel. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 7. ► Niet bekend.

De ontgravingskaart bovengrond: wonen, ondergrond: landbouw/natuur.

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0.5-1.5 m+NAP. In figuur 3 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.

figuur 3: de geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

juli ’24

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek blijkt dat de zuidzijde van de locatie in het verleden een zwembad aanwezig was. Het huidige gebruik van de noordzijde van de locatie is in gebruik als parkeerplaats. Uit eerder door Mateboer (1997) uitgevoerd bodemonderzoek is op de onderzoekslocatie een verontreiniging met minerale olie aangetoond. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Wel is op basis van voorgaande bodemonderzoeken bekend dat in de bodem overwegend licht verhoogde gehalten worden aangetoond. Verwacht wordt dat de bovengrond voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen en de ondergrond voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. T.a.v. milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater wordt verwacht dat deze niet verhoogd is t.o.v. de interventiewaarde en de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering. Op basis van de gestelde hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het plangebied uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (VED-HE-NL) volgens NEN 5740, paragraaf 5.4 (literatuur 1). Verwacht wordt gezien de mate van het gebruik van de locatie dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. In deze fase van het onderzoek is t,p.v. de in eerder bodemonderzoek (Mateboer (1997) aangetoonde verontreiniging met minerale olie op een deel van de onderzoekslocatie geactualiseerd.

juli ’24

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 6: gehanteerde onderzoekstrategie

(deel)locatie NEN-5740 onderzoeksgebied (plangebied) (ca 21.800 m2)

Eerder aangetoonde verontreiniging minerale olie (ca 10 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

PAK’s, zware metalen, minerale olie

-

VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)

minerale olie

-

actualisatie/ maatwerk

In het kader voor voorgaand bodemonderzoek (Mateboer 1997) is reeds een verkennend onderzoek asbest in grond en puin uitgevoerd. Hierbij is plaatselijk asbesthoudend materiaal aangetoond in gehalten onder de interventiewaarde (<100 mg/kg d.s.). Op basis van bekende informatie zijn geen andere gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is, anders dan tijdens voorgaande bodemonderzoek is aangetoond. Er is in dit onderzoek geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem.

Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

juli ’24

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. Tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dobb (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

28-05-2024

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

12-06-2024

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

28-05-2024

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8. Tabel 8: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

32

ca.0.5

12 t/m 43

7

ca.2.0

5 t/m 11

4

ca.2.3

1 t/m 4

ca. 1.5

16 A t/m D

onderzoekslocatie (ca. 21.800 m2) Boringen Peilbuis

actualisatie verontreiniging minerale olie boringen

juli ’24

5

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.8

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand

bruin/grijs

0.8-1.5 1.5-3.5

klei veen

zwak humeus, matig fijn, matig siltig, zak grindig zwak siltig -, plaatselijk zand of kleilagen

grijs bruin/grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 10. Tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

Pb1 Pb13 Pb22 Pb34

2.5-3.5 1.5-2.5 1.5-2.5 1.6-2.6

1.12 0.97 1.03 1.09

5 5 5 5

7.2 7.3 7.1 6.8

EGV geleidingsvermogen µS/cm 920 560 720 680

troebelheid (NTU) 11 8 34 27

In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

juli ’24

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De zintuigelijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 11 hieronder. Tabel 11: Afwijkende waarnemingen boring

diepte m-mv.

zintuiglijke waarnemingen

34

0.0-0.5

puinsporen

38

0.0-0.5

puinsporen

39

0.0-0.5

puinsporen

43

0.0-0.5

puinsporen

16C

0.0-0.3

16D

0.0-0.1

puinlaag (fractie >20 mm=>50% (bodemvreemd materiaal) puinlaag (fractie >20 mm=>50% (bodemvreemd materiaal)

t.p.v. de boringen 16C en 16D bevind zich een puinlaag, deze puinlaag betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit onderzoek. De puinlaag is derhalve niet in dit onderzoek onderzocht. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd.

Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

juli ’24

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, het grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

1+2+4+5

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM2

3+6+21+26

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM3

7+8+12+17

0.04-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM4

10+14+19+25

0.04-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM5

20+27+29+33

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM6

34+38+39+43

0.0-0.5

puinsporen

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM7

31+37+40+41

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000+PFAS

MM8

30+34+40

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM9

10+13

0.9-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM10

4+6+25

0.8-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM11

2+6

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

4 (peilbuis)

4

2.5-3.5

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

13

13

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

22

22

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

34

34

1.6-2.6

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater

juli ’24

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

Vervolg tabel 12: analyseschema Monsterboringnummer(s) code actualisatie verontreiniging minerale olie

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

AV1

16

0.9-1.4

-

minerale olie en BTXEN

AV2

16A+16B

1.0-1.5

minerale olie en BTXEN

AV3

16C+16D

1.0-1.5

olie/waterreactie -

minerale olie en BTXEN

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond

=

**NEN-water

=

Zware metalen

=

Vluchtige aromaten = PCB PAK VOH Bromoform

juli ’24

= = = =

Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); Polychloorbifenylen; Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Tribroommethaan

27

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

4.2

Toetsingscriteria

De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter

bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging

= = = = =

De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Tabel 13: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis

ondergrens kwaliteitsklasse

bovengrens kwaliteitsklasse

landbouw/natuur1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd

landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit

landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd -

De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen: 1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige

gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

2 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y

stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

juli ’24

28

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten opgenomen. onderzoeksresultaten grond In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. Tabel 14: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond. grondmengmonster/ zintuiglijk boring onderzoekslocatie

landbouw/ natuur

MM1 (0.0-0.5) 1+2+4+5 MM2 (0.0-0.5) 3+6+21+26

alle parameters overige parameters

-

wonen

industrie

matig verontreinigd

sterk verontreinigd (> I)

toetsing eindoordeel

-

-

-

-

landbouw/natuur*

koper, kwik, lood, PAK’S (som 10) -

-

-

-

wonen*

MM3 alle (0.04-0.5) parameters 7+8+12+17 MM4 alle PCB’s (0.04-0.5) parameters (som 7) 10+14+19+25 MM5 alle kwik (0.0-0.5) parameters 20+27+29+33 MM6 puin alle (0.0-0.5) parameters 34+38+39+43 MM7 overige kwik (0.0-0.5) parameters 31+37+40+41 MM8 alle (0.5-2.0) parameters 30+34+40 MM9 alle (0.9-2.0) parameters 10+13 MM10 alle (0.8-2.0) parameters 4+6+25 MM11 alle (0.5-2.0) parameters 2+6 landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd

maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd

sterk verontreinigd >I

beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

wonen*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond juli ’24

29

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hanzelaan 300 te Zwolle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=32f7d207-fb4f-4aab-980e-2c20b9534ce8