3.03 Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1352
Archeologisch bureauonderzoek
Het Gildenhof, Zwolle, gemeente Zwolle (OV).
mei 2024 Versie 1.1 (concept)
In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1352
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle (OV) Auteur: Erwin Brouwer
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: concept
Controle: E.W. Brouwer Redactie: E.W. Brouwer
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876
© Laagland Archeologie BV, Almelo, mei 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3.3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in mei 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Het Gildenhof te Zwolle. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen, bedrijfspanden en voorzieningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. In het vroege Holoceen ligt het plangebied in een dekzandgebied, meer specifiek op een stelsel van dekzandruggen met tussenliggende laagten. Tussen ongeveer 1250 voor Chr. en 500 na Chr. ontwikkelde zich veen in het plangebied. In de loop van de Vroege Middeleeuwen vormde zich zuidwestelijk van het plangebied de IJssel. Tijdens overstromingen is klei afgezet in het plangebied. In een aantal milieukundige boringen in het plangebied is klei aangetroffen, voornamelijk komklei. In twee boringen is onder dit kleipakket veen aanwezig. In het noordwestelijke plangebied ligt vermoedelijk een oude bedding en zijn ook dunne oeverafzettingen aanwezig.
Rond 1832 was het plangebied in gebruik als weideland en hooiland, wat erop wijst dat het plangebied te maken had met een relatief hoge bodemvochtigheid. De afgelopen eeuw hebben binnen het plangebied veel ingrepen plaatsgevonden. Tegenwoordig is overal een opgebracht zandpakket aanwezig van tenminste 1 m dik, maar vaak (veel) meer. Grote delen zijn bebouwd geweest. In het zuidelijke plangebied lag een zwembad met diverse baden, op grond waarvan rekening moet worden gehouden met diepe verstoringen. De kans dat nog archeologische resten aanwezig zijn moet klein worden geacht. We adviseren daarom geen verder onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Zwolle. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, M. Klomp Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 5 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Gemeentelijk beleid _______________________________________________ 9 Onderzoeksdoel __________________________________________________ 9
2 Inventarisatie ________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 10 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 10 Archeologie ____________________________________________________ 17
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 17 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 17 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 17
Historie _______________________________________________________ 17
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 24 3.1 3.2 3.3
Conclusie ______________________________________________________ 24 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 24 Advies ________________________________________________________ 24
literatuur _____________________________________________________ 26 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 28 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 29 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek __ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart ________________________________ 30 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 31 BIJLAGE 6 Erfgoedkaart gemeente Zwolle __________________________ 32 BIJLAGE 7 Bodemkaart _________________________________________ 33 BIJLAGE 8 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 34 BIJLAGE 9 Historische infrastructuur en dijken _______________________ 35 BIJLAGE 10 Boorstaten milieukundig onderzoek ______________________ 36 BIJLAGE 11 Verklarende woordenlijst ______________________________ 47
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Hanzelaan - Van Karnebeekpad te Zwolle, gemeente Zwolle (OV). De gemeente Zwolle heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het Omgevingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft Het Gildenhof in Zwolle, gemeente Zwolle (OV), zie onderstaande afbeelding.
5
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van circa 2,15 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 200 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
6
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Overijssel
Gemeente
Zwolle
Plaats
Zwolle
Beheerder/eigenaar grond
Gemeente Zwolle
Toponiem
Het Gildenhof
Kadastrale perc. nrs1
ZLE00-P3239, -3694
Laagland Archeologie projectnummer
EB-ZWHE241
Datum conceptrapportage
31-5-2024
Datum definitief rapport XY-coördinaten
203020/501960 203090/501890 203005/501720 203085/501720
Kaartblad
21W
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
circa 2,15 ha
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5584540100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Archeologisch bureauonderzoek
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring BG
nog niet beoordeeld
Bevoegde overheid
gemeente Zwolle
Adviseur namens BG
M. Klomp
Beheer documentatie
E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53 Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl
2
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
Tabel 1. Objectgegevens.
1
kadastralekaart.com
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Door het noordelijke deel van het plangebied loopt een verdiepte weg (naar een tunnel onder het spoor direct noordelijk van het plangebied). Daarover loopt een fietsbrug met bijbehorend talud. De zuidelijke helft ligt braak (gras, omzoomd door bomen). Ertussen ligt een parkeerterrein. Er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig3 en behoudens de toerit naar de tunnel zijn er voor zover bekend geen ondergrondse kunstwerken aanwezig. In de nieuwe situatie is diverse nieuwbouw voorzien. Voor een groot deel gaat het daarbij op appartementen, maar ook zijn een aantal grondgebonden woningen gepland, alsmede panden met een commercieel of maatschappelijk oogmerk. Langs de west- en zuidzijde is een waterpartij voorzien. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts). Bron: pdok.nl
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 8
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
1.5 GEMEENTELIJK BELEID Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In het omgevingsplan is aangegeven dat archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m 2, indien geen andere regeling is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de zogenaamde ‘bruidsschat’, waarin de oude bestemmingsplannen zijn opgenomen). Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om die bestemmingsplannen om te zetten naar nieuwe onderdelen van het omgevingsplan. In de praktijk geldt dus nog het oude bestemmingsplan (Bestemmingsplan Hanzeland). Hierin ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming Waarde Archeologie. Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 50 cm -mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende Omgevingsplan zijn aangegeven.
1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
9
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Geologisch ligt Zwolle in een dekzandgebied (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het dekzand is tegen het einde van de laatste ijstijd (Weichselien) en het vroege Holoceen op grote schaal afgezet door de wind. Het dekzand kan op sommige locaties meters dik zijn; op andere locaties ligt het als een relatief dun laagje op de onderliggende, oudere afzettingen. Nederland is onderverdeeld in een aantal archeoregio’s. Iedere regio heeft een aantal landschappelijke en archeologische karakteristieken. Zwolle ligt in de archeoregio Overijssels-Gelders zandgebied, in het zuidwesten min of meer grenzend aan het Utrechts-Gelders zandgebied. Het Overijssels-Gelders zandgebied is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt.
De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap en glaciale meersedimenten die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het Utrechts-Gelders zandgebied is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend zijn een aantal grote stuwwallen temidden van een dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. De zuidelijke grens wordt deels gevormd door de Neder-Rijn; de oostelijke door de IJssel. Voorts komen een aantal beken en kleinere rivieren voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien 10
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten (afbeelding 3) blijkt dat het plan- en onderzoeksgebied rond 1500 voor Chr. (Midden-Bronstijd) op een grote, min of meer zuidoost-noordwest georiënteerde zandrug lag. In werkelijkheid gaat het hier om een stelsel van dekzandruggen met tussenliggende laagten. De oude historische kern van Zwolle ligt waarschijnlijk op de hoogste delen van dit stelsel. In de laagten ontstond veen. Dit is onder andere aangetroffen bij milieukundig bodemonderzoek aan de Grenslaan en de Oude Deventerstraat, vanaf ruwweg 220 m ZO van het plangebied. Dit veen is gevormd tussen ongeveer 1250 voor Chr. tot 500 na Chr. (Midden Bronstijd – Vroege Middeleeuwen) 4, zie ook onderstaande paleogeografische kaarten. Op de kaart van 800 na Chr. is zuidwestelijk van het onderzoeksgebied de overstromingsvlakte van de IJssel aangegeven. De huidige IJssel is rond 550 na Chr. ontstaan na een doorbraak van een grote zandrug tussen Zutphen en Deventer. 5
Afbeelding 3. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 – 2750 voor Chr. (naar Vos e.a., 2020). Ter hoogte van de Grensweg en Oude Deventerstraat is bovenop het veen een pakket blauwgrijze komklei aangetroffen. Deze is afgezet vanaf circa 550 na Chr. tot de bedijking van de IJssel in de 12e-13e eeuw.
4
Groenhuizen, 2010.
5
Van der Ziel e.a., 2021 11
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
In het plangebied hebben milieukundige booronderzoeken plaatsgevonden.6 Ook hier is in enkele boringen een klei-op-veen pakket aangetroffen. De betreffende boringen7 zijn verwerkt in een archeologisch boorstatenprogramma, waarmee een aantal interpolaties zijn gemaakt.8 Onderstaande afbeelding toont een interpolatie van de vermoedelijke dikte van het in het plangebied aanwezige verstoorde (deels grotendeels opgebrachte) pakket. In veruit de meeste boringen bereikt dat pakket (waarschijnlijk opgebracht zand) een dikte van tenminste 1 m. In twee boringen is een veenpakket gezien (boringen 3 en 104) en in acht boringen is een kleipakket aangetroffen. Op basis van de laagbeschrijving is de natuurlijke kleilaag in boringen 3, 4, 6, 106 en 125 vermoedelijk nog intact. Voor wat betreft de aanwezigheid van een intact kleipakket is in het plangebied geen sprake van clustering. In deze boringen is meestal sprake van zwak siltige, lichtgrijsblauwe klei, zeer waarschijnlijk komklei. Deze komklei ligt onder een verstoord pakket van minimaal 130 cm. In boringen 3 en 4 is sprake van een dun laagje sterk siltige klei op respectievelijk veen en dekzand. Aannemelijk is dat het hier om oeverafzettingen gaat. Dekzand (fijn, zwak siltig zand) is aangetroffen in vijf boringen. In één boring (boring 3) is mogelijk een oude bedding gezien (matig grof, zwak grindig zand).
Op basis van de beschrijving gaat het in alle gevallen waarschijnlijk om de C-horizont, maar het is niet uit te sluiten dat een eventuele B- of BC-horizont niet is genoteerd tijdens het veldwerk. Afbeelding 6 geeft een globale indruk van de NAP-hoogte van de top van dit dekzand. Uit deze afbeelding blijkt dat in westelijke richting de nog intacte dekzandtop wat hoger ligt. Mogelijk is hier sprake van een opduiking, die ten noorden wellicht werd begrensd door een oude waterloop. Op basis van Afbeelding 4 is echter aannemelijker dat in het oostelijke plangebied de verstoring dieper reikt, waarbij hier een groter deel van de oorspronkelijke dekzandtop is verdwenen.
Kamminga, 2019 en Sigma, Geo- & Milieutechniek (in voorbereiding); de betreffende boorstaten zijn hier ter beschikking gesteld, waarvoor dank. 6
In alle milieukundige boringen is sprake van een verstoord pakket tot minimaal 50 cm -mv. In deze studie zijn alleen boringen dieper dan 100 cm -mv meegenomen. 7
Opgemerkt moet worden dat gegevens uit bodemkundige boringen enige beperkingen hebben voor wat betreft bruikbaarheid in archeologisch onderzoek. De laagbeschrijvingen zijn vanuit archeologisch perspectief vaak weinig gedetailleerd en verschillende bodemlagen worden vaak beschreven als een laag. Milieukundig booronderzoek geeft vrijwel nooit een interpretatie van de genese van de lagen en er wordt meestal ook geen onderscheid gemaakt tussen verstoorde lagen, antropogene of natuurlijke lagen. Met enig voorbehoud kan echter wel een interpretatie worden gegeven aan de hand van de laagbeschrijvingen. 8
12
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 4. Dikte verstoord pakket (interpolatie) gebaseerd op een interpretatie van milieukundige boringen.
13
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 5. Interpolatie van de top van een aangetroffen kleilaag (in m NAP)
14
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 6. Top intacte dekzand in m -NAP (interpolatie). Bodemkundig betreffen kleiafzettingen waarschijnlijk een (polder)vaaggrond, aangezien er nog onvoldoende tijd is geweest om bodemvorming mogelijk te maken. In het dekzand is waarschijnlijk een (humus)podzol gevormd; vermoedelijk is daarmee sprake van een veldpodzolbodem. Op de landelijke bodemkaart (Bijlage 6) is het plangebied en omgeving niet gekarteerd. Zuidelijk komen rivierafzettingen voor (voornamelijk poldervaaggronden). Op de geomorfologische kaart (Bijlage 3) is het plangebied eveneens niet gekarteerd. Zuidwestelijk (ruim 600 m van het plangebied) ligt een stroomgordel van de IJssel. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland, zie bijlage 4) is vooral
15
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
de menselijke invloed in het gebied te zien: het hoogtebeeld wordt sterk bepaald door bebouwing en infrastructuur. Onderstaande detailopname van het AHN toont onder andere het talud van een voetgangersbrug en een tunnel over/respectievelijk onder het spoor en een (geluids)wal. In de noordelijke helft is een geëgaliseerd terrein zichtbaar (parkeerplaats) en het zuidelijke deel oogt vergraven. Hier stond voorheen een zwembad. De locaties van de binnen- en buitenbaden zijn niet meer te herkennen.
Afbeelding 7. Detailopname van het plangebied op het AHN. 16
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd.
2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke Erfgoedkaart (Bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een kans van 50 procent op het aantreffen van archeologische resten.
2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Zaakid. 2278736100 betreft een proefsleuvenonderzoek van de archeologische Dienst van de gemeente Zwolle, circa 275 m ZO van het plangebied.9 Tijdens het onderzoek zijn een aantal kogelpotscherven aangetroffen. Deze worden gedateerd in de 12e – 13e eeuw en vormen het oudste materiaal dat hier is gevonden. Voorts zijn enkele scherven 15e -eeuws aardewerk gezien, maar het meeste materiaal is afkomstig uit de 19e en 20e eeuw. Tot de aangetroffen (relevante) grondsporen behoren vooral zand- of kleiwinningsputten. De zandwinning vond waarschijnlijk plaats in de 19e eeuw. Kleiputten werden aangelegd om de klei naar boven te werken om de bovengrond vruchtbaarder te maken. Daarnaast zijn zeven (mesolithische) haardkuilen aangetroffen. Dergelijke haardkuilen zijn ook elders op het hetzelfde dekzandrugcomplex aangetroffen. Voorts zijn enkele sporen aangetroffen van perceels- of andere begrenzingen en sporen van een bijgebouw, waarschijnlijk van een naastgelegen boerderij. Geconcludeerd wordt dat dit deel van de dekzandrug bewoning kende gedurende het mesolithicum en vanaf de Late Middeleeuwen. In de tussenliggende periode was ter plaatse waarschijnlijk geen bewoning.
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
2.4 HISTORIE Onderstaande afbeelding toont een kaart uit 1754. Hierop zijn onder andere de voorlopers van de huidige Schellerweg (links van het plangebied) en de Reysigerweg
9
Groenhuizen, 2010 17
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
(rechts) aangegeven. Deze uitvalswegen zijn in ieder geval tot de Vroegmoderne Tijd (circa 1550 – 1800) terug te voeren (zie Bijlage 8), maar waarschijnlijk waren ze ook al in de Late Middeleeuwen aanwezig.
Afbeelding 8. Uitsnede van de Hattinga-kaart Noord (1754). Bron: geoportaaloverijssel.nl. De locatie van het plangebied is bij benadering blauw omcirkeld. De Hottingerkaart (1787, zie onderstaande afbeelding) geeft een eerste beeld van het landgebruik in de omgeving van het plangebied. Noordelijk ligt een bouwland en vele (moes)tuinperceeltjes. Zuidelijk ligt een smalle strook bouwlanden. Iets noordelijk van het plangebied is de Meulenbruge (?) aangegeven. Hier stond de ‘Voortmolen’, een ronde stellingmolen gebouwd voor 1832 en verdwenen in 1850. 10
10
Bron: molendatabase.bl 18
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 9. Uitsnede Hottingerkaart, circa 1787. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)11 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Wel lopen een aantal verkavelingssloten door het plangebied. Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als weideland en hooiland. Ten noorden en zuiden liggen bouwlanden. Normaliter werden de hoger gelegen (beter ontwaterde) gronden ingericht als bouwland. De bouwlanden (en moestuinen) op onderstaande kaart lagen zeer waarschijnlijk op de hoogste delen van het dekzandrugcomplex. In de loop van de Nieuwe Tijd werd plaggenbemesting toegepast om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Dat was waarschijnlijk ook hier het geval. Het hoogteverschil met de omliggende gronden werd daarmee nog geaccentueerd. Wellicht ook is hier de onderliggende klei vermengd met de bouwvoor. De wat minder goed ontwaterde gronden werden meestal gebruikt als weideland. Deze gronden waren te nat om zonder grootschalige ingrepen akkerbouw toe te passen, maar het vee kon hier een groot deel van het jaar op geweid worden. Hooilanden (zoals die in het noordelijke plangebied voorkwamen) waren het grootste deel van het jaar te nat, zelfs voor beweiding. Aan het einde van het warme seizoen kon hier nog hooi gemaaid worden. Op de topografische kaart van 1900 (zie
11
bron: hisgis.nl 19
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 11) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als grasland. Noordelijk van het plangebied loopt een spoorlijn en noordwestelijk is een station aangegeven. Over het spoor is een voetbrug (‘Hoge Spoorbrug’) aangelegd. Dit is een rijksmonument (nr. 343878): de brug werd gebouwd in 1883. De noordelijke punt van het plangebied ligt op het talud van deze voetbrug.
Afbeelding 10. Uitsnede Minuutplan (1832). Geel: hooilanden, groen: weidelanden, donkergroen: opgaand hout, paars: (moestuin), beige: bouwlanden, rood: bebouwing. Bron: hisgis.nl
20
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: Topotijdreis.nl
Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 1935. Bron: Topotijdreis.nl
21
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart van 1975. Bron: Topotijdreis.nl
Afbeelding 14. Uitsnede uit de topografische kaart van 1995. Bron: Topotijdreis.nl
22
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Tussen 1900 en 1935 zijn meer verkavelingssloten in het plangebied aangelegd (Afbeelding 12). Het talud van de voetbrug lijkt te zijn uitgebreid. Dit hangt waarschijnlijk samen met een toename van het aantal spoorlijnen. Rond 1975 verschijnt de eerste bebouwing in het plangebied (Afbeelding 13). Rond 1995 is deze al weer verdwenen ten gunste van een nieuw gebouw dat aan het plangebied grenst. In het zuidelijke plangebied is nieuwbouw verschenen (Afbeelding 14). Dit betreft het Hanzebad. In 1991 werd het Hanzebad Zwolle geopend in het zuidelijke (nu braakliggende) deel van het plangebied. Dit overdekte zwembad, dat onder meer een wedstrijdbad en een recreatiebad had, werd in 2012 gesloten. Onderstaande foto is genomen tijdens de sloopwerkzaamheden in 2015. Te zien is onder andere dat het wedstrijdbad tot een diepte van ongeveer 180-200 cm onder het kennelijke maaiveld is aangelegd. Een wedstrijdzwembad is normaliter 25 m lang en 21 m breed.
Afbeelding 15. Foto van het voormalige wedstrijdbad tijdens de sloop in 2015. Bron: zwolleinbeeld.nl
23
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. In het vroege Holoceen ligt het plangebied in een dekzandgebied, meer specifiek op een stelsel van dekzandruggen met tussenliggende laagten. Tussen ongeveer 1250 voor Chr. en 500 na Chr. ontwikkelde zich veen in het plangebied. In de loop van de Vroege Middeleeuwen vormde zich zuidwestelijk van het plangebied de IJssel. Tijdens overstromingen is klei afgezet in het plangebied. In een aantal milieukundige boringen in het plangebied is klei aangetroffen, voornamelijk komklei. In twee boringen is onder dit kleipakket veen aanwezig. In het noordwestelijke plangebied ligt vermoedelijk een oude bedding en zijn ook dunne oeverafzettingen aanwezig. Rond 1832 was het plangebied in gebruik als weideland en hooiland, wat erop wijst dat het plangebied te maken had met een relatief hoge bodemvochtigheid. De afgelopen eeuw hebben binnen het plangebied veel ingrepen plaatsgevonden. Tegenwoordig is overal een opgebracht zandpakket aanwezig van tenminste 1 m dik, maar vaak (veel) meer. Grote delen zijn bebouwd geweest. In het zuidelijke plangebied lag een zwembad met diverse baden, op grond waarvan rekening moet worden gehouden met diepe verstoringen.
3.2 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van de beschikbare milieukundige boringen en de bebouwingsgeschiedenis is aannemelijk dat in het plangebied sprake is van diepe verstoringen. In de meeste boringen is geen (kom)klei of veen meer aanwezig. In veel gevallen lijkt de verstoring tot het onderliggende dekzand te reiken. Eventuele archeologische resten zijn daarmee waarschijnlijk nagenoeg niet meer te verwachten.
3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden geen (intacte) archeologische resten verwacht of is de kans hierop erg klein. We adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie.
24
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Zwolle, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer M. Klomp. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
25
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Groenhuizen, M., 2010. Zwolle, Schellerdriehoek. Archeologische Rapporten Zwolle 58. Gemeente Zwolle. Eenheid Expertisecentrum, Afdeling Stad en Landschap, Monumentenzorg en Archeologie. Zwolle. Kamminga, S., 2019. Rapport Verkennend- en nader bodemonderzoek inclusief asbest Hanzelaan 300 te Zwolle. Mateboer Milieutechniek b.v. Joure Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2020. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Ziel, Tj. van der en A. Corporaal, 2021. Atlas van de IJssel. Zwolle
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 19-4-2024 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 18-4-2024 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 18-4-2024 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 18-4-2024
26
Archeologisch bureauonderzoek Het Gildenhof te Zwolle, gemeente Zwolle, Overijssel
Hattinga-kaart Noord (1754). Bron: geoportaaloverijssel.nl. Geraadpleegd op 18-42024 Hottingerkaart, 1787. Geraadpleegd op 18-4-2024 Minuutplan 1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 18-4-2024 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 18-42024
27
BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
BIJLAGE 5 ERFGOEDKAART GEMEENTE ZWOLLE
gwk
BIJLAGE 6 BODEMKAART
dem
BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
a
chis
BIJLAGE 8 HISTORISCHE INFRASTRUCTUUR EN DIJKEN
BIJLAGE 9 BOORSTATEN MILIEUKUNDIG ONDERZOEK Boring 1
RD-coördinaten: 203028/501749
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,05 0
0,25
0,8
0,5
0,55
0,75
0,3
1
0,05
1,25
-0,2
1,5
-0,45
1,75
-0,7
2
-0,95
2,25
-1,2
2,5
-1,45
2,75
-1,7
50
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, lichtbruin, kleibrokken, zwak puinhoudend, gevlekt/ verstoord, plastic zand, matig fijn, zwak siltig, oranje/ bruin, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand
150
Boring 2
RD-coördinaten: 203080/501797
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,15 0
0,5
0,65
1
0,15
1,5
-0,35
50
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs/ bruin, zwak puinhoudend, gevlekt/ verstoord, brokken beton, piepschuim
150
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ bruin, C-horizont, dekzand
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, dekzand
290
zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, gevlekt/ verstoord
zand, matig fijn, zwak siltig, wit/ grijs, C-horizont, dekzand
2
-0,85
2,5
-1,35
3
-1,85
200
300
Boring 3
RD-coördinaten: 203017/501886
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,37 0 7
klinker (terreinverharding)
Boring 4
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,67 0
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord
0,5
1
0,87
0,37
50
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, gevlekt/ verstoord
-0,13
20
0,5
1,17
1
0,67
105
zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, 130 gevlekt/ verstoord, brokken plastic, asfalt, teer
150
1,5
klei, sterk siltig, blauw/ grijs, C-horizont
0,17 160
2
-0,63
200
veen onbepaald, donkerbruin, weinig plantenresten, C-horizont
2 2,5
stelconplaat zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel/ bruin, gevlekt/ verstoord
zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, zwak 100 baksteenhoudend, gevlekt/ verstoord klei, sterk siltig, lichtblauw/ grijs, C-horizont
1,5
RD-coördinaten: 203002/501835
-0,33
-1,13
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, A-horizont, dekzand
zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs/ 200 bruin, C-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs/ bruin, C-horizont, dekzand
290
3
-1,63
3,5
-2,13
zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig C-horizont, dekzand
390
2,5
-0,83
3
-1,33
250
320
Boring 5
RD-coördinaten: 203044/501780
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,29 0
0,25
0,5
0,75
1,04
0,79
50
zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, gevlekt/ verstoord
Boring 6
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,28 0 7
zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, gevlekt/ verstoord
0,25
klei, sterk zandig, grijs, C-horizont
0,5
0,54
RD-coördinaten: 203067/501860
1,03
25
klinker (terreinverharding) zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ bruin, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ bruin, gevlekt/ verstoord
0,78 60
0,75
0,53
1
0,28
zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs, gevlekt/ verstoord
85
1
0,29
110
1,25
0,04
1,25
zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, gevlekt/ verstoord
0,03
klei, uiterst siltig, lichtblauw/ grijs, C-horizont
1,5
-0,21
1,75
-0,46
2
-0,71
150
zand, matig fijn, sterk siltig, grijs, C-horizont, dekzand
200
1,5
-0,22 160
1,75
-0,47
2
-0,72
200
Boring 7
RD-coördinaten: 203044/501918
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,7 0
0,25
0,5
5,45
5,2
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, zwak puinhoudend, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, opgebracht
50
Boring 8
RD-coördinaten: 203001/501849
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,77 0
0,25
0,5
1,52
25
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, kleibrokken, gevlekt/ verstoord
1,27
70
0,75
4,95
0,75
1,02
1
4,7
1
0,77
1,25
4,45
1,5
4,2
1,75
3,95
2
3,7
200
asfalt
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, matig puinhoudend, gevlekt/ verstoord, asfalthoudend
100
Boring 9
RD-coördinaten: 203009/501894
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 4,23 0 10
0,25
0,5
25
3,98
asfalt zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, gevlekt/ verstoord, brokken puin, asfalt zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord
3,73
Boring 32
RD-coördinaten: 203011/501832
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,66 0
0,25
1,41
0,5
1,16
0,75
0,91
1
0,66
1,25
0,41
25
puin zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ bruin, C-horizont, dekzand
70
Boring 101
RD-coördinaten: 203002/501852
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,92 0
0,25
1,67 40
0,5
1,42
0,75
1,17
1
0,92
80
105
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, sterk doorworteld, zwak puinhoudend, gevlekt/ verstoord, brokken asfalt zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, zwak puinhoudend, weinig houtresten, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, kleibrokken, gevlekt/ verstoord
75
zand, matig fijn, matig siltig, grijs, C-horizont, dekzand
125
Boring 102
RD-coördinaten: 203009/501895
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 4,2 0
0,25
3,95 40
0,5
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, zwak doorworteld, zwak puinhoudend, zwak glashoudend, gevlekt/ verstoord weinig aardewerk zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord
3,7
70
Boring 104
RD-coördinaten: 203040/501901
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,39 0
0,5
zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord
Boring 106
RD-coördinaten: 202993/501879
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,74 0
0,25
1,49
0,5
1,24
0,75
0,99
1
0,74
1,25
0,49
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, beige/ grijs, gevlekt/ verstoord
0,89 50
80
klei, zwak siltig, donkergrijs, ?
1
1,5
0,39
-0,11
150
veen onbepaald, bruin
100
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord klei, zwak siltig, grijs/ blauw 140
2
1,5
0,24
1,75
-0,01
2
-0,26
-0,61
2,5
-1,11
3
-1,61
3,5
-2,11
350
200
Boring 110
RD-coördinaten: 203071/501868
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,14 0 7
0,25
0,89
0,5
0,75
klinker (terreinverharding) zand, matig grof, zwak siltig, beige/ geel, gevlekt/ verstoord
Boring 113
RD-coördinaten: 203040/501847
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,58 0 7
0,25
1,33
0,64
0,5
1,08
0,39
0,75
0,83
1
0,58
1,25
0,33
1,5
0,08
1,75
-0,17
2
-0,42
2,25
-0,67
2,5
-0,92
klinker (terreinverharding) zand, matig fijn, zwak siltig, geel, gevlekt/ verstoord
90
1
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ beige, gevlekt/ verstoord
0,14
120
1,25
-0,11
1,5
-0,36
zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ beige, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ beige, kleibrokken, gevlekt/ verstoord
100
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord klei, zwak siltig, grijs, gevlekt/ verstoord
150
160 170
1,75
-0,61
2
-0,86
200
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord
250
Boring 116
RD-coördinaten: 203003/501839
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,77 0 12
0,25
1,52
0,5
1,27
beton
Boring 122
RD-coördinaten: 203023/501813
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,15 0
zand, matig fijn, zwak siltig, beige/ geel, gevlekt/ verstoord
0,25
0,9
0,5
0,65
0,75
0,4
70
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ rood, gevlekt/ verstoord
0,75
1,02
1
0,77
1
0,15
1,25
0,52
1,25
-0,1
1,5
0,27
1,5
-0,35
1,75
0,02
1,75
-0,6
2
-0,23
2
-0,85
2,25
-1,1
2,5
-1,35
150
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ rood, kleibrokken, gevlekt/ verstoord
200
250
zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ beige, gevlekt/ verstoord
Boring 125
RD-coördinaten: 203096/501812
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,65 0 7
0,25
1,4
0,5
klinker (terreinverharding) zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beige/ geel, gevlekt/ verstoord
Boring 130
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,14 0
0,25
0,89
1,15
0,5
0,64
0,75
0,9
0,75
0,39
1
0,65
100
1
0,14
1,25
0,4
zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, 140 gevlekt/ verstoord
1,25
-0,11
1,5
0,15
1,5
-0,36
zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, gevlekt/ verstoord
klei, zwak siltig, grijs/ blauw
RD-coördinaten: 203044/501781
100
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ bruin, gevlekt/ verstoord 130
160 170
1,75
-0,1
2
-0,35
200
zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ oranje, gevlekt/ verstoord
zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ beige, gevlekt/ verstoord
Boring 134
RD-coördinaten: 203076/501762
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,78 0
zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ grijs, gevlekt/ verstoord
Boring 140
RD-coördinaten: 203007/501728
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,07 0
0,25
1,53
0,25
1,82
0,5
1,28
0,5
1,57
0,75
1,03
0,75
1,32
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord
90
1
0,78
1,25
0,53
1,5
0,28
1,75
100
1
1,07
1,25
0,82
1,5
0,57
0,03
1,75
0,32
2
-0,22
2
0,07
2,25
-0,47
2,5
-0,72
zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs/ beige, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ beige, gevlekt/ verstoord
150
250
zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ beige, gevlekt/ verstoord
150
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont
200
BIJLAGE 10 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd.
Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustriene afzettingen. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd.
Laagpakket van Wierden - (Boxtelformatie). Tot dit laagpakket worden de dekzanden gerekend. Dekzand is gedurende het laat-Weichselien – vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind
Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Mesolithicum - Het Mesolithicum (8.800 – 4.900 voor Chr.) begon tijdens het begin van het Holoceen. De gemiddelde temperatuur steeg. Vegetatie ontwikkelde zich sterk en de variatie in flora en fauna nam toe. De mens trok als jager/verzamelaar door het land. Materiële resten uit deze periode worden gekenmerkt door kleine vuursteenvoorwerpen (microlithen). Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos.
Moedermateriaal – ook wel het uitgangsmateriaal genoemd, is het materiaal waaruit de bodem is gevormd, het verse sediment vóór de verandering door de bodem vorming. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Permafrost - er heersen permafrostcondities als de bodem over een lange periode een temperatuur heeft onder de 0 °C.
Als er zich water in de vorm van ijs in de bodem bevindt is deze vrijwel ondoorlatend voor infiltrerende neerslag of smeltwater waardoor het terrein zomers zeer drassig kan zijn. Omdat er minder water naar het grondwater kan infiltreren, zal er meer water via het oppervlak moeten worden afgevoerd bij dooi of regen in het zomerseizoen. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Stuwwallen - de stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs. Het gewicht van het ijspakket, dat vele honderden meters dik kon zijn,
perste oudere afzettingen onder het ijs weg. Aan de voor- en zijkanten van gletsjertongen ontstonden hierdoor opgestuwde heuvels. De stuwwal kenmerkt zich door een patroon van min of meer evenwijdig lopende dagzomen, die soms door een overschuivingsvlak worden gescheiden. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).