2a. Bijlage Stec rapport.pdf
Tekst van het document
Figuur 10: Potentiële uitbreidingslocatie Oevers S
Oevers S is een planlocatie voor watergebonden bedrijventerreinen. In ruimtelijk-functionele zin is het gebied onderdeel van de stad Meppel. Het gebied is een beoogde uitbreiding van de al bestaande havens in Meppel (Oevers A, B, C en D) en ligt aan de zuidwestkant van de stad Meppel. De totale bruto oppervlakte van Oevers S is circa 34 ha. Het gaat hier enkel om de zijde aan de kant van het Meppelerdiep (watergebonden; zie figuur 10). Wanneer ook de kant ten zuidoosten van het Meppelerdiep wordt meegerekend komt de omvang uit op zo’n 87 ha bruto bedrijventerrein. Op dit moment is Oevers S nog agrarisch gebied, waarvan verschillende agrariërs gebruik maken. Aan de oostkant van Oevers S liggen woningen en ten zuidoosten ligt de woonwijk Berggierslanden. Aan de
21 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Noordoostkant grenst Oevers S aan bedrijventerrein Oevers B. Het bedrijventerrein wordt aan de noordkant begrensd door het Meppelerdiep (tot Vaarklasse V). Het terrein ligt aan het water en is enkel ontsloten door lokale wegen. Mocht Oevers S in de toekomst ontwikkeld worden, is het van belang verkeersonderzoeken uit te voeren om de ontsluiting om de ontsluiting via de Oeverlandenweg en Oevers B goed vorm te geven, omdat de verkeersbewegingen met name richting de A32 en A28 zullen gaan. Zwolle – Hessenpoort 4 Hessenpoort is hét logistieke terrein van de regio. De grootschalige kavels zijn grotendeels uitgeven. Het aanbod bestaat enkel uit kleinschalige kavels. Het is de verwachting dat de transitie de vraag naar grootschalige kavels in stand houdt. Zowel de logistiek en productiebedrijven hebben behoefte aan grootschalige kavels. De uitbreiding van Hessenpoort lijkt noodzakelijk.
Figuur 11: Potentiële uitbreidingslocatie Hessenpoort 4
De gemeente beoordeeld momenteel drie hoofdvarianten voor de beoogde uitbreiding van Hessenpoort 4. Dit zijn Tolhuislanden (zie figuur hiernaast), De Bese en een combinatie. Inhoudelijk verschillen de varianten beperkt. De beoogde uitbreiding van Hessenpoort 4 bedraagt circa 31 hectare. De uitbreiding aan de Tolhuislanden-kant is een verlenging van het bestaande terreinen en kan de onderliggende structuur van het agrarisch landschap overnemen. De uitbreiding ‘botst’ daardoor niet met significante cultuurhistorische structuren. De historische Steenwetering, loopt parallel aan de uitbreiding en kan extra worden benadrukt door een groene ruimte er omheen. Daarnaast sluit de uitbreiding goed aan bij de eventuele spoorterminal wat nieuwe mogelijkheden voor logistiek kan betekenen. Door een brede groenzone langs de Steenwetering aan te leggen, kan er meer groen en biodiversiteit aan het bedrijventerrein worden toegevoegd. Dit gebied biedt kansen voor wandelroutes voor werknemers uit Hessenpoort, maar dit zal moeten afgestemd worden op de verdere eisen van een ecologisch zone. De ontwikkeling van De Bese kent enkel een ruimtelijke binding met Hessenpoort vanwege het situeren van één kavel ten westen van de spoorlijn. Het overgrote deel (ca. 23 ha van de 30,1 ha) is gelegen ten oosten van de spoorlijn.
De ontwikkeling De Bese is daardoor is te beschouwen als een meer autonome (losstaande) uitbreiding op grondgebied van de gemeente Dalfsen.
2.7 Conclusie In PoZ zijn drie prioritaire clusters vanuit grondstofstromen en bedrijvigheid te onderscheiden. De belangrijkste stromen en bedrijven in PoZ concentreren zich rondom (1) bouwmaterialen, (2) aardolie(producten) en (3) landbouw, veevoer en voeding. Door in te zetten op doorontwikkeling langs bovenstaande grondstofstromen wordt gewerkt aan economische structuurversterking waarbij de bestaande bedrijvigheid en grondstofstromen het uitgangspunt vormen. Dit is belangrijk omdat de bestaande bedrijven belangrijke motoren zijn voor de regionale economie. Economische doorontwikkeling gaat gepaard met verandering in het ruimtebeslag. Doorgaans leidt actieve inzet op een toename van de ruimtevraag. Dit is ‘extra’ ruimtevraag bovenop de autonome ruimtevraag. Momenteel is autonoom zo’n 36 tot 72 extra ruimte in PoZ nodig tot 2040. Kortom, het is evident dat extra ruimte in PoZ nodig zal zijn om zowel de autonome vraag en de vraag vanuit de transitie te accommoderen. Dit brengt de beoogde uitbreidingslocaties in Kampen (De Melmerpolder), Meppel (Oevers S) en Zwolle (Hessenpoort) in beeld.
22 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
3 Wat komt op PoZ af? 3.1 Economie verduurzaamt en digitaliseert Nationaal, maar ook Europees (Green Deal/fit for 55), zijn flinke en aangescherpte klimaatdoelstellingen met bijbehorende acties geformuleerd. Denk aan de omslag naar een circulaire economie (grondstoffenakkoord, transitieagenda’s 3), energietransitie, klimaatadaptatie en de verduurzaming van het (goederen)vervoer. Ook komen allerlei digitale technologieën als kunstmatige intelligentie, internet of things en 3D-printing nu snel op bij bedrijven. Ontwikkelingen en opgaven die bovendien een extra boost hebben gekregen in coronatijd. UITDAGINGEN EN TRENDS VOOR DE HAVEN VAN DE TOEKOMST •
•
•
•
•
Energietransitie: de energietransitie knaagt aan het fundament van de Nederlandse havens en specifiek ook PoZ. De bestaande industriële en logistieke functies in PoZ en de goederenstroomrelaties met bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam zijn in belangrijke mate op fossiele grond- en brandstoffen georiënteerd. Dit is van invloed op de activiteiten in de haven, maar ook op de toekomstige inkomsten(bron) voor het havenbedrijf. Energie-opwek: bedrijven- en haventerreinen gaan een belangrijke rol spelen in de grootschalige duurzame energie-opwek via zon en wind. Zo zal ook in PoZ de omslag naar opwek, opslag en gebruik van duurzame energie moeten plaatsvinden. In het verlengde hierop; de beschikbaar komende energie is te gebruiken voor de opwekking van groene waterstof. PoZ kan daarmee een spilfunctie worden in het verduurzamen van bedrijven en mobiliteit. Het is echter van groot belang dat er voldoende milieugebruiksruimte is voor duurzame ontwikkelingen. Circulaire economie: Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben. Hiervoor zijn o.a. een Grondstoffenakkoord en transitieagenda’s opgesteld voor vijf sectoren en ketens (Kunststoffen, Consumptiegoederen, Maakindustrie, Bouw en Biomassa en Voedsel) die belangrijk zijn voor onze economie en die het milieu belasten.
Met het uitdoven van de klassieke, lineaire economie in het vooruitzicht moeten de industrie en logistiek zich opnieuw uit vinden. Voor havens, als belangrijke industriële en logistieke knooppunten, vraagt dit om een herpositionering. Hoe kan de haven een rol spelen in de nieuwe circulaire waardeketens? Digitalisering: de digitalisering en automatisering van de economie gaat hard en heeft met corona een extra boost gekregen. Dit zorgt voor veranderingen van logistieke ketens en bedrijfsmodellen. Digitalisering vormt een steeds belangrijkere basis voor een duurzame en efficiënte logistiek. Klimaat(adaptatie): de havengebieden zijn over de gehele linie zeer versteend, waardoor de temperatuur op zomerse dagen hoger is dan in het omliggende landelijk gebied en piekbuien over een korte periode kunnen leiden tot wateroverlast. Hittestress en droogte kan de locatiewaarde van PoZ beïnvloeden in negatieve zin. Het kan leiden tot negatieve effecten op de bodem (zo is bodemdaling aan de orde in de Melmerpolder), gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen maar ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van het havengebied is een belangrijke opgave, zowel voor de bestaande locaties en eventuele uitbreidingen. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van tiny forests, wadi’s of andere blauwe/groene structureren.
Het vergroenen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Daarnaast kan extreem weer door klimaatverandering tot zeer lage of hoge waterstanden leiden. De infrastructuur in de haven, maar uiteraard ook de waterwegen naar en van PoZ moeten hier zo optimaal mogelijk op voorbereid zijn.
In kader van het grondstoffenakkoord zijn voor de vijf meest milieubelastende sectoren en ketens transitieagenda’s opgesteld. Het gaat om de transitieagenda’s Kunststoffen, Consumptiegoederen, Maakindustrie, Bouw en Biomassa en Voedsel. In zo’n transitieagenda staat hoe de betreffende sector circulair kan worden in 2050 en welke acties daarvoor nodig zijn. De provincie Overijssel heeft de nationale transitieagenda’s zelfs specifiek vertaald naar de Overijsselse situatie.
3
23 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
•
•
Functiemenging: havengebieden staan bekend om hun industriële karakter en liggen doorgaans in ecologisch gevoelige gebieden. De afgelopen jaren is een duidelijke trend zichtbaar waarbij in havengebieden toe wordt gewerkt naar een plek voor schonere industrieën, biodiversiteit en toegankelijkheid (voor bijvoorbeeld recreatieve doeleinden). Dit zien we terug in de havens van Rotterdam en Werkendam (klik hier voor meer informatie). Human Capital: de arbeidsmarkt is een belangrijke uitdaging, door het hele land, maar ook voor de bedrijvigheid in de havens van PoZ. Er is een tekort aan personeel, maar tegelijk ook een (dreigende) kwalitatieve mismatch tussen vraag naar en aanbod van banen in de regio Zwolle (zie Human Capital Agenda 2020-2023). Inzetten op het versterken van de koppeling tussen bedrijven en onderwijs, maar ook aantrekken van nieuwe inwoners (woningbouwopgave) en passende banen is hierbij essentieel.
3.2 Alle havens proberen hierop in te spelen; ook voor PoZ biedt dit nieuwe businesskansen Deze context brengt nieuwe kansen met zich mee voor bedrijven en investeerders in PoZ. Door deze kansen te verzilveren kan PoZ als ‘haven van de toekomst’ een krachtige positie innemen in de duurzame en digitale economie. Dit is geen ver-van-mijn-bed-show, maar de realiteit om als PoZ relevant en concurrerend te blijven. Ook andere havens werken hard aan de toekomst (Havennota 2020-2030). Het gaat dan om de grote zeehavens als de Haven van Rotterdam, Haven van Amsterdam en North Sea Port, maar ook om binnenhavens zoals Willem Alexander in Roermond en Beatrixhaven in Werkendam (zie tabel 5). Het ontwikkelen van een toekomstbestendige haven is een puzzel die alle havens in Nederland proberen te leggen. Cruciaal is dan ook dat PoZ hierbij niet achterblijft en kijkt welke positie de haven hierbij het beste kan innemen. Tabel 5: Voorbeelden havens in transitie Voorbeeld 1 Port of Amsterdam
Voorbeeld 2 North Sea Port
Voorbeeld 3 Port of Rotterdam
Voorbeeld 4 Willem-Alexander haven Roermond
PoA is overtuigd dat de circulaire economie de toekomst voor bedrijven en industrie is. De circulaire economie is dan ook een focuspunt in de havenstrategie. PoA streeft ernaar de belangrijkse CEhotspot in Europa te worden. De haven zet sterk in op start- en scale-ups om zo de circulaire innovatie en doorontwikkeling te versnellen. Specifiek wordt 45 hectare aan ontwikkelruimte gerealiseerd voor de transitie naar een duurzame, circulaire economie. Zowel door betere benutting van bestaande ruimte als uitbreiding.
North Sea Port kiest resoluut voor circulariteit. Met een nieuw strategisch plan investeert NSP in de uitbouw van circulaire waardeketens in de haven. Daarvoor maakt de haven o.a. 400 hectare aan ruimte vrij waar alleen circulaire bedrijven mogen vestigen die de circulaire ketens in de haven en regio vesterken. Het gaat om nog uitgeefbare terreinen, beoogde uitbreidingen en hergebruik. Voor bestaande bedrijven blijft nadrukkelijk plaats. Dit zijn belangrijke motoren van de werkgelegenheid en economie. De circulaire transitie is echter cruciaal voor de toekomst van de haven én de bestaande bedrijven.
Port of Rotterdam zet net als de andere zeehavens in Nederland sterk in op de circulaire economie. De haven wil ontwikkelen tot een ‘waste-tovalue hub’ en circulaire hotspot. Door de concentratie van grondstof- en reststromen, afkomstig van industrie en logistiek in het regionale haven en industriecomplex van Rotterdam en uit de stedelijke regio, ligt er een goed fundament. De haven zet via vier paden in op de circuliare transitie: (1) innovatie & opschaling, (2) sortering & recycling, (3) industriële symbiose en (4) opvangen en hergebruik van CO2. Lees meer in het CE-position paper van het Havenbedrijf Rotterdam.
In Willem-Alexander haven zijn veel bedrijven gevestigd die met hun producten en processen bijdragen aan de ontwikkeling van de opkomende circulaire economie, zo blijkt uit analyse van de ondernemers. Het duurzaamheidgehalte van de bedrijvigheid in de haven is afgelopen jaren verder gegroeid en de bedrijven hebben de ambitie om komende jaren deze transitie voort te zetten. HIervoor hebben de bedrijven zich ondermeer verenigigd in de BIZ Willem-Alexander. Samen met de gemeente Roermond, provincie Limburg en het Waterschap maken zij nu een totaalplan voor de toekomst.
24 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
De genoemde havens hebben allen een eigen karakter en accommoderen diverse sectoren en industrieën. Daarmee verschilt ook de strategie richting toekomstbestendigheid op detailniveau. Ruimtelijk bezien concluderen we dat de havengebieden wel inzetten op een vergelijkbare strategie; namelijk voldoende ruimte bieden voor innovatie.
3.3 Uitdaging PoZ: kansen pakken & kwetsbaarheden tackelen Als we de kenmerken van PoZ confronteren met de trends en uitdagingen die op de haven afkomen dan wordt een aantal kansen en kwetsbaarheden zichtbaar. In onderstaande paragrafen staan de belangrijkste genoemd. Kans: concurrentiepositie en relatie met andere havens PoZ ligt centraal in Nederland, is goed bereikbaar via diverse waterwegen en heeft zo goede, frequente verbindingen met de zeehavens in Amsterdam en Rotterdam. Dit betekent ook dat ontwikkelingen in deze zeehavens merkbaar zijn voor PoZ. Zo ontwikkelen de havens van Rotterdam en Amsterdam zich in toenemende mate tot een circulaire en duurzame haven. Dit leidt tot veranderingen van het goederenvervoer en de type stromen (bijvoorbeeld: omslag richting biobased brandstoffen) die van en naar PoZ gaan. Dit biedt nieuwe businesskansen voor bedrijven in PoZ en regio. Vlakbij PoZ liggen de havens van Urk en Lelystad. Ook deze binnenhavens zitten niet stil. Zo wordt in Lelystad Flevokust Haven ontwikkeld/uitgegeven; een nieuwe buitendijkse multimodale overslaghaven ten noorden van Lelystad, met een containerterminal, een overslagkade en een groot binnendijks industrieterrein. De containerterminal is circa 5 hectare (vergelijkbaar met de containerterminal in Kampen en Meppel) en het droge bedrijventerrein is circa 43 hectare.
Het droge terreinen wordt in fases ontwikkeld en kan uiteindelijk groeien tot circa 160 hectare. Het aantal hectare (5 ha) kadegebonden kavels is dus zeer beperkt. Ter vergelijking: in PoZ is circa 225 hectare kadegebonden. Waar het gaat om het vestigen van watergebonden bedrijvigheid concurreert Lelystad dan ook maar beperkt met PoZ. Voor watergerelateerde en droge, in bijzonder logistieke bedrijvigheid, ligt dat anders. Lelystad richt zich met name op XXL logistiek. Zo heeft recent een aantal bedrijven (JYSK, Bestseller) besloten om op Flevokust een groot logistiek centrum te vestigen. Op dit vlak concurreert Lelystad voornamelijk met Hessenpoort. In Urk werken de gemeente en de provincie Flevoland samen aan de planontwikkeling van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (MNSF). De MSNF (circa 100 ha.) wordt ontwikkeld voor watergebonden, dienstverlenende bedrijven in het maritieme- en visserijcluster. Daarnaast is de uitbreiding vooral bestemd voor veel bestaande maritieme bedrijven, die op dit moment uit hun jasje groeien en nergens op Urk kunnen uitbreiden (autonome groei). Zo bezien concurreert Urk niet met PoZ. Kans: investeringen in de (achterland)infrastructuur Investeringen in PoZ hebben pas echt effect als ook geïnvesteerd wordt in de achterland infrastructuur. Landelijk en in de regio wordt gewerkt aan vernieuwing en uitbreiding van de infrastructuur.
Denk aan de beoogde verdieping en verbreding van de sluis bij Kornwerderzand, maar ook aan investeringen in de corridors vanaf de havens. Hierin speelt het verbeteren van de bereikbaarheid voor goederenvervoer per spoor een prominente rol. Spoor is nodig om binnenhavens en (bijbehorende) industriegebieden efficiënt, veilig en duurzaam met het (Europese) achterland te verknopen. Nationaal wordt met het Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer ingezet op versterking van het spoorvervoer. Binnen PoZ wordt specifiek de haalbaarheid en meerwaarde van de realisatie van een spoorterminal bij Zwolle onderzocht. Daarbij moet ook ingespeeld worden op EU-initiatieven. PoZ ligt op de North Sea Baltic corridor; één van de negen Trans-Europese Transportnetwerken (TEN-T) die door de Europese commissie is aangewezen om verder te ontwikkelen met Europese financiering. Daarnaast presenteerde de EU in december vorig jaar zijn strategie en actieplan voor een duurzame en slimme mobiliteit, als invulling van de Europese Green Deal. Deze transportstrategie zet vol in op verduurzaming van het goederenvervoer met een belangrijke rol voor o.a. water en spoor en (binnen)havens als knooppunten hierin. PoZ kan met de beoogde ontwikkeling van een spoorterminal aansluiten op het internationaal railnetwerk.
25 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Kans: PoZ als knooppunt voor circulaire economie van regio Zwolle en Noord-Nederland In de omslag naar een circulaire economie kan PoZ een belangrijke rol spelen. Het meer gaan gebruiken van elkaars grond- en afvalstoffen zal leiden tot meer lokale goederenstromen. Binnenhavens zoals PoZ kunnen zo een nog sterkere rol gaan spelen in de economie en brede welvaart van de eigen regio. Een verscheidenheid aan opstart-, opschaling- en andere circulaire initiatieven is al terug te vinden in andere havens en ook in PoZ zien we de eerste koplopers ontstaan. De haven kan zich ontwikkelen van traditionele op- en overslaghaven tot een plek waar hoogwaardige circulaire productie, toegepaste kennis en innovatie, opleiding/scholing en slimme vormen van duurzame logistiek samen komen (zie ook icoonproject ‘Haven Meppel als grondstoffenknooppunt’) . Daarbij is het belangrijk om voort te bouwen op het DNA van PoZ en regio; de sectoren en goederenstromen waarin PoZ al sterk is (Landbouw, Bouw en Duurzame Energie). Deze staan immers in het middelpunt van de transitie en dit betekent dat hier komende decennia veel kennis en (toegepaste) innovatie in zal plaatsvinden. Dit biedt nieuwe businesskansen en mogelijkheden om de koppeling van de haven met onderwijs en kennisinstellingen te vergroten (zie ook icoonproject 'circulair MKBlab voor stad en regio').
Zo kan PoZ zijn bijdrage aan de economie en brede welvaart van de regio vergroten en echt als vliegwiel fungeren voor een verantwoorde economische vooruitgang van de Regio Zwolle. Kwetsbaarheid: relatief veel traditionele, conventionele bedrijvigheid in PoZ De huidige, gevestigde bedrijvigheid in PoZ heeft een overwegend conventioneel karakter. Circa 60% van de bedrijven is als dusdanig te typeren, op basis van een steekproefanalyse van 200 bedrijven (de dataset is hier te vinden en een uitgebreide beschrijving van de methodiek hier). Er ligt een sterk accent op sectoren (agrosector, fossiele brandstoffen, bouw, metaalindustrie) die nu een bovengemiddelde druk leggen op klimaat en biodiversiteit. Met oog op de klimaatdoelstellingen en transitieagenda’s zullen deze bedrijven moeten transformeren voor een gezonde bedrijfsvoering in de toekomst. Diverse bedrijven in PoZ – zo’n 30 tot 40% – zijn daar al mee bezig, zo blijkt uit onze analyses, maar het ambitieniveau zal daarbij nog omhoog moeten. Zo zien we bijvoorbeeld dat diverse bedrijven met circulaire activiteiten zich richten op laagwaardig recyclen.
De hoeveelheid bedrijven en activiteiten gericht op hoogwaardig hergebruik, het behouden van materialen in dezelfde kringloop of het (her)gebruik van biologische materialen als grondstof voor producten (denk aan een biobased alternatief voor fossiele grondstoffen bij kunststofverwerkende bedrijven of producenten van bouwmaterialen) is nu schaars. Kwetsbaarheid: geen start-/scale-up klimaat in de haven Op basis van de inventarisatie (veel conventionele bedrijven) constateren we dat PoZ nauwelijks innovatieve start- en scale-ups huisvest. De meeste bedrijven bevinden zich in de volwaardige productiefase. Ook ruimtelijk bezien ontbreken in PoZ faciliteiten die het start-/scale-up klimaat een boost kunnen geven. Zo huisvest PoZ geen (gedeelde) experimenteerruimte, proefopstellingen of kantoorruimtes waar start-/scale-ups kunnen ondernemen. Dit zien we wel terug in andere havengebieden (hoofdstuk 4). Daarnaast blijkt uit onderzoek van het Erasmus UTP dat de Regio Zwolle (nog) geen inventie-regio is. Dit betekent dat in regio Zwolle geen nieuwe producten en processen als eerste worden geïntroduceerd. Deze kwetsbaarheden zijn om te zetten in kansen, mits PoZ zich doorontwikkeld als toekomstbestendige haven waar óók startende en opschalende bedrijven een plek krijgen.
Vanuit het Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie zijn wel enkele startups in de regio ontwikkeld en de Stadswerkplaats in Meppel dient als vestigingslocatie voor startende ondernemers. In PoZ zijn kortom wel kansen om het start- en scale-up klimaat een boost te geven. Hierbij is het van belang om specifiek te focussen op het onderwerp toekomstbestendige havenontwikkeling.
26 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Kwetsbaarheid: netcapaciteit bottleneck voor economische ontwikkeling Specifiek aandachtspunt is de netcapaciteit. Op de landelijke capaciteitskaart van de regionale netbeheerders kleuren op grote delen van Figuur 12: Netcapaciteit teruglevering (klik hier voor vergrote West-Overijssel en Drenthe rood wat versie) betekent dat er structureel congestie is in energietransport en dat teruglevering een probleem is 4. De beperkte netcapaciteit betekent dat bedrijven soms van de netbeheerder (Enexis) te horen krijgen dat ze geen extra elektriciteit kunnen afnemen of terugleveren. Dit kan plannen (uitbreiding, nieuwvestiging, verduurzaming) van ondernemers frustreren en zo de economische ontwikkeling en verduurzaming in PoZ en regio Zwolle belemmeren 5. Enexis en Tennet zetten dan ook alles op alles om de capaciteit uit te breiden. Er zijn allerlei investeringen gepland in de regio, zoals uitbreiding van hoogspanningsstations (Hessenpoort) en het verzwaren van bestaande verbindingen Bron: netbeheer Nederland, stand van zaken 31-08-2021. Bewerking: Defacto, en de aanleg van nieuwe 2021 transformatorstations. Ook is sinds kort de zogenaamde ‘vluchtstrook’ van het stroomnet beschikbaar voor het transport van duurzaam opgewekte energie van bestaande en nieuwe klanten. Daarnaast wordt vol ingezet op congestiemanagement om zo de bestaande netcapaciteit beter te benutten.
De haven- en bedrijventerreinen van PoZ kunnen een belangrijke rol spelen in een toekomstbestendig elektriciteitsnet in regio Zwolle, bijvoorbeeld door cable pooling, grootschalige lokale batterijopslag, het onderling uitwisselen van energie tussen bedrijven op het terrein of het omzetten van stroom naar waterstof of warmte (Power-to-Gas; P2G). Kwetsbaarheid: vrijwel geen ruimte meer voor uitgifte beschikbaar & middenin ecologisch-, stikstof- en klimaatgevoelig gebied De onderzochte havengebieden in PoZ zijn vrijwel volledig uitgegeven, ook de leegstand is laag. Dit vormt potentieel een belemmering om de omslag naar een duurzame, circulaire PoZ te kunnen maken. Wel lijken er optimalisaties mogelijk van het huidige ruimtegebruik op de haven- en bedrijventerreinen van PoZ. Het goed benutten van de bestaande ruimte is belangrijk, omdat nieuwe ontwikkelingen geen vanzelfsprekend zijn vanwege de ligging van PoZ in ecologisch kwetsbaar, stikstof- en klimaatgevoelig (zie kader) gebied. Cruciaal daarbij is ook het verminderen van de stikstofemissie.
Het elektriciteitsnet in Overijssel en Drenthe is, zoals in heel Nederland, uitgelegd op de vraag naar elektriciteit. De regionale elektriciteitsnetten liggen daarom vooral richting de dorpen en steden en de industriegebieden. Nu veel meer energie duurzaam decentraal wordt opgewekt en weer het net moet loopt het stroomnet tegen de grenzen aan. 5 Om bijvoorbeeld een bedrijventerrein elektrisch neutraal te maken moet de netcapaciteit met 3 tot 4x verzwaard worden. Bij het aardgasloos maken van een bedrijventerreinen gaat het zelfs om een factor 5 tot 8 (bron). Een van de redenen is dat slechts 20% van de zonne-energie die op een bedrijventerrein wordt opgewekt op het terrein zelf gebruikt wordt. 4
27 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
STIKSTOFEMISSIES POZ In geheel Nederland bedraagt de stikstofemissie (NOx) in 2019 335 kton. In PoZ wordt er 2 kton uitgestoten; dat is ongeveer 0,6% van het landstotaal. Ter vergelijking: in Port of Twente (PoT) bedraagt de stikstofemissie ongeveer 3 kton per jaar en daarmee draagt het voor 0,9% aan het totaal voor Nederland. De belangrijkste uitstootbronnen in PoZ zijn de binnenvaart (27%), mobiele werktuigen bij de industrie (10%) en de bouw (30%) en vrachtwagens (16%, inclusief de stadsdistributie). De industrie is maar beperkt verantwoordelijk voor emissies in PoZ (12%). Verdeling van de emissies (2019)
Ontwikkeling totale stikstof emissie PoZ
Bron: Panteia, 2021
Over de afgelopen 20 jaar is sprake van een flinke daling Stikstofemissie PoZ verkeer en vervoer van de stikstofemissie. De emissie in Nederland is in de periode 2000-2019 met 38% afgenomen. In PoZ bedroeg de afname in deze periode 55%. Daarmee verloopt de reductie van stikstof in PoZ sterker dan in geheel Nederland. Belangrijke oorzaken zijn de sluiting van de IJsselcentrale en een snellere emissieafname van het verkeer en vervoer in PoZ. Dit komt vooral door het relatief geringe aandeel van de binnenscheepvaart in PoZ. Ook speelt mee dat er in PoZ nauwelijks zeevaart is, terwijl dit in het landelijke beeld wel zwaar meetelt. Zowel de zeevaart als de binnenvaart hebben relatief bescheiden stappen gemaakt bij de NOx-emissie in vergelijking tot andere subdoelgroepen binnen de verkeers- en vervoerssector. Verder speelt mee dat het profiel van de bedrijvigheid in PoZ relatief gunstig is voor Bron: Panteia, 2021 het de stikstofemissie.
3.4 Conclusie PoZ is een belangrijk achterlandpunt voor de deapsea havens (Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen). De havens van PoZ vormen bovendien een belangrijke knooppuntfunctie voor aan- en afvoer van goederen voor bedrijven in het achterland: de regio Zwolle en Noordoost Nederland. Concreet is zichtbaar dat de zeehavens waarmee PoZ belangrijke connecties heeft inzetten op doorontwikkeling richting een circulaire economie. Zo ontstaan veranderingen in het goederenvervoer en de type stromen (bijvoorbeeld: omslag richting biobased brandstoffen) die van en naar PoZ gaan. Dit biedt nieuwe businesskansen voor bedrijven in PoZ en regio, maar vraagt ook aanpassingsvermogen. PoZ kan niet achterblijven.
28 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
De uitganspositie van PoZ is bepalend voor hoe de haven is te ontwikkelen richting een logistieke hub voor circulaire bedrijvigheid. De uitgangspositie van PoZ biedt daarbij zowel kansen en kwetsbaarheden. De belangrijkste zijn in onderstaande tabel samengevat: Tabel 6: Kansen en kwetsbaarheden PoZ
Kansen Groot aandeel theoretisch opgeleide arbeidskrachten De regio is sterk op toegepaste innovatie De haven creëert substantiële werkgelegenheid De haven is in laag- en hoogconjunctuuur een belangrijke en betrouwbare economische drager Transitiekansen rondom de huidige sterke stromen (bouw, duurzame energie en landbouw en veevoer) Goede ligging en bereikbaarheid PoZ Sterke concurrentiepositie en relaties met andere havens Investeringen in de (achterland)infrastructuur PoZ als knooppunt voor circulaire economie van regio Zwolle en Noord-Nederland
Kwetsbaarheden Regio Zwolle is (nog) geen inventie-regio Geen start-/scale-up klimaat in de haven Omringd door Natura 2000 / Stikstofemissie Beperkte netcapaciteit Geen uitgeefbare gronden beschikbaar waar innovatieve initiatieven kunnen landen Huidig ruimtegebruik kan beter Bedrijven die moeite hebben met de omslag naar duurzaam en circulair (traditionele productiebedrijven)
29 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
4 PoZ 2050: kansrijke transitiepaden Welke (economische) activiteiten vinden in 2050 plaats in de haven? Wat zijn kansrijke transitiepaden om PoZ door te ontwikkelen tot haven van de toekomst? In dit hoofdstuk gaan we daar op in.
4.1 Drie kansrijke transitiepaden Doel is om de bijdrage van PoZ aan de economie en brede welvaart van de Regio Zwolle verder te vergroten, rekening houdend met de ambities van de regio op vlak van energie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Vanuit de huidige kenmerken van de haven, de grondstof-/goederenstromen in PoZ en regio en de ontwikkelingen die op PoZ afkomen zien we drie kansrijke paden om PoZ door te ontwikkelen tot haven van de toekomst. Als rode draad hierdoor is de logistiek een belangrijke activiteit. Figuur 13: Kansrijke transitiepaden
Bron: Stec Groep, 2022
Waarom zijn deze transitiepaden aantrekkelijk en van meerwaarde? Goede aansluiting bij huidige havenkarakteristieken: bouwmaterialen, landbouw/(vee)voeding en brandstoffen vormen nu 80% van de op- en overslag in PoZ. Door de transitie te focussen op de genoemde transitiepaden bouwt PoZ voort op haar huidige bedrijvigheid en sterktes. Het is dus geen radicale koerswijziging, maar een logische, organische transformatie van de haven richting een hoogwaardig productie- en logistieke cluster. We zien nu al eerste koplopers in PoZ die zich op deze concrete transitiekansen richten, zoals Woodvision, Metadecor, Hempel, Euroma, Spijker Infrabouw). Borgen en boosten huidige economische motoren: de huidige bedrijven in PoZ zijn stevige motoren voor de economie en werkgelegenheid in regio Zwolle. Het is belangrijk deze bedrijven niet te verliezen in de transitie, maar deze juist te stimuleren om te innoveren en zich klaar te maken voor de toekomst. Niets doen leidt ertoe dat de haven achterop raakt. De transitie richting toekomstbestendigheid komt autonoom op gang. Het zal alleen langer duren voordat de transitie (grootschalig) vorm krijgt en de kans is groter dat bedrijven in PoZ het niet redden. Uiteindelijk kan dit leiden tot oplopende leegstand, verslechterde concurrentiepositie en verlies aan banen en werkgelegenheid.
30 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Werken aan een nog hogere waarde per hectare: de transitiepaden bieden in potentie activiteiten die verder gaan dan op- en overslag. PoZ kan zich zo meer ontwikkelen tot hoogwaardige industriehaven. Dit levert meer én hoogwaardigere werkgelegenheid op (zie kader). Bovendien vragen de transities nog veel onderzoek en innovatie, waardoor PoZ en in het bijzonder NICE een krachtigere rol kan spelen in research & development activiteiten, toegepaste innovatie en de koppeling met onderwijs en kennisinstellingen. Zo verstevigt PoZ zijn krachtige positie en vergroot de haven zijn bijdrage aan de brede welvaart in Regio Zwolle. Bijdrage modal shift en reductie uitstoot: een binnenvaartschip vervangt zo’n 55 vrachtwagens. Door via deze transitiepaden de positie van PoZ naar de toekomst te verstevigen kan dus een belangrijke bijdrage worden geleverd aan het verminderen van de uitstoot (CO2, NOx, fijnstof). Door het aanbieden van duurzame energie kan PoZ concreet helpen bij de verduurzaming van de binnenvaart (Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens). Het is dan ook van belang om de gekozen transitiepaden vast te houden en te versterken. Wees selectief in het type bedrijvigheid of startups dat wordt toegelaten in PoZ.
Maak bijvoorbeeld een ‘selectie aan de poort’, maar ook bij de nog uit te geven kavels kan er worden gestuurd op het alleen uitgeven van kavels aan bedrijvigheid passend binnen het gewenste transitiepad.
KANS VOOR MEER EN HOOGWAARDIGERE WERKGELEGENHEID & INNOVATIE IN POZ De omslag naar meer circulaire activiteiten in PoZ biedt kansen voor een werkgelegenheidsimpuls. Zo zijn onderhoud, reparatie en reviseren arbeidsintensiever dan het nu vaak laagwaardige recyclen. Ook verandert de goederen-naar-dienstenverhouding bij een meer circulaire propositie van PoZ. Door de levensduurverlenging van producten worden services, innovatie en de koppeling van productie en logistiek met onderwijs en kennisinstellingen immers belangrijker. Dat alles zorgt voor een hogere arbeidsintensiteit en levert een breder pallet aan banen op voor alle scholingsniveaus. Bron: Mitchell & Morgan (2015)
Hierna gaan we in op ieder transitiepad. We geven aan wat het pad inhoudt voor PoZ en om welke soort bedrijven het gaat.
4.2 Circulaire en biobased bouw 4.2.1 Wat houdt dit in? Het bouwen met biobased materialen wordt gezien als een oplossing om te kunnen voldoen aan de klimaatopgave en doelstellingen voor de circulaire economie. Bij biobased bouw worden natuurlijke en hernieuwbare bouwmaterialen, zoals hout of verschillende grassoorten gebruikt. Momenteel is de bouwsector verantwoordelijk voor relatief veel CO2-uitstoot. Om de klimaatdoelen te halen wordt stevig ingezet op het verduurzamen van de bouwsector met o.a. (nieuwe) regelgeving, duurzame tender processen- en duurzame bouwmaterialen. We zien bijvoorbeeld nu al dat circulariteit een belangrijk criterium is voor aanbestedingen in de bouwsector. De focus en vraag naar circulaire en biobased bouwmaterialen zal kortom verder stijgen (klik hier voor meer informatie).
31 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Ontbrekende schakels in biobased keten Biobased bouwen staat in Nederland momenteel in de kinderschoenen. Zo wordt bijvoorbeeld in slechts 2% van de Nederlandse nieuwbouw hout gebruikt (bron: CE Delft, 2021). Dat biobased bouwmaterialen beperkt worden ingezet komt o.a. doordat cruciale onderdelen van de biobased bouwketen ontbreken in Nederland. Zo zijn in Nederland bijvoorbeeld geen grote houtzagerijen (Bron: Strategische Verkenning Ruimte voor Biobased Bouwen, 2021). De noodzaak om meer biobased te bouwen is groot. In 2025 moet een kwart van de nieuwbouwprojecten biobased zijn. In 2040 maar liefst de helft. Om de biobased bouw een boost te geven zullen cruciale ketenonderdelen, en in het bijzonder productiecapaciteit gerealiseerd moeten worden. Kortom, het accommoderen van deze groeimarkt is een te verzilveren kans voor PoZ. LOKAAL PRODUCEREN VAN BIOBASED BOUWMATERIALEN Een deel van de biobased bouwgrondstoffen is aan te aanvoeren vanuit Europese landen, maar er zijn ook mogelijkheden om - een deel van de - biobased bouwgrondstoffen in Nederland te produceren. De land-, tuin en bosbouw in de regio Zwolle kan hierin een rol spelen. Zij kunnen bijvoorbeeld hennep en lisdodde produceren dat gebruikt kan worden voor de productie van isolatiemateriaal in PoZ.
Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit constateert dat het in de praktijk nog lastig is om voldoende afnemers te vinden die met deze grondstoffen willen werken. In andere woorden: biobased bouwmaterialen blijven nu onbenut. Dit is een te verzilveren kans. Houtbouw extra kansrijk bij daadwerkelijke sluisverbreding Op dit moment komen er veel bulkgoederen PoZ in voor de bouw. Met de opgave het gebruik van eindige grondstoffen terug te dringen en CO2-uitstoot te verminderen zal de vraag naar beton en de externe toevoer van materialen hiervoor - waarbij ruwe grondstoffen worden gebruikt en een energie-intensief proces kent - afnemen en hergebruik van vrijkomende materialen lokaal toenemen. Bouwen met hout wordt met name aantrekkelijk, o.a. door de natuurlijke eigenschap van hout om CO2 op te slaan. Op dit moment komt het meeste hout dat wordt geïmporteerd in Nederland uit Zweden. De kans is groot dat de toevoer van hout vanuit Scandinavië en Oost-Europa toeneemt, zeker in combinatie met de trend goederen dichter bij huis te zoeken. Bovendien verwachten we dat de aanvoer van droge bulk makkelijker wordt bij daadwerkelijke sluisverbreding in Kornwerderzand.
Om deze circulaire kans in PoZ te verzilveren is de realisatie van voldoende faciliteiten zoals opslag, aan- afvoer locaties, zagerijen, testfaciliteiten, mass timber fabrieken en assemblagefabrieken noodzakelijk. Extra asset van het productieproces van prefab houtbouw is dat deze relatief goed inpasbaar is op locaties nabij gevoelige functies, zoals natuurgebieden. Houtbouw is namelijk een lichte bouwmethode, die goed geautomatiseerd kan worden met bijvoorbeeld bouwrobots. Komende jaren wordt zelfs een verdriedubbeling verwacht van de inzet van bouwrobots (klik hier voor rapport ABN-AMRO). Bovendien is omschakelen naar een volledig elektrisch bouwproces relatief goed te doen.
4.2.2 Wat voor soort bedrijven zijn relevant? Bovenstaande ontwikkeling in de bouwsector leidt tot nieuwe ruimtevragers. Concreet zien we ruimtevraag ontstaan vanuit twee type activiteiten binnen het transitiepad circulaire en biobased bouw. Het gaat om (1) op- en overslag en verwerking van (secundaire) bouwmaterialen (urban mine) en grondstoffen en (2) de productie van (biobased) bouwmaterialen/concepten. Dit zien we al terug in de praktijk. In de volgende tabel staat een aantal voorbeelden van bedrijfsactiviteiten die als gevolg van de transitie zijn ontstaan.
32 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Tabel 7: Voorbeelden circulaire en biobased bouw Voorbeeld 1 Woningfabriek Van Wijnen in Heerenveen
Voorbeeld 2 Grondstoffenhub Dura Vermeer in ’s-Gravendeel
Voorbeeld 3 Gramitherm Europe, fabriek voor duurzame bouwmaterialen in België
Voorbeeld 4 Fabriek voor prefabwoningbouw Plegt-Vos in Almelo
Circa 14.000 m2 bedrijfshal wordt aan het kanaal gerealiseerd voor de productie van circulaire woningen
Opslag, overslag en upcycling van bouwmaterialen, puin en asfalt. Hergebruik staat centraal. Het terrein is 7 ha: grote bedrijfsruimte, buitenterrein en kade
In een hal van circa 5.000 m2 vindt de productie van duurzame isolatiematten en bouwpanelen plaats. Hiervoor wordt bermgras gebruikt
Plegt-Vos ontwikkelt een fabriek voor de productie van kant-enklare, duurzame woningen en woningcomponenten. De fabriek wordt gerealiseerd op een kavel van circa 10 hectare
We constateren – op basis van de Database Locatiebeslissingen Nederland (bron: Stec Groep, 2022) – dat modulaire bouw de laatste drie jaar een enorme vlucht nam (zie onderstaand figuur). In met name Overijssel zijn veel nieuwe investeringen gedaan. Denk daarbij aan grootschalige woningbouwfabrieken en producenten/leveranciers van specifieke prefab/modulaire oplossingen. Een voorbeeld in Kampen is de nieuwbouw van Vidalco; een leverancier van prefab vloerverwarming. In Drenthe waren afgelopen paar jaar geen nieuwe investeringen, maar zijn wel gespecialiseerde modulaire bouwbedrijven gevestigd. Een voorbeeld is Bouwbedrijf Van der Horst. Figuur 14: Locatiedynamiek van woningbouwfabrieken en andere modulaire bouwpartijen 2018-2021 # 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Bron: Stec Groep, 2022
Bedrijf Spaansen Bouwsystemen ARCABO IIBO Van Wijnen Smart Structures Jan Snel Kampstaal & Kamplacon Startblock Morgenwonen (VolkerWessels) BAM Vidalco Vogelzang Dakelementen Tala Morgenwonen (VolkerWessels) Plegt-Vos Emergo De Groot & Finch Buildings Hodes Huisvesting Dura Vermeer geWOONhout (Koopmans) Bouwbedrijf Van Middendorp Unbrick Barli Barli Sanu Prefab Lister Buildings Van den Hondel Prefab Linex VKP
33 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Naast ontwikkelingen in de modulaire bouw, richten diverse bedrijven (zoals Dura Vermeer) zich op de ontwikkeling van een grondstoffenhub waarbij sloopmateriaal tot nieuwe grondstof wordt verwerkt. Vanuit geografisch oogpunt is het ontwikkelen van een grondstoffenhub kansrijk nabij stedelijke gebieden met een (grootschalige) bouwopgave. Op dit vlak liggen kansen bij bestaande bedrijven die momenteel al met bouw- en grondstoffen werken. Zij kunnen zich naast de ‘reguliere’ op- en overslag activiteiten ook richten op ‘upcycling’. Door het toevoegen van een extra activiteit neemt naar verwachting de uitbreidingsvraag toe. Enerzijds om voldoende schaal te bereiken, anderzijds vanwege het extra ruimtebeslag van nieuwe, grotere installaties.
4.3 Vergroening landbouw 4.3.1 Wat houdt dit in? Veel signalen wijzen op een flinke omslag voor de landbouw. Denk aan het groeiend aantal consumenten dat minder of geen vlees eet en de groeiende druk om de veestapel kleiner te maken. Daarmee zal de vraag naar veevoeder afnemen. Als indirect effect zal ook de vraag naar op- en overslag faciliteiten afnemen. Tegelijkertijd ontstaan kansen. Zo speelt de landbouwsector een sleutelrol in het aanleveren van biobased grondstoffen om te voldoen aan de behoefte aan materialen voor de bouw, productontwikkeling en voedsel. Er liggen daarbij ook kansen voor lokale kringlooplandbouw, permacultuur, diversificatie in aanbod en opkomst van plantaardige alternatieven voor zuivel en vlees. Regio Zwolle is de Agri regio van Nederland. De agrarische productie vindt voornamelijk op de landbouwgronden plaats en alle havengebieden van PoZ spelen een belangrijke rol in toelevering en verwerking. Ook is de levensmiddelenhandel sterk vertegenwoordigd in de regio. Een groot deel van de landbouwketen bevindt zich kortom in de regio. Het is daarom evident dat een omslag in de landbouwsector merkbaar zal zijn in de regio, en in het bijzonder PoZ. 4.3.2 Wat voor soort bedrijven zijn relevant? Binnen het transitiepad landbouw richten nieuwe bedrijven zich op het ontwikkelen van bijvoorbeeld plantaardige eiwitten, vleesvervangers, kweekvlees, etc.
Op diverse plekken in het land, havengebieden in het bijzonder, zien we al dit soort ontwikkelingen. Denk aan Enough B.V., Redefine Meat en de proeffabriek van Deep Branch (tabel 8). Of aan het bedrijf Grassa dat eiwitten uit gras door bioraffinage. De grondstoffen hiervoor kunnen onder meer vanuit de regio komen, doordat boeren de omslag maken naar de teelt van eiwitrijke plantaardige producten. Maar denk ook aan producenten van alternatieven voor soja. Deze transitie biedt ook kansen voor bestaande op- en overslagbedrijven van agroproducten in PoZ. Nu al zien we dat de gevestigde land- en diervoerderbedrijven zich steeds meer richten op andere grondstoffen. In de overgangsperiode betekent dit meer ruimte, maar dit kan ook prima in de hoogte (verticale opslag). Flinke bouwhoogte (tot 50 m) is daarvoor cruciaal. Dit is zichtbaar in de praktijk. Zo slaat de voerfabriek van Havens Diervoeders producten in hun nieuwe verticale opslagloods op. In onderstaande tabel een aantal voorbeelden van bedrijfsactiviteiten die bij deze doorontwikkeling horen.
34 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Tabel 8: Voorbeelden landbouw- en eiwittransitie Voorbeeld 1 Proeffabriek Deep Branch op Chemelot in Limburg
Voorbeeld 2 Plantlab op Riekerpolder in Amsterdam
Voorbeeld 3 Enough in Sas van Gent
Voorbeeld 4 Redefine Meat in Best
De proeffabriek wordt ontwikkeld op de chemiecampus en maakt hoogwaardige eiwitten van lokale CO2 en waterstof. De eiwitten zijn geschikt als grondstof voor pluimveevoer
Plantlab heeft een locatie in een voormalige fabriek van circa 15.000 m2 . Hier vindt de teelt van groente en kruiden plaats
Voor de productie van vegatarische kipnuggets en vissticks bouwt Enough BV een nieuwe fabriek
De Israëlische vegavleesmaker Redefine Meat bouwt een bestaande vleesfabriek (vestiging van Van Loon Group in Best) om naar een fabriek voor productie van 3D-geprint vegavlees
Bestaande bedrijven in PoZ zullen kansen willen verzilveren om toekomstbestendig te blijven. Zij zetten naar verwachting in op vernieuwing van de kernactiviteit door transformatie en het toevoegen van nieuwe gerelateerde activiteiten. Daarnaast is PoZ vanwege de sterke agri identiteit een aantrekkelijke locatie voor nieuwe vestigers. Kortom, zowel groeiende of transformerende bedrijven en/of nieuw vestigende bedrijfsactiviteiten hebben invloed op het ruimtebeslag. Zo kan de transitie voor nieuwe ruimtevraag in PoZ zorgen, zowel vanuit productieactiviteiten als vanuit logistieke bedrijvigheid.
4.4 Duurzame energie 4.4.1 Wat houdt dit in? De fossiele sector gaat krimpen. Zo heeft de Rijksoverheid de ambitie om het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, steenkool en aardolie, sterk te verminderen. Op dit moment zijn er in PoZ veel vervoersstromen en op- en overslag faciliteiten voor fossiele brandstoffen die in de toekomst zullen afnemen. Zo worden bijvoorbeeld de brandstofdepots binnen PoZ minder relevant. De Rijksoverheid stuurt aan op een omslag naar biologische alternatieven. Denk aan bioraffinage en vergisters. In het verlengde hierop is de omslag naar een duurzaam energiesysteem een belangrijke opgave. Hierin staat het slimmer benutten van hernieuwbare energiebronnen en het omzeilen/verhelpen van congestie op het energienetwerk centraal. Zo biedt de toenemende vraag naar (duurzame) energie volop kansen voor het grootschalig opwekken en transporteren van energie in PoZ. PoZ, en in het bijzonder Kampen, heeft de ambitie om de ‘batterij voor de regio’ te zijn. Met het oog op het verwezenlijken van deze ambitie is het goed om zicht te krijgen op innovatieve bedrijvigheid die hieraan kan bijdragen. 4.4.2 Wat voor soort bedrijven zijn relevant? Op verschillende plekken in het land produceren bedrijven schonere brandstoffen in diverse vormen. Bedrijven zoals Neste, Gidara en Rolande zijn hier goede voorbeelden van.
Zo produceert Neste biodiesel en hernieuwbare kerosine, en Gidara zet niet-recyclebaar afval om in methanol. Maar ook concreet in PoZ zien we bijvoorbeeld dat een partij als EG Fuel zich steeds meer toelegt op alternatieve brandstoffen en additieven. Waterstof kan een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Zo is waterstof om te zetten in duurzame brandstoffen (Power2Fuels), kan het een elektromotor aandrijven en is waterstof om te zetten in elektriciteit. Door elektriciteit om te zetten in waterstof en vice versa worden problemen in de netcapaciteit
35 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
omzeild, waardoor netverzwaring minder urgent is. Waterstof is kortom van groot belang om van fossiele brandstoffen af te gaan (zie voorbeeld van Sendo Shipping uit Kampen in hoofdstuk 6.4.1).
WATERSTOF Voor de productie van groene waterstof is water en duurzaam opgewekte elektriciteit nodig. Door middel van elektrolyse wordt zuurstof en waterstof van elkaar gescheiden. Op deze manier is (overtollige) elektriciteit om te zetten in een brandstof en wordt netcapaciteit omzeild. Zo fungeert de opslag van waterstof als middel om de verschillen tussen vraag en aanbod te overbruggen. Door in te zetten op waterstof, is netverzwaring minder nodig/urgent. Waterstof is relatief goed te distribueren, waardoor de productie van waterstof niet noodzakelijkerwijs nabij afnemers geproduceerd moet worden. Zowel per vrachtauto en schip is waterstof te transporteren. Op termijn biedt het bestaande aardgasnet ook mogelijkheden voor de distributie van waterstof. Met name voor de industrie in havenomgevingen ziet HyWay27 op korte termijn vraag om transportcapaciteit voor waterstof ontstaan. Naast waterstof, is groen gas ook een duurzame energiedrager. Groen gas draagt bij aan het realiseren van een circulair grondstoffensysteem. Zo worden waardevolle mineralen en grondstoffen uit biomassa teruggewonnen. Het streven (in het klimaatakkoord) is dat 80–90% van de groengasproductie afkomstig is van natte biomassa, zoals GFT-afval, agrarische reststromen, reststromen uit de voedsel- en genotsmiddelenindustrie, dierlijke mest en rioolslib van rioolzuiveringsinstallaties.
Op met name rioolslib liggen grote kansen om de productie van groen gas te vergroten. In onderstaande tabel vatten we enkele voorbeelden van bedrijfsactiviteiten samen die bij deze doorontwikkeling horen. Tabel 9: Voorbeelden duurzame energie Voorbeeld 1 Eneco en GIGA storage energie opslag in Lelystad
Voorbeeld 2 Waterstoffabriek VoltH2 & Virya Energy in North Sea Port
Voorbeeld 3 GIDARA Energy In Amsterdam, productie biobrandstof
Voorbeeld 4 Batterijfabriek TES in Rotterdam
De batterij nabij Lelystad slaat overtollige zonne- en windenergie op. De batterij neemt circa 3.000 m2 in beslag
In het havengebied wordt een nieuw elektrolyse-eenheid ontwikkeld. De ontwikkeling vindt plaats op een industrieel perceel van circa 3 hectare in het havengebied
De nieuwe fabriek van Gidara wordt ontwikkeld op het BioPark, een industriële locatie in de Haven van Amsterdam. Dit cluster biedt tevens ruimte aan een kenniscentrum met een testfaciliteit en proeffabriek
Hier gaat het hoogwaardige recyclingproces van lithiumbatterijen plaatsvinden. TES opent een locatie in het Rotterdamse havengebied op een kavel van circa 1 hectare
4.5 Logistiek Logistiek speelt een rol in het verzilveren en verbinden van de drie transitiekansen. Secundaire grondstoffen en reststromen moeten immers ingezameld en vervoerd worden naar PoZ om daar verwerkt te worden. Ook moeten de circulaire producten weer vervoerd worden naar de klant. Nu al is de logistiek een belangrijke sector binnen PoZ; in bijzonder op het terrein Hessenpoort in Zwolle. De logistieke rol van dit terrein kan verder worden benut en uitgebouwd, in bijzonder voor bedrijven die zich richten op de drie hiervoor genoemde stromen, maar die voor hun bedrijfsvoering niet pal aan het water hoeven te zitten.
36 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Voor de logistieke positie van PoZ, maar ook vanuit duurzaamheid (verlagen uitstoot in productieketen), draait het uiteindelijk om de optimale mix van beschikbare modaliteiten. Via de weg en het water zijn PoZ en regio Zwolle al goed bereikbaar. Momenteel wordt de haalbaarheid en meerwaarde van een spoorterminal in Zwolle onderzocht. Veranderende consumptiepatronen, zoals een toenemend hergebruik van grondstoffen, materialen en producten, maken dat (bulk)goederenstromen in PoZ veranderen en naar alle waarschijnlijkheid ook de inhoud van de op- en overslag. Minder gebruik van ruwe grondstoffen vertaalt zich naar minder overslag en transport hiervan. Een toename van hergebruik zorgt echter voor een nieuwe vraag. Bijvoorbeeld m.b.t de inzameling van gescheiden fracties voor hergebruik in bijvoorbeeld de bouw. Dit zal er toe leiden dat er meer behoefte is aan tijdelijke opslag en herdistributie. Of producenten die werken met prestatieafspraken die gebruik willen maken van closed-loop retoursystemen. Optimalisatie van last-mile solutions, in combinatie met lokale distributiepartijen zorgt daarbij voor meer wendbaarheid, flexibiliteit en service op maat. Zo rijden er momenteel pakketbezorgers met een volgeladen bus richting de consument, terwijl afvalophalers met een lege wagen rijden en volgeladen terugkomen.
Het combineren en integreren van verschillende logistieke diensten is kansrijk en leidt tot een aanzienlijke reductie van uitstoot. Logistiek speelt dus een belangrijke rol als facilitator en kan inspelen op deze nieuwe businesskansen door flexibel ruimte te bieden voor opslag en overslag of slimme technologieën te ontwikkelen waarmee grondstoffen, componenten en materialen kunnen worden getrackt door de keten. Dit kan gecombineerd worden met distributiecentra die bijdragen aan biodiversiteit en een gezondere werkomgeving (zie tabel 10). Hessenpoort is al koploper op klimaat adaptatie en biodiversiteit. Ook met de introductie van slimme oplossingen zoals inklapbare containers kan een hogere mate van efficiëntie in de keten worden gerealiseerd. Wat voor soort bedrijven relevant? In onderstaande tabel een aantal voorbeelden van bedrijfsactiviteiten die bij deze doorontwikkeling horen. Tabel 10: Voorbeelden logistiek Voorbeeld 1 BuyBay in Wijchen
Voorbeeld 2 Wehkamp in Zwolle
BuyBay voert de retourlogistiek voor BCC en Blokker uit. In het distributiecentrum (10.000 m2) verwerken, controleren, reparen en verpakken zij de retourstromen. De retourartikelen zijn herbruikbaar en worden op een tweedehandsplatform aangeboden.
Het distributiecentrum in Zwolle beschikt over circa 11.000 m2 buitenruimte. Het ontwerp hiervan is draagt bij aan biodiversiteit en leef- en werkgenot. Zo beschikt de buitenruimte o.a. over gebiedseigen Heem-kruidenvegetatie met inheemse struiken en bomen en een waterpartij. Op deze manier draagt Wehkamp bij aan de ambities op het gebied van klimaat adaptie.
4.6 Conclusie Vanuit de huidige kenmerken van de haven, de grondstof-/goederenstromen in PoZ en regio en de ontwikkelingen die op PoZ afkomen zien we drie kansrijke paden om PoZ door te ontwikkelen tot haven van de toekomst. Dit zijn (1) circulaire en biobased bouw, (2) vergroening landbouw en (3) duurzame energie. Als rode draad hierdoor is de logistiek een belangrijke activiteit.
37 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Binnen de circulaire en biobased bouw zijn twee activiteiten, gelieerd aan het icoonproject ‘Haven Meppel als grondstoffenknooppunt’, kansrijk. Dit zijn: (1) op- en overslag en verwerking van (secundaire) bouwmaterialen (urban mine) en grondstoffen en (2) de productie van (biobased) bouwmaterialen/ concepten. Binnen het pad ‘vergroening landbouw’ liggen met name kansen op het faciliteren van activiteiten en bedrijven die zich richten op het ontwikkelen van bijvoorbeeld plantaardige eiwitten, vleesvervangers, kweekvlees, etc. Op diverse plekken in het land, havengebieden in het bijzonder, zien we al dit soort ontwikkelingen. Tot slot het pad ‘duurzame energie’. Hierbinnen liggen specifiek kansen voor inzet op biologische brandstoffen in plaats van fossiele brandstoffen. In het verlengde hierop is de omslag naar een duurzaam energiesysteem kansrijk, waarbij PoZ concreet plek kan bieden aan duurzame energieproductie, uitbreiding van de energie-infrastructuur en functies voor balancering van het energienetwerk.
38 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
5 Impact transitie op ruimtevraag PoZ We gaan nu in op wat inzet op de transitiepaden uit het vorige hoofdstuk betekent voor de ruimtevraag in PoZ, zowel in omvang (hectares) als in de soort ruimte die gevraagd wordt.
5.1 Transitie kan extra vraag betekenen, bovenop autonome ontwikkeling in PoZ Zoals we in paragraaf 2.5 (en bijlage F) concludeerden is nu al sprake van een aanzienlijke autonome ruimtebehoefte in PoZ van circa 35 tot ruim 70 hectare netto. Dit is nog exclusief de ruimtelijke impact van extra beleid en inzet op de hiervoor beschreven transitiepaden. Door op deze transitiepaden in te zetten kan: 1. Een versnelling en/of wijziging in de autonome ruimtevraag binnen PoZ ontstaan. Sommige bestaande bedrijven groeien bijvoorbeeld harder en/of zetten Figuur 15: Toekomstige ruimtevragers nieuwe activiteiten op. Ook kan het betekenen dat PoZ een sterkere concurrentiepositie krijgt in de regio en daarmee dus meer bedrijven aantrekt (clustervorming, symbiose) en zijn marktaandeel in de autonome ruimtevraag vergroot. Aan de andere kant kan de transitie voor sommige bedrijven betekenen dat zij wellicht geen toekomstperspectief meer hebben en besluiten te vertrekken, krimpen of stoppen met vrijkomende ruimte als gevolg. 2. PoZ extra aantrekkelijk worden voor vestiging van nieuwe bedrijven van buiten. Denk daarbij in het bijzonder aan bedrijven die zich richten op circulaire & biobased bouw, groene landbouw en de productie van duurzame energie.
De havens zijn daarbij extra aantrekkelijk voor bedrijven die grootschalig zijn, veel vervoersbewegingen met zich meebrengen en waarbij de activiteiten ook enige hinder in de vorm van bijvoorbeeld geluid en Bron: Stec Groep, 2022 stof kunnen opleveren. 3. PoZ in beeld komen voor het ruimtelijk accommoderen van duurzame energie-infrastructuur en energie en klimaatopgaven (groen, waterberging, et cetera). Ook dit heeft een ruimtelijke impact. Hierna gaan we op ieder van deze onderdelen in. Daarbij merken we op dat we bij deze additionele vraag nog wat verder doorkijken dan de tijdshorizon van de provinciale prognoses. Deze hebben immers 2040 als einddatum. We kijken voor de additionele vraag door tot 2050. Verder merken we nadrukkelijk op dat de ruimtevraag voor de transitie van PoZ naar circulaire hub voor logistieke bedrijvigheid zich niet makkelijk kwantitatief laat voorspellen. De precieze impact is met onzekerheid omgeven door de verre termijn (2050), de vele afhankelijkheden (autonoom en qua keuzes) en de exacte uitwerking van de ontwikkelingen.
39 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
5.2 Additionele vraag door transitie-impact bij bestaande bedrijven: 40-45 hectare netto Al diverse koplopers bezig met transitie in PoZ; actieve inzet geeft extra impuls Verschillende gevestigde bedrijven binnen PoZ houden zich nu bezig met activiteiten en bijbehorende goederenstromen die onder druk staan door o.a. de klimaatimpact en transitie naar een circulaire economie. Denk aan bedrijven actief in de agrosector, bouw, maakindustrie en fossiele brandstoffen. Diverse bedrijven in PoZ zijn zich hier al goed van bewust en actief bezig de transformatie naar een toekomstbestendig onderneming. Voorbeelden zijn Woodvision (hergebruik van duurzame materialen, zoals duurzaam hout voor tuinmeubels en modulaire buitenverblijven), Metadecor (circulair bouwen, circulaire gevels), Hempel (grote ketenverantwoordelijkheid), Euroma (duurzame bedrijfsvoering) en Spijker Infrabouw (biodiversiteit bevorderen op eigen terrein). Daaronder zit een grote groep van bedrijven die wellicht nog niet heel actief bezig zijn, maar waar onderwerpen als energietransitie, circulaire economie en klimaat hoog op de agenda hebben staan. Er is voor flink wat bedrijven in elk geval nog een flinke transformatieslag nodig.
Voor circa 70% van de bedrijven in PoZ betekent dit nog een flinke transitie Om een beeld te krijgen van welke impact actieve inzet op de transitiepaden heeft op de bestaande bedrijven in PoZ zijn deze door ons uitgebreid geanalyseerd. Hieruit blijkt dat zo’n 70% van de bedrijven binnen PoZ staat voor een transformatie van de huidige bedrijfsactiviteiten. Het gaat vooral om de bedrijven gericht op de intensieve landbouw. Veel signalen wijzen op een flinke omslag in deze sector in Nederland, zo ook in regio Zwolle, en dat betekent dat allerlei bedrijven in de keten, zoals veevoederbedrijven gevestigd in PoZ, hierin mee moeten veranderen. Maar denk ook aan partijen actief in de op- en overslag van fossiele brandstoffen. De overige 30% bestaat uit bedrijven die niet verder in actie hoeven te komen (al toekomstbestendig zijn, passende bij de transitiepaden), maar ook uit een select deel van bedrijven (zo’n 5%) waarvoor de activiteiten waarschijnlijk zullen krimpen/eindig zijn. Deze transitie heeft ruimtelijke gevolgen: per saldo verwachten we een extra ruimtevraag van 40-45 hectare netto vanuit (bestaande) bedrijven Dit heeft ruimtelijke gevolgen. De verwachting is dat bij actieve inzet op de transitiepaden: Zo’n 60% van de huidige bedrijven in PoZ stabiel is in het ruimtegebruik.
De eventuele aanpassing van bedrijfsactiviteiten die nodig is, kan veelal binnen het huidige areaal plaatsvinden. Soms binnen bestaande panden en kavels, soms na (gedeeltelijke) herontwikkeling daarvan. Circa 20% van de bestaande bedrijven in PoZ extra ruimte nodig heeft: De helft hiervan komt voor rekening voor bedrijven die zich (gaan) richten op de circulaire bouweconomie. Denk aan extra opslag en verwerkingsruimte voor materialen uit de urban mine, opslagcapaciteit voor houtbouw, et cetera. De rest van deze groei komt vanuit maakindustriebedrijven en bestaande op de landbouw/voedingssector gerichte bedrijven die de omslag maken naar bijvoorbeeld producten voor alternatieve eiwitten. In het kielzog hiervan groeien activiteiten als dienstverlening, dit is echter een beperkte ruimtevraag. Wel zal de vraag vanuit de maakindustrie groeien voor ruimte om hoogwaardige circulariteit zoals repair, refurbish and remanufacture mogelijk te maken. Hiervoor is veelal meer ruimte nodig om meerdere processen voor scheiding en hergebruik naast elkaar in te kunnen richten. Ongeveer 20% van de bedrijven te maken kunnen krijgen met een krimpend ruimtegebruik. Daarbij merken we op dat de bedrijfsactiviteiten sterk moeten terugvallen wil er daadwerkelijk sprake zijn van krimp in ruimtebeslag.