20221208 Wegsleepverordening Zwolle 2023.docx
Tekst van het document
Wegsleepverordening Zwolle 2023 De raad van de gemeente Zwolle,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van .. …… 2022,
gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;
overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen;
besluit vast te stellen de verordening: Wegsleepverordening Zwolle 2023.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. wet: de Wegenverkeerswet 1994;
c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;
d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990;
e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet;
f. het college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel 2. Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten
Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c, van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de grenzen van de gemeente
aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.
Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden
1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Carl Benzstraat 11, 8013 NH te Zwolle.
2. De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden in overleg met het college bepaald door het aldaar gevestigde bedrijf.
Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen tot en met 3.500 kg
1. De kosten van het overbrengen van een voertuig tot en met 3.500 kg naar de bewaarplaats bedragen: a. voorrijkosten
b. uitvoeringskosten
Basistarief incl. stalling 1e etmaal
€
97
€ 155
€ 252
2. De kosten van het bewaren van een voertuig tot en met 3.500 kg voor elk volgend etmaal of gedeelte daarvan bedragen € 21.
3. De kosten voor het ophalen van een voertuig tot en met 3.500 kg buiten de openingstijden bedragen € 75.
4. De bedragen in dit artikel worden jaarlijks aangepast op basis van de consumentenprijsindex van het CBS.
Artikel 5. Kosten overbrengen en bewaren bijzondere voertuigen (waaronder, maar
niet beperkt tot, tractors, grote aanhangwagens, etc.) en voertuigen boven de 3.500 kg
1. De kosten van het overbrengen van een bijzonder voertuig of voertuig boven de 3.500 kg naar de bewaarplaats bedragen per uur:
a. op maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 18.00 uur: € 227,67.
b. buiten de tijden genoemd onder a, op zaterdag, zondag en feestdagen: € 297,45.
c. de tarieven onder a en b worden minimaal voor twee uur in rekening gebracht.
2. De kosten van het bewaren van een bijzonder voertuig of voertuig boven de 3.500 kg voor elk etmaal of gedeelte daarvan bedragen € 55,09.
3. Bovenstaande tarieven zijn gebaseerd op inzet van een zwaar bergingsvoertuig. Kosten van extra materieel en/of kosten van inzet van extra medewerkers worden op nacalculatie berekend en komen bovenop de in lid 1 of 2 genoemde bedragen. 4. De bedragen in dit artikel worden jaarlijks aangepast op basis van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS.
Artikel 6. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van
gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 1, 3, 4 en 5 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 7. Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking op …. en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
2. De Wegsleepverordening gemeente Zwolle 2004 wordt ingetrokken. Artikel 8. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening Zwolle 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ... P. Snijders, voorzitter, E. Meurs, griffier
Toelichting Toelichting algemeen
Ter uitvoering van de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om een op een weg staand voertuig weg te slepen, vereist artikel 173, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) dat bij gemeentelijke verordening nadere regels worden gesteld.
Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn algemene regels
gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen.
Direct optreden tegen fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer
wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en losplaatsen, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gebruik gemaakt kan worden van de bevoegdheid om een op een weg staand voertuig weg te slepen.
Een voertuig kan niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de wettelijk genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de
wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het betreffende voertuig noodzakelijk is.
Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang
Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal en het opleggen van een boete. Dit is echter een bestraffende sanctie en herstelt de illegale situatie niet. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders.
Ook bij het wegslepen van een voertuig is het opmaken van een proces-verbaal een vereiste, op grond van artikel 5:29, tweede lid, Awb juncto artikel 5 van het Besluit wegslepen van voertuigen. Het proces-verbaal bevat:
a. Een summiere omschrijving van het in bewaring te stellen voertuig, in elk geval kleur voertuig, kenteken (indien aanwezig) en merk (indien van toepassing);
b. De plaats van waar, alsmede de datum en het tijdstip waarop het voertuig is verwijderd;
c. De omstandigheden die de verwijdering van het voertuig noodzakelijk maakten;
d. De staat van het voertuig voor de verwijdering; en
e. Een summiere opsomming van de losse voorwerpen in het voertuig voor de verwijdering.
Verordening in artikel 170 e.v.
WVW 1994 is het aangegeven kader waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van
voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is
neergelegd, kan het college pas van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid, van de wet wordt
voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over:
1. de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard;
2. de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen;
3. de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
artikel 170, eerste lid, onder c, van de WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.
Wegsleepwaardige overtredingen
Op grond van artikel 170, eerste lid, WVW 1994 kunnen voertuigen waarmee én een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:
a. de veiligheid op de weg, of b. de vrijheid van het verkeer, of c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen,
worden weggesleept.
In de bijlage is een toelichting gegeven in welke concrete gevallen, zonder
uitputtend te zijn, er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.
In artikel 170, zesde lid, WVW 1994 is bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de
overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan
uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich
in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten
dienen te vergoeden, deze bestaan uit de voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.
Ad d. Voertuig
Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen, bromfietsen,
gehandicaptenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening.
Ad e. Motorrijtuig
Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 6 van de
wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen. Artikel 2. Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten
De bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen is deels in de wet zelf geregeld.
Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden
aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt.
Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c, van de WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het
Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals gehandicaptenparkeerplaatsen,
taxistandplaatsen, laad- en losplaatsen, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en markt- en evenemententerreinen. Het is aan de
gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid
gebruik kan maken. In de verordening is de ruimste variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de grenzen van de gemeente zijn aangewezen.
Een parkeerovertreding op zich is niet zonder meer voldoende om over te gaan tot
het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval moet ook worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen rechtvaardigt.
Bij een aanrijding of diefstal is er sprake van “bergen” van een voertuig en geen “wegslepen”. Het Landelijk Centraal Meldpunt (LCM) verzorgt dit bergen. De
wegsleepverordening geldt niet voor deze bergingswerkzaamheden evenals
werkzaamheden in het kader van incident management. Via een overeenkomst
tussen de Provincie Overijssel en Stichting Incident Management Nederland zijn
afspraken gemaakt over het bergen van voertuigen op aangewezen IM-wegen (IM
staat voor incident management). Dit zijn doorstroomwegen, vooral rijkswegen en provinciale wegen maar ook gemeentelijke wegen, namelijk: Blaloweg,
Ceintuurbaan, Hasselterweg, IJsselallee, Nieuwleusenerdijk, Oldeneelallee (gedeeltelijk), Westenholterallee, Wijheseweg en Zwartewaterallee. Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden
De gemeente is belast met de zorg voor de bewaring van voertuigen en is
aansprakelijk voor eventuele schade aan voertuigen die zich voordoet tijdens de
bewaring. Ter voorkoming van schade moeten deze voertuigen worden bewaard op een afgesloten terrein.
Volgens artikel 173, tweede lid, WVW 1994 moet de plaats van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. In onvoorziene
omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen.
In de overeenkomst met het bergingsbedrijf zijn afspraken gemaakt over de openingstijden en 24/7 bereikbaarheid.
Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen tot en met 3.500 kg
In artikel 12 tot en met 14 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop,
eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.
In de wegsleepverordening hoeven deze kosten niet allemaal inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan mag worden met een uitsplitsing van de kosten die verbonden
zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en het in bewaring nemen anderzijds.
De genoemde tarieven zijn inclusief BTW.
Het etmaal zoals bedoeld in het tweede lid van deze bepaling, begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig en eindigt 24 uur later.
Door jaarlijks de tarieven aan te passen op basis van de consumentenprijsindex van het CBS blijven de tarieven beheersbaar en actueel, daarnaast voorkomt dit onnodige jaarlijkse aanpassing van de verordening.
Artikel 5. Kosten overbrengen en bewaren bijzondere voertuigen (waaronder, maar
niet beperkt tot, tractors, grote aanhangwagens, etc.) en voertuigen boven de 3.500 kg
Ten aanzien van de kosten van het overbrengen en bewaren van bijzondere
voertuigen en voertuigen boven de 3.500 kg geldt hetzelfde als voor voertuigen tot en met 3.500 kg. Het bergingsbedrijf hanteert voor deze voertuigen alleen andere tarieven, omdat het voor het afslepen van bijzondere voertuigen en voertuigen boven de 3.500 kg andere expertise en materieel nodig heeft.
Artikel 6. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van
gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat
Naast de in artikel 170, eerste lid, WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:
- het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van
drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164, WVW 1994);
- de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare
kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in geval van autodiefstal.
Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid, WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.
Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X van de
WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing verklaard. De artikelen
in deze verordening over de begrippen (artikel 1), de bewaarplaats van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikelen 4 en 5) zijn voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing verklaard.
Bijlage bij toelichting van de Wegsleepverordening Zwolle 2023 Wegsleepwaardige overtredingen wegenverkeerswetgeving. A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer
Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b, WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:
Plaats op de weg
Een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad, fietspad of
fiets/bromfietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7, RVV 1990).
Laten stilstaan
Een voertuig is tot stilstand gebracht:
1. op een kruispunt, rotonde of overweg;
2. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook;
3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; 4. in een tunnel;
5. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien die
markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;
6. op de rijbaan langs een busstrook;
7. op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;
8. langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;
9. op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg
(zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81, RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1, RVV 1990).
Parkeren
Een voertuig is geparkeerd:
1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; 2. voor een inrit of een uitrit;
3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1, RVV 1990;
5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;
6. binnen een parkeerschijfzone voorzien van bord E10 van bijlage 1, RVV 1990, buiten de als zodanig aangeduide of aangegeven plaatsen of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep;
7. binnen een erf, waarbij – voor zover het een motorvoertuig betreft - geen
gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven;
8. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;
9. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld
(zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46, RVV 1990 en bord E1 en E10 van bijlage 1, RVV 1990).
Bevel of aanwijzing
Een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing,
gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon;
(zie artikel 82 RVV 1990).
Gevaarlijk of hinderlijk gedrag
Een voertuig is zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg
wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. Het gaat hier om overtreding van artikel 5, WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel. Op grond van deze bepaling kan worden opgetreden tegen ongewenst gedrag op de weg en ongewenst parkeren in het algemeen. B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen
Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van
het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, WVW 1994 en artikel 2, Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:
a. op een weg of weggedeelte met een parkeerverbod (bord E1, bijlage 1 RVV
1990, of een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e, RVV 1990);
b. op een weg of weggedeelte met een verbod stil te staan (bord E2, bijlage 1
RVV 1990, of een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g, RVV 1990);
c. op een parkeergelegenheid voorzien van het bord E4, bijlage 1 RVV 1990, (al dan niet met onderbord) wanneer:
- het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;
- het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;
d. op een taxistandplaats (bord E5, bijlage 1 RVV 1990), tenzij het een taxi betreft;
e. op een gehandicaptenparkeerplaats (bord E6, bijlage 1 RVV 1990): - tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;
- tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;
- die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;
f. op een laad- en losplaats (bord E7, bijlage RVV 1990) tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
g. op een parkeergelegenheid alleen bestemd voor de op het bord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen (bord E8, bijlage 1 RVV 1990) voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
h. op een parkeerplaats voor vergunninghouders (bord E9, bijlage 1 RVV 1990)
tenzij het een voertuig betreft waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;
i. op een parkeerplaats in een parkeerschijfzone, nader aangeduid, aangegeven en/of voorzien van een blauwe streep (bord E10, bijlage 1 RVV 1990), tenzij het parkeren gebeurt met een parkeerschijf en de toegestane parkeerduur
niet is overschreden of tenzij het parkeren gebeurt met een ontheffing van de toegestane parkeerduur;
j. in een voetgangersgebied (bord G7, bijlage 1 RVV 1990);
k. in een in beide richtingen voor voertuigen gesloten weg of weggedeelte (bord C1, bijlage 1 RVV 1990).