CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Zienswijzennota met de anoniem verwerkte en beantwoorde zienswijzen

Raad Besluitvormingsronde 10 februari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Definitief groen- en recreatiebeleid9.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Beantwoording van uw zienswijze Uw zienswijze hebben wij samengevat. Op deze manier is de tekst verkort en uw anonimiteit geborgd. Door de samenvatting is er informatie weggelaten, dat hebben we geprobeerd te doen zonder de essentie van uw zienswijze te veranderen. De beantwoording is gegeven naar aanleiding van uw hele zienswijze. Samenvatting van uw zienswijze: No. 1

2

3

Samenvatting zienswijze De grote stedelijke recreatie- en natuurgebieden moeten goed beleefbaar (en bereikbaar) zijn, maar alleen gericht op wandelaars en fietsers. Dus geen extra parkeerplaatsen voor auto’s, behalve enkele voor mensen met beperking. Een uitzondering hierop vormen de grootschalige recreatieterreinen. Echter kan recreatie ook ten koste gaan van (natuur)kwaliteit. Hier graag aandacht voor. De nota gaat bij voorbaat uit van de (geplande) groei van de stad (economie, bevolking en recreatie). Impliciet gaat het beleidsplan er vanuit dat deze groei mogelijk is zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. Het is niet duidelijk waarop deze verwachting gebaseerd is. Alleen al door het ruimtebeslag gaat verstedelijking vaak ten koste van (ruimte voor) natuur. We pleiten ervoor veel belang te hechten aan (ruimtelijke) kwaliteit; kwaliteit is belangrijker dan groei. Het is onduidelijk hoe gemeente de ambities denkt te realiseren. De nota blijft nu hangen in onduidelijke en niet aan tijdgebonden toezeggingen zoals “we streven naar” en “ waar mogelijk”.

Reactie gemeente Zwolle Op dit moment zijn er geen plannen om extra parkeervoorzieningen aan te leggen bij de grote recreatie- en natuurgebieden. Dat recreatie en natuurkwaliteit niet altijd samen gaat is bekend. Als er plannen zijn voor veranderingen bij de grote recreatie- en natuurgebieden houden we hier rekening mee bij de uitwerking van die plannen. De groene ambities in dit beleidsplan hebben als doel dat groei van de stad kan met behoud en versterking van groen, oftewel de kwaliteit van de leefomgeving.

Het groen- en recreatiebeleid is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie wat betreft de groene leefomgeving van onze inwoners. De visie op groen en recreatie is daarin verder uitgewerkt en

4

5

6

De gemeente wil een omgevingsprogramma (financieel) en een het Uitvoeringsprogramma Groen en Recreatie opstellen. Tot die tijd is het nu geformuleerde beleid (te) vrijblijvend. Versterken van natuur, zelfs alleen behoud van bestaande waarden blijven daarmee uiterst onzeker. In 2025 wordt ook een programma gemaakt voor het oplossen van de ecologische knelpunten. Wij wijzen op het belang van planologische verankering (Omgevingsplan). De algemene doelstelling is uitgewerkt in 10 ambities. We zien daarin zaken terug waar we al jaren voor pleiten: natuurwaardenkaart als een ecologische verbindingszone inclusief herijking van bestaande groenkaart. Het stellen van 10 duidelijke doelen zoals aangegeven, is zinvol, maar pas echt effectief wanneer de doelen helder en duidelijk verwoord zijn en op z’n minst meetbaar zijn en liefst tot resultaatverplichting leiden. Dat kan op verschillende manieren. Door maken van gemeentelijke verordeningen, zoals de bomenverordening, en of door opname in de omgevingsvisie met juridische vertaling in de omgevingsplannen.

omgezet naar ambities en beleid. Dit document geeft aan waar we aan werken en hoe we dat gaan doen. Dit krijgt verder vorm in het themagerichte omgevingsprogramma. Daarnaast geeft dit programma ons de komende jaren houvast in overzicht van werkzaamheden om invulling te geven aan het beleidsplan. De juridische vertaling en borging van dit beleid moet nog worden afgewogen, en naar aanleiding daarvan, mogelijk uitgevoerd. Zie de beantwoording bij het punt hierboven [punt 3]. Zie ook in het Groen- en recreatiebeleidsplan paragraaf 4.3.2. en 4.3.3. voor de eerste aanzet. Hoe een mogelijke juridische vertaling er uit kan zien is een actie in het omgevingsprogramma.

De bijlage natuurinclusief bouwen. Dit (concept) beleid is eerder met ons gedeeld en goed uitgewerkt. Het verplichtende karakter via een puntensysteem zien wij graag versterkt, bijvoorbeeld via het opnemen in een verordening. Van belang is ook handhaving van de beschreven functies tegen verstoring en vernieling. Hiertegen optreden moet gelegitimeerd zijn door gemeentelijk beleid. De titel van ambitie 10 suggereert dat vooral de hoeveelheid groen en natuur wordt gemonitord. Uit de omschrijving blijken ook kwalitatieve indicatoren te worden opgenomen. Wij vinden het belangrijk dat beide

Voor het puntensysteem natuur inclusief bouwen geldt dat we dit het komende jaar gaan implementeren in de onze processen. Daarbij hoort het onderzoeken naar hoe dit onderdeel kan zijn van het omgevingsplan. Daarbij hoort ook het in standhouden van de maatregelen die worden gedaan. Onderdeel van het groen- en recreatiebeleid is de monitoring van groen en natuur, zowel met kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren.

7

8

aspecten in het monitoringprogramma worden opgenomen. Ook de voortgang van de uitvoering moet gemonitord worden. Een concreet en tijdsgebonden beleidsdoel als referentie, maakt dat de monitoringresultaten ook bruikbaar zijn voor bijsturing van de beleidsuitvoering. We pleiten er voor om in het uitvoeringsprogramma doorlopend research en ruimte voor (aanvullende )maatregelen op te nemen. Het beleidsplan stelt dat natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio en natuurinclusief bouwen het uitgangspunt zijn. Consequentie daarvan is dat de kosten van de benodigde natuurmaatregelen een onderdeel zijn van de projectkosten van bijv. infrastructurele of woningbouwprojecten! We verwijzen ook naar het beleid rond kapitaalgoederen en bedrijventerreinen. Overigens nemen ook burgers en organisaties initiatief voor groene projecten of willen zij soms een bijdrage leveren aan aansprekende groenprojecten. Dit zou met een gemeentelijk Groenfonds gefaciliteerd kunnen worden. In de vorige actualisatie van het groenbeleid (2015-2025) is het groen waar nodig gezoneerd. Citaat: “Bij inrichting, vormgeving en beheer van het groen wordt gestreefd naar multifunctionaliteit en flexibiliteit, maar waar dat nodig is wordt een scheiding van functies bewerkstelligd.” De zonering in Beeldgroen, Gebruiksgroen en Natuurgroen geeft aan welke functie op de eerste plaats staat.

Deze zonering wordt in het beleidsplan niet meer genoemd. Het is wenselijk dat die zonering gehandhaafd blijft, omdat het duidelijkheid verschaft.

Hoe dat precies uitgevoerd gaat worden is een opgave in het uitvoeringsprogramma.

Het natuurinclusief ontwikkelen van de stad of concreet het natuurinclusief bouwen heeft inderdaad effect op de projectkosten. Dat is nu ook zo vanuit de eisen die de Omgevingswet onderdeel natuur stelt (en daarvoor was dit ook verplicht vanuit de voorgangers van deze wet). Met dit beleid proberen we de ontwikkelingen in de stad te ondersteunen met handvaten voor deze wettelijke eisen.

Ieder groenvak heeft na aanleg en voor beheer het label beeldgroen, gebruiksgroen en natuurgroen gekregen. Dat blijft ook zo. Dit geeft het doel aan van het desbetreffende groenvak in relatie met het benodigde beheer. In de praktijk is gebleken dat deze indeling te fijnmazig is om scheiding van functies te bewerkstelligen. Een groenvak heeft niet slechts één functie. Daar bedoelen we bijvoorbeeld mee: gebruiksgroen kan ook natuurwaarden hebben en natuurgroen kan ook schaduw geven die nuttig is voor inwoners. We merken wel dat op een groter schaalniveau zonering kan helpen om functies en doelen van grote groeneenheden zoals een park op elkaar af te stemmen. Als voorbeeld: een park heeft als hoofddoel

9

10

We vinden dat een duidelijk parkenbeleid ontbreekt. Er is aanzet voor een parkennotitie gemaakt. In onze stad zijn we ons er van bewust, dat parken verschillende, maatschappelijk gewenste, functies vervullen. Helaas is het zo, dat die functies zich meermaals niet laten combineren. De ene functie heeft écht te lijden leiden onder de andere. Daarom adviseren wij om de verschillende functies van de Zwolse Park- en buitengebieden duidelijk in kaart te brengen en daar het beleid t.a.v. enerzijds het gebruik én anderzijds de noodzakelijke bescherming op te baseren. We constateren dat de groenstructuur de afgelopen jaren is aangetast i.p.v. versterkt en dat de oppervlakte groen per woning sinds 2021 met 15m2 is afgenomen. De leidraad is 75m2 groen per woning. In 2021 had Zwolle ca. 90m2 groen per woning. Met deze leidraad formaliseert de gemeente dus een afname van 15m2 groen per woning! Het plan vermeldt niet hoeveel hectare groen dit betreft. We vragen u aan te geven hoeveel maatschappelijk groen kapitaal (grond en inrichting) verloren is gegaan als de achteruitgang niet alleen veroorzaakt is door meer huizen, maar ook door daadwerkelijk verlies van groen. Gelet op de beleidsopgave de achteruitgang te stoppen en om te keren in herstel en uitbreiding zou de leidraad taakstellend , en 90m2 per woning moeten zijn.

waterretentie en natuur, waarbij recreatie een nevenfunctie is. Hoe kan dan zonering eruit zien zodat de recreant geen last heeft van de waterretentie maar wel kan genieten van de natuur zonder deze te verstoren? Dit is een vraagstuk dat per park maatwerk nodig heeft. Zie punt 9. Een eerste aanzet voor het in beeld brengen van de parken en hun functie of doel is gedaan. Deze informatie is terug te vinden op www.zwolle.nl/parken. Daarnaast is het verder ontwikkelen van parken en hun functie en doel opgenomen in het uitvoeringsprogramma als actie. Voor het buitengebied gelden de gebiedsprofielen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie.

De analyse naar deze gegevens is in 2021 gedaan. Hieruit bleek dat er in 2021 voor iedere woning gemiddeld 90 m2 groen was (obv wijkdata en BAG). In welke mate groen is af- of toegenomen in de periode 2021-2024 is niet bekend. Het aantal huizen is in ieder geval toegenomen, daarmee verandert dit getal ook. Vanuit rijksbeleid en provinciaal beleid wordt al jaren gestimuleerd dat steden verdichten in plaats van uitbreiden. Dat beleid geldt nog steeds en wordt ook in Zwolle toegepast. Hiermee lijkt het aannemelijk dat er verlies van groen heeft opgetreden. In onze verordening wordt gesteld dat bomen in de hoofdgroenstructuur bij kap dienen te worden gecompenseerd. Dit geldt niet voor het overige groen in de hoofdgroenstructuur. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat groen een heel belangrijke functie heeft voor mens en dier. Daarom

Is (de waarde van) groen dat verloren is gegaan voor bijv. woningbouw of infrastructuur gecompenseerd in natura of storting van een bedrag voor compensatie in de Natuur Investerings Agenda?

11

De gemeente hanteert een afgeleide van de 3-30-300 regel namelijk de 2-22-200 regel. De eerste 2 criteria zijn daarmee minder ambitieus, de derde meer. Een parkje op kortere afstand (<200m) compenseert voor het gebrek aan groen in de straat. Wij vragen u hoe de gemeente deze regel gaat toepassen bijv. in het centrumgebied en oude buurten als Assendorp. In plaats van een regel zien wij vooral intentie. Zonder koppeling aan taakstellende opgaven per wijk en buurt heeft deze te weinig kracht.

12

Groenleidraad en ontwerprichtlijn gelden niet voor bedrijventerreinen, waarvoor een apart proces loopt. We wijzen er op dat bij dat proces de structuurkaarten wel leidend moeten zijn. Veel bedrijventerreinen liggen immers aan de rand van de stad; tussen stad en landelijk gebied. Die terreinen zijn belangrijk voor de (ecologische) verbinding

hebben we integraal gezocht naar een kerngetal voor groen. Met als doel dat bij verdere ontwikkeling van de stad ook het groen integraal onderdeel is van deze opgave. 75m2 is al in de nota Ruimte 2004 genoemd als representatief getal. Ook andere gemeentes hanteren dit getal als toereikend voor een combinatie van alle functies die groen kan vervullen. Dit kerngetal van 75 m2 per nieuwe woning hebben we ook als Zwolle overgenomen. De 2-22-200 is een ontwerpprincipe om elke inwoner toegang te geven tot groen dicht bij huis. Dit principe geven we mee met ontwikkelingen. Maar daarnaast onderzoeken we ook waar bij grootschalig beheer, bijvoorbeeld waar riool of wegdek vervangen moet worden, groen kan worden toegevoegd in de bestaande stad. Dit is vooral in de wijken waar het principe 2-22-200 nu niet voldoende aanwezig is belangrijk. Dat zijn vooral het centrum en oudere wijken direct om de binnenstad. Hier zoeken we per jaar naar de mogelijkheden en de meekoppelkansen. Tegelijk zien wij ook dat dit principe niet overal haalbaar is en geven we er daarom ook geen taakstellende opgave aan. Daarnaast stellen we een groei van bladerdek bedekking voor van 19% naar 22% als uitdaging tot 2040. We willen hierin blijven groeien. In de tussenliggende periode kijken we welke ambitie we kunnen stellen voor de langere termijn.

De groenleidraad en ontwikkelprincipe gelden niet bij bedrijventerreinen omdat dit geen woongebied is. Natuurlijk is de hoofdgroenstructuur hier wel leidend. Ook de groen-blauwe structuren die we willen versterken lopen over de verschillende bedrijventerreinen. Daarnaast loopt er een separaat

13

14

tussen beiden. De oppervlakte van de bedrijventerreinen is groot, de impact op de groene ambities dus ook. De verbindingen en samenhang dienen alsnog te worden ondergebracht binnen het groenbeleid. We blijven benadrukken dat het noodzakelijk is dat de gemeente het voortouw neemt bij de vergroening van de bedrijventerreinen. We onderschrijven de in H3 beschreven visie op hoofdlijnen maar vinden dat ook de knelpunten in de randvoorwaardelijke milieuomstandigheden daarin benoemd moeten worden en vinden de inzet voor herstel biodiversiteit onvoldoende concreet. In de factsheets worden geen opmerkingen gemaakt over de milieu-omstandigheden. Wat is de kwaliteit van de leefgebieden van planten, dieren en mensen in relatie tot stikstof, CO2, fijnstof, lichtvervuiling en lawaai. Dit is een relevante informatie in relatie tot het beoogde herstel van biodiversiteit. Daarnaast dienen ook bodemgezondheid en waterkwaliteit in de beschrijvingen van de factsheet op te worden genomen. Ook Zwolle dient de verantwoordelijkheid te nemen om de dramatische achteruitgang van natuur tegen te gaan. Mede in lijn met het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Het beleidsplan blijft steken in mooie intenties en globale ambities, maar het blijft onduidelijk welke maatregelen de gemeente gaat nemen en wat het verwachte effect daarvan is.

In de gekozen vorm van het beschrijven van natuurwaarden per deelgebied is de Zwolse ecologische structuur in de stad, buitengebied en regio niet zichtbaar. En niet verfijnd genoeg. De kaarten van de hoofd- en wijkgroenstructuur en van parken en zwemplassen geven een overzicht van lijnen en (kern)gebieden op een hoger schaalniveau. Wij zijn er niet gerust op dat met de beschrijving van de deelgebieden

programma voor toekomstbestendige bedrijventerreinen waar (zoeken naar) vergroening onderdeel van is.

Het is een terecht punt dat milieuomstandigheden zoals stikstof, CO2, fijnstof, licht en lawaai van invloed zijn op de kwaliteit van leven. Net als waterkwaliteit en bodemkwaliteit. Dit geldt voor zowel mens als plant en dier. Deze milieuomstandigheden zijn geen onderdeel van dit plan omdat normen voor deze milieuomstandigheden in landelijke wetgeving zijn bepaald. Die gelden dus ook voor heel Zwolle en bij alle ontwikkelingen.

De Natuurwaardenkaart gaat vooral om de soorten die in gebieden voorkomen vanwege de omstandigheden die er heersen. Er wordt geen waarde-oordeel gegeven, het gaat juist om de algemene soorten. Op een bedrijventerrein komen andere soorten voor dan in een woonwijk en in een nieuwe wijk andere dan in het stadscentrum. Dat is beschreven in de facsheets. Om een grote variatie binnen de gemeente te bedienen, is gekozen voor ambassadeursoorten. Voor een ambassadeur zijn verschillende criteria gehanteerd. De soort moet in het gebied (kunnen) voorkomen. Hij moet eenvoudig te herkennen zijn en goed waarneembaar, dus zichtbaar in het gebied. Er moeten door inwoners eenvoudige

alleen de waarden van de gebieden voldoende worden beschermd. Welke locaties zijn het meest waardevol, welke gemiddeld en waar de minste. Dit is niet af te leiden uit de geleverde kaart van de 36 deelgebieden. Daarom vragen wij een extra kaart waarop de afzonderlijke waarden worden opgeteld en in kleurintensiteit worden aangeduid. Hoe hoger de waarde, des te hoger de bescherming. We denken daar graag over mee. a. We zijn blij dat er eindelijk een natuurwaardenkaart is die een gedetailleerd beeld geeft welke natuurwaarden waar in Zwolle voorkomen, zodat daar rekening mee gehouden kan worden. Er ontbreekt echter een gemeente doelstelling, voorzien van stappen met een planning hoe de biodiversiteit herstelt gaat worden. b. Daarnaast stellen sommige soorten (soort)specifieke eisen. Het beleidsplan moet vermelden dat die in het uitvoeringsplan worden uitgewerkt. c. In de natuurwaardenkaart staat per deelgebied een selectie van de afgelopen 10 à 20 jaar aangetroffen soorten vermeld en het totaal aantal soorten per soortgroep. Het is van belang dat de totale lijst met soorten ook beschikbaar is. d. We zijn er niet gerust op dat de beschrijving van de deelgebieden volstaat om de waarden van die gebieden voldoende te beschermen. Welke locaties zijn het meest waardevol, welke gemiddeld en welke het minste. Dit is niet af te leiden uit de geleverde kaart van de 36 deelgebieden.

maatregelen te nemen zijn die voor de ambassadeur gunstig zijn én daarmee ook andere soorten bevorderen. Zo hopen we dat er meer insecten en plantensoorten komen. In de factsheets is gekozen om de 10 meest relevante waargenomen soorten te benoemen. Hiervoor is teruggevallen op een periode van 10 jaar aan waarnemingen, om zo een beeld te krijgen van ook soorten die niet enkel als losse waarneming zijn opgenomen in de database NDFF. (De data in deze database is niet openbaar toegankelijk, mogelijk komt deze data in de toekomst wel beschikbaar als openbare data.) Natuurwaardenkaarten, (hoofd)groenstructuur en de ecologische hoofdstructuur horen natuurlijk bij elkaar. Tegelijk dienen ze verschillende doelen, detailniveau en daarmee toepassing. Het groen- en recreatiebeleidsplan geeft verschillende beleidskaders en handvatten voor nadere ecologische handhaving en invulling in de gemeente. Daarmee vullen de verschillende (deel)producten elkaar aan. De vraag voor verdieping en het meer verweven van de onderwerpen en kaarten is helder. Toch wordt er niet voor gekozen om dit te verweven in dit beleidsdocument. In de praktische toepassing worden alle kaders bezien en worden de verschillende kaarten over elkaar gelegd.

e. De presentatie geeft de indruk dat alle waarden nu in beeld zijn. Wat er nu ligt is slechts een deel. We missen een overzicht van alle gebruikte bronnen en een tijdlijn van de nog uit te voeren onderzoeken. En dan gaat om een overzicht van soorten, biotopen en gebieden waar nog niets of onvoldoende van bekend is. De huidige natuurwaardenkaart is slechts een begin en zal regelmatig moeten worden aangevuld en geëvalueerd. f. Voor de ambassadeursoorten vragen we om de keuzen en samenhang meer te verduidelijken en te verfijnen. Kies en monitor per soortgroep ook doelsoorten per gebied. En versterk de samenhang wat dit qua beleid(-smaatregelen) zoals verbeteringen van leefgebieden betekent. We willen onder andere stadsbreed aandacht voor bestuivers, in lijn met het advies van Nederland Zoemt. Binnen het voedselweb spelen de bestuivers een cruciale rol. In het VN-rapport “Well established” staat dat de functie van bestuivers kritiek is voor het functioneren van ecosystemen. g. De consequenties van de kaart, zoals beheer, uitbreiding van gebieden opnemen in het concept groen en recreatiebeleid. 15

Er is een groenstructuurkaart en een ecologische structuurkaart. Status en het verschil tussen beide kaarten zou duidelijker in het beleidsplan beschreven kunnen worden. Wij bevelen aan met een beperkt aantal beschermingscategorieën te werken bijvoorbeeld:

Natuur (maar ook stad en buitengebied) is dynamisch. Daarom worden de kaarten met regelmaat geactualiseerd. De kaarten in dit beleidsdocument zijn daarmee een vertrekpunt op dit moment.

De samenhang tussen de verschillende kaarten in het groen- en recreatiebeleidsplan is inderdaad niet altijd duidelijk genoeg. De kaarten worden niet inhoudelijk aangepast, wel kijken we of we de samenhang beter kunnen beschrijven.

strikte wettelijke bescherming voor N2000 (Omgevingswet), wettelijke bescherming volgens provinciale of gemeentelijke verordening (nee, tenzij), planologische bescherming (Omgevingswet/omgevingsplan) en beleidsmatige bescherming (ja, mits de betreffende structuur blijft functioneren). We lezen in het plan niet hoe de structuurkaarten samenhangen met natuurwaarden in de deelgebieden.

De ecologische structuur valt grotendeels binnen de groenstructuur, maar niet volledig (bijv. berm spoorlijn naar Deventer) en richt zich specifiek op verbindingen voor soorten door de stad en vanuit de stad naar het buitengebied. Soorten stellen specifieke eisen aan verbindingen. Is er een kader voor de eisen waaraan een verbinding moet voldoen, gelet op de soorten die er gebruik van moeten maken?

Voor de structuren met bescherming vanuit rijk en provincie voor zowel natuur en landschap sluiten we aan bij de kaarten in de Omgevingsvisie in hoofdstuk 5.2. De groenstructuurkaart is de enige kaart met een beschermingsstatus. De bomen binnen deze structuur hebben via de Bomenverordening beschermde status. Er is geen directe samenhang tussen de structuurkaarten en de natuurwaarden bijlage met deelgebieden. Bij de structuurkaarten ligt de focus op de structuren in heel gemeente Zwolle. In de natuurwaarden bijlage is Zwolle in kleinere deelgebieden verdeeld met allen een eigen ambassadeursoort. Op deze wijze zijn natuurwaarden in beeld, kan dit gemonitord worden en kunnen we (met inwoners) op een kleiner schaalniveau (op het niveau van wijk of straat) werken aan het verhogen van natuurwaarden door maatregelen die positief zijn voor het leefgebied van de ambassadeursoort en ecologische waarden in meer algemene zin. Hierbij kan ook de relatie worden gelegd met mogelijke maatregelen vanuit natuurinclusief bouwen. De kaart met de ecologische hoofdstructuur kent geen beschermingsregime. Dat borgen we in de groenstructuur. Deze komen niet volledig overeen maar in de praktijk is het wel zo dat de ecologische structuren passen in de groenstructuur. De ecologische hoofdstructuur kan aanleiding zijn om bij herijking de groenstructuur aan te passen.

Op die wijze wordt de ecologische structuur geborgd in de groenstructuur.

Er is een knelpuntenkaart, dit is in lijn met onze eerdere adviezen. De ontbrekende schakels in de stedelijke hoofdstructuur (kerngebied, stapstenen, verbindingsstroken} aangegeven. Deze lijst is niet uitputtend. Op de knelpuntenkaart ontbreken bijvoorbeeld stuwen in de weteringen (barrière voor vis). De kaarten die worden gebruikt zijn van een erg laag detailniveau. Wat nodig is, is een samenhangende kaart waar in diverse lagen zijn aangebracht.

16

Om de samenhang en onderlinge verbindingen tussen de parken, bermen, plantsoenen, natuurelementen te kunnen beoordelen is het noodzakelijk een aparte kaart op te stellen, met de kerngebieden, stapstenen en corridors op een lager schaalniveau. Op deze kaart zullen ook de ontbrekende schakels en barrières te onderscheiden zijn.

17

De ambitie is een divers, waar mogelijk inheems en klimaatbestendig bomenbestand. In het beleidsplan staat dat sortimentskeuze mede

De ecologische structuur is niet gekoppeld aan een diersoort(groep) dus is er voor de verbindingen geen kader ontwikkeld hoe de verbinding er moet uitzien. De verdeling is nu nat en droog en zoveel mogelijk diersoorten van nat of droge omstandigheden moeten hier gebruik van kunnen maken. De knelpuntenkaart is niet uitputtend. We hebben nu de focus op locaties in de hoofdstructuur waar wij als gemeente een rol hebben. De barrières voor vis zijn aanwezig in watergangen in beheer van het Waterschap. Het oplossen van deze knelpunten zien we als taak van het Waterschap. De knelpunten- of kansenkaarten kennen geen prioritering. Het oplossen van knelpunten of uitvoeren van kansen pakken we op als er op die locaties projecten of initiatieven spelen waar we op kunnen aanhaken. In dit plan hebben we verschillende kaarten, te weten een hoofdgroenstructuur, een ecologische structuur en diverse knelpuntenen kansenkaarten. Daarnaast geeft ook de omgevingsvisie verschillende kaarten. In dit beleidsplan nemen we niet een kaart op waarin alle kaartlagen gecombineerd worden. Dat is in een digitaal (of geprint) plan niet van meerwaarde en onvoldoende duidelijk weer te geven, zeker op een lager schaalniveau.

Wel onderzoekt Zwolle of alle verschillende digitale informatie (over groen), wat al deels digitaal openbaar is, online verder kunnen ontsluiten en samenbrengen in een digitale tool (digital twins). De gemeente Zwolle heeft inderdaad een hele brede ambitie als het gaat om een divers bomenbestand. We zien dat in de

afhankelijk is van biodiversiteitsdoelen en verder wordt gekeken naar de groeiplaats, omgeving en functievervulling; we streven daarbij naar diversiteit, inheems en klimaatbestendig. Diversiteit (is o.a. risicospreiding) wordt concreet gemaakt met de 10-20-30-norm.

18

Gemeente Zwolle heeft zich aangesloten bij het deltaplan Biodiversiteitsherstel en neemt de doelstelling 10% Groen-Blauwe dooradering van landbouwgebied over. Te realiseren in nauw overleg

nieuwbouwwijken van de laatste 10 jaar zeker aan de diversiteitsnorm 10-20-30 voor bomen kan worden voldaan. In de bestaande stad is dit niet zomaar te realiseren, hier gaan we passief omvormen. De keuze voor “daar waar mogelijk kiezen we voor inheemse boomsoorten” is een bewuste keuze. Uitgangspunt is inheemse soorten maar soms kan dit niet. Daarvoor zijn twee hoofdredenen: • In hoogstedelijk gebied (lees woonstraten) zijn de doorgaans grote inheemse bomen lastig in te passen, zowel bovengronds als ondergronds. De meeste inheemse bomen zijn bomen van de 1e grootte die veel ruimte in nemen. We willen daarom de keuze open houden om hier uitheemse kleinere soorten of cultivars te kunnen planten. Zodat we in ieder geval bomen aanbrengen voor schaduw, opvang van water en het opslaan van C02. • De klimaatverandering heeft ook grote invloed op ons boomsortiment. De met name steeds hogere stadstemperaturen zorgen voor problemen bij boomsoorten die algemeen geschikt werden geacht voor droge en zeer droge standplaatsen. Helaas zijn het met name inheemse bomen die veel last hebben van deze hogere temperaturen, zoals de beuk en de eik. Een afwisseling van inheemse en uitheemse bomen zal dan ook nuttig zijn voor onze inheemse bomen omdat de uitheemse bomen wel bijdragen aan het verminderen van de klimaatveranderingen.

Wij volgen het onderzoek CSI Trees van de Wageningen Universiteit op de voet ( CSI Trees: Klimaatbomen met toekomst - WUR) De 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied ondersteunen we als Zwolle waar mogelijk. Echter zijn die mogelijkheden beperkt. De 10% groenblauwe dooradering is opgenomen in het rijksbeleid

met provincie. Het betekent een toename van 7% nu naar 10%. Die uitbreiding moet in overeenstemming met provinciaal beleid worden vastgelegd in omgevingsvisie en omgevingsplannen. Bij wie ligt het initiatief? Ook hiervoor ontbreekt nog een uitvoeringsprogramma.

19

20

In het groenbeleidsplan wordt de verpachting van landbouwgrond niet genoemd, terwijl daar ook kansen liggen voor biodiversiteitsherstel. We verwijzen naar onze reactie (oktober 2021) op het document Toekomst Grondbeleid -vergroening pacht. Dit is besproken in de raadsvergadering van 25 oktober 2021. In die vergadering heeft wethouder De Heer toegezegd om hiermee verder aan de slag te gaan. Bij navraag destijds, door onze vrijwilliger Hans IJzerman bij Rienko Baarslag, kregen wij vervolgens het advies om deze inbreng voor vergroening van pacht in te brengen bij het Groen en recreatiebeleid. Dit hebben wij – inclusief enkele reminders- gedaan echter helaas zien we hier geen aandacht voor. Het beleidsplan benoemt bergings- en infiltratieplekken in het groen. Dit thema is breder. Zo zou de infiltratie vergroot kunnen worden door parkeerplaatsen niet te verharden met asfalt of klinkers, maar met grasbetontegels. Ook zou meer regenwater vastgehouden kunnen worden om later te gebruiken, bijvoorbeeld grijs water bij nieuwbouw of een regentonnen regeling.

Nationaal Programma Landelijk Gebied en dit krijgt een vertaling in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied. Dit beleid, zowel doelstelling als aanleg en beheer in overleg met de grondeigenaren, is daardoor in basis de verantwoordelijkheid van provincie Overijssel. Daarnaast zoeken we als gemeente wel naar mogelijkheden om hier zelf maatregelen te treffen. In ons pachtbeleid geven we, waar het meerjarige pacht betreft, voorrang aan biologische landbouw. We zijn ons bewust dat dit een eerste stap is en dat hier meer kansen zijn te behalen. Of deze kansen in beleid verwerkt worden is onderdeel van het uitwerken van beleid voor het buitengebied.

Het thema klimaatadaptatie heeft inderdaad overlap met groen. Deze overlap benoemen we ook in dit plan, waar het gaat om groen. Voor klimaatadaptatie zijn er nog meer mogelijkheden die niet direct aan het thema groen te koppelen zijn. Die mogelijkheden zijn onderdeel van het klimaatadaptatiebeleid: de Zwolse adaptiestrategie met bijbehorende Zwolse Klimaatatlas. De voorbeelden die door indiener worden genoemd zijn maatwerk in gebiedsontwikkelingen. Andere voorbeelden die iedere Zwollenaar zelf kan doen en wij soms ondersteunen zijn te vinden op de website Klimaatadaptatie: Zelf aan de slag | Gemeente Zwolle

21

Enkele jaren geleden is de gemeente het principe van struiken naar gras meer gaan hanteren. Dit had vooral te maken met onderhoudskosten. Hoewel we ook de discussie moesten aan gaan over ecologische aspecten. Net als destijds pleiten wij onderbouwd dat struiken voor biodiversiteit en ecologische verbindingen een duidelijke meerwaarde hebben die geborgd en versterkt dient te worden. Van minder gras naar meer struiken dus.

22

In de nota klinkt ook enige wrijving door tussen beleid/realisatie enerzijds en beheer anderzijds. Dat is niet erg - zonder wrijving, geen glans - maar moet wel opgelost worden. De nota gaat verder niet op het beheer in, maar daar liggen waarschijnlijk ook verbeterpunten bijvoorbeeld: gebruik van elektrisch (hand)gereedschap en zwaarder materieel op biodiesel HVO100, sinus-maaibeheer (ook in watergangen - waterschap), meer verticale structuur in watergangen (waterschap). Regelmatig staan straatbomen in kleine plantspiegels met 1 rij tegels tussen opsluitband en boomspiegel. Geadviseerd wordt deze tegels te verwijderen.

In Zwolle is ongeveer 10 jaar geleden een project geweest om struiken om te vormen naar gras. Dit was een eenmalige actie om onderhoudskosten omlaag te brengen. Dit is uitgevoerd door een gemeentelijk projectteam inclusief een ecoloog om zo verantwoord mogelijk keuzes te maken tijdens deze omvormingen. Na deze eenmalige actie, is dit geen onderdeel van gemeentelijk beleid. We passen deze omvormingen nu dus ook niet toe. Op dit moment neemt het aantal struiken in onze gemeente toe. Dat komt door het vergroenen van grijs naar groen en het toepassen van een grotere variatie aan type groen. We herkennen de wrijving tussen beleid en beheer niet. Het beleidsplan is opgesteld in samenspraak met de afdeling Stadsbeheer. De uitspraken in dit groen- en recreatiebeleid die invloed hebben op het beheer worden samengevat in de (nog op te stellen) beheernotitie groen- en recreatiebeleid en krijgen een plek in de beheerplannen per individuele beheergroep (indien van toepassing).

Er zijn nog meer acties mogelijk maar wat we nu al doen is: • We hebben afspraken met de ROVA over de elektrificatie van het machinepark • In samenspraak met de Vlinderstichting zijn we op meerdere locaties bezig met maaipilots om ons tot heden op floragerichte beheer van bermen op een goede manier om te buigen naar flora en faunagericht maaibeheer • In 2023 hebben we verschillende grijze locaties omgevormd naar groen. Dit in verband met het verbeteren van groeiplaatsen van

•

23

Er wordt voorgesteld bij plannen voor bosaanleg rekening te houden met de groeiplaats van de Kievitsbloem.

bomen. In totaal hebben we 3111 m2 verharding (= 34.500 tegels gewipt) omgevormd. De gemeente Zwolle is licentiehouder van het Handboek bomen en daar werken we mee.

In de zienswijze wordt ook verwezen naar het Waterschap. De gemeente heeft geen invloed op de wijze van onderhoud van het Waterschap. Wel kiezen we ervoor om op sommige plekken het beheer van het Waterschap over te nemen, zodat er een ecologisch maaibeheer wordt uitgevoerd. Dit doen we bijvoorbeeld in het nieuwe park van de buurt Breezicht in Stadshagen. Dit heeft uiteraard wel financiële consequenties waar we dan als gemeente garant voor staan. Kievitsbloem is voor Zwolle belangrijk en groeiplaatsen van deze (en andere beschermde) soorten hebben de aandacht bij bosaanleg en andere ontwikkelingen.

Wat betekent dit voor het Groen en recreatiebeleidsplan? De zienswijze geeft aanleiding om op verschillende locaties het Groen en recreatiebeleidsplan aan te passen. - De samenhang tussen en verwijzing naar de kaarten is beter beschreven in het beleidsplan (punt 15 en 16).

2 Beantwoording van uw zienswijze Uw zienswijze hebben wij samengevat. Op deze manier is de tekst verkort en uw anonimiteit geborgd. Door de samenvatting is er informatie weggelaten, dat hebben we gepoogd te doen zonder de essentie van uw zienswijze te veranderen. De beantwoording is gegeven naar aanleiding van uw hele zienswijze. Samenvatting van uw zienswijze: No. 1

2

Samenvatting zienswijze Indiener geeft aan dat de waarde van groen voor het stedelijk gebied en de kwaliteiten van Zwolle als groene stad groot zijn. Indiener ziet zich als belangrijke samenwerkingspartner maar leest dit niet terug in dit concept Groen en Recreatiebeleidsplan. Verzocht wordt om onze essentiële samenwerking te erkennen en te benadrukken in dit beleidsplan. Het college heeft in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord vastgelegd dat inbreiding van de bestaande stad belangrijk is om de woningnood te beperken. De vele ambities die de gemeente heeft maakt dat het passen en meten is met de beschikbare ruimte binnen de bestaand stad. Iedere nieuwe woning vraagt om extra ruimte voor parkeren, andere infrastructuur, waterinfiltratie, speelvoorzieningen, enzovoort. Dit beleid kan ertoe leiden dat het toevoegen van woningen binnen de bestaande bebouwde kom niet meer realiseerbaar is. En dat daarmee realisatie van woningbouw in de bestaande stad de sluitpost van alle ambities dreigt te worden.

Reactie gemeente Zwolle Het klopt dat onze samenwerking in dit concept Groen en recreatiebeleidsplan onvoldoende is benoemd. Die essentiële samenwerking zien en ervaren wij wel.

Inbreiding voor uitbreiding is een belangrijk uitgangspunt. Dat betekent dat veel noodzakelijke ambities in de bestaande stad een plek moeten krijgen. Hoe dat goed uitgevoerd kan worden in de schaarse ruimte is per locatie maatwerk. Daarbij is woningbouw een leidende ambitie. Gezamenlijk hebben en voelen we de verantwoordelijkheid voor een prettig woonklimaat voor inwoners, bij nieuwe en bij bestaande bouw. Iedereen weet dat een prettig woonklimaat meer is dan alleen het bouwen van de woning. Dit plan beoogt niet dat woningbouw in de bestaande stad niet meer kan. Wel willen we hiermee vanuit groen richting meegeven, zodat op alle onderwerpen een eerlijke afweging en prioritering kan worden gemaakt. Deze afweging gebeurt integraal en is geen opgave vanuit sectoraal beleid.

3

Indiener pleit er heel nadrukkelijk voor gebiedsgericht en locatiegericht te kijken wat mogelijk en passend is, en hierin niet normerend te zijn.

4

Normerende werking wordt gezien in het 2-22-200 principe. Dit principe ligt voor een deel hoger dan de landelijke normen. Wij vragen ons af wat de rechtvaardiging is om de norm in Zwolle hoger te leggen dan landelijke normen en hoe dit zich verhoudt tot het onderzoek om diverse ‘bovenwettelijke’ specifiek Zwolse normen door te lichten en juist te af te schaffen of bij te stellen.

5

Normerende werking wordt gezien in de ambitie om 75m2 nieuw groen per nieuwe woning te realiseren. Wij vragen ons af hoeveel ruimte er in

In dit Groen en recreatiebeleidsplan worden geen normen vastgelegd die juridisch afdwingbaar zijn. Wel zijn er twee ambities benoemd: de 75m2 per toegevoegde woning om ‘voldoende groen in de stad’ een kengetal te geven waarop we kunnen monitoren en de 2-22-200 als ontwerpprincipe hoe we groen dicht bij huis mogelijk willen maken. Voor beide ambities geldt dat dit niet altijd en overal kan. Wel zoeken we naar de mogelijkheden hiervoor. Voor groen zijn er geen landelijke normen. Wel zijn er veel rapporten en onderzoeken die pleiten voor een bepaalde groenverhouding omdat groen belangrijk is voor mens en dier. Dat zien we allemaal en we voelen gezamenlijk de verantwoordelijkheid dat Zwolle een fijne stad is en blijft bij intensivering van de woningbouw. Maar hoe doen we dat goed samen? Het hebben van een kengetal voor groen helpt ons in de afwegingen die per locatie gemaakt moeten worden. Het geeft de kans om te monitoren en te analyseren hoe het groen van de totale stad zich ontwikkeld. Het 2-22-200 ontwerpprincipe is een manier om groen over de stad te verdelen. Dit principe is geen verplichtende juridische norm. Wel geeft het houvast in de ontwerpfase van een plan en kunnen we monitoren en analyseren. Ook geeft het ons als gemeente houvast om keuzes te maken voor onze eigen opgaven om een leefbare stad te blijven.

Hierbij zien we mogelijkheden om iedereen dicht bij huis toegang te geven tot (zicht op) groen. De vertaling van 3-30-300 naar 2-22-200 is een bewuste keuze gebaseerd op een toetsing naar haalbaarheid in Zwolle. Het antwoord onder punt 4 hoort ook bij dit punt. Een kengetal voor groen per woning helpt bij planontwikkeling. Maar het is vooral voor

6

7

de stad werkelijk is om bij inbreiding groen toe te voegen en wat dat betekent voor het aantal te realiseren woningen. Voorbeeld 1: bij een transformatie van een bestaand appartementencomplex kunnen 10 extra woningen toegevoegd worden. Dan kan op basis van het groenbeleid de vraag gesteld worden om 750m2 nieuw groen toe te voegen. Op de locatie past dit niet. Voorbeeld 2: in een bestaande woonstraat kan een bedrijfsgebouw worden vervangen door 20 appartementen maar de straat heeft geen ruimte voor bomen of een plantsoen op 200 meter. Kan op basis van dit nieuwe beleid de woningbouw niet doorgaan in deze voorbeelden, omdat de omgevingsvergunning niet wordt verleend? Wij missen in het beleid de mogelijkheid voor uitruil met bestaand groen, zodat er kansen ontstaan in het versterken van de bestaande groenstructuur. Of met het zoeken van alternatieven voor het planten van bomen als dit op eigen terrein niet mogelijk is.

Wij verzoeken het college om meer houvast te creëren in de afweging daarvan en te komen met een oplossing in situaties waarin de optelsom van ambities niet meer past en niet realiseerbaar is. Om te voorkomen dat het beleidsplan in juridische zin belemmerend wordt, pleiten wij voor het opnemen van een hardheidsclausule in het beleid, zodat afwijkingen van het groenbeleid mogelijk zijn.

ons als gemeente belangrijk om Zwolle groen te houden. De 75m2 per toegevoegde woning is een stads brede ambitie. Wij zien ook dat niet bij iedere gebiedsontwikkeling of transformatie het lukt om volledig de 75 m2 groen per toegevoegde woning een plek te geven in de ontwikkeling. Dat betekent dat de restopgave een taak voor gemeente Zwolle is, bijvoorbeeld door de realisatie van een nieuwe stadspark. Het is dus niet zo dat wij geen medewerking gaan verlenen aan een woningbouwplan als het niet is gelukt om 75 m2 per nieuwe woning te realiseren binnen het bouwplan. Daarvoor is de woningnood te belangrijk en te groot. Om invulling te geven aan de 75 m2 per nieuwe woning zien wij wel mogelijkheden voor uitruil met bestaand groen en/of het versterken van bestaande groenstructuren. Of aanleg van groen op een alternatieve locatie. In het Groen en recreatiebeleidsplan is op bladzijde 26 een realisatiestrategie opgenomen. Dit gaan we in de definitieve versie beter benadrukken. Het doel van deze realisatiestrategie is om met elkaar te weten hoe de 75 m2 per woning in het ontwerp een plek kan hebben, of de zoektocht naar alternatieven te laten zien. Juist omdat dit bij iedere ontwikkeling maatwerk is. Deze vraag is breder dan alleen dit Groen en recreatiebeleidsplan.

In dit plan is het niet mogelijk om een oplossing te geven voor de optelsom van alle gemeentelijke ambities waardoor een plan onder druk kan komen te staan. Het heeft wel de gemeentelijke aandacht om tot een integraal afwegingskader te komen waarin per locatie de verschillende (sectorale) belangen ten opzichte van elkaar afgewogen kunnen worden.

8

Het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen (4.3.2) biedt, dient volgens ons als leidraad te worden gebruikt. Per project of gebied moet bekeken worden wat nodig en passend is. Wij zien het puntensysteem als een mooi en zinvol instrument, maar ook hier geldt dat we waken voor de uitwerking waarin het puntensysteem een verplichte lijst wordt, waaraan voldaan moet worden om normen te halen.

9

Wij zien dat particuliere woningeigenaren subsidie kunnen krijgen voor een aantal maatregelen. Wij willen ervoor pleiten dat deze subsidies ook beschikbaar worden gesteld voor huurders, zodat zij ook actief hun tuinen en woonomgeving kunnen vergroenen. Indien dit niet mogelijk is, pleiten wij voor een tegemoetkoming aan de eigenaar van de woningen in de kosten voor het vergroenen van tuinen en de woonomgeving van huurders.

Dit Groen en recreatiebeleid geeft ambities (en geen normering) als handvat om Zwolle groen te houden. Het hebben van kengetallen helpt om te kunnen analyseren en monitoren. Daarmee is een hardheidsclausule niet van toepassing. Voor het puntensysteem natuur inclusief bouwen geldt wel dat we gaan onderzoeken hoe we dit onderdeel kunnen maken van het omgevingsplan. De reden hiervoor is dat het puntensysteem natuurinclusief bouwen gekoppeld is aan wettelijke beschermde diersoorten. Voor deze diersoorten is dus wettelijke bescherming nodig en als gemeente hebben we daar ook een taak. Via dit puntensysteem kunnen we hier invulling aangeven. Dit kan ook voordelig zijn bij de gebiedsontwikkeling en het bouwen van woningen. Met behulp van het puntensysteem is aan de voorkant van de ontwikkeling duidelijk wat er gedaan moet worden voor deze beschermde diersoorten en dat helpt ook bij de benodigde ontheffingsaanvraag bij de provincie. Bij het opstellen van het puntensysteem is onderzocht hoeveel punten en welke maatregelen haalbaar zijn, zonder veel druk op de ontwikkeling te leggen om deze niet of zo min mogelijk te frustreren. Bij onze gemeentelijke subsidies voor klimaatadaptie voor inwoners wordt geen verschil gemaakt of men eigenaar of huurder van een woning is.

Dat geldt ook voor de acties die ongeveer jaarlijks plaatsvinden zoals: NK tegelwippen, Stichting Steenbreek of de Tegeltaxi. Als blijkt dat huurders minder gebruik maken van deze subsidies is ons voorstel om samen te werken om deze subsidies ook bij huurders onder de aandacht te brengen.

10

Vanuit procesmatig oogpunt adviseren wij het college om het Groenen recreatiebeleid vast te stellen, na de vaststelling van de aanvulling op de Omgevingsvisie, zodat de integrale belangenafweging binnen de Omgevingsvisie plaatsvindt. Dan wel in het Groen- en recreatieplan komen tot aanpassingen die voldoende ruimte bieden om te komen tot deze integrale afwegingen. Wij roepen daarom in het groenbeleid op tot flexibiliteit en maatwerk om de ambitieuze doelen van binnenstedelijke woningbouw en de transformatie van wooncomplexen en buurten in samenhang met andere opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie mogelijk te maken.

Naast deze subsidies kan ook wijkbeheer meedenken in initiatieven van inwoners (van zowel koop- als huurwoningen) om hun omgeving te vergroenen. Het Groen en recreatiebeleidsplan wordt ontwikkeld als nadere invulling van de huidige Omgevingsvisie. De reden is dat groen in de stad, gekoppeld aan klimaatadaptie en een prettige leefomgeving, een belangrijke opgave is. Dit beleid geeft input voor de Aanvulling Omgevingsvisie. Dit beleid vaststellen na vaststelling van de Aanvulling Omgevingsvisie is daarom niet aan de orde. Het klopt dat in de Omgevingsvisie de integrale afweging voor alle gemeentelijk ambities voor de fysieke (openbare) ruimte worden gemaakt. Met onze reacties en uitleg onder punt 4 – 8 hebben we duidelijk gemaakt dat bij de realisatie van de ambities in dit Groen en recreatiebeleidsplan flexibiliteit en maatwerk mogelijk is en dit juist bijdraagt aan een juiste integrale afweging.

Wat betekent de zienswijze voor het definitieve Groen en recreatiebeleidsplan? De zienswijze geeft aanleiding om op verschillende locaties het Groen en recreatiebeleidsplan aan te passen. - Nadere beschrijving van verschillende samenwerkingen en samenwerkingspartners zijn toegevoegd in het beleidsplan. Onder andere in de paragraaf 4.1.2 en 4.5 van het beleidsplan (punt 1). - Realisatiestrategie en groenladder zijn verder toegelicht in het beleidsplan (punt 6).

3 Beantwoording van uw zienswijze Uw zienswijze hebben wij samengevat. Op deze manier is de tekst verkort en uw anonimiteit geborgd. Door de samenvatting is er informatie weggelaten, dat hebben we geprobeerd te doen zonder de essentie van uw zienswijze te veranderen. De beantwoording is gegeven naar aanleiding van uw hele zienswijze. Samenvatting van uw zienswijze: No. Samenvatting zienswijze 1 Indiener ziet overeenkomsten in ambities van het concept groen en recreatiebeleidsplan en de eigen visie op een bestaand park. Daarnaast spelen er in de omgeving nog meer ontwikkelingen. Indiener doet de oproep om geen kansen te missen en samen aan realisatie te werken om het bestaande park op te waarderen.

Wat betekent dit voor het Groen en recreatiebeleidsplan? Zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Reactie gemeente Zwolle Gemeente Zwolle wil dit bestaande park opwaarderen. Daarvoor bent met u als indiener als met andere buurtbewoners en partijen direct betrokken en in overleg geweest. Daarnaast heeft de gemeente de taak om de verschillende ontwikkelingen in een omgeving goed op elkaar aan te laten sluiten. Deze verschillende ontwikkelingen en dit concept Groen en recreatiebeleidsplan zijn in overeenstemming met elkaar.

4 Beantwoording van uw zienswijze Uw zienswijze hebben wij samengevat. Op deze manier is de tekst verkort en uw anonimiteit geborgd. Door de samenvatting is er informatie weggelaten, dat hebben we gepoogd te doen zonder de essentie van uw zienswijze te veranderen. De beantwoording is gegeven naar aanleiding van uw hele zienswijze. Samenvatting van uw zienswijze: No. 1

Samenvatting zienswijze Indiener doet een oproep om in het gebied Stadsbroek totaal geen woningbouw te doen en juist de natuurwaarden te herstellen en verbeteren. Indiener is zich ervan bewust dat er nu een opdracht van gemeenteraad aan organisatie Zwolle ligt om de mogelijkheden te onderzoeken van beperkte woningbouw in een parkachtige omgeving. Daarbij heeft de raad aangedrongen om hierin ook scenario’s mee te nemen uitgaande van totaal geen woningbouw en juist het herstellen en verbeteren van de natuurwaarden! Dit proces is in voorbereiding door de gemeente en er zal in de tweede helft van dit jaar een plan van aanpak worden voorgelegd aan de raad. Omdat bij de beoordeling van deze plannen de natuurwaarden kaart natuurlijk een belangrijke rol zal spelen, hechten wij er aan dat in het groen en recreatie beleid en de natuurkaart het belang van een groen Stadsbroek wordt onderkend en weergegeven.

Reactie gemeente Zwolle Het klopt dat er voor Stadsbroek nu een onderzoek loopt om verschillende scenario’s in kaart te brengen voor dit gebied. In de scenario’s is onder andere aandacht voor woningen om woningnood op te lossen, beperkt aantal woningen met een stadspark voor de huidige inwoners van Stadshagen tot helemaal geen woningen. Dit proces loopt. De natuurwaardenkaart is onderdeel van dit proces maar is een algemeen document. Specifiek voor dit project worden meer (natuur)onderzoeken gedaan.

2

3

4

In het nu voorliggende concept beleidsplan zien wij met name een focus op 6.2 de groene recreatie, terwijl tot dusverre onze focus ligt/lag op versterking van de natuurwaarde van het gebied het weer de inrichten voor weidevogels o,a de Grutto. Ook is echter door ons voortdurend betoogd en dat is ook bij de participatie naar voren gekomen dat er in Stadsbroek met straks 35000 inwoners grote behoefte is aan een natuurlijk uitloopgebied. Bij de ontwikkelkaart pagina 33 geeft u op pagina 38 aan dat er in Stadsbroek kansen zijn voor de ontwikkeling van een nieuw recreatie gebied met mogelijkheden uitloop mogelijkheden voor de bewoners van Stadsbroek en Zwolle uiteraard. Wij kunnen deze ontwikkelrichting wel volgen op voorwaarde dat ook maximaal ingezet wordt op natuurverbetering en hier sport faciliteiten deel van gaan uitmaken. Verder is tot onze verbazing op de groenstructuurkaart op pagina 12 in Stadsbroek langs de Werkerlaan een witte strook aangegeven in tegenstelling van de rest van Stadsbroek die d.m.v. een licht groene kleur als neven groen structuur is aangegeven. Het lijkt ons ongewenst dat de Stadsbroek van de Millergerplas gescheiden worden door deze witte strook. We zien die ook niet terug op de kaart op pagina 33.

Wat ons al eerste opvalt is dat in de factsheet 16b, Stadsbroek verdeeld is in een blauwachtige zone ten oosten van de Werkerlaan en een groene zone voor de rest van Stadsbroek en Stadsland. De blauwachtige arcering vinden we ook terug op het Zwolse deel van de polder Mastenbroek. Wij begrijpen dan ook niet hoe we dit verschil in

In het Groen en recreatiebeleidsplan worden geen uitspraken gedaan over de toekomstige invulling van het gebied Stadsbroek. Wel erkennen we de behoefte aan extra uitloopgebied. Het Groen en recreatiebeleidsplan kent inderdaad een focus op groene recreatie omdat over het algemeen groen en extensieve recreatie zoals wandelen en fietsen goed samen gaat. Exacte invulling gaat altijd gepaard met onderzoek naar (bestaande) natuurwaarden en overige behoeftes. Daarmee is het groen en recreatiebeleidsplan een kader die wordt meegegeven, maar bepaalt het de exacte invulling niet.

De groenstructuurkaart is vastgesteld in 2021. Toen was Stadsbroek een locatie waar woningbouw is beoogd. De groenstructuurkaart is toen met oog op die plannen opgesteld. Er is geen sprake van scheiding van gebieden maar wel van: 1 het niet aanwezig zijn van een groenstructuur (wit), 2 een nevengroenstructuur (lichtgroen) of 3 hoofdgroenstructuur (donkergroen). Als bekend is op welke wijze Stadsbroek ontwikkeld wordt kan dat aanleiding zijn om de groenstructuur aan te passen. De criteria voor de indeling in het buitengebied zijn onder andere bodemopbouw en landgebruik. Bij de definitieve indeling zijn alle criteria afgewogen en zijn keuzes gemaakt. Daarbij kan het samenvoegen van gebieden gedaan zijn omdat er te weinig verschillen

kleurarcering moeten duiden. Voor ons is Stadsbroek op dit moment één gebied met gelijke natuurwaarden en die veranderen niet doordat er in het verleden, om welke reden dan ook, een lijn op een kaart is getrokken. Wij pleiten er daarom voor om voor heel Stadsbroek en Stadsland een gelijke groene kleur arcering te gebruiken.

5

Het bureau dat de opdracht heeft om de Natuurwaardenkaart te maken, heeft naar onze mening elk gebied benaderd vanuit de huidige natuurwaarden. Wij zijn van mening dat naast de huidige waarden, echter vooral gekeken moet worden naar de natuur potentie van een gebied. Bij voorbeeld; in een groot deel Stadsbroek zijn door intensief agrarisch gebruik de natuurwaarden en biodiversiteit aanzienlijk verslechterd. Het is opvallend het verschil te zien bij het Stadsbroek pad. Ten zuiden graslanden en slootranden met een grote variëteit aan kruiden en veldbloemen en ten noorden een eentonige groene woestijn. Door uitsluitend uit te gaan van de huidige natuurwaarden zouden we dit, vanuit natuur standpunt gezien, slecht beheer, gefaciliteerd door de gemeente, honoreren.

te verwachten waren of de onderlinge verhouding in de grootte van de deelgebieden niet in verhouding waren. In het kleine kaartje rechtsboven bij de gebiedskenmerken is een gedeelte groen en blauw. In groen is de gemeentelijke blauwgroene dooradering aangegeven. Blauw is de onderkleur, dus de begrenzing van het deelgebied. Dat klopt. Het bureau heeft van ons opdracht gekregen om de huidige natuurwaarden in beeld te brengen. Het doel van de natuurwaarden bijlage is om vanuit de huidige waarden inzicht te hebben voor behoud en kansen te benutten voor verbetering. Het gebied Stadsbroek is daarin een bijzondere, zeker gezien het onderzoek dat nu loopt rondom de toekomst van dit gebied. Het gebied Stadsbroek kent een agrarische functie en bestemming en daar is het gebruik dus op afgestemd. Van dat gebruik gaat de natuurwaardenkaart uit. Besluiten om de huidige functie te veranderen zijn geen onderdeel van de natuurwaardenkaart. Als dat verandert passen we de natuurwaardenkaart aan. Op de facsheets maken we een keuze van de 10 meest relevante soorten die zijn waargenomen in de afgelopen 10 jaar. Dat betekent dat voor vogels, planten en dergelijke veel soorten niet worden benoemd. Voor sommige soortgroepen is het totaal aantal soorten vaak minder dan 10. In dat geval worden wel alle soorten benoemd.

6

7

Verder willen wij er nogmaals op wijzen dat de nu open verbinding tussen Milligerplas en de Zwarte water zone, uit natuur- en cultuur historisch perspectief, open en onbebouwd zou moeten blijven. Wij plaatsen ook kanttekeningen bij het koppelen van Stadsbroek met het Zwolse deel van de Mastenbroeker polder in één deelgebied 16. Het klopt dat in beide gebieden voornamelijk landbouw wordt bedreven, maar Stadsbroek heeft in onze ogen, in tegenstelling tot het deel van Mastenbroek dat pal langs de N35 is gelegen, veel meer natuur potentie door de rustige en verkeerarme ligging langs het Zwarte Water en de Milligerplas en de nabijheid van Natura 2000 gebieden. Stadsbroek biedt uitstekende mogelijkheden voor natuurverbetering onder anderen door uitsluitend biologische/natuur inclusieve landbouw toe te staan waardoor de biodiversiteit weer gaat stijgen. Dus moet het beleid voor dit gebied veel meer gericht zijn op het herstellen van de natuurwaarden en de vogelpopulatie door uitbreiden en verbeteren van het huidige weidevogelbeheer. Voor de "ambassadeur" voor dit gebied wordt de modderkruiper genoemd, maar naar onze mening zou dat eigenlijk zou de Grutto moeten zijn. Niet dat de Grutto op dit moment in grote mate aanwezig is in Stadsbroek, dat was in het verleden wel het geval maar door de intensieve landbouw zijn ze grotendeels verdwenen.

Wij zijn er echter van overtuigd dat met de juiste maatregelen onder anderen de Grutto weer kan terugkeren in Stadsbroek en het zal bekend zijn dat voor het ontwikkelen van de juiste plannen er grote subsidies beschikbaar zijn.

De ambassadeurs zijn soorten die er voorkomen en niet soorten die zijn verdwenen. De grutto kent een specifieke problematiek, of we de soort terug kunnen krijgen is niet zeker. De criteria voor de indeling in het buitengebied zijn onder andere bodemopbouw en landgebruik. Bij de definitieve indeling zijn alle criteria afgewogen en zijn keuzes gemaakt. Daarbij kan het samenvoegen van gebieden gedaan zijn omdat er te weinig verschillen te verwachten waren of de onderlinge verhouding in de grootte van de deelgebieden niet in verhouding waren. Naar aanleiding van dit Groen en recreatiebeleidsplan worden geen besluiten genomen rondom de verbinding Milligerplas en de Zwarte water zone en de gebiedsinvulling hiervan.

De grutto is een vogel van weidse, open agrarische landschappen. Deze soort gaat moeizaam samen met opgaand groen en verstoring door recreatie. De natuurwaardenkaart geeft ambassadeursoorten voor de gebieden op basis van de aanwezige waarnemingen. Daarnaast wordt gezocht naar doelsoorten die passen binnen de gebieden en hun gebruik. De grote modderkruiper is een soort die schoon water nodig heeft. Dit gebied kan zich, met de focus, op schoon water ontwikkelen met een grote biodiversiteit en meer functies

8

Dit past ook meer bij natuur inclusieve landbouw, zoals rondom de Stadskolk en deels in Stadsbroek al het geval is. Bij de kansen: Meer natuurontwikkeling in het gehele gebied van Stadsbroek en niet alleen zoals genoemd bij de reststroken o.a. de verkeersknoop Ruimzicht.

9

In het “Achtergronddocument Stadsbroek en IJsselvizier” dat onlangs aan de raad is gepresenteerd is vinden we uitgebreide beschrijvingen aan van de natuur-en cultuurhistorische waarden van Stadsbroek, deze vinden we maar in beperkte mate terug in de voorliggende natuurkaart.

10

Tekstueel: Bij gebiedskenmerken: Stadsbroek ligt ten zuiden van de N331. Dat moet zijn ten Zuidoosten van de 331 en ten oosten van de Milligerplas.

Wat betekent dit voor het Groen en recreatiebeleidsplan? Zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

dan een weids agrarisch landschap. Daarom is gekozen voor de grote modderkruiper. De opzet van de factsheets is per gebied generiek opgebouwd. De genoemde kansen zijn niet volledig, maar geven een impressie van kansen. Kansen voor natuurontwikkeling in het gehele gebied worden meegenomen in het proces voor ontwikkeling Stadsbroek. Dat klopt. De bijlage Natuurwaardenkaart is een algemeen en beknopte beschrijving van het gebied Stadsbroek en Mastenbroekerpolder, met de focus op huidige natuurwaarden en kansen. In de uitvoering van de projecten Stadsbroek en IJsselvizier wordt meer specifieke en uitgebreider informatie verzameld en onderzoek gedaan. Dit om in het project juiste keuzen te kunnen maken. Al deze beschikbare info nemen we niet op in de Natuurwaardenkaart. Deze kaart is een algemeen hulpmiddel. De tekst in het Natuurwaarden document klopt.

5 Beantwoording van uw zienswijze Uw zienswijze hebben wij samengevat. Op deze manier is de tekst verkort en uw anonimiteit geborgd. Door de samenvatting is er informatie weggelaten, dat hebben we gepoogd te doen zonder de essentie van uw zienswijze te veranderen. De beantwoording is gegeven naar aanleiding van uw hele zienswijze. Samenvatting van uw zienswijze: No. Samenvatting zienswijze 1 In de plannen wordt benoemd dat aan de Noord-Oost kant van Hessenpoort er een ecologische groenstrook wordt gerealiseerd om de groene hoofdstructuur te kunnen doortrekken. Deze groenstrook gaat over agrarische grond heen, wat consequenties kan hebben voor bedrijfsvoering.

Wat betekent dit voor het Groen en recreatiebeleidsplan? Zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Reactie gemeente Zwolle De groenstructuurkaart is in 2021 vastgesteld met de Omgevingsvisie en bij het opstellen van dit Groen en recreatiebeleid niet aangepast. Vanuit ecologie en de groenstructuur is het een wens om in de hele gemeente de natuurlijke stroken door te laten lopen. Ook hier als scheiding met Hessenpoort. Dat kan door bijvoorbeeld natuurlijke en doorgaande verbindingen langs water of perceelranden. Uiteraard leggen we geen beperkingen op andermans gronden.

6 Ambtshalve wijzigingen Na het openbaar maken van het concept Groen en recreatiebeleidsplan zijn er een aantal ontwikkelingen die vragen om aanpassingen in het concept plan. Dit doen wij dus op ambtelijk initiatief en niet naar aanleiding van een externe zienswijze. Dit doen we transparant en daarom geven we in hoofdlijnen weer om welke ambtshalve wijzingen het gaat. • De Europese natuurherstelwet is vastgesteld op 17 juni 2024. Dit was nog niet het geval voor het afronden van het concept Groen en recreatiebeleidsplan. Wel was deze Europese natuurherstelwet in de maak en dus benoemd in het concept. Nu deze wet is vastgesteld is op verschillende locaties in het plan de tekst aangepast van conceptwet naar vastgestelde wet. • De kaarten hebben enkele cosmetische aanpassingen gekregen om duidelijker leesbaar te zijn. • De tekst over de samenhang tussen Natuurinvesteringsagenda en uitvoeringsprogramma van het Groen en recreatiebeleidsplan is duidelijker beschreven. • Onder parken (5.2) is de zoekopgave voor noodzaak extra stadspark opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=c25ffd05-9f34-4a0f-99d2-70a975794902