2. Vonnis rechtbank Overijssel d.d. 6 december 2024
Tekst van het document
vo4nis .)
/
? t
RÈÖHTBANK OVERIJSSEL Ci iel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/3204 6 / KG ZA 21-183 Vonnis in kort geding van 6 december 2024 in de zaak an STICHTING ZWOLS KEGEL-HUIS. gevestigd in ZvolIe. eisende partij. advocaat: mr. M.P.H. aii Maanen Winters. tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon. GEMEENTE ZWOLLE. zetelend in Z\\olle. gedaagde partij. advocaat: rnr. J. de Roos. Partijen orden hierna het Kegelhuis en de Gemeente genoemd. 1.
Inleiding
.1 In dit kort geding v ii het Kegelhuis dat de Gemeente door onderhandelt over het \ erlengen van haar erfpachtrecht. Volgens het Kegelhuis aren partijen in een verge orderd stadium \ an onderhandelingen en is het afbreken daarx an door de Gemeente onrechtmatig. De Gemeente bet\ ist dat. Volgens haar aren de gesprekken afgerond en as verlenging an het erfprachtrecht niet mogelijk omdat de betrokken percelen nodig zijn ‘ oor oningbou De oorzieningenrechter ijst de vorderingen an het Kegelhuis af. omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat er uitzicht was op het bereiken ‘. an overeenstemming zodat het daarom al niet onrechtmatig is dat de Gemeente niet verder wil onclerhande en. .
.
2.
‘
De procedure
2.1. -
-
-
2.2.
‘.
Het verloop an de procedure blijkt uit: de niet-betekende dagvaarding (versie an 27 september 202-1) met 11 producties de schriftelijke reactie van de Gemeente an 3 oktober 2024 met 6 producties de mondelinge behandeling van 22 november 2024. \\aarbij de advocaten van beide partijen spreekaantekeningen hebben voorgedragen en aarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Ten slotte is een datum astgesteld koor het vonnis.
zaaknummer: C/08/3204 16 / KG ZA 24-1 83 6 december 2024
3.
De feiten
3.1. De Gemeente is eigenaar van percelen grond die plaatselijk bekend zijn als de Van Wevelinkhovenstraat 103 in Zolle. 3.2. Het Kegelhuis heeft deze percelen sinds 1967 in erfpacht. Zij heeft de grond bebouwd en kege lbanen en horeca- en sanitaire voorzieningen aangebracht. Het erfpachtrecht as aanvankelijk erleend tot en met 1997 en is verlengd tot en met 31 december 2007. 3.3. Partijen hebben sinds 1999 gesprekken gevoerd over de verdere verlenging van het erfpachtrecht. 3.4. Bij brief van 27 december 2010 heeft de Gemeente het erfpachtrecht opgezegd. De opzegging heeft de Gemeente hij brief van 24 maart 2021 herhaald. 3.5. Het Kegelhuis heeft in een andere procedure tegen de Gemeente kort gezegd gevorderd dat voor recht ordt erklaard dat de opzeggingen geen effect hebben gehad. omdat overeenstemming as bereikt over liet verlengen van het erfpachtrecht. De rechtbank heeft de vorderingen van liet Kegelhuis hij vonnis van 27juli 2022 toegewezen (ECLI:NL:RBOVË:2022:2255). Hiertegen heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft liet vonnis ‘ ernietigd en de vorderingen van het Kegelhuis alsnog afgewezen bij arrest an 25juni 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:4221). —
4.
De vorderingen
4. 1. Het Kegelliuis ordert in deze procedure saniengevat dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad. de Gemeente veroordeelt: om binnen veertien dagen iia betekening van het te wijzen vonnis de onderhandelingen met liet Kegelhuis omtrent verlenging van de erfpachtovereenkonist tot 2038 te hervatten, op straffe an een dwangsom: 2. oni na hetekening van het te wijzen vonnis de executie van het arrest van 25 juni 2024 te staken en gestaakt te houden. op straffe van een dangsoni: 3. tot betaling van de proceskosten. de nakosten en de etteljke rente daarover. ‘
—
4.2. De Gemeente \ oert er eer en concludeert lot niet-ontt ankelijk . erklaring ‘ an het Kegelhuis. althans afwijzing an haar orderingen en ‘ eroordel ing van het Kegelliuis de in proceskosten. ‘
‘
4.3. Op de standpunten van partijen wordt hierna nader ingegaan voor zover dat nodig is voor de beoordeling van liet geschil. 5.
De beoordeling
5.1. Het gaat hier om een kort geding. Dat betekent dat voorlopige voorzieningen kunnen orden ge orderd waarbij spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter moet daaroni eerst beoordelen of het Kegelhuis een spoedeisend belang heeft. Als dat zo is. moet de voorzieningenrechter beoordelen of de vorderingen van het Kegelhuis in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen zouden hebben, dat ooruitlopend daarop
zaaknummer: C/08/3 204 16 / KG ZA 24-183 6 december 2024 .3
toe ijzing \ an de voorlopige ‘ oorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Spoedeisend belang
5.2. Dat het Kegelhuis spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, staat naar het oordeel an de voorzien ingenrechter oldoende ast. Zij heeft namelijk on eersproken gesteld dat ontruiming an de percelen dreigt. en de Gemeente heeft op dit punt geen verweer gevoerd. ‘
Gezag van geitijsde
‘
i’misbruik ‘an recht
5.3. Volgens de Gemeente maakt het Kegelhuis misbruik van recht door in dit kort geding een voorlopige voorziening te vragen terwijl over het onderliggende geschil al is beslist. Ook in de andere procedure bij de rechtbank en het hof ging het om de vraag of partijen op een zodanig punt met elkaar gekomen xaren dat het Kegelhuis daar rechten aan kon ontlenen. en of die rechten ertoe leiden dat het Kegelhuis de percelen nu niet hoeft te verlaten. De vorderingen van het Kegelhuis stuitten daarom af op gezag an gewijsde an het arrest. Voor zover sprake is van een nieue rechtsvraag. had het Kegelhuis die in de vorige procedure moeten stellen en niet moeten achterhouden. Door een nieu kort geding te starten probeert het Kegelhuis enkel tijd te rekken. ten koste an de ont ikkeling die de Gemeente op de percelen il doorvoeren, aldus de Gemeente. 5.4.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
5.5. Van misbruik ‘s.an recht is sprake als een bevoegdheid ordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan aarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor ordt geschaad. naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (art. 3: 13 BW). Daarvan is hier naar liet oordeel \ an de voorzieningenrechter geen sprake.
5.6. In de andere procedure lag cle vraag voor of tussen partijen ‘een o\ereenkomst tot stand is gekomen tot verlenging of vernieuw ing van cle erfpacht’. zo overw eegt het hof in ro 2. 1 an liet arrest. 1-let hof oordeelde dat dat niet liet geval as. In de onderhavige procedure gaat liet om de vraag of sprake is ‘.an onrechtmatig afgebroken onderhandelingen. FIoeel dezelfde feiten spelen. is dat is een andere rechtsvraag waarop door liet hof nog niet is beslist. Dat liet Kegelhuis die vraag bewust heeft achtergehouden, om bij een eventueel verlies an de eerste procedure tijd te kunnen rekken. heeft de Gemeente niet aannenielijk geniaakt. De ‘ oorzieningenrecliter kan zich goed voorstellen dat liet Kegelhuis zich eerst na het verlies van de eerdere procedure toen bleek dat zij ten onrechte nieende dat er overeenstemm ing v as bereikt op liet standpunt is gaan stellen dat de onderhandelingen met de Gemeente zo \ergevorderd varen dat liet afbreken daarvan onrechtmatig is. Van misbruik an (proces)recht is dan ook geen sprake. .
‘
—
—
5.7. De \oorzieningenrechter overweegt daarnaast liet volgende. Tussen partijen staat vast dat tegen liet arrest geen cassatie is ingesteld. Het arrest is daarom in kracht van ge ijsde gegaan. Beslissingen uit liet arrest hebben in de onderhavige zaak daarom gezag
zaaknummer: C!08!3201 1 6 / KG ZA 24-1 83 6 december 2024 4
van gewijsde. Dat betekent dat daar in deze procedure niet op teruggekomen mag worden. De ‘ oorzieningenrechter komt daar hierna nog op terug.
Geen ve, Jaring 58. De Gemeente stelt zich op het standpunt dat de vordering van het Kegelhuis is eijaarcl, omdat er sinds de eerste opzegging in 2010 meer dan l4jaar voorbij zijn. De verjaringstermijn van 5 jaar op grond van artikel 3:310 lid 1 BW is daarom al verstreken. 5.9. De voorzieningenrechter volgt dit \er eer van de Gemeente niet. Uit de stellingen van partijen volgt dat zij ook nâ de opzegging in 2010 met elkaar zijn blijven praten over voortzetting van het erfprachtrecht. De Gemeente heeft in 2011 nog een nieuw aanbod gedaan voor verlenging van het erfpachtrecht voor 10 jaar en er is nog gezocht naar alternatieve locaties. In 202 1 is het erfpachtrecht een tweede keer opgezegd. Dat is naar het voorlopig oordeel van de oorzieningenrechter de startdatum voor de veiaringstermijn. Sindsdien zijn nog geen 5 jaar verstreken, zodat het beroep an de Gemeente op veljaring niet opgaat. Vorciernig tot dooronderhunc1elei
5.10. Het juridisch kader oor een beroep op onrechtmatig afgebroken onderhandelingen is als volgt. In beginsel zijn onderhandelende partijen vrij om onderhandelingen af te breken. Partijen zijn el erplicht om hun gedrag mede door elkaars gerechtaardigde belangen te laten bepalen. Het afbreken van onderhandelingen kan onaanvaardbaar zijn op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de o ereenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval. Daarbij moet rekening orden gehouden met de mate aarin en de ‘.‘ ijze aarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl. in het geval onderhandelingen ondanks ge ijzigde omstandigheden over een lange tijd orden voortgezet. wat betreft dit vertrouwen doorslagge end is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken an de onderhandelingen moet \\orden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele ‘ erloop an de onderhandelingen (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 2 auuustus 2005. EC’Ll:NL:l IR:2005:AT7337). In dit beoordelingskacler staat de contractsvrijheid ‘ oorop en zal ‘.
an een afd ingbare rechtsplicht om de onderhandelingen voort te zeilen niet snel sprake zijn. ‘
5. 1 1 Voor de vraag of’ sprake as van gerechtvaardigd vertrouwen in het totstandkomen van een overeenkomst tot verlenging van liet erfpachtrecht. is onder meer van belang vat liet hof in zijn arrest heeft astgesteld. Het hof overeegt liet volgende: 4. 10 De Stichting heeft oni’oldoende gesteld dat het geschil over deze twee door de
Gemeente ge! orinuleerde voorii’ua,’den om te komen lot een niemve
erfpaclitverlioiuling dan wel to! voortzetting ,uii (le oude, .slechi. een geschil betrof over ondergeschikte punten of dat zi/ er gerechtvaardigd op mocht vertroimeij dat dat zo ‘ous. Viel alleen he,’ro [liet O.iee ini de (slech(s iei’ ge!ornmleerde ‘Loon iaarden. de hoogte van de canon kan moeilijk als ondeigeschikt punt worden aai,ge,nerkt. (... ) Dat voor wat betreft de vergoedingsregeling hel uitsluitend zou
zaaknummer: C!08/3204 16 / KG ZA 24-183
6 december 2024
gaan oni Lie met tOc?.5 lemnfihing 1Llii de gemeente gerealiseerLie investeringen. maakt e’Lenmnin dat sprake is van een ondergeschikt punt. 4. 11 De conclusie is dat (... onvoldoemide is gesteld en 11/el is gebleken do de Stichting dat aaiibod 0/ Lie hier gelioelliLie essentiële onderdelen heefi aanvaard. Dal op 19 mioiem,iher 2002 wilsovereenstennning was bereikt zodat een nieuwe er/pachtovereenkonist in het leien ‘1105 geroepen (Liie zou kunnen dienen als titel voor de inschrip’ing van een notariële akte). dan wel een er/pacht’i’erlengingsovereenkomnst iii de door de Stichting voorgestane zin. kan dun ook iiie! iiorden aangenomen. (....
4. 13 DLII na 19 novemnbe,’ 2002 tussen partijen ivel overeenstemming is bereikt over de tii’ee essentiële onderdelen voor de totstandkoming iaii een nieu’1l’e
er/pachtovei’eenkonist. is niet gesteld en evennun gebleken. Het hoj verwijs t kortheidçhalve naar rechtsoverweging 3. ii en verder. 1IaLn’lat onder nice,’ blijkt dat Lie Stichting ook begreep dat er nog geemi L/iude/i/ke Li/spraak
ia.s over de
voor’1taarLlen wacn’onder de erfracht zou worden voortgezet. (.... Dat nu nog steeds geel? overeenstemming bestaat oi’er deze litee i’ooriiaarden vom, Lie Gemeente Liie zij
heeft ve,’hoiiden (fL0 de toi’standkon,i ig ‘1’LIiî een ove,’eenkonist, blijkt ook uit Lie reLictie Liie naniens Lie Stichting in de e—niail ian 22 /ëhruLn’i 2023 is gegeven op Lie comiceptakte Liie door de notaris nLlmnen.s Lie Gemeente LILnÎ de Stichting is voorgelegd om uitvoering te geven LIL1n het vonnis ‘1’Ln? Lie rechtbank van 27juli 2022. ,Vamem,s Lie Stichting is opgemerkt LiLit Lie Lirtikelen 1.3 en 1.4 (betre//ende Lie tussenti/Lise opzegging en Lie ‘1’ergoeLIing.sregeling moeten vervallen en ciLit Lirtikel 2. 1 gewijzigd moet worden in ciie zin LiLit Lie (hijLim’L!ge 1dm? erfrLwhter in Lie) jaLlrltjk.s ‘1’erschulLligde cLinon vanaf! jLmnuLiri 2023 E 2.000,— heLirLiLigi emi LiLit Lie rest l’LIli LiLit LirtikelonLierLieel moet vervallen.
5.12. De soorzieningenrechter leidt hieruit af dat het hof heeft geoordeeld dat zossel véér als nâ 1 9 november 2002 en zelfs tot de dag van vandaag tussen partijen geen os ereenstemm ing bestaat over (a) de hoogte van de canon die het Kegelhuis zou moeten betalen en (h) de raag of een s ergoeding zou ss orden betaald door de Gemeente soor het gebouss dat liet Kegelliuis had neergezet als liet erfpachtrecht eindigde. én dat dit essentiële onderdelen zijn zodat zonder overeenstemming op die punten geen sprake is san ilsovereenstemming os er de verlenging van liet erfpachtrecht. Zoals hiers oor is os erssogen. staan deze beslissingen sast. Het standpunt van liet Kegelhuis in de onderhavige procedure dat zij geen andere keuze had en de voorss aarden van de Gemeente zou accepteren. kan daarom niet ssorden gevolgd, 5.13. Nu uit liet arrest san liet hof blijkt dat op tss ee essentiële punten verschil san mening bestond tussen het Kegelliuis eii de Gemeente. had liet op de sseg van liet Kegelhiuis gelegen oni nader toe te lichten ssaarom zij er (desondanks) vanuit ging dat liet erfpachtrecht ssel verlengd zou ssorden. Dat heeft liet Kegelliuis niet gedaan. Het Kegelhiuis heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat zij erop vertrouwde dat liet erfpachtrecht svel verlengd zou ssorden en op sselke manier de Gemeente aan dat vertroussen zou hebben bijgedragen.
Het enkele argument dat liet Kegelhiuis daarvoor aanvoert is de omstandigheid dat de gesprekken tussen partijen steeds zijn voortgezet. Dat is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrecliter onsoldoende. Ten eerste omdat liet feit dat er al sinds 1999 gesprekken ssaren er juist ook op kan duiden dat os ereenstemniing niet sserd bereikt. en ten
zaaknummer: C’i0813204 16 / KG ZA 24-1 83 6 december 2024 6
t eede omdat de gesprekken mede door het Kegelhuis v erden geïnitieerd. Daar
komt bij dat de Gemeente heeft toegelicht dat zij de percelen inmiddels nodig heeft voor woningbouw. zodat zij belang heel hij beëindiging an het gebruik door het Kegelhuis. Gelet hierop is naar het \ oorlopig oordeel \ an de oorzieningenrechter geen sprake van onrechtmatig algebroken onderhandelingen en is de gevorderde voorlopige \oorziening tot dooronderhandelen niet toe ijshaar. [)e voorzieningenrechter zal die vordering daarom aR ijzen. Suking executie
5,14. Het Kegelhuis heeft nog gevorderd om de Gemeente te veroordelen om executie van het arrest te staken. Nu de voorzieningenrechter de vordering tot dooronderhandelen zal af ijzen en het arrest in kracht van geijsde is gegaan. ziet de voorzieningenrechter geen grond voor toewijzing van deze vordering.
Proceskosten 5.15. Omdat het Kegelhuis in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van de Gemeente betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op: griffierecht € 688.00 salaris advocaat € 1 .1 07.00 nakosten € 1 78.00 (plus de verhoging zoals in de beslissing) Totaal € 1 .973.00 -
-
-
5.16. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten \\ordt toegevezen zoals ‘vermeld in de beslissing. 6.
De beslissing
De voorzieningenrechter: 6.1
.
v ijst de ‘ orderingen af.
6.2. eroordeelt het Kegelhuis in de proceskosten an € 1 .973.00. te betalen binnen veertien dagen na aanschrij ing daartoe. te ermeerderen met € 92.00 plus de kosten van betekening als Kegelhu is niet tijdig aan cle eroordel ingen oldoet en het vonnis daarna wordt betekend. 6.3. veroordeelt het Kegelhuis tot betaling an de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald. 64.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit ‘.onnis is ge ezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar tntgesproken op 6 december 2024. /
/
Rec’
koeCOUf
(