2. Terugblik raadssessie werkwijze raad 10 februari 2025
Tekst van het document
TERUGBLIK RAADSBREDE SESSIE WERKWIJZE RAAD 10 FEBRUARI 2025 Er is gesproken aan de hand van vier vragen die successievelijk aan de orde zijn gesteld. Het ging om het inventariseren van (ervaren) problemen en knelpunten. Onderstaand per vraag een korte, puntsgewijze samenvatting van het besprokene. Hoe ervaar je de werkdruk van het raadslidmaatschap? • Het aantal uren dat het raadslidmaatschap vraagt, is niet het grootste probleem. Voor sommigen is het meer een problematisch dan voor anderen, maar het algemene gevoelen is toch wel dat dit ‘er nu eenmaal bij hoort’. • De onvoorspelbaarheid wordt wel ervaren als druk-verhogend. Dit maakt het werk lastig te regisseren (planbaar). Onvoorspelbaarheid is een van de charmes van de politiek, maar voor de ervaren werkdruk zou het fijner zijn als via planningen met thema’s voor langere termijn zichtbaar is wat wanneer aan de orde gaat komen. • Van belang is ook wat energie geeft en wat energie vraagt. Voorbeeld: een tijdrovend debat kan energie opleveren, een saaie technische briefing kost energie. • Waar in de week het zwaartepunt ligt, is ook relevant. De week starten met een lange vergaderavond op de maandag, is voor velen erg pittig. Veel voorbereidingen moeten doen in het weekend ook. Daartegenover staat dat velen daarvan ook juist het voordeel ervaren dat het raadswerk niet ten koste hoeft te gaan van carrièreambities.
Over politiek verlof wordt wisselend gedacht. • Veel tijd op het stadhuis moeten doorbrengen wordt op zichzelf niet ervaren als problematisch, wel dat dit ten koste gaat van de contacten in en met de stad. • De aparte positie van het burgerlid: neemt aan (bijna) alles deel, terwijl daar veel minder tegenover staat. -
Verhogen planbaarheid/voorspelbaarheid; Energie-gevende vs. energie-vragende activiteiten; Zwaartepunt op maandag (en daarmee in het weekend)?
Waar moet het in de raad echt over gaan? • Ambitie om debatten te voeren op strategisch niveau komt nog slechts beperkt uit de verf. Dit lukt het best bij opinienota’s, dilemmanota’s, scenarionota’s. In de themadebatten veel minder dan beoogd. • Woordvoerders aan debatten nemen deel op uiteenlopende niveaus, hebben verschillende focus (hoog abstractieniveau vs. detailniveau). • Themadebatten: teveel wordt de verplichting gevoeld het overal over te hebben. Diversiteit van stukken/onderwerpen veelal te groot. • In openbare vergaderingen worden nog teveel technische zaken aan de orde gesteld. Zonde, dit • In de oordeelsvormende fase (debatten) gaat het nog te weinig over voorgenomen moties en amendementen. • Stukken vaak kritisch beoordeeld op zichzelf, minder aan gemaakte afspraken (coalitieakkoord) en eigen opvattingen.
•
Nadelen van vroeger blijven onderkennen, niet terug daarnaartoe. Ook: waken voor het risico van herhaling van zetten op verschillende momenten.
-
Met elkaar meer hetzelfde doen op hetzelfde moment; Vergadercultuur en -hygiëne. Wat wel, wat niet (meer/minder)? Meer strategische (politieke) debatten.
Hoe bevalt de Zwolse vergaderstructuur? • Themadebat werkt niet zoals het is bedoeld (zie hierboven + agendering soms/vaak na te lange tijd - ‘mosterd na de maaltijd’). Suggestie voor verbetering: vooraf duidelijke debatvragen formuleren. • Debatten nog teveel gericht op het bevragen van portefeuillehouders college, te weinig onderling debat. Portefeuillehouders nemen teveel ruimte voor inleidingen (wat zij vertellen staat in stuk of zou daarin moeten staan). • Raadsdebatten goed, maar duren te lang (of nemen we er te weinig tijd voor?). Voorzitters sturen (noodgedwongen) erg op tijd. Dat bevordert het goede debat niet. • Voor sommigen lastig te beoordelen bij gebrek aan zicht op alternatieven (hoe doen steden van vergelijkbare omvang het?) • Interrupties als item. Ze dragen belangrijk bij aan de lange duur van de debatten. Moeten we toe naar maximum-aantallen. • Spreektijden als knop waaraan zou kunnen worden gedraaid (verschillen in spreektijden afhankelijk van de fractiegrootte als optie genoemd. • Voorzitters zouden nadrukkelijker mandaat kunnen krijgen, en ervaren, om de gemaakte afspraken te handhaven. • Ook hier: niet terug naar vroeger. Houd oog voor de verworvenheden van eerdere veranderingen. -
Ongenoegen themadebatten; Realistische planningen Raadspleinen; Vergaderregels: wijzigingen en/of bestaande afspraken beter volgen/ handhaven.
Hoe zijn wij als raad in verbinding met de stad? • Inspreken in de raad voelt vaak onbevredigend. Mogelijk kan meer aandacht voor de afhechting direct na het inspreken helpen. • Werkbezoeken worden te vaak afgeblazen bij gebrek aan deelnemers. Suggestie: toe naar een praktijk waarin woordvoerders in onderling overleg werkbezoeken initiëren. Ook hier: behoefte aan meer voorspelbaarheid/planbaarheid. • Vergaderen op locatie als aandachtspunt. Was ambitie, maar er komt weinig van. Is organisatorisch ook best complex. • Er resteert te weinig tijd voor verbinding met de stad (suggestie: minder debatten, meer tijd voor contact met de stad). • Doorstroomtijd raadsleden als knelpunt (naarmate raadsleden langer zitten, bouwen zij een uitgebreider netwerk van contacten op).
•
•
De raad is in de agendering volgend/reactief. Het gaat altijd over stukken die zijn aangeleverd, nooit over actualiteiten in de stad zonder dat daarover eerst stukken zijn aangeleverd. Principiële vraag: is dit primair een verantwoordelijkheid van de raad als collectief of van de afzonderlijke raadsleden en individuele volksvertegenwoordigers. Uitgaan van verantwoordelijkheid van de raad als bestuursorgaan (collectief) vereist commitment van allen.
-
Werkbezoeken/matige opkomst; Vergaderen op locatie. Wat doet de raad als collectief; wat is meer aan de individuele fracties/leden?
Tot slot In de afrondende bespreking zijn geen ervaren problemen/knelpunten naar voren gebracht die nog niet aan de orde waren geweest. De vraag waar voor de werkgroep de prioriteit moet liggen als een keuze van twee moet worden gemaakt uit de vier behandelde thema’s, werd door een duidelijke meerderheid van de aanwezigen beantwoord met: ‘Waar moet het in de raad echt over gaan?’ en ‘Hoe bevalt de Zwolse vergaderstructuur?’. De werkgroep werd de suggestie gedaan om, op onderdelen, geen eenduidige verandervoorstellen voor te leggen, maar scenario’s/alternatieven.