2. Ruimtelijk Toekomstperspectief
Tekst van het document
Het gebied Tolhuislanden is in de huidige Omgevingsvisie al benoemd als kansrijk voor het plaatsen van windturbines. Ook in Haerst zien we kansen voor de opwek van duurzame energie uit wind. Naast het duurzaam opwekken van energie is het noodzakelijk dat de energie-infrastructuur toekomstbestendig is en blijft. Om de ambities op het gebied van wonen, economie en mobiliteit te kunnen uitvoeren is versterking van het energie-infrastructuur op korte termijn essentieel. Het huidige energienetwerk is niet meer voldoende toegerust om zowel de vraag als het aanbod van duurzaam opgewekte energie te transporteren, met netcongestie als gevolg. Dit vraagt de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem, zowel boven als onder de grond. Het bufferen en opslaan van duurzaam opgewekte energie is daarvoor belangrijk. Dit om vraag en aanbod van opgewekte energie gebalanceerd op het net aan te kunnen bieden. We hanteren hierin het uitgangspunt van lokaal opwekken en lokaal gebruiken. Ter versterking (vanwege de 20
netcongestie) van de energie-infrastructuur moet ruimte worden gevonden voor circa 650 trafostations (450 in de huidige gebouwde omgeving en 200 voor nieuwbouw) en circa 13 middenspanningsstations. Ook is vervanging van 10 middenspanningsstations nodig. In hoogstedelijk gebied en in de historische binnenstad zal dit vaker inpandig moeten worden opgelost. In de overige gebieden zal er in de openbare ruimte plek gevonden of gemaakt moeten worden. Op de middellange termijn zal ten westen van de Zwolle/Stadshagen een nieuwe locatie voor een hoogspanningsstation nodig zijn. Dit om de bestaande stations Frankhuis en Weteringkade te ontlasten. Onderdeel hiervan is het ondergronds verbinden met 110 kV kabels van deze twee bestaande TenneThoogspanningsstations met het geplande nieuwe HS-station. Onderzocht wordt of er ruimte gevonden moet worden voor dit tracé om de stad heen of dat de bestaande route vanuit HS-station Weteringkade naar Frankhuis kan worden gevolgd. Onderdeel van de energietransitie is ook het op een andere wijze verwarmen van gebouwen. Dit doen we niet meer met aardgas. Dat betekent dat we per wijk overstappen op alternatieve vormen van verwarming. Er zijn verschillende oplossingen en iedere oplossing vraagt zijn eigen ruimteclaim en ingreep in de bestaande stad. Een warmtenet heeft een fors ruimtebeslag in de ondergrond in de wijk.
Dit geldt ook voor de locaties van de duurzame warmtebronnen (aquathermie, geothermie). Wanneer er gebruik wordt gemaakt van duurzaam gas zullen er ook locaties beschikbaar moeten komen voor de opwek van duurzaam gas en waterstof.
2.7 De opgaven vanuit de thematische bouwstenen samengevat Bouwsteen
Opgaven
Wonen
• •
Economie
•
Opgave huishoudensgroei en afspraken Verstedelijkingsstrategie. Groei met 5.000 tot 15.000 woningen, extra ten opzichte van de opgave uit de huidige Omgevingsvisie (10.000 woningen): Kwalitatieve programmering gericht op differentiatie van woonmilieus en toenemende vergrijzing
•
Toevoegen van 50 tot 135 hectare bedrijventerrein (groot- en kleinschalig) voor een groeiende economie Behouden en versterken van de huidige werklocaties
Mobilteit
• • •
Voortzetten van onze mobiliteitstransitie (STOMP) Inzet bereikbaarheid Zwolle per weg en via het spoor Groei van Zwolle betekent ook autonome toename aantal auto’s
Energie
• • •
Haerst als locatie voor windturbines Nieuwe locatie voor hoogspanningsstation in Zwolle-West Versterken energie-infrastructuur (trafohuisjes, MS/MS-stations, etc.)
Water & klimaat
• •
Meer ruimte voor retentiezones en -gebied(en) Water en bodem als drager voor de ruimtelijke ontwikkeling van Zwolle
Groen en voorzieningen
•
Groen en voorzieningen groeien mee met de groei van Zwolle
* Groen en voorzieningen waren als onderdeel van Ons Zwolle van Overmorgen geen aparte onderzochte bouwstenen. Wel vinden we het een opgave dat groen en voorzieningen meegroeien met de ontwikkeling van Zwolle.
Zwolse aantrekkelijke voetgangers- en fietsverbindingen
21
3.
De Basiswaarden 3.1. Inleiding In dit hoofdstuk worden de basiswaarden toegelicht, die het fundament vormen voor een kwalitatieve ontwikkeling van Zwolle. Deze waarden en de bijbehorende principes vormen de basis voor het toekomstbeeld, waarmee we richting geven aan de opgaven waarvoor we staan (hoofdstuk 2), de bijbehorende toelichting en de integrale kaart. Ook wordt de ontwikkelstrategie voor Zwolle uiteengezet, die de ontwikkeling tot 2040 beschrijft, met een doorkijk naar 2050. Zwolle, samen leven met water De ligging van Zwolle midden in de delta van de IJssel en de Vecht vraagt van de inwoners steeds hun relatie tot het water opnieuw te onderzoeken en met elkaar te bespreken. Dat doen Zwollenaren al eeuwenlang, niks nieuws onder de zon. Zwolle is water. Via het water staat Zwolle in verbinding met steden dichtbij en ver weg. Dat bevorderde onze handelsgeest. Zo groeiden we in de 14e en 15e eeuw uit tot een internationale Hanzestad en dat maakte Zwolle welvarend. Het water in Zwolle komt van alle kanten. Sinds een eeuw zijn we nu beschermd door de Afsluitdijk, de balgstuw bij Ramspol en de keersluis bij de Katerdijk. Daardoor leiden we onbezorgd ons leven. Klimaatverandering zet die onbezorgdheid onder druk.
Wat als de zeespiegel stijgt? Wat als grote delen van de gletsjers in de Alpen smelten? Zoetwaterbeschikbaarheid en waterveiligheid zullen het debat de komende decennia mede gaan bepalen. Water is lang behandeld als het effect van ons handelen. Het wordt nu meer en meer het doel van ons handelen. Keuzes maken is nooit waardenvrij. Zelfs uiterst rationele keuzes die voortkomen uit techniek kennen een waardensysteem. Vaak blijven die waarden impliciet want we willen resultaten, en snel een beetje! In Zwolle zijn we ons bewust van de kernwaarden die de stad vormen. Ze vormen een kompas in toenemende onzekerheid. Leven in balans met het water is voor ons de rode draad door de tijden heen. Het water trekt, we willen ernaartoe want het geeft ons zoveel. Water bepaalt de ontwikkeling van Zwolle geeft ons plezier. Maar het water bedreigt soms ook. We willen ons beschermen voor gevaar en schade. Water geeft, maar het pakt ook van ons af… Het zijn de twee kanten van dezelfde medaille. We zijn erdoor gevormd, het is onderdeel van onze identiteit. Het dwingt ons een slimme balans te vinden om succesvol te kunnen samenleven. Die balans gaat over twee opvattingen; het water naar onze hand zetten en met het water meebewegen. Balans tussen het inzetten van techniek en nature based solutions. Zwolle en het landschap zijn innig met elkaar verbonden. Dat is van enorme waarde.
Centraal door de stad loopt een rivier die het landschap van de zuidelijke weteringen verbindt, via de binnenstad, met de veenweides in het noorden. De Willemsvaart en de Nieuwe Vecht zijn door mensen gemaakte cultuurlijnen. Zij verbinden de stadsrivier met de IJssel en de Vecht. Deze twee lijnen, natuurlijk en gemaakt, zijn een solide basis van waaruit we verder in samenhang en met kwaliteit aan Zwolle kunnen bouwen. Gaandeweg, de komende jaren, leren we die balans steeds beter te begrijpen en op een nieuwe manier toe te passen in de gebieden die we opnieuw inrichten. We passen ons continu aan. We innoveren en ontwikkelen. We zijn wendbaar en adaptief. Zo kun je leven in deze waterrijke delta. Zo worden we een demodelta en willen we een bron van inspiratie zijn voor toekomstgericht samen leven met het water.
22
Zwolse verblijfskwaliteit aan het water
23
3.2 Participatie over Ons Zwolle van Overmorgen Onze inwoners, wijkraden, belangenorganisaties, ondernemers en andere betrokkenen speelden een belangrijke rol in de totstandkoming van dit Ruimtelijk Toekomstperspectief. Deze participatie vond plaats in verschillende rondes en op uiteenlopende manieren: via gesprekken, bijeenkomsten, online platformen, ateliers en een grootschalige campagne. Hanza! – participatie in drie fasen We werkten volgens de Hanza!-methodiek, waarbij inwoners stapsgewijs worden meegenomen in het proces. In fase 1 en 2 (voorjaar t/m december 2024) haalden we met diverse partners (waaronder wijkraden, belangenverenigingen en jongerenorganisaties) input op in vier werkateliers. Inwoners konden in de zomer en in het najaar van 2024 actief meedenken via onder andere digitale enquêtes (600 reacties), in de Reizende Woonkamer die langs alle wijken toerde, een jongeren Meet-Up en tijdens het Toekomstfestival. Met de input werden keuzes gemaakt uit de verschillende toekomstscenario’s en getrechterd naar één Ruimtelijk Toekomstperspectief voor Zwolle in en na 2040. In fase 3 (januari – december 2025) legden we het concept van dit Ruimtelijk Toekomstperspectief eerst voor aan de stakeholders (werkatelier 5) en vervolgens aan de Zwolse samenleving (april – mei 2025).
Inwoners konden opnieuw reageren via een online enquête (1000 reacties), tijdens inloopavonden in Berkum, Tolhuislanden, Zwolle-Zuid en Wijthmen, in de Reizende Woonkamers en tijdens het Open College. Voor jongeren organiseerden we een speciale Reizende Woonkamer en een gastcollege op Deltion. We ontvingen honderden reacties waarin inwoners hun zorgen, wensen en ideeën deelden over met name de plannen voor woningbouw. Maar het ging ook over mobiliteit, klimaat, landschap en Zwolse identiteit. Concrete aanpassingen De opbrengst van de participatie heeft geleid tot een aantal concrete aanpassingen in dit definitieve Ruimtelijk Toekomstperspectief. Zo vroegen bewoners uit Ittersummerbroek (Zwolle-Zuid) aandacht de thema’s ecologie/ groen, waterberging, energietransitie, 24
alternatieven voor woningbouw in de stadsranden, overbelasting van voorzieningen en infrastructuur, en de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Op basis van deze punten hebben we toevoegingen en aanscherpingen gedaan in het Ruimtelijk Toekomstperspectief. Ook zijn de kaarten en teksten over mobiliteit verduidelijkt, mede naar aanleiding van veel gestelde vragen over ontsluiting, verkeersdruk en de locatie van een nieuw station in Zwolle-Zuid. We hebben benadrukt dat we gelijktijdig willen starten met verschillende gebiedsontwikkelingen, maar wel met flexibiliteit in de planontwikkelingen om wendbaar en adaptief te kunnen zijn. Zwolle-Zuid en Zwolle-Oost Er waren veel vragen en zorgen over de uitbreidingen ten zuiden van Zwolle-Zuid en ten zuiden van Berkum. Op basis van participatie hebben we het Ruimtelijk Toekomstperspectief op deze punten concreter gemaakt. Zo is nu opgenomen waarom deze gebieden geschikt zijn voor uitbreiding, onder meer vanwege hun ligging in relatie tot bestaande infrastructuur, de potentie om te combineren met water- en klimaatopgaven, en de mogelijkheid om landschappelijk en ecologisch goed aan te sluiten op hun omgeving. Bij ZwolleZuid is extra aandacht besteed aan de landschappelijke structuur, waterveiligheid, ecologische verbindingen, recreatie en de overgang naar de bestaande wijk.
We geven specifiek aan dat de Nieuwe Vecht als robuuste blauwgroene verbinding onderdeel uitmaakt van het gebied Vechtrand en gelijktijdig een buffer vormt tussen Berkum en Vechtpoort 1, voor het behoud van het dorpse karakter van Berkum. Participatie nu én in de toekomst Het gehele participatieproces staat uitgebreid beschreven in het participatiejournaal dat gelijktijdig met dit Ruimtelijk Toekomstperspectief is opgeleverd. Met het vaststellen van dit Ruimtelijk Toekomstperspectief eindigt de participatie niet. Inwoners en andere belanghebbenden worden actief betrokken bij de verdere uitwerking van de aangevulde Omgevingsvisie én in de gebiedsgerichte plannen die daarna volgen. Hoe concreter de plannen worden, hoe gerichter inwoners en partners mee kunnen denken. Dat is en blijft super waardevol. Want Zwolle maken we samen!
Afbeelding 4. In gesprek tijdens de reizende woonkamer
3.3 De Basiswaarden In het proces om te komen tot het Ruimtelijke Toekomstperspectief hebben we gesprekken gevoerd met stakeholders om de belangrijke waarden te identificeren die Zwolle (ruimtelijk) aantrekkelijk maken. De basiswaarden komen daarnaast voort uit de ontwikkelprincipes die uit de huidige Omgevingsvisie en Verstedelijkingstrategie naar voren zijn gekomen. Dit heeft geleid tot vier basiswaarden die nu en in de toekomst centraal blijven staan en de basis vormen voor toekomstige ontwikkelingen.
voor de invulling van opgaven. Zo zorgen de basiswaarden ervoor dat Zwolle aantrekkelijk is en blijft om te wonen, werken en recreëren, en dat zowel het fysieke kapitaal als de menselijke maat behouden blijft.
De vier basiswaarden zijn: Zwolle ondernemende groeiregio, Zwols ‘noaberschap’ door sterke sociale netwerken, Zwolle nabij door duurzame en aantrekkelijke verbondenheid en Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroen netwerk. Richting de toekomst moeten deze basiswaarden altijd behouden en versterkt worden. Ze bieden kwalitatieve richting en focus voor de stad, het buitengebied en de functie in de regio. De basiswaarden vormen daarom de sturingsfilosofie voor de komende opgaven en ambities. De basiswaarden zijn niet alleen leidend in keuzes, maar ook sturend 25
Zwolle ondernemende groeiregio
Zwols ‘noaberschap’ door sterke sociale weefsels
Zwolle is het hart van de klimaatbestendige groeiregio, waar een hoge concentratie werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen samenkomen in het midden van de delta en een uniek landschap. Het stedelijk gebied, het water- en bodemsysteem en het omliggende buitengebied zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zwolle is de centrumstad in de regio en daarnaast een belangrijke schakel in het stedelijk netwerk Nederland. Als belangrijk knooppunt verbindt Zwolle niet alleen de regio, maar ook de noordelijke provincies met de rest van Nederland. Zo vormt bijvoorbeeld station Zwolle een cruciale schakel in alle windrichtingen, als het grootste spoorknooppunt van Nederland, op Utrecht na. Daarnaast speelt Zwolle een sleutelrol in de delta, waar water vanuit de IJssel en de Vecht, Zwarte Water, weteringen en beken samen komt. We doen en handelen vanuit de ‘Hanzementaliteit’ en kenmerkt zich door creativiteit, samenwerking en ondernemerschap.
De Zwolse gemeenschap staat bekend om haar grote mate van betrokkenheid en samenwerking, met bijvoorbeeld een aanzienlijk hoger percentage vrijwilligers (ca. 4% meer dan het Nederlands gemiddelde). Deze sociale verbondenheid vormt de ruggengraat van buurten en wijken tot de stad als geheel. De voorzieningen in de wijken zorgen voor ‘ziel in de wijk’: daar ontstaat verbinding tussen mensen. De ontmoetingsplekken en de menselijke maat die Zwolle rijk is, dragen bij aan de ruimte voor de sociale netwerken. Zwolle speelt daarnaast ook een belangrijke sociale rol in de regio, met functies op het gebied van werken, voorzieningen, recreatie en wonen.
Afbeelding 5 de Basiswaarden
26
Zwolle nabij door duurzame en aantrekkelijke verbondenheid
Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroen netwerk
Zwolle staat bekend om de fysieke nabijheid, door goede infrastructuur voor actieve mobiliteitsvormen en lokale bereikbaarheid. Dagelijkse voorzieningen bevinden zich in de nabijheid van waar mensen wonen. De nabijheid van werkgelegenheid in de stad draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Zwolle. De stad beschikt over een uitgebreid netwerk van fietspaden en doorfietsroutes, wat zorgt voor een hoog fietsgebruik onder de Zwollenaren.
Zwolle ligt op een plek waar een serie hogere en lagere gelegen gronden dicht bij elkaar liggen, omgeven door rivieren (IJssel, Vecht, Sallandse Weteringen) die afstromen richting IJsselmeer. Het leven met water heeft voorspoed en welvaart gebracht. Het waterrijke landschap waarin Zwolle zich heeft ontwikkeld geeft richting aan de toekomst van Zwolle. De bescherming van mensen en functies in een kwetsbare delta moet door klimaatverandering blijvend worden gewaarborgd. Dit biedt richting aan de ontwikkeling en het beheer van stad en landelijk gebied. Het wordt niet alleen natter, maar ook droger en heter. Een robuust blauwgroen netwerk is daarom essentieel voor een gezonde leefomgeving en is kenmerkend voor Zwolle. Het is dan ook een basiswaarde die richting geeft aan het Zwolle van 2040. Groen groeit mee met de ontwikkeling van de stad. We richten ons op kwalitatieve structuurversterking, leveren maatwerk en benaderen opgaven vanuit het grotere geheel (buurten, wijken, gebieden, stad, landelijk gebied). We benutten kansen en verbinden opgaven actief, zodat ze complementair zijn.
27
3.4 Principes van de basiswaarden Deze vier waarden vormen de kern van onze ruimtelijke keuzes en zorgen ervoor dat toekomstige ontwikkelingen bijdragen aan de unieke kwaliteiten van Zwolle. Per basiswaarde zijn principes gedefinieerd die in alle ontwikkelingen de basis zijn.
Zwolle ondernemende groeiregio
Zwolle is het warme hart van de regio, en daarmee de motor voor stedelijkeen economische ontwikkelingen. We versterken de stedelijke economie door te sturen op een schaalsprong in stedelijkheid in Zwolle, waarmee we stevig inzetten op mens- en kennisintensieve economie.
Zwolle is onderdeel van het stedelijke netwerk Nederland en levert daaraan een fundamentele bijdrage.
Zwolle koestert haar hanzementaliteit. We werken samen, gunnen elkaar wat en er is ruimte voor ondernemerschap, innovatie en talent.
Zwols noaberschap door sterke sociale weefsels
28
Nieuwe ontwikkelingen worden benut om bestaande sociale structuren te versterken en stimuleren. Bijvoorbeeld door het toevoegen van actieve functies en voorzieningen die de lokale economie bevorderen, zoals het ondersteunen van inclusie, lokaal ondernemerschap, bestaanszekerheid en levendige wijken. Ontmoetingen worden gestimuleerd op alle schaalniveaus.
Een mix van woningtypen en prijsklassen creëren met een diverse samenstelling van bewoners. Doorstroom wordt gerealiseerd door passend woonprogramma toe te voegen in bestaande wijken voor bestaande doelgroepen.
Collectieve initiatieven zoals buurttuinen of collectieve woonvormen worden gestimuleerd.
Toegankelijke ontmoetingsplekken liggen op knooppunten binnen fiets- en wandelnetwerken.
Afbeelding 6 principes van de basiswaarden
Er wordt ingezet op een levensloopbestendige woonomgeving met een toegankelijke openbare ruimte voor iedereen (ook voor mensen met een fysieke beperking) met bijvoorbeeld brede veilige trottoirs en oversteekplaatsen.
Zwolle nabij door duurzame en aantrekkelijke verbondenheid
Nieuwe ontwikkelingen worden benut om het bestaande te versterken, door bijvoorbeeld functies slim te verweven en direct de openbare ruimte aan te pakken.
Actieve mobiliteit wordt gestimuleerd: dagelijkse voorzieningen zijn op fiets- en loopafstand.
Werklocaties in de stad zijn van groot belang voor de nabijheid van werk. Ze worden verbonden met de bestaande wijken met aantrekkelijke routes voor actieve mobiliteit.
We zetten in op goed bereikbare HOVknooppunten en bouwen in een hogere dichtheid rondom die HOV-knooppunten.
In stadsstraten gaat de aanpak van aantrekkelijkheid, veiligheid en klimaatadaptatie in samenhang.
Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroen netwerk
Groen groeit mee met de ontwikkeling van de stad. We kijken daarbij naar het grotere geheel en leveren maatwerk.
Gebiedsontwikkeling is de blauwgroene klimaatmachine: nieuwe ontwikkelingen benutten we om blauwgroene structuren te verbeteren of toe te voegen en om klimaatadaptieve maatregelen in te passen.
We passen in de ontwikkeling natuurlijke en meervoudige oplossingen toe, door bijvoorbeeld blauwgroene kwaliteit te combineren met aantrekkelijke routes voor actieve mobiliteit.
We vangen de druppel op waar deze valt: hoogwaardig hergebruik van hemelwater door te infiltreren, te bergen en vertraagd af te voeren.
We versterken bij alle opgaven de sponswerking, eventueel met innovatieve oplossingen zoals wateropvang op gebouwen.
Ruimte voor de ondergrond: koppelkansen tussen groen, water (sponswerking) en energie.
De ontwikkelprincipes voor blauwgroen worden in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt.
29
3.5 Ruimtelijk toekomstbeeld: groei in balans De basiswaarden van Zwolle vormen het afwegingskader voor de ontwikkeling van de stad en het buitengebied: Zwolle ondernemende groeiregio, Zwols noaberschap door sterke sociale weefsels, Zwolle nabij door duurzame en aantrekkelijke verbondenheid, Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroen netwerk. De sterke samenhang van bestaande sociale netwerken, een compacte stad met wonen, werken en voorzieningen in nabijheid in een klimaatbestendige blauwgroene delta zorgen voor een Zwolle van Overmorgen, dat klaar is voor de toekomst. Dit betekent dat bij de opgaven zoals die in hoofdstuk 4 benoemd staan, de vier basiswaarden altijd het vertrekpunt vormen, waarbij ook geldt dat opgaven altijd in samenhang bezien moeten worden. In hoofdstuk 5 maken we die samenhang zichtbaar. In dit hoofdstuk geven we richting aan het Ruimtelijk Toekomstbeeld in 2040: hoe ziet Zwolle eruit in 2040, met een doorkijk naar 2050. De strategische ligging van Zwolle in het spoor- en wegennetwerk van Nederland maakt de uitgangspositie als economische motor van de regio bijzonder sterk. Zwolle is een vestigingsplaats voor (nieuwe) bedrijvigheid én inwoners met een sterke blik naar buiten gericht. Zo realiseren we ook de woonopgave die hoort bij het hart van de regio.
Om ruimte te geven aan de voorziene groei in banen en woningen starten we vanuit de sociale netwerken: wijken en buurten versterken door (kleinschalige) toevoeging van woningen of voorzieningen met een gedifferentieerd woonmilieu. Hierbij geldt: nieuw helpt bestaand. Nieuwe toevoegingen versterken de wijk, waardoor deze gezonder, aantrekkelijker, groener en beter verbonden wordt. Een gedifferentieerd woonprogramma stimuleert de doorstroming in de eigen buurt, terwijl ontmoeting op alle schaalniveaus wordt gestimuleerd: van gebouw tot bouwblok, van buurt- en wijkcentra tot de vergrote binnenstad. Zwolle is een compacte stad, en nabijheid is een grote kwaliteit. In 2040 zal de stad nabijer zijn dan ooit. Dat bereiken we door verder te verdichten op slimme binnenstedelijke locaties. We zetten in op de STOMP-principes (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service (deelmobiliteit), Privéauto) waarin voetgangers en fietsers de prioriteit krijgen. Dit betekent dat het centrum en het deel van de stad binnen de Ring autoluw worden en doorgaand autoverkeer hier 30
wordt geweerd. De Ring wordt daarbij goed ontsloten en bereikbaar voor autoverkeer. Dagelijkse voorzieningen zijn op loopafstand via aantrekkelijke wandel- en fietsroutes. Nieuwe ontwikkelingen worden ontsloten met hoogwaardig openbaar vervoer en worden aangehecht aan de bestaande stad. In het Zwolle van Overmorgen blijven belangrijke werkfuncties in de bestaande stad en worden bedrijven met relatief weinig arbeidsplaatsen in combinatie met een grote ruimteclaim bij Hessenpoort en de uitbreiding daarvan ondergebracht. Zwolle als toekomstbestendige deltaspons zorgt ervoor dat water en groen niet alleen bijdragen aan waterveiligheid en klimaatadaptatie, maar ook aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Blauw en groen vormen daarom een basiswaarde voor de ontwikkeling van de opgaven van wonen, werken, mobiliteit en energie. We richten ons op het versterken van de hoofdstructuren, enerzijds voor de waterveiligheidsopgave en anderzijds om de verbinding te leggen tussen de stadsparken en regionale landschappen. Deze blauwgroene structuren verbinden wijken, versterken de biodiversiteit en bieden ruimte voor recreatie, ontspanning en ontmoeting. Aan de oostflank van de stad wordt een waterbergingslandschap ingericht: het overloopgebied van de Sallandse Weteringen, waarin klimaatadaptief wonen en bouwen zichtbaar wordt.
3.6 Integraal kaartbeeld De kaart op de volgende pagina toont het integraal toekomstperspectief. In hoofdstuk 4 worden de lagen blauwgroen, wonen, economie mobiliteit en energie toegelicht. De legenda aan de onderzijde van deze pagina toont ook de opbouw van de thematische lagen, de legenda eenheden worden in hoofdstuk 4 toegelicht. Belangrijke gebieden waar veel opgaven samen komen, de zogenaamde ‘sleutelgebieden,’ worden verder toegelicht in hoofdstuk 5. Legenda
Afbeelding 6. Legenda van de totaalkaart
31
Sleutelgebied Bedrijventerreinen Sleutelgebied Stadsrivier
Sleutelgebied Ring
Sleutelgebied Ontwikkellocatie Vechtrand
Sleutelgebied Bedrijventerreinen
Sleutelgebied Ontwikkellocatie Zuid
32
Let op: de kaart is indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Nadere uitwerking volgt. De sleutelgebieden worden verder toegelicht in hoofdstuk 5.
3.7 Ontwikkelrichting: wendbaar en adaptief In deze paragraaf staat hoe we de verschillende ontwikkelingen in de stad en het buitengebied vormgeven. Vanwege onzekerheden in de toekomst, onder andere op thema’s als wonen, economie, mobiliteit, energietransitie en klimaat, is het van belang om flexibel en adaptief te blijven en ruimte te behouden voor groei, bijsturing en aanpassing van plannen. Vandaar ook dat bij wonen en economie gebruik gemaakt wordt van bandbreedtes. We monitoren trends en ontwikkelingen en gebruiken de inzichten daaruit voor de verdere en concretere planvorming van gebieden. Dit op zowel kwalitatief als kwantitatief vlak en altijd ook vanuit de specifieke kenmerken van een gebied (zoals landschappelijk en cultuurhistorisch). Nieuw helpt bestaand Om ruimte te geven aan de groei van de stad en onder andere de woonopgave is het wenselijk om verder te bouwen bovenop bestaande investeringen en plannen. We maken af waar we aan begonnen zijn. Het belangrijkste principe is hierbij dat we starten vanuit de bestaande stad. We benutten de huidige kwaliteiten, kansen en ontwikkelmogelijkheden van de stad en het buitengebied. We versterken de identiteit van Zwolle, waarbij het leven met water centraal staat, met de landschappelijke structuren als een stevig fundament.
Investeringen dragen onder andere bij aan het versterken van het natuurlijk water- en bodemsysteem op lokaal, regionaal, en landelijk niveau. We zetten in op de compacte stad, vanuit de vier eerdergenoemde basiswaarden en leggen de nadruk op kwaliteitsversterking en intensivering, op wonen, werken, voorzieningen met daarbij aandacht voor de bestaande wijken, waarbij ontwikkelingen bijdragen aan wijkversterking en sociale cohesie, zowel als het gaat om de bebouwde, als de onbebouwde ruimte. Nieuwe ontwikkelingen versterken de bestaande stad. Wat er nieuw wordt toegevoegd ondersteunt de opgaven en ambities van de bestaande stad en het buitengebied en levert een actieve bijdrage aan de maatschappelijke opgaven waar we als gemeente voor staan, in samenwerking met de betrokkenen. Versterken van en werken aan de sociale cohesie en het versterken van voorzieningen in de bestaande en nieuwe wijken is hierbij het uitgangspunt. In deze
strategie bouwen we voort op lopende ontwikkelingen. Dat doen we in de eerste plaats door de gebiedsontwikkelingen die al in de huidige Omgevingsvisie zijn vastgesteld af te maken en afspraken uit de Verstedelijkingsstrategie na te komen. Hierbij zorgen we ervoor dat investeringen die zijn gedaan en op dit moment worden voorbereid doorgang kunnen vinden. Dit helpt bij de ontwikkeling van deze gebieden, de kwaliteit van de integrale planvorming en het totstandkomingsproces. Wijkversterking – verdichten en vergroenen in de bestaande stad Het verzilveren van de kansen van de bestaande stad betekent ook het inzetten van andere binnenstedelijke locaties, met prioritering van de locaties die meerdere ambities kunnen versterken (nabijheid, economie, groen, klimaat etc.). Dat betekent dat actief gezocht wordt naar ontwikkelkansen in de wijken en dat het woon- en voorzieningenprogramma hier per buurt wordt afgestemd en met maatwerk wordt vormgegeven. We kijken naar de woningdifferentiatie en de kwaliteiten die in de buurt versterkt of verbeterd kunnen worden. Daarmee stimuleren we bijvoorbeeld doorstroming van senioren in de eigen wijk of buurt en andere doelgroepen en we verbeteren de sociale cohesie van wijken. De gemeente stuurt hierbij mee op het realiseren van betaalbare en kwalitatief hoogwaardige woningbouw van verschillende typen en groottes.
Hiermee wordt het bestaande woningaanbod in de wijken gedifferentieerder en is de kans groter dat bewoners binnen hun eigen buurt kunnen verhuizen. De condities voor deze binnenstedelijke ontwikkellocaties dienen zorgvuldig bewaakt te worden: met oog voor de groenkwaliteiten, erfgoed, wijkeconomie, wateropgaven, klimaatadaptatie, biodiversiteit en duurzame energietransitie. Het verder verstedelijken rondom de aanwezige kwaliteiten heeft als voordeel dat er meer draagvlak is voor voorzieningen en dat de woon- en leefkwaliteit van bestaande en nieuwe inwoners wordt verbeterd. Meer mensen en grotere sociale interactie dragen ook bij aan een verbeterd gevoel van sociale veiligheid. Uitbreiding: stadsranden Het is wenselijk om de stadsranden te ontwikkelen en uit te breiden met vooral grondgebonden woonmilieus. Daarmee kunnen we kwalitatief ruimte bieden aan woningen die we in de bestaande stad 33
niet kunnen bouwen en waar geen ruimte voor is. De mate van uitbreiding in de stadsranden is afhankelijk van hoe trends en ontwikkelingen zich in de toekomst doorzetten. Bijvoorbeeld op het gebied van demografie: huishoudensontwikkeling, vergrijzing, doorstroming op de woningmarkt en economie. We spelen hier continu op in bij verdere planontwikkeling. Zo zijn we wendbaar en adaptief. Voor zowel wonen als economie geldt dat we naast uitbreiding vooral ook inzetten op inbreiding. Daarmee gebruiken we de ruimte efficiënt en krijgt de compacte stad echt vorm. We gebruiken daarbij de basiswaarden als vertrekpunt, zodat elke ontwikkeling bijdraagt aan de unieke ruimtelijke kwaliteit van onze stad en het buitengebied. Door de omvang van de locaties kunnen woongebieden gerealiseerd worden die de druk op de bestaande stad kunnen verlichten en een aanvullend programma toevoegen. Met ruimte voor de woonbehoeftes en een breed stedelijk programma inclusief voorzieningen. Ontwikkelen aan de bestaande stad helpt bij de aanhechting, verbinding en koppelkansen van wijken en buurten met elkaar. Vanuit de basiswaarde van de compacte stad is het uitbreiden aan de bestaande stad belangrijk: nieuwe inwoners kunnen eenvoudiger en op meerdere manieren (openbaar vervoer, fiets en auto) de bestaande stad bereiken.
Een belangrijke kans ligt in de ontwikkeling van blauwe en groene ambities voor ecologie, natuur, klimaatadaptatie en waterberging. Dit wil zeggen diffuus opgebouwde stadsranden waar landschap en stad in elkaar overgaan en op een duurzame ecologisch hoogwaardige manier stad wordt gemaakt. In diverse woonvormen: van grondgebonden eengezinswoningen, patiowoningen tot kleinschalige gestapelde appartementen. Afhankelijk van de locatie zal maatwerk nodig zijn om het woonprogramma samen te stellen, in relatie tot nabijheid van openbaar vervoer, voorzieningen, bodem- en watergesteldheid.
34
4.
Onze opgaven 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de verschillende kaartlagen blauwgroen, wonen, economie, mobiliteit en energie toegelicht. Ook de ruimtelijke vertaling van de maatregelen per thema komt hierbij aan bod. 4.2 Blauwgroen Blauwgroen is één van de basiswaarden in dit Ruimtelijk Toekomstperspectief en daarmee een leidend principe in de ontwikkelrichting. Dit betekent enerzijds dat blauwgroen richting geeft aan de gebiedsontwikkelingen, zowel in de stad, als in het buitengebied. Anderzijds betreft blauwgroen ook een opgave in het kader van klimaatverandering en de (gebruiks) waarde van groen voor mens en dier. We kijken daarbij naar koppelkansen op verschillende schaalniveaus (wijken, buurten, gebieden, stad, landelijk gebied), leveren maatwerk en richten ons op kwalitatieve versterking van de bestaande structuren. De kern van blauwgroen is dat met een robuust blauwgroen netwerkverbindingen ontstaan door de hele stad, waarbij wijken, buurten, de binnenstad en het landelijk gebied één systeem vormen. Blauwgroen zorgt ervoor dat we extreem weer het hoofd kunnen bieden in verschillende situaties, zowel in extreem droge, als in extreem warme, en extreem natte periodes. Het blauwgroene netwerk werkt daarbij als een spons en zorgt voor verkoeling. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om water te bergen als de IJssel en de Vecht vol zitten.
Met Blauwgroen zorgt Zwolle ervoor dat het stedelijk gebied volwaardig meedoet als onderdeel van het systeem (Regionale Sponsstrategie). Daarnaast biedt een blauwgroen netwerk kansen ecologische verbindingszones te versterken en te realiseren. Ook bewegen inwoners zich via blauwgroene verbindingen tussen bestemmingen en ervaren ze verkoeling bij hittegolven. Via zogenaamde haarvaten in wijken en buurten is groen voor iedere inwoner binnen handbereik. We versterken daarmee de gebruikswaarde van groen. Blauw Zwolle Zwolle heeft als stad in de IJssel-Vechtdelta een bijzondere positie. Door het complexe watersysteem en haar ligging tussen de IJssel, het Zwarte Water, de Vecht en de
weteringen die dwars door de stad stromen is Zwolle kwetsbaar voor overstromingen. Door klimaatverandering en beslissingen van hogere overheden verandert het regionaal en landelijk watersysteem in en rondom Zwolle. Vanuit de zeespiegelstijging (IJsselmeer), zoetwaterbeschikbaarheid en rivierafvoerverdeling zal het in natte perioden natter worden in de delta van Zwolle. In de toekomst zal het hoofdsysteem (Vecht/Zwarte Water + IJsselmeer) vaker ‘vol’ zitten en kan het water van stad en regionaal systeem niet afvoeren via de keersluis (Hofvlietbrug). Dit betekent dat Zwolle zich dient voor te bereiden op natte perioden en tijdelijk zelf haar eigen broek op moet houden, zelf maatregelen moet nemen en de inrichting van de openbare ruimte daarop moet afstemmen. Dit doen we door onder andere in extreme situaties water tijdelijk vast te houden. We reserveren daarvoor onder andere ruimte bij de waterverbindingen Willemsvaart en de Nieuwe Vecht. Maatregelen in Zwolle vormen een samenhangend pakket met regionale én landelijke maatregelen. Op lokaal, regionaal en landelijk niveau dienen de maatregelen met elkaar in balans te zijn, elkaar te versterken en meerwaarde te bieden naar de lange termijn. Samenwerking met regionale en landelijke partners is essentieel.
Het Zwolle van Overmorgen is een klimaatbestendige woon- en werkomgeving waarin water en bodem de ordening en de inrichting van stad en buitengebied richtinggevend zijn. We realiseren voldoende sponswerking in het stedelijk gebied door maatregelen te nemen om water te benutten, vast te houden of te vertragen. Dit is het hart voor de aanpak van hitte, wateroverlast, beperken gevolgen overstromingen en droogte. De aanpak is in een paar grote brokken samen te vatten: 1. Waterveilige en klimaatbestendige inrichting van openbare ruimte, woningen, wegen, werklocaties, vitale voorzieningen, energie infrastructuur, evenals andere essentiële stedelijke functies. 2. Blauwgroene verbindingen die bijdragen aan de sponswerking van de stad en het buitengebied. Deze verbindingen vormen niet alleen een belangrijke basis voor de ruimtelijke en landschappelijke identiteit 35
van Zwolle, maar spelen ook een cruciale rol in het beperken van risico’s door klimaatverandering. 3. Waterbergingen in en rond de stad en (her) nieuwe verbindingen, zoals bij de Nieuwe Vecht en de Willemsvaart en de verbinding tussen de weteringen en de (Nieuwe) Vecht. Bij de Polder Sekdoorn liggen er in dit verband goede kansen om aan te sluiten bij het gebiedsproces LierderbroekSekdoorn. In dit gebiedsproces zoeken partijen samen naar kansen voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het gebied. Water(veiligheid), landbouw, een aantrekkelijk landschap zijn hierbij belangrijke thema’s. Water en bodem zien we in Zwolle niet als een op zichzelf staand thema, maar als een integraal onderdeel van ruimtelijke ontwikkeling. Met de komende ruimtelijke ontwikkelingen wil Zwolle verantwoordelijkheid nemen en haar bijdrage leveren op systeemniveau (o.a. met Regionale Sponsstrategie) door water en bodem op locaties uit te werken, waarbij de locatie als onderdeel wordt gezien van het grotere geheel en in samenhang met de overige opgaven (denken buiten het ‘bouwhek’).
36
met waterbeheerders, Veiligheidsregio en GGD wil Zwolle op stedelijk netwerkniveau – in verbinding met regio – meerlaagsveiligheid vormgeven, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van hoogteverschillen en lijnelementen in het (stedelijk) landschap. Het verleden is hierbij een inspiratiebron met bijvoorbeeld oude verbindingsroutes over de dekzandruggen. Door meerlaagse veiligheid integraal op te nemen in de gebiedsontwikkelingen, speelt Zwolle in op klimaatverandering en wordt (water) veiligheid structureel verankerd in ruimtelijke ontwikkelingen. Economische schade en maatschappelijke ontwrichting bij extreme weersomstandigheden worden hierdoor voorkomen of beperkt.
We houden bij de bouw van woningen, aanleg van infrastructuur en ontwikkeling van bedrijventerreinen structureel rekening met extremer weer. Dit draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving van de toekomst. Klimaatadapatief bouwen en beheren is dan ook waarvoor we staan en ondersteunt het blauwgroene stedelijke netwerk. Hiermee voorkomen we dat de opgaven vergroten en risico’s afwentelen op de toekomst (lock-ins). We zoeken zo veel mogelijk de samenhang op in vormgeving van bijvoorbeeld woningen, wegen, vitale voorzieningen en waterberging. Op die manier voorkomen we ontwrichting door extremer weer (gevolg van klimaatverandering) en creëren we geen lock-ins.
De blauwe verbindingen vormen een samenhangend geheel met het regionale water- en hoofdwatersysteem. Dit blauwe netwerk wordt gevormd door de Nieuwe Vecht en de Willemsvaart, die beiden tot aan de historische binnenstad lopen, in combinatie met de ‘stadsrivier’: het Almelose kanaal, de stadsgrachten en het Zwarte Water. Deze waterstructuren zijn niet alleen belangrijk voor waterafvoer en biodiversiteit (en daarom gaan blauw en groen ook vaak samen en spreken we van een blauwgroen netwerk), maar fungeren ook als klimaatbuffers die bijdragen aan waterberging en het tegengaan van overstromingsrisico’s. Daarnaast versterken ze de Zwolse identiteit in harmonie met erfgoed in een hedendaagse klimaatbestendige context. Langs het blauwgroene netwerk zijn de stadsparken te vinden. Naast de bekende parken Engelse Werk, Zandhove Bos en Wezenlanden, komen er ook nieuwe stadsparken bij nabij Stadsbroek en Vechtrand (Ceintuurbaanzone, Vechtpoort 1 en Vechtpoort 2). Groene ecologische linten doorkruisen de wijken en zijn belangrijke spelers in waterbeheer, biodiversiteit en waterveiligheid. Hiernaast streven we naar een doorlopend watersysteem met groene oevers en een hoge biodiversiteit.
Om de stad water- en klimaatbestendig te maken en aantrekkelijk te houden is het integreren van meerlaagse veiligheid in de Zwolse Omgevingsvisie essentieel. Dit betekent vanuit waterveiligheid niet alleen verbinden en samenwerken met het ‘Hoogwater Beschermingsprogramma’ voor het versterken van primaire waterkeringen (laag 1), maar ook het strategisch inrichten van ruimtelijke adaptatiemaatregelen (laag 2) en het verbeteren van crisisbeheersing en evacuatiestrategieën (lagen 3 en 4). Samen
In Zwolle komt het regionale en landelijke watersysteem samen. De uitgangspunten van de regionale sponsstrategie zijn: water vasthouden en infiltreren in de bovenstroomse gebieden, vertragen in het middengebied en tijdelijk bergen (en afvoeren) benedenstrooms in extreme situaties. Zwolle ligt benedenstrooms en heeft ruimtelijk gezien veel potentie voor waterberging aan de oost- en zuidkant van de stad. Hier kan meer ruimte worden gemaakt als belangrijk noodventiel voor de weteringen en de
stadsgracht. Bijvoorbeeld waterberging rondom Zandhovebos en Marslanden, en de inzet van (nieuwe) woongebieden als onderdeel van het groter systeem, zoals in Vechtrand. Aan de west- en noordkant van de stad kunnen noodventielen (lagere gronden) langs de IJssel, rondom Aa-landen en in de Mastenbroekpolder ruimte bieden om tijdelijk water op te vangen. De waterbergingen kunnen gecombineerd worden met andere functies, zolang ze bijdragen aan het beheersen van extreme situaties. Bij extreme neerslag in Salland en hoge waterstanden op het Zwartewater kan er nauwelijks water worden afgevoerd via de Stadsgracht richting Zwartewater en IJsselmeer. Zulke situaties, zoals in december 2023, zullen in de toekomst naar verwachting vaker optreden en extremer worden. Daarvoor is het dus van belang om de aanvoer vanuit Salland af te remmen (zie Sponsstrategie), in de stad extra ruimte te creëren voor waterberging. De Willemsvaart en de Nieuwe Vecht kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. In die gevallen kunnen de Willemsvaart en Nieuwe Vecht de capaciteit/weerbaarheid tegen wateroverlast en schade vergroten door te gaan functioneren als meanders tussen regionaal en hoofdsysteem. Een directe verbinding tussen de Willemsvaart en de IJssel kan de stadsgracht en Zwolle-Zuid kan hierbij helpend zijn. In de regionale sponstrategie is dit als onderzoeksopdracht mee te nemen.
Omdat de Weteringen, stadsgracht, Vecht en IJssel verschillende watersystemen met verschillende waterpeilen zijn, moet een samenhangend systeem ontworpen worden. Hoe we omgaan met water draagt op veel verschillende manieren bij aan de bescherming van Zwolle. Een goed verbonden en robuust lokaal watersysteem helpt tegen lokale overstromingen, verkoelt de stad tijdens hittegolven en draagt bij aan biodiversiteit. Groen Zwolle Voor een gezonde stad en het behoud van het groene karakter van Zwolle, is het essentieel dat er een kwalitatief sterke en robuuste groenstructuur is en blijft. Dit is een belangrijk uitgangspunt bij verdere verdichting van de stad en de uitbreiding ervan. Want groen is niet alleen ‘mooi om te zien’, het zorgt ook voor herkenbaarheid en is nodig voor gezondheid, biodiversiteit en aanpassing aan een veranderend klimaat (hitte en koelte, water). We zetten in op het kwalitatief verbeteren van de groenstructuren en de gebruikswaarde ervan. We zien bij de lopende gebiedsontwikkelingen dat woningbouwplannen mede liggen in de
hoofdgroenstructuur. We leveren dan maatwerk per opgave en benutten de kansen die zich voordoen voor een robuuste groene structuur die wijken, buurten, gebieden, de stad en het landelijk gebied met elkaar verbindt. Daarbij kijken we altijd naar het grotere geheel: de gehele Zwolse hoofdgroenstructuur, waarbij we inzetten op een kwalitatieve versterking daarvan. In specifieke gevallen kunnen we ervoor voor kiezen om ruimte te geven aan een woningbouwinitiatief als deze is gelegen in een laagwaardig deel van de hoofdgroenstructuur, waar geen specifieke opgave vanuit groen ligt. Dit ter plaatse van bijvoorbeeld gras, lage beplanting en niet/weinig waardevolle bomen. Tegelijkertijd kijken we wel hoe we elders de hoofdgroenstructuur kunnen versterken, waarbij we zoeken naar structuurversterking en verbindingen. We zien ook mogelijkheden voor het ‘vergroenen’ van woningen, kantoren en bedrijfspanden. We gaan dan ook uit van het principe dat als de Zwolle groeit, groen meegroeit: voor mens en dier. Hiervoor zijn ook recreatieve uitloopgebieden aan de rand van de stad nodig als onderdeel van het gemengd landelijk gebied om te wandelen en te fietsen.
Naast de recreatieve functie bieden we (en dat betreft maatwerk op de specifieke locatie) ook ruimte aan biologische- en stadslandbouw, verbreding van landbouwbedrijven, hoogwaardige verblijfsaccommodaties, landschap, natuur, cultuurhistorie, wonen, klimaatadaptatie en kleinschalige, passende niet-agrarische bedrijvigheid en detailhandel. De recreatieve uitloopgebieden staan in verbinding met de groene structuren in de stad. Gebruikers van die gebieden zijn inwoners, werknemers en bezoekers van Zwolle. Het is belangrijk dat groen voor iedereen nabij en toegankelijk is. Hiervoor is het nodig dat de bestaande stedelijke hoofdgroenstructuur (zoals vastgelegd in de huidige Zwolse Omgevingsvisie) kwalitatief wordt versterkt, de biodiversiteit wordt vergroot en geïnvesteerd wordt in een gezond en toekomstbestendig bomenbestand. Vanwege de verdere verstedelijking van Zwolle reserveren we ruimte voor nieuw te realiseren stadsparken Stadsbroek en Vechtrand en voegen deze toe aan de Zwolse stedelijke hoofdgroenstructuur. Daarbij kijken we ook goed naar de druk op bestaande gebieden, zoals bijvoorbeeld de uiterwaarden langs de Vecht en de IJssel. Deze dienen als een robuust blauwgroene zone en niet als stedelijk uitloopgebied. 37
Om te zorgen dat mens en dier zich op een prettige manier tussen verschillende gebieden kunnen verplaatsen, zoeken we naar een kwaliteitsimpuls voor de groene verbindingen tussen verschillende wijken en groene en blauwgroene gebieden. Op sommige plekken door een verbetering van het groen wat al aanwezig is en op andere plekken door nieuw aan te leggen groene elementen. Hierdoor ontstaan mogelijkheden voor schaduw en beleving voor mensen, schuilgelegenheden en voedsel voor dieren en een betere sponswerking voor hemelwater. Blauwgroen als richtinggevend casco voor toekomstige ontwikkelingen Concreet betekent dit: 1. Bij ontwikkelingen wordt gebruik wordt gemaakt van het natuurlijk landschap en van het water- en bodemsysteem. 2. Ruimtelijke ontwikkeling vergroot de waterveiligheidsopgave niet en integreert (of maakt onderdeel uit van) met het grotere watersysteem van de regio, waarbij daar waar mogelijk wordt aangesloten op het natuurlijk systeem. Aansluitend op het water- en bodemsysteem wordt extremer weer (hitte, wateroverlast en de gevolgen van overstromingen) standaard meegenomen in beheer en in gebiedsontwikkelingen. Hiermee voorkomen we dat we de opgaven vergroten en risico’s afwentelen op de toekomst. Nieuwe gebouwen, infrastructuur en voorzieningen passen bij de natuurlijke ondergrond of zijn gebiedseigen en helpen de bestaande stad. 3.
Klimaatadaptief bouwen/beheren is de norm en ondersteunt het blauwgroene stedelijke netwerk. Hiermee brengen we de landelijke maatlat voor een klimaatadaptieve gebouwde omgeving in praktijk. 4. We benutten de investeringskracht van wonen, werken, energietransitie en mobiliteit om onze weerbaarheid te versnellen tegen extreem weer van hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. We ontwikkelen waterveilig en creëren vernieuwende concepten op bijvoorbeeld wonen en zijn daarmee een voorbeeld voor Nederland. 5. Meerlaagse veiligheid is onderdeel in gebiedsontwikkelingen. Dit om de risico’s van extreem weer en overstromingen te beperken en om de opties naar de toekomst open te houden hoe we met waterveiligheid op lange termijn willen omgaan. Met het principe nieuw helpt 38
bestaand geven we nieuwe ontwikkelingen zo vorm dat de waterveiligheidsopgave volledig wordt geïntegreerd. Daarnaast helpen nieuwe ontwikkelingen om schuil/ verzamelplaatsen (shelters) en (evacuatie) routes op orde te krijgen. 6. De sponswerking in het stedelijk gebied en aan de buitenranden van de stad staat centraal. Water wordt hierbij opgevangen, vastgehouden en vertraagd afgevoerd. 7. De verbinding van lokaal water (sloten, geulen, vijvers, wadi’s) met het regionale watersysteem wordt versterkt, waardoor het blauwgroene netwerk flexibeler en beter in staat wordt om extremer weer op te vangen. Dit doen we in combinatie met onder andere het vergroten van sponswerking. 8. Zwolle als toekomstbestendige deltaspons zorgt dat water en groen niet alleen bijdragen aan waterveiligheid en klimaatopgaven, maar ook aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 9. Tijdelijke waterbergingen (noodventielen) worden aangewezen waar in extreme situaties water tijdelijk en met relatief weinig schade geborgen kan worden. Voor Zwolle betekent dit een grootschalige waterberging aan de zuidkant van Zwolle die ook onderdeel is van het regionale watersysteem. 10. We zien Vechtpoort 2 als een gebied waar we in hoofdzaak de ambitie voor de blauwgroene opgave kunnen realiseren. 11. Groen groeit mee met de verdere verstedelijking van Zwolle door: a.
Twee nieuwe Stadsparken: Stadsbroek en Vechtrand b. Het aanwijzen van zoekgebieden als recreatieve uitloopgebieden voor inwoners, bezoekers en werknemers van Zwolle. c. Het kwalitatief versterken van de bestaande stedelijke hoofdgroenstructuur van Zwolle
Kaartbeeld blauwgroen
Stadspark Stadsbroek
ht Vec uwe Nie
Sta d rt
a va ms
lle Wi
sri
Stadspark Vechtrand
vie
r
Legenda
Let op: de kaart is indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Nadere uitwerking volgt.
39
4.3 Wonen In het Zwolle van Overmorgen voegen we nieuwe woonmilieus toe die passen bij de eigenheid, de plek en de identiteit van Zwolle. Ook stimuleren we doorstroming. We sturen op een integrale ontwikkeling van locaties in bestaande en nieuwe woonwijken. Het uitgangspunt hierbij is ‘nieuw helpt bestaand’: elke ontwikkeling draagt bij aan de opgaven van de bestaande stad. We zetten zowel in op woningbouw binnen de stad als daarbuiten. In Zwolle werken we al volop aan woningbouwontwikkelingen, die we volledig afronden. Daarnaast richten we ons op binnenstedelijke wijkversterking, waarbij woningbouw fungeert als een hefboom voor het aanpakken van de opgaven waar de wijk voor staat. Dit omvat onder andere het versterken van de sociale cohesie, veiligheid, vergroening en het creëren van een gezonde en aantrekkelijke buitenruimte. Met de binnenstedelijke locaties kunnen we niet de volledige woningbehoefte accommoderen. Binnen de bestaande stad zijn de woonmilieus vooral stedelijk en is sprake van gestapeld bouwen voor kleinere huishoudens. Nieuwe woningbouwlocaties aan de stadsranden bieden kansen om meer groenstedelijk en voor meerdere doelgroepen te bouwen, waaronder gezinnen. Daarnaast dragen woningbouwlocaties aan de stadsranden bij aan het verbinden van opgaven in de stad en het buitengebied.
Bijvoorbeeld door woningbouw te combineren met het versterken van het blauwgroene netwerk.
40
van woningtypes passend bij de Zwolse woonbehoefte: geen ‘one size fits all’. Laagbouw, grondgebonden of dubbelgestapelde gezinswoningen worden afgewisseld met stedelijke woningtypes, waarbij het groene karakter in alle aspecten centraal staat: van de openbare ruimtes tot de semicollectieve hoven en parken en private buitenruimten. De woningbouwlocaties Onderstaande tabel laat zien waar we woningbouw voorzien in Zwolle voor de periode tot 2040 met een doorkijk tot 2050. Het Volkshuisvestingsprogramma dat gemeente Zwolle gaat opstellen geeft een concretere kwalitatieve en kwantitatieve invulling van de geraamde ontwikkelingen. De geraamde optelsom van de woningbouwopgave per gebied past binnen de bandbreedte van de opgaven die in de regionale ontwikkelstrategie is geformuleerd, namelijk het bouwen van 15.000 tot 25.000 woningen in Zwolle, inclusief de huidige Omgevingsvisie. We groeien in balans op basis van de huishoudensprognoses en de afspraken die zijn gemaakt binnen de Regio Zwolle. We zijn daarbij wendbaar en adaptief en gaan daarom ook uit van bandbreedtes
Ontwikkeling
Woningaantallen
Volwaardig afronden ca. 10.000 woningen (= huidig huidige ontwikkelingen programma)
Woonmilieus In de Zwolse ontwikkellocaties creëren we verschillende stedelijke woonmilieus. Variërend van hoog- en centrumstedelijk in de bestaande stad, met hoge dichtheden nabij ov-knopen, tot groenstedelijk, met een divers woonmilieu, waaronder in ieder geval grondgebonden woningen, aan de randen van de stad. Door compact te bouwen en de voetafdruk te verkleinen ontstaat ruimte voor een royale maat aan groen, water en ruimte voor lopen en fietsen in deze buurten. In de uitwerking van de gebiedsontwikkeling dient het blauwgroene raamwerk als basis voor de uitwerking en invulling met bebouwing en andere functies.
Wijkversterking
ca. 2000 woningen
Stadsrand gebiedsontwikkeling Vechtrand • Ceintuurbaanzone • ‘Vechtpoort 1’
ca. 2500-5000 woningen ca. 1500-3000 woningen
Stadsbroek
Aantal woningen afhankelijk van de lopende verkenning, op basis van richtinggevende planologische uitspraken voor dit gebied.
Het groenstedelijke woonmilieu kan door een bandbreedte aan dichtheden verschillende verschijningsvormen aannemen, waarbij gestreefd wordt naar een combinatie
Totaal
Ca 18.250 tot 23.500 woningen
Stadsrand gebiedsontwikkeling Zwolle-Zuid/zuid, incl. Stationsomgeving • Zwolle-Zuid/zuid • Stationsomgeving Zwolle-Zuid
ca. 2000 - 3000 woningen ca. 250 - 500 woningen
Ontwikkelingen met een raming van woningaantallen
Stedelijke woonmilieus
Groenstedelijke woonmilieus
Gemengde woonwerkmilieus
Funenpark, Amsterdam, Nederland
Boschveld, ‘s-Hertogenbosch, Nederland
Hamerkwartier
Västra Hamnen, Malmö, Zweden
Schoonschip
Waterrijke woon-werk milieus
Kraanbolwerk Zwolle
Common woods, Amersfoort, Nederland
Oostpoort, Amsterdam
Afbeelding 7 Referentiebeelden van woonmilieus
Volwaardig afronden huidige ontwikkelingen Er zijn al veel ontwikkelingen gaande die een nieuw woonprogramma toevoegen aan de stad. Er wordt ingezet op het volwaardig afronden van de huidige ontwikkellocaties, waaronder: • Spoorzone, Stadshart, Nieuwe Veemarkt/ Meeuwenlaan, Zwartewaterallee/-zone, Oosterenk, uitbreiding Stadshagen, Breecamp West, herontwikkeling voormalige Harculocentrale en het buitengebied (inclusief de dorpen Wijthmen, Windesheim en erftransformatie):
De huidige woningbouwplannen sluiten nog onvoldoende aan bij de woonbehoefte. Er zijn te veel (te) kleine woningen gepland voor één- en tweepersoonshuishoudens dan waar op de korte termijn behoefte aan is. Waar mogelijk sturen we het bestaande woningbouwprogramma bij, waarbij betaalbaarheid een belangrijk uitgangspunt blijft. Daarvoor zien we de meeste kansen in zogenaamde ‘zachte’ en daarmee nog beïnvloedbare plannen.
41
Wijkversterking (onder andere stadsscanlocaties) Naast het volwaardig afbouwen van de huidige woningbouwplannen zetten we in op binnenstedelijke verdichting ten behoeve van wijkversterking. Hier liggen vooral kansen voor gestapeld bouwen. Om de betaalbaarheid van woningbouw haalbaarder te maken, passen we maatwerk per wijk toe in welke prijsklassen we toevoegen in bestaande wijken en wat voor type woningen dat zijn. Nieuwe stadswijken en –buurten in de stadsranden Naast inbreiding in de bestaande stad zoeken we ruimte voor wonen aan de stadsranden van Zwolle. Dit doen we omdat we ook na 2030 - met het afbouwen van Stadshagen ruimte willen bieden voor verschillende typen gezinswoningen. We zien hier ook ruimte voor levensloopbestendige woningen. Deze doelgroep is belangrijk voor een vitaal en toekomstbestendig Zwolle. De keuze voor het bouwen voor deze doelgroep hangt ook nauw samen met de toenemende vergrijzing en de mate van doorstroming op de woningmarkt van bepaalde doelgroepen (voornamelijk senioren) van gezinswoningen naar woningen voor kleinere huishoudens. Bij de ontwikkeling van locaties in de stadsranden koppelen we de woonopgave met de andere opgaven in die gebieden. Zo bouwen we klimaatadaptief, netbewust en geven we groen de ruimte. Daarmee geven we de status van Zwolle als NOVEX-gebied ook echt inhoud.
De woningbouwlocaties die hierbij horen zijn: • Vechtrand: Ceintuurbaanzone en Vechtpoort 1; • Zwolle-Zuid/zuid, inclusief woningbouw in de stationsomgeving. a. Vechtrand: Vechtrand omvat het gebied van de Verkenning Ceintuurbaanzone, Vechtpoort 1 (tussen de Nieuwe Vecht en het spoor Zwolle-Meppel) en Vechtpoort 2 (ten oosten van het spoor Zwolle-Meppel). Het gebied is vanwege de klimaat- en wateropgave niet strak begrensd. De Ceintuurbaanzone ondergaat een grootschalige transformatie naar een gemengd stedelijk gebied met een substantieel aantal extra woningen in verschillende woonmilieus, waarbij de stedelijke ontwikkeling aanvullend is op 42
bijvoorbeeld het Stadshart en de Spoorzone en dus niet concurrerend. Strategische woningbouwontwikkeling is voorzien in het gebied Vechtpoort 1, waarbij woningbouw helpend is aan de bestaande wijk Berkum. De blauwgroene ruggengraat van de Nieuwe Vecht is hiervoor een belangrijke drager. De uitbreiding krijgt een groenstedelijk karakter, waarbij klimaatbestendige bouwvormen een cruciale rol spelen om robuust te bouwen op deze laaggelegen locatie. b. Zwolle-Zuid/zuid In Zwolle-Zuid stellen we een strategische woningbouwontwikkeling voor ten zuiden van de wijk Zwolle-Zuid. Dit met de toevoeging van het treinstation Zwolle-Zuid. Zo verbinden we deze kant van de stad beter met de regio. Rondom het station liggen mogelijk ook kansen voor verdichting met woningbouw. Een uitbreiding met woningen ten zuiden van de wijk Zwolle-Zuid zorgt voor een verbinding tussen de stad en het buitengebied, met groenstedelijke woonmilieus. Stadsbroek Er loopt een apart gebiedsproces voor Stadsbroek. Stadsbroek wordt hét klimaatbestendige parklandschap van de Regio Zwolle! Een project waarmee we laten zien hoe groei in een klimaatbestendige delta mogelijk is. Natuurontwikkeling, recreatie, woningbouw smelten samen tot een landschap waar de inwoners van Zwolle trots op zijn en dagelijks willen verblijven.
Het is een landschap dat beleefd wordt, dat gebruikt wordt om tot rust te komen en waar zowel mens als dier zich thuis voelen. Voor Stadsbroek zal uit het proces van de gebiedsvisie blijken in welke mate deze locatie een bijdrage kan leveren aan de behoefte aan suburbane woonmilieus. Afweging opties voor uitbreiding voor wonen We hebben een afweging gemaakt waar uitbreiding van Zwolle met woningbouw de beste kansen biedt. Vechtpoort 1 en ZwolleZuid/zuid komen hierbij naar voren als beste optie. Afwegingskader hiervoor zijn de in dit Ruimtelijk Toekomstperspectief genoemde basiswaarden. Belangrijke overweging is dat deze gebieden een motor kunnen zijn voor de realisatie van andere opgaven in die gebieden. Denk aan mobiliteit, landschap, ecologie en klimaatadaptatie. De keuze voor Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/ zuid betekent ook dat we gebieden niet
aanwijzen als gebied waar de woonopgave een plek kan krijgen, zoals Vechtpoort 2 en een verdere uitbreiding van Stadshagen voorbij de Hasselterweg (N331)/Stuurmansweg, de polder Mastenbroek.
•
c. Er is sprake van bodemdaling, omdat de ondergrond bestaat uit veen. In samenwerking met de gemeenten Kampen en Zwartewaterland wordt gewerkt aan een veenweidestrategie.
Vechtpoort 2: We hebben onderzocht wat de voor- en nadelen zijn van het ontwikkelen van één grote woonlocatie aan de oostkant van Zwolle. Specifiek op de locatie ‘Vechtpoort 2’. Grofweg ligt die locatie tussen de treinsporen naar Meppel en Dalfsen. Voordeel van grondbezit is dat we hiermee de woonopgave kunnen versnellen. Desondanks is de overweging hier tot 2040 geen grootschalige woonwijk te gaan ontwikkelen, omdat: • a. Inzetten op één grote uitbreidingslocatie op locatie Vechtpoort 2 niet aansluit bij de basiswaarden, zoals geformuleerd in het Ruimtelijk Toekomstperspectief. Denk aan nabijheid (van stedelijke voorzieningen) en nieuw helpt bestaand (versterken bestaande stad); • b. Aantasting van landschappelijke waarden; • c. Grote investeringen (maatschappelijk en privaat) noodzakelijk op het gebied van infrastructuur om de wijk te ontsluiten, zowel met trein als auto. Denk aan: grote verbindingswegen, ontsluitingswegen en kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer. Ook benut het geen / weinig bestaande investeringen; • d. In het verlengde van voorgaande: de mate van flexibiliteit is beperkt. Beginnen aan Vechtpoort 2 is het ook afmaken. Bijkomend risico is dat het de focus van investeerders verlegt van de bestaande stad naar de nieuwe uitbreidingswijk; • e.
Een grote uitbreidingslocatie staat op gespannen voet met (nieuw) provinciaal en eigen beleid (Omgevingsvisie, Verstedelijkingsstrategie). Inbreiding voor uitbreiding, agrarisch perspectief bieden en natuur- en landschapsdoelen; Verdere uitbreiding Stadshagen (Polder Mastenbroek: De volgende overwegingen leiden ertoe om de Polder Mastenbroek niet aan te wijzen als uitbreidingsgebied; • a. De Polder Mastenbroek is cultuurhistorisch zeer waardevol en één van de oudste polders van Nederland. Verdere aantasting daarvan is niet wenselijk. • b. Het gebied ligt laag en is daarmee zeer gevoelig voor wateroverlast, woningbouw is niet mogelijk zonder dure technische maatregelen (pompen en gemalen); 43