CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Overzicht wijzigingen Verordening Leerlingenvervoer gemeente Zwolle 2024

Raad Besluitvormingsronde 25 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Verordening en beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Zwolle 20241.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2. Overzicht wijzigingen verordening Leerlingenvervoer gemeente Zwolle 2024 De Verordening Leerlingenvervoer gemeente Zwolle 2024 heeft een nieuwe, beter leesbare indeling. Eerst moet het recht op een vergoeding moet worden vastgesteld (beoordelingsfase). Hierna wordt onderzocht welke vergoeding wordt verstrekt (onderzoeksfase). Door deze nieuwe indeling is een was-wordt overzicht van de huidige en de nieuwe verordening Leerlingenvervoer op artikelniveau niet mogelijk. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en toevoegingen. Artikel 5. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid 1. Het college gaat bij de beoordeling van een aanvraag in gesprek met de ouders en desgewenst de leerling en/of een deskundige, om de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening te onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 2. Het college betrekt in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling, de eigen verantwoordelijkheid van ouders en de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 7. 3. Het college kan in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin wordt beschreven hoe toegewerkt wordt naar het zelfstandig reizen naar school. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 4.

Het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan tussentijds worden geëvalueerd en bijgesteld. 5. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. Artikel 5 is nieuw toegevoegd aan de verordening en gaat over het bevorderen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. Het zelf laten reizen van de leerling al dan niet met ondersteuning van de ouder(s) is altijd al het uitgangspunt geweest van de verordening leerlingenvervoer. De laatste jaren zijn de uitgangspunten zelfstandigheid, zelfredzaamheid en uitgaan van wat inwoners zelf kunnen, steeds belangrijker gedachtengoed geworden in het sociaal domein. Artikel 5 bevat elementen die daarbij aansluiten. Een belangrijk element is om in het gesprek met ouders het te hebben over wat de leerling in het vervoer zelf kan of kan leren. Een dergelijk artikel ontbreekt in de huidige verordening. Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 5. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: a. Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b.

Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. De verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. Sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. Het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.

In de nieuwe verordening zijn in artikel 7 bepalingen opgenomen die het mogelijk maken om als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen of ernstig wangedrag door de leerling een besluit als bedoeld in de verordening te herzien, op te schorten of in te trekken (zie lid 5, a t/m e). Als een leerling door onaanvaardbaar gedrag de orde in het voertuig verstoort of de veiligheid van het voertuig en inzittenden in gevaar brengt, kan het college de toegang tot het vervoer tijdelijk of voor de rest van het schooljaar ontzeggen. Het betreft hier een kan-bepaling; dat betekent dat er per geval gekeken wordt hoe te handelen. In de beleidsregels Leerlingenvervoer 2024 is de procedure nader uitgewerkt.

Artikel 12. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. In de huidige verordening ontbreekt een artikel over hoe wordt omgegaan met een tijdelijk verblijf buiten de gemeente. In principe is de nieuwe gemeente verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer. De periode van 6 weken zorgt ervoor dat de overgang hiervan soepel verloopt. Artikel 13. Vervoersvoorziening naar stageadres 1.

Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: d. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; e. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; f. de stage vindt plaats op één stageadres; en g. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college te bepalen maximale straal van de woning of de school. 2. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 3. Het college kan het stagecontract opvragen.

In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een aanvraag voor een vervoersvoorziening naar het stageadres. Een stage kan deel uitmaken van het onderwijsprogramma van de school. In de huidige verordening waren geen regels vastgelegd over wanneer er aanspraak op leerlingenvervoer naar en van het stageadres mogelijk is. Artikel 19. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. 2. Het college kan nadere regels in werking stellen ten behoeve van andere vervoersvoorzieningen of ondersteuning met als doel het vergroten van de zelfredzaamheid van leerlingen.

Het kan voorkomen dat een leerling of een ouder op een andere manier kan of wil reizen, dan de beschreven vervoerswijzen (fiets, openbaar vervoer, eigen auto, aangepast vervoer). Het college kan besluiten ouders hierin tegemoet te komen, mits de kosten van dit vervoermiddel niet uitstijgen boven de kosten van het openbaar vervoer naar de school. Dit is een nieuw artikel ten opzichte van de huidige verordening en geeft het college de mogelijkheid om in bepaalde gevallen maatwerk te kunnen bieden, bijvoorbeeld om ouderinitiatieven te bekostigen. Artikel 21 en 22 (Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag en draagkrachtafhankelijke bijdrage) Beide artikelen over de eigen bijdrage wijken niet af van de huidige verordening. Op grond van de wet wordt bij ouders een drempelbedrag in rekening gebracht. De wetgever heeft bedoeld de ouders verantwoordelijk te laten zijn voor een bepaald deel van de kosten van het vervoer, de zogenaamde drempel. Verder biedt de wetgeving gemeenten de mogelijkheid een bijdrage te vragen in de kosten van het vervoer, wanneer de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer is dan twintig kilometer (artikel 22). Beide artikelen zijn niet van toepassing voor leerlingen met een beperking in de zin van de verordening. Artikel 23. OOGO met de schoolbesturen PO-VO 1.

Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met de schoolbesturen PO-VO. 2. Het college spant zich in om in het OOGO met de schoolbesturen PO-VO afspraken te maken over: a. De deskundige die het college adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de eigen verantwoordelijkheid van de ouders als bedoeld in artikel 5; b. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door het college wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; c. De wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders;

d. De wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; e. De invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; 3. Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met de schoolbesturen PO-VO. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a. De ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. De wijze waarop situaties als genoemd in artikel 7 derde lid kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; c. Het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 5, derde lid; Artikel 23 is een nieuw artikel en sluit aan bij ontwikkelingen in het (passend) onderwijs. Met de invoering van de Wet passend onderwijs zijn ook landelijke samenwerkingsverbanden passend onderwijs ontstaan. Artikel 23 gaat in op de afstemming tussen gemeente en het samenwerkingsverband en over welke onderwerpen er afspraken gemaakt kunnen worden. Door in een OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) aandacht te hebben voor het leerlingenvervoer wordt de samenwerking bevorderd, uiteraard met inachtneming van ieders eigen rol en verantwoordelijkheid.

Er wordt in artikel 23 gedoeld op twee overlegtafels: lid 1 en 2 gaan over het Op Overeenstemming Gericht Overleg, waar het bevoegd gezag van de gemeente en de bestuurders van scholen in Zwolle aan deelnemen. Lid 3 heeft het over een uitvoerend overleg PO-VO, dat periodiek plaatsvindt tussen beleidsambtenaren van de gemeente en medewerkers van het samenwerkingsverband.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=bb6536f3-09f0-47dc-87ac-08122a3441f1