2. Mobiliteits Programma van Eisen Spoorzone
Tekst van het document
gbereikbaar
MobiliteitsProgramma van Eisen Spoorzone Versie 13 mei 2024 Dit document bevat eisen, wensen en randvoorwaarden voor de mobiliteit in de Spoorzone Zwolle. Het document is opgebouwd langs zeven thema’s: -
Stappen (lopen)
-
Trappen (fietsen)
-
Openbaar vervoer
-
MaaS (deelmobiliteit, excl. Mobiliteitshubs)
-
Privé-auto
-
Mobiliteitshubs
-
Logistiek
Stappen (lopen) Eisen Nr
Eis
Toelichting
S-E-1
De Spoorzone is ontworpen op de voetganger. Voetgangers worden in de watten gelegd.
Het Engelenpad is de levendige ruggengraat van het voetgangersnetwerk. Het Koggepark is een groene verbinding voor langzaam verkeer die zorgt voor rust en die als groene oostwestverbinding verschillende buurten aan elkaar bindt.
Dat betekent dat er een gedifferentieerd voetgangersnetwerk is met routes binnen de Spoorzone én naar de omgeving.
Met gedifferentieerd netwerk wordt bedoeld dat het netwerk verschillende soorten routes omvat. Bijv. bedoeld groene rustige routes, stedelijke levendige routes, dwaalroutes, etc. Zie ook beleidsuitgangspunten voetgangersbeleid (nog in ontwikkeling) en Ontwerprichtlijnen | Gemeente Zwolle. Zie ook de netwerkkaarten in het Ontwikkelkader. Onderstaande kaart bevat de loopnetwerken van, naar en in de Spoorzone. Deze kaart is indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleed. Voor meest actuele versie, zie SNOER-eisen (Nota van uitgangspunten Openbare ruimte en publieke werken).
2
S-E-2
Het voetgangersnetwerk is toegankelijk: obstakelvrije, ruime loopruimtes, aanwezigheid van opritjes en hellingbanen. De ontwerprichtlijnen van Toegankelijke Stad zijn van toepassing, zie zwolle.nl/toegankelijke-stad.
S-E-3
Het voetgangersnetwerk is aantrekkelijk: aanwezigheid van groen, levendig, ruimte voor ontmoeting en spelen.
2
Zwolle wil een gastvrije stad zijn voor iedereen. Ook vinden we het belangrijk dat de stad toegankelijk is: iedereen moet makkelijk binnen de stad kunnen reizen en bewegen. En dat de openbare ruimte (zoals de straat, stoep en parken) goed ingericht is. Iédereen moet deze openbare ruimte op een makkelijke manier kunnen gebruiken, zonder dat daarbij hulp nodig is. Dat betekent bijvoorbeeld dat, ook als je in een rolstoel zit of met een kinderwagen loopt, de straten zo zijn gemaakt dat je er makkelijk over kunt rijden of lopen. Het gaat om straten en pleinen, groen en water. Om wegen waarover mensen zich verplaatsen en plekken waar mensen verblijven en elkaar ontmoeten. Hoe houden we deze toegankelijk voor iedereen?
3
S-E-4
Het voetgangersnetwerk is logisch: duidelijke oriëntatiepunten, herkenbare looproutes
S-E-5
Het voetgangersnetwerk is vindbaar: heldere bewegwijzering, aanwezigheid van gids- en geleidelijnen
S-E-6
Het voetgangersnetwerk is veilig: voetgangers en fietsers kruisen autoverkeer zo min mogelijk. Voldoende ‘ogen op straat’. Er is voldoende verlichting.
S-E-7
Het voetgangersnetwerk is comfortabel: ruimte om te rusten
S-E-8
Het voetgangersnetwerk is fijnmazig: voetgangers hoeven niet om te lopen als ze dat niet willen. Barrières (spoor, weg, water) zijn er zo min mogelijk, en als ze er zijn, kunnen ze zonder ver omlopen en veilig worden gekruist.
S-E-9
Het voetgangersnetwerk is verbonden: voorzieningen zijn te voet goed bereikbaar vanuit ‘bronpunten’ zoals het station, openbaarvervoerhaltes en fiets- en autoparkeerstallingen. Dagelijkse voorzieningen bevinden zich op loopafstand.
S-E-10
De verblijfskwaliteit in de Spoorzone is hoog. Dat betekent:
S-E-11
•
Straten zijn een aaneenschakeling van interessante plekken, gericht op interactie en ontmoeting.
•
De openbare ruimte nodigt uit tot ontmoeten, bewegen, spelen en verblijven
•
Inzetten op positieve tijdsbeleving
Het Engelenpad is autovrij. Het Koggepark is autoluw, en mogelijk wordt een gedeelte autovrij.
Verdichten betekent dat er meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Het belang van een fijne uitnodigende buitenruimte is daarom groot. Zie voor positieve tijdsbeleving de onderzoeken van Helge Hillnhutter over tijdsbeleving van voetgangers, bijvoorbeeld Stimulating urban walking environments – Can we measure the effect? En recent onderzoek van Hillnhutter over het belang van aantrekkelijke looproute naar de halte.
Naast een goede ruimtelijke kwaliteit van het Engelenpad en Koggepark is een programmatische vulling langs de route van belang. Dat maakt de routes aantrekkelijk om te nemen en zorgt ook in de avonden nachturen voor sociale veiligheid/ ogen op straat. Door dagelijkse voorzieningen in de nabijheid van deze routes te programmeren, worden mensen maximaal gestimuleerd om zich lopend of fietsend door het gebied bewegen.
Wensen Nr
Wens
Toelichting
S-W-1
Randvoorwaarden
4
Nr
Randvoorwaarde
S-R-1
De Spoorzone is aangesloten op het stedelijk netwerk van wandelroutes en op recreatieve routes.
Toelichting
3
5
Trappen (fietsen) Eisen Nr
Eis
Toelichting
T-E-1
Er is een robuust, fijnmazig, compleet en samenhangend netwerk van gedifferentieerde fietsroutes, zowel binnen het gebied als tussen het gebied en de omgeving.
Na de voetganger staat de fietser centraal in de Spoorzone. De Spoorzone heeft ook een belangrijke functie op regionaal niveau. Door in te zetten op hoge kwaliteit fiets (parkeer) voorzieningen, stimuleren we het gebruik van de fiets + OV in de regio. Met gedifferentieerde routes wordt bedoeld dat er verschillende soorten fietsroutes zijn, bijv. snelfietsroutes, hoofdfietsroutes, secundaire routes. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets onderscheidt een aantal hoofdroutes. Zo zijn er regionale fietsroutes die kernen verbinden met andere kernen en die grote woongebieden verbinden met werklocaties, voorzieningen en scholen voor het voortgezet onderwijs. Ook zijn er binnenstedelijke hoofdroutes die wijken verbinden en de dagelijkse bestemmingen binnen de bebouwde kom bedienen, zoals OV-knooppunten, winkelcentra, werklocaties, onderwijsvoorzieningen en sportlocaties. Tevens is er een netwerk van recreatieve hoofdroutes die steden en dorpen verknopen met toeristische en recreatieve bestemmingen in het buitengebied, zoals recreatie- en natuurgebieden, of die zelf grote recreatieve aantrekkingskracht hebben, zoals LF-icoonroutes. Zie ook de netwerkkaarten in het Ontwikkelkader. Zie de in ontwikkeling zijnde gemeentebrede uitgangspunten voor het fietsnetwerk.
Per type route (doorfietsroute, stadsroute, recreatieve route) worden uitgangspunten opgesteld, die net als voor toegankelijkheid tot een webpagina verwerkt worden. Onderstaande kaart bevat het fietsnetwerk van, naar en in de Spoorzone. Deze kaart is indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleed. Voor meest actuele versie, zie SNOER-eisen (Nota van uitgangspunten Openbare ruimte en publieke werken).
6
4
7
T-E-2
8
Zie voor breedtenormen de Zwolse richtlijnen per type route.
Fietsroutes zijn veilig: -
fietsers hoeven geen weg te delen met snel (harder dan 30 km/u) rijdende auto’s
-
veilige oversteken
-
voldoende ogen op straat
-
goede verlichting
-
fietsvoorzieningen voldoende breed
T-E-3
Fietsroutes zijn aantrekkelijk: afwisselend (niet alleen maar rechte lijnen), groen, prettige verharding en eventueel openbare kunst.
T-E-4
Fietsroutes zijn logisch en vindbaar: duidelijke oriëntatiepunten, herkenbare fietsroutes, heldere bewegwijzering.
T-E-5
Het fietsnetwerk is fijnmazig: wie dat wil kan met de fiets zonder (veel) omrijden van A naar B.
T-E-6
Fietsroutes zijn comfortabel: goede verharding, slimme inrichting van kruispunten met beperkte wachttijd voor fietsers.
T-E-7
Fietsroutes zijn toegankelijk: voldoende ruimte voor aangepaste fietsen en prettige oversteken (denk aan voldoende opstelruimte bij verkeerslichten voor fietsers).
5
9
T-E-8
Door de Spoorzone lopen drie hoofdfietsroutes (Koggelaan (oost-west) Oostzeelaan (noord-zuid) van Karnebeekpad (noord-zuid)) die onderdeel uitmaken van het Overijsselse kernnet fiets. De inrichting van deze routes voldoet aan de gemeentelijke en provinciale uitgangspunten.
T-E-9
Er zijn voldoende fietsparkeermogelijkheden voor bewoners en bezoekers. In het gebied gelden de volgende fietsparkeernormen voor bewoners, inclusief hun bezoekers.
Normen voor bewoners en hun bezoekers zijn geïnspireerd op Amsterdamse bouwbrief (maar niet 1-op-1 overgenomen). Normen voor werknemers en overige bezoekers gebaseerd op CROW, bovenkant bandbreedte.
Aantal fietsparkeerplekken voor bewoners (incl. hun bezoekers) bij hun woning Woning < 50 m2
2
Woning 50 - 75 m2
3
Woning 75 - 100 m2
4
Woning 100 - 125 m2
5
Woning > 125 m2
6
Onder fietsen vallen in dit document tenzij anders aangegeven ook andere lichte tweewielers zoals brom- en snorfietsen, scootmobiels, etc.
Voor werknemers en andere bezoekers van de Spoorzone zijn de fietsparkeernormen van de CROW van toepassing zoals die golden in april 2024 (centrum, bovenkant bandbreedte). Zie hiervoor de fietsparkeerkencijfers uit het CROW (bijlage 1) T-E-10
Bewoners parkeren hun fiets inpandig, zo dicht mogelijk bij de voordeur van de woning. De loopafstand tot de entree van het gebouw is maximaal 30 tot 50 meter. Collectieve, inpandige fietsbergingen voor bewoners zijn toegestaan. Bij afwezigheid van een individuele fietsenberging, moet dan wel een individuele berging voor niet-fietsen worden gerealiseerd.
T-E-11
10
Met de mogelijkheid van collectieve fietsenbergingen voor bewoners wijken we af van het Bouwbesluit, artikel 4.31, lid 1, dat stelt dat voor woningen een individuele fietsenberging van 5 m² verplicht is. Aangezien de toelichting van het Bouwbesluit stelt dat een fietsenberging ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij woningen en appartementen vanaf 50m2 een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd.
De fietsparkeerplaatsen van bewoners worden ook gebruikt door hun bezoekers. Werknemers en bezoekers van voorzieningen kunnen geen gebruik maken van deze plekken.
De ruimte van 5*2 meter is gemarkeerd op de grond. Er zijn geen nietjes. De beheerder van de openbare ruimte is verantwoordelijk voor het beheer van deze ruimte.
Daar bovenop wordt er op maaiveld per woonblok ruimte gereserveerd voor het kort parkeren van fietsen van bezoekers van woningen van 5*2 meter.
Op dit moment (Q1 2024) wordt de Zwolse fietsparkeerregeling geactualiseerd. Daarin wordt handhaving op ''weesfietsen” / te lang gestalde fietsen stadsbreed geregeld. Dit moet verrommeling / verkeerd gebruik van de 5*2 meter fietsparkeerruimte in de openbare ruimte tegengaan.
T-E-12
Werknemers parkeren hun fiets inpandig. Dit geldt bij voorkeur ook voor bezoekers. Fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn zo ontworpen dat ze verrommeling tegengaan.
T-E-13
Inpandig is er voldoende (manoeuvreer)ruimte voor het parkeren van buitenmodelfietsen zoals bakfietsen, scooters en scootmobielen. Concreet betekent dit: •
Minimaal 25% van het aantal fietsparkeerplekken is geschikt voor buitenmodelfietsen en heeft een bijbehorende afmeting van 2m2.
•
De overige fietsparkeerplekken meten minimaal 1,49m2 per plek.
6
11
T-E-14
•
Deuren en gangen waar fietsen doorheen moeten, zijn altijd voldoende breed en hebben genoeg manoeuvreerruimte voor buitenmodelfietsen.
•
Toegangen voor fietsparkeerders dienen te zijn voorzien van een automatische deur.
De fietsparkeermogelijkheden voor bewoners, werknemers en bezoekers bevinden zich op logische plekken en hebben een hoge kwaliteit. Daaronder verstaan we sociaal veilig, comfortabel, passend bij de doelgroep en toegankelijk zonder belemmeringen. Toegankelijk zonder belemmeringen betekent o.a. geen steile hellingen, max. 1 deur om de parkeermogelijkheid te bereiken en ook bruikbaar met beperkte spierkracht. 2/3 van alle fietsparkeerplaatsen voor bewoners zijn ‘aan de grond’, dus niet gestapeld. 1/3 mag verhoogd met dubbellaagse rekken.
T-E-15
25% van het aantal fietsparkeerplaatsen voor bewoners en hun bezoekers zijn voorzien van de mogelijkheid om elektrische fietsen op te laden. Aanvullend is 25% voorbereid om laadpunten te plaatsen.
Wensen Nr
Wens
Toelichting
T-W1
Waar mogelijk wordt in de Spoorzone geïnnoveerd op het gebied van de fiets. Bijvoorbeeld rond parkeervoorzieningen of infrastructuur, maar ook rond fietsstimulering.
Het Fiets Innovatie Centrum – dat in de Spoorzone komt – kan hierin een belangrijke rol spelen.
Randvoorwaarden Nr
Randvoorwaarde
T-R-1
De Spoorzone is aangesloten op het stedelijk hoofdfietsnetwerk.
T-R-2
12
Toelichting
Er worden een aantal nieuwe verbindingen aangelegd en bestaande routes verbeterd om een fijnmazig netwerk te creëren om Hanzeland te verbinden met de omgeving: • Fietsroute Hanzelaan – Nieuwe Veerallee – Kamperweg (Veerallee-tunnel) die in oost-westrichting de zuidzijde van het station verbindt met Stadshagen via de Blalobrug; • Fietsroute vanuit Hattem die in noord-zuidrichting een nieuwe verbinding vormt, via de nieuwe verbinding onder het spoor naar de Zwolse binnenstad; • Fietsroute Hanzelaan – Reysigersweg om de verbinding tussen Zwolle-Zuid en de zuidzijde van het station te verbeteren. • Verleggen en verbeteren van de Koggetunnel voor fietsverkeer
7
13
Openbaar vervoer Eisen Nr
Eis
Toelichting
O-E-1
Openbaarvervoerhalte(s) zijn goed verbonden met de fiets- en voetgangersroutes waarmee ketenmobiliteit optimaal gefaciliteerd wordt.
Zo wordt ketenmobiliteit optimaal gefaciliteerd.
O-E-2
De openbaarvervoerhalte(s) in het gebied zijn toegankelijk voor iedereen, dus ook voor mensen met een beperking.
Randvoorwaarden
14
Nr
Randvoorwaarde
Toelichting
O-R-1
Het station blijft bereikbaar voor alle modaliteiten: voetgangers, fietsers en auto. Een P&R en Kiss&Ride maakt onderdeel uit van de functionaliteit van het station als multimodale mobiliteitshub.
O-R-2
Incidenteel wordt aan het spoor gewerkt en zijn er vervangende bussen nodig. Uitgangspunt is dat voorzienbare stremmingen zoveel mogelijk via het busstation worden opgelost. In de andere gevallen halteren treinvervangende bussen op de Hanzelaan (zuidzijde trottoir). Deze bussen rijden een rondje over de Koggelaan en de Hanzelaan.
O-R-3
Zwolle ontwikkelt samen met de provincie Overijssel nieuwe vormen van publieke mobiliteit. Kenmerk hiervan is dat het collectieve maatwerk vervoersmogelijkheden zijn (taxi/deelbus, deelmobiliteit, e.d.) die als aanvulling op het openbaar vervoer dienen en (toekomstige) inwoners mobiliteit bieden.
O-R-4
De gemeente organiseert dat bij de bushaltes voldoende parkeergelegenheid is voor fiets en deelmobiliteit, mogelijk in hubs.
8
15
MaaS (Deelmobiliteit, excl. mobiliteitshubs) Eisen Nr
Eis
Toelichting
M-E-1
Er wordt voldoende deelmobiliteit aangeboden in de Spoorzone. Daarbij is het mogelijk op en / of af te schalen (volgens de eisen uit de Strategie deelmobiliteit). We stimuleren en faciliteren particuliere initiatieven (MaaC).
Er is ook aandacht voor andere dan reguliere vormen van deelmobiliteit. Denk aan deelscootmobielen of deelrolstoel-auto's.
M-E-2
De organisatie van de deelmobiliteit is nog in ontwikkeling. De stand van denken is als volgt:
Uitgangspunten daarbij zijn in ieder geval:
• •
De gemeente heeft de intentie om de organisatie van deelauto’s op zich te nemen, maar moet dit nog verder uitwerken alvorens hier een definitief besluit over te nemen. Als de gemeente inderdaad de organisatie van deelauto’s op zich neemt, leveren ontwikkelaars hiervoor een financiële bijdrage aan de gemeente.
•
Gemotoriseerde deelmobiliteit is volledig elektrisch.
•
Bewoners kunnen ervan uitgaan dat er deelmobiliteit beschikbaar is als ze het nodig hebben.
•
Deelmobiliteit is toegankelijk en bereikbaar voor alle bewoners, dus ook voor mensen met een smalle beurs en voor mensen met beperkte digitale vaardigheden.
•
Alle deelmobiliteit in de Spoorzone is interoperabel, zodat gebruikers eenvoudig kunnen plannen, reserveren en betalen via apps.
•
Er is een goed werkend platform voor het aanbod van betaalbare deelmobiliteit, incl. een gezamenlijke app, marketing, brand en communicatie.
•
Deelmobiliteit-initiatieven van (toekomstige) bewoners (peer-to-peer) worden gestimuleerd, dit vergt geen extra parkeerplekken.
•
Het is mogelijk het aanbod van deelmobiliteit op en / of af te schalen al naar gelang de vraag.
Voor peer-to-peer deelmobiliteit kunnen bewoners onderling afspraken maken. Hier hebben gemeenten en ontwikkelaars geen rol in. Peer-to-peer deelmobiliteit maakt geen gebruik van een deelauto-plek. NB: een voorbeeld van peer-to-peer deelmobiliteit is dat persoon A haar privé-auto tegen betaling ook laat gebruiken door buurman B en buurvrouw C. M-E-3
M-E-4
In het gebied zijn parkeerplaatsen voor deeltweewielers. Ieder bouwblok heeft inpandig ten minste 10 m2 parkeerruimte voor deeltweewielers ten behoeve van bewoners.
10m2 ruimte voor deeltweewielers per bouwblok is gebaseerd op 2 deelfietsen, 1 deelscooter, en 1 deelbakfiets.
In het gebied zijn parkeerplaatsen voor deelauto’s. Daarbij hanteren we als norm dat er per 100 woningen 2,5 deelauto parkeerplaatsen aanwezig zijn. Deze bevinden zich in de hubs waar bewoners ook parkeren. Deze deelauto-parkeerplekken worden alleen gebruikt door deelauto’s, niet door privé-auto’s.
Ook hier geldt dat het hier alleen gaat om deelauto’s die gebruikt worden door bewoners van de Spoorzone. Zie ook de toelichting op deeltweewielers.
Voor bezoekers van bewoners, werknemers en overige bezoekers is de Spoorzone een bestemming. Zij maken geen gebruik van de deeltweewielers die op de genoemde ruimtereservering aangeboden worden. Het is natuurlijk wel mogelijk dat bezoekers van bewoners, werknemers en overige bezoekers met een deeltweewieler naar de Spoorzone komen. Voor aanbod en gebruik van deeltweewielers in de openbare ruimte volgen we het stadsbrede beleid.
De 2,5 deelautoparkeerplaatsen per 100 woningen worden opgelost bovenop de parkeernorm zoals opgenomen in P-E-6. In de realiteit kan er natuurlijk geen halve deelautoparkeerplaats gerealiseerd worden. Bij het berekenen van het werkelijk aantal deelautoparkeerplaatsen wordt afgerond naar boven.
16
M-E-5
Gemotoriseerde deelmobiliteit is volledig elektrisch.
M-E-6
Deelmobiliteit wordt aangeboden in mobiliteitshubs, op aantrekkelijke locaties binnen het gebied. Zie ook het hoofdstuk ‘mobiliteitshubs’.
9
Deelmobiliteit leidt niet tot overlast in de openbare ruimte.
17
M-E-9
De betaalbaarheid van het aanbod deelmobiliteit en de (fysieke, digitale, etc.) toegankelijkheid tot deelmobiliteit voor alle doelgroepen te worden onderbouwd.
M-E-10
Deelmobiliteit-initiatieven van (toekomstige) bewoners worden gestimuleerd.
M-E-11
Het deelmobiliteitssysteem in de Spoorzone is interoperabel, zodat gebruikers eenvoudig kunnen plannen, reserveren en betalen via MaaS-apps.
Wensen Nr
Wens
M-W-1
De wens is per bouwblok minimaal 1 deelbakfiets en minimaal 1 reguliere deelfiets aan te bieden.
Toelichting
Randvoorwaarden Nr
Randvoorwaarde
Toelichting
M-R-1
De Strategie deelmobiliteit wordt gehanteerd als beleidskader deelmobiliteit.
Deze Strategie wordt begin 2024 vastgesteld.
Privé-auto Eisen Nr
Eis
Toelichting
P-E-1
In de Spoorzone is de auto te gast.
Auto te gast betekent dat Spoorzone alleen door auto’s met een herkomst of bestemming in de Spoorzone gebruikt wordt.
Het Engelenpad is autovrij.
Autovrij betekent dat auto’s geen toegang hebben, met uitzondering van hulpdiensten.
Onderstaande kaart bevat het autonetwerk van, naar en in de Spoorzone. Deze kaart is indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleed. Voor meest actuele versie, zie SNOER-eisen (Nota van uitgangspunten Openbare ruimte en publieke werken).
18
10
19
P-E-2
Uitgangspunten bij de totstandkoming van de autostructuur zijn: •
Minimale doorsnijding van Engelenpad en Koggepark
•
Bestaande woningen blijven bereikbaar.
•
Limiteren van hoeveelheid autoverkeer door de Koggetunnel
•
Hart van het gebied waar Engelenpad en Koggepark elkaar kruisen, het Hanzeplein, autovrij maken
•
Mobiliteitshubs worden gerealiseerd aan de randen van het gebied om te zorgen dat er zo min mogelijk autoverkeer het gebied inrijdt.
P-E-3
Parkeren van de privé-auto vindt inpandig plaats, in mobiliteitshubs of parkeervoorzieningen. Zie het hoofdstuk ‘mobiliteitshubs’.
P-E-4
De parkeerfaciliteiten worden toekomstbestendig ontworpen. Dit wil zeggen dat parkeergebouwen waar mogelijk demontabel of transformeerbaar zijn als de parkeerbehoefte in de toekomst vermindert. Ondergrondse parkeervoorzieningen zijn niet of minder goed transformeerbaar en beslaan daarom slechts een beperkt deel van de totale parkeerbehoefte.
Dit geldt bij voorkeur ook voor mindervalideparkeren.
Voor solitaire parkeergebouwen geldt dat er extra parkeerlagen toegevoegd moeten kunnen worden, of dat er juist parkeerlagen verwijderd moeten kunnen worden, al naar gelang de vraag. P-E-5
Alle parkeervoorzieningen zijn voorbereid om in de toekomst eenvoudig in te zetten als laadparkeerplek. 25% van de te realiseren parkeerplekken dienen op moment van realisatie voorzien te zijn van een laadvoorziening.
Voorbereid zijn betekent dat er gemakkelijk een laadpaal geplaatst kan worden bij de parkeerplek. Bijv. dat er loze leidingen aanwezig zijn voor kabels. Dit geldt voor alle parkeerplekken. 25% daarvan dient bij realisatie direct voorzien te zijn van een laadvoorziening. Dit doen we omdat we duurzame vervoerswijzen stimuleren in de Spoorzone. We werken met een lage parkeernorm, waardoor het autogebruik en bezit laag komt te liggen. Het beperken van laadmogelijkheden in Zwolle zien wij niet als geschikt middel om vervoersgedrag van bewoners en bezoekers van de Spoorzone mee te beïnvloeden.
Vanaf het invoerpunt wordt rekening gehouden met voldoende ruimte in de verdeelkasten en in de infrastructuur (kabelgoten/mantelbussen) om de toekomstig de benodigde voorzieningen (kabels) aan te brengen. Deze infra dient eenvoudig bereikbaar en aanpasbaar te zijn. Inpandig worden geen parkeerplekken uitgevoerd als snellaadplek.
20
11
21
Bij het positioneren van deze laadparkeerplekken dient rekening gehouden te worden met de eisen rondom brandveiligheid. P-E-6
De parkeernormen voor privé-auto’s voor woningen zijn als volgt: Totaal (bewoners + bezoekers van bewoners) Bewoners
Bezoekers van bewoners (bovenop de norm voor bewoners)
App, studentenstudio
0,15
0
0,15
App, sociale huur
0,35
0,2
0,15
App, middenhuur
0,35
0,2
0,15
App, dure huur
0,65
0,5
0,15
App, goedkope koop
0,55
0,4
0,15
App, middeldure koop
0,65
0,5
0,15
App, dure koop
0,75
0,6
0,15
Koop, huis, vrijstaand
0,95
0,8
0,15
Koop, huis, twee-onder-een-kap
0,85
0,7
0,15
Koop, huis, tussen/hoek
0,75
0,6
0,15
Huur, huis, vrije sector
0,75
0,6
0,15
Huur, huis, sociale huur
0,55
0,4
0,15
De parkeernormen voor bewoners zijn in lijn met de CROW kengetallen (zoals die golden op 14 november 2023) van zeer sterk stedelijke gebieden, onderkant bandbreedte (zie CROW Leidraad Autoparkeren, publicatie 381). In de Omgevingsvisie en het Stadshart van Morgen is uitgewerkt en vastgesteld dat de Spoorzone onderdeel is van het centrum van Zwolle. Ook in de parkeerstrategie is dit bekrachtigd. Aangezien de Spoorzone onderdeel is van het grotere centrumgebied zijn de centrum normen aangepast. Als uitgangspunt kan de onderkant van de breedte van de CROW-parkeernormen gehanteerd worden omdat het station Zwolle nabij is, deelmobiliteit aangeboden wordt en hubs gerealiseerd worden, en we ruim voorzien in goede loop- en fietsvoorzieningen. Voor de bezoekersnorm van bewoners wijken we af van het CROW, die als kengetal 0,3 hanteert. Dit kental van 0,3 sluit niet aan bij onze ambities en de bereikbaarheid van de Spoorzone met andere modaliteiten en houdt geen rekening met de directe nabijheid van de OV-hub. We zien ook elders in het land een afname van de bezoekersnorm. In de Spoorzone gaan we daarom naar 0,15.
De parkeernorm is voor woningen op minder dan 800 meter lopen van het station tegelijkertijd een minimum en maximumnorm Voor woningen die zich op meer dan 800 meter werkelijke loopafstand van het station bevinden, bevat bovenstaande tabel de minimumnorm. De maximumnorm is de bovenstaande norm voor bewoners +0,15 per woning. De parkeernormen voor werk en voorzieningen (kantoren, supermarkten, dienstverlening, etc.) volgen de CROW kencijfers (zoals die golden in april 2024) van zeer sterk stedelijke gebieden, onderkant bandbreedte (zie bijlage 2). P-E-7
22
In ieder deelgebied wordt gepoogd de parkeerbehoefte uit de ontwikkeling binnen het eigen plangebied op te lossen. De parkeeropgave van het ene gebied kan eventueel in het andere gebied opgelost worden, mits gemeente hier mee akkoord gaat.
12
23
P-E-8
Autoparkeerplaatsen voor het parkeren van de privé-auto zijn beschikbaar voor dubbelgebruik, m.u.v. gehandicaptenparkeerplaatsen van bewoners (zie P-E-11).
Dit betekent dat, daar waar nog geen expliciete afspraken gemaakt zijn, het uitfaseren van exclusieve eigen parkeerplaatsen. Er worden dus geen parkeerplekken met woningen mee verkocht.
P-E-9
Minimaal 1% van de autoparkeerplekken in de mobiliteitshubs zijn mindervalideplekken. Om te zorgen dat de gebruiker zich goed door het gebied kan verplaatsen, zijn in de hub passende mogelijkheden voor voor- en natransport aanwezig.
P-E-10
Mindervalide-parkeerplekken zijn conform de geldende normen gedimensioneerd.
P-E-11
Bewoners met invalidekaart komen altijd in aanmerking voor een invalideparkeerplek op max. 50 meter loopafstand van de entree van het bouwblok, eventueel in de openbare ruimte.
Mindervalide-parkeren is onderdeel van de in het gebied geldende parkeernorm voor bezoekers.
Mindervalide-parkeren is onderdeel van de in het gebied geldende parkeernorm voor bewoners.
Mindervalide-plekken voor bewoners zijn gekoppeld aan een kenteken, en worden alleen door dat kenteken gebruikt. Voor deze plekken is dus geen dubbelgebruik mogelijk. P-E-12
Bewoners parkeren met een abonnement. Een bewoner heeft met zijn parkeerabonnement toegang tot alle hubs in de Spoorzone.
Beheerder dient te borgen dat er voldoende capaciteit is om parkeerplek voor de bewoners te garanderen Een aangepaste regeling voor bezoekers van bewoners kan bijvoorbeeld zijn: korting per geparkeerd uur, of een x aantal gratis bezoekersparkeeruren per huishouden per jaar.
Werknemers parkeren via een abonnement van hun werkgever of via regulier kort parkeren als ze geen abonnement kunnen krijgen. Bezoekers aan de voorzieningen betalen een parkeertarief. Voor bezoekers van bewoners geldt een aangepaste regeling.
Wensen Nr
Wens
Toelichting
P-W-1
We willen toe naar een systeem waar we onze inwoners en bezoekers van de stad real-time informeren over beschikbare parkeerplekken en last-mile oplossingen, zodat we het mensen zo makkelijk mogelijk maken de auto te parkeren en we de totale capaciteit – inclusief de bestaande privéparkeerterreinen – zo efficiënt mogelijk kunnen benutten.
Bewoners met een parkeerabonnement hebben garantie op een plek met behulp van smart systemen.
Randvoorwaarden
24
Nr
Randvoorwaarde
P-R-1
De Spoorzone is aangesloten op het stedelijk wegennetwerk.
P-R-2
Mobiliteitsmanagement en dynamisch verkeersmanagement ondersteunen het STOMP-principe en zorgen voor goede geleiding van verkeersstromen.
P-R-3
Het is van belang om een samenhangend pakket aan maatregelen door te voeren: •
Definitieve openstelling Van Karnebeektunnel voor al het gemotoriseerde verkeer
•
Herinrichting Stationsplein, Oosterlaan, Westerlaan (gereed)
Toelichting
13
25
26
•
Herprofileren Nieuwe Veerallee (tussen Koggetunnel en spoorwegovergang) naar erftoegangsweg met een maximale snelheid van 30 km per uur
•
Aanpassing kruisingen IJsselallee.
•
Aanleg Koggetunnel voor autoverkeer.
P-R-4
In en rond de Spoorzone is sprake van gereguleerd parkeren, om ervoor te zorgen dat bewoners en bezoekers van de Spoorzone niet in het omliggend gebied gaan parkeren en er een waterbedeffect optreedt.
P-R-5
We streven ernaar dat het flankerend parkeerbeleid voor omliggende gebieden gereed is voordat de eerste woningen in de Spoorzone opgeleverd worden.
P-R-6
In de Spoorzone geldt m.u.v. een aantal inprikkers en de verbinding busbrug – busstation een maximale snelheidslimiet van 30 km/u.
P-R-7
P+R vindt plaats aan de noordzijde in Westerlaangarage.
P-R-8
De gemeente geeft algemene eisen voor taxi's (o.a. standplaatsen, rijroutes en toegankelijkheid voetgangersgebied) aan.
Dit vergt een uitbreiding van het gereguleerd gebied naar Veerallee en Schelle.
Nu is dat nog aan de zuidzijde.
14
27
Mobiliteitshubs Nr
Eis
Toelichting
In Zwolle functioneert een samenhangend netwerk van mobiliteitshubs. Mobiliteitshubs kunnen variëren in omvang en functie. We onderscheiden voor de Spoorzone de volgende mobiliteitshubs, zie H-E-1 t/m H-E-4. Privé garages zijn parkeervoorzieningen op eigen terrein gericht op eigen gebruikers (bewoners en mogelijk bezoekers van bewoners).
Uitwerking volgt in de Adaptieve Ontwikkelstrategie (AOS) hubs .
Parkeren privémobiliteit Microhub
Deelmobiliteit
Openbare ruimte
X
x
Inpandig
Eigen terrein
Doelgroep
Iedereen
Buurthub
x
x
x
Bewoners, werknemers en bezoekers
Centrumhub
x
x
x
Bewoners en hub bezoekers, werknemers en overige bezoekers
Privé garage
x
x
Zwolle onderscheidt ook nog stadsrandhubs maar deze komen niet voor in de Spoorzone. Het gesprek over eigenaarschap en exploitatie van de hubs loopt nog (m.u.v. microhubs). Op dit moment is het uitgangspunt dat ontwikkelaars aan de lat staan voor het realiseren van de fysieke ruimte van de hubs. Zoals eerder genoemd heeft de gemeente de intentie om de organisatie van deelauto’s op zich te nemen, maar moet dit nog verder uitwerken alvorens hier een definitief besluit over te nemen.
Eigen gebruikers
Een actueel PvE met specifieke eisen t.a.v. de hubs op de volgende onderwerpen zijn op te vragen bij het kernteam mobiliteitshubs van de gemeente Zwolle. •
Voldoen aan wet- en regelgeving
•
Voldoen aan de kwaliteit- en inrichtingseisen (auto)
•
Voldoen aan basisvoorzieningen
•
Voldoen aan de deelmobiliteit
•
Locatie specifieke eisen
Hieronder de generieke eisen w.b.t. de mobiliteitshubs in de Spoorzone.
28
H-E-1
Microhubs zijn parkeervoorzieningen voor deelmobiliteit (alleen tweewielers) op maaiveld in de openbare ruimte. Microhubs worden door gemeente gerealiseerd en beheerd.
H-E-2
Buurthubs zijn inpandige parkeervoorzieningen in de buurt/wijk voor de privé-auto in combinatie met ruim aanbod van deelmobiliteit gericht op bewoners, werknemers en bezoekers. Het verzorgingsgebied is ca. 5 minuten lopen vanuit de aankomst van de hub. Met energievoorzieningen gekoppeld aan direct gebruik (laadpalen en bv zonnepanelen). Met beperkt aanbod aan voorzieningen (bijv. pakketkluis en fietsparkeerplaatsen). De bestaande garages Lübeckplein en Pas de Deux worden ook buurthubs.
H-E-3
Centrumhubs zijn inpandige parkeervoorzieningen langs ontsluitingswegen (aan de randen van het gebied om autoverkeer af te vangen) gericht op de privé-auto en -fiets en met een zeer ruim aanbod van deelmobiliteit gericht op bewoners en bezoekers van die bewoners, werknemers en overige bezoekers van de Spoorzone. Het verzorgingsgebied is ca. 5 minuten lopen voor bewoners en ca. 10 minuten lopen voor bezoekers vanuit de aankomst van de hub. Met energievoorzieningen gekoppeld aan eigen gebruik en de directe omgeving (bv cluster energie-infra, stadsbatterij). Met aanbod van voorzieningen.
15
29
H-E-4
OV-hub is het stationsgebied gekoppeld aan het trein- en busstation gericht op werknemers, bewoners, bezoekers en scholieren. Deze hub is dermate andersoortig dat we hem niet opnemen in onderstaand schema.
H-E-5
Alle mobiliteitshubs binnen het samenhangend netwerk van mobiliteitshubs (uitgezonderd privé-garages) maken onderdeel uit van het integrale parkeersysteem van de spoorzone. Privé-garages kunnen op eigen verzoek aansluiting zoeken met het integrale parkeersysteem.
H-E-6
De parkeeropgave van een deelgebied kan in een ander deelgebied opgelost worden, mits daar bij het aanvragen van de omgevingsvergunning activiteit bouw afspraken over zijn gemaakt met de exploitant van de hub in het andere deelgebied. Zie ook P-E-7.
30
H-E-7
De hubs in de Spoorzone hebben een herkenbare identiteit voor gebruikers.
H-E-8
Het Programma van Eisen van een specifieke centrumhub spoorzone bestaat uit vijf onderdelen: •
Voldoen aan wet- en regelgeving
•
Voldoen aan de kwaliteit- en inrichtingseisen (auto)
•
Voldoen aan basisvoorzieningen
•
Voldoen aan de deelmobiliteit
•
Locatie specifieke eisen
Uitwerking volgt in de Adaptieve Ontwikkelstrategie (AOS) hubs .
16
31
Logistiek Eisen Nr
Eis
Toelichting
L-E-1
Initiatiefnemer dient een plan te maken hoe ze hun logistiek duurzaam vormgeven. Daarbij geldt dat: 1) Bevoorrading bij voorkeur gebundeld via een logistieke hub plaatsvindt. 2) Bevoorrading bij voorkeur plaatst vindt via kleinere voertuigen. 3) belevering zo veel mogelijk via de logistieke netwerken plaatsvindt (N1, N2, N3).
Op deze manier wordt gezorgd dat zo min mogelijk voertuigen het gebied in rijden. Daarmee blijven de verblijfsgebieden veilig en aantrekkelijk.
L-E-2
Alle logistiek verkeer (N1, N2, N3) mag alleen binnen venstertijden tussen de Hanzelaan en de hub Werkplaatsen en op de Noordzeelaan rijden.
Vooralsnog hanteren we als venstertijden 10.00 – 14.00 uur en 19.00 – 21.00 uur. Hierover gaan we met partijen in gesprek. Deze venstertijden gelden niet voor het bouwverkeer; hierover worden aparte afspraken gemaakt in de BLVC kader. Op dit moment valt het station niet binnen het venstertijden-gebied.
L-E-3
Streven is om de Spoorzone in 2030 een zero-emissiezone te laten zijn. Bevoorrading van het opgeleverde programma dient dan dus ook plaats te vinden met voertuigen zonder uitstoot.
Met bouwverkeer worden aparte afspraken gemaakt. Ook daar is het wenselijk z.s.m. tot zero-emissie te komen.
L-E-4
Er komt een flexibele strook langs de rijbaan ter hoogte van de bouwblokken die gebruikt kan worden voor laden en lossen (deze strook is daarnaast ook voor MIVA-parkeren en afvalinzameling).
Cargobikes, aannemers en klusbussen (logistieke stroom facilitair en services) maken kort (maximaal 30 minuten) gebruik van laad- en losplekken om hun spullen uit te laden, en parkeren dan hun voertuig inpandig in een hub.
L-E-6
De zware logistiek gaat niet om grote aantallen vrachtbewegingen, maar wel om grote voertuigen. Deels betreft dit bouwverkeer en verhuiswagens. Maar ook de maakindustrie, musea en scholen hebben regelmatig leveringen met grote voertuigen. Deze passen niet door de toekomstige Koggetunnel. Daarom zijn voor zware vracht andere routes opgezet. Ook hier zal met venstertijden gewerkt worden.
Zie ook L-E-2 voor venstertijden.
L-E-7
Bij ieder bouwplan wordt de bouwlogistiek geborgd in een BLVC-plan
Wensen Nr
Wens
Toelichting
L-W-1
Pakketten worden bij voorkeur bezorgd en afgehaald bij publiek-toegankelijke white label pakketwanden op mobiliteitshubs, bij winkels en op het station.
Toegankelijkheid van pakketwanden voor mensen met een beperking is een belangrijk aandachtspunt.
L-W-2
Logistieke hubs aan de rand van de stad worden ingezet, om het aantal en de omvang van logistieke bewegingen in de Spoorzone te beperken.
Op- en afhaalpunten, zoals pakketwanden, zitten in de centrumhubs in de Spoorzone.
L-W-3
Het is nog te bepalen of er een logistieke hub (voor grote logistieke stromen, zoals bedoeld in deze wens) in de Spoorzone moet komen.
Bij het logistieke plan (L-E-1) stimuleren we als gemeente dat logistiek collectief wordt opgelost om de verblijfskwaliteit in de Spoorzone te optimaliseren.
Randvoorwaarden
32
17
33
34
Nr
Randvoorwaarde
L-R-1
Er wordt gehandhaafd op parkeren.
L-R-2
De infrastructuur van de verschillende logistieke netwerken (N1, N2, N3) is zodanig ontworpen dat de voertuigen die bij de bijbehorende logistieke stroom horen, op het betreffende logistieke netwerk kunnen rijden.
Toelichting
18
35
36
26-04-2024 09:49
CROW Kennisbank
Bijlage 1: Fietsparkeerkencijfers CROW Om te bepalen wat de fietsparkeerbehoefte is en hoeveel parkeerplaatsen aangelegd moeten worden, zijn fietsparkeerkencijfers ontwikkeld. Gebruik fietsparkeerkencijfers ook om de te verwachten fietsparkeervraag te bepalen als de voorziening waarvoor het fietsparkeren moet worden geregeld nog niet aanwezig is, bijvoorbeeld bij nieuwbouw of functieverandering van een gebouw. De kencijfers staan los van de normen in het Bouwbesluit en andere wettelijke bepalingen. De fietsparkeerkencijfers dienen als hulpmiddel voor bijvoorbeeld het bepalen van fietsparkeernormen en zijn bedoeld voor solitaire voorzieningen. Ze zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van voorzieningen, zoals binnensteden. Aan de hand van de kencijfers is het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen voor een voorziening te berekenen. Er zijn fietsparkeerkencijfers voor de volgende voorzieningen (CROW-Fietsberaad, 2019b). woning kantoor detailhandel onderwijs horeca gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen knooppunten/hubs sport, cultuur en ontspanning Doorloop onderstaande stappen voor het juist toepassen van de fietsparkeerkencijfers.
Bepaal de voorziening Bepaal de locatie
Zoek het bijbehorende kencijfer van de betreffende voorziening op in de tabellen. Bepaal de rekeneenheid (aantal m 2 bvo/werkplekken/woning enzovoort). Opmerking: Houd rekening met de opmerkingen in de tabel (aantal balies, wel/geen terras enzovoort). Voor alternatieve rekeneenheden zie (CROW-Fietsberaad, 2019b).
Reguliere gebruikers, en; Bezoekers (indien nodig).
Zijn er hoge ambities voor het stimuleren van het fietsgebruik? Zo ja, kies voor een kencijfer aan de bovenkant van de bandbreedte Zo nee, kies voor een kencijfer onderin de bandbreedte Zijn er andere bijzonderheden? (bv. de locatie is gunstig ten opzichte van ov, het is een wijk met veel jonge gezinnen met bakfietsen).
Als er verschillende eenheden zijn, kan het aantal parkeerplaatsen per eenheid verschillen. Het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen is het gemiddelde van die uitkomsten.
De gepresenteerde kencijfers zijn gemiddelden per voorziening voor heel Nederland. De kencijfers zijn gebaseerd op huidig/feitelijk gebruik, want de tellingen zijn uitgevoerd op bestaande locaties. Standaard is een marge van +20% in de kencijfers verwerkt (uitgezonderd woningen). Deze extra parkeercapaciteit is gewenst, omdat fietsers de lege plekken ook moeten kunnen vinden (frictieleegstand). Daarnaast is er zo enige flexibiliteit om een beperkte groei van het fietsgebruik te kunnen opvangen. Weesfietsen, foutief geplaatste fietsen en buitenmodelfietsen zorgen ervoor dat niet alle plaatsen gebruikt kunnen worden. Buitenmodelfietsen zijn fietsen die niet in het fietsparkeersysteem (het rek) te plaatsen zijn. In de kencijfers wordt hiermee geen rekening gehouden en geen onderscheid gemaakt naar type fietsen (bijvoorbeeld kratfietsen, moederfietsen, bakfietsen). Verwijder weesfietsen periodiek, controleer op foutief gestalde fietsen en biedt stallingssystemen voor buitenmodelfietsen, zodat de capaciteit optimaal kan worden benut. De publicatie ‘Buitenmodelfietsen in stationsstallingen: Verkenning en oplossingen’ (CROWFietsberaad, 2016a) gaat uitgebreid in op het parkeren van deze buitenmodelfietsen. In de praktijk is er vaak sprake van een grote spreiding in de behoefte aan fietsparkeerplekken.
In de kencijfers is, voor zover de data dit toelaten, een onderscheid gemaakt naar locatie (centrum, rest bebouwde kom, enzovoort). Bij basisscholen is er onderscheid naar de grootte van de school. De fietsparkeerbehoefte is daarnaast afhankelijk van het verzorgingsgebied en de ov-bereikbaarheid. Over het algemeen zal de parkeerbehoefte bij voorzieningen met een groot verzorgingsgebied en goede ov-bereikbaarheid lager in de bandbreedte liggen. https://kennisbank.crow.nl/Kennismodule#115111
1/4
26-04-2024 09:49
CROW Kennisbank
Voor werklocaties is zo veel mogelijk onderscheid gemaakt tussen werknemers en bezoekers. Aan de fietsparkeerplekken voor werknemers worden hogere eisen gesteld (bij voorkeur inpandig). Bezoekers zetten hun fiets bij voorkeur direct naast de (hoofd)ingang.
Huis (vrijstaand/twee-onder-eenkap/tussen/hoek)
5,0 – 6,0
woning
Bij voorkeur plus 1
Appartement (met fietsenberging)2)
2,0 – 3,0
woning
Appartement (zonder fietsenberging)
0,5 – 1,0
woning
Minimaal 2 plekken Voor buurtstallingen en fietstrommels
Studentenhuis 1,0 kamer 1) Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Houd in de openbare ruimte daarnaast rekening met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers (0,5 – 1 per woning). 2) Heeft niet de voorkeur.
Kantoor (personeel)
0,5 – 1,4 0,7 – 1,8
Op NS-station
Kantoor Minimaal 6 balie (bezoekers) 1) Bij de vorige uitgave van de fietsparkeerkencijfers (CROW-Fietsberaad, 2010) was voor de voorziening ‘kantoren’ onderscheid gemaakt tussen kantoor (personeel) en kantoor met balie (bezoekers). Omdat onduidelijkheid kan bestaan over de definitie van een baliefunctie, is er in de geactualiseerde kencijfers onderscheid gemaakt tussen kantoor (personeel) en kantoor (bezoekers).
Winkelcentrum Supermarkt Bouwmarkt
Binnen de bebouwde kom Binnen de bebouwde kom Binnen de bebouwde kom
Tuincentrum
1,5 – 4,0 100 m2 bvo 1,6 – 4,3 100 m2 bvo 0,1 – 0,4 100 m2 bvo 0,1 – 0,4
< 250 leerlingen Basisschool (leerlingen)
100 m2 bvo Vaak voldoende ruimte voor fietsparkeerplekken en eventueel (totaal) uitbreidingen
7,5 – 12,5 8,8 – 14,5
Basisschool (medewerkers)
Grote aantallen
https://kennisbank.crow.nl/Kennismodule#115111
2/4
26-04-2024 09:49
CROW Kennisbank
0,4 – 1,1 Middelbare school Schil centrum (medewerkers) ROC (leerlingen) ROC (medewerkers)
3,0 – 20,0 100 m2 bvo
Restaurant (eenvoudig)
Bijvoorbeeld pannenkoekenhuis Terras meetellen
Restaurant (luxe)
Café
Apotheek (bezoekers) Apotheek (medewerkers) Begraafplaats/crematorium Gezondheidscentrum (bezoekers) Gezondheidscentrum (medewerkers)
4,0 – 10,0 2,0 – 7,0 3,0 – 8,0
locatie locatie 100 zitplaatsen
1,0 – 3,0
100 m2
0,3 – 0,7
100 m2
Religiegebouw
20,0 – 62,0
100 zitplaatsen
Fietsgebruik kan per geloofsgemeenschap verschillen
Ziekenhuis (bezoekers)
0,2 – 0,6
100 m2 bvo
Grote aantallen
Ziekenhuis (medewerkers)
0,3 – 0,8
100 m2 bvo
Grote aantallen
Kleine aantallen Kleine aantallen Kleine aantallen
Busstation Carpoolplaats
Rand bebouwde
0,5 - 1,3
autoparkeerplaats
1) Treinstations zijn niet opgenomen in de kencijfers. De verschillen tussen de stations zijn te groot.
12,0 Bioscoop
Schil centrum Rest bebouwde
aantallen
Fitness Museum Sporthal1) https://kennisbank.crow.nl/Kennismodule#115111
3/4
26-04-2024 09:49
CROW Kennisbank
Sportveld Sportzaal1)
Stadion Stedelijke evenement
Theater
Zwembad (openlucht) Zwembad (overdekt)
18,0 –
aantallen Grote 100 bezoekers aantallen
13,0 – 38,0 11,0 – 33,0 Grote 100 zitplaatsen aantallen 10,0 – 28,0 aantallen aantallen
1) Een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes. Parkeren - Leidraad fietsparkeren 2023 - , 01-11-2023 Stichting CROW kan geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor de op deze site verstrekte gegevens aanvaarden. Alle rechten waaronder alle intellectuele eigendomsrechten op alle inhoudelijke informatie en het beeldmateriaal op de website blijven te allen tijde voorbehouden aan CROW.
https://kennisbank.crow.nl/Kennismodule#115111
4/4
23-04-2024 09:25
CROW Kennisbank
De volgende functies worden onderscheiden: Kantoor (zonder baliefunctie) Administratief en zakelijk. Commerciële dienstverlening Kantoren met een baliefunctie. Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief Bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers). Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: Bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers). Bedrijfsverzamelgebouw Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven. Het 'aandeel laadpunten' staat voor het percentage laadpunten waarmee in het kencijfer rekening is gehouden. Het weergegeven kencijfer is dus inclusief het aantal openbare laadpunten. Het 'aandeel bezoekers' in de tabellen staat voor het aantal parkeerplaatsen dat openbaar toegankelijk moet zijn voor bezoekers die hun auto willen parkeren. Hiermee is in de kencijfers rekening gehouden. Het weergegeven parkeerkencijfer is dus inclusief bezoekersparkeren. Het weergegeven kencijfer verkeersgeneratie is inclusief de verkeersgeneratie van bezoekers. Bij bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief, bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief en bedrijfsverzamelgebouw zijn de parkeerkencijfers exclusief het vrachtwagenparkeren. De kencijfers verkeersgeneratie zijn bij deze functies juist inclusief verkeersgeneratie van het vrachtverkeer.
Bij de verkeersgeneratie werken geldt nog een belangrijke vuistregel: een weekdag kan worden omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,33.
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 0,6 1,1 0,9 1,4 0,9 1,4 0,9 1,4 1,3 1,8 1,4 1,9 1,3 1,8 1,7 2,2 1,8 2,3 1,6 2,1 2,1 2,6 2,3 2,8 1,6 2,1 2,1 2,6 2,3 2,8
Buitengebied min. 2,3 2,3 2,3 2,3 2,3
max. 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8
Aandeel oplaadpunten
3,0% - geen bovengrens
Opmerking Aandeel bezoekers: 5% (per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 2,1 3,8 3,0 4,7 3,2 4,9 3,2 4,9 4,4 6,2 4,7 6,5 4,3 6,1 5,9 7,7 6,3 8,1 5,5 7,2 7,4 9,2 7,9 9,6 5,5 7,2 7,4 9,2 7,9 9,6
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Niet stedelijk Weinig stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 5%
Buitengebied min. 7,9 7,9 7,9 7,9 7,9
max. 9,6 9,6 9,6 9,6 9,6
(per 100 m2 bvo) Aandeel oplaadpunten min. max. min. Zeer sterk stedelijk 0,9 1,4 1,1 Sterk stedelijk 1,3 1,8 1,6 Matig stedelijk 1,8 2,3 2,1 Weinig stedelijk 2,2 2,7 2,7 2,2 2,7 2,7 Niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 20%
https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
max. 1,6 2,1 2,6 3,2 3,2
min. 1,4 2,0 2,6 3,3 3,3
max. 1,9 2,5 3,1 3,8 3,8
min. 3,3 3,3 3,3 3,3 3,3
max. 3,8 3,8 3,8 3,8 3,8
3,0% - geen bovengrens
1/3
23-04-2024 09:25
CROW Kennisbank
(per 100 m2 bvo)
min. max. min. Zeer sterk stedelijk 4,2 6,6 5,1 Sterk stedelijk 6,3 8,6 7,5 Matig stedelijk 8,4 10,8 10,0 Weinig stedelijk 10,5 12,9 12,5 Niet stedelijk 10,5 12,9 12,5 Opmerking Aandeel bezoekers: 50%
max. 7,5 9,9 12,4 14,8 14,8
min. 6,5 9,4 12,4 15,4 15,4
max. 8,8 11,8 14,8 17,7 17,7
min. 15,4 15,4 15,4 15,4 15,4
max. 17,7 17,7 17,7 17,7 17,7
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde Buitengebied kom min. max. min. max. min. max. min. max. 1,0 1,5 1,3 1,8 1,6 2,1 2,1 2,6 Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk 1,1 1,6 1,5 2,0 1,9 2,4 2,1 2,6 Matig stedelijk 1,3 1,8 1,7 2,2 2,1 2,6 2,1 2,6 Weinig stedelijk 1,3 1,8 1,7 2,2 2,1 2,6 2,1 2,6 Niet stedelijk 1,3 1,8 1,7 2,2 2,1 2,6 2,1 2,6 Opmerking Exclusief vrachtwagenparkeren Aandeel bezoekers: 5%
Aandeel oplaadpunten
3,0% geen bovengrens
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde Buitengebied bezoekers Aandeel kom min. max. min. max. min. max. min. max. Zeer sterk stedelijk 5,2 7,0 6,4 8,1 7,5 9,2 9,1 10,9 Sterk stedelijk 5,8 7,5 7,0 8,8 8,3 10,1 9,1 10,9 Matig stedelijk 6,3 8,0 7,7 9,4 9,1 10,9 9,1 10,9 Weinig stedelijk 6,3 8,0 7,7 9,4 9,1 10,9 9,1 10,9 Niet stedelijk 6,3 8,0 7,7 9,4 9,1 10,9 9,1 10,9 Opmerking Inclusief vrachtverkeer Aandeel bezoekers: 5%
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde Buitengebied kom min. max. min. max. min. max. min. max. 1,0 0,6 1,1 0,8 1,3 Zeer sterk stedelijk 0,3 0,8 0,5 0,4 0,9 0,5 1,0 0,7 1,2 0,8 1,3 Sterk stedelijk Matig stedelijk 0,4 0,9 0,6 1,1 0,8 1,3 0,8 1,3 Weinig stedelijk 0,4 0,9 0,6 1,1 0,8 1,3 0,8 1,3 Niet stedelijk 0,4 0,9 0,6 1,1 0,8 1,3 0,8 1,3 Opmerking Exclusief vrachtwagenparkeren Aandeel bezoekers: 5%
Aandeel oplaadpunten
3,0% geen bovengrens
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde Buitengebied bezoekers kom min. max. min. max. min. max. min. max. 4,4 3,2 4,9 3,9 5,7 Zeer sterk stedelijk 2,2 3,9 2,7 2,4 4,1 3,0 4,7 3,6 5,3 3,9 5,7 Sterk stedelijk https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
2/3
23-04-2024 09:25
CROW Kennisbank
Matig stedelijk 2,6 4,4 Weinig stedelijk 2,6 4,4 Niet stedelijk 2,6 4,4 Opmerking Inclusief vrachtverkeer Aandeel bezoekers: 5%
3,3 3,3 3,3
5,0 5,0 5,0
3,9 3,9 3,9
5,7 5,7 5,7
3,9 3,9 3,9
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 0,6 1,1 0,9 1,4 1,1 1,6 0,8 1,3 1,1 1,6 1,3 1,8 1,0 1,5 1,3 1,8 1,6 2,1 1,1 1,6 1,5 2,0 1,7 2,2 1,1 1,6 1,5 2,0 1,7 2,2
5,7 5,7 5,7
Buitengebied
Aandeel oplaadpunten
min. max. 1,7 2,2 Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk 1,7 2,2 3,0% geen Matig stedelijk 1,7 2,2 bovengrens Weinig stedelijk 1,7 2,2 Niet stedelijk 1,7 2,2 Opmerking Gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven (per 100 m2 bvo) Schil centrum Rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 3,2 4,9 4,0 5,7 4,6 6,4 3,8 5,5 4,8 6,5 5,5 7,3 4,4 6,2 5,6 7,4 6,5 8,2 4,8 6,5 6,1 7,9 7,0 8,7 4,8 6,5 6,1 7,9 7,0 8,7 Centrum
Buitengebied
min. max. Zeer sterk stedelijk 7,0 8,7 Sterk stedelijk 7,0 8,7 Matig stedelijk 7,0 8,7 Weinig stedelijk 7,0 8,7 Niet stedelijk 7,0 8,7 Opmerking Gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven Parkeren - Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie - 4.3, 01-12-2018 Stichting CROW kan geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor de op deze site verstrekte gegevens aanvaarden. Alle rechten waaronder alle intellectuele eigendomsrechten op alle inhoudelijke informatie en het beeldmateriaal op de website blijven te allen tijde voorbehouden aan CROW.
https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
3/3
23-04-2024 09:26
CROW Kennisbank
Binnen deze hoofdcategorie wordt een groot aantal functies onderscheiden. Waar nodig wordt een korte toelichting op de functie gegeven. Supermarkt Er worden drie typen supermarkten onderscheiden Buurtsupermarkt Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m 2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft. Fullservice supermarkt Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m 2 wvo. Grote supermarkt (XL)) Bij de supermarkten is een trend tot schaalvergroting zichtbaar. De omvang van nieuwe supermarkten overschrijdt oude normen. Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 wvo (en vaak kleiner dan 4.000 m2 wvo). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen) Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
Groothandel algemeen Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centrale winkelgebieden). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie). Stadsdeel-, wijk-, buurt- en dorpscentrum Stadsdeel-, wijk- en buurtcentra zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. Een dorpscentrum is het winkelgebied van een dorp (< 20.000 inwoners). Weekmarkt Bij een weekmarkt met een gemiddelde omvang en bij een kleine wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Het is niet mogelijk gebleken om voor deze functie kencijfers verkeersgeneratie te ontwikkelen.
Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. Woonwarenhuis/woonwinkel (overig) Dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Woonwarenhuis (zeer groot) Dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Meubelboulevard/woonboulevard Winkelboulevard Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). Outletcentrum Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Bouwmarkt Tuincentrum (inclusief buitenruimte) Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m 2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Groencentrum (inclusief buitenruimte) Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties).
Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
1/13
23-04-2024 09:26
CROW Kennisbank
Het 'aandeel laadpunten' staat voor het percentage laadpunten waarmee in het parkeerkencijfer rekening is gehouden. Het weergegeven kencijfer is dus inclusief het aantal openbare laadpunten. Het 'aandeel bezoekers' staat voor het aantal parkeerplaatsen, dat openbaar toegankelijk voor bezoekers die hun auto willen parkeren. Hiermee is in het kencijfer rekening gehouden. Het weergegeven parkeerkencijfer is dus inclusief bezoekersparkeren. Het weergegeven kencijfer verkeersgeneratie is inclusief de verkeersgeneratie van bezoekers.
Centrum
(per 100 m2 bvo) Schil centrum Rest bebouwde
Buitengebied
min. 0,4 0,9 0,9 1,3 1,4
min. 1,0 1,7 1,7 2,2 2,3
max. 3,6 4,4 4,5 5,1 5,3
min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. 93,4 115,0 115,4 131,2 136,7
min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 89%
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk
max. 2,4 2,9 2,9 3,3 3,4
max. 3,0 3,7 3,7 4,2 4,3
min. 1,6 2,4 2,5 3,1 3,3
Centrum
(per 100 m2 bvo) Schil centrum
min. 11,5 23,5 23,8 32,6 35,6
min. 26,5 43,3 43,7 56,0 60,2
max. 63,4 75,4 75,6 84,4 87,5
max. 78,4 95,2 95,5 107,8 112,1
min. 41,6 63,1 63,6 79,4 84,9
Aandeel
0 - 2,5%
Aandeel bezoekers: 99%
(per 100 m2 bvo) Schil centrum Rest Bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 1,5 3,8 2,2 4,7 2,9 5,4 2,1 4,5 3,0 5,6 3,9 6,4 2,1 4,6 3,1 5,7 4,0 6,4 2,6 5,1 3,6 6,3 4,6 7,2 5,2 3,8 6,6 4,8 7,5 2,7 Centrum
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 93%
(per 100 m2 bvo) Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 31,1 72,7 57,0 98,6 70,0 111,6 43,6 85,2 75,8 117,4 91,9 133,5 43,9 85,4 76,2 117,8 92,3 133,9 53,0 94,6 89,9 131,5 108,4 149,9 56,2 97,8 94,7 136,3 113,9 155,5
Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 99%
Buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Aandeel laadpunten
0 - 2,5%
Buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
(XL) (per 100 m2 bvo) https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
2/13
23-04-2024 09:26
CROW Kennisbank
centrum min. 4,1 zeer sterk stedelijk sterk stedelijk 4,9 matig stedelijk 5,0 weinig stedelijk 5,6 5,8 niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 84%
schil centrum
max. 6,1 6,9 7,0 7,6 7,8
centrum
zeer sterk stedelijk sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk
min. max. 63,2 94,2 76,7 107,7 77,0 108,0 86,8 117,8 90,2 121,2
min. 4,8 5,8 5,9 6,6 6,9
max. 6,8 7,8 7,9 8,6 8,9
rest bebouwde kom min. max. 5,6 7,6 6,7 8,7 6,7 8,7 7,6 9,6 7,8 9,8
(per 100 m 2 bvo) schil centrum rest bebouwde kom min. max. min. max. 75,1 106,1 86,5 117,5 90,6 121,6 104,0 134,9 90,9 121,9 104,3 135,3 102,3 133,3 117,1 148,1 106,2 137,2 121,5 152,5
buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
aandeel laadpunten
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0 - 2,5%
buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
(bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen) centrum min. max. zeer sterk stedelijk n.v.t. n.v.t. sterk stedelijk n.v.t. n.v.t. matig stedelijk n.v.t. n.v.t. weinig stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 80%
centrum
(per 100 m2 bvo) schil centrum rest bebouwde kom min. max. min. max. 3.9 5.4 4.1 6.0 4.9 6.4 4.9 6.9 4.9 6.4 4.9 6.9 5.6 7.1 5.6 7.9 5.6 7.3 5.6 7.9
(per 100 m 2 bvo) schil centrum rest bebouwde kom min. max. min. max. 27,1 39,3 27,4 39,6 32,8 45,0 33,1 45,4 32,9 45,1 33,3 45,5 37,0 49,3 37,4 49,7 38,5 50,7 38,9 51,1
buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
aandeel laadpunten
0 - 2,5%
buitengebied
min. max. min. max. zeer sterk stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. sterk stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. matig stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. weinig stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. niet stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Opmerking Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Aandeel bezoekers: 91%
centrum min. max. n.v.t. n.v.t. zeer sterk stedelijk sterk stedelijk n.v.t. n.v.t. matig stedelijk n.v.t. n.v.t. weinig stedelijk n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 80%
(per 100 m2 bvo) schil centrum rest bebouwde kom min. max. min. max. 4,4 6,4 4,5 6,5 5,4 7,4 5,4 7,4 5,4 7,4 5,4 7,4 6,1 8,1 6,1 8,1 6,3 8,3 6,4 8,4
https://kennisbank.crow.nl/KennisModule#63725
buitengebied min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
max. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
aandeel laadpunten
0 - 2,5%
3/13
23-04-2024 09:26
CROW Kennisbank
(per 100 m 2 bvo) schil centrum rest bebouwde centrum kom min. max. min. max. min. max. n.v.t. n.v.t. 27,1 39,3 27,4 39,6 n.v.t. n.v.t. 32,8 45,0 33,1 45,4 n.v.t. n.v.t. 32,9 45,1 33,3 45,5 n.v.t. n.v.t. 37,0 49,3 37,4 49,7 n.v.t. n.v.t. 38,5 50,7 38,9 51,1
zeer sterk stedelijk sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 91%
(per 100 m2 bvo) centrum schil centrum rest bebouwde kom min. max. min. max. min. max. 2,5 3,5 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,8 3,8 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,8 4,1 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,1 4,1 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3,2 4,2 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
zeer sterk stedelijk sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk Opmerking Aandeel bezoekers: 82%