CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Evaluatie ondersteuningsteams 0-4 jaar

Raad Besluitvormingsronde 24 november 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Voortgang Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp4.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Ondersteuningsteams 0-4 jaar Versie: Mei 2024

1. Inleiding De ondersteuningsteams (OT’s) zijn inmiddels niet meer weg te denken in het Zwolse onderwijslandschap. Zowel in het PO, als in het VO zijn OT’s opgericht. Er is de afgelopen jaren veel werk verzet en er is een mooie ontwikkeling doorgemaakt. De perspectieven van onderwijs en sociaal wijkteam (SWT) komen in het OT samen en vullen elkaar aan. In de OT’s wordt gewerkt aan het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling, het meedoen en het welbevinden van kinderen en jongeren in een gewone setting (met name gezin en school). Het OT heeft drie kerntaken: 1. Collectieve schoolondersteuning op het gebied van preventie. 2. Vanuit een integrale afweging verzorgen van lichte, ondersteunende inzet (in het gezin en/of op school) door leden van het OT en de expertisecentra. 3. Vanuit een integrale afweging toevoegen van extra specialisme, bijvoorbeeld door middel van een verwijzing. In de Strategische Onderwijsagenda 2022-2026 is als overkoepelende opgave ‘Een doorlopende flexibele ontwikkellijn’ geformuleerd. Bij de realisatie van de ambities voor doorlopende ontwikkellijnen focussen we ons op o.a. het speerpunt: De ontwikkellijnen voor kinderen zijn ononderbroken en samenhangend, waarbij we voor ieder kind en iedere jongere het volgende willen: 1. Optimale ontwikkelingskansen 2. Een passende onderwijsplek 3.

Een positief sociaal opgroeiklimaat In de Uitvoeringsagenda Onderwijs 2022-2026 zijn OT-ontwikkeling en aanpak jonge kind als prioriteiten aangemerkt, maar ook een goede en sluitende ketensamenwerking, waaronder de verbinding KO-PO, wijkgericht werken en een integrale aanpak. Voor het jonge kind is het belangrijk dat voorschoolse voorzieningen en basisscholen samen een doorlopende ontwikkellijn neerzetten. Het ervaren van hobbels in de ontwikkeling willen we tegengaan. Met het Onderwijskansenbeleid 2021 – 2024 zetten we hier gericht op in door bijvoorbeeld de overdracht van kinderen van voorschoolse educatie (VE) naar vroegschoolse educatie (VVE, basisschool) te verbeteren.

1

1.1. Ondersteuningsteams 0-4 jaar Vanaf 2019 zijn we in het programma Samen voor een stevige basis gaan nadenken over het ontwikkelen van OT’s 0-4 jaar om zo de doorgaande lijn van kinderopvang (KO)/peuteropvang (POV), primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en vervolgonderwijs te versterken. Ten tijde van corona is er intensief samengewerkt met de KO, BSO, het onderwijs en het SWT om de noodopvang mogelijk te maken. We zagen dat peuters uit kwetsbare gezinnen weinig tot geen gebruik maakten van de noodopvangen. In 2021 en 2022 zagen we dat jonge kinderen als gevolg van de coronaperiode achterstanden hadden opgelopen waarbij ook de context (gezin) een belangrijke rol had gespeeld. Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) werd financiering beschikbaar gesteld om de OT’s 0-4 jaar als een pilot op te starten. Het idee was om eenzelfde systematiek te hanteren als bij de OT’s in het PO: 4 uur per week voor de sociaal werker Jeugd en Gezin (SWT) per peuteropvang. Het doel van de OT’s 0-4 jaar was vooral om context en gezinsgericht te werken, waarbij het OT 0-4 jaar zich meer op de volwassenen richt (zoals ouders en de medewerkers van de KO/POV) i.p.v. het individuele kind. Er was budget om op 10 peuteropvang-locaties in de stad een OT 0-4 jaar op te starten, waarbij het SWT de aanjager was.

Per wijk is samen met de KO/POV en andere partners zoals onderwijs, jeugdgezondheidszorg (JGZ) en welzijnsorganisatie gekeken naar locaties die passend zouden zijn. We hebben gekozen voor verschillende locaties en varianten om te kunnen leren en onderzoeken wat wel werkt en wat niet. In de ene wijk is gekozen voor een POV los van een basisschool gekoppeld aan een wijkaanpak, in de andere wijk voor een OT vanuit het basisonderwijs die als OT 0-4 naar voren beweegt en in weer een andere wijk maakt het OT 0-4 deel uit van de IKC-ontwikkeling. Op deze manier is er sprake geweest van maatwerk per locatie. De locaties zijn verdeeld over de verschillende wijken: Wijk

Aantal

Noord

3

Oost

2

Midden

1

Zuid

2

West

2

VE-locatie POV Bachlaan 20 POV Toonladder POV De Wilgenburg POV De Springplank POV De Vlasakkers POV Mussenhage POV Staatssecretarislaan POV Tichelmeesterlaan Kindcentrum (KC) TrioMundo KC Kasteelhoeve (voormalig Vlieger 2)

De NPO-middelen zijn echter eindig, dus het is van belang om de OT’s 0-4 te evalueren en op basis daarvan wel of niet door te gaan hiermee. En indien we hiermee door willen gaan, zal er mogelijk ook financiering voor nodig zijn. Om deze reden hebben we de 2

afgelopen periode dan ook gesprekken gevoerd met verschillende betrokkenen van de hierboven genoemde OT’s in de stad, aan de hand van een vragenlijst. Zie bijlage 1. 1.2. Aanpalende beleidsontwikkelingen rondom het jonge kind De Notitie Onderwijskansenbeleid 2021-2024 wordt in 1.1. al even kort benoemd. In bijbehorende Uitvoeringsagenda 2021-2024 staan onder andere de volgende acties die aansluiten bij de OT’s 0-4 jaar: • •

•

•

•

• •

Vaststellen van een overdrachts- en verwijsprocedure; Het Zwolse Overdrachtsformulier (ZOF) wordt geëvalueerd en herzien. Daarbij worden afspraken gemaakt over hoe de overdracht en de doorgaande lijn wordt georganiseerd en wat daarvoor nodig is; Het maken van werkafspraken over het tijdig inzichtelijk krijgen naar welke basisschool een doelgroeppeuter doorstroomt en het vroegtijdig contact hebben met de betreffende basisschool; Doelgroeppeuters en zorgkinderen worden (met instemming van en samen met ouders) mondeling overgedragen van het kindercentrum naar het primair onderwijs. Dit noemt men ook wel de warme overdracht; De gemeente maakt in samenwerking met de werkgroep OKB een communicatieplan om de informatievoorziening over peuteropvang en voorschoolse educatie te verbeteren, en de mogelijkheden om onderwijskansen te vergroten. Deze informatievoorziening richt zich op ouder(s)(groepen) en professionals; Onderzoeken in hoeverre JGZ een rol kan spelen bij de toeleiding naar ouderkind activiteiten en ondersteuning voor doelgroepkinderen tot 2 jaar; Ondersteunen van de wijknetwerken Jonge Kind vanuit de visie Kansrijke Start gericht op samen leren.

Vanuit het onderzoek Wijkgericht werken ten behoeve van het jonge kind (sept. 2022), dat hier in Zwolle is uitgevoerd komen de volgende aanbevelingen naar voren: Blijf investeren in netwerkende professionals die vanuit een spilfunctie in de netwerken kunnen opereren en daarmee kunnen verbinden, wat voorkomt dat professionals langs elkaar heen werken, elkaars expertise niet benutten en daarentegen goed afgestemde hulp tijdig kunnen inzetten, waaronder de expertise van specialistische hulp. In de benadering en visie is het van belang om een levensloopbenadering toe te passen, omdat problemen die zich voordoen bij het jonge kind kunnen leiden tot problemen later. Hoe vroeger de investering hoe groter het rendement (Steegers, 2020). In de kansencirkel, gebaseerd op het GIRFEC-model (NJI, 2022b), worden verschillende aspecten die bijdragen aan een goede start en toekomst in een cirkel samengevat. Daarnaast kan worden uitgegaan van de top 10 beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen (NJI, 2022b) De verbinding in het medisch, sociaal en onderwijs/ wetenschapsdomein speelt zich af vanaf de interconceptiezorg en het verder opgroeien en ontwikkelen van het jonge kind. In de 3

ontwikkeling van het jonge kind spelen disciplines als jeugdgezondheidszorg en geboortezorg (verloskundige), jeugd- en gezinswerkers in het wijkteam, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, welzijnswerk, basisonderwijs en eventueel specialistische jeugdhulp een rol in het stimuleren van optimale ontwikkelingskansen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het inzetten van oudergroepen als centering pregnancy en centering parenting die vanuit de GGD worden ingezet. Daarnaast zijn er momenteel ook beschikbare GALA-middelen voor het actieprogramma Kansrijke Start, waarbij de eerste 1000 dagen, vanaf 10 maanden voor de geboorte tot ongeveer 2 jaar centraal staan. De omgeving waarin een kind wordt geboren, groeit en zich ontwikkelt in de eerste 1000 dagen, bepaalt in grote mate de kansen voor later. Als we verschil willen maken moeten we (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie beter ondersteunen om hun kind de beste start te geven en hulp en steun tijdens de opvoeding normaliseren. Door (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie beter te ondersteunen bij het ouderschap en te investeren in een goede start voor elk kind, bouwen we aan het fundament van gezondere generaties, waarin meer gelijkheid is, waar iedereen zijn of haar talenten kan ontwikkelen en iedereen de kans krijgt op een gezond en gelukkig leven.

1.3 Financieel De afgelopen periode is de inzet vanuit het SWT voor de OT’s 0-4 jaar bekostigd vanuit NPO-middelen. Voor het jaar 2024 is eenmalig €150.000 gereserveerd vanuit reservemiddelen Onderwijskansenbeleid. Na deze evaluatie moet er een nieuw voorstel voor continuering en uitbreiding opgesteld worden. De inschatting is nu dat we voor 2025 €200.000 en voor 2026 €250.000 nodig zullen hebben, zo is het in het investeringsvoorstel Sociale Basis 2024 beschreven. Daarachter zitten twee scenario’s, waarbij genoemde bedragen bij het tweede scenario horen: 1. Het handhaven van de huidige 10 OT’s 0-4 jaar; 2. Gefaseerde uitbouw naar 20 OT’s 0-4 jaar (van 10 naar 16 naar 20 locaties). N.a.v. de evaluatie is het belangrijk om de scenario’s uit te denken en een goede bijpassende begroting te maken voor de komende jaren. Er wordt nog gekeken of het evt. ook mogelijk is om alsnog NPO-middelen in te zetten voor de OT’s 0-4 jaar, omdat de OAB-middelen voor langere termijn ingezet kunnen worden. Deze middelen kunnen we dan weer gebruiken voor andere interventies. Er is dan echter een verschuiving nodig van middelen vanuit bijv. Samen voor een stevige basis naar de OT’s 0-4 jaar. Momenteel wordt dit programma ook geëvalueerd.

4

2. Resultaten Hieronder wordt per vraag uit de vragenlijst een samenvatting gegeven van de gegeven antwoorden. 1. Waarom is hier een OT opgezet? Over het algemeen worden als redenen hier genoemd dat er middelen beschikbaar zijn gekomen om een OT-structuur op te zetten, om de verbinding/samenwerking tussen POV, SWT, GGD en waar mogelijk ook het PO en andere betrokken partners te versterken. Door deze verbindingen te leggen en/of te versterken kan men preventief te werk gaan en vroegtijdig zorgen voor passende voorliggende mogelijkheden voor de kinderen, anders dan jeugdhulp of speciaal (basis)onderwijs. 2. Hoe ziet het OT er momenteel bij jullie uit? OT-leden In alle OT’s bevinden zich op dit moment de volgende leden: • • •

Sociaal werker Jeugd en Gezin van het SWT; Een medewerker van de POV (VE-/pedagogisch coach, locatiemanager, pedagogisch medewerker); Een medewerker van de GGD (jeugdverpleegkundige)

Verder sluiten ook de volgende leden (evt. op oproepbasis) nog aan bij de verschillende OT’s: • • • •

Medewerker Kinderopvang Plus van Travers Welzijn (op 5 locaties); IB’er van basisschool (op 4 locaties: Wilgenburg, Kasteelhoeve, Toonladder, Triomundo); Begeleider Taal & Gezin van Travers Welzijn (op 1 locatie); Gedragswetenschapper van school (op 1 locatie).

Inhoud OT-overleg Alle OT’s geven aan dat ze een aantal keer per jaar een OT-overleg hebben, over het algemeen zo 4 à 6 keer per jaar. Dit verschilt per OT. Tijdens de overleggen wordt voornamelijk casuïstiek besproken. Op sommige plekken worden alleen VE-kinderen besproken en op sommige plekken ook reguliere kinderen. Verder wordt er bij de OToverleggen op 1 locatie naast casuïstiek ook een thema besproken, bijv. zindelijkheid, en krijgen ook de medewerkers de mogelijkheid om in te brengen wat er bij hen speelt op de groep(en). Het bespreken van thema's, organiseren van ouderbijeenkomsten zou wel een doel moeten zijn. Zie OT's in het PO. Belangrijk punt bij OT ontwikkeling is het feit dat het tijd kost om samen een team te vormen die interprofessioneel en domeinoverstijgend samenwerkt. Overige activiteiten Naast een standaard overleg, worden op sommige locaties ook nog andere activiteiten georganiseerd vanuit het OT:

5

•

• •

De sociaal werker Jeugd en Gezin is op vier plekken ook aanwezig op de POV, als gezicht voor de ouders voor laagdrempelige ondersteuning. De uren variëren van 1 tot 5 uur per keer, zowel wekelijks als maandelijks; De sociaal werker Jeugd en Gezin organiseert of sluit aan bij activiteiten voor ouders (op 3 locaties); Huisbezoeken van gezinnen (op 1 locatie), waar nodig

Opvallend is dat de spreekuren niet zo’n succes zijn, omdat het dan “opvalt” dat een ouder daar dan naartoe gaat. Op 1 locatie is de sociaal werker Jeugd en Gezin een hele ochtend aanwezig en dat schijnt wel goed te werken. De sociaal werker is hier onderdeel van de POV-medewerkers en wordt niet zozeer als sociaal werker gezien, waardoor de drempel voor ouders lager lijkt te zijn. Is ook conform de werkwijze. Over het algemeen werken spreekuren niet. Gericht met ouders in gesprek gaan werkt beter. Het organiseren van spreekuren was geen doel 3. Wat voor soort casussen worden binnen dit OT besproken? In de OT’s komen de volgende soort casussen/thema’s voorbij: 1. Taalontwikkeling; 2. Cultuur; 3. Gedrag; 4. Thuisomstandigheden; 5. Opvoedvraagstukken; 6. Trends, zoals mobiele telefoon gebruik, curlingouders, ouders in ratrace; 7. Voorlezen. 4. Hoe worden ouders bij het OT betrokken? De ouders worden op verschillende manieren betrokken bij de OT’s en soms ook (nog) niet. Zie voor een deel van deze manieren de alinea Overige activiteiten bij vraag 2. Hoe ziet het OT er momenteel bij jullie uit? (pag. 5) Bij één locatie is genoemd dat de jeugdverpleegkundige van de GGD bij aanmelding van de VE-indicatie aan de ouders meldt dat hun kind besproken wordt in het overleg, om het kind te kunnen volgen in de ontwikkeling en te kijken of VE voldoende is en de plaatsing (nog) passend is.

Een andere locatie heeft geregeld dat ouders een formulier tekenen voor het bespreken van de kinderen binnen een OT. Dit geldt voor alle kinderen. Ook wordt bij twee locaties aangegeven dat er voorafgaand aan het OT-overleg toestemming aan de ouders wordt gevraagd of het kind in het eerstvolgende OToverleg besproken mag worden. Verder zijn er ook locaties die de ouders er (nog) niet bij betrekken. Kinderen worden hier anoniem besproken, waarbij het (in deze fase) vooral belangrijk is om een goede samenwerking met elkaar tot stand te laten komen. Bij vier locaties wordt ook aan ouders aangeboden om bij het OT-overleg aanwezig te zijn of in gesprek te gaan met (een deel van) het OT-team. 6

5. Hoe is de samenwerking onderling, binnen het OT? Er zijn op dit moment nog verschillen in de samenwerking onderling, omdat het ene OT zich al verder ontwikkeld heeft dan het andere OT. Het algemene beeld is dat de samenwerking goed gaat. De verschillende OT-leden weten elkaar goed te vinden, ook buiten de OT-overleggen om. Bij twee locaties wordt ook genoemd dat de POV ‘the village’ is in ‘it takes a village to raise a child’. De POV voelt voor ouders als een warm bad, omdat er sprake is van bekende gezichten voor de ouders en korte lijnen als professionals. Dit heeft wel veel tijd gekost in het begin in kennismaking: wie doet wat? Waar kunnen we elkaar in ondersteunen? Welke kwaliteiten heeft een ieder? 6. Hoe is de samenwerking met andere partijen? Op 8 van de 10 locaties is er sprake van een goede samenwerking met Travers Welzijn (Taal & Gezin, Kinderopvang Plus). Zoals eerder ook al genoemd zijn medewerkers van Kinderopvang Plus ook aangesloten bij verschillende OT’s. Echter, bij Kinderopvang Plus is er momenteel ook regelmatig sprake van een wachtlijst. Als voordeel van Taal & Gezin wordt het contact met de leerkracht (over bijv. thema’s) genoemd. Het zou mooi zijn om eenzelfde contact te hebben met de POV. Verder wordt ook nog het contact en het aanbod van de Stadkamer genoemd, maar dit is minder intensief dan met Travers.

Er wordt ook aangegeven dat men regelmatig vastloopt zodra het kind niet goed past op de POV. Doorverwijzing naar jeugdzorg heeft niet de voorkeur, maar er zijn ook weinig opties in het voorliggende veld. Het zou dus mooi zijn om meer mogelijkheden te creëren en samenwerkingen aan te gaan in het voorliggende veld. 7. Hoe verhoudt het OT zich tot de evaluaties met de GGD? In principe is de GGD onderdeel van de OT’s. De VE-kinderen worden echter niet standaard besproken tijdens de OT-overleggen. De monitoring van VE-kinderen gebeurt op de meeste plekken nog via een aparte afspraak. In sommige OT’s wordt aangegeven dat het goed zou zijn om alle kinderen te bespreken in het kader van preventie. Er is dan oog voor de kleine stapjes die een kind maakt en zorgt voor een positieve benadering. Ook richting de ouders. 8. Hoe verloopt evt. doorverwijzing? De meeste kinderen stromen door naar reguliere basisscholen in de buurt. Meestal is er bij VE-kinderen sprake van een warme overdracht naar de basisschool. Bij reguliere kinderen niet altijd. Logopedie en fysiotherapie wordt bij verschillende locaties ook als samenwerkingspartner genoemd, o.a. ook omdat ze bijvoorbeeld betrokken zijn bij de school. Dit contact loopt in principe wel via de JGZ. 7

Verder wordt aangegeven dat er contact is met het audiologisch centrum, waarbij momenteel wachtlijsten zijn. Op één van de locaties wordt genoemd dat er minder doorverwijzing is naar Kinderopvang Plus, omdat de sociaal werker er is. 9. Wat voor meerwaarde zien jullie in het OT? Als meerwaarde wordt bij alle OT’s de verbinding met de ouders en met elkaar, de korte lijnen onderling, genoemd. Je kunt het kind heel mooi volgen in de ontwikkeling met een bredere blik, je kunt preventief en normaliserend werken. Ouders krijgen minder het gevoel ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd te worden, omdat er verbinding is tussen de verschillende partijen op de POV en de betrokken basisschool. Ouders weten het SWT op een laagdrempelige manier te vinden, omdat het SWT zichtbaar is op en een vast onderdeel is van de POV. 10. Overige besproken punten Tijdens de gesprekken met de verschillende OT’s kwamen er nog meer thema’s naar voren, die hieronder nog even in het kort genoemd worden. Mogelijk kunnen we hier (in de toekomst) nog iets mee in gezamenlijkheid. •

•

•

•

•

•

Er is op dit moment in het voorliggende veld weinig aanbod. Als mogelijke optie wordt een peuterplus groepje genoemd voor kinderen van bijna 4 jaar, om de overgang goed te laten verlopen naar de basisschool. Als kinderen niet op de POV kunnen blijven, worden ze snel doorverwezen naar Dagbehandeling voor het Jonge Kind (DJK). Bij één kindcentrum wordt genoemd dat er een 3+ groep is. Vanaf de zomervakantie gaan deze kinderen (vanaf 3 jaar) in de ochtend naar 1 groep. Ze maken kennis met de school en in april (1 moment per jaar) stromen ze gezamenlijk door naar de instroomgroep. De groep blijft in hetzelfde lokaal, maar het onderwijs neemt het vanaf april over. Daardoor ontstaat een zachte landing voor de kinderen. Pento lijkt snel door te verwijzen naar DJK of de Kameel. Het DJK wordt bij de POV ook vaak genoemd richting de ouders, die vervolgens met vragen hierover komen bij het SWT. Belangrijk om dan eerst beter te kijken wat er op de POV nodig is, om doorverwijzing te voorkomen; Er is veel onzekerheid onder ouders, vooral ook door drukte en overbelasting. De lat mag lager en er mag meer rust gecreëerd worden. Daardoor ook vaak sprake van opvoedvraagstukken. Videohometraining is een mooi middel om jonge gezinnen ondersteuning te bieden. Maar ook het organiseren van steunfiguren en het versterken van contacten tussen ouders.

Het zou mooi zijn als een sociaal werker Jeugd & Gezin met de GGD mee zou kunnen gaan op kraamvisite bij de ouders. Ouders en kinderen zijn dan evt. nog eerder in beeld en ook bijv. de POV zou onder aandacht gebracht kunnen worden. De POV-locaties in stadsdeel Zuid zijn allemaal VE-locaties geworden (sinds maart 2023), waardoor de balans van VE-kinderen en reguliere kinderen in de groepen nu veel beter is.

8

•

•

•

•

De invulling van de pedagogisch coach is per opvang verschillend. Vaak wordt de pedagogisch coach ingezet voor PM’er gerelateerde zaken, waar Kinderopvang Plus vaker ingezet wordt voor kindgerelateerde vragen. Kinderopvang Plus ziet voornamelijk de “zwaardere” gevallen, terwijl ze ook zien dat er meer nodig is voor sommige andere kinderen. In het kader van preventie zou een extra collega Kinderopvang Plus een goede oplossing kunnen zijn. De eisen aan kleine kleuters zijn heel hoog, scholen zien kinderen sneller als “problematisch”. Daardoor wordt de druk bij de POV ook steeds groter. Wat vroeger in kleuterklassen geleerd werd, wordt nu vaker verwacht van de POV. Daarnaast kunnen kinderen niet ’s ochtends naar VE en ’s middags naar de kinderopvang, of andersom. I.v.m. roostering is dit praktisch gezien niet mogelijk, terwijl bij VE en POV sprake is van een ander doel dan kinderopvang en het om die reden goed zou zijn om kinderen naar beide te laten gaan. Ouders mogen maar 1 jaar volledig meedraaien in VVE Thuis (Travers Welzijn). Wanneer een kind aangemeld wordt bij 2 jaar, kunnen ze maar tot 3 jaar het programma volgen, terwijl taalstimulering pas later echt op gang komt. Er is behoefte aan meer contact bij en tussen de PM’ers, niet alleen binnen één organisatie.

In stadsdeel West worden er inmiddels leerbijeenkomsten georganiseerd, waarbij PM’ers en professionals rondom het jonge kind vanuit alle verschillende stadsdelen welkom zijn.

9

3. Advies voor de inzet van het OT in komend schooljaar 2024/2025 De meerwaarde voor de OT’s 0-4 jaar zit vooral in de verbinding met de ouders en de professionals onder elkaar vanuit de gedachte kansrijke start. Er zijn korte lijnen over en weer. Het kind kan heel mooi gevolgd worden in de ontwikkeling met een bredere blik, er kan preventief en normaliserend gewerkt worden. Daarnaast weten ouders ook het SWT op een laagdrempelige manier te vinden. Het OT 0-4 jaar kan op verschillende manieren worden uitgevoerd, waarbij het afhangt van de positionering van de POV: bijv. als stand alone, gekoppeld aan een basisschool of onderdeel van een IKC. De OT’s hebben daarbij wel altijd een paar zelfde leden: SWT, POV en GGD, waarbij de sociaal werkers Jeugd en Gezin hun rol (deels) zelf invullen, afhankelijk van de behoeften op de locatie. Naast de genoemde stukken die in 1. Inleiding genoemd staan (Strategische Onderwijsagenda, Ontwikkelagenda Passend Onderwijs, Uitvoeringsagenda Onderwijskansenbeleid, het advies vanuit Wijkgericht werken t.b.v. het Jonge Kind en het actieprogramma Kansrijke Start) komt het thema doorgaande lijn van KO naar PO in meerdere wijknetwerken van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs naar voren.

Deze overgang van KO naar PO verloopt niet altijd soepel en ook daar mist men de samenwerking en de passende voorzieningen voor kinderen die niet goed tot hun recht komen op een POV. Met het oog op bovenstaande ontwikkelingen is het advies om in ieder geval ook voor het komende schooljaar 2024/2025 te investeren in de OT’s 0-4 jaar. En bij voorkeur tot en met het schooljaar 2025/2026 (i.v.m. looptijd van de Strategische Onderwijsagenda). Dit geeft de OT’s die nog in ontwikkeling zijn, de ruimte om zich verder te ontwikkelen. En evt. kunnen er – afhankelijk van het beschikbare budget – ook nieuwe POV-locaties starten met een OT 0-4 jaar. Het advies luidt dan voor nu ook als volgt: Investeer als gemeente in het doorontwikkelen van het OT 0-4 jaar: a. Betaal de uren van de sociaal werker Jeugd en Gezin volledig. b. Ga voor een flexibele inzet (maar wel een max. aantal uren) van de sociaal werker Jeugd & Gezin op de POV en binnen het OT, op basis van de behoeftes op de locatie/wijk. c. Sluit aan bij de ontwikkelingen rondom de Revitalisering van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Te beginnen in de wijken west en zuid i.v.m. de werkwijze Samenspel in de wijk. Samen met onderwijs en KO kan er dan gewerkt worden aan de OT-ontwikkeling vanuit een leergemeenschap gedachte: het ontwikkelen van een interprofessioneel team, waardoor de OT’s ook meer contextgericht i.p.v.

kindgericht kunnen gaan werken. d. Zorg voor een document met duidelijke kaders (bijv. een format) voor een OTopzet voor POV-locaties die graag een OT willen opstarten of die nog in ontwikkeling zijn: (mogelijke) OT-leden, doel, mogelijkheden in aanpak. Dit

10

biedt houvast voor het ontwikkelen van een ondersteuningsteam waar men domeinoverstijgend samenwerkt. e. Onderzoek welke voorliggende mogelijkheden rondom het jonge kind er nog meer zijn en of het bestaande aanbod nog aansluit bij de vraag: o Benut ontwikkelingen binnen Samenspel in de wijk hiervoor. o Benut de ontwikkelingen binnen de Revitalisering van Samenwerkingsverband Passend Onderwijs hiervoor en ga met elkaar in gesprek; o Ga in gesprek met Travers over hun aanbod: Taal & Gezin, Kinderopvang Plus en VVE Platform. o Ga in gesprek met de kinderopvangorganisaties: wat doen zij al en wat kunnen zij nog meer betekenen in de begeleiding van ouders en kind? o Ga in gesprek met overige partners in het voorliggende veld die iets kunnen betekenen voor het jonge kind. o Onderzoek verbindingen/mogelijkheden vanuit Kansrijke Start Samen met projectleiders Kansrijke Start. f. Ga in gesprek met JGZ v.w.b. standaard monitoring en bespreken van de kinderen tijdens het OT. g. Het herintroduceren van Meedoen in de kinderopvang zou kunnen helpen om kinderen binnen de opvang te houden, ook als het lastig is. h. Investeer in de overdracht en communicatie tussen KOV en Onderwijs. Spreken ze dezelfde taal? Wanneer warme overdracht en wanneer niet? Aanbevelingen voor de sociaal werker Jeugd en Gezin, betrokken bij de OT’s 0-4 jaar: a.

Zichtbaarheid van de sociaal werker Jeugd en Gezin op de POV-locatie is belangrijk, dus investeer hier tijd in als sociaal werker Jeugd en Gezin. Sluit aan bij het aanbod op de POV of op de school. Aparte spreekuren worden afgeraden. b. Zorg dat er voldoende tijd is voor kennismaking met elkaar, dat de rollen helder zijn en dat er afspraken gemaakt worden (op papier). c. Zorg dat de leden op oproepbasis tijdig worden geïnformeerd en aansluiten bij het OT 0-4 jaar. In het geval van een IB’er bijv. vanwege de warme overdracht en het verbeteren van de doorgaande leerlijn. d. Maak een duidelijke agenda voorafgaand aan de OT-overleggen en laat deze leidend zijn. Op die manier kunnen ook mensen aansluiten op oproepbasis (bijv. een IB’er vanuit het PO of een medewerker vanuit Travers Welzijn). Op basis van de evaluatie en het advies moet een OT 0-4 jaar in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden: • Samenwerking tussen de volgende OT-leden o Sociaal werker Jeugd en Gezin van het SWT; o Een medewerker van de POV (VE-/pedagogisch coach, locatiemanager, pedagogisch medewerker); o Een medewerker van de GGD (jeugdverpleegkundige); o Bij bestaande kindcentra: IB’er basisschool;

11

Op oproepbasis: IB’er basisschool, gedragswetenschapper school, medewerker Kinderopvang Plus (Travers Welzijn), begeleider Taal & Gezin van Travers Welzijn. Er wordt gewerkt aan interprofessioneel samenwerken om contextgericht samen te kunnen werken. Er vindt 4 à 6 keer per jaar een OT-overleg plaats met duidelijke agenda, opgesteld voorafgaand aan het overleg. Ook i.v.m. het aansluiten van mensen op oproepbasis. Er wordt vooraf duidelijk richting ouders gecommuniceerd dat hun kind besproken kan worden tijdens een OT-overleg. Liefst in aanwezigheid van de ouders zelf of met een deel van het OT-team. Sociaal werker Jeugd en Gezin is aanwezig en zichtbaar voor ouders op een POV, op laagdrempelige wijze (geen spreekuur). o

• •

•

•

Het is belangrijk om tijdens het schooljaar 2025/2026 weer in gesprek te gaan met de verschillende OT's 0-4 jaar en bijbehorende partners. Bovenstaande aanbevelingen moeten hierbij ook geëvalueerd worden, zodat deze o.a. kunnen dienen als input voor de criteria om wel of niet door te gaan met de financiering van de OT's 0-4 jaar. 3.1 Verdere aanbevelingen Op dit moment zijn er natuurlijk 10 verschillende locaties in de stad met een OT 0-4 jaar. Er zijn echter meer POV-locaties en ook meer basisscholen. De vraag is dan ook: op welke POV-locaties zouden de OT’s 0-4 jaar verder nog opgestart kunnen worden? In de wijknetwerken van Samenwerkingsverband Passend Onderwijs zou dit uitgevraagd kunnen worden, maar ook in het overleg met de kinderopvangorganisaties (die peuteropvang aanbieden). Daarnaast is het soms ook lastig om een IB’er van een basisschool tijdig te betrekken, omdat ouders niet altijd tijdig weten of doorgeven naar welke basisschool hun kind gaat. De volgende actie uit de Notitie Onderwijskansenbeleid 2021-2024 zou hier mooi bij aan kunnen sluiten: Het maken van werkafspraken over het tijdig inzichtelijk krijgen naar welke basisschool een doelgroeppeuter doorstroomt en het vroegtijdig contact hebben met de betreffende basisschool. Ook andere eerdergenoemde acties vanuit de Uitvoeringsagenda Onderwijskansenbeleid kunnen de OT’s 0-4 jaar versterken. Of er bijv.

voor zorgen dat er andere casuïstiek besproken wordt, omdat het duidelijker is welke passende voorzieningen er zijn voor de peuters. Op dit moment is er namelijk vaak sprake van kindgerichte oplossingen, terwijl het doel meer contextgericht werken is. Daarnaast is in de wijknetwerken van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs ook interesse getoond in de OT’s 0-4 jaar. Wat is de mogelijke standaardrol van het PO in de OT’s 0-4 jaar? Het is om deze reden ook goed om te onderzoeken hoe de aansluiting is met de OT’s in het PO i.v.m. een goede doorgaande leerlijn.

12

Bijlage 1

Evaluatieformulier Ondersteuningsteams 0-4 jaar

Locatie OT sinds Gesprek met Datum

1. Waarom is hier een OT opgezet?

2. Hoe ziet het OT er momenteel bij jullie uit?

3. Wat voor soort casussen worden binnen dit OT besproken?

4. Hoe worden ouders bij het OT/bij een casus betrokken?

5. Hoe is de samenwerking onderling, binnen het OT?

6. Hoe is de samenwerking met andere (externe) partijen?

7. Hoe verhoudt het OT zich tot de evaluaties met de GGD?

8. Hoe verloopt eventuele doorverwijzing?

9. Wat voor meerwaarde zien jullie in het OT?

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=0b27347d-3329-43c5-8e7b-883614f9c6f5