2 en 3 Was wordt tabel plus toelichting
Tekst van het document
REFERENDUMVERORDENING ZWOLLE – WAS-/WORDT TABEL PLUS TOELICHTING1 ART 1
BESTAANDE TEKST Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - kiesgerechtigd: de inwoners van de gemeente Zwolle van 18 jaar of ouder die stemrecht hebben. - referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit.
2
Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en de gemeenteraad. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
VOORGESTELDE NIEUWE TEKST Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - kiesgerechtigd: ingezetenen van de gemeente Zwolle van 18 jaar of ouder - referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een onderwerp waarover de raad een besluit gaat nemen dan wel een ontwerpraadsbesluit. - raad: de gemeenteraad van Zwolle Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en de raad. 2. Voorwerp van een referendum is een aan de raad voorgelegd (gedeelte van een) ontwerpdictum, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
TOELICHTING Bij ‘kiesgerechtigd’ komen de woorden “die stemrecht hebben” te vervallen. Reden: het is praktisch ondoenlijk om ondertekenaars van een referendumverzoek stuk voor stuk te controleren op kiesgerechtigheid. Nieuw is dat ook een referendum mogelijk wordt voor een gedeelte van een ontwerp raadsbesluit. De uitzondering in het tweede lid onder g. is tekstueel uitgebreid en is hiermee beter toepasbaar in de In het tweede lid vervallen onder h. de woorden “naar het oordeel van de raad”. Deze
1 Leeswijzer: deze tabel volgt waar mogelijk de artikelen uit de bestaande Referendumverordening. Aangezien (vanaf artikelen 4 en met name 10)
relatief veel nieuwe bepalingen worden ingevoegd is die volgorde losgelaten. De nieuwe verordening is in hoofdstukken onderverdeeld.
gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; d. in het kader van deze verordening; e. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; f. over de hoogte van gemeentelijke tarieven en belastingen; g. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; h. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden.
3
Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit drie leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een plaatsvervangend griffier.
b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; d. ter uitvoering, wijziging of vervanging van deze verordening; e. over de vaststelling dan wel wijziging van de gemeentelijke begroting en de rekening; f. over de hoogte van gemeentelijke tarieven en belastingen; g. ter uitvoering van een besluit van een ander bestuursorgaan of van een wet in formele zin dan wel daarop gebaseerd algemeen verbindend voorschrift waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; h. die hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit drie leden en kiest uit haar midden een voorzitter.
woorden impliceren dat de raad beoordelingsruimte heeft en dat is niet de bedoeling van deze uitzonderingsgrond.
Het bestaande artikel 3 wordt opgesplitst. Het nieuwe lid 3 behandelt uitsluitend de samenstelling van de referendumcommissie. In een nieuw in te voegen artikel 4 worden bepalingen
4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd.
3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen raadsadviseur. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente Zwolle.
NIEUW artikel 4
Zittingsduur 1 . De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen twee maal worden herbenoemd. 2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 3. De raad kan voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in het eerste lid, als het betreffende commissielid niet naar behoren functioneert, dan wel als door veranderde omstandigheden het lidmaatschap van het commissielid niet meer verenigbaar is met de onafhankelijke aard van de commissie, het betreffende commissielid ontslaan.
opgenomen over de zittingsduur van de leden van de referendumcommissie. In artikel 3, lid 3, is “plaatsvervangend griffier” vervangen door “door een door de griffier aan te wijzen raadsadviseur”. Reden: niet elke raadsadviseur is plaatsvervangend griffier. Dit nieuwe artikel 4 begint met het vijfde lid van het bestaande artikel 3. Toegevoegd worden bepalingen over het tussentijds ontslag van leden van de commissie en het voorzien in een aldus ontstane vacature.
4
Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: 1°. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; 2°. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure. 3°. de datum van het te houden referendum; b. college van burgemeester en wethouders te adviseren over: 1°. de stembiljetten, en 2°. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 11; 3°. Objectieve en neutrale voorlichting over het referendum c. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van deze verordening, en 2°. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te
4. In een ontstane vacature voorziet de raad zo spoedig mogelijk Artikel 5. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: 1°. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; 2°. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure. 3°. de datum van het te houden referendum; b. het college van burgemeester en wethouders te adviseren over: 1°. de stembiljetten, en 2°. de verstrekking van subsidies als bedoeld in Hoofdstuk 6 ; 3°. Objectieve en neutrale voorlichting over het referendum c. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van deze verordening, en
In artikel 5 (voorheen artikel 4) wordt de termijn van drie maanden (lid 2 sub e.) vervangen door “een redelijke termijn”.
verstrekken voorlichting over het referendum; d. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder c; e. binnen negen maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie kan besluiten om via loting een (zo representatief mogelijk) inwonerpanel samen te stellen. Het inwonerpanel helpt de referendumcommissie om het objectieve karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum te bevorderen. 4. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 5. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.
2°. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; d. klachten te behandelen die in verband staan met de toezichttaak, genoemd onder c; e. binnen een redelijke termijn na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt nadat een inleidend verzoek als bedoeld in artikel 5 lid 2 is ingewilligd , een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie kan besluiten om via loting een (zo representatief mogelijk) inwonerpanel samen te stellen. Het inwonerpanel helpt de referendumcommissie om het objectieve karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum te bevorderen. 4. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid.
5
Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden dient te wordt ondersteund middels ondersteuningsverklaringen van ten minste 1000 kiesgerechtigden (ca 1% van het aantal personen die kiesgerechtigd zijn). 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 2 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeente in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen bij dit verstrekte formulier. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.
5. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden dient te wordt ondersteund door middel van ondersteuningsverklaringen van ten minste 1000 kiesgerechtigden . 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 2 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet het college in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen bij dit verstrekte formulier. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres,
De enige inhoudelijke wijziging bestaat uit het vervallen van de passage uit het eerste lid “(ca 1% van het aantal personen die kiesgerechtigd zijn)“.
6
5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden dient te wordt ondersteund middels ondersteuningsverklaringen van ten minste 5000 kiesgerechtigden (ca 5% van het aantal personen die kiesgerechtigd zijn). 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerpraadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerpraadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt,
Artikel 7. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden dient te wordt ondersteund door middel van ondersteuningsverklaringen van ten minste 5000 kiesgerechtigden. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
In lid 8 is een wijziging doorgevoerd. Het raadsbesluit over het houden van een referendum is feitelijk overbodig. Als aan de indieningsvereisten uit dit artikel wordt voldaan is er geen grond voor de raad om te besluiten dat het referendum niet doorgaat. Voorkomen moet worden dat via hoofdelijke
3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeente de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt bij wijze van tussenstand na drie weken bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen mee voor het definitief verzoek. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid,
3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerpraadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet het college in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid is inhoudelijk identiek aan het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt bij wijze van tussenstand na drie weken bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen mee voor het definitief verzoek. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad kennis van het feit of aan de eisen
stemming een raadsbesluit tot stand komt inhoudende het niet doorgaan van een referendum terwijl wél aan de vereisten uit artikel 7 van de Referendumverordening wordt voldaan.
7
8
neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming kan gecombineerd worden met een reguliere Europese, landelijke-, provinciale of lokale verkiezing. 3. De stemming kan niet in een schoolvakantie van het basis- en voortgezet onderwijs van deze regio plaatsvinden.
van dit artikel is voldaan en de gevolgen hiervan met betrekking tot het houden van het referendum. Artikel 8. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Artikel 9. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden respectievelijk bij de kennisneming als bedoeld in artikel 7 lid 8, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming kan gecombineerd worden met een reguliere Europese, landelijke-, provinciale of gemeentelijke verkiezing. 3. De stemming kan niet in een schoolvakantie van het basis- en voortgezet onderwijs van deze regio plaatsvinden.
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
9
10 en 11
Vraagstelling referendum 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. 3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn en/of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. 4. Bij een meerkeuze referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen adviseert de referendumcommissie over de stemprocedure. De raad stelt de stemprocedure vast. 10. Budget, subsidieplafond en subsidiecriteria 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum.
Artikel 10. Vraagstelling referendum 1. Bij de bepaling van de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt dan wel zo spoedig mogelijk daarna stelt de raad de vraagstelling vast. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. 3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn en/of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. 4. Bij een meerkeuze referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen adviseert de referendumcommissie over de stemprocedure. De raad stelt de stemprocedure vast.
Geen inhoudelijke wijzigingen
Hoofdstuk 6 - subsidie Artikel 11 Doel en vaststelling subsidieplafond 1. Subsidie kan worden verstrekt met als doel het bevorderen van de individuele meningsvorming over het aan het
De subsidieparagraaf is ingrijpend veranderd en waar mogelijk afgestemd op de Zwolse subsidiesystematiek.
2. Tevens stelt de raad het subsidieplafond vast voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerp raadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft, dat wordt onderverdeeld in deelplafonds voor activiteiten die tot doel hebben: a. de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp raadsbesluit; b. de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp raadsbesluit, en c. het debat over het ontwerp raadsbesluit op neutrale wijze te bevorderen. 3. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van stemming; b. met winstoogmerk worden ondernomen; c. die zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist; 4. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: a. collectieven van ten minste tien kiesgerechtigde inwoners van de gemeente, en b. rechtspersonen, met uitzondering van politieke
referendum onderworpen ontwerpraadbesluit. 2. Onmiddellijk nadat vaststaat dat er een referendum komt, stelt de raad het bedrag vast dat beschikbaar is voor subsidieverstrekking ten behoeve van activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerpraadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft. Artikel 12 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: a. een collectief van tenminste 10 kiesgerechtigden, die met elkaar samenwerken aan de activiteit als bedoeld in artikel 12 en waarvan één kiesgerechtigde optreedt als penvoerder; b. een in Zwolle gevestigde rechtspersoon, met uitzondering van een politieke groepering als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. Artikel 13 Subsidiabele activiteiten Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit die tot doel heeft de kiesgerechtigden te informeren over de vraagstelling.
De aangebrachte wijzigingen in het kort: geen onderscheid in activiteiten voor of tegen het ontwerpraadsbesluit; verduidelijken wanneer een collectief in aanmerking komt voor subsidie; opnemen van (noodzakelijke) weigeringsgronden; in één stap komen tot subsidievaststelling gekoppeld aan uitbetaling, geen verantwoording achteraf; vermelden welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen; verfijning van de verdeelregels die onder het subsidieplafond vallen; opnemen indieningsvereisten aanvraag en beslistermijn.
groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 5. De subsidie bedraagt 100% van de redelijke kosten van de activiteiten, met uitzondering van loonkosten, en tot een maximum van € 7.500,- per aanvrager. 6. Het college van burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de begin- en einddatum van de aanvraagtermijn bekend. 7. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing. Artikel 11. Subsidieverlening en vaststelling 1. Binnen twee weken na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslist het college van burgemeester en wethouders over de subsidieverlening. 2. Subsidieverlening vindt plaats in volgorde van de door het college van burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 3. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college van burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal naar de mate waarin:
Artikel 14 Subsidiecriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: a. de activiteit draagt bij aan het informeren van de kiesgerechtigden over de vraagstelling ; b. de activiteit is openbaar; c. het gevraagde bedrag staat in verhouding tot het verwachte resultaat. Artikel 15 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 14 wordt een aangevraagde subsidie geweigerd als een of meer van de volgende situaties zich voordoet c.q. voordoen: a. de aanvraag een volgende aanvraag van aanvrager betreft die de aanvrager in één aanvraagperiode indient of waarbij de aanvrager betrokken is. b. de activiteit is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag; c. de activiteit geheel of gedeeltelijk plaatsvindt na de dag van stemming; d. de activiteit met winstoogmerk wordt ondernomen;
a. de activiteiten bijdragen aan het publieke debat en meningsvorming onder kiesgerechtigden: 40 punten; b. de activiteiten voor het publiek toegankelijk zijn of de uitingen openbaar zijn: 40 punten; c. het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het verwachte resultaat: 20 punten. 4. Uiterlijk zes weken na de dag waarop het referendum heeft plaatsgevonden dient de subsidieontvanger een inhoudelijk verslag of andere bewijsstukken in waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
Artikel 16 Niet subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: a. loonkosten voor de inzet van eigen uren van de aanvrager(s); b. verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; c. kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag; d. de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; e. kosten voor consumptie (eten en drinken) van de aanvrager(s); f. reis- en verblijfkosten van de aanvrager(s); Artikel 17 Subsidiehoogte en betaling De subsidie bedraagt maximaal 100 procent van de redelijk te achten kosten met een minimum subsidiebedrag van € 100 en een maximum subsidiebedrag van € 7.500. Artikel 18 Subsidieplafond en aanvraagtermijn 1. Voor subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond dat gelijk staat aan het bedrag als genoemd in artikel 11 lid 2.
2. Het college stelt de termijn vast waarbinnen aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend. Artikel 19 Wijze van verdeling 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is geldt als datum van ontvangst. Als het totaal van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de subsidies evenredig verlaagd met dien verstande dat een subsidie wordt geweigerd als verstrekking zou leiden tot een subsidiebedrag van minder dan € 100. 2. De evenredige verdeling vindt plaats naar rato van het bedrag dat de aanvrager volgens de beoordeling op grond van deze verordening zou ontvangen als er geen subsidieplafond zou gelden. Artikel 20 Indieningsvereisten 1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier wordt tegelijkertijd zowel fysiek als digitaal verkrijgbaar gesteld.
2. Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. Een activiteitenplan; b. Een begroting waaruit de inkomsten en uitgaven blijken, voorzien van een toelichting. 3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een collectief van tenminste 10 kiesgerechtigden overlegt de aanvrager in aanvulling op het voorgaande lid een overzicht van alle deelnemende kiesgerechtigden aan het collectief. Artikel 21 Aanvraagtermijn Het college stelt de aanvraagtermijn voor het indienen van een subsidieaanvraag vast. Artikel 22 Beslistermijn Het college beslist zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen 4 weken nadat de termijn voor het indienen van aanvragen is verstreken. Artikel 23 Vaststelling en uitbetaling De verstrekte subsidie wordt direct vastgesteld en in één keer uitbetaald.
12
Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.
Artikel 24. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.
Geen wijzigingen
13
Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid
Artikel 25. Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerpraadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als
Geen wijzigingen
14
die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te
referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.
Artikel 26. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te
Geen wijzigingen
15
16
gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Intrekking oude verordening De Referendumverordening 2010 wordt ingetrokken.
Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening Gemeente Zwolle 2023.
gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 27. Slot- en overgangsbepalingen 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de referendumcommissie, gehoord het presidium. 2. De Referendumverordening Gemeente Zwolle 2023 wordt ingetrokken. Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening Gemeente Zwolle 2026
Geen inhoudelijke wijzigingen
Geen wijzigingen