CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Advies van de Participatieraad over het Onderwijskansenbeleid

Raad Besluitvormingsronde 20 december 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Onderwijskansenbeleid en verordeningen subsidie1.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle Postbus 10007 8000 GA Zwolle Zwolle, 4 oktober 2021

Onderwerp: advies onderwijskansenbeleid Geacht College, Op 8 september ontving de Participatieraad de adviesaanvraag betreffende onderwijskansenbeleid. Op 23 september hebben leden van de Participatieraad het beleidsstuk doorgenomen. Daarbij zijn ook Toegankelijk Zwolle en de Jongerenraad betrokken. Allereerst geven we onze complimenten voor het beleidsstuk. Het is inhoudelijk een duidelijk plan dat stevig onderbouwd is. Het is prettig geschreven en daardoor goed leesbaar. U geeft in hoofdstuk 2 duidelijke achtergrondinformatie waardoor de basis van het stuk helder is. Uiteraard hebben wij ook een aantal adviezen die we graag meegeven. Die lichten we hieronder toe. Doel De gemeente heeft een helder doel voor ogen met dit beleid namelijk; het verbeteren van de onderwijskansen van kinderen van 0 tot 13 jaar met een (risico op een) onderwijsachterstand. Bij de subdoelen in hoofdstuk 3.3 laat de gemeente dit enigszins los. Daar wordt geschreven over álle peuters en niet alleen de peuters met een (risico op) onderwijsachterstand. Als subdoel beschrijft de gemeente dat 90% van alle peuters naar peuteropvang of een kinderdagverblijf gaat. De Participatieraad adviseert dit doel te verwijderen omdat dit losstaat van het hoofddoel dat gericht is op onderwijskansen voor kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand.

We adviseren om in de inleiding aan te geven dat wanneer u over peuters spreekt dat u hiermee ‘doelgroeppeuters’ bedoelt zodat duidelijk is dat dit stuk alleen geschreven is voor kinderen met (een risico op een) onderwijsachterstand. De doelgroep We adviseren het beleidsstuk te screenen op de delen waarin u beleid voor zowel ‘doelgroeppeuters’ als ‘reguliere peuters’ bij elkaar voegt. Deze nota is ons inziens niet bedoeld voor ‘reguliere peuters’. De punten die van toepassing zijn op alle peuters kunnen naar ons idee verwijderd worden. Bij de doelgroep definitie geeft de gemeente o.a. aan dat de verblijfsduur en opleidingsniveau van moeder één van de omgevingskenmerken zijn die worden meegenomen. Wij adviseren om hier te spreken over ouder(s) of verzorger(s) i.p.v. alleen over moeder.

1

Kinderopvang Daarnaast adviseren we om een breed begrip van kinderopvang te hanteren dus niet alleen peuteropvang of kinderdagverblijf maar ook andere vormen van kinderopvang zoals bijvoorbeeld gastouderopvang te benoemen. Naast de JGZ hebben alle vormen van voorschoolse kinderopvang de mogelijkheid om kinderen met (een risico op) achterstand te signaleren om hen vervolgens naar de JGZ te verwijzen. Eigen omgeving Bij doel 4 geeft de gemeente aan dat er minder segregatie in de voorschoolse voorzieningen en het onderwijs is. Zo zijn er afspraken met het primair en voortgezet onderwijs over inschrijvings- en toelatingsprocedures ten behoeve van een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen. Hoewel dit landelijk beleid is, adviseren we om ouders zelf te laten kiezen waar een kind naar school kan gaan. De Participatieraad vindt het belangrijk dat een kind naar school gaat in de wijk waar het opgroeit, indien dit gewenst wordt door het kind en /of de ouder(s) en verzorger(s). Zo kan het ook buiten schooltijd sneller met vriendjes of vriendinnetjes spelen en vindt de ontwikkeling in de dynamiek van de wijk plaats.

Mocht het zo zijn dat er in bepaalde wijken meer ondersteuning nodig is omdat er veel leerlingen met een onderwijsachterstand op één school zitten dan adviseren we om extra in te zetten in die wijken op ondersteuning in plaats van het kind uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen. Haal kinderen niet uit hun omgeving maar richt de ondersteuning aan kinderen op een andere wijze in. Ouderbetrokkenheid De gemeente geeft bij hoofdstuk 4.3 als doel aan dat ouders voldoende materiaal en/ of informatie krijgen om thuis stimulerende activiteiten te doen. Wij juichen ouderbetrokkenheid van harte toe. De Participatieraad adviseert om indien nodig ouders te ondersteunen bij het omgaan met materiaal en of de verstrekte informatie. Zoals u wellicht weet zijn diverse inwoners van Zwolle laaggeletterd of hebben lage basisvaardigheden. Ook kunnen er andere omstandigheden zijn waardoor ouders niet automatisch met materiaal, of informatie die hen verstrekt wordt, activiteiten met hun kind gaan ondernemen. Tevens adviseren we om diverse ouders gratis toegang tot de bibliotheek te geven, bijvoorbeeld mensen die laaggeletterd zijn of moeten rondkomen van een uitkering. Koppel dit ook aan activiteiten die al in de bibliotheek georganiseerd worden zoals activiteiten met de taalpunten.

Koppel zaken aan elkaar zodat activeren en stimuleren van taalontwikkeling en leesvaardigheid zo laagdrempelig mogelijk plaatsvindt en aanhaakt op aanbod dat er al is. Gezamenlijke verantwoordelijkheid Verder schrijft u dat ‘Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gewerkt aan optimale onderwijskansen voor het kind.’ Een prachtig doel waar de Participatieraad zich zeker in kan vinden. We adviseren om te benoemen welke rollen en verwachtingen er zijn. Gezamenlijke verantwoordelijkheid leidt dikwijls tot passief gedrag omdat betrokkenen denken dat een ander een bepaalde rol op zich neemt. Ouders geven aan dat het fijn is om te weten wat er van hen wordt verwacht. In hoofdstuk 4.5 wordt geschreven dat de gemeente inzet op de samenwerking en regie rondom het kind en men dit graag wil verstevigen. Dit vinden wij een prachtig streven. Er worden diverse partijen genoemd. De Participatieraad adviseert om hierbij ook ouder(s)/ verzorgers(s) en het kind te benoemen. Zij spelen een belangrijke rol in de samenwerking en regie rondom het kind. Het komt in de praktijk voor dat ouders en scholen 'tegenover elkaar' staan, in plaats van aan dezelfde 2

kant. Partnerschap is daarom essentieel. Wij adviseren om te onderzoeken waar ouders behoefte aan hebben als het gaat om partnerschap en vervolgens concreet te omschrijven hoe u de gezamenlijke verantwoordelijkheid vormgeeft. Tijdig contact tussen de voorschoolse voorziening en de basisschool In de nota staat dat meerdere basisscholen pas bij de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden kijken of de basisschool een passende plek is voor de aangemelde peuter. De Participatieraad adviseert om daar eerder op te sturen zodat al in een vroeger stadium duidelijk is of een peuter past op de basisschool en/ of er wellicht meer ondersteuning nodig is zodat bij de overgang naar de basisschool voldoende ondersteuning is, zodat ook kinderen met een achterstand vanaf het begin van de basisschool zich kunnen ontwikkelen binnen hun mogelijkheden. En er wordt voorkomen dat kinderen langer gebruik moeten maken van een peuteropvangvoorziening omdat er nog geen geschikte basisschool is gevonden. Waarbij we nogmaals nadrukkelijk adviseren om een peuter in de eigen woonomgeving, wijk, te plaatsen op een passende basisschool. Monitoring Om de doelstellingen te monitoren en op basis daarvan aanvullende acties te ondernemen start de gemeente met een nieuwe peutermonitor. De Participatieraad onderschrijft het belang van monitoren. Echter er wordt al veel gemonitord.

We adviseren om de administratieve lasten voor begeleiders en professionals zo laag mogelijk te houden. Daarnaast adviseren we te inventariseren welke monitors er op dit moment allemaal zijn, waar overlap zit en of dit effectiever en efficiënter ingezet kan worden. Zo monitort de Jeugdgezondheidszorg al diverse zaken, is er de Vve-monitor en zijn er diverse andere monitoren gericht op kinderen. Wellicht is een nieuwe monitor niet nodig en wordt er al voldoende vastgelegd. Ook in hoofdstuk 4.2 schrijft de gemeente over monitoring. Er staat: De vraag is vervolgens hoe meten we doelstelling en hoe kunnen we de resultaten op een heldere en volledige manier monitoren? Hiervoor zetten we een monitor voor voor- en vroegschoolse educatie op (vve-monitor). Door het vervolgens bespreken van de resultaten van de monitor willen we een kwaliteitsdialoog op gang brengen waarbij gekeken wordt welk beleid is vormgegeven en hoe de uitvoering plaatsvindt. De essentie is dat gezocht wordt naar kwaliteitsbewustzijn van voor- en vroegschoolse educatie en om waar nodig en mogelijk gezamenlijk een kwaliteitsverbetering door te voeren. De Participatieraad adviseert om het proces te beschrijven met duidelijke begin- en eindpunten. We adviseren u duidelijk te omschrijven waar de monitor zich op richt en hoe de gemeente gebruik kan maken van bestaande screenings en monitoren.

Op pagina 11 van de nota staat: Aanvullend is het voor ouders (en professionals) handig om een overzicht te hebben van de mogelijkheden die zij zelf hebben, en de activiteiten en ondersteuningsmogelijkheden die er zijn in de stad om de onderwijskansen van hun kind(eren) te vergroten. Daarnaast wilt u tevredenheid van ouders monitoren. De Participatieraad adviseert om bij beide punten ervaringsdeskundigen te betrekken. Zowel bij het inrichten van de monitor als bij het bereiken van de doelgroep. Ervaringsdeskundigen kunnen ondersteunen bij het opstellen van een communicatieplan of andere zaken waardoor meer ouders (en professionals) bereikt worden.

3

Subsidie Op pagina 9 staat: Uit landelijk onderzoek blijkt dat de educatieve kwaliteit in kleuterklassen voor verbetering vatbaar is en zou subsidie kunnen worden ingezet voor de verhogen van de educatieve kwaliteit. De Participatieraad adviseert om duidelijk te omschrijven wie toetst en bepaalt of nieuwe initiatieven aansluiten bij bestaand beleid. Doorgaande lijn van voor- naar vroegschoolse educatie verbeteren Bij een doorgaande (ontwikkelingsleer)lijn voor de voor- en vroegschoolse educatie gaat het om een ononderbroken ontwikkelingsgang van kinderen van de voorschoolse voorziening naar de basisschool. De Participatieraad adviseert om ouders hierbij te betrekken en dit via een warme overdracht te laten plaatsvinden. Mocht een kind pleegouders hebben dan adviseren we om deze gelijk te behandelen met biologische ouders en dus ook hier te zorgen voor een warme overdracht. Dit is nu dikwijls niet het geval aangezien pleegouders wettelijk niet altijd de vertegenwoordiger zijn maar het pleegkind wel dagelijks zien en dus betrokken zijn bij het kind. Indien ouders het wenselijk vinden, adviseren we om ouders te ondersteunen bij gesprekken met de school door middel van een onafhankelijk ondersteuner. Huidige activiteiten voortzetten Op pagina 9 wordt beschreven welke activiteiten voortgezet worden.

Er wordt bij dit kopje echter ook geschreven over de vermindering van de inzet van VVE ondersteuning en verderop schrijft men dat er beter gekeken wordt of de subsidie daadwerkelijk bijdraagt aan de gestelde doelen. Hoewel de Participatieraad dat laatste van harte toejuicht adviseren we u om dit niet onder het kopje ‘huidige activiteiten voortzetten’ te beschrijven aangezien dit naar ons idee niet onder ‘huidige activiteiten voortzetten’ valt. Sociaal medische indicatie Verder willen we u meegeven dat we blij zijn dat er een aanpassing plaatsvindt in de sociaal medische indicatie (SMI-regeling). In de gemeente Zwolle is de SMI-regeling vormgegeven als bijzondere bijstand. Dat betekent dat ouders die niet vallen onder de inkomenscriteria van de bijzondere bijstand niet in aanmerking komen voor de SMI-regeling. Het idee van de SMI-regeling is dat ouders ervoor in aanmerking kunnen komen ongeacht hun inkomen. Fijn dat dit in Zwolle aangepast gaat worden. Verordeningen Naast de beleidsnota zijn er twee verordeningen (15 en 16) meegezonden. Verordening 15 is vergeleken met de voorgaande verordening over dit onderwerp veel uitgebreider en gedetailleerder beschreven. Dat vindt de Participatieraad een goede ontwikkeling. Bij verordening 16 zijn we van mening dat er weer twee verschillende groepen door elkaar worden beschreven zoals we hierboven al eerder hebben opgemerkt.

De nota gaat uit van kinderen met een achterstand of met een risico daarop terwijl in verordening 16 ook ‘reguliere’ peuters worden benoemd. We adviseren u om hierin onderscheid aan te brengen. Mocht ons advies aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan horen we dat graag. Met vriendelijke groet, Aljona Wertheim Voorzitter Participatieraad Zwolle 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1900e01a-e7eb-4d53-b64f-5bdb51099117