2.2 Verkenning Accommodaties culturele en creatieve sectoren Zwolle, HEVO, 2020.
Tekst van het document
Er is een voorkeur om in (de rand van) het centrum gevestigd te zijn. De vraag is of dit mogelijk is, of dat het wenselijk is om de samenwerking met de regio op het gebied van cultuur serieus vorm te geven en concreet
20
Zonder volledig te zijn kan men denken aan startende ondernemers op het gebied van industrial design, kunstzinnige vorming, fotografie, theater/drama, muziekproductie e.d. 1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 26 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
•
•
te maken. ‘Rafelranden’ hebben doorgaans ook een zekere mate van tijdelijkheid. Zolang ze er kunnen zijn (omdat er geen andere ontwikkelingen zijn op die plek) kan de gemeente die locaties koesteren. Maar structureel dient de gemeente toe te werken naar het opbouwen van hotspots. Dit kan het volgende betekenen: Het transformeren van een plek aan een rafelrand tot een bloeiende hotspot. Of de verplaatsing van structurele activiteiten van een rafelrand naar een hotspot elders in de stad. Zwolle heeft veel te bieden aan de regio, de regio soms minder aan Zwolle. Meerdere organisaties geven aan dat ze ook samenwerken met ondernemers en instellingen buiten Zwolle, maar dat deze samenwerkingen over het algemeen niet gebonden zijn aan de regio. Wat tevens naar voren komt uit diverse interviews is dat men wel wil samenwerken met andere (culturele) organisaties buiten Zwolle, maar dat deze samenwerking volgt uit een intrinsieke motivatie. Geografisch gezien kan Zwolle een koppeling zijn in de regio waar de creative board en economic board samenkomen.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 27 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
4.
Aanbod en vergelijking met benchmarksteden In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de gegevens die bekend zijn over het aanbod van culturele en creatieve accommodaties. Vervolgens wordt een vergelijking gemaakt met vier Nederlandse steden: Groningen, Leeuwarden, Eindhoven en ’s-Hertogenbosch. Deze vier steden zijn gekozen omdat deze op verschillende punten vergelijkbaar zijn met Zwolle of een voorbeeldfunctie hebben met betrekking tot de ambitie die Zwolle heeft. Zo speelt in alle benchmarksteden onderwijs een grote rol (hbo of wo), is Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa geworden en heeft Eindhoven de laatste jaren grote stappen gezet op het gebied van creatieve industrie en economische ontwikkeling. Qua omvang zijn de steden alle middelgroot. Wat ook een rol heeft gespeeld bij de keuze van deze vier benchmarksteden is de beschikbaarheid van betrouwbare gegevens om de steden met elkaar te kunnen vergelijken, onder andere The Cultural and Creative Cities Monitor21.
4.1.
Aanbod culturele accommodaties en creatieve industrie In figuur 4.1 is te zien dat het aantal bedrijven in de creatieve sector in alle drie de subsectoren tussen 2010 en 2016 behoorlijk is toegenomen. Figuur 4.2 laat zien dat het aantal arbeidsplaatsen in iedere sub-sector ongeveer het dubbele is van het aantal bedrijfsvestigingen. In 2016 waren er in totaal 2.100 werknemers in de creatieve industrie en 1.179 bedrijfsvestigingen. Dit betekent dat iedere vestiging gemiddeld 1,8 werknemers telde. Figuur 4.1: aantal bedrijven per sector in Zwolle (Bron: BIRO (bedrijfsvestigingen, 2017))
BEDRIJFSACTIVITEITEN DEELSECTOREN Kunsten en cultureel erfgoed: met name schrijven en overige scheppende kunst, beoefening van podiumkunst, dienstverlening voor uitvoerende kunst, kunstzinnige vorming van amateurs, producenten van podiumkunst. Media en entertainment industrie: met name fotografie, productie van films (geen televisiefilms), maken en uitgeven van geluidsopnamen, uitgeverijen van boeken, facilitaire activiteiten voor film- en televisieproductie, circus en variété. Creatieve zakelijke dienstverlening: met name reclamebureaus, communicatie en grafisch ontwerp, public relations bureaus en organisatie van congressen en beurzen.
21
(The Cultural and Creative Cities Monitor, The European Committee, 2017)
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 28 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Figuur 4.2: aantal bedrijven en arbeidsplaatsen per sector in Zwolle (Bron: BIRO 2016, cijfers bewerkt door afd. I&O gemeente Zwolle, Arbeidsplaatsen zijn parttime en fulltime)
Het is niet eenvoudig een vergelijking te maken met andere steden. Het is onduidelijk of de definities van ‘kunstenaars’ en andere typen cultureel ondernemers in de verschillende steden met elkaar overeenkomen. Figuur 4.3 komt uit een onderzoek naar atelierbehoefte dat de gemeente Groningen heeft laten uitvoeren22. Uit de figuur is af te lezen hoeveel kunstenaars er naar schatting zijn in Groningen, Arnhem, Utrecht en Maastricht. Figuur 4.3: aantallen kunstenaars in diverse steden (Onderzoek atelierbehoefte Groningen, DSP - Groep, 2010) Dit is een extra bron bovenop de benchmark die in alinea 4.4 wordt toegelicht. Deze figuur gaat over andere steden dan de benchmarksteden, omdat in deze specifieke bron geen gegevens over de gekozen benchmarksteden beschikbaar zijn.
22
(Onderzoek atelierbehoefte Groningen, DSP - Groep, 2010)
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 29 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
4.2.
Gegevens accommodaties in Zwolle Het is ook belangrijk om te kijken naar hoeveel vierkante meter vastgoed er nu beschikbaar is in Zwolle voor de creatieve industrie en culturele accommodaties. Hiervoor zijn gegevens beschikbaar gesteld door de afdeling vastgoed van de gemeente Zwolle en door de Creatieve Coöperatie en DOAS, zie tabel 4.1. Tabel 4.1: aanbod accommodaties bij gemeente Creatieve Coöperatie en DOAS Accommodaties in eigendom van gemeente Aantal m² Ateliers en werkplaatsen 6 4.049 SAZ ateliers 4.049 Tentoonstellingsruimte 3 870 Blauwdruck 150 Langhuis 645 Stichting Palet 75 Theaterruimte 2 6.715 De Spiegel 3.855 Odeon 2.860 Studio’s en oefenruimten (pop & muziekschool) 1 3.595 Rieteweg 10 (Creatieve Coöperatie) 3.595 Poppodia 2 3.201 Hedon 2.916 Eureka 285 Musea 3 3.108 De Fundatie 1.762 Herman Brood Experience 154 Allemaal Zwolle 1.192 Filmhuis 1 482 Het Fraterhuis 482 TOTAAL 22.020 Accommodaties Creatieve Coöperatie Aantal units m² Esdoornstraat 60 6.073 Gemeenschappelijke ruimten: grote houtwerkplaats, twee grote werkplaatsen, ’t atelier, de Vide, restaurant, fotostudio. Let op: deze oppervlakte is een benadering, omdat alleen over de begane grond gegevens bekend zijn. Oppervlakte is inclusief binnenplein. Het achter terrein met zeecontainers geeft in de toekomst plek voor circa 10 ondernemers en een programmering op beeldende/ruimtelijke/experimentele kunst.
Rieteweg 10 (eigendom gemeente)
23
3.595
Sommige ruimten worden door meerdere ondernemers gehuurd; op termijn wordt één ruimte opgesplitst.
Grote Voort (in ontwikkeling)
71
6.165
Plannen: er komen circa 71 zelfstandige units; 12 werkplaatsen, 23 ateliers/kantoorruimten, 7 grote units op maat, 1 dansstudio, 6 studioruimten en 22 kantoorunits. Eén theaterwerkplaats (600 m²), een horecagelegenheid (250 m²) en nog te ontwikkelen gemeenschappelijke ruimten.
DOAS, kunst cultuur en ambacht DOAS, diverse ateliers
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Ruimten 28
m2 1.948
Pagina 30 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
In de atelierruimten van DOAS zitten culturele (zoals dans, ceramiek, beeldende kunst en zang) en creatieve (zoals meubelvormgeving, grafisch ontwerp en een edelsmederij) door elkaar. Daarom is ervoor gekozen om de volledige oppervlakte van de DOAS ateliers gericht op creatieve en culturele activiteiten op te nemen in het overzicht in tabel 4.1. In bijlage 5 is een overzicht van de atelierhouders van DOAS opgenomen.
Aanname benodigd aantal ateliers/units/tentoonstellingsruimten Introductie Op basis van het huidige aanbod, het gegeven dat er wachtlijsten zijn voor betaalbare ruimten, en het gegeven dat het aantal inwoners van Zwolle gaat toenemen, kan een grove aanname worden gemaakt van het benodigde aantal ateliers in de toekomst. Ook hebben diverse gesprekspartners aangegeven dat de behoefte aan tentoonstellingsruimte groot is en dat het huidige aanbod daarin tekortschiet. Duidelijke benchmarkgegevens voor tentoonstellingsruimten zijn echter niet beschikbaar. Ateliers/units Het aantal wachtende creatief ondernemers in andere steden schommelt tussen 20 en 50% van het totaal dat reeds een plek heeft. Als we ervan uitgaan dat Zwolle zich ontwikkelt tot een stad of regio met een vergelijkbaar sterk economisch profiel, dan zou Zwolle een vergelijkbare aanzuigende werking op creatief ondernemers krijgen. De ambitie zou moeten zijn om in vergelijking met andere steden aan de onderkant van het percentage wachtenden uit te komen; enige spanning op de voorzieningen is gezond, ze worden dan goed benut en er ontstaat geen overcapaciteit. Met het huidige aanbod dat we in beeld hebben (tabel 4.1) beschikt Zwolle over 15.665 m² aan ateliers en units in de grotere broedplaatsen (ruimten van SAZ, de Creatieve Coöperatie en DOAS bij elkaar opgeteld).
Met de ontwikkeling van de Grote Voort komt daar nog eens 6.165 m² ofwel circa 50% bij. In de wetenschap dat er elders in de gemeente (en regio) nog kleinere locaties zijn (denk aan Eureka), maakt Zwolle al een forse ontwikkeling door. Ter vergelijking, het Eindhovens Dagblad schreef in 2019 over nieuwbouwplannen om het aanbod in atelierruimten in Eindhoven te vergroten van 8.000 naar 15.000 m2. Hoewel het niet duidelijk is wat in dit nieuwsbericht precies wordt verstaan onder atelierruimten, is dit wel een indicatie dat Zwolle in vierkante meters een ruim aanbod aan atelierruimten heeft. De huidige situatie in Zwolle zou ongeveer gelijk zijn aan de toekomstige situatie in Eindhoven, terwijl Eindhoven circa 100.000 inwoners meer telt. Het lijkt erop dat niet zozeer het aanbod in m²’s als wel de betaalbaarheid voor (startende) creatief ondernemers een issue is. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat de huur bij aanvang voor start-ups € 50,- per m2 per jaar bedraagt (dit is een in Nederland gangbaar bedrag dat start-ups zouden moeten kunnen opbrengen). Na drie jaar mag dan de marktconforme huur gaan gelden (die is afhankelijk van de regio en de kwaliteit van de huisvesting; een richtprijs zou circa 80 tot 90 euro per m2 kunnen zijn). Huidige huurprijzen bij SAZ, DOAS en Stichting Creatieve Coöperatie zijn te zien in tabel 4.2.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 31 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Tabel 4.2: huurprijzen ateliers SAZ, DOAS en Stichting Creatieve Coöperatie (prijzen zijn onder voorbehoud van wijzigingen) Locatie Huurprijs/m2/jaar (excl. btw) Servicekosten Rieteweg 10 €40,€750,- per ruimte per jaar en €22,- voorschot energie per maand (prijspeil 2020) Esdoornstraat atelierruimte €60,- tot €80,€40,- per maand Esdoornstraat kantoorruimte €95,€40,- per maand Grote Voort atelierruimte €50,- tot €110,Afhankelijk van grootte SAZ-locaties € 27,12 tot € 37,20 Kale huur, servicekosten (incl. gas, water, licht) niet bekend DOAS ateliers €55,Excl. servicekosten Verder is het perspectief van het aanbod op de langere termijn een aandachtspunt; diverse ateliers met gezamenlijk een fors aandeel in het beschikbare oppervlak zijn gevestigd in verouderde locaties die mogelijk op termijn een andere bestemming krijgen. De gemeente zal moeten anticiperen op de tijdelijkheid van diverse atelierlocaties en vastleggen dat wanneer een locatie zal komen te vervallen, hiervoor in de plaats ruimte voor creativiteit vrijkomt. Bijvoorbeeld, hoewel vastgelegd is dat de locatie aan Rieteweg 10 ophoudt in 2024, is ook vastgelegd dat er een alternatieve locatie voor in de plaats moet komen tegen die tijd. Tentoonstellingsruimten Met de beschikbare ruimte van 870 m² constateren we op basis van de interviewresultaten dat er een tekort is (er zijn hiervoor geen benchmarkgegevens beschikbaar).
Activiteiten die tentoonstellingsruimte vragen, bestaan grofweg uit twee categorieën: • Kleinere exposities met een ruimtevraag van de schaal van een galerie ofwel in de orde van grootte van enkele tientallen tot 100/200 m². • Artistieke evenementen of bedrijfsmatige tentoonstellingen waarvoor een ruimte in de vorm van een hal noodzakelijk is, vaak ter grootte van circa 1.000 m². De economische groei van de Zwolse regio zal op beide punten tot meer activiteit leiden. Het is daarom denkbaar dat het huidige aanbod aan tentoonstellingsruimten zou kunnen verdubbelen of groeien tot circa 2.000 m². De exploitatie van deze voorzieningen is geen kerntaak van de gemeente. De gemeente dient ook niet het leegstandsrisico te lopen. De gemeente kan in het beleid van gebiedsontwikkeling wel sturen op de groei van tentoonstellingsruimten en desgewenst voor kleinere creatief ondernemers subsidie verstrekken ten behoeve van een betaalbare huur (te verrekenen met de private aanbieder van tentoonstellingsruimte).
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 32 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Kansrijke locaties in Zwolle voor broedplaatsen Er zijn een aantal locaties in Zwolle die specifiek benoemd kunnen worden als kansrijke locaties voor broedplaatsen, omdat deze locaties geschikt zijn als broedplaats of juist goed kunnen profiteren van een broedplaats. • Weeme – Een oud gebouw uit circa 1500, een kansrijke locatie omdat het in de binnenstad zit. • Het Celekwartier in de binnenstad. • De Papendwarsstraat, een tijdelijke locatie die de gemeente beschikbaar heeft gesteld aan Cibap voor ‘Made by Cibap’ en ‘Dwarz’. Het is een locatie met een ondernemende en experimentele functie, die wellicht zou kunnen worden uitgebouwd. • De binnstad herbergt een aantal oude stadskelders die een functie kunnen hebben als broedplaats. • De twee wijken Stadshagen en De Tippe zijn wijken waar momenteel veel woningen gebouwd worden, waar ook veel creatieven wonen. Er is in deze wijken echter nog niet een broadplaatsfunctie, wat wel kansrijk zou kunnen zijn.
4.3.
Spreiding culturele accommodaties en creatieve industrie De spreiding van culturele en creatieve accommodaties is medio 2019 onderzocht door een trainee van de gemeente Zwolle. Tabel 4.3 geeft weer hoeveel ondernemers er per wijk actief zijn. Er ontstaat zo een beeld wat de oriëntatie per deelsector is. Zie ook bijlage 6 voor een overzichtskaart. Tabel 4.3: Ondernemers in de verschillende deelsectoren, per wijk (Creatieve industrie, de groeiparel van Zwolle, Gemeente Zwolle, 2019) Media en entertainment Creatieve zakelijke Kunsten en cultureel erfgoed industrie dienstverlening Aa-landen 77 37 14 Assendorp 229 71 57 Berkum 25 19 19 Binnenstad 89 32 32 Diezerpoort 140 55 35 Holtenbroek 72 28 15 Ittersum 62 44 21 Kamperpoort37 31 12 Veerallee Marsweteringlanden 20 11 15 Poort van Zwolle 9 4 5 Schelle 68 28 14 Soestweteringlanden 2 1 Stadshagen 90 54 41 Vechtlanden 4 3 4 Westenholte 25 17 7
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 33 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Wipstrik Onbekend Totaal
49 15 1013
25 2 461
23 21 336
De drie sectoren zijn onderling niet significant ruimtelijk van elkaar gescheiden. De sector kunsten en cultureel erfgoed is nadrukkelijker op centrum en centrumnabijheid gericht. De andere sectoren hebben ook die gerichtheid, maar minder dominant. Niet het centrum zelf is in deze leidend, maar de eerste ring daaromheen. Het centrum zelf herbergt veel andere, concurrerende commerciële functies. De eerste ring biedt meer mogelijkheden qua beschikbaarheid van ruimten, qua prijsstelling en is wat betreft woonmilieu vaak divers qua bevolkingssamenstelling en aanwezige functies. Deze oriëntatie is relevant in het licht van de opmerkingen over het creëren van ‘hotspots’ (zie ook paragraaf 3.5) in de eerste en tweede ring (ervan uitgaande dat de binnenstad zelf al een hotspot is). Wanneer we de gegevens uit de bovenstaande tabel op een kaart zouden plotten, zouden we zien dat de spreiding nu breed is. In de implementatie van het accommodatiebeleid kan de gemeente sturen op het in toenemende mate concentreren van activiteiten in hotspots (zie ook paragraaf 3.5).
4.4.
Benchmark met Nederlandse steden Om een beeld te krijgen van het gemiddelde aanbod van culturele accommodaties in Nederlandse steden is een benchmark gemaakt van vier steden, namelijk: Eindhoven, Groningen, Leeuwarden en ’s-Hertogenbosch. Het zijn steden met kenmerken die we ook in Zwolle terug zien: belangrijke regionale functie, hoger onderwijs binnen de stadsgrenzen en aansprekende instellingen in de culturele en creatieve sectoren. Deze vier steden waren verder allen onderdeel van The Cultural and Creative Cities Monitor, opgezet in opdracht van de European Committee23. Omdat niet volledig inzichtelijk is welke bronnen deze cities monitor gebruikt, is ervoor gekozen om een gemiddelde te hanteren van de gegevens uit de benchmark en de gegevens die gevonden zijn op diverse Nederlandse websites. In tabel 4.4 is te zien welke aantallen accommodaties de vier benchmarksteden en Zwolle hebben per 100.000 inwoners. Voor specifieke categorieën geldt: • Voor het aantal bioscoopbezoekers waren voor de benchmarksteden geen betrouwbare cijfers te vinden in andere bronnen. Voor Zwolle zijn hier wel cijfers over gepubliceerd in het onderzoek “Film in Zwolle”24.
• Voor theaters is onderscheid gemaakt tussen drie categorieën: het totaal aantal theaters, het aantal grote theaters waarbij de grote zaal tussen de 500 en 1000 zitplaatsen heeft en grote theaters waarbij de grootste zaal meer dan 1000 zitplaatsen
23 24
(The Cultural and Creative Cities Monitor, The European Committee, 2017) (Film in Zwolle: een Benchmark, Film Kennis Centrum, 2019)
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 34 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
heeft. Dit laatste onderscheid is gemaakt omdat een theater met een zaal van 1000 of meer zitplaatsen grote producties kan aantrekken. De grote zaal in Theater de Spiegel, Zwolle, heeft circa 950 zitplaatsen en valt daarmee net buiten deze categorie. In bijlage 4 is inzichtelijk welke accommodaties hierin voor de gemeente Zwolle zijn meegenomen. Tabel 4.4: benchmark accommodaties culturele en creatieve sectoren Accommodaties/100.000 inwoners Musea Poppodia Theaters Theaters grote zaal 5001000 zitplaatsen
Theaters grote zaal >1000 zitplaatsen
Eindhoven
Groningen
Leeuwarden
Den Bosch
Gemiddeld
Zwolle
3,7 1,9
3,2 1,3
8,5 2,4
4,2 1,3
4,9 1,7
3,1 0,8
8,0
2,4
2,0
6,8
4,8
4,7
0,4
0,0
0,0
0,6
0,3
1,6
0,4
0,9
0,8
0,0
0,5
0,0
Eindhoven
Groningen
Leeuwarden
Den Bosch
Gemiddeld
Zwolle
9,2
3,5
3,7
9,0
6,4
5,9
Aantal bezoekers/aantal inwoners Bioscoopbezoekers
In tabel 4.4 is zichtbaar dat Zwolle over het algemeen een wat lager aandeel culturele accommodaties heeft dan wat gemiddeld is bij de vier benchmarksteden. Per specifieke categorie: • Op het gebied van de grotere theaters (500-1000 zitplaatsen) heeft Zwolle juist een groot aandeel, namelijk twee grote theaters, wat 1,6 per 100.000 inwoners is. Eindhoven en Groningen hebben ook twee grote theaters, waarvan een deel zelfs in de categorie >1000 zitplaatsen valt, maar deze twee steden hebben ook circa 100.000 inwoners meer dan Zwolle. ’s-Hertogenbosch en Leeuwarden, qua inwoneraantal meer vergelijkbaar met Zwolle, hebben beide één groot theater. Het theater in Den Bosch heeft minder dan 1000 zitplaatsen in de grote zaal. Op het gebied van musea, poppodia en het totaal aantal theaters telt Zwolle minder accommodaties dan de benchmarksteden. • In Zwolle zijn er ook minder bioscoopbezoekers dan in de overige steden. Met name in Eindhoven en ’s-Hertogenbosch is het aantal bioscoopbezoekers in verhouding tot het aantal inwoners veel hoger dan in Zwolle. In Groningen en Leeuwarden is dit aantal echter lager. Kijkend naar het gemiddelde in combinatie met de groeiambitie van de gemeente Zwolle sluit de wens van Het Fraterhuis om uit te breiden25 aan bij het algemeen beeld dat deze cijfers laten zien.
25
(Film in Zwolle: een Benchmark, Film Kennis Centrum, 2019)
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 35 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Tabel 4.5: Cultuurindex Atlas voor gemeenten (2018) Aandeel banen in creatieve sector Aandeel banen in culturele sector Uitvoeringen podiumkunsten per 1000 inwoners
Eindhoven
Groningen
Leeuwarden
Den Bosch
Zwolle
Gemiddeld G50
4%
4,5%
3,5%
4,2%
3%
5%*
1,2%
1,8%
1,5%
1,3%
1%
1,8%
7
7
6,3
6,6
5,4
6,2
*Gemiddelde van de G50 steden wordt sterk beïnvloed doordat één van de steden, Hilversum, een opmerkelijk hoog percentage heeft. Bron: Atlas voor gemeenten (2018)
Ook uit de cultuurindex in de Atlas voor gemeenten (zie tabel 4.5) volgt dat Zwolle wat achterloopt op de benchmarksteden op het gebied van banen in de creatieve sector, banen in de culturele sector en uitvoeringen in de podiumkunsten. Dit is in lijn met de verwachting gezien het feit dat het aandeel culturele accommodaties in Zwolle lager is dan het gemiddelde van de benchmarksteden. Conclusie benchmark: stad en regio Wanneer we Zwolle als stad vergelijken met andere steden, blijven het aantal culturele accommodaties, het aantal uitvoeringen van podiumkunsten en de werkgelegenheid in de culturele sector onder het gemiddelde. Alleen op het punt van de grotere theaters scoort Zwolle bovengemiddeld. Het gaat dan om theaters met middelgrote zalen, want in tegenstelling tot Leeuwarden, Groningen en Eindhoven heeft Zwolle geen theater met een zaal waar minimaal 1000 zitplaatsen zijn. De regio - met naast Zwolle nog 20 gemeenten - biedt op het gebied van culturele accommodaties meer voorzieningen dan de stad alleen. Voor het invullen van specifieke behoeften zoals een grotere variatie in zalen en het gebruik van repetitieruimten kan Zwolle op deze voorzieningen terugvallen. Voor Zwolle is dit zonder meer een aandachtspunt: de voorzieningen in de regio bieden mogelijkheden die beter benut kunnen worden.
Echter, in de benchmark is het niet mogelijk de gehele regio in beschouwing te nemen omdat de vergelijking met de benchmarksteden dan mank gaat; het geografisch gebied wijkt sterk af van de steden, van de benchmarksteden beschikken we niet over regionale gegevens/grenzen en het gemiddeld voorzieningenniveau per inwoner zal waarschijnlijk verder dalen. Het aantal inwoners van de regio bedraagt immers bijna 750.000, maar niet duidelijk is vooralsnog welke culturele accommodaties we per kern in de regio mee kunnen rekenen voor een adequate vergelijking met de benchmarksteden of -regio’s.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 36 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
4.5.
Atelier- en broedplaatsenbeleid in andere Nederlandse steden Niet alleen de feitelijke gegevens zoals het aantal musea en poppodia vergelijken met die van andere steden is leerzaam. Ook een inkijk in het beleid van andere steden, bijvoorbeeld op het gebied van broedplaatsen of ateliers, is van grote toegevoegde waarde. Bijlage 7 geeft een samenvatting van het atelier- en broedplaatsenbeleid van Eindhoven, Amsterdam en Nijmegen. Uit de aanpak van deze drie steden komen een aantal werkwijzen en gedachtegangen naar voren waar de gemeente Zwolle lering uit zou kunnen trekken. Iets wat terugkomt in het atelierbeleid/broedplaatsenbeleid van de drie steden is dat er richting is gegeven aan waar de focus ligt en bijvoorbeeld op welke doelgroep(en) gericht is. Voorbeelden zijn het richten op startende (creatief en cultureel) ondernemers of een focus op broedplaatsen waar kunstenaars, creatief ondernemers en cultureel ondernemers in contact komen met elkaar en met de wijk. Dit is in lijn met de uitspraken uit meerdere interviews die zijn gevoerd in het kader van het huidige onderzoek: de gemeente moet keuzes maken, een richting kiezen. Onderstaand volgt een opsomming van overige interessante onderdelen uit het beleid van Eindhoven, Amsterdam en Nijmegen.
Op basis van deze punten kan de gemeente Zwolle afwegingen maken in het kiezen van beleidsdoelstellingen, richting, uitgangspunten en invulling van het beleid (het is dus niet zo dat de gemeente Zwolle al deze punten zou moeten overnemen, maar deze juist kan gebruiken als input in het kiezen van een richting, een visie). • Als gemeente ook aanbieder van ruimte zijn. • Nadeel van tijdelijke verhuur is dat alle partijen minimaal investeren (bepaal waar kortdurende huur mogelijk is en waar langduriger contracten noodzakelijk zijn). • Zorg voor een mix van bedrijvigheid, niet enkel starters. • Zorg voor ‘rauwe’ plekken waar creatieven kunnen ‘pionieren’. • Broedplaatsen meenemen in het programma bij uitgeven van tenders voor stedelijke ontwikkeling. • Ondersteunen in de ontwikkeling van broedplaatsen (coaching, netwerk, onderpand verzorgen voor een lening, subsidies). • Tijdelijke contracten om doorstroom te bevorderen. • Uitzondering (toptoets) voor kunstenaars die wel ontwikkelen maar niet meer gaan verdienen (of juist niet, en ervoor staan dat ondernemerschap onderdeel van het vak is). • Een duidelijk beeld hebben van welke profilering/eigenschappen een broedplaats zou moeten hebben. • Een algemene subsidie met weinig kaders, om een diversiteit aan ontwikkelingen mogelijk te maken.
• Een focus op het creëren van een (culturele) hotspot in de stad, een plek waar diverse functies samenkomen, waar de creatieve industrie een grote rol speelt en een plek die grote aantrekkingskracht op bezoekers heeft.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 37 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
5.
Ambities en uitgangspunten gemeente
5.1.
Rol van de gemeente Bij de ambities van de gemeente hoort een ontwikkeling van de culturele infrastructuur. Hierin wil de gemeente niet alleen een faciliterende rol innemen, maar ook een regisserende rol. Voorop staat de groei die de stad Zwolle autonoom al doormaakt. Deze groei wordt ondersteund door de gemeente en de gemeente wil de ontwikkeling van cultuur die daarbij hoort aanjagen en faciliteren, bijvoorbeeld door middel van accommodaties. De gemeente neemt een regisserende rol in door de stad te voorzien van vastgoed waaruit de gewenste ontwikkeling van cultuur voortkomt.
5.2.
Een afwegingskader Het is belangrijk om een afwegingskader op te stellen op basis waarvan: 1. Op de korte termijn incidentele aanvragen kunnen worden gehonoreerd of niet, en; 2. Op de langere termijn in het accommodatieplan geformuleerd kan worden waar de gemeente wel en niet in zou moeten investeren.
Criteria afwegingskader Het afwegingskader zal gebaseerd zijn op zeven criteria, die vanuit de ambities en uitgangspunten van de gemeente worden ingevuld. Het afwegingskader geeft aan in welke situaties de gemeente positief zou moeten reageren op aanvragen voor steun vanuit de culturele en creatieve sectoren. Een 'positieve reactie' kan uiteenlopende vormen hebben: van subsidie tot bijdragen in de vorm van vastgoed.
Afwegingskader •
Programmering
• • • • •
BIS-gezelschap: minimaal één binnen de grenzen van Zwolle (of de regio) past wel bij de status van vierde economische regio. Dit past ook bij het beleid van de Raad voor Cultuur om cultuur op het niveau van de stedelijke regio's te stimuleren. Aanvragen van een BIS-gezelschap of een gezelschap met uitzicht op een BIS-status zou de gemeente moeten honoreren en steunen (nader te bepalen uit welke steun die zou bestaan)26. Ruimte voor experiment. Cross-overs stimuleren (past bij de culturele omnivoor). Theater als plek voor ontmoeting en inspiratie, de 'hotspot' als plek waar mensen die brede blik op de wereld vinden. Passend binnen de samenwerking op het gebied van de Hanzesteden. Verbinding tussen de mensen en verbinding met de stad. Met cultuur de wijk in gaan.
26 Tegelijkertijd niet ‘blind staren’ op de BIS-status; er is ook behoefte aan ruimte voor flexibiliteit
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 38 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
•
Verdere versterking van de relatie tussen de creatieve sector en het onderwijs: het creatief onderwijs inzetten om de creatieve industrie aan te jagen (meer 'ondernemerschap' in het curriculum van het onderwijs).
•
Broedplaatsen: Echte knooppuntfunctie met interactie tussen gebruikers, gezamenlijke voorzieningen. Niet: ieder voor zich achter gesloten deuren. Ruimte voor scale-ups, niet alleen focus op startende ondernemers maar ook op voorzieningen voor ondernemers die de start-up-fase zijn ontgroeid en die je in Zwolle wilt houden. Bijdrage aan de samenwerking in de Triple Helix waarbij verschillende activiteiten gebundeld in een soort campusomgeving een levendige verblijfplaats creëren. Multifunctionaliteit is een belangrijk aandachtspunt.
Clustering •
• • Spreiding
Aanbod & capaciteit
•
• • • • • •
Eigendom & beheer
• •
•
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Toewerken naar hotspots, desgewenst met een specifiek cultureel of creatief profiel. Eén hotspot in het centrumgebied (binnenstad en Spoorzone), bijvoorbeeld het Celekwartier. Initiatieven die leiden tot kansen op samenwerking met theaterzalen in de regio (betere benutting totale regionale capaciteit). Hier kan de gemeente zelf de initiator en regisseur zijn (in plaats van alleen een faciliterende rol te hebben). Locaties voor festivals en evenementen. Expositieruimten (ruimte voor groei tot circa 2.000 m², groei van circa 1.250 m²). Aanvragen die bijdragen aan de inhaalslag aan aanbod van voorzieningen ten opzichte van benchmarksteden. Als een instelling in een pand van de gemeente zit én gesubsidieerd wordt dan blijft het betreffende pand in het bezit van de gemeente. Kernportefeuille: activiteiten die subsidie én een plek vragen, passen bij voorkeur binnen het vastgoed van de gemeente. Met het vastgoed dat de gemeente in eigendom heeft wordt zoveel mogelijk voorzien in de behoefte tot huisvesting. Een subsidierelatie is hierbij geen voorwaarde. Andersom is het zo dat een subsidierelatie niet betekent dat de gemeente ook in huisvesting moet voorzien. Gebruik van vastgoed van de gemeente moet minimaal voldoen aan het verhuurbeleid van de gemeente Zwolle. De gemeente staat ervoor open om op basis van cultuurbeleid actief vastgoed te verwerven om een bepaald doel na te streven.
Eigendom is geen doel op zich. Primair is het doel om te investeren in activiteiten die gebruik maken van “stenen”, bijvoorbeeld met subsidie en/of huurvouchers (in plaats van te investeren in “stenen”).
Pagina 39 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Toegankelijkheid
Duurzaamheid
• •
Vertrekpunt: Integrale Toegankelijkheid Standaard 2018. Verder: aansluiten bij toegankelijkheidsbeleid gemeente Zwolle.
•
Conform KEC-doelstellingen: Klimaatadaptatie. Energie. Circulariteit.
Inzet van criteria Het schema uit de vorige paragraaf laat zien aan de hand van welke criteria incidentele aanvragen op de korte termijn kunnen worden beoordeeld. Tevens geven de ambities en uitgangspunten van de gemeente op basis van deze zeven criteria richting aan het accommodatiebeleid voor de gemeente.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 40 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
6.
Conclusies en aanbevelingen Bij een gemeente met ambities zoals de gemeente Zwolle heeft, past een forse culturele en creatieve infrastructuur. Deze infrastructuur is in voorliggend rapport in diverse richtingen onderzocht. Er zijn gesprekken gevoerd met culturele en creatieve instellingen in Zwolle en met de wethouder van Cultuur. Het huidige aanbod van culturele en creatieve accommodaties is in kaart gebracht en voor een deel vergeleken met benchmarksteden (Eindhoven, Groningen, Leeuwaren en Den Bosch). Ook zijn visies op culturele en creatieve accommodaties in diverse Nederlandse gemeenten geraadpleegd. Onder andere kan geconcludeerd worden dat Zwolle in vergelijking met steden uit de benchmark goed voorzien is in theaters, maar dat het aanbod in poppodia en musea mager is. Op het gebied van atelierruimten voor creatief- en cultureel ondernemers is Zwolle goed voorzien, hoewel een deel van deze ruimten tijdelijk van aard is en de betaalbaarheid is een aandachtspunt. Het huidige aanbod in tentoonstellingsruimten is mager. Tot slot liggen er in de regio kansen om meer capaciteit aan repetitieruimten in te zetten. Voorliggend rapport heeft geleid tot de volgende aanbevelingen: Maak beleid op accommodaties voor de culturele en creatieve sectoren waar richting wordt gekozen en waar een heldere focus herkenbaar is. Denk aan het richten van beleid op bepaalde doelgroep(en).
Ontwikkel een ‘Zwols profiel’. Bied ruimte voor investeringen in culturele accommodaties waar Zwolle in achterblijft. Creëer hotspots (cultureel/creatief) in het centrumgebied en buitengebieden. Anticipeer op de tijdelijkheid van atelierruimten door te zorgen dat er nieuwe ruimte voor creativiteit vrijkomt wanneer een huidige locatie met ateliers komt te vervallen. Waak voor de betaalbaarheid van atelierruimten en zorg voor (voorzieningen voor) een mix van start-ups én scale-ups (houd successen binnen de regio). Vul behoeften zoals een grotere variatie in zalen en het gebruik van repetitieruimten in door mogelijkheden in de regio beter te benutten (relatief veel aanbod). Bij de economische- en groeiambities van de gemeente Zwolle past een uitbreiding in het aanbod van musea, poppodia en tentoonstellingsruimten. Creëer grote cultuurlocatie voor evenementen en festivals. Blijf zorgen voor ‘rauwe’ plekken waar men kan ‘pionieren’. Zorg voor aansluiting op het masterplan voor de binnenstad / centrumgebied.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 41 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Verwijzingen Afdeling Kunst & Cultuur gemeente Zwolle. (2019). Zwolle City of Creativity. Atlas voor gemeenten. (2018). Cultuur Atlas voor gemeenten. Beek, M. v. (2016). De binnenstad van Zwolle anno 2030. DSP - Groep. (2010). Onderzoek atelierbehoefte Groningen. Film Kennis Centrum. (2019). Film in Zwolle: een Benchmark. Gebiedsontwikkeling.nu. (sd). Opgehaald van www.gebiedsontwikkeling.nu Gemeente Amsterdam. (2019). Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid. Gemeente Eindhoven. (2018-2019). Atelierbeleid Eindhoven. Vestigingsklimaat voor creativiteit. Gemeente Zwolle. (2018). Strategische agenda Spoorzone. Gemeente Zwolle. (sd). Coalitieakkoord 2018-2022. Gemeente Zwolle. (2019). Creatieve industrie, de groeiparel van Zwolle. Hemm. (2017). Behoefteverkenning starters & start-ups creatieve industrie. (sd). Integrale citymarketing strategie 2030. Janssen, G. (2018). Visie Topinnovatiecentra. LA group. (2018). Experiment & Ernst - een groeiproces. Profiel Stedelijke Cultuurregio Zwolle. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (sd). Uitgangspunten nieuw cultuurstelsel 2021-2024. Pama, G. (2020, Maart 18). Nationale wetgeving maakt ateliers duur en schaars. NRC. Planbureau voor de Leefomgeving. (2017). Stedelijke regio's als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen? Raad voor Cultuur. (2015). Agenda Cultuur, 2017-2020 en verder.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 42 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir. (2017). Pas de Deux? Het ruimtelijk samenspel van cultuur en economie in Nederland: een beleidsverkenning. Roelvink, F. (2018, November 10). De aantrekkingskracht van creatieve broedplaatsen. Opgehaald van NU.nl: https://www.nu.nl/wonen/5564909/aantrekkingskracht-vancreatieve-broedplaatsen.html Strijp-S website. (sd). Opgehaald van https://strijp-s.nl/ The European Committee. (2017). The Cultural and Creative Cities Monitor. www.fDiIntelligence.com. (2018/2019). Squaring the triangle. Theeuwen, M. (2019, oktober 23). TAC Eindhoven krijgt steun van raad voor nieuwbouwplannen. Opgehaald van Eindhovens Dagblad: https://www.ed.nl/eindhoven/taceindhoven-krijgt-steun-van-raad-voor-nieuwbouwplannen~a3baf7f2/
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 43 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
BIJLAGEN Bijlage 1: gesprekspartners interviews Deze bijlage geeft weer met welke gesprekspartners gedurende de periode september tot november 2019 gesprekken zijn gevoerd. • • • • • • • • •
Wethouder Schuttenbeld Kameroperahuis Stichting Archimedes en drie creatief ondernemers gehuisvest in creatief bolwerk Eureka, Assendorp Anne Riemersma, Hedon Vincent Robijn, Stichting Allemaal Zwolle & HCO Ralph Keuning, Museum De Fundatie Rob Zuidema, Zwolse Theaters Nynke van der Wal & Gerrit Jansen - Creatieve Coöperatie en Jansen Vastgoed Marcel Goossen – Stichting Ateliers Zwolle en autonoom kunstenaar
Bijlage 2: kernpunten visie Spoorzone Enkele kernpunten omschreven in het visiedocument van de Spoorzone zijn: • Toevoeging op bestaande binnenstad realiseren. • Mix to the max, nieuwe stedelijkheid met nieuwe vormen van werken en interactie, een plek waar studeren, innoveren en produceren samenkomen. • Cultuur en creativiteit als aanjagers. • Goede marktpositie, de Spoorzone is goed bereikbaar en staat volop in de belangstelling bij ontwikkelaars en investeerders. • Interactie bedrijfsleven en onderwijs, waar economische kracht zich ontwikkelt en toont aan de wereld. • Hoge ambities, beperkt gemeentelijk grondeigendom en een lange planhorizon vergen (financieel) nieuwe manieren om met het gebied om te gaan.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 44 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Bijlage 3: casestudy Zuidoost-Noord-Brabant (Brainport en Strijp-S) Als onderdeel van een onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving naar succesvol beleid in regio’s met een groeiende economie is een casestudy gedaan naar het succes van Brainport Eindhoven27. Hieraan liggen ten minste vier factoren ten grondslag: 1) de proactieve rol van beleid, 2) het cluster van kennisintensieve bedrijven, 3) de kennisinfrastructuur en 4) de dynamiek in het ondernemerschap. Eén van de lessen die kunnen worden geleerd uit de ontwikkeling van Brainport Eindhoven is dat de interactie op de campus leidde tot nieuwe innovaties. Binnen korte tijd zaten er naast Philips een kleine honderd andere bedrijven op het terrein. De voorkeursmanier van werken, zoals door de High Tech Campus omschreven, is die van open innovatie. Campusbedrijven delen kennis, kunde en R&D-faciliteiten met elkaar en werken hecht samen met bedrijven uit de regio. Er wordt in de regio Zuidoost-Noord-Brabant regionaal in Triple Helix samengewerkt. Dit is begonnen in de jaren negentig toen er een programma in het leven is geroepen dat nieuwe netwerken heeft gecreëerd. Bedrijven en instellingen konden samen met partners projecten indienen en subsidies verwerven, waardoor onderling vertrouwen en samenwerking toenamen.
De contacten binnen de driehoek overheid-bedrijfsleven-kennisinstellingen waren intens en gebaseerd op onderling vertrouwen. Ook het vergroten van de ‘quality of place’ van de stad Eindhoven heeft een rol gespeeld om de economie en cultuur te ondersteunen. Een aantrekkelijk leefklimaat wordt gezien als een belangrijke concurrentiefactor in een kenniseconomie. Er werd een concept ontwikkeld om leegstaande panden geschikt te maken voor startende bedrijven in de creatieve sector. Ook spelen parken, cultuur, een aantrekkelijke binnenstad en een internationale school een rol. Sinds 2015 is een nieuwe strategische koers uitgezet om het aanpassingsvermogen van de regio te versterken: van Triple Helix naar Multi Helix. Burgers, klanten, consumenten, investeerders, designers, kunstenaars en corporaties worden betrokken in het ontwikkelmodel. Hiermee wordt gezocht naar verbindingen tussen technologie, design en sociale innovatie en naar internationale verbindingen. Ontwikkeling Strijp-S Een mooi voorbeeld van een succesvolle ontwikkeling in Eindhoven is Strijp-S. Nadat Philips uit Eindhoven vertrok, liet het bedrijf een groot aantal industriële gebouwen achter. Strijp-S werd door Philips verkocht aan Park Strijp Beheer, een combinatie van VolkerWessels en de gemeente Eindhoven.
De eerste stappen van de herontwikkeling van Strijp-S waren het slopen van een aantal gebouwen en de komst van nieuwe bedrijvigheid, met name in de creatieve sector. Zo vonden er activiteiten plaats rond de jaarlijkse Dutch Design Week. Kwartiermakers geven het complex ieder jaar meer vorm (Strijp-S website). Met name kleinere bedrijven in de creatieve industrie en technologie trokken in de gebouwen. Huur was betaalbaar en huurcontracten flexibel. Vaak werden de huurcontracten ingestoken als tijdelijk
27
(Stedelijke regio's als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen? Planbureau voor de Leefomgeving, 2017) 1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 45 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
gebruik, hoewel inmiddels is afgezien van sloop op korte termijn. Er wordt vanuit de programmamanager veel ingezet op netwerkvorming, onder andere door gedeelde faciliteiten. Dit zorgt ervoor dat bedrijven onderling samen gaan werken, ze hebben contact en zijn niet in zichzelf gekeerd, zoals veel bedrijven. Doorslaggevend in het succes van Strijp-S waren onder andere de herontwikkeling van de verschillende industriële panden in combinatie met de evenementen en het grote aantal aan publieke functies (definitieve en tijdelijke) in de plinten van deze panden. De visie bestond uit het creëren van een hoogstedelijk milieu. Het moest een alternatief worden voor het bestaande centrum van Eindhoven. Het moest een hoge dichtheid, levendigheid, mix van functies en aantrekkelijke voorzieningen krijgen. Een lange adem en lef hebben, dat was zeer belangrijk. Partijen moeten bereid zijn om te investeren en daar niet direct iets voor terug hoeven zien. Ook belangrijk was een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen (gemeente, woningcorporaties, projectontwikkelaars, architectenbureaus, adviseurs en aannemers) (Gebiedsontwikkeling.nu).
Bijlage 4: benchmarkgegevens gemeente Zwolle Voor de gemeente Zwolle zijn de volgende accommodaties meegeteld in de benchmark: Musea: • De Fundatie • Stichting het Vrouwenhuis • Buurtmuseum Kamperpoort • Herman Brood Experience • (Allemaal Zwolle is nog niet meegeteld) Theaters • De Spiegel (één van de twee grotere theaters) • Odeon (één van de twee grotere theaters) • Theater Gnaffel • Voormalig theater the Young Ones (nu van Creatieve Coöperatie) • Verteltheater de Verhalenboot • Cultuurschip Thor Bioscopen (filmhuizen) • Het Fraterhuis • Pathe Poppodia • Hedon • (Buro Ruis is onderdeel van Hedon, niet los meegeteld)
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 46 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Bijlage 5: atelierhouders DOAS Cultuur: • Atelier Sandra Steen – dansimprovisatie • Agnes Groot Koerkamp – Ceramiste (workshops, cursussen, opdrachten) • Willy van der Beek – schilder • Eline Achterhuis – Beeldend kunstenaar & docent • Beeldhouwschool Zwolle • ARTVANBUREN – Kunst (kunst, verkoop, workshops, verhuur) • Micha Wink – Componist, arrangeur, pianodocent • ZINKWIT – Meike Beekhuis – Zwols instituut voor kunst • Tango Alegría – School voor Argentijnse Tango • Thea de Badts van den Broek – Keramiek • Wilma Wilbrink – Beeldend kunstenaar & docent • Barabara van Loon – Exhibitions, performances, installations and projects • Ton Langerwerf – Schilder • Bert van Heerde – Schilder • Gea Bleijenberg – Schilder • Lenneke Saraber – Beeldend kunstenaar & docent • Zangatelier Floor Stappers – Zangeres en zangdocente • Coen Bouwstra - Tekenaar Creatief: • Wybo Terpstra – Meubelvormgeving • Susan Duenk – Meubelstoffering en textiele vormgeving • Kees Muizelaar – Fotografie • Sand’Or – Edel smederij • Het grafisch ambacht – Grafisch ontwerp, zeefdruk en ambacht • Arjan Vrielink – Zilver en goudsmid
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 47 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Bijlage 6: spreiding creatieve sector
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 48 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Bijlage 7: samenvatting atelierbeleid Eindhoven, Amsterdam en Nijmegen Aterlierbeleid gemeente Eindhoven De gemeente Eindhoven (Atelierbeleid Eindhoven, Vestigingsklimaat voor creativiteit, Gemeente Eindhoven, 2018-2019) omschrijft het belang van een creatief vestigingsklimaat als volgt: • Het bevordert de aantrekkelijkheid van de stad. • Het zorgt voor een sterke nationale economische sector. • Creatieve industrie is ondersteunend en leidend aan de technologische maakindustrie. • Het heeft een culturele functie. Een aantal actuele ontwikkelingen heeft geleid tot de vraag naar een atelierbeleid. Onder andere wordt aangestuurd vanuit het vastgoedbeleid op het relevanter gebruik van (tijdelijk) leegstaande gebouwen. Daarnaast stopt een deel van het tijdelijk gebruik van gebouwen, wat voor een grote groep creatieven zorgwekkend is. De gemeente Eindhoven heeft onderzocht of er behoefte is aan ruimte en aan welk type ruimte er behoefte is. Ze heeft gekeken naar het kwantitatieve en kwalitatieve aanbod, welke fasen je kunt onderscheiden in een ‘ateliercarrière’ en hoe de samenstelling van huidige gebouwen is. In Eindhoven komen de creatieven met name uit de Eindhovense beroepsopleidingen Sint Lucas, Design Academy Eindhoven, Fontys en TU/e. Eindhoven gelooft dat de kwaliteit van het vestigingsklimaat bepaalt in hoeverre deze jonge creatieven zich willen vestigen in Eindhoven.
Het atelierbeleid van de gemeente Eindhoven richt zich op startende ondernemers, die (nog) niet terecht kunnen bij commerciële verhuurders. Deze groep heeft behoefte aan betaalbare en flexibele locaties om te werken. Deze locaties kunnen hen helpen om uiteindelijk positie in te nemen en te behouden op de markt. Het beoogde resultaat van het atelierbeleid: ‘Het bieden van ruimte voor creatieven in de stad en daarmee het behouden van deze belangrijke groep voor Eindhoven. Eindhoven wil een aantrekkelijke en creatieve stad zijn en heeft daarvoor onder andere voldoende ruimten nodig voor makers uit allerlei disciplines. Hiermee bevorderen we de economische ontwikkeling van de stad. Het draagt bij aan een divers ecosysteem, in het geval van Eindhoven: technologie, design en kennis en daar voegen we voor het atelierbeleid kunst aan toe.’ Strategielijn 1: benut gemeentelijk vastgoed op een duurzame manier De gemeente wil ook aanbieder zijn van ruimte en deze ruimte benutten voor de onderkant van de creatieve sector. Dit tegen een huur die acceptabel is voor de doelgroep, er is in Eindhoven uitgegaan van € 55,-- per m² vvo per jaar (omgerekend betekent dit dat een atelier van 65 m² circa € 300,-- per maand aan huur zou kosten). De ervaring heeft tot nu toe geleerd dat tijdelijke verhuur van gemeentelijk vastgoed minder goed werkt. Eigenaar, huurder en 1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 49 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
verhuurder investeren minimaal in het gebouw en de doorlooptijd is vaak te kort voor de doorontwikkeling van de huurder. Er wordt ingezet op het aanwijzen van gebouwen als atelier voor minimaal 10 jaar. Uit gesprekken die ten behoeve van het beleid zijn gevoerd kwam naar voren dat in de gebouwen ruimte moet zijn voor en mix van bedrijvigheid, niet voor enkel starters. De rol van de gemeente in deze strategielijn is die van aanbieder van ruimte. Strategielijn 2: zorg voor voldoende ‘rauwe’ plekken Strijp-S was zo’n rauwe plek, waar creatieven op af kwamen en konden pionieren. Inmiddels is Strijp-S doorontwikkeld tot (centrum)stedelijke hotspot met luxe woningbouw en ruimte voor bedrijvigheid, het pionieren is aan het verdwijnen. Nieuwe bouwontwikkelingen bieden mogelijkheden voor ‘placemaking’. Placemaking geeft in een tijdelijke situatie een doorkijk naar de uiteindelijke situatie, het creëert reuring en er is ruimte voor experimenten en activiteiten die op andere plekken moeilijk van de grond te krijgen zijn. Randvoorwaardelijk is dat de placemaking-activiteiten dienend zijn aan de plek en aan de herontwikkeling van die plek. De rol van de gemeente in deze strategielijn is om inzicht te krijgen in de vraag naar dit soort plekken en na te gaan welke plekken hiervoor in aanmerking komen.
Strategielijn 3: totaalconcepten ruimte bieden, waaronder zogenaamde ‘makerspaces’ In deze strategielijn gaat het om ‘totaalconcepten’, broedplaatsen waar ontmoeting, experiment, vernieuwing en verbeelding plaatsvinden. Het woord ‘makerspaces’ refereert naar werkplaatsen die uitgerust zijn met voorzieningen die de creatief individueel zelf niet kan aanschaffen. De gemeente is in deze strategielijn met name faciliterend. Een voorbeeld is dat de gemeente voor een bestemmingsplanwijziging kan zorgen of proactief kan meewerken aan makerspaces. Kaders voor uitvoering van het atelierbeleid van Eindhoven 1. Het vastgoedbeleid is leidend: uitgangspunt is een kostprijsdekkende huur (wijze van implementatie nog in onderzoek). 2. Structurele invulling van de panden. 3. Uitgaande van een huurprijs voor starters van maximaal € 55,--/m²/vvo/jaar (mogelijk nog lager, afhankelijk van de gebouwexploitatie in combinatie met aandeel mix van creatieven). 4. Geen marktverstoring door de inzet van gemeentelijke panden: we willen juist een vliegwiel zijn waarbij de startende creatieven door kunnen doorstromen naar de markt. 5. Inzet op een mix van type creatieveling, dus niet alleen designers of alleen kunstenaars. Inzet op totaalconcepten qua functies: werken, ontwikkelen, maken, presenteren.
Inzet op totaalconcepten qua gebruikers: mix van gevestigde ondernemers en starters met gedifferentieerde huurtarieven.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 50 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Broedplaatsenbeleid gemeente Amsterdam Ook de gemeente Amsterdam heeft een broedplaatsenbeleid gemaakt dit jaar (Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid, Gemeente Amsterdam, 2019). Dit beleid is opgebouwd uit een set beleidsdoelstellingen met betrekking tot broedplaatsen en een concretere uitleg van de uitvoering van deze doelstellingen. Broedplaatsen bieden ruimte •
•
•
•
•
•
We werken aan het bestendigen van broedplaatsen, ateliers en (atelier)woningen Hierbij gaat het om broedplaatsen waar de contracttermijn afloopt. De gemeente wil in geval van gemeentelijk vastgoed de huurcontracten verlengen en in andere gevallen overwegen om het vastgoed te verwerven. We zoeken ontwikkelkansen voor broedplaatsen, ateliers en (atelier)woningen Bij het uitgeven van tenders voor gebieden waar nieuwe wijken worden gebouwd neemt de gemeente steeds vaker broedplaatsen mee in het programma. Er wordt actief ingezet op de combinatie werken en wonen in hetzelfde pand. Daarnaast worden broedplaatsen opgenomen in het strategisch huisvestingsplan kunst en cultuur om de relatie tussen broedplaatsen en gebiedsontwikkeling te borgen. We realiseren een broedplaats in de openbare ruimte Deze broedplaats zal met name geschikt zijn voor experimentele festivals en kunst en voor talentontwikkeling. We helpen initiatieven voor nieuwe broedplaatsen bij de planontwikkeling Hierbij gaat het om hulp in de vorm van het aanbieden van kennis, coaching en een relevant netwerk. Ook heeft de gemeente bij de Triodos Bank 1 miljoen euro onderpand ingebracht, zodat deze bank betaalbare leningen kan geven voor de ontwikkeling en de exploitatie van broedplaatsen.
Daarnaast stelt de gemeente subsidies beschikbaar voor het onrendabele deel van de investering in een broedplaats, waarbij het doel is dat de broedplaats na de subsidieverlening zelfstandig een positieve exploitatie kan draaien. We zetten de voorwaarde van huurtermijnen voor creatieven van vijf plus vijf jaar voort en behouden toptalent Om zoveel mogelijk kunstenaars de kans te bieden om gebruik te kunnen maken van de beschikbare ruimte, is doorstroming nodig. Dit wordt georganiseerd door tijdelijke contracten van maximaal tweemaal vijf jaar. Zo heeft iedere huurder de kans om zich in tien jaar te ontwikkelingen in een broedplaats. Voor kunstenaars die zich artistiek ontwikkelen maar niet meer gaan verdienen, kan een ‘toptoets’ bij de Commissie Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (CAWA) worden gehaald. In het bezit van deze ‘toptoets’ kan een kunstenaar langer in aanmerking komen voor een gesubsidieerde ruimte. We werken aan kennisdeling en -vergroting onder broedplaatsen op het terrein van governance en financiën Broedplaatsen leveren ieder jaar een jaarafrekening met toelichting aan. Deze worden beoordeeld om te kijken hoe het gaat met de broedplaats en op basis daarvan kunnen coaches aangeboden worden om te helpen op het gebied van governance en financiën.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 51 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
•
We stimuleren verduurzaming van het casco en de inbouw Per project wordt op basis van onder andere de eigendomsverhouding, de investering, de rendabiliteit en het resultaat voor de exploitatielasten beoordeeld of en in welke mate verduurzaming wordt meegenomen als onrendabel deel van de investering.
Broedplaatsen zijn open, inclusief en divers •
•
•
•
•
•
•
We stimuleren de verbindingen binnen broedplaatsen en de verbindingen tussen broedplaatsen en de wijk en de stad Programmering in broedplaatsen is de sleutel van verbinding binnen de broedplaatsen, tussen de broedplaatsen en met de omgeving. Dit wordt onder andere gestimuleerd middels een subsidie die kan worden verleend voor programmering. Ook worden broedplaatsen gestimuleerd om een fysieke ruimte voor presentaties en programmering te realiseren en om een programmeringsbudget op te nemen in de exploitatie. We stimuleren verbindingen tussen broedplaatsen en culturele instellingen Dit wordt bijvoorbeeld gerealiseerd in samenwerking met het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en CAWA. Zo wordt aan onder andere mbo-studenten een ‘3Package Deal’ aangeboden in samenwerking met het AFK: een woning, een werkplek en een werkbudget. We werken aan inclusieve, diverse broedplaatsen Er is een Code Culturele Diversiteit, waarin concrete handreikingen worden gegeven om inclusiviteit en culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren voor de onderdelen publiek, programma, personeel en partners. Ook wordt de toegankelijkheid van broedplaatsen voor invaliden gestimuleerd. We stimuleren een grote verscheidenheid aan broedplaatsinitiatieven De gemeente wil prijsvragen organiseren voor broedplaatslocaties om nieuwe, originele initiatieven de ruimte te geven.
We werken aan kennisuitwisseling en het realiseren van broedplaatsen in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) Binnen de MRA wordt een plan ontwikkeld voor kennisdeling en uitwisseling om de aangesloten gemeenten te helpen bij het opstellen van broedplaatsenbeleid. Omdat de druk op vastgoed in Amsterdam stijgt, zijn de laatste jaren ook broedplaatsen middels subsidies gerealiseerd buiten de gemeentegrenzen. We ondersteunen ‘rafelranden’ en vrijplaatsen als daar aanleiding toe is Dit zijn locaties die vanuit een kraaksituatie zijn ontstaan. Het zijn veelal regelluwe plekken waar gebruikers en bewoners zelf hun zaken regelen. We ondersteunen leegstandsbeheer met een maatschappelijke invulling Hierbij gaat het om leegstandsbeheerders met een creatieve focus. Doordat de horizon doorgaans kort is wordt geen subsidie verleend. Per project wordt een afweging gemaakt of en in welke mate financiële steun kan worden gegeven.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 52 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Aanpak en aandachtspunten atelierbeleid gemeente Nijmegen De gemeente Nijmegen heeft het atelierbeleid en de totstandkoming daarvan met name op het relatieniveau aangepakt. De focus ligt erop dat de gemeente de culturele en creatieve organisaties, gezelschappen en individuen zelf in staat wil stellen om iets te realiseren. Als je verder op bepaalde plekken echt iets wilt laten ontstaan dan kun je daar als gemeente vastgoed verwerven en een ontwikkeling op die manier sturen. In het atelierbeleid van de gemeente Nijmegen is een ‘verzamelterm’ tot stand gekomen, waar ondernemend kunstenaars een voorstel voor kunnen doen, er zijn geen vaste kaders aan gesteld. Doordat er juist geen kaders zijn gesteld, maak je heel veel mogelijk. Zo weet je niet wat er komt, maar je kunt onder deze noemer elke mogelijke vastgoedontwikkeling in de sector kwijt. Het uitgangspunt is om open te staan voor de mogelijkheid dat je niet weet wat er komt, er ontstaat dan spontaan iets en misschien ontstaat op die manier een hotspot. Als dit het geval is, kun je als gemeente vervolgens elementen aan die plek gaan toevoegen. Budget voor deze ontwikkelingen komt uit de algemene middelen voor cultuur. Een beknopte samenvatting van overige uitgangspunten in het atelierbeleid: • Uitgaan van een deel tijdelijke, semipermanente en permanente ateliers. Vervolgens maak je een keuze hoe de verdeling moet zijn.
• Streefwaarden hechten aan hoeveel ateliers je wilt, hoeveel kunstenaars je wilt bedienen. • Gekozen om jong talent te willen faciliteren, vanuit het idee dat je ergens een focus op moet hebben en het belangrijk is om keuzes te maken. • Vereiste is dat een kunstenaar van toegevoegde waarde is voor zijn/haar omgeving. Deze kunstenaars krijgen, waar mogelijk, voorrang. • Ondernemerschap wordt gezien als onderdeel van het kunstenaar vak. • Werken met tijdelijke contracten, waar de huur bij aanvang voordeliger is en na verloop van tijd toeneemt. Hiermee waarborg je doorgroei. Belangrijkste punten waar de gemeente tegenaan is gelopen zijn dat het vele jaren kost om een beleid volledig te kunnen doorvoeren. De huidige gebruiken worden uitgefaseerd (bijvoorbeeld huidig lopende vaste contracten op pekken waar je het jong talent naartoe zou willen laten stromen). Verder ontstaat er een scheiding tussen de jonge kunstenaars en de ‘oude garde’. Dit is een complexe situatie wanneer je hebt gekozen om de focus te leggen op jong talent. Aan de andere kant sta je stil als je geen keuzes maakt.
1637402-0037.2.5, d.d. 6 mei 2020
Pagina 53 van 53