1d Adviesrapport recreatiebehoefte Zwolle in 2030 en 2040.
Tekst van het document
Ook buiten de binnenstad kan de gemeente het aantrekkelijker maken om gebruik te maken van OV, deelopties, e-bikes of andere vormen van duurzaam vervoer, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met de 19
aanbieders van deelvervoer over actieradius of vrijetijdsaanbod (waaronder wandelen) te koppelen aan OV-locaties. ➔ Ontwikkel overstapplekken van OV of auto naar wandelen, fietsen of varen. Ontwikkel wandel- en fietsroutes die gebruik maken van het OV voor de heen- of terugweg. Wellicht zijn arrangementen met de (regionale) spoorvervoerder mogelijk voor fiets&trein? Opmars e-bike en andere vormen van snelfietsverkeer We zien steeds meer snelverkeer op het fietspad, zowel utilitair als recreatief. Het bezit van speedpedelecs (tot maximaal 45 kilometer per uur) is tussen 2017 en 2020 al verdubbeld, tot zo’n 20.000 exemplaren. Deze stijging zet naar verwachting door. De (snelle) fietser heeft ook een prominente plek in provinciale en gemeentelijke beleidsprogramma’s. Door de snelheid van e-fietsers (en elektrische steps en scooters) en wielrenners ontstaan er vooral op smallere paden of veel gebruikte paden overlast en gevaarlijke situaties. Maar het snelle fietsen heeft ook voordelen en kansen: het is een aantrekkelijke alternatief voor de auto en snelfietspaden kunnen ook voor recreatief fietsen gebruikt worden. ➔ Recreatieve fietspaden moeten steeds meer ingericht worden voor snel fietsverkeer (voldoende breed, geen paaltjes).
Zorg dat ook de doorfietsbanen en snelfietsroutes goed aansluiten op recreatieve routes, de omgeving aantrekkelijk is en aansluiten op het knooppuntensysteem (de snelfietsroutes liggen er in het weekend ook en bij uitstek geschikt voor een weekendtocht op de e-bike of racefiets). ➔ De toename van de actieradius biedt ook kansen voor het bezoeken van natuurgebieden buiten de gemeente Zwolle, bijvoorbeeld de Veluwe. Tijdens de werksessie op 15 november 2023 werd aangestipt dat de fietsroute via Hattem naar de
ContinuVrijeTijdsOnderzoek, 2018
27
Veluwe eigenlijk net te lang duurt. Zwolle kan profiteren van de opvangcapaciteit in de regio door verbindingen te verbeteren en deze goed en veilig in te richten voor recreatief (snel)verkeer. Vergroening van de openbare ruimte Er is steeds meer aandacht voor het vergroenen van de openbare ruimte. Klimaatverandering vraagt om een andere manier van plannen: afvoer van hemelwater, creëren van schaduwplekken, mitigeren van opwarming en nog veel meer. Deze opgaven zullen de inrichting van de stad veranderen. Dat zien we onder andere terug in steeds meer initiatieven om de vuistregel 3-30-300 toe te passen in gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze norm gaat uit van zicht op 3 bomen per woning, én 30% bedekking door bladerdak per wijk én op maximaal 300 meter van elke woning moet een park of plantsoen met bomen te vinden zijn. Tegelijkertijd een goed uitgangspunt voor recreatie en ontspanning in het groen. Niet zozeer als kwantitatieve norm, maar vooral interessant vanuit ontwerpperspectief. De verschillende routes naar parken zouden bijvoorbeeld idealiter al deel uit moeten maken van de groenbeleving, bijvoorbeeld door bomen te planten in het groen, aan bestaande routes.
➔ Benut de groenblauwe dooradering van de stad ook voor recreatie, bijvoorbeeld door in te zetten op oeverrecreatie en door bestaande logische structuren beleefbaar en functioneel te maken, bijvoorbeeld door te combineren met wandel-, fiets-, en vaarmogelijkheden, bankjes, zitplekken en barbecueplaatsen en mogelijkheden te ontwikkelingen om (korte) rondjes te varen met (ongemotoriseerde) vaartuigen. Naast bomenlanen of -routes bijvoorbeeld ook door een ‘sluippaadje’ aan te leggen langs sloten als alternatief voor een (smalle) stoep en door parken aan elkaar te verbinden met groene corridors.
4.2 Inschatting opgave groene recreatieruimte De inschatting van de toekomstige (groen)behoefte maken we op basis van: ➔ het huidig aanbod (H2) ➔ de vergelijking met andere steden (H3 benchmark) ➔ normgetallen voor de behoefte aan groen per huishouden ➔ de ontwikkeling van het aantal woningen en inwoners. We houden hierbij de onder- en bovengrens aan voor het aantal woningen in Zwolle in 2040: 77.000 tot 86.000 woningen (zie ook paragraaf 1.1). We kijken naar de toekomstige (kwantitatieve) behoefte voor 2030 en 2040 voor de volgende categorieën: Groen • Parken en plantsoenen (ha) • Oppervlakte groen buiten bebouwde kom (ha) • Buitenstedelijk gemeentelijk beheerd groen (ha) Voorzieningen • Tewaterlaatplekken • Wandelpaden, vrijliggend • Fietspad (km) • Zwemplassen en strand (ha) • wijkboerderij / kinderboerderij Toelichting gebruikte (groen)normen en doorberekeningen huidige situatie Berekenen hoeveel groen er bij toekomstige groei nodig is kan op veel verschillende manieren. Er bestaan groennormen (zie ‘Notitie Groennormen’ in bijlage C) gebruiken om naar de toekomstige groenbehoefte te kijken. Een toelichting op de achtergrond van deze groennormen vindt u in de bijlagen.
28
In de tabel op de volgende pagina hebben we de meest passende groennormen doorgerekend. Maar daarnaast hebben we in de tabel ook uitgerekend wat de groenbehoefte zou zijn als we uitgaan van de huidige verhoudingen. Want uit het Buurt-voor-Buurt-onderzoek blijkt dat de Zwollenaar op de meeste plekken eigenlijk best tevreden is over het aandeel groen in de buurt. Gezien de druk op te ruimte en de te verwachten verstedelijking is het dan wellicht niet realistisch om blind te varen op een groennorm, maar is het belangrijker om de bestaande situatie te beschermen en de kwaliteit en opvangcapaciteit ervan te verbeteren. Oftewel: we achten het haalbaarder om de huidige situatie door te rekenen naar de toekomst (in hectare en in kwaliteit) dan om een vast normgetal aan te houden.
er al een goed fietsnetwerk aanwezig is en dat nieuw te ontwikkelen paden goed aangesloten moeten worden op het netwerk; ➔ tussen de 1,3 en 2ha strand, wat overeenkomt met ongeveer een extra zwemplas; ➔ eventueel 1 extra wijkboerderij. In hoofdstuk 6 beargumenteren we waarom we in bepaalde gevallen afwijken van de normen uit de literatuur en andere uitgangspunten gebruiken en hoe de gemeente invulling kan geven aan de gestelde opgaven.
De behoefte aan groen in 2040 Op basis van berekeningen zoals samengevat in de tabel, concluderen over de behoefte in 2040: ➔ tussen de 120 en 190 ha parken en plantsoenen; ➔ tussen de 50 en 75 ha gemeentelijk beheerd groen buiten de stad, zoals recreatiebos zoals het Westerveldse bos of ander type (semi)openbare natuur met voorzieningen, belevingswaarde en gebruikswaarde. Behoefte overige voorzieningen In tabel 4.1 en 4.2 op pagina 30 en 31 staan de berekeningen van de toekomstige behoefte aan overige voorzieningen. We concluderen hieruit over de behoefte in 2040: ➔ tussen de 3 en 5 extra tewaterlaatplekken; ➔ tussen de 45 en 70 km extra wandelroute. Dit zijn routes over aantrekkelijke paden en wegen (waaronder een deel vrijliggend wandelpad), als onderdeel van het wandelnetwerk; ➔ tussen de 220 en 340 km fietspad (utilitair en recreatief), waarvan tussen de 70 en 100 km door aantrekkelijk gebied in de stad en 55 en 85 km door aantrekkelijk gebied buiten de stad. Voor fietsen geldt dat
29
Tabel 4.1: Gap-analyse groen en water: overzicht behoefteberekening o.b.v. verschillende normen en o.b.v. huidige situatie huidige situatie (in ha)
bron cijfers huidige situatie
manier van berekenen
Huidige situatie per woning [in m2)*
Totaal extra Totaal Totaal nodig in extra nodig extra nodig 2030 in 2040 min in 2040 (in ha)** (in ha) max (ha)
In lijn met groei huishoudens oppervlakte water
groeit mee met huishoudens
191
191
286
477
349 idem
groeit mee met huishoudens
57
57
85
142
1.772 idem
groeit mee met huishoudens
288
288
433
721
waarvan buiten bebouwde kom
794 idem
groeit mee met huishoudens
129
129
194
323
waarvan in bebouwde kom
978 idem
groeit mee met huishoudens
159
159
239
398
317 CBS bodemstatistiek
groeit mee met huishoudens
52
52
77
129
waarvan in bebouwde kom oppervlakte groen
Parken en plantsoenen NNN-gebied en N2000 gebied
1.173 Basisregistratie grootschalige topografie (via cijfersoverzwolle.nl)
1.433 Provincie Overijssel
233
Normberekeningen Parken en plantsoenen
317 CBS bodemstatistiek
norm 75 m2 per woning
52
75
150
187
Oppervlakte groen in bebouwde kom
978 Basisregistratie grootschalige topografie (via cijfersoverzwolle.nl)
norm 75 m2 per woning
159
536
611
648
Oppervlakte groen + NNN en N2000 buiten bebouwde kom
2.227 Basisregistratie grootschalige topografie (via cijfersoverzwolle.nl)
norm 350 m2 per woning
363
349
699
874
Buitenstedelijk: gemeentelijk beheerd groen
187 Bureau BUITEN
norm 30 m2 per woning
30
30
60
75
Buitenstedelijk: gemeentelijk beheerd groen
187 Bureau BUITEN
norm 40 m2 per woning
30
40
80
100
8.100 Bureau BUITEN
norm recreatieplaatsen, zie model
6.300
Bureau BUITEN
norm recreatieplaatsen, zie model
700
Recreatieplaatsen (behoefte berekend bij ca 147.000 inwoners) Recreatieplaatsen wandelen (behoefte berekend bij ca 147.000 inwoners)
* de huidige situatie per woning: het gemiddeld aantal vierkante meters per woning aan betreffende categorie. Bijvoorbeeld: Zwolle heeft op dit moment 191m2 water per huishouden. ** extra nodig in 2030 (in ha): het huidige aantal vierkante meters doorgerekend naar aantal huishoudens in 2030 (toename 10.000 huishoudens), uitgedrukt in hectare (= x 10000)
30
Tabel 4.2: Gap-analyse recreatievoorzieningen Voorzieningen
huidige situatie
bron huidige situatie
manier van berekenen
extra nodig in 2030
extra nodig in 2040 minimaal
extra nodig in 2040 maximaal
Tewaterlaatplekken
11
Gemeente
groeit mee met huishoudens
1,8
3,6
4,5
Wandelroutes (km)
177
Routepunt Marketing Oost
groeit mee met huishoudens
28,8
57,6
72,0
fietspad (km)
838
Fietsersbond, bewerking CBS
groeit mee met huishoudens
136,4
272,7
340,9
fietspad (km), waarvan door landelijk gebied, natuur, dorps of bos
213
Fietsersbond, bewerking CBS
groeit mee met huishoudens
34,6
69,3
86,6
fietspad (km), waarvan door bebouwd gebied met veel groen
270
Fietsersbond, bewerking CBS
groeit mee met huishoudens
44,0
87,9
109,9
fietsroute
119
Routepunt Marketing Oost
groeit mee met huishoudens
19,4
38,7
48,4
Strand (ha)
4,9
OpenStreetMap
groeit mee met huishoudens
0,8
1,6
2,0
Zwemplassen
3
Provincie Overijssel
groeit mee met huishoudens
0,5
1,0
1,2
wijkboerderij / kinderboerderij
5
Gemeente Zwolle
groeit mee met huishoudens*
0,8
1,3
2,0
* de definitie voor wijkboerderij en kinderboerderij verschilt per bron. Uitgaande van het aantal wijkboerderijen dat de gemeente Zwolle aanhoudt en we laten dat aantal gelijk aan de groei van het aantal inwoners groeien, dan komen we uit op het cijfer uit de tabel (= twee nieuwe wijkboerderijen in 2040). Maar dit getal geeft de situatie niet geheel goed weer. Kijken we namelijk naar de categorie wijkboerderijen in vergelijking met ’s-Hertogenbosch, Breda en Amersfoort, zien we dat Zwolle al relatief veel wijkboerderijen heeft. Dit werd ook bevestigd tijdens ons locatiebezoek. Daarom zien we geen noodzaak voor twee extra wijkboerderijen. In hoofdstuk 6 staat ons advies ten aanzien van wijkboerderijen beschreven.
31
5 Ontwikkelkaart De ontwikkelkaart is gebaseerd op de informatie uit de benchmark en Gap-analyse, en alle input die is opgehaald met de creatieve werksessie op 15 november 2022. Alle input en opmerkingen zijn hierbij verzameld en vervolgens gecategoriseerd, zodanig dat alle relevante kansen onder een thema’s kunnen vallen en die vervolgens ook zo worden afgebeeld op de kaart. Deze vier hoofdthema’s houden we ook in het advies aan (hoofdstuk 6), waarin de concrete opgaven uit de gap-analyse en de kansen voor groen en recreatie worden onderbouwd aan de hand van de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken. De 4 categorieën die we op de ontwikkelkaart onderscheiden zijn: •
Beleving in de wijk: maatregelen die bedoeld zijn om meer recreatieve kansen dichtbij huis te benutten, voor zowel jong als oud. Uit de werksessie kwam bijvoorbeeld naar voren dat er flink wat sportvelden zijn (en misschien ook schoolpleinen) waar medegebruik mogelijk is.
•
Vergroening: het uitbreiden van (recreatieve) groengebieden om meer opvangcapaciteit in en rond de stad te creëren. Deze kansen gaan veelal ook hand in hand met biodiversiteitsdoelstellingen, denk bijvoorbeeld aan de aanleg van natuurvriendelijke oevers, ‘verwildering’ door terughoudend maaibeleid, inzaaien van kruiden op micro- en macroschaal en aanleg van een Voedselbos.
•
Recreatie op en langs het water: Zwolle heeft veel water en met de toename van warme dagen (door klimaatverandering) is recreatie op en langs het water steeds populairder geworden. Juist deze vormen van recreatie hebben veel kans in Zwolle en kunnen het aanbod ook uniek maken voor de stad. Op de ontwikkelkaart staat onder andere op welke plekken er kansen liggen voor meer reuring aan de oevers, waterrecreatie en visstekken. In het advies gaan we uitgebreider in op wat de gemeente kan ontwikkelen om aan de vraag van de toekomst te voldoen.
•
Routestructuren: het verbinden van verschillende groene gebieden met elkaar, met de woonwijken en met het stadscentrum brengt het recreëren in de stad naar een hoger kwaliteitsniveau. Ook de dagelijkse fiets- en wandelbewegingen worden hiermee een stuk aantrekkelijker. De locaties op de ontwikkelkaart kunnen worden ondergebracht in: verbetering van de route naar de Veluwe, medegebruik op/langs de dijken en het mogelijk maken van het varen van een rondje rondom de stad. In het volgende hoofdstuk staat beschreven hoe de gemeente deze kansen kan benutten.
De ontwikkelkaart is niet definitief en de locaties zijn veelal ook indicatief. Het is bedoeld om een beeld te krijgen van plekken waar bepaalde opgaven kunnen landen, maar het is niet alleen gelimiteerd tot de locaties die zijn afgebeeld op de kaart.
32
Figuur 5.1: Ontwikkelkaart recreatie en groen
33
6 Advies opgaven 2030-2040
beweegrondjes en hondenveldjes. Een groene leefomgeving stimuleert beweging, ontmoeting en helpt stressklachten verminderen.
Zwolle is een aantrekkelijke stad, maar met de doorgaande verstedelijking is inzet nodig op groen om dat ook te blijven in de toekomst. In dit hoofdstuk komen de adviezen aan bod die wij formuleerden op basis van de verkenning. We doen dit aan de hand van vier hoofdthema’s. Per thema gaan we in op de toekomstige opgaven.
6.1.1 Getallen: wat moet er op buurtniveau bij komen? • 120-190 hectare aan beleefbaar groen in de bebouwde kom • Eventueel 1 extra (toegankelijke) wijkboerderij
De inzichten uit de aanbodinventarisatie, de waardering, de leefstijlvinder, de benchmark, de GAP-analyse, de werksessie en de ontwikkelkaart hebben geleid tot een clustering in vier thema’s: • • • •
Groenbeleving in de buurt Groene recreatie in en om de stad Recreatie in, op en om het water Routestructuren (fietsen en wandelen)
6.1 Groenbeleving in de buurt De groenopgave per buurt verschilt. De buurten rondom de binnenstad hebben aandacht nodig op gebied van vergroening en leefbaarheid. Zet hier in op uitbreiding van bestaand groen waar mogelijk en werk aan een kwaliteitsimpuls van het bestaande groen. Ook speelmogelijkheden zijn hier beperkt. Vergroening rondom speeltuintjes of aanleg van speelnatuur is een goede dubbelslag. Deze wijken zijn relatief dichtbevolkt, maar door inbreiding neemt de druk op de ruimte daar ook het meest toe. We zien ook relatief veel alleenstaanden en een grote groep jongeren (vaak ook alleenwonend). Voor deze groepen is laagdrempelig ontmoeten in de buitenruimte erg belangrijk. Ook de nieuwe(re) wijk Stadshagen ontbreekt het nog aan aantrekkelijke ontmoetingsplekken,
Toelichting 120-190 hectare extra beleefbaar groen We gaan uit van ongeveer 120-190 hectare extra aan beleefbaar groen binnen de bebouwde kom (in de wijk). Denk bijvoorbeeld wel aan parken en plantsoenen, bijvoorbeeld in combinatie met een speelplaats, maar niet een berm. Volgens de CBS Bodemstatistiek, heeft Zwolle ongeveer 52m2 parken en plantsoen per woning. Trekken we dat door naar de toekomst, dan komen we op ongeveer 120 tot 190 hectare parken en plantsoen. Er kunnen ook andere (standaard) normen gebruikt worden (bijv. 75 m2 per woning), maar door onduidelijkheid in de definitie en schaal die bij daarbij horen (welk grondgebruik hoort er bij ‘groen’), zijn die in deze context niet goed bruikbaar. Het doortrekken van de huidige verhouding park en plantsoen per woning is logisch omdat uit het Buurt-voor-buurt onderzoek 2020 blijkt dat inwoners best tevreden zijn met het huidige groen. Natuurlijk zijn er binnen de stad verschillen: met name in de buurten in het centrum, zoals Kamperpoort, Indischebuurt en de binnenstad, is er behoefte aan extra beleefbaar groen. Toelichting extra wijkboerderij Zwolle heeft op dit moment 5 wijkboerderijen en 12 buurtweiden. Als we het huidig aantal wijkboerderijen (=5) gelijk laten meegroeien aan het aantal inwoners, dan verwachten we op basis van de berekening dat er in 2040 twee extra wijkboerderijen bij moeten komen.
Maar dit getal vraagt om nuancering. Uit de benchmark blijkt namelijk dat Zwolle al relatief veel wijk/kinderboerderijen heeft ten opzicht van vergelijkbare steden. Dit
34
werd bevestigd tijdens ons locatiebezoek aan Zwolle. De noodzaak voor nieuwe wijkboerderijen is niet heel groot (zie ook toelichting bij de tabel op pagina 31), maar het aantal buurtweiden staat onder druk. Ook gelet op trends, ontwikkelingen en de druk op de ruimte, is het goed om van een eventuele nieuwe wijkboerderij een multifunctionele (semi)openbare plek van te maken. Denk aan een combinatie van dierenweide, eetbaar groen, schooltuintjes, speelnatuur, educatieplekken, ontmoetingsplekken, zorg of dagbesteding, verkoop van streekproducten. De wijkboerderij moet toegankelijk en aantrekkelijk zijn voor alle leeftijden en klimaatbestendig ingericht worden, denk bijvoorbeeld aan schaduwplekken, speelwater, duurzame materialen et cetera. 6.1.2 Kansen voor projecten/ontwikkelingen • Uitbreiding stadsparken. In de Omgevingsvisie is reeds opgenomen dat er ruimte moet komen voor nieuwe parken, bijvoorbeeld in Kamperpoort, Hanzeland en langs de Deventerstraatweg. Onder andere het Ontwikkelingsprogramma Ons Stadshart van Morgen” veel kansen biedt voor de vergroening van het centrum en de aanleg van nieuwe parken. • Ontmoetingsplekken buiten. Kansrijk is het maken van ontmoetingsplekken in de stad, met name rond het centrum, en op centrale plekken in de wijken.
Voorbeelden zijn: - Bankjes in de buurt van wandel- en fietspaden en langs pleinen - Speelplekken, ook voor volwassen, zoals een dam- of schaaktafel, bootcampplek - Locaties voor vrijwilligerswerk - BBQ-plekken en picknickbanken, denk hierbij ook aan vuilnisbakken en waterpunten en sanitair in de buurt - Park met zonnestoelen Bij ontmoetingsplekken buiten de stad is het kiezen van de locatie belangrijk. Die moet goed in het zicht liggen, zodat er geen ongewenste gebruikers komen.
• Water- en schaduwplaatsen. We verwachten door klimaatverandering meer hete zomerdagen en in de stad wordt het extra heet. Ontwerp in de openbare ruimte schaduwplekken, schaduwroutes en plaatsen waar kinderen (en volwassenen) veilig met water kunnen spelen, bijvoorbeeld een waterpomp waarmee gespeeld kan worden. Doe dit vooral in buurten met relatief veel hoogbouw (bijvoorbeeld Holtenbroek).
Schaduw en groene speelfontein Te Boelaerpark In het Te Boelaerpark in Antwerpen kunnen kinderen en volwassenen op warme dagen pootje baden en spelen met water uit speelfonteinen. De speelfonteinen zijn niet nieuw in het park, maar onlangs is de omgeving van de fontein vergroend waardoor het plein minder heet wordt op warme dagen en kinderen veilig op blote voeten door het gras kunnen stappen. Figuur 6.1: Spelen in het water en het groen in het Te Boelaerpark Antwerpen (foto: antwerpen.be)
35
• Vergroening op kleine schaal stimuleren en faciliteren. De stoeptuintjes-initiatieven vanuit ‘De Groene Loper Zwolle’ zijn succesvol geweest. Het is zinvol dit door te zetten, met name in de wijken rondom de binnenstad, waar bewoners niet tevreden zijn met de hoeveelheid groen. Het onderhouden van het stoep- of geveltuintje kan bijdragen aan zingeving, aanspraak van buren en sociale cohesie. • Coöperatief groen. Buurttuinen vergroten sociale cohesie en dragen bij aan biodiversiteit. In wijken met veel bebouwing (en relatief weinig tuinen) kunnen kleinschalige wijktuintjes, gerund door buurtbewoners, worden aangelegd. Zie ook vorige punt. • Sportvelden benutten buiten piekuren. Sportvelden kunnen in samenwerking met verenigingen en eigenaren (op vaste tijdstippen) worden opengesteld. Daarnaast kunnen de randen rondom de velden onderdeel uitmaken van routes, beweegrondjes en sportlinten. De sportvelden zijn uitgelezen plekken om in te passen in een fitnessroute (liefst een rondje) door de stad. Maak bij sportvelden ook openbaar toegankelijke drinkwaterpunten en calisthenics-voorzieningen heeft. • Avontuurlijk en natuurlijk spelen. Avontuurlijk spelen kan al op een heel klein stukje groen. Denk aan plekken waar kinderen in de aarde kunnen wroeten, speelnatuur, kleine plasjes om in te stampen of te knoeien en kleine ‘geheime’ paadjes door de bosjes.
Speelnatuur voor grotere kinderen past ook goed bij water- en oeverrecreatie. Zwolle beschikt nog niet over een (groot) speelnatuurgebied. Wellicht is de Wijtemerplas hier een geschikte locatie voor of de Milligerplas bij Stadshagen. Punt van aandacht: de waterkwaliteit moet wel in orde zijn. Zie ook paragraaf 6.3. Speerpunt van het Groenbeleidsplan. • Herinrichting ‘loos’ groen. Bestaand groen kan meer belevingswaarde, gebruikswaarde of natuurwaarde krijgen door herinrichting. Voorbeeld is de groenstrook langs de A28 in Dieze-Oost, een gebied dat vroeger bekend stond als een onveilig stuk (uit de werksessie). Een nieuw pad door deze strook creëert een mini-park of hondenuitlaatplaats.
Op avontuur in de modder Een goed voorbeeld van avontuurlijk spelen in de natuur, in het water en in de modder is het Amsterdamse Bos. Op de Speeleilanden kunnen kinderen (veilig) in het water spelen en middels een trekpontje, touwbruggen en boomstammen van het ene eilandje naar het andere eilandje kunnen klauteren en via touwen als een soort lianen in het water kunnen plonzen. De eilanden liggen gedeeltelijk in de zon, maar er is ook genoeg schaduw. De Speeldernis in Rotterdam is een grote waterspeeltuin met aandacht voor natuureducatie, biodiversiteit en sociale vraagstukken. Er worden schoolreisjes georganiseerd voor kinderen uit ‘stenen wijken’, er zijn natuurwerkdagen voor kinderen en uitjes zoals mini-kamperen in zomerweekenden. Figuur 6.2: touwtrekpontje Speeleilanden Amsterdamse Bos (bron: amsterdam.nl)
36
• Creatieve broedplaatsen buiten. Zoals creatieve broedplaatsen gebouwen een impuls kunnen geven, zo kan dat ook met groen in en rond de stad. Creativiteit van kunstenaars, ondernemers en burgerinitiatieven kunnen een (groene) plek een bijzondere sfeer meegeven, en nieuwe gebruikswaarde toevoegen. Een groene plek kan een creatieve invulling krijgen, of een stenige locatie kan creatief en groen worden inricht. Vooral voor de leefstijlen verbindingszoeker en de avontuurzoeker zijn groene creatieve broedplaatsen een aantrekkelijke vrijetijdsomgeving. Voorbeelden zijn het Berlijnplein in Utrecht, De tuinen van West (bijv. 1800 Roeden) en Tuin van BRET in Amsterdam, of de tuinen van Herinckhave in Fleringen. Kansrijke locaties bevinden zich vaak in vergeten, onbenutte hoeken van de stad, langs de waterkant, leegstaand erfgoed of bedrijfsterrein, een terrein dat pas over een aantal jaar benut wordt, een voormalige vuilstort of ander ‘overhoekje’. • Vergroenen van parkeerplaatsen. Daken van parkeergarages kunnen met andere functies bekleed worden: zonneweides, horeca (zie bijvoorbeeld Dakkas te Haarlem) en er kan zelfs een dak-park aangelegd worden. Met de ingezette strategie om de binnenstad en de zone eromheen autoluw te maken, komt ruimte vrij voor groen en recreatief gebruik ervan. • Freespace/generative space. Het plaatsen van losse stoelen intensiveren het gebruik van parken.
Door de verplaatsbaarheid wordt de opvangcapaciteit van de parken vergroot. Voorbeeld hiervan zijn de verplaatsbare picknickbanken in het Wezenlandenpark (na succesvolle proefperiode) en de verplaatsbare stoelen in Park Lepelenburg in Utrecht.
Figuur 6.3: proef verplaatsbare picknicktafels Park de Wezenlanden
6.2 Groene recreatie om de stad 6.2.1
Getallen: wat moet er rondom de stad concreet bij komen aan recreatiegebied? • 50 tot 75 hectare gemeentelijk beheerd groen Toelichting We adviseren de gemeente om 50 tot 75 hectare gemeentelijk beheerd groen buiten de stad te ontwikkelen richting 2040 en verder. Dat kan in de vorm van een recreatiebos zijn, zoals het Westerveldse bos, of een ander type (semi-)openbare natuur, zolang er voldoende recreatieve
37
mogelijkheden zijn (wandelen, fietsen, andere recreatievormen). Ook moet het groen voldoende belevingswaarde hebben: donkerte, stilte, rust, natuur, uitzicht, zichtlijnen maken daar onderdeel van uit. Zwolle is relatief bosarm. Het geadviseerde oppervlak kan gerealiseerd worden op meerdere locaties, maar een zekere maat (circa 40-50 hectare) is nodig om voldoende rust en natuur te kunnen ervaren. Als het gebied een landschappelijke eenheid vormt met een naastgelegen rustig en toegankelijk natuurgebied of landelijk gebied, kan het eventueel ook een kleiner gebied worden.
• Hondenuitloopgebieden uitbreiden. Er is sprake van overlast door honden(eigenaren) in natuurgebieden. We adviseren om goed te kijken of er voldoende hondenuitloopgebied beschikbaar is. Om overlast te voorkomen kan overwogen worden gebieden toe te voegen. • Slimme straatverlichting. Slimme straatverlichting die normaal gesproken uit blijft maar bij aankomst van voetganger of fietser aan gaat, helpt de donkerte van de stad te bewaken en vergroot tegelijkertijd de fietsveiligheid in het donker.
6.2.2 Kansen voor ontwikkelingen • Nieuw recreatiegebied Stadsbroek. Tijdens het participatieproces ‘Verkenning Stadsbroek/IJsselvizier” (geen onderdeel van deze rapportage) bleek dat bewoners deze opgave ook al hadden gesignaleerd: zij gaven aan kansen te zien om Stadsbroek in te richten als nieuw recreatiegebied (groen en recreatie). Het inrichten van het gebied sluit aan bij de behoefteberekening en ook bij de kansen die wij zien voor het verder ontwikkelen van de Milligerplas (zie 6.3.2). De zoekzones voor dagrecreatie (waaronder Stadsbroek) zijn op de ontwikkelkaart aangegeven. • Voedselbos. Een voedselbos is eigenlijk een aangelegd ecosyteem opgebouwd uit verschillende lagen beplanting dat op duurzame wijze voedsel produceert. Op sommige grondsoorten kan een half hectare al volstaan en daarmee aantrekkelijk om ook op buurtniveau aan te leggen. Een voedselbos kan aangelegd worden op bijvoorbeeld agrarische grond, (een stuk van) een landgoed, als onderdeel van bestaand bos of op kleinere schaal in de buurt. Een extra kans voor een voedselbos is de mogelijkheid om bij de aanleg en het beheer bewoners en maatschappelijke organisaties te betrekken. Zo krijgt een voedselbos ook een maatschappelijke betekenis (ontmoetingsplek, zingeving).
38
Ontmoeten in het groen… op een parkeerdak Op het dak van een betonnen parkeerplaats in het historische centrum van Haarlem ligt het beste terras van Haarlem, compleet met uitzicht op de duinen, ‘inheemse’ beplanting en zelfs met bomen. Inmiddels teelt de Dakkas zelf groenten op een nabijgelegen boerderij en hebben de initiatiefnemers zelfs plannen voor het aanleggen van een park op een aangelegen dak om de ultieme groene oase midden in de drukke stad te creëren. Bezoekers van de parkeergarage en van de Dakkas maken gebruik van dezelfde lift en trappenhuis. Figuur 6.4: horeca, kunst en groen op dak parkeergarage in hartje Haarlem
6.3 Water- en oeverrecreatie 6.3.1 Getallen: wat moet er bij? • 3-5 extra tewaterlaatplekken • tussen de 1,3 en 2 hectare strand, overeenkomstig met circa 1 extra zwemplas Toelichting tewaterlaatplekken Wanneer de stad groeit, en waterrecreatie populair blijft, dan is het aan te raden om ook het aantal tewaterlaatplekken uit te breiden. De indruk bestaat dat de bestaande tewaterlaatplekken intensief gebruikt worden. Denk hierbij niet alleen aan boothellingen, maar ook aan steigers, aanmeerplaatsen en/of opstapplekken voor kano’s of SUPs. Juist kleinschalige waterrecreatie biedt inwoners een alternatief voor zwemmen, terwijl ze toch de ontspanning, rust en verkoeling van het water op kunnen zoeken. Toelichting strand Met het oog op de lange termijn adviseren we tussen de 1,3 en de 2 hectare strand, overeenkomstig met één extra zwemplas, ongeveer ter grootte van de bestaande recreatieplassen in Zwolle. Indien er in de periode 2030-2040 nog eens 15.000 extra woningen gerealiseerd (bandbreedte 5.000-15.000, Verstedelijkingstrategie) zullen worden, vermoedelijk veelal hoogbouw, is de extra zwemplas noodzakelijk. Dit is belangrijk omdat vanwege klimaatverandering meer behoefte is aan veilig zwemwater, en omdat het zwemmen in de IJssel, Vecht en het Zwarte Water onwenselijk is.
Daarnaast kunnen rond een nieuwe zwemplas meerdere opgaven een plek krijgen, als er een combinatie gemaakt wordt met bos, wandel- en fietspaden, andere voorzieningen.
Foto groot: All Kinds of Things Foto rechts: dakkas.nl
Het benodigde oppervlak wordt ook bepaald door de identiteit en de functie van de nieuwe plas.
39
6.3.2 Kansen voor projecten/ontwikkelingen • Barrières wegnemen voor vaarroutes. Het is op dit moment niet mogelijk om vanaf één van de rivieren een rondje door Zwolle te varen. Hoewel het in de praktijk waarschijnlijk ingewikkeld wordt om fysieke barrières weg te halen, is het varen van een rondje wel interessant om waterrecreatie in Zwolle een boost te geven. Een voorbeeld van zo’n barrière is de Ceintuurbaan in het verloop van de Nieuwe Vecht. • Medegebruik langs de Vecht. De Vecht ligt in Natura2000-gebied en is daarom niet geschikt voor intensieve recreatie. Gezien het type natuur, verwachten we dat licht medegebruik (wandelen) mogelijk zou kunnen zijn. Denk hierbij aan onverharde paden, wandelen zonder hond en afsluitingen tijdens broedseizoen. Zie ook paragraaf 6.4. • Meer oeverrecreatie toestaan. Er moet aanvullend beleid worden gemaakt over waar de gemeente oeverrecreatie toestaat en waar niet Ook kan de gemeente duidelijker communiceren waar niet gezwommen mag worden. In de Omgevingsvisie is al de ambitie opgenomen om de oeverrecreatie langs het Zwarte Water als verbindend element tussen Stadshagen en Holtenbroek verder te ontwikkelen. Daar waar oever- en waterrecreatie wordt toegestaan is het ook logisch om te onderzoeken of steigers/opstapplekken voor kano en SUP kunnen worden ontwikkeld. • Ruimte voor verhuur.
We verwachten dat de vraag naar boot- en kanoverhuur zal toenemen. Zwolle heeft relatief weinig verhuurders en deze zitten allen aan de stadsgracht of op één van de plassen. Bij het verbeteren van het kano- en/of sloepennetwerk (rondjes varen, zie punt 1) zou er ook ruimte moeten komen voor extra verhuurders. • Meer horeca aan het water. We hebben geconstateerd dat er nog weinig horeca aan het water ligt of gebruik maakt van de zichtlijnen op het water. De meeste horeca aan het water ligt in het stadscentrum. Aan de Milligerplas en de Wijthemerplas is horeca aanwezig, bij de Agnietenplas ontbreekt horeca direct aan het strand/water. Langs de vaarwegen, Zwarte Water en de twee rivieren, liggen kansen om het
horeca-aanbod uit te breiden, van foodtrucks tot exclusieve restaurants. Denk ook hier aan dubbelfunctie: een aanmeerplek voor kano’s SUP’s (en afhankelijk van de locatie eventueel sloepjes en/of in de winter eventueel schaatsers). • Meer pontjes/watertaxi’s. Het water kan op vele manieren gebruikt worden en de rivieren zouden nog meer verbonden kunnen worden met de stadsgracht. Een leuke optie uit de werksessie was het ontwikkelen van een watertaxi tussen Stadshagen en de stadsgracht. Maar ook het realiseren van een (elektrische) fietsboot over de Vecht bijvoorbeeld (zie ter inspiratie Fietsboot Loosdrecht). De insteek van de Fietsboot is recreatief, en gaat niet per se over een extra oversteek, maar over de beleving op het water en verbreden van de mogelijkheden om rondjes te wandelen en te fietsen. De opstappunten moeten dan op een logische manier ontwikkeld worden, aansluitend op bestaande of aan te leggen wandel- en fietsinfra. • Waterrecreatie toestaan Milligerplas. Uit de werksessie op 15 november kwam naar voren dat de Milligerplas mogelijk een plaats kan zijn voor meer soorten waterrecreatie. De Milligerplas is (onder andere) de uitvalsbasis voor Stadshagen. De Wijthemerplas, waar reeds een exploitant zit, is vanaf Stadshagen een flink eind fietsen.
Verhuur van laagdrempelige waterrecreatie, zoals kano’s en SUPs, breidt het aanbod richting de toekomst uit en vangt de vraag naar waterrijke uitstapjes gedeeltelijk op. In de Visie Milligerplas (2020) heeft de gemeente een zonering vastgesteld die ontwikkelingen voorziet aan de westzijde (waterspeelmogelijkheden en jongerenplek), zuidzijde (behoud haventje) en oostzijde (verkenning voorziening verenigingen, aanleg vrijliggend fietspad, hondenstrand en visstekken). Aan de Noordzijde worden de natuurlijke waarden behouden. Aan de Oostzijde zien we ook kansen voor uitbreiding van recreatief groen in combinatie met (mogelijke) ontwikkeling van Stadsbroek (zie 6.2.2). Zie voor meer aanpassingen rondom de Milligerplas ook paragraaf 6.4.
40
• Identiteit huidige plassen behouden en versterken. Bij de doorontwikkeling van de huidige plassen de huidige identiteit van de plassen behouden: - Wijthemerplas relatief intensief, gericht op plezierzoeker. Daar hoort o.a. verhuur bij van allerlei soorten (weliswaar binnen de beperkingen van het gebied) - Agnietenplas, gericht op harmoniezoekers (families) en rustzoekers. Daar hoort bijvoorbeeld een half-verhard wandelpad rondom de plas bij, faciliteiten voor strandbezoek en speelmogelijkheden. - Milligerplas, als “tussenvorm” benutten voor verschillende doelgroepen, waarbij een alternatief voor de Wijthemerplas wordt geboden voor inwoners van Stadshagen (zie vorige punt), maar waar het ook prettig sporten en ontspannen is voor de overige inwoners. Gezien het ruimtelijke karakter is dit gebied minder geschikt voor de avontuurzoeker, maar biedt ontwikkeling van Stadsbroek (zie 6.2.2.) mogelijkheden voor aanbodontwikkeling.
zijn voldoende plekken om van de natuur te genieten. Wandelnet beaamt het beeld dat er op dit moment weliswaar genoeg plekken zijn om te wandelen, maar dat deze slecht met elkaar verbonden zijn. Soms moeten wandelaars smalle paden delen met fietsers en zijn veel onderdelen van de routes over verharde paden of wegen. Dat is soms gevaarlijk en scheidt wijken van elkaar en van het buitengebied. Verbindingen tussen de woonwijken en het buitengebied zijn belangrijk en werken twee kanten op: een ommetje vanuit huis wordt aantrekkelijker en recreanten in het buitengebied lopen makkelijker de stad of wijk in voor een kopje koffie.
6.4 Routes, fietsen en wandelen
Toelichting fietsen Zwolle is een topfietsstad. Wat betreft fietsinfrastructuur ligt de stad goed op koers. De nieuw aan te leggen fietskilometers zijn een doorberekening van het huidige aanbod richting de verwachte groei. Het afwaarderen van bestaande wegen tot fietsstraten of het ontwikkelen van fietspaden naast bestaande wegen vallen ook onder deze berekening. Het realiseren van ondersteunende voorzieningen zoals oplaadpunten en goed ingerichte fietsparkeerplaatsen helpen de stad nog meer fietsvriendelijk te worden. Fietspaden in het buitengebied gaan nu vooral door weilanden en landelijk gebied. Gezien de grote groep plezierzoekers in Zwolle, een doelgroep die niet veel op heeft met het landelijk gebied, is het aan te raden om bij aanleg van een eventueel nieuw recreatiebos, ook fietspaden aan te leggen in bosrijk gebied.
6.4.1 Getallen: hoeveel kilometers? • 45-70 km wandelroutes over aantrekkelijke paden en wegen, als onderdeel van het wandelnetwerk; • 220-340 km fietspad (utilitair en recreatief), waarvan: o 70-100 km door aantrekkelijk gebied in de stad o 55-85 km door aantrekkelijk gebied buiten de stad Toelichting wandelen Zwolle is een echte fietsstad, maar nog geen échte wandelstad. Vergelijken bij andere Nederlandse steden liggen er voor Zwolle kansen om het wandelen te verbeteren. De potentie om een echte wandelstad te worden is er namelijk zeker. Er is genoeg ruimte voor ontwikkeling en er
We adviseren om al op korte termijn (verder) in gesprek te gaan met partners (Marketing Oost, Wandelnet, Natuurmonumenten, City Deal Ruimte voor Lopen en andere partijen) en gezamenlijk het wandelnetwerk in en om de stad te verbeteren. De ontwikkelingen rondom het stationsgebied zijn een stap in de goede richting. Fietsers gaan in de toekomst nog meer ruimte innemen (door groei in aantal en toename snelverkeer), het is belangrijk daarbij het belang van de wandelaar niet te vergeten.
41
In de toekomst wordt het (nog) drukker op de paden. Op knelpunten is scheiding van fietsen en wandelen en van fietsen en gemotoriseerd verkeer belangrijk voor de veiligheid en beleving. Vooral op plekken met veel snel fietsverkeer en utilitair fietsverkeer is scheiding van wandelen en fietsen nodig. 6.4.2 Kansen voor wandelen, fietsen, routes en netwerken • Recreatief medegebruik langs de rivieren. Het Natura 2000-gebied nabij Zwolle wordt gekenmerkt door dynamische riviernatuur. Langs de IJssel zijn de wandelmogelijkheden goed benut, met enkele struinpaden in N2000-gebied, pontverbinding naar Hattem en een verhard lint (fietsen, wandelen en ongemotoriseerd snelverkeer). Het is op dit moment beperkt mogelijk om langs de Vecht te wandelen. Afhankelijk van de natuurwaarden zou wandelen langs de rivier verbeterd kunnen worden, bijvoorbeeld in combinatie met natuurherstelprojecten (voorbeeld Spiekpolder). In het programma Ruimte voor de Vecht (2020) is benoemd dat ontwikkelingen langs, door of in de Vecht in balans moeten zijn met de natuurwaarden. Mogelijkheden om het wandelnetwerk uit te breiden met (struin)paden met uitzicht op het water moeten verder worden verkend. • Kansen voor wandelrondjes om en rond het water. Aanvullend op het vorige punt zijn er ook kansen voor (verbeterde) wandelrondjes rondom de bestaande zwemplassen.
Het is nog niet mogelijk om een heel rondje te lopen rondom de Agnietenplas. Ook de kleine watertjes ten noorden van de Agnietenplas bieden kansen voor struinpaadjes of klompenpaden. Aangesloten op een rondje Agnietenplas en andere wandelpaden brengt ook deze optie diversiteit in het wandelaanbod. De Milligerplas heeft wel een pad rondom de plas. Dit is een smal paadje waar ook gefietst wordt en wordt hardgelopen. Wellicht is het mogelijk om dit pad te verbreden en beter in te richten voor recreatief gebruik. De opvangcapaciteit voor inwoners van Stadshagen wordt zo vergroot. Zonering tussen de verschillende zwemplassen is aan te
raden, bijvoorbeeld door bij de Wijthemerplas voornamelijk in te zetten op plezierzoekers, outdoor en evenementen, de Milligerplas voor sport, spel en ontspanning en de Agnietenplas voor gezinnen en rustzoekers. • Sportlinten en beweegrondjes. Sportlinten of beweegrondjes zijn een soort afgebakende parcoursen waar (ononderbroken) gesport kan worden. Bijvoorbeeld een fitnesslint met allerlei instrumenten (bijvoorbeeld calisthenics) in de openbare ruimte, of een hardlooproute door de natuur met markeringen aangegeven op het pad of een multifunctioneel rondje waar ononderbroken gefietst, gewandeld, gestept en geskeelerd kan worden. Een voorbeeld van een goed ingericht beweegrondje om te wandelen, fietsen en skeeleren zijn het Máximapark in Leidsche Rijn. Belangrijk is dat de paden afwisselend zijn en zo min mogelijk onderbroken worden. De Zwolse stadsgracht heeft bijvoorbeeld de potentie voor een doorgaand wandelpad. • Fietssnelweg Veluwe. Zwolle kan profiteren van de opvangcapaciteit in de regio door verbindingen te verbeteren en deze goed en veilig in te richten voor recreatief (snel)verkeer. De toename van de actieradius van e-bikes biedt kansen voor het bezoeken van natuurgebieden buiten de stad Zwolle. Tijdens de werksessie kwam het signaal naar voren dat de fietsroute naar de Veluwe via het pontje lang duurt omdat het vaak erg druk is op mooie dagen.
De andere route mondt na de brug over de IJssel uit in een route die misschien geschikt is voor wielrenners, maar minder beleefbaar is voor recreatieve fietstochten. Wellicht kan de route in samenwerking met de gemeente Hattem iets aantrekkelijker gemaakt worden. Voor wandelaars ontbreken voorzieningen en er ontbreekt ook een wandelpad langs de spoorbrug IJssel Boog. Investeren in betere verbindingen over de IJssel kan helpen (capaciteit pontje of andere opties), samenwerken met andere gemeenten om een groene corridor aan te leggen richting de Veluwe is ook een mogelijkheid.
42
• Pad Zwarte Water/poldergebied. Het pad langs het Zwarte Water aan de Stadshagenzijde is druk en onveilig volgens enkele deelnemers aan de werksessie. Is het mogelijk dit pad te verbreden en uit te breiden richting de polders in het noordwesten? • Kwaliteitsslag wandelen park Stadshagen. Stadshagen heeft een park, maar is (nog) niet goed ingericht voor een inspirerend rondje wandelen. Hier ligt een kwaliteitsslag eerder voor de hand dan areaaluitbreiding en moet goed aansluiten op voorzieningen en wandelnetwerk. • Ontsluiten landelijk gebied/agrarisch gebied. Het landelijke karakter van Zwolle is bijzonder en de uitzichten zijn wijds. Een deel van het groen rondom de stad zijn (voormalige) agrarische gronden. Hier liggen kansen voor het openstellen van het landelijk gebied via klompenpaden en onverharde paden, in samenwerking met eigenaren (particulier of organisatie). • Kidsbeleefroutes. De kidsbeleefroutes in Zwolle Zuid en Stadshagen zijn populair en geven nut/doel aan het naar buiten gaan. We adviseren om de bestaande routes met 1 à 2 routes uit te breiden, in twee verschillende stadsdelen, bijvoorbeeld in het centrumgebied en in het noordoosten. • Thematische routes door de stad en ecolinten. Thematische routes zijn geschikt voor langere wandelingen en kunnen stadsdelen en wijken aan elkaar verbinden.
Bomenroutes met informatie over geschiedenis van het landschap, oude bomen en de huidige locatie/gebruik geven invulling aan een wandeling. Denk bij het creëren van groene routes aan een kralenketting: het koord moet voor een groot deel groen zijn, de kralen kunnen parkjes zijn, ecolinten/tuinen, erfgoed, buitenkunst of bos.
Figuur 6.5: inspiratie inrichting ecolint (Promenade Plantée, foto: Flickr)
• Ruiterpaden. Voor de ontwikkeling van ruiterpaden, niet meegenomen in de benchmark, adviseren we gebruik te maken van de kennis en kunde van ruiters en de KNHS. Zie 6.6.2.
6.5 Overige kansen • Multifunctionele recreatiezone. Zowel de druk op de ruimte als de recreatiebehoefte wordt de komende jaren groter. De aanleg van een recreatiegebied kan worden gecombineerd met een stuk bos, (stads)landbouw, voedselbossen, horeca, avontuurlijk spelen, sportvoorzieningen, en eventueel aan een rustige zijde gecombineerd worden met een natuurgebied. • Cultuurbeleving en evenementen. Hoewel cultuur een apart beleidsveld is in Zwolle, is cultuur ook een belangrijk onderdeel van recreatie in de buitenlucht. Van erfgoed in de vorm van origineel rivierenlandschap tot street art en van buitenkunstroutes tot een (tijdelijk) Openluchttheater; er zijn talloze mogelijkheden om (met name) de avontuurzoeker en de stijlzoeker te verrassen met voorstellingen midden in het groen. Ter inspiratie: Shakespearetheater
43
Diever, Caprera Bloemendaal, Amsterdamse Bostheater. De rol van de gemeente is hierin slechts faciliterend, maar wij adviseren constructief mee te denken met initiatiefnemers en beleidsregels niet te streng te maken. • Ruimte voor nieuwe economische dragers. Economische dragers en nieuwe verdienmodellen zijn nodig om groengebieden functie te geven en te beheren. Bedrijfsverbreding past daar goed bij, bijvoorbeeld in combinatie met een agrarisch bedrijf. Recreatieterreinen zijn bijvoorbeeld ook geschikt voor (kleinschalige) verblijfsrecreatie, passend in de omgeving en aansluitend bij de behoefte van inwoners en bezoekers.
• •
6.6 Voorwaarden 6.6.1 Balans tussen natuur en recreatie Zwolle wordt omringd door bijzondere (N2000) natuurgebieden. Recreatief gebruik van deze natuurgebieden is puur ‘Buitengeluk’, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Te veel recreatie verstoort de natuur en dat moet voorkomen worden. Gemeentelijke parken, groen- en recreatieterreinen spelen een belangrijke rol in het geleiden van de recreatieve druk. De mix van natuur, gemeentelijk groen en recreatiegebied draagt bij aan de balans tussen recreatie en natuur.
•
• Wij adviseren om samen met de natuurbeheerorganisaties te kijken naar het groen en de natuur rond de stad, en het recreatieve gebruik ervan. Ook het (agrarisch) landelijk gebied heeft hierin een rol. Recreatiezonering is een instrument dat beheerders helpt bij het realiseren van balans tussen natuur en recreatie en get geleiden van de juiste recreant naar de juiste plek. 6.6.2 Gebruik de kennis van de stad en andere partijen • Bewoners. Bewoners beschikken over veel kennis van het gebied en Betrek bewoners niet alleen bij het participatieonderdeel tijdens de
•
planvorming, maar stimuleer buurtinitiatieven en ondersteun/faciliteer coöperaties. Buitenkunst. Buitenkunst verrijkt het landschap en roept op tot gesprek. Trek hierin op met de Fundatie en andere partijen uit de kunstscene. (Hoge)scholen. Betrek, waar relevant, scholen en opleidingsinstituten bij het inrichten van groen- en recreatiegebieden. Soms kan dat zelfs letterlijk: een inspirerend voorbeeld is de Tuin der Verbinding in Amersfoort. Deze tuin werd door de hogeschool speciaal Figuur 6.6: Tuin der Verbinding ingericht voor ontmoeting bron: Evangelistische Hogeschool Amersfoort en is opengesteld voor de hele wijk (figuur 6.6). Woningbouwcorporaties. Bij ontwikkeling van nieuwbouw en herontwikkelingsopgaven in bestaande wijken moeten ook de woningcorporaties bijdragen aan vergroening (en beheer) en sociale cohesie van de wijken in samenwerking met de gemeente. Wandelnetwerk. Gebruik voor verbetering van het wandelnetwerk de expertise van Wandelnet, Marketing Oost en andere partijen met kennis van wandelstructuren en/of lokale kennis. Beheer ruiterpaden via ‘adopteer je route’. In vijf provincies (Gelderland, Flevoland, Drenthe, Utrecht en Zuid-Holland) heeft de KNHS samen met Staatbosbeheer en de routebureaus een netwerk in het leven geroepen waarbij ruiters een stukje van hun favoriete route kunnen ‘adopteren’ en gezamenlijk het beheer van de route verzorgen.
Overijssel is nog niet aangesloten. Mogelijk liggen hier kansen om ook in en om Zwolle het beheer (en ontwikkeling) van ruiterroutes onder te brengen in routeteams van dit project.
44
Bijlage A: Leefstijlvinder Overzicht natuurbeleving verschillende leefstijlen Leefstijl
Type natuur
Paden
Motief
Activiteiten
Voorzieningen
Avontuurzoeker
Alles behalve functioneel bos. Omvangrijke gebieden, ongereptheid & wildernis
Voorkeur voor geen paden of onverharde/ half-verharde paden. Smalle paden en gemarkeerde routes
Avonturen beleven en nieuwe plekken ontdekken
Themaroute, georganiseerde sportieve outdoor activiteiten, culturele activiteiten
Veel voorzieningen is minder aantrekkelijk
Plezierzoeker
Neutraal. Open agrarisch minder aantrekkelijk
Wandelen: verhard of onverhard. Fietsen: liever geen brede of verharde paden.
Tijd met vrienden en familie, voor gezelligheid
Sporten, waterrecreatie, activiteiten ondernemen
Graag veel voorzieningen
Harmoniezoeker
Meer waardering open agrarisch landschap, minder waardering voor riviernatuur en heuvellandschap
Verharde, brede paden zonder auto’s
Even tussenuit en gezelligheid en tijd met vrienden en familie
Houden van fietsen, korte stukjes wandelen
Waarderen basic voorzieningen (pleisterplaats, bankjes). Minder behoefte aan zwemplekken
Verbindingszoeker
Natuurlijk bos en heide. Ook riviernatuur en uiterwaarden, cultuurlandschap, dorps-landschap, veenweidegebied en open agrarisch landschap
Wandelen: onverhard of smal. Fietsen: liever geen verharde paden
Genieten van de natuur, van de gezonde en frisse buitenlucht
Vogelspotten, natuurspeelbos, rustige waterrecreatie
Aanwezigheid routes prettig maar niet noodzakelijk
Rustzoeker
Heide en natuurlijk bos
Verharde, brede paden zonder auto’s
Ervaren van rust, graag dicht bij huis
Rustplaatsen/bankjes, observatiehut
Voorzieningen niet noodzakelijk
Inzichtzoeker
Heide, moeras- of waternatuur, riviernatuur en uiterwaarden, veenweidegebied, natuurlijk bos, heuvelachtig landschap, duinen en zee en strand
Wandelen: half of onverharde paden. Fietsen: verharde brede paden zonder auto’s
Rust en ontspanning, het hoofd leeg maken en drukte vermijden
Wandelen. Andere activiteiten in de natuur minder vaak
Natuur beleven: vogels / wild spotten, bezoekerscentrum, observatiehut/ natuurlezing, themaroute, pleisterplaats
Stijlzoeker
Heuvelachtig landschap, zee en strand en functioneel bos
Wandelen: halfverharde smalle paden. Fietsen: verharde als onverharde paden
Actief en sportief bezig of zoeken de gezelligheid op
Goed georganiseerde activiteiten
Aantrekkelijke voorzieningen geven de stijlzoeker actie: waterspeelplaats, zwemplek, klimbos, speelbos
45
Kaart A: meest dominante leefstijlen per buurt
46
Bijlage B: Benchmark uitgebreid
Waar dit het geval is, wordt het aangegeven bij de indicator en de duiding van de scores.
We vergelijken de huidige recreatieve voorzieningen van Zwolle (in 2022 ca. 131.000 inwoners, groeit naar 157.000 tot maximaal 175.000 inwoners in 2040) met drie andere Nederlandse steden met een vergelijkbaar, maar iets hoger inwoneraantal: • Amersfoort (ca. 159.000 inwoners) • Breda (ca. 185.000 inwoners) • Den Bosch (ca. 157.000 inwoners)
Figuur B1: Gemeentegrenzen en oppervlakte (bron: CBS)
Bij de selectie van deze drie steden is rekening gehouden met aanwezigheid van de volgende variabelen: • Vergelijkbare grootte (middelgrote stad met een inwoneraantal tussen 120.000-180.000 inwoners) • Aanwezigheid van historisch centrum • Aanwezigheid van water • Vergelijkbare regionale functie als Zwolle • Aanwezigheid van vergelijkbaar type groengebied buiten de stad (bijvoorbeeld niet gelegen in duingebied of stedelijke agglomeratie) Figuur B1 laat de gemeentegrenzen zien van de steden die geanalyseerd zijn in de benchmark. Ondanks dat de steden op zich vergelijkbaar zijn, zijn de gemeentegrenzen wel enigszins verschillend. Zo is de omvang van gemeente Amersfoort ongeveer de helft van de overige gemeenten in de benchmark. Hierdoor is er in de gemeente Amersfoort relatief veel stedelijk gebied en weinig landelijk gebied. Breda, ’s-Hertogenbosch en met name Zwolle hebben meer landelijk gebied binnen de gemeentegrenzen. Dit betekent dat sommige gegevens, waarin is gekeken naar aantallen, oppervlakten of afstanden binnen de gemeentegrenzen (absoluut of per hectare) in bepaalde mate vertekenend kunnen zijn.
Zwolle: ’s-Hertogenbosch:
ca. 11.900 ha ca. 11.800 ha
Amersfoort: Breda:
ca. 6.100 ha ca. 12.900 ha
Qua omvang van de stadscentra zijn er ook verschillen. Zo is de binnenstad van Zwolle relatief klein als je het vergelijkt met bijvoorbeeld ’s-Hertogenbosch. Voor de desbetreffende indicatoren waarvoor dit relevant is, is ook hier rekening mee gehouden.
47
1. Demografie
Tabel B1: Inwoners, bevolkingsdichtheid en bevolkingsprognose 2050 (bron: CBS; bron prognose Zwolle: gemeente Zwolle)
Bevolkingsopbouw, samenstelling huishouden • Met een inwoneraantal van 130.668 heeft Zwolle iets minder inwoners in vergelijking met Amersfoort (158.590), Breda (184.702) en Den Bosch (156.538). Het inwoneraantal van de benchmarksteden komt wel overeen met het verwachtte inwoneraantal van Zwolle in de toekomst (157.000 tot maximaal 175.000 inwoners in 2050). Tevens is Zwolle het dunst bevolkt van deze vier steden met 1.181 inwoners per vierkante kilometer, in vergelijking tot Amersfoort (2.548 per km2), Breda (1.469 per km2) en Den Bosch (1.430 per km2). • Zwolle heeft t.o.v. het Nederlands gemiddelde een opvallend jonge bevolking. Vooral de leeftijdsgroepen 20 tot 30 jaar en 30 tot 40 jaar vallen hierbij op. Amersfoort daarentegen heeft een stuk minder inwoners in de leeftijdsgroep van 20-30 jaar en meer in de leeftijd van 50 tot 60 jaar oud. Naast Zwolle is Breda ook een jonge stad met meer dan gemiddeld inwoners in de leeftijdscategorie van 20 tot 30 jaar, en Den Bosch heeft iets minder, maar toch gemiddeld meer dan andere steden in Nederland, inwoners in de leeftijdsgroepen van 20 tot 30 jaar, 30 tot 40 jaar, maar ook relatief veel inwoners in de categorie 50 tot 60 jaar, wat de gemiddelde leeftijd iets hoger maakt dan in Zwolle.
• Zwolle heeft redelijk veel eenpersoonshuishoudens (42%), wat overeenkomst met de benchmarksteden: Breda met 43% en Den Bosch met 41% liggen erg in de buurt qua percentages. Amersfoort heeft iets meer meerpersoonshuishoudens, maar ook hierin zijn de verschillen klein.
Gemeente
Inwoners 2022
Inwoners/km
2
Prognose inwoners 2050
Zwolle
130.668
1.181
157.000 tot 175.000
Amersfoort
158.590
2.538
178.900
Breda
184.702
1.469
209.900
Den Bosch
156.538
1.430
179.700
Figuur B2: Huishoudensgrootte per gemeente (bron: CBS) 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Eenpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden|2 personen
Meerpersoonshuishouden|3 personen
Meerpersoonshuishouden|4 personen Meerpersoonshuishouden|5 of meer personen Zwolle
Amersfoort
Breda
's-Hertogenbosch
48
Leefstijlvinder inwoners (schaal: wijk, gemeente, provincie) • Zoals te zien in figuur B3 heeft Zwolle relatief veel plezierzoekers. Inzichtzoekers en stijlzoekers heeft de gemeente Zwolle iets minder dan de overige gemeenten, maar al met al zijn de overige voorkeursleefstijlen ongeveer gelijk. Dit betekent dat de steden uit de benchmark wat leefstijlen betreft niet veel van elkaar verschillen. Figuur B3: Dominante leefstijlen inwoners per gemeente (bron: Leefstijlvinder) 25 20 15 10
gekeken, zijn bepaalde groene structuren te onderscheiden. De kaarten laten de stadscentra zien met de omliggende wijken. • Opvallend voor Zwolle is de brede groene strook die langs de Nieuwe Wetering/Almelose Kanaal ligt en voorbij het centrum doorloopt langs het Zwarte Water. Verder valt op dat de grotere wegen afgescheiden zijn met groene structuren. Er lijken echter wel minder groene verbindingen te zijn in vergelijking met Amersfoort (rechtsboven) en Breda (rechtsonder). In beide steden, maar vooral in Amersfoort lijken de groene stroken meer met elkaar verbonden te zijn. In ’sHertogenbosch (linksonder) zijn wel groene delen te vinden, met name aan de zuidkant van het centrum, maar rondom het centrum lijkt het groen minder verbonden dan in Zwolle. Figuur B4: Groenkaart van Nederland, per 10x10 meter pixel (bron: RIVM)
5
Zwolle
0
Zwolle
Amersfoort
Breda
Amersfoort
s-Hertogenbosch
2. Recreatief groen en natuur
‘s-Hertogenbosch
Breda
Groene verbindingen • Om de groene verbindingen te vergelijken is gekeken naar de ‘groenkaart van Nederland’ van het RIVM. Op deze kaart is het percentage aan groen per 10x10m pixel weergegeven, waar een combinatie is gemaakt tussen gras, struiken en bomen. In figuur X is deze kaart te zien. Als er tussen de oogharen door naar wordt
49
Parken, plantsoenen, volkstuinen • Zwolle is een stad met veel hectares aan recreatief groen (parken, recreatiegebieden en volkstuinen) en per inwoner zelfs meer dan Den Bosch, die enkele tientallen meer hectare groen te bieden heeft. Amersfoort en Breda vallen hierbij op met (ruim) minder groen: 221 hectare in Amersfoort en 255 hectare in Breda.
Figuur B5: Parken, recreatiegebieden en volkstuinen per gemeente (bron: CBS)
Tabel B2: oppervlakte parken, plantsoenen en volkstuinen (bron: CBS)
Gemeente
Parken, en plantsoenen (ha)
Per huishouden in m2
Per inwoner in m2
Zwolle
317
52
24
Amersfoort
221
31
14
Breda
255
29
14
Den Bosch
359
48
23
Buurtweides, nutstuinen, wijkboerderijen • Zwolle heeft met 14 hectare aan wijkboerderijen redelijk veel van dit type voorziening voor het aantal inwoners. • Buurtweides en nutstuinen zijn door verschillende definities per gemeente lastig te vergelijken. Door de oogharen heen lijken er weinig verschillen tussen de 4 steden. Natuurgebieden (NNN, Natura 2000) • De gemeente Zwolle heeft 1.433 ha aan NNN-natuur binnen de gemeentegrenzen. Ten opzichte de andere steden is dit vrij gemiddeld, maar per persoon is dit wel hoger dan gemiddeld, met alleen meer NNN per inwoner in Breda. Breda heeft de meeste NNN-natuur van de vier steden met 2.874 hectare. ‘s-Hertogenbosch volgt hierna met
50
1.555 hectare, wat vergelijkbaar is met Zwolle, maar per persoon is het in ’s-Hertogenbosch wel een kleiner oppervlak per inwoner dan in Zwolle. Amersfoort heeft ruim minder natuurgebied met 683 hectare, al is dit ook deels het gevolg van de vorm van de gemeentegrenzen; Amersfoort heeft weinig landelijk gebied binnen de gemeentegrenzen. • Qua Natura 2000-natuur heeft Zwolle opvallend veel hectares binnen de gemeentegrenzen. Langs de IJssel, de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water liggen grote stukken beschermde natuur. In de overige gemeenten heeft het merendeel van de natuur geen Natura-2000 status.
Figuur B6: NNN en Natura 2000 per gemeente (bron: IPO, RVO)
Tabel B3: Oppervlakte natuur per gemeente en per inwoner (bron: IPO, RVO, CBS)
Gemeente
Natuurnetwerk Nederland (NNN) in ha
NNN per inwoner in m2
Natura 2000 in ha
Natura 2000 per inwoner in m2
1.433
110
967
74
683
43
0
0
Breda
2.874
156
112
6
Den Bosch
1.555
99
377
24
Zwolle Amersfoort
3. Wandelen en fietsen Wandelen en walkability • Volgens de walkability tool is Zwolle een net iets minder goede wandelstad dan de overige steden uit de benchmark, met een score van 7 uit 10 t.o.v. een 8 uit 10 voor de drie andere steden. • Vanuit het wandelroutenetwerk is te zien dat Zwolle duidelijk minder wandelroutes heeft dan Breda, maar het lijkt wel iets beter te scoren dan ’s-Hertogenbosch. Data voor Amersfoort is helaas niet beschikbaar.
51
Figuur B7: Walkability per wijk per gemeente (PosadMaxwan)
Figuur B8: Wandelroutenetwerken (PDOK)
*In Amersfoort is nog geen wandelnetwerk
52
Figuur B9: Fietsroutenetwerken (PDOK) (helaas slecht leesbaar door de vaste legenda lay-out)
Fietsen • In 2020 heeft gemeente Zwolle in totaal 837,6 kilometer aan fietspaden. Amersfoort zit hier net iets onder met 713,1 kilometer, Den Bosch weer net iets boven met 956 kilometer en Breda heeft 1079,5 kilometer aan fietspaden. Zwolle heeft met 106,4 kilometer (12,7%) het grootste oppervlakte fietspaden in landelijk gebied, Amersfoort heeft 36,9 kilometer (5,2%) in landelijk gebied, Breda 64,8 kilometer (6%) en Den Bosch 61,9 kilometer (9,4%).
• De meeste fietspaden liggen In de bebouwde gebieden met weinig of geen groen of in bebouwde gebieden met veel groen: Zwolle heeft 270 kilometer in bebouwd gebied met veel groen (32%) en 336,9 kilometer (40,2%) in bebouwd gebied met geen groen. Amersfoort heeft de meeste fietspaden in bebouwd gebied: 216,9 kilometer (34,3%) in bebouwd gebied met veel groen en 400,7 kilometer (56,2%) met weinig of geen groen. Breda heeft een stuk minder fietspaden in bebouwd gebied maar wel bijna net groot percentage groen als niet groen: 244,9 kilometer (22,7%) met veel groen en 250,6 kilometer(23,2%) met weinig of geen groen. Den Bosch is hierbij het beste te vergelijken met Zwolle: 331,2 kilometer (34,6%) met veel groen en 375,9 kilometer (37,4%) met weinig of geen groen. • Er is onderzoek gedaan naar wat men vindt van de fietspaden in de steden. Antwoordmogelijkheden waren ‘zeer lelijk’, ‘lelijk/saai’, ‘neutraal’, ‘mooi’ en ‘schilderachtig. Gemeente Zwolle heeft het minste kilometer aan ‘lelijk/saaie’ fietspaden, namelijk 9,5 kilometer (1,1%), hierna volgt Breda met 18,1 kilometer (1,6%), Amersfoort met 17,6 (2,5%) en ten slotte Den Bosch met 37,8 kilometer (3,9%) ‘lelijk/saaie’ fietspaden. Bij alle steden iss ‘neutraal’ het meest ingevuld.
Zwolle heeft volgens de respondenten het meeste aantal kilometer oppervlakte aan ‘mooie’ fietspaden, namelijk 187,9 kilometer (22,4%), Den Bosch volgt hierna met 204,2 kilometer (21,3), gevolgd door Breda, 216,5 kilometer (20%) en ten slotte Amersfoort, 128,5 kilometer (18%). Kernindicator beweegvriendelijke omgeving20 • Met 52,7% heeft Zwolle het hoogste percentage volwassenen dat voldoet aan de Beweegrichtlijn. Opvallend is dat ruim meer mensen fietsen naar school of werk en het minst aantal mensen van de vier