CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1c Natuurwaardenkaart

Raad Besluitvormingsronde 10 februari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Definitief groen- en recreatiebeleid57.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

g(be)leefbaar

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan april 2024

Zwolle

m(be)leefbaar

Inhoudsopgave Aa-landen - Bebouwde kom

4

Park Wezenlanden & Nooterhof - Groene vinger

55

Agnietenberg en Brinkhoek - Groene vinger

7

Parklandschap Herfte - Wijthmen - Groene vinger

58

Assendorp en Kamperpoort - Bebouwde kom

10

Ruiten en Veenekampen - Landbouw

61

Berkum - Bebouwde kom

13

Schelle - Bebouwde kom

64

Binnenstad- Bebouwde kom

16

Schelle-Oldeneel en Windesheim - Landbouw

67

Diezerpoort- Bebouwde kom

19

Spoolde en Zalkerveerweg - Landbouw

70

Dijklanden en Westerveldse bos - Groene vinger

22

Stadshagen - Bebouwde kom

73

Haersterbroek - Landbouw

25

Tolhuislanden - Landbouw

76

Hanzeland - Bebouwde kom

28

Veerallee - Bebouwde kom

79

Hessenpoort- Bedrijventerrein

31

Voorst - Bedrijventerrein

82

Holtenbroek - Bebouwde kom

34

Vrolijkheid en Oosterenk - Bedrijventerrein

85

Ittersum - Bebouwde kom

37

Westenholte - Bebouwde kom

88

Katerveer en Engelse Werk - Groene vinger

40

Weteringen-gebied - Landbouw

91

Maatgraven en Marshoek - Landbouw

43

Landgoed Windesheim - Landgoed

94

Marslanden - Bedrijventerrein

46

Wipstrik - Bebouwde kom

97

Mastenbroek en Stadsbroek - Landbouw

49

Zandhove Bikkenrade - Groene vinger

100

Oeverwallen Vecht - Groene vinger

52

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

2

m(be)leefbaar

Afbeelding 1: Huidige situatie van Zwolse buurten ten aanzien van de norm van 75 m2 groen / woning. (NB alhoewel er op het terrein Floresstraat ook een woonbuurt is, is het hier nog gerekend tot de bedrijventerreinen.)

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

3

m(be)leefbaar

Aa-landen

Bebouwde kom De groene vinger

De huismus nestelt hier in woningen waarbij voornamelijk ruimten onder de dakpannen gebruikt worden. Een soort als de grote bonte specht gebruikt zachte boomsoorten om een nestholte uit te hakken, terwijl de grotere bomen in het gebied vervolgens nestlocaties zijn voor sperwers.

De Aa-landen is één van de groenste wijken van de gemeente Zwolle. Aa-landen wordt gekenmerkt door de groene dooradering, ook wel de “groene vinger” genoemd. De “groene vinger” is niet alleen groen, maar had ook de blauw groene vinger genoemd kunnen worden. In de Aa-landen zijn namelijk diverse wateren aanwezig, zoals de Westerveldse Aa. Die mondt uit in de waterplas Wijde Aa en het gebied van noord tot zuid doorkruist. Daarnaast bevindt zich aan de westzijde een waterpartij die eveneens is aangesloten op de Wijde Aa en in het zuiden is de waterplas de Dobbe. Langs de Westerveldse Aa bevinden zich Park Aa-landen en een grote groenstrook. Deze strook vertakt zich middels lanen, bomenrijen en groene speelvelden door de gehele woonwijk. Een deel van deze grote strook kent zelfs eigenschappen van trilveen met unieke en vaak zeldzame blauwgraslandsoorten, waardoor dit parkdeel niet meer valt onder ‘gewoon stedelijk groen’ en het beheer is gericht op het behoud van deze natuurwaarden. Door het vele groen in het gebied komen er zowel huis- en tuinsoorten voor, zoals de huismus, merel en groenling, maar ook bossoorten als de grote bonte specht en zwartkop. Daarbij leven er langs de randen ook soorten die voornamelijk in het buitengebied voorkomen, zoals de ransuil, boomvalk en sperwer. Groene vinger en woning in Aa-landen (Google)

Huismus (E. Witter)

De lanen en bomenrijen vormen naast broedgelegenheden voor boombroeders ook voor de groep vleermuizen een essentiële rol. Soorten als de rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis hebben hun verblijfplaats in boomholten en tussen loshangend schors. Daarnaast vormen bomenrijen belangrijke landschappelijke elementen die fungeren als vliegroute. De waterpartijen vormen ook belangrijke voedselplekken voor soorten als de boerenzwaluw die op diverse insecten jaagt. Ook watervogels als de smient en aalscholver maken gebruik van de wateren. Meerdere soorten ganzen rusten op het water en gebruiken het korte gras als foerageerlocatie. In het water zelf leven vissensoorten als de baars, blankvoorn en brasem. Ook libellen zijn watergebonden en spenderen een groot deel van hun leven als larven in het water. Eenmaal volgroeit, kruipen de larven via waterplanten uit het water om zich vervolgens te ontpoppen tot libelle. Algemene libellensoorten als de azuurwaterjuffer en het lantaarntje komen hier voor, maar ook zeldzamere soorten als de gevlekte witsnuitlibel en de beekrombout. Langs de randen van het water groeien door de vochtige omstandigheden planten als de rietorchis en de zeldzamere gevlekte rietorchis. Planten in en langs het water zijn trekpleisters voor insecten.

Zo worden de inheemse soorten als gele lis, pijlkruid en zwanenbloem door de libellen gebruikt om eitjes af te zetten en vervolgens door de larven om te verschuilen. De variatie aan omstandigheden binnen de “groene vinger” zorgt ook voor de aanwezigheid van verscheidende hommels en bijen. Wie goed oplet kan soorten als de akkerhommel, boomhommel, grote koekoekshommel, breedbandgroefbij en grote wolbij in dit gebied zien.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

52,3 ha wonen zand en klei

Het Landschap Aa-landen is een woonwijk die wordt dooraderd met een groenverbinding, die ook wel de “Groene Vinger” wordt genoemd. Deze “Groene Vinger” representeert de blauwgroene verbinding door het gebied, want ook aan de ‘blauwe verbindingen’ is geen gebrek in de Aa-landen. Aan de randen van de woonwijk bevinden zich waterpartijen en langs de oostzijde stroomt de Westerveldse Aa, die uitmondt in de Wijde Aa. De wijde Aa is een voormalige zandwinplan, waarvan het zand is gebruikt om de Aa-landen in zijn geheel op te hogen (m.u.v. het Aa-dal). In het zuiden bevindt zich daarnaast nog de plas ‘De Dobbe’. Waar voor 1975 het gebied voornamelijk bestond uit boerengronden, begint zich vanaf de jaren ‘75 een woonwijk te vormen. Vanaf de late jaren ‘80 ontstaat het gebied zoals we het nu kennen. De woonwijk bestaat uit verscheidene soorten bebouwing, waaronder appartementen, rijtjeswoningen en vrijstaande woningen. Daarnaast bevindt zich ook een winkelcentrum te midden van het gebied. Aan de noordwestzijde zijn sportvelden aanwezig.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

4

m(be)leefbaar

Dagpauwoog (G.J. Assink)

Groene initiatieven De gemeente Zwolle ondersteunt diverse initiatieven in de woonwijken: ‘Klimaat actief’, ‘Boomtuintje’, ‘Geveltuintje’ en ‘Adoptie groen’ zijn enkele voorbeelden van zulke initiatieven. De Bernisse en kleine Alm zijn in dit gebied al voorzien van een opknapbeurt waarbij de woonstraten klimaatbestendig zijn ingericht. Het verdwijnen van stenen en het toepassen van meer groen in het stedelijk gebied is niet alleen gunstig om weerstand te bieden aan klimaatverandering, maar het heeft ook een positief effect op de flora en fauna. Van veel van deze initiatieven zorgen er zo voor dat er meer algemene vlindersoorten als de atalanta, dagpauwoog en de citroenvlinder te zien zijn in de wijk. Ook bijen profiteren van een gevarieerd aanbod aan bloemen en kruiden.

De nabijheid van de “groene vinger” zorgt er voor dat zeldzamere soorten in dit gebied voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het bruinblauwtje. Deze vlinder maakt een opmars richting het noordoosten van het land. Iedere vlindersoort heeft specifieke planten waar de eitjes op worden afgezet. Dit wordt ook wel de waardplant genoemd. Het bruinblauwtje gebruikt bijvoorbeeld de donkere ooievaarsbek, die eveneens in dit gebied voorkomt. De Aa-landen bevindt zich duidelijk in het uiterwaardengebied. Dit is terug te zien in de plantensoorten! De Rode Lijst-soorten als wilde kievitsbloem, steenanjer, beemdkroon en waterdrieblad zijn hier terug te vinden. Tussen al het openbaar groen en de tuinen scharrelt ’s nachts de egel op zoek naar voedsel. Maar overdag en in de winter zoekt deze soort rust en beschutting op om te rusten.

1.293 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (159 waargenomen)

Egel (iStock)

Een zeldzame huisgenoot In het noordwesten van de Aa-landen bevindt zich in een woning een kraamkolonie van de zeldzame meervleermuis. De meervleermuis staat bekend om de lange afstanden die deze soort aflegt. Hierbij worden grote rivieren zoals het Zwarte Water en de IJssel gebruikt als vliegroute tussen de verblijfplaats en de plek waar naar voedsel wordt gezocht, of tussen het zomer- en winterverblijf. De meervleermuizen die zich hier in enkele woningen gevestigd hebben, zoeken hun voedsel in het buitengebied en natuurgebieden als de Weerribben-Wieden. De mannetjes en vrouwtjes leven grotendeels een gescheiden leven, waarbij mannetjes vaak alleen verblijven en vrouwtjes veelal in grote groepen met hun jongen verblijven, genaamd een kraamkolonie. Beide typen verblijven zijn in de Aa-landen aangetroffen, langs de grote rivieren en tevens hun migratieroutes.

Aalscholver Boerenzwaluw Groenling Grote bonte specht Huismus

Merel Ransuil Smient Sperwer Zwartkop

Reptielen, Amfibieën & Vissen (20 waargenomen) Baars Blankvoorn Brasem Bruine kikker Gewone pad

Kleine modderkruiper Kleine water salamander Snoek Groene kikker

Overige Ongewervelden (436 waargenomen) Akkerhommel Boomhommel Breedbandgroefbij Gewone tuinslak Grote wolbij

Honingbij Ratelaar Struiksprinkhaan Witte reus Grote koekoekshommel

Vleermuizen (7 waargenomen) Franjestaart Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Watervleermuis

Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

Dagvlinders (27 waargenomen) Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruinblauwtje Citroenvlinder

Dagpauwoog Distelvlinder Eikenpage Oranje tipje Sleedoornpage

Vaatplanten (477 waargenomen) Beemdkroon Tripmadam Donkere ooievaarsbek Vogelmuur Gewone orchis Waterdrieblad Rietorchis Wilde kievitsbloem Steenanjer Zomerklokje

1.293

Meervleermuis (E. Witter)

0

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (18 waargenomen) Bosmuis Bunzing Eekhoorn Egel Haas

Huismuis Mol Rosse woelmuis Steenmarter Wezel

Libellen (37 waargenomen) Azuurwaterjuffer Beekrombout Blauwe glazenmaker Bruine korenbout Bruine winterjuffer

Gevlekte witsnuitlibel Gewone oeverlibel Glassnijder Grote keizerlibel Lantaarntje

Overige (112 waargenomen) Groot dooiermos Grote stinkzwam Hanenkam Helmroestmos Muurschotelkorst

Stoeprandvingermos Uiterwaardmos Vliegenzwam Witte bultzwam Zilvermos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

5

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De “groene vinger” is van grote waarde voor de natuur in Aa-landen. Door de diversiteit aan groen komen er soorten voor die typerend zijn voor bosrijke gebieden. Waterpartijen vormen leefgebieden voor veel verschillende soorten en dragen daardoor bij aan de biodiversiteit. De bomenrijen en -lanen die vanuit de “groene vinger” de woonwijk in komen, vormen habitats voor veel verschillende soorten en hebben essentiële functies voor vogels en vleermuizen. De woningen die geschikt zijn voor vogelsoorten als de huismus en gierzwaluw om te nestelen. Maar ook voor gebouwgebonden vleermuizen zijn zulke woningen van groot belang, zoals is te zien aan de kraamkolonie van meervleermuizen.

•

• •

• • •

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de meervleermuis

Door de dikke ophoog-zandlaag groeien bomen slecht en zijn ze gevoelig voor verdroging. Hier liggen kansen voor groeiplaatsverbetering van bomen en het groen. Verbetering van de ecologische onderdoorgang van de Westerveldse Aa waar deze de Zwartewaterallee kruist. Verbetering van de waterkwaliteit Dobbe en Wijde Aa en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers ten behoeve van de ecologie. Natuurinclusieve nieuwbouw voor gebouwbewonende soorten. Meer open water creëren om relatie wateren te versterken. Behoud en eventueel versterken van de structuur van de laanbomen.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

2

Groene buitenruimte

2

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: insecten, voornamelijk de insecten die op het wateroppervlakte zitten of daar net boven vliegen.

Het behoud van donkere watergangen (dus geen kunstmatige verlichting tussen zonsondergang en -opkomst)

Veiligheid: overdag slapen deze soorten in de spouwmuren en onder de dakpannen, waar na-isolatie een grote bedreiging vormt.

Na-isolatie zorgt voor veel dode meervleermuizen. Door natuurvriendelijk te werk te gaan bij verduurzaming van de woning, kunnen veel meervleermuizen worden gered.

Voortplanting: meervleermuizen brengen gezamenlijk in één grote groep de jongen groot.

Meervleermuizen verblijven in spouwmuren, onder dakpannen en op kerkzolders. Maar ook vleermuiskasten worden door deze soort gebruikt. Help ze een handje door een zo groot mogelijke vleermuiskast zo hoog mogelijk aan een warme kant van het huis te plaatsen, zonder obstakels of licht voor de opening.

Meervleermuis (E. Witter)

Rivieren vormen de migratieroute (Google Maps)

De “ambassadeur” van het gebied is de meervleermuis. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de meervleermuis behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

6

m(be)leefbaar

Agnietenberg en Brinkhoek

Groene vinger Tot rust komen op de Agnietenberg

Vanwege de rijke geschiedenis en de vele invullingen die de Zwollenaar het deelgebied Agnietenberg en Brinkhoek heeft gegeven, is dit een deel van Zwolle met een zeer gevarieerd landschap en daarmee hoge soortenrijkdom. Het gebied is gelegen in het buitengebied van Zwolle, ten oosten van de stad. In de 14e eeuw werd er een klooster gevestigd op de Agnietenberg, een oude rivierduin langs de Vecht. Alhoewel het klooster de tand des tijds niet heeft overleefd, is ‘begraafplaats Bergklooster’ nog een zichtbaar restant. Iets ten zuiden van het klooster is sinds de 15e eeuw het landgoed Kranenburg aanwezig. Het landgoed is tegenwoordig in gebruik als begraafplaats en als park. Doordat het gehele complex gekenmerkt wordt door rust en al eeuwen in gebruik is, hebben bijzondere soorten zich hier weten te vestigen. Alhoewel het misschien niet het eerste zal zijn waar je aan denkt bij het bezoeken van een begraafplaats, komen er op de vele grafstenen een bijzondere soortgroep voor: korstmossen. Er zijn alleen hier al 139 soorten te vinden, waaronder Rode Lijstsoorten zoals het typische zwarte grafkost, bolletje-geleimos en gewoon leermos.

Alhoewel de bossen rond het voormalige landgoed vroeger vooral werden gebruikt als hakhout voor bouwmateriaal en brandhout, heeft nu de natuur de soms wel eeuwenoude bomen opgeëist. Tijdens een wandeling langs de beukenlaan zal een overstekende eekhoorn of het ‘gelach’ van de groene specht je niet ontgaan. Door de afwisseling tussen oude bossen, open grasvelden en overgangen, zijn er veel verschillende micro-habitats met daarbij kenmerkende soorten. Hoog in de boom bouwen roofvogels zoals de buizerd hun horst, terwijl iets lager in de oude eiken spechten hun holen maken die op hun beurt weer gebruikt worden door andere soorten als de koolmees, boomklever en boommarter. In het struikgewas zoekt de koperwiek naar bessen en in de strooisellaag groeien diverse soorten paddenstoelen zoals de kostgangerboleet en vindt de groene specht zijn hoofdmaaltje: de rode bosmier. Een bijzondere soortroep die ook veelvuldig aanwezig is, zijn de vleermuizen. De holtes in oude bomen worden gebruikt door de rosse vleermuis om hun jongen in groot te brengen en de watervleermuis jaagt boven de waterpartijen naar muggen. De vele bomenrijen worden daarnaast ook gebruikt door de gewone dwergvleermuis om te navigeren en hun weg te vinden van hun verblijfplaats onder de dakpannen naar de open plekken in het bos om te foerageren.

Met 11 soorten die zijn waargenomen is Agnietenberg en Brinkhoek een belangrijk gebied voor vleermuizen.

Overzichtsfoto (Google Maps)

Zwarte grafkorst (V. Jeronimus)

Door het gras- en maaibeheer van de gemeente Zwolle op en rond de begraafplaatsen krijgen zeldzame soorten als de steenanjer, ook wel Zwolse anjer genoemd, de kans om hier te groeien. Door maximaal twee keer per jaar te maaien en het maaisel af te voeren, krijgen soorten die van een schralere bodem afhankelijk zijn een kans. Duifkruid, beemdkroon, rietorchis en voorjaarsganzerik zijn de kers op de taart van dit beheer.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

201,4 ha wonen, natuur, recreatie zand

Het Landschap Agnietenberg en Brinkhoek zijn gelegen op een oude rivierduin langs de Vecht. Op het hoogste punt van deze duin, de Agnietenberg, is al sinds de middeleeuwen menselijke activiteit. Dit is goed terug te zien in de landschapsstructuren zoals houtwallen, begraafplaatsen, hakhoutbossen en bomenlanen. Doordat de activiteit in de loop der jaren min of meer gelijk is gebleven, zijn veel van dit soort kenmerken zoals bossen met oude bomen bewaard gebleven. Mede hierdoor is het grootste gedeelte van het gebied onderdeel van de ‘Hoofdgroenstructuur’ van Zwolle. De bossen en bomenlanen zijn hiermee belangrijke verbindingen en leefgebieden voor tal van diersoorten. Naast het uitbundige groen, spelen de waterpartijen in het gebied een belangrijke rol in het landschap. Aan het begin van de 20ste eeuw zijn er diverse poelen en vijvers aangelegd in het bosrijke kerngebied. Daarnaast is ten noorden een recreatieplas aanwezig, die voorheen voor zandwinning werd gebruikt. In het westelijke deel ligt de groene wijk Brinkhoek. De wijk wordt gekenmerkt door de vrijstaande woningen met grote tuinen. Langs de oostelijke grens van het gebied, langs de uiterwaarden van de Vecht, zijn diverse woonerven aanwezig en een camping.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

7

m(be)leefbaar

Knoflookpad (iStock)

In de vele vijvers rond het voormalige landgoed en de woonwijk Brinkhoek, komt misschien wel de meest bijzondere soort van dit deelgebied voor: de knoflookpad. Deze pad, tegenwoordig een zeldzaamheid in Nederland, dankt zijn naam aan de knoflooklucht die door de pad wordt uitgescheiden bij gevaar. Ondanks zijn opvallende verschijning, met uitpuilende ogen en oranje vlekken, leeft de knoflookpad een verborgen bestaan en graaft zich overdag in onder het zand. In het voorjaar trekken de padden naar diepe, vegetatierijke poelen voor de voortplanting. De knoflookpadden worden al 20 jaar gemonitord door lokale vrijwilligers waardoor er een goed beeld is van de lokale populatie. Daarnaast worden de vijvers voor de knoflookpad optimaal beheerd om zo de lokale populatie in stand te houden.

Van dit beheer profiteren ook weer andere soorten die afhankelijk zijn van water voor hun voortplanting, zoals de groene kikker, kleine watersalamander en azuurwaterjuffer. Deze soorten zijn ook afhankelijk van ontwikkelde oever- en watervegetaties. In het uiterste noorden van het deelgebied ligt de Agnietenplas. Deze voormalige zandafgraving langs de Vecht is nu in gebruik als recreatieplas. Net als de verderop gelegen vijvers biedt deze plas een onderkomen aan verschillende soortgroepen. De plas biedt voedsel en veiligheid voor verschillende watervogels zoals de smient, fuut en dodaars. Onder het wateroppervlak zwemmen de blankvoorn en tiendoornige stekelbaars en tussen het riet leggen de gewone oeverlibel en groene kikker hun eieren en dril.

1.512 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (144 waargenomen)

Kostgangerboleet (E. Witter)

Drukte in de tuin Ten westen ligt de woonwijk Brinkhoek, gekenmerkt door de vrijstaande woningen en groene tuinen. Onder de dakpannen kunnen huismussen een geschikte nestplek vinden en op de gemaaide gazons en onder de hagen ligt genoeg voedsel voor deze vogels. Naast de huismus weten tal van andere soorten de woonwijk te vinden. Een typische vogel van groene tuinen zoals de groenling, maar ook soorten als de goudhaan en grote lijster worden vaak aangetroffen. Egels scharrelen ’s nachts van tuin naar tuin, op zoek naar insecten en andere ongewervelden en overdag slaapt de ransuil in de hoge bomen langs de weg. Het eindsignaal klinkt! Maar wanneer iedereen gedoucht heeft en de lichtmasten op de sportvelden ten zuiden van Brinkhoek uitgaan, zoeken de roeken en kauwen hun slaapplek op in de bomen rond deze velden. Tot wel 300 roeken en 500 kauwen zijn hier geteld!

Dodaars Havik Gekraagde roodstaart Grote lijster

Groenling Goudhaan Groene specht Ransuil Roek

Rosse vleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger

Eekhoorn Boommarter Bosmuis Bunzing Egel

Meervleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Knoflookpad Baars Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad

Bruin blauwtje Atalanta Citroenvlinder Dagpauwoog Eikenpage

Bosmier Bosbesuil Gewone meikever Grote voorjaarsspanner

Moerassprinkhaan Sint Jacobsvlinder Voorjaarsboomsp anner Vuurwants

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (18 waargenomen)

Dagvlinders (27 waargenomen)

Overige Ongewervelden (519 waargenomen)

0

Vleermuizen (7 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (19 waargenomen) Groene kikker Kleine watersalamander Rietvoorn Tiendoornige stekelbaars

1.512

Bijzondere waterliefhebbers

Groene specht (iSotck)

Gehakkelde aurelia Kleine vuurvlinder Landkaartje Oranjetipje

Vaatplanten (492 waargenomen) Duifkruid Beemdkroon Betonie Bevertjes Lathyruswikke

Rietorchis Steenanjer Voorjaarsganzerik Wilde kievitsbloem Zacht vetkruid

Haas Konijn Mol Ree Steenmarter

Libellen (29 waargenomen) Azuurwaterjuffer Beekrombout Bloedrode heidelibel Bruine korenbout

Gewone oeverlibel Grote keizerlibel Viervlek Vroege glazenmaker

Overige (257 waargenomen) Bolletje-geleimos Gewoon haakmos Groot leermos Kostgangerboleet Muurschotelkorst

Rond dambordje Sneeuwzwammetje Vliegenzwam Wrattig schildmos Zwarte grafkorst

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

8

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

Wat zijn de kansen?

Door de landschapselementen die al langere tijd aanwezig zijn in dit deelgebied, zoals de soms eeuwenoude bomen en oude grafstenen, is een grote diversiteit aan soorten aanwezig in de kern van dit gebied. Dit is vooral een grote waarde voor soorten die afhankelijk zijn zulke oude elementen, zoals holenbroeders, planten, korstmossen en vleermuizen. De diepe, vegetatierijke vijvers zijn van grote waarde als voortplantingsplaatsen en leefgebied voor zeldzame en unieke soorten waaronder de knoflookpad. De extensief gemaaide graslanden rond de begraafplaatsen en vijvers zorgen voor een hoge biodiversiteit. Naast de groeiplaatsen van zeldzame vaatplanten profiteren meerdere soorten fauna hiervan, waaronder dagvlinders en andere insecten, broedvogels en zoogdieren. Enkele huizen in Brinkhoek zijn van belang voor gebouwbewonende soorten als de huismus en vleermuizen. Vleermuizen profiteren hier van de ligging van bebouwing in bosrijk gebied. Daarnaast bieden de tuinen beschutting en voedsel voor tal van (tuin)vogels en verbindingen voor grondgebonden zoogdieren, doordat de erfafscheidingen vooral uit heggen en struiken bestaan.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de knoflookpad

•

•

• • •

• •

Omvormen van strakke tuinen in Brinkhoek naar natuurvriendelijkere tuinen, om zo de stapstenen te behouden en uit te breiden. Optimaliseren van bestaand water ten oosten van Sportpark de Pelikaan naar voortplantingswater voor de knoflookpad. Extensivering van het recreatief gebruik van de Agnietenplas (vooral de Vechtzone en noordelijke zijde). Binnendijks verhogen van recreatieve mogelijkheden. Weilanden tussen de Brinken en maïsland ten westen van de Kranenburg begraafplaats omvormen van agrarische grond naar natuur. Optimaliseren beheer en uitbreiding van Kievitsbloemhooiland ter hoogte van de Hoevebrink. Het ontwikkelen van bos ten westen van de HTCvoetbalvelden.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: bodemdieren zoals kevers, mieren, duizendpoten, insectenlarven en wormen.

Gezond bodemleven zorgt voor veel bodemdieren. De grond gezond houden doe je door het zoveel mogelijk bedekt te houden met blaadjes, takjes, compost etc. Laat de bodem daarnaast zoveel mogelijk met rust, door minder te schoffelen en spitten. Verder is een niet al te strakke/nette bodem of tuin het beste, laat die tuin maar groeien!

Vocht: net als elke amfibie is de knoflookpad afhankelijk van water. Visvrije poelen en watergangen vormen het leefgebied.

Het behoud van een netwerk van geschikte poelen is essentieel voor deze soort. Ook rust rond deze poelen is belangrijk: niet te veel honden, lichten en recreatie in de buurt.

Veiligheid: overdag en in de winter graven de knoflookpadden zich in.

Behoud van open, mulle, zandige delen in de omgeving van de poelen en watergangen in dit gebied, zorgen voor veilige plekken voor de knoflookpad om zich overdag en ’s winters in te graven. Rommelige hoekjes, struiken, hagen en bladhopen in de tuin zijn ook nuttige ‘stapstenen’ voor de soort om zich door het gebied te verplaatsen.

Knoflookpad (iStock)

Poel (Google Maps)

De “ambassadeur” van het gebied is de knoflookpad. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de knoflookpad behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

9

m(be)leefbaar

Assendorp en Kamperpoort

Bebouwde kom ,

Waardevol stenig landschap…

Assendorp en Kamperpoort behoren tot de oudere buurtschappen van Zwolle. De arbeiderswoningen werden begin de 19e eeuw compact en dicht bebouwd en vormen samen een stenig landschap. In de leg- en voegmortels van vooral oudere bebouwing werd vaak kalk als bindmiddel gebruikt. Kalkmortels nemen veel vocht op en geven dat ook gemakkelijk weer af. Dit kalkrijke en stenig landschap vormt aantrekkelijk habitat voor veel soorten. Zo groeien er diverse vaatplanten op muren zoals muursla, een soort die vrij zeldzaam is in het midden van Nederland maar is waargenomen in de Stationsbuurt. Andere soorten die ook vertoeven op de oudere muren zijn muurleeuwenbek, tongvaren, klein glaskruid en gele helmbloem. Op de muren en dakpannen komt een verscheidenheid aan korstmossen voor, die als indicator kunnen dienen voor luchtkwaliteit. Vooral in de oudere delen van de wijken zijn veel soorten waargenomen. Zoals de donkerbruine schotelkorst, gewoon muursterretje, grijsgroene steenkorst, groot dooiermos, kleine geelkorst, muurachterlichtmos, muurdubbeltandmos en muurschotelkorst. Het groot dooiermos is tevens een indicator voor voedselrijkdom. Het stenige landschap biedt ook aantrekkelijk habitat aan stadse vogelsoorten. Uit een telling (2014) van

Knusse straatjes (S. Fidom)

Muursla (Istock)

Stichting Avifauna Zwolle bleek dat Assendorp een uitstekende vesting vormt voor de standvastige gierzwaluw. De gierzwaluw is afhankelijk van de stad voor het leggen van broedsels, voor de rest doen zij alles in de lucht: jagen, paren en zelfs slapen! Maar andere typische soorten van de stad als huismus, ekster, zwarte roodstaart, merel, roodborst, koolmees en pimpelmees worden ook veelvuldig waargenomen. Kamperpoort kent nog enkele oudere woningen, waar ook veel huismussen en gierzwaluwen worden aangetroffen. In de nieuwe parkeergarage Katwolderplein zijn neststenen voor de gierzwaluw ingebouwd, maar het is nog niet bekend of hier ondertussen gierzwaluwen nestelen. Er zijn (oudere) bomen aanwezig in Assendorp die verschillende functies voor vogels hebben. Zo hebben kauwen en spreeuwen een slaapplaats aan de Groeneweg en zijn ransuilen broedend en roestend in bomen waargenomen. Zeldzame vlinders als de grote vos laten zich steeds meer zien bij iepen en zoete kersen in deze wijk. Ook vliegen er boombewoners als de rosse vleermuizen en ruige dwergvleermuizen rond. Het nieuwere Kamperpoort heeft minder groen binnen de wijk, maar de strook langs de A28 biedt leefgebied aan soorten als de buizerd, ekster, merel en grote bonte specht. De oude gebouwen in Assendorp zoals de Oude ambachtsschool, het Dominicanenklooster en de St.

Jozefkerk vormen belangrijke verblijfplaatsen voor vleermuizen, zoals gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De nieuwbouwwoningen in Kamperpoort hebben veelal strakke daken en afwerkingen, maar de open stootvoegen bieden alsnog verblijfmogelijkheden aan de gewone dwergvleermuis. Tussen de gebouwen en onder de auto’s spot je mogelijk een rennende steenmarter die ook verblijfplaatsen in gebouwen heeft. De waarde van de wijken blijkt ook uit een aantal fanatieke waarnemers en werkgroepen. De werkgroep BLWG (vereniging voor mossen- en korstmossenonderzoek in Nederland) is actief in de wijk en heeft veel bijgedragen aan de waarnemingen. Zo hebben fanatieke waarnemers veel stadse bijen en vlinders waargenomen, zoals de blauwe en rosse metselbij, de citroenvlinder, de atalanta, het groot koolwitje en de kleine vos.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

222,9 ha wonen zand

Het Landschap Van origine had Assendorp waarschijnlijk het karakter van een esdorp. De es is in de Middeleeuwen aangelegd op een hoger gelegen natuurlijke dekzandrug. Assendorp en Kamperpoort zijn ontstaan vanaf het begin van de 19e eeuw en behoren tot één van de oudere buurtschappen van Zwolle. Kamperpoort was van oorsprong een volksbuurt met arbeiderswoningen en bedrijfspanden. De wijk is de laatste decennia sterk veranderd en wordt nu gekenmerkt door nieuwe woningen en bedrijvigheid van de bioscoop en de IJsselhallen. Assendorp werd dicht en compact bebouwd met arbeiderswoningen waar met name spoorwegarbeiders en werknemers van de centrale Werkplaats zich konden vestigden. Het bestaat uit meerdere buurten: Stationsbuurt, Oud-Assendorp, NieuwAssendorp, Pierik, Stationsbuurt en Hanzeland. Nieuw-Assendorp is grotendeels gebouwd in de jaren ’20 en ’30 van de twintigste eeuw. Het hart van Oud-Assendorp vormt het Assendorperplein. Een deel valt in de Spoorzone waar de afgelopen jaren veel aan is veranderd. Met name in het noordwestelijke van Assendorp bevinden zich grote villa’s en herenhuizen. Naast woningen bevinden zich ook bijvoorbeeld kerkgebouwen, scholen en winkelwoonhuizen. Verder is er in het oosten van het deelgebied een sportpark en zijn er twee stadsparken: Park Eekhout en Azaleapark. Tot slot bevindt zich aan de oostzijde van de wijk het sportpark Marslanden. 10

m(be)leefbaar

Kompassla-uil op kompassla (S. Fidom)

50 tinten groen… Tussen de stoeptegels door groeit er van alles: zeldzame donzig klaproos, glad vingergras, straatliefdegras en stinkende gouwe bijvoorbeeld. Deze stoepplantjes en braakliggende stukjes met beplanting als kompassla, kransmuur en zeldzame riempjes (Rode Lijst) vormen ‘stapstenen’. Deze soorten functioneren als waardplanten voor insecten zoals de vrij zeldzame kompassla-uil die als rups op de kompassla gevonden kan worden. Stapstenen die een groene verbindingszone kunnen vormen in het stedelijk landschap zijn niet alleen belangrijk voor insecten, maar voor allerlei diersoorten zoals bruine kikker, gewone pad en de relatief veel waargenomen egel die graag gebruikt maakt van laaggroei. Er zijn bomenlanen aanwezig in de wijk, maar niet zoveel laaggroei zoals inheemse struiken. Ook door schuttingen kunnen de egel en amfibieën zich minder veilig en makkelijk verplaatsen in de wijk.

De stichting ‘50 tinten groen Assendorp’ neemt samen met bewoners maatregelen om meer groen aan te brengen in de wijk. Maatregelen zijn bijvoorbeeld het maken van groene daken, buurtmoestuinen, geveltuintjes, biodiverse insectenparadijzen in achtertuinen en insectenhotels. Park Eekhout is een slag groter in deze ecologische verbinding en vormt daarmee het belangrijkste onderdeel van de ‘Hoofdgroenstructuur’ binnen dit deelgebied. Zeldzame soorten als akkergeelster en weidegeelster groeien in dit park, maar ook gele anemoon, gewone vogelmelk en gewoon sneeuwklokje. Tussen het groen door vliegen er vinken en appelvinken. Ook een koppeltje waterhoenen broeden al meerdere jaren graag in de kleine sloten van dit park. Dat de Hoofdgroenstructuur en de stapstenen belangrijk zijn voor biodiversiteit, blijkt ook uit de veel diverse soorten libellen die verspreid waargenomen zijn door het gebied, zoals de bruine korenbout, steenrode heidelibel en de unieke bandheidelibel.

909 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (14 waargenomen) Appelvink Ekster Gierzwaluw Huismus Kauw

Akkergeelster (Istock)

Een tijger in huis? Iedereen denkt bij ‘biodiversiteit’ aan het levens buitenshuis, maar ook binnenshuis zijn er veel diersoorten te vinden. Een typische binnenspin bijvoorbeeld is de getijgerde lijmspuiter. De spin heeft misschien niet het formaat van een tijger, maar dankzij zijn gelige kleur en patroon van lijnen en vlekken doet de spin aan een tijger denken. De getijgerde lijmspuiter maakt geen web zoals de meeste spinnen, maar heeft een andere jachttactiek. Met zijn gifklauw spuwt de spin een kleverige en giftige substantie in een zigzagpatroon over zijn prooi. Op deze wijze wordt de prooi op een afstand overmeesterd en kan hij deze nuttigen. Ook diersoorten als huisspringspin, huisuil en huismoeder zijn binnenshuis in de wijk waargenomen. Ondanks de naam komen de huisuil en huismoeder ook buitenshuis voor.

Ransuil Roek Roodborst Spreeuw Zwarte roodstaart

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Bosmuis Bruine rat Bunzing Egel Huismuis

Bruine kikker Driedoornige stekelbaars Gewone pad Kleine watersalamander

Atalanta Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog Klein koolwitje

Akkerhommel Blauwe metselbij Rosse metselbij Boomhommel Donkergroene korstmosuil

Gamma-uil Getijgerde ljimspuiter Kompassla-uil Kuifvlinder Muntvlindertje

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (16 waargenomen)

Dagvlinders (23 waargenomen)

Overige Ongewervelden (378 waargenomen)

0

Vleermuizen (7 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (9 waargenomen) Marmergrondel Snoek Tiendoornige stekelbaars

909

Getijgerde lijmspuiter (Istock)

Groot koolwitje Kleine vos Grote vos Scheefbloemwitje Sleedoornpage

Vaatplanten (347 waargenomen) Akkergeelster Muurleeuwenbek Glad vingergras Liggende vetmuur Donzige klaproos

Muursla Stinkende gouwe Riempjes Tongvaren Weidegeelster

Huisspitsmuis Konijn Mol Steenmarter Veldmuis

Libellen (21 waargenomen) Bruine winterjuffer Gewone oeverlibel Houtpantserjuffer Lantaarntje Steenrode heidelibel Overige (94 waargenomen)

Azuurwaterjuffer Bandheidelibel Blauwe breedscheenjuffer Blauwe glazenmaker Bruine korenbout

Donkerbruine Kleine geelkorst schotelkorst Muurachterlichtmos Gewoon Muurdubbeltandmos muursterretje Grijsgroene steenkorst Grijze slank amaniet Gewone morielje Groot dooiermos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

11

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

• •

•

•

Wat zijn de kansen?

De (oude) bomen in tuinen en in de straatbeelden van de wijken zijn waardevol. Bomen worden door gebruikt voor veel diverse functies als slaapplek, broedplek, waardplant, maar ook als verbindingselement. De groenstrook tussen de A28 en Kamperpoort vormt een belangrijke verbinding voor marterachtigen, vogels en insecten. Braakliggende terreinen zijn een onderdeel van de groene verbinding in het stenige landschap. Insecten en andere diersoorten gebruiken dit als ‘stapstenen’ om zich te kunnen verplaatsen tussen habitats. Daarnaast zijn braakliggende terreinen een vorm van tijdelijke natuur waar vaak bijzondere soorten kunnen voorkomen zoals in dit geval de kompassla-uil. Daarom zijn ook braakliggende terreinen van waarde en kunnen deze terreinen het best worden beheerd als ‘tijdelijke natuur’. In Assendorp zijn er veel oude gebouwen die verblijfplaatsen bieden aan soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger, huismus, gierzwaluw en steenmarters. Het grote stadspark van Assendorp: Park Eekhout is een belangrijk onderdeel van de Hoofdgroenstructuur en heeft al een verscheidenheid aan allerlei dier- en plantensoorten.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de huismus

•

•

• • •

Natuurinclusieve nieuwbouw/renovatie voor het behoud van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten en (zeldzame) muurvegetatie, zoals muursla. Realisatie van nieuwe doorgaande groen/blauwstructuur langs het spoor (ter hoogte van Deventerstraatweg, Oosterlaan, Westerlaan en Rieteweg) voor het verbeteren van het ecologisch functioneren van het gebied. (Ecologisch) herstel van de Willemsvaart. Realisatie van ecologische verbinding van het groen vanuit Kamperpoort naar de Veerallee. De aanleg van natuurvriendelijke oevers in park Eekhout zou de biodiversiteit in het park kunnen laten toenemen.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

2

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: de huismus eet vooral zaden en vruchten, maar voor de jongen bestaat het voedsel uit insecten

Voor insecten is het belangrijk dat er bloeiende planten in de tuin zijn, maar laat ook planten na het bloeien staan om zaad te kunnen zetten. Maai niet al het gras weg maar laat het op plekken staan, ook tussen tegels.

Veiligheid: roofvogels en huiskatten vormen gevaar. Huismussen hebben daarom vluchtplekken nodig.

Zorg voor een dichte struik waar huismussen in weg kunnen kruipen. Een beukenhaag is een mogelijkheid, liguster, hondsroos of taxus zijn nog beter, want leveren ook nog voedsel.

Huismus (iStock)

Voortplanting: het wordt steeds heter onder Huismussen broeden graag bij elkaar in de buurt. Als je een nestkast ophangt zorg dan de pannen, de traditionele broedplaats van dat er meerdere bij elkaar komen te hangen. Hang ze zo hoog mogelijk, zoals onder de de huismus. dakgoot.

(Besdragende) struiken geven voedsel en beschutting (E. Witter)

De “ambassadeur” van het gebied is de huismus. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de huismus behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

12

m(be)leefbaar

Berkum

Bebouwde kom Onderdak in Berkum

Berkum ligt aan de oostkant van Zwolle grenzend aan de uiterwaarden van de Vecht. Het grootste deel van de wijk bestaat uit woningen uit de jaren ’70, maar de buitenranden van de wijk zijn nieuwer. De woningen in de oudere delen van de wijk vormen een goed onderkomen voor soorten die afhankelijk zijn van bebouwing. De huismus broedt bijvoorbeeld graag onder de pannen van deze woningen. Huismussen maken rommelige nesten van takjes en strootjes, in de winter gebruiken ze dit nest ook om te overnachten. Besdragende struiken en nectarbloemen trekken insecten aan waar de huismus op jaagt en zijn te vinden in de tuinen. De kans is groot dat ook de gierzwaluw onderdak vindt in Berkum. Overhangende kantpannen boven de zijgevels vormen goede plaatsen om een nest onder te bouwen. Ook vleermuizen maken dankbaar gebruik van bebouwing. De gewone dwergvleermuis verblijft bijvoorbeeld graag in spouwmuren. Deze vleermuis heeft maar een hele kleine opening in de muur nodig om een spouwruimte te gebruiken als zomerverblijf of zelfs als kraamverblijf. Op deze manier geven de woningen in Berkum niet alleen onderdak aan de bewoners, maar ook aan een heel aantal diersoorten.

Overzichtsfoto (Google streetview)

Gewone dwergvleermuis (iStock)

Naast de soorten die te verwachten zijn in de bebouwing van Berkum leeft er ook van alles in de groene zones van de wijk. Hoewel het centrale deel van de wijk geen deel uit maakt van de hoofdgroenstructuur, wordt de wijk wel omgeven door deze groene dooradering van Zwolle. De groenstrook langs de Kranenburgweg en de beplanting langs de A28 zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur en langs alle zijden van de wijk bevindt zich hoofdgroenstructuur of Natura 2000-gebied. Het groen in Berkum bestaat hoofdzakelijk uit gazon en enkele (eiken)lanen. Daarnaast hebben de meeste woningen in Berkum redelijk grote tuinen. Struiken en kruidachtige planten zijn voornamelijk te vinden in deze tuinen. Soorten die je tegen kunt komen in Berkum zijn dan ook typische tuinsoorten. Wanneer je voldoende groen in je tuin hebt, kun je al gauw een bezoek verwachten van bijvoorbeeld de merel. De merel broedt graag in hagen of dichte struiken. Ook de roodborst en de heggenmus kun je in de tuin aantreffen. Een paar grote struiken of hagen in de tuin kunnen voor deze soorten al het verschil maken, waaronder door de heggenmus wordt gezocht naar insecten. De lanen in de wijk zorgen ervoor dat je ook de grote bonte specht kunt horen roffelen in Berkum. Spechten zoeken naar insecten onder de schors van grote bomen. Daarnaast hakken ze boomholtes uit om in te broeden.

Wanneer de jonge spechten het nest verlaten kunnen deze holtes ook gebruikt worden door tal van andere soorten. Holenbroeders zoals koolmezen maken graag gebruik van deze gaten om in te broeden. Maar ook sommige vleermuizen verblijven graag in deze boomholtes. Bloeiende planten trekken vlinders naar je tuin. Soorten als dagpauwoog, atalanta en kleine vos zijn typerend voor een stedelijke omgeving als deze. De rupsen van deze kleurrijke soorten eten uitsluitend van brandnetels. Het is voor deze vlinders dan ook belangrijk dat er rommelige hoekjes zoals composthopen aanwezig zijn waar brandnetels en distels de ruimte krijgen. Dagpauwogen en atalanta’s kun je overigens ook in de winter tegenkomen: overwinterend op droge plekjes, zoals in schuurtjes of zelfs binnenshuis.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

103,5 ha wonen zand

Het Landschap Voordat de huidige woonwijk gebouwd werd aan het einde van de jaren ‘60, lag op deze locatie het gehucht Berkum omgeven door landbouwgronden. Van de oude dorpskern zijn nog maar enkele gebouwen bewaard gebleven aan de Campherbeeklaan. Berkum bestaat hoofdzakelijk uit woningen die gebouwd zijn in de jaren ’70 al zijn er ook nieuwere delen aan de buitenkant van de wijk. De noordkant van Berkum grenst aan de A28. Langs de oostkant stroomt de Vecht en ten zuiden van de wijk ligt de oude Vecht. Ten westen van de wijk ligt het Vegtlusterbos. Daarmee is Berkum omgeven door groene zones die elk deel uit maken van de hoofdgroenstructuur. De bebouwing van Berkum zelf maakt geen deel uit van de groenstructuur. De groenvoorzieningen in de wijk zijn beperkt en bestaan vooral uit gazon en een aantal eikenlanen.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

13

m(be)leefbaar

Verborgen diversiteit Hoewel Berkum op het eerste oog niet het meest soortenrijke deel van Zwolle lijkt, zijn er toch veel soorten waar te nemen als je goed zoekt. Dit bewijst dat er een fanatieke waarnemer in de wijk is. Deze waarnemer voerde vanaf zijn balkon honderden soorten in van vooral veel vogels en insecten. Een belangrijk deel van deze waarnemingen bestaat uit nachtvlindersoorten.

Klein avondrood (iStock)

Nachtvlinders zijn een goed voorbeeld van verborgen diversiteit. Soortenrijkdom die je niet gauw op zal merken maar toch echt wel aanwezig blijkt wanneer je er naar op zoek gaat. Nachtvlinders zijn niet alleen bruine, donkere motten, want er is een enorme verscheidenheid aan soorten in prachtige kleuren en vormen. Zo is er het zeer opvallende klein avondrood, met een prachtige roze kleur. Voor andere soorten moet je wel weer heel goed zoeken.

De wapendrager vertrouwt bijvoorbeeld volledig op zijn camouflage. Deze vlinder lijkt namelijk zo sterk op een afgebroken berkentwijgje, dat je nauwelijks gelooft dat het hier om een vlinder gaat. De rupsen van de wapendrager doen het goed op verschillende boomsoorten en zullen dus zeker ook op de laanbomen in Berkum te vinden zijn. Nachtvlinders zijn een ontzettend diverse groep met maar liefst 2.400 verschillende soorten in Nederland. Onder deze soorten is er veel variatie in grootte, vorm en kleur. Een groot deel van deze soorten kun je zomaar in je eigen tuin aantreffen. Je hoeft alleen maar even goed te zoeken!

539 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (114 waargenomen)

Wapendrager (G.J. Sieperda)

Invloeden van de Vecht Berkum ligt aan de uiterwaarden van de Vecht, daarnaast loopt aan de zuidkant van de wijk de oude Vecht. De invloeden van de Vecht zijn goed zichtbaar voor wie er oog voor heeft. Zo groeit bijvoorbeeld de weidegeelster in veel van de openbare groenstroken van de wijk. Deze zeldzame lelieachtige plant wordt voornamelijk gevonden in het stroomgebied van de IJssel en Vecht. De weidegeelster bloeit vroeg in het voorjaar, vaak tegelijk met het speenkruid. Door deze combinatie van soorten zal Berkum in het vroege voorjaar prachtig geel kleuren. Op de dijk langs de uiterwaarden van de Vecht komen onder andere steenanjer en gulden sleutelbloem voor. Ook deze (Rode Lijst-)soorten zijn kenmerkend voor het Vechtdal. Invloeden van de Vecht komen ook naar voren uit diverse waarnemingen van watergebonden insecten. Zo zijn er meerdere waarnemingen van het krabbescheerwatermotje en het bleek watermotje. De rupsen van deze soorten eten van waterplanten als aardvederkruid en waterpest.

Merel Huismus Gierzwaluw Heggenmus Koolmees

Roodborst Spreeuw Ekster Grote bonte specht Boomkruiper

Vleermuizen (6 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

Reptielen, Amfibieën & Vissen (1 waargenomen)

Dagvlinders (20 waargenomen)

Bruine kikker

Dagpauwoog Atalanta Kleine vos Citroenvlinder Distelvlinder

Overige Ongewervelden (256 waargenomen) Klein avondrood Wapendrager Witte tijger Groot avondrood Eikentandvlinder

Haarbos Hagedoornvlinder Krabbescheerwater mot Kolibrievlinder Steenhommel

Bont zandoogje Landkaartje Koninginnepage Klein koolwitje Hooibeestje

Vaatplanten (110 waargenomen) Weidegeelster Wilde kievietsbloem Muurleeuwenbek Gulden sleutelbloem Gewoon speenkruid

Grote brandnetel Knoopkruid Fluitenkruid Daslook Vogelkers

0

539

Weidegeelster (iStock)

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (8 waargenomen) Egel Steenmarter Huisspitsmuis Eekhoorn Bunzing

Mol Vos

Libellen (12 waargenomen) Steenrode heidelibel Bruine glazenmaker Blauwe glazenmaker Paardenbijter Lantaarntje

Vuurjuffer Platbuik Bruine winterjuffer Houtpantserjuffer Bruine korenbout

Overige (12 waargenomen) Stoeprandvingermos Geschubde inktzwam Grote parasolzwam Gewoon puntmos Muurschotelkorst

Kastanjebruine schotkorst Melig takmos Rond dambordje Zwavelzwam

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

14

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

Berkum heeft op dit moment weinig natuurwaarden. De natuurwaarde in een woonwijk als Berkum is vooral afhankelijk van de inrichting van de groenstructuren en de tuinen van de huizen. In Berkum zijn de openbare groenstroken van lage kwaliteit, deze bestaan hoofdzakelijk uit kortgemaaid gras en enkele lanen. Groene tuinen zijn daardoor momenteel de belangrijkste natuurwaarden in de wijk. De huizen in Berkum zijn geschikte broedplaatsen voor huismus en gierzwaluw. Ook zijn gebouwbewonende vleermuizen te verwachten in de wijk. Door de ligging van de wijk aan de Vecht is er in Berkum potentie voor bijzondere soorten. De aanwezigheid van de weidegeelster is hier een goed voorbeeld van.

•

•

•

•

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de heggenmus

Groenvoorziening in de wijk is arm aan gelaagdheid. Er is vrijwel geen struweel aanwezig in de groenstroken. Struweel in de vorm van struiken, hagen en kruidachtige planten bieden nestgelegenheid aan vogels en kansen voor tal van insecten. Ook zoogdieren zoals de egel kunnen profiteren van dergelijke structuren. Inzetten op meer ecologisch maaibeleid. Momenteel is er weinig aanbod van bloemen en kruiden. Door ecologisch te gaan maaien, wordt dit aanbod vergroot en zo ook de biodiversiteit. Verminderen van de verstening van tuinen in Berkum. Door vergroening van tuinen wordt de afwatering en biodiversiteit verbeterd. Natuurinclusieve bouw en renovatie voor het behoud van gebouwbewonende soorten.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

2

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

2

Groene buitenruimte

2

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: de heggenmus scharrelt zijn kostje als een muis op de grond bij elkaar.

Kleine insectjes, spinnetjes en pissebedden zijn alleen op plekken te vinden waar bladeren en takjes blijven liggen. Laat onder de struiken de grond bedekt en haal daar geen bladeren weg.

Voorplanting: vroeg in het voorjaar zingt het mannetje in de top van een boom of struik

Struiken zijn van groot belang voor de heggenmus (voor voedsel en nestbouw). Hoge struiken of een boom mogen echter ook niet ontbreken. Het zingen vanaf een hoog punt is een essentieel onderdeel van de voortplanting.

Veiligheid: de heggenmus houdt van beschutting en komt niet graag in open tuinen.

Dichte struiken, takkenhopen, ruigtes met brandnetels of bramen; dit zijn allemaal elementen waar de heggenmus zich thuis voelt.

Heggenmus (H. Looman)

Struiken, hagen en bomen voor de heggenmus (A. Wolma)

De “ambassadeur” van het gebied is de heggenmus. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de heggenmus behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

15

m(be)leefbaar

Binnenstad

Bebouwde kom Omgeven door water

De binnenstad van Zwolle begrensd door singels en doorsneden door de stadsgracht, gevoed door het Almelose Kanaal en uitmondend in het Zwarte Water. De grachten en het groen hieromheen behoren tot de ‘hoofdgroenstructuur’ van Zwolle. Het groen bestaat met name uit (oude) bomen en aangelegde parken en tuinen. Wat gelijk opvalt, is dat in de historische kern veel waarnemingen bekend zijn van zowel boomals gebouwbewonende vleermuizen. Met name de gewone dwergvleermuis, de in Nederland meest voorkomende soort, is een veel geziene gast. Deze en andere vleermuizen jagen langs de bomenlanen en boven de grachten naar insecten. Verder maken boombewonende vleermuizen gebruik van de oude bomen met holten of loshangend schors, als verblijfplaats. De rosse vleermuis gebruikt één van de holle bomen zelfs als kraamverblijfplaats. In een holte in een tak zijn minimaal 6 uitvliegende rosse vleermuizen gezien. Een bijzonderheid voor een soort die normaal gesproken vooral in bossen voorkomen. Het belang van oude bomen is ook voor andere soorten aan de orde. Zo maken vogels als boomklever en boomkruiper gebruik van (spechten)holen, klimop aan bomen en loszittend schors om in te broeden. Op en nabij de bomen zijn schimmels en mossen als echte honingzwam, gewoon schildmos en eikenweerschijnzwam te vinden. Indruk van gebied (Google Maps)

Eikenweerschijnzwam (iSotck)

De grachten trekken soorten aan die afhankelijk zijn van water. Zo zijn verschillende libellen aanwezig, als de blauwe breedscheenjuffer, gewone oeverlibel en weidebeekjuffer. Deze soorten hebben verschillende habitateisen. Zo heeft de gewone oeverlibel een voorkeur voor plaatsen met kale oevers, en de blauwe breedscheenjuffer juist voor plaatsen met een ruige oevervegetatie. Voor beide soorten zijn langs de grachten geschikte plekken voorhanden. Visetende vogels zoeken ook graag de randen van de binnenstad op om aan de waterkant te foerageren. Denk bijvoorbeeld aan de aalscholver, een veelvoorkomende soort in waterrijke gebieden. Ook wel te herkennen aan zijn zitplaats aan het water op bijvoorbeeld palen, met de vleugels gespreid om deze te laten drogen. De kokmeeuw is ook een viseter, al is deze soort een echte opportunist die ook met regelmaat menselijk voedsel consumeert. Twee bijzondere soorten die ook geregeld komen jagen boven het water zijn de ijsvogel en grote gele kwikstaart. Met name in de winter verlaat de ijsvogel zijn (broed)territorium om ook in meer open water naar kleine visjes, waterinsecten en dergelijke te zoeken in ijsvrij water. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden is de ijsvogel namelijk niet goed bestand tegen koude temperaturen vanwege het dichtvriezen van wateren en daarmee de onbereikbaarheid van hun voedselbron.

Een viseter uit een andere categorie die zich ook weleens laat zien in de grachten, is de otter! De otter is in de jaren ’80 uitgestorven in Nederland en vervolgens in 2002 geherintroduceerd. Wildcamerabeelden door Landschap Overijssel laten zien dat vier otters tegelijk in de Zwolse stadsgracht hebben rondgezwommen. Verder zijn vanaf 2016 in verschillende jaren prenten en uitwerpselen van otters gevonden. Normaal gesproken leeft de otter in oeverzones met voldoende dekking en rust, dus dat de soort de stadsgrachten van Zwolle opzoekt om naar vissen te foerageren, is best bijzonder.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

77,4 ha wonen, winkelcentrum

Het Landschap Het oerlandschap van Zwolle is een gebied waar de belangrijkste reliëfeenheden werden gevormd door het ijs van de gletsjers en door de wind veroorzaakte zandverhogingen in de laatste IJstijd. Op deze natuurlijke verhoging ontstond duizenden jaren later de stad Zwolle. De zandrug is nog altijd herkenbaar in Zwolle’s oudste straat, de Sassenstraat, waar een duidelijk niveauverschil merkbaar is ten opzichte van de aangrenzende straten. Van oudsher heeft Zwolle haar bloei te danken aan een strategische ligging nabij de monding van de Vecht aan het Zwarte Water. In de Middeleeuwen heeft zich een nederzetting gevormd langs de rivier de Aa. Op 31 augustus 1230 werd aan de bewoners van die nederzetting stadsrechten verleend. Hiermee mochten de inwoners van de nieuwe stad voortaan hun eigen bestuurders kiezen en aanstellen volgens eigen recht. Nu mocht de nederzetting omwald worden en voorzien van een gracht ter verdediging. Tot circa 1800 blijft de stadsontwikkeling van geringe betekenis en voornamelijk binnen de omwalling uit het eind van de 17e eeuw. In 1790 wordt de vestingfunctie van Zwolle opgeheven, waarna de verdedigingswerken afgebroken kunnen worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor stadsuitbreiding op en buiten de stadswallen. Vandaag de dag is nog steeds sprake van een stadsgracht die verbonden is met het Zwarte Water en het Almelose Kanaal.

De lus aan de noordzijde wordt ook wel de ‘Achtergracht’ genoemd. 16

m(be)leefbaar

Weidebeekjuffer (IStock)

Het bruisende centrum Misschien tegen de verwachtingen in, maar ook in het centrum van het gebied zelf ‘bruist’ het van de soorten. Aangezien hier weinig groen is, en veel gebouwen staan, is het wel aanpassen geblazen voor soorten. Veel van de soorten die hier voorkomen maken van oorsprong gebruik van kliffen, grotten, steengroeven en bergwanden als habitat. Neem de steenmarter, waarvan de naam de voorkeur qua habitat al aangeeft. Hij maakt gebruik van open spouwmuren en ruimtes onder het dak om in te verblijven. Een andere soort die in grote getalen in de kern voorkomt, is de gierzwaluw. Uit tellingen door Zwollenaren blijkt zelfs dat in de Zwolse binnenstad een bolwerk aan broedplaatsen van gierzwaluw aanwezig is. De gierzwaluw is afhankelijk van gebouwen met geschikte openingen, bijvoorbeeld ruimte onder dakgoten of dakranden.

Veel (historische) gebouwen in het centrum voldoen aan deze criteria, zoals de Wijndragerstoren en de panden aan de Nieuwe Markt. Het toegankelijk houden van deze gebouwen is van groot belang voor het broedsucces van de gierzwaluw. Een aantal veelvoorkomende plantensoorten waarvan de naam al de groeiplek verraadt, zijn muurleeuwenbek (o.a. Maagjesbolwerk), muurfijnstraal (o.a. omgeving Broerenkerk), muurvaren (o.a. Onze Lieve Vrouwentoren) en muursla. Ook deze soorten groeien van oorsprong vaak op rotsen. Muursla groeit langs gevels, op oude muren, in vochtige steegjes en in stadsparken en komt dan ook verspreid door het centrum voor. De houtduif en stadsduif zijn ook dergelijke opportunisten. Als afstammeling van de rotsduif heeft de stadsduif in stenige gebieden een alternatief habitat gevonden. Ze schuwen mensen niet en komen dan ook graag even kijken of er eten bij je te halen valt...

879 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (110 waargenomen) Aalscholver Boomklever Boomkruiper Gierzwaluw Grote gele kwikstaart

Tripmadam (E. Schreurs)

Bijzondere vaatplanten Voor een stadskern zijn redelijk wat bijzondere planten aanwezig. Zo zijn veel waarnemingen bekend van de zeldzame akkergeelster, een soort van vrij open plaatsen. Voor het zien van deze plant in bloei kun je het beste in het vroege voorjaar een bezoekje brengen aan het park aan het Van Nahuysplein. Een andere redelijk zeldzame vaatplant die zich weet te handhaven in de stadskern is de gele helmbloem. Het is bij uitstek een stadsplant die met name groeit op oude vochtige en beschaduwde muren. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De Rode Lijst biedt een overzicht van soorten die in Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. De stadskern van Zwolle biedt voor een aantal van deze soorten ook groeiplaatsen, zoals de gulden boterbloem en tripmadam. De gulden boterbloem kun je vinden in het grasland aan beide waterkanten van de gracht ten oosten van de stadskern. Tripmadam is net als gele helmbloem een soort van stenige plaatsen – verschillende gebouwen en de stadsgracht bieden dan ook geschikte groeiplaatsen aan de soort, bijvoorbeeld het Maagjesbolwerk.

Huismus Kokmeeuw Sperwer Turkse tortel Zwarte roodstaart

Vleermuizen (11 waargenomen) Bosvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Watervleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

Reptielen, Amfibieën & Vissen (7 waargenomen)

Dagvlinders (16 waargenomen)

Baars Brasem Graskarper Lettersierschildpad Rietvoorn

Atalanta Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder

Roodwangschildpad Snoekbaars

Overige Ongewervelden (88 waargenomen) Akkerhommel Blauwe metselbij Huismoeder Kolibrievlinder Rosse metselbij

Stadsreus Steenhommel Tuinhommel Vuurwants Zevenstippelig lieveheersbeestje

Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Koninginnenpage Oranjetipje

Vaatplanten (568 waargenomen) Akkergeelster Armbloemig look Straatgras Muurvaren Gele helmbloem

Hemelboom Muurfijnstraal Muurleeuwenbek Gehoornde klaverzuring Bleekgele droogbloem

0

879

Gierzwaluw (IStock)

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (7 waargenomen) Bosmuis Bruine rat Egel Huismuis (soort onbekend)

Muskusrat Otter Steenmarter

Libellen (13 waargenomen) Blauwe breedscheenjuffer Bruine glazenmaker Bruine korenbout Gewone oeverlibel Grote roodoogjuffer

Grote keizerlibel Platbuik Lantaarntje Watersnuffel Weidebeekjuffer

Overige (59 waargenomen) Gewoon schildmos Groot dooiermos Parapluutjesmos Kopjes-bekermos Rond schaduwmos

Oranje dooiermos Reuzenchampignon Steenpurperschaaltje Gewoon muursterretje Kastanjebruine schotelkorst

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

17

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De hoofdgroenstructuur met grachten, bomen, groenstroken en parken biedt verbinding tussen de binnenstad en andere delen van Zwolle, met positieve effecten voor de biodiversiteit. Op deze manier ontstaat habitat voor bijzondere soorten die de groenstroken en/of grachten gebruiken om langs te migreren en foerageren. De oude bomen, met name aan de stadsrand, zijn van hoge ecologische waarde, zowel als verbindend element als zijnde gelegenheid voor soorten om te broeden of verblijven. Ook hebben deze bomen een koelende werking op hun omgeving. Met het oog op klimaatverandering en bijkomende hittegolven kunnen temperaturen voor bewoners, het winkelend publiek en toeristen op deze manier draaglijk gehouden worden. Bij voorkeur wordt hierbij zoveel mogelijk voor inheemse bomen gekozen, aangezien deze de hoogste waarde hebben voor insecten. De oude gebouwen en de stadsgrachten, doordat deze mogelijkheden bieden aan soorten die een stenige (rotsachtige) omgeving prefereren. Zowel algemene als een aantal bijzondere, beschermde en Rode Lijstsoorten komen dan ook (in grote getalen) in de stadskern van Zwolle voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3c2fdb5e-9f45-4f36-9d65-42f2df11012a