13. Verkenning (water)bodemonderzoek
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 51012779 Referentienummer: NL23-648800269-53364 Datum: 18-10-2023
Verkennend (water)bodemonderzoek Veld- en bodemonderzoeken DON Stations Locatie: Zwolle
Definitief
Opdrachtgever: TenneT TSO BV Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Sweco Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle Postbus 1364 8001 BJ Zwolle Nederland
www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Zwolle Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Revisiebeheer Revisie C0 D1
Datum 22-06-2023 12-10-2023
Status Concept Definitief
D2
18-10-2023
Definitief
Belangrijkste wijzigingen Opstellen rapport De opmerkingen uit de RFA zijn in dit document verwerkt Geen relevante opmerkingen TenneT en bevoegde gezagen
2 (34)
Verantwoording Titel
Verkennend (water)bodemonderzoek
Subtitel
Veld- en bodemonderzoeken DON Stations Locatie: Zwolle
Projectnummer
51012779
Referentienummer
NL23-648800269-53364
Datum
18-10-2023
Auteur(s) E-mailadres Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld welke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen, inclusief de consequenties hiervan.
3 (34)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 6
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 6
1.2
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 7
1.3
Opbouw van het rapport .......................................................................................... 8
2
Vooronderzoek....................................................................................................... 9
2.1
Algemeen ................................................................................................................. 9
2.2
Actuele Situatie ........................................................................................................ 9
2.3
Resultaten terreinverkenning ................................................................................. 11
2.4
Conclusies vooronderzoek en onderzoeksstrategie .............................................. 11
3
Veldonderzoek ..................................................................................................... 14
3.1
Kwaliteit ................................................................................................................. 14
3.2
Veldonderzoek ....................................................................................................... 14
3.3
Resultaten veldonderzoek ..................................................................................... 16
4
Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 18
5
Resultaten bodemonderzoek ............................................................................. 22
5.1
Toetsingskader ...................................................................................................... 22
5.2
Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 22
5.3
Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................. 29
6
Samenvatting, conclusie en advies ................................................................... 30
6.1
Algemeen ............................................................................................................... 30
6.2
Milieuhygiënische kwaliteit bodem ........................................................................ 30
6.2.1
Deellocatie 1 .......................................................................................................................30
6.2.2
Deellocatie 2 .......................................................................................................................31
6.2.3
Deellocatie 3 .......................................................................................................................31
6.2.4
Deellocatie 4 en deellocatie 5 .............................................................................................32
6.2.5
Kabeltracé ...........................................................................................................................32
6.3
Conclusie en advies .............................................................................................. 33
6.3.1
Bodem.................................................................................................................................33
6.3.2
Grondwater .........................................................................................................................33
6.3.3
Waterbodem .......................................................................................................................34
4 (34)
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Situatie met boringen
Bijlage 3
Boorbeschrijvingen
Bijlage 4
Analysecertificaten
Bijlage 5
Toetsingstabellen
Bijlage 6
Toetsingskader bodemkwaliteit
Bijlage 7
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
5 (34)
1
Inleiding
1.1 Algemeen TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Steeds meer mensen hebben een elektrische auto, gaan elektrisch koken of verwarmen hun huis elektrisch. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonneparken. Onder de naam ‘Drents Overijsselse Netversterking’ (DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerders Enexis Netbeheer en Rendo, het elektriciteitsnetwerk in Zuidwest-Drenthe en NoordwestOverijssel. Om het elektriciteitsnetwerk hier te versterken, vinden tussen 2023 en 2028 onderstaande werkzaamheden plaats (exacte planningen nog niet bekend): • Aanleg van vijf nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen. • Zwolle Hessenweg-Harculo (circa 8 km kabel). • Meppel en Zwolle Hessenweg (circa 29 km kabel). • Wijster en Hoogeveen-Riegmeer (circa 16 km kabel). • Riegmeer naar de lijn Hoogeveen (circa 4.9 km kabel). • Dedemsvaart naar combilijn Zwolle – Meeden (circa 2 km kabel). • Nieuwbouw van vier hoog- en middenspanningsstations inclusief inlussingen (Zwolle 110 kV, Wijster, Meppel, Hoogeveen). • Uitbreiden van twee hoogspanningssstations inclusief inlussingen (Zwolle 220 kV, Zwolle 380 kV). • Verzwaring van bestaande hoogspanningsverbinding (Meppel - Steenwijk).
• Amoveren van overbodig geworden hoogspanningsmasten en -verbindingen (Harculo, Dedemsvaart). De nieuwe hoog- en middenspanningsstations die TenneT, Enexis Netbeheer en Rendo gaan bouwen, worden met ondergrondse hoogspanningskabels of bovengrondse hoogspanningsverbindingen verbonden met het bestaande elektriciteitsnetwerk van TenneT. Dit gebeurt met nieuwe of bestaande ondergrondse kabels en bovengrondse verbindingen. Zo worden de nieuwe stations onderdeel van het elektriciteitsnetwerk en zorgen zowel de nieuwe kabels als de nieuwe stations voor versterking van het elektriciteitsnetwerk.
6 (34)
Afbeelding 1-1
Scope project DON
1.2 Aanleiding en doelstelling In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Zwolle. In bijlage 1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Voor het verkennend (water)bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: • NEN 5725:2017 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. • NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. • NEN 5717:2017 nl - Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. • NEN 5720:2017 nl - Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen uitbreiding van het hoogspanningsstation op de locatie Zwolle. Het onderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de waterbodem te bepalen en deze te toetsen aan de voorgenomen werkzaamheden.
7 (34)
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik vanuit milieuhygiënisch oogpunt mogelijk is. De resultaten geven een indicatie van de (her)gebruiksmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond en of bij graafwerkzaamheden aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn (o.b.v. CROW 400). Het verkennend bodem- en waterbodemonderzoek geeft inzicht in de algemene (water)bodemkwaliteit en is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • het vooronderzoek, (hoofdstuk 2); • het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); • het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten (hoofdstuk 5); • samenvatting, conclusie en advies (hoofdstuk 6). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
8 (34)
2
Vooronderzoek
2.1 Algemeen In januari 2023 is door Sweco Nederland B.V. een historisch vooronderzoek 1 uitgevoerd (cf. NEN 5725) ter plaatse van de locatie Zwolle. De onderzoekstrategie van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de resultaten van dit uitgevoerde historisch vooronderzoek. 2.2 Actuele Situatie De locatie is gelegen ten oosten van het bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle. De onderzoekslocatie betreft hoofdzakelijk een agrarisch gebied. In het midden van het onderzoeksgebied zijn twee hoogspanningsstations aanwezig, welke geen onderdeel vormen van onderhavig onderzoek. Op basis van de verkregen informatie van de opdrachtgever en de resultaten van het recent historisch onderzoek worden zes deellocaties geïdentificeerd (zie figuur 2-1). In de onderstaande tabel zijn de gegevens van deze deellocaties weergegeven: Tabel 2-1
•
Overzicht locatiegegevens
deellocatie Kadastrale gegevens
(Oppervlakte/ lengte) locatie
Huidig gebruik
Verdachte activiteiten
DL 1
Gemeente Zwollerkerspel Sectie X en nummers: 1073, 1067, 1062, 780, 1074, 1075, 380, 371, 378, 1068, 1069, 1060 en 377. Gemeente Dalfsen Sectie N en nummers: 1516, 1508, 1506, 1511, 1117, 1116 en 1513.
120.100 m2
Grasland, akkerbouw en bosjes
Zes dammen en één mast
DL 2
Gemeente Zwollerkerspel Sectie X en nummer 371.
3.900 m2
Grasland
Geen
DL 3
Gemeente Zwollerkerspel Sectie X en nummer 162.
10.400 m2
Grasland
Twee masten, en de locatie ligt tussen twee hoogspanningsstations
DL 4
Gemeente Zwollerkerspel Sectie X en nummers: 131 en 665.
49.000 m2
Akkerbouw
Geen
DL 5
Gemeente Zwollerkerspel Sectie X en nummer 193.
7.500 m2
Akkerbouw
Geen
Kabeltracé
Gemeente Dalfsen Sectie N en nummers: 910 en 641.
360 m1
Akkerbouw
Geen
In juli 2022 heeft Arcadis2 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een deel van het onderzoeksgebied. Tijdens het vooronderzoek (Sweco 20231) was dit verkennend bodemonderzoek niet bekend/beschikbaar en was toen niet meegenomen in het vooronderzoek. In onderhavig onderzoek zijn de resultaten wel beschreven. Deze deellocatie is niet opnieuw onderzocht tijdens onderhavig onderzoek (zie figuren 2-1 en 2-2, zwarte arcering).
1
Historisch vooronderzoek Veld- en bodemonderzoek DON Stations, locatie: Hessenpoort Zwolle, Sweco Nederland B.V., documentnummer Sweco: NL23-648800269-41188, d.d. 20-01-2023 2 Verkennend bodemonderzoek, Opwaardering 380kV Ens-Zwolle – Kabelverbinding, TenneT TSO, Arcadis, referentie: D10053542:22, 7 juli 2022
9 (34)
•
Ter plaatse van deellocaties 1 en 5 zijn twee verdachte terreindelen aanwezig op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO). Ter plaatse van deze twee (OO) verdachte terreindelen heeft geen veldonderzoek plaatsgevonden (zie figuren 2-1 en 2-2, rode arcering). • Ter plaatse van het noordelijk deel van het gebied (ten oosten en ten westen van deellocatie 5) is geen toestemming verkregen om de percelen te betreden. Deze twee percelen zijn niet onderzocht tijdens onderhavig onderzoek (zie figuren 2-1 en 2-2, oranje arcering). In onderstaande afbeeldingen zijn de onderzoekdeellocaties weergegeven.
Figuur 2-1
Situering van de onderzoekdeellocaties, Verkennend bodemonderzoek
10 (34)
Figuur 2-2
Situering van de waterbodemtracés, Verkennend waterbodemonderzoek
2.3 Resultaten terreinverkenning De terreinverkenning is op 01 mei 2023 uitgevoerd door de heer E. Veldman van Sweco Nederland B.V.. Een verkenning betreft een indicatieve inspectie van de locatie, gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op potentieel verontreinigde bodem. 2.4 Conclusies vooronderzoek en onderzoeksstrategie Uit de resultaten van het historisch vooronderzoek blijkt het volgende: • Op basis van de bodemkwaliteitskaarten voldoen de boven- en de ondergrond aan de kwaliteitsklasse AW2000/ Altijd toepasbaar. Een plaatselijke bodembelasting is niet uitgesloten (zoals op de trafostations, gedempte sloten, dammen en ter plaatse van de hoogspanningsmasten). • Het onderzoeksgebied ligt in het zogenoemde ‘arseen_IJsselvecht’ gebied. De aanwezigheid van natuurlijk voorkomend arseen is geen aanleiding om hier een aparte zone voor te hanteren. Dit is in de Nota Bodembeheer Zwolle nader toegelicht. Het analysepakket voor zowel grond als grondwater wordt wel uitgebreid met de parameter arseen. • Wanneer in de opgeboorde grond asbestverdacht materiaal en/of ongedefinieerd puin wordt aangetroffen, dan wordt het onderzoek uitgebreid met de parameter asbest.
11 (34)
• Gezien het feit dat voor toekomstige werkzaamheden mogelijk een bemaling noodzakelijk is, is het grondwater uit negen peilbuizen aanvullend onderzocht op lozingsparameters (chloride, ijzer, ijzer2+ en onopgeloste bestanddelen). • Uit de resultaten van het recent onderzoek (Arcadis 2022) blijkt dat in de grond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, nikkel, zink en/of xylenen aangetoond. In de waterbodem in de watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. De baggerspecie van deze watergang is Niet Toepasbaar op de landbodem of in de waterbodem en mag niet op het aangrenzende perceel worden verspreid. In de overige onderzochte trajecten zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Vrijkomend materiaal is verspreidbaar op het aangrenzende perceel. Tijdens dit onderzoek is PFAS (in grond en/of waterbodem) niet onderzocht omdat geen aan- of afvoer van grond en/of waterbodem-materiaal zal plaatsvinden (geen milieuhygiënische verklaring noodzakelijk). • Gezien de historische bedrijfsactiviteiten (hoogspanningsstations rondom deellocatie 3) en de resultaten van het recent onderzoek (Arcadis 2022) is de volgende hypothese en strategie herleid: Tabel 2-2
Hypothese en onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte/ lengte
Bodemlaag (m -mv)
Hypothese
Strategie
DL1
(120.100 m2)
0,0 – 2,5
Onverdacht, geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Grootschalige Onverdachte NietLijnvormige (ONV-GR-NL)
De dammen binnen deze deellocatie worden separaat onderzocht conform de strategie verdacht met een plaatselijke bodembelasting (VEP).
VEP
DL2
(3.900 m2)
0,0 – 2,5
Onverdacht, geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Onverdachte NietLijnvormige ONV-NL
DL3
(10.400 m2)
0,0 – 3,0
Verdacht (nabijheid van het bestaande hoogspanningsstations), echter geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Verdachte Herogeen NietLijnvormige VED-HE-NL
DL4
(49.000 m2)
0,0 – 2,5
Onverdacht, geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Grootschalige Onverdachte NietLijnvormige ONV-GR-NL
DL5
(7.500 m2)
0,0 – 2,5
Onverdacht, geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Onverdachte NietLijnvormige ONV-NL
12 (34)
Kabeltracé
(360 m1)
0,0 – 3,0
Onverdacht, geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Onverdachte Lijnvormige ONV-L
Watergangen
DL1 (ca. 970 m1) DL 3 (ca. 245 m1) DL4 en DL 5 (ca. 1.115 m1)
Sliblaag en vaste waterbodem
Verdacht, echter geen directe aanwijzing of verdenking dat de activiteiten binnen de contouren van huidige onderzoekslocatie tot negatieve beïnvloeding heeft geleid.
Inspanning voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning. (LN)
De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.
13 (34)
3
Veldonderzoek
3.1 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ (kortweg: BRL SIKB 2000) en: • Vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). • Vigerend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters). • Vigerend protocol 2003 (Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform het AS3000 kwaliteitssysteem door een onafhankelijk, door de Raad voor Accreditatie erkend, laboratorium. Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers (de heer E. Veldman) van Sweco Nederland B.V. (certificaatnummer VB 082/3) en de heer A. Polat van Poelsema Veldwerkbureau (certificaatnummer: EC-SIKB-02239). 3.2 Veldonderzoek Het verrichten van de boringen, slibsteken en het plaatsen van de peilbuizen en de bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden vanaf 1, 2, 3, 9, 11, 12 en 15 mei 2023. Het grondwater uit de peilbuizen is op 9, 10 11, 12 en 22 mei 2023 bemonsterd.
In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden in het kader van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 3-1
Overzicht uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek
Locatie en omvang
Strategie
Boringen en peilbuizen (m-mv)
Analyses
0,5
1,0
2,254
2,5
3,05
peilbuis
Grond
Grondwater
DL1 (120.100 m2)
ONV-GR-NL
46
-
-
7
-
13
14 14 3
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
13 13 10
NEN-gw 2 arseen lozingsparameters
DL2 (3.900 m2)
ONV-NL
10
-
-
2
-
1
3 3 1
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
1 1 1
NEN-gw 2 Arseen lozingsparameters
DL3 (10.400 m2)
VED-HE-NL
15
-
-
3
4
2
4 4 1
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
2 2 2
NEN-gw 2 Arseen lozingsparameters
DL4 (49.000 m2)
ONV-GR-NL
21
-
-
4
-
6
7 7 1
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
6 6 3
NEN-gw 2 Arseen lozingsparameters
DL5 (7.500 m2)
ONV-NL
13
-
-
4
-
2
5 5 1
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
2 2 2
NEN-gw 2 Arseen lozingsparameters
14 (34)
Kabeltracé (360 m1)
ONV-L
Dammen DL1 VEP
1)
-
-
5
-
2
1
2 2 1
NEN-gr¹ Arseen PFAS3
1 1 1
NEN-gw 2 Arseen lozingsparameters
-
16
-
-
-
-
6
NEN-gr¹
-
-
NEN- gr: zware metalen, Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie, conform AS 3000.
2)
NEN-gw: zware metalen, vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl), vluchtige aromaten en minerale olie, conform AS 3000.
3)
PFAS: Poly- en perfluoralkylstoffen
4)
Ter plaatse van de aan te leggen kabels
5)
Gecombineerd met G-waarde onderzoek
Opmerkingen: • In afwijking van de NEN 5740, zijn meerdere boringen dieper uitgevoerd tot 2,5 m-mv in verband met de ontgravingsdiepte van een toekomstig kabeltracé. • De toplaag (traject 0,0 tot 0,2 m-mv) ter plaatse van de hoogspanningsmasten (één mast binnen deellocatie 1 en twee masten binnen deellocatie 3) zijn apart bemonsterd en geanalyseerd op de parameter zink (verdenking op een bodembelasting door corrosie van gegalvaniseerde metaalonderdelen van een hoogspanningsmast). In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden in het kader van het verkennend waterbodemonderzoek weergegeven. Tabel 3-2
veld- en laboratoriumwerkzaamheden waterbodemonderzoek
Locatie
Omvang
Strategie1
Mengmonstervakken
Slibsteken
DL1
(circa 1.100 m1)
NEN 5720: (LN)
10
90*
13 14
NENwb2 PFAS3
DL3
(circa 245 m1)
NEN 5720: (LN)
1
10
1
NENwb2+PFAS3
DL4 en DL5
(circa 1.100 m1)
NEN 5720: (LN)
4
40
4
NENwb2+PFAS3
Analyses
1)
Inspanning voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning. NENwb: standaard pakket waterbodem NEN 5720 (organische stof, lutum, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie) + PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen). 3) PFAS: Poly- en perfluoralkylstoffen * binnen deellocatie 1 zijn twee mengmonstervakken van zeer geringe omvang. Binnen deze twee vakken zijn geen 10 maar vijf slibsteken genomen. 2)
Opmerkingen • In verband met de zintuigelijke waarnemingen (klei op de sliblaag) en de analyseresultaten (extra analyse PFAS in de vaste waterbodem) zijn in dit onderzoek extra analyses meegenomen in afwijking van de NEN 5720. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen negatieve afwijkingen van de NEN5740 of NEN5720 opgetreden. De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2.
15 (34)
3.3 Resultaten veldonderzoek Bij het veldonderzoek zijn de grond- en waterbodemlagen visueel geïnspecteerd en beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Grond In de vrijkomende grond uit alle boringen zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen, ook niet ter plaatse van de vijf dammen (deellocatie 1). Alleen boring B3-18 (deellocatie 3) is gestuit op een diepte van 1 m-mv. De exacte oorzaak voor het stuiten is vooralsnog niet bekend (mogelijk een object/obstakel in de ondergrond of een kabel/leiding die niet staat weergegeven op KLIC gegevens). Het stuiten van een boring heeft voor het bodemonderzoek en het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen consequenties. Mogelijk dat in het kader van het bouwrijp-maken van het terrein wel inzicht in de situatie rondom boring B3-18 verkregen dient te worden. In dat geval wordt geadviseerd om ter plaatse een proefsleuf te graven met een minikraan. Waterbodem In de meeste waterbodem tracés is een sliblaag aanwezig, deze sliblaag is bemonsterd en geanalyseerd op standaardpakket en PFAS. Ter plaatse van de boringen WB1-74 en WB1-75 is een kleilaag aangetroffen boven de sliblaag, deze kleilaag is bemonsterd en geanalyseerd op standaardpakket en PFAS.
Ter plaatse van de boringen van WB1-31 t/m WB1-50 is geen sliblaag waargenomen, de vaste waterbodem ter plaatse van deze boringen is ook bemonsterd en geanalyseerd op standaardpakket en PFAS. Ter plaatse van alle waterbodem tracés zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Grondwater De resultaten van de metingen aan het grondwater zijn opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3-3
Resultaten veldmetingen grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Pb1-01
1,50 - 2,50
1,17
6,5
280
2,96
Pb1-02
1,50 - 2,50
0,88
6,5
590
6,61
Pb1-03
1,50 - 2,50
1,05
6,7
760
48,1
Pb1-04
1,50 - 2,50
0,00
6,7
510
2,49
Pb1-05
1,50 - 2,50
0,89
6,5
670
5,16
Pb1-06
1,00 - 2,50
0,41
7,0
580
4,43
Pb1-07
1,50 - 2,50
0,68
6,5
320
2,48
Pb1-08
1,50 - 2,50
0,84
6,5
620
3,49
Pb1-09
1,50 - 2,50
1,18
6,8
620
3,13
Pb1-10
1,50 - 2,50
0,97
6,7
360
2,74
Pb1-11
1,50 - 2,50
1,35
6,6
650
1,76
Pb1-12
1,50 - 2,50
0,92
6,6
1020
9,71
Pb1-13
1,50 - 2,50
0,56
7,0
610
10,1
1,50 - 2,50
0,51
6,6
590
3,61
Pb3-01
1,50 - 2,50
0,49
6,7
340
7,49
Pb3-02
0,87 - 1,87
0,59
6,3
350
7,95
DL 1
DL 2 Pb2-01 DL 3
DL 4
16 (34)
Pb4-01
1,50 - 2,50
0,69
6,8
610
31,7
Pb4-02
1,50 - 2,50
0,80
6,8
610
28,4
Pb4-03
1,50 - 2,50
0,69
6,6
830
13,4
Pb4-04
1,50 - 2,50
0,76
6,8
530
8,21
Pb4-05
1,50 - 2,50
0,62
6,8
710
13,2
Pb4-06
1,50 - 2,50
0,49
6,8
740
8,81
Pb5-01
1,50 - 2,50
0,48
6,7
920
2,23
Pb5-02
1,50 - 2,50
0,73
6,6
900
4,93
1,50 - 2,50
1,20
7,0
600
2,84
DL 5
Kabeltracé PbK01
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Bij de bespreking van de analyseresultaten wordt rekening gehouden met de hoge NTU zoals aangetroffen in peilbuizen Pb1-03, Pb1-13, Pb4-01, Pb4-02, Pb4-03 en Pb4-05. De waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd.
17 (34)
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de verzamelde (veld)informatie heeft een selectie plaatsgevonden van de te analyseren grond- en grondwatermonsters. Een overzicht van de uitgevoerde analyses is weergegeven in tabel 4-1 (grond), tabel 4.2 (grondwater) en tabel 4.3 (waterbodem). Tabel 4-1 Monster
Monsterselectie grond Monstertraject Boringnummers (m -mv)
Analysepakket
MM1-01
0,00 - 0,50
B1-23, B1-24, B1-42, B1-44, B1-53, Pb1-01, Pb1-07, Pb1-13
NENgr + arseen
MM1-02
0,00 - 0,50
B1-10, B1-14, B1-18, B1-46, B1-47, B1-48, Pb1-04, Pb1-05
NENgr + arseen
MM1-03
0,00 - 0,50
B1-07, B1-08, B1-11, B1-12, B1-16, B1-17, B1-19, B1-20, B1-21, Pb1-02
NENgr + arseen
MM1-04
0,00 - 0,50
B1-24, B1-25, B1-27, B1-28, B1-29, B1-51, Pb1-08, Pb1-09
NENgr + arseen
MM1-05
0,00 - 0,50
B1-31, B1-32, B1-33, B1-34, B1-35, B1-36, B137, B1-38, Pb1-10, Pb1-12
NENgr + arseen
MM1-06
0,00 - 0,50
B1-13, B1-26, B1-30, B1-39, B1-40, Pb1-11
NENgr + arseen
MM1-07
1,00 - 1,50
B1-53, Pb1-01, Pb1-07, Pb1-13
NENgr + arseen
MM1-08
1,00 - 1,50
B1-51, Pb1-08, Pb1-09
NENgr + arseen
MM1-09
1,00 - 1,50
B1-52, Pb1-12
NENgr + arseen
MM1-10
1,00 - 1,50
Pb1-10, Pb1-11
NENgr + arseen
MM1-11
1,00 - 1,50
B1-47, B1-49, Pb1-04
NENgr + arseen
MM1-12
1,00 - 1,50
B1-48, Pb1-03, Pb1-06
NENgr + arseen
MM1-13
1,00 - 1,50
Pb1-02, Pb1-05
NENgr + arseen
MM1-14
0,00 - 0,50
B1-05, B1-06, B1-09, B1-22, B1-41, B1-45
NENgr + arseen
MM1-15 Mast
0,00 - 0,20
B1-02, B1-03, B1-50
Zink
MMPFAS1-01
0,00 - 0,50
B1-14, B1-23, B1-47, B1-48, Pb1-01, Pb1-03, Pb1-04, Pb1-06, Pb1-07, Pb1-13
PFAS
MMPFAS1-02
0,00 - 0,50
B1-07, B1-11, B1-12, B1-15, B1-16, B1-17, B1-19, B1-43, Pb1-02, Pb1-05
PFAS
MMPFAS1-03
0,00 - 0,50
B1-24, B1-26, B1-27, B1-32, B1-33, B1-35, B1-40, Pb1-08, Pb1-10, Pb1-11
PFAS
MMD02
0,00 - 0,50
D2-01, D2-02, D2-03
NENgr
MMD03
0,00 - 0,50
D3-01, D3-02, D3-03
NENgr
MMD04
0,00 - 0,50
D4-01, D4-02, D4-03
NENgr
MMD05
0,00 - 0,50
D5-01, D5-02, D5-03
NENgr
MMD06
0,00 - 0,30
D6-01, D6-02
NENgr
MMD07
0,00 - 0,50
D7-01, D7-02
NENgr
MM2-01
0,00 - 0,50
B2-01, B2-02, B2-03, B2-06, B2-07, B2-09, B2-10
NENgr + arseen
MM2-02
0,00 - 0,50
B2-04, B2-05, B2-08, B2-11, B2-12
NENgr + arseen
MM2-03
0,50 - 1,00
B2-11, B2-12
NENgr + arseen
DL 1
Dammen
DL 2
18 (34)
MMPFAS-2
0,00 - 0,50
B2-01, B2-04, B2-05, B2-06, B2-08, B2-10, B2-11, B2-12
PFAS
MM3-01
0,00 - 0,50
B3-01, B3-03, B3-04, B3-05
NENgr + arseen
MM3-02
0,00 - 0,50
B3-09, B3-10, B3-12, B3-15
NENgr + arseen
MM3-03
0,50 - 1,00
B3-16, B3-19
NENgr + arseen
MM3-04
0,50 - 1,00
B3-18, B3-20, B3-21, B3-22
NENgr + arseen
MM3-05 Masten 0,00 - 0,20
B3-11, B3-14, B3-17, B3-18
Zink
MMPFAS-3
0,00 - 0,50
B3-03, B3-06, B3-10, B3-13
PFAS
MM4-01
1,00 - 1,50
Pb4-01, Pb4-02, Pb4-03, Pb4-04, Pb4-05
NENgr + arseen
MM4-02
0,00 - 0,50
B4-01, B4-02, B4-03, B4-04, B4-22
NENgr + arseen
MM4-03
0,00 - 0,50
B4-05, B4-06, B4-07, B4-08, B4-09, B4-23
NENgr + arseen
MM4-04
0,00 - 0,50
B4-10, B4-11, B4-12, B4-13, B4-14, B4-24
NENgr + arseen
MM4-05
0,00 - 0,50
B4-15, B4-16, B4-17, B4-18, B4-19, B4-20, B4-21, B4-25
NENgr + arseen
MM4-06
0,50 - 1,00
B4-22, B4-23
NENgr + arseen
MM4-07
0,50 - 1,00
B4-24, B4-25
NENgr + arseen
MMPFAS-4
0,00 - 0,50
B4-02, B4-04, B4-06, B4-10, B4-13, B4-17, B4-19, B4-23
PFAS
MM5-01
0,00 - 0,50
B5-01, B5-02, B5-14, Pb5-01
NENgr + arseen
MM5-02
0,00 - 0,50
B5-03, B5-04, B5-05, B5-06, B5-15, B5-16
NENgr + arseen
MM5-03
0,00 - 0,50
B5-07, B5-08, B5-09, B5-10, B5-11, B5-12, B5-13, B5-17
NENgr + arseen
MM5-04
0,50 - 1,00
B5-14, Pb5-01
NENgr + arseen
MM5-05
0,50 - 1,00
B5-15, B5-16, B5-17
NENgr + arseen
MMPFAS-5
0,00 - 0,50
B5-01, B5-02, B5-03, B5-05, B5-06, B5-07, B5-09, B5-10, B5-12
PFAS
MMK01
0,00 - 0,50
BK01, BK02, BK03, BK04, BK05, BK06, BK07
NENgr + arseen + PFAS
MMK02
0,50 - 1,00
BK01, BK02, BK03, BK04, BK05, BK06, BK07
NENgr + arseen
DL 3
DL 4
DL 5
Kabel tracé
Tabel 4-2 Monster
Monsterselectie grondwater Filterstelling (m -mv)
Analysepakket
Pb1-01
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-02
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
Pb1-03
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
Pb1-04
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-05
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-06
1,00 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-07
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-08
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-09
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-10
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
DL 1
19 (34)
Pb1-11
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-12
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb1-13
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb3-01
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb3-02
0,87 - 1,87
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb4-01
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb4-02
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
Pb4-03
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb4-04
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
Pb4-05
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen
Pb4-06
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb5-01
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
Pb5-02
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
1,50 - 2,50
NENgw + Arseen + lozingsparameters
DL 2 Pb2-01 DL 3
DL 4
DL 5
Kabel tracé PbK01
Tabel 4-3 Monster
Monsterselectie waterbodem Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
Motivatie
Analysepakket
MMWB01
0,30 - 0,60
wb1-01, wb1-02, wb1-03, wb104, wb1-05, wb1-06, wb1-07, wb1-08, wb1-09, wb1-10
Slib
NENwb + PFAS
MMWB02
0,30 - 0,60
wb1-11, wb1-12, wb1-13, wb114, wb1-15, wb1-16, wb1-17, wb1-18, wb1-19, wb1-20
Slib
NENwb + PFAS
MMWB03
0,20 - 0,40
wb1-21, wb1-22, wb1-23, wb124, wb1-25, wb1-26, wb1-27, wb1-28, wb1-29, wb1-30
Slib
NENwb + PFAS
MMWB04_Klei
0,00 - 0,25
wb1-31, wb1-32
Vaste waterbodem (klei)
NENwb + PFAS
MMWB05
0,00 - 0,50
wb1-33, wb1-34, wb1-35, wb136, wb1-37, wb1-38, wb1-39, wb1-40
Vaste waterbodem (zand)
NENwb + PFAS
MMWB06
0,00 - 0,50
wb1-41, wb1-42, wb1-43, wb144, wb1-45, wb1-46, wb1-49, wb1-50
Vaste waterbodem (zand)
NENwb + PFAS
MMWB07_Klei
0,00 - 0,20
wb1-47, wb1-48
Vaste waterbodem (klei)
NENwb + PFAS
DL 1
20 (34)
MMWB08
0,30 - 0,55
wb1-51, wb1-52, wb1-53, wb154, wb1-55, wb1-56, wb1-57, wb1-58, wb1-59, wb1-60
Slib
NENwb + PFAS
MMWB09
0,50 - 0,70
wb1-61, wb1-62, wb1-63, wb164, wb1-65
Slib
NENwb + PFAS
MMWB10
0,20 - 0,40
wb1-66, wb1-67, wb1-68, wb169, wb1-70, wb1-71, wb1-72, wb1-73, wb1-74, wb1-75
Slib
NENwb + PFAS
MMWB11_Klei
0,10 - 0,20
wb1-74, wb1-75
Vaste waterbodem (klei)
NENwb + PFAS
MMWB12
0,20 - 0,70
wb1-76, wb1-77, wb1-78, wb179, wb1-80, wb1-81, wb1-82, wb1-83, wb1-84, wb1-85
Slib
NENwb + PFAS
MMWB12_vasteWB 0,65 – 1,20
wb1-76, wb1-77, wb1-78, wb179, wb1-80, wb1-81, wb1-82, wb1-83, wb1-84, wb1-85
Vaste waterbodem (zand)
PFAS
MMWB13
0,70 - 0,90
wb1-86, wb1-87, wb1-88, wb189, wb1-90
Slib
NENwb + PFAS
0,20 - 0,30
wb3-01, wb3-02, wb3-03, wb304, wb3-05, wb3-06, wb3-07, wb3-08, wb3-09, wb3-10
Slib
NENwb + PFAS
MMWB4-1
0,15 - 0,80
wb4-02, wb4-03, wb4-04, wb405, wb4-06, wb4-07, wb4-08, wb4-09, wb4-10
Slib
NENwb + PFAS
MMWB4-2
0,40 - 0,60
wb4-11, wb4-12, wb4-13, wb414, wb4-15, wb4-16, wb4-17, wb4-18, wb4-19, wb4-20
Slib
NENwb + PFAS
MMWB4-3
0,20 - 0,30
wb4-21, wb4-22, wb4-23, wb424, wb4-25, wb4-26, wb4-27, wb4-28, wb4-29, wb4-30
Slib
NENwb + PFAS
MMWB4-4
0,40 - 0,50
wb4-31, wb4-32, wb4-33, wb434, wb4-35, wb4-36, wb4-37, wb4-38, wb4-39, wb4-40
Slib
NENwb + PFAS
DL 3 MMWBDL03
DL 4 en DL 5
NENg NENw NENwb PFAS
Standaard pakket grond NEN 5740 (organische stof, lutum, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie) standaard pakket grondwater NEN 5740 (zware metalen, VOCl,, aromaten en minerale olie) standaard pakket waterbodem NEN 5720 (organische stof, lutum, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie) Poly- en perfluoralkylstoffen
De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten van SGS met de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in bijlage 4.
21 (34)
5
Resultaten bodemonderzoek
5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. De resultaten van het waterbodemonderzoek zijn getoetst aan de toetsingswaarden van Regeling bodemkwaliteit. Het monster van de sliblaag is tevens getoetst aan de msPAF (meer-soorten Potentieel Aangetaste fractie) voor bepaling verspreidbaarheid op het aangrenzend perceel. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 5. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6 bij dit rapport. 5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging zijn samengevat in onderstaande tabellen. De toetsingsresultaten zijn volledig weergegeven in bijlage 4 en samengevat in de tabellen 5-1 (grond), 5-2 (grondwater) en 5-3 (waterbodem). De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:
22 (34)
Standaard-
Altijd
parameters
toepasbaar
klasse Wonen
interventiewaarde
waarde industrie
(lokale) maximale
waarde wonen
(lokale) maximale
achtergrondwaarde
De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse voor de overige chemische parameters, zijn samengevat in tabellen 5.1 (grond) en 5.3 (waterbodem). De hergebruiksklassen zijn als volgt:
klasse industrie
Niet toepasbaar
Nooit toepasbaar
Tabel 5-1 Codering (meng)monster
emmissiewaarde
Maximale
In grootschalige bodemtoepassing
Toetsing analyseresultaten grond (Circulaire bodemsanering) Diepte (m -mv)
> AW (index)
> 0,5x(AW+I)
> I (index)
Toetsing Bbk
MM1-01
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-03
0,00 - 0,50
Arseen (0,02)
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-04
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-05
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-06
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-07
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-08
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-09
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-10
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-11
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-12
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-13
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-14
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM1-15 Mast
0,00 - 0,25
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD03
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD04
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD05
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD06
0,00 - 0,30
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMD07
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
DL 1
Dammen
DL 2 MM2-01
23 (34)
MM2-02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM2-03
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM3-01
0,00 - 0,50
Arseen (0,02) Kwik (-)
-
-
Altijd toepasbaar
MM3-02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM3-03
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM3-04
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM3-05 Masten
0,00 - 0,25
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-01
1,00 - 1,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-03
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-04
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-05
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-06
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM4-07
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM5-01
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM5-02
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM5-03
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM5-04
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM5-05
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMK01
0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMK02
0,50 - 1,00
-
-
-
Altijd toepasbaar
DL 3
DL 4
DL 5
Kabel tracé
Tabel 5-2 Monstercode
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondwatermonsters (Circulaire bodemsanering) Filterstelling (m -mv)
>S
> 0,5x(S+I))
>I
Pb1-01
1,50 - 2,50
Zink (0,03) Barium (0,23)
-
-
Pb1-02
1,50 - 2,50
Barium (0,05)
-
Arseen (72)
Pb1-03
1,50 - 2,50
Barium (0,08)
-
-
Pb1-04
1,50 - 2,50
Barium (0,19)
Arseen (1)
-
Pb1-05
1,50 - 2,50
Barium (0,05)
-
Arseen (69)
Pb1-06
1,00 - 2,50
Barium (0,21)
-
-
Pb1-07
1,50 - 2,50
Barium (0,07)
-
-
Pb1-08
1,50 - 2,50
Barium (0,09)
-
-
Pb1-09
1,50 - 2,50
Barium (0,09) Xylenen (som) (-)
-
-
Pb1-10
1,50 - 2,50
Barium (0,4)
-
-
Pb1-11
1,50 - 2,50
Barium (0,24)
-
-
Pb1-12
1,50 - 2,50
Barium (0,3) Naftaleen (0,01)
-
-
DL 1
24 (34)
Pb1-13
1,50 - 2,50
Barium (0,16)
-
-
1,50 - 2,50
Barium (0,12)
-
-
Pb3-01
1,50 - 2,50
Barium (0,03)
-
-
Pb3-02
0,87 - 1,87
Arseen (0,22) Barium (0,06)
-
-
Pb4-01
1,50 - 2,50
Barium (0,16)
-
-
Pb4-02
1,50 - 2,50
Barium (0,17)
-
-
Pb4-03
1,50 - 2,50
Barium (0,23)
-
-
Pb4-04
1,50 - 2,50
Nikkel (0,23) Barium (0,07)
-
-
Pb4-05
1,50 - 2,50
Barium (0,28)
-
-
Pb4-06
1,50 - 2,50
Barium (0,17)
-
-
Pb5-01
1,50 - 2,50
Xylenen (som) (-)
Barium (0,73)
-
Pb5-02
1,50 - 2,50
-
Barium (0,61)
-
1,50 - 2,50
Barium (0,07)
-
-
DL 2 Pb2-01 DL 3
DL 4
DL 5
Kabel tracé PbK01
Toelichting tabellen 5-1 en 5-2: : geen verhogingen ten opzichte van dit toetsingsniveau aangetoond > AW : > Achtergrondwaarde >S : > Streefwaarde > 0,5x(S/AW+I) : triggerwaarde waarbij in beginsel herbemonstering noodzakelijk is >I : > Interventiewaarde Index(grond) : (GSSD - AW) / (I - AW) Index(grondwater) : (GSSD - S) / (I - S) GSSD : Gestandaardiseerde waarde omgerekend naar standaard bodem
Tabel 5-3
Toetsing waterbodem (Regeling bodemkwaliteit)
Monster
Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
> AW (+index)
>T
>I
BBK monster-conclusie
MMWB01
0,30 - 0,60
wb1-01, wb1-02, wb1-03, wb1-04, wb1-05, wb1-06, wb1-07, wb1-08, wb1-09, wb1-10
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB02
0,30 - 0,60
wb1-11, wb1-12, wb1-13, wb1-14, wb1-15, wb1-16, wb1-17, wb1-18, wb1-19, wb1-20
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB03
0,20 - 0,40
wb1-21, wb1-22, wb1-23, wb1-24, wb1-25, wb1-26, wb1-27, wb1-28, wb1-29, wb1-30
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB04_ Klei
0,00 - 0,25
wb1-31, wb1-32
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
DL 1
25 (34)
MMWB05
0,00 - 0,50
wb1-33, wb1-34, wb1-35, wb1-36, wb1-37, wb1-38, wb1-39, wb1-40
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB06
0,00 - 0,50
wb1-41, wb1-42, wb1-43, wb1-44, wb1-45, wb1-46, wb1-49, wb1-50
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB07_ Klei
0,00 - 0,20
wb1-47, wb1-48
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB08
0,30 - 0,55
wb1-51, wb1-52, wb1-53, wb1-54, wb1-55, wb1-56, wb1-57, wb1-58, wb1-59, wb1-60
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB09
0,50 - 0,70
wb1-61, wb1-62, wb1-63, wb1-64, wb1-65
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB10
0,20 - 0,40
wb1-66, wb1-67, wb1-68, wb1-69, wb1-70, wb1-71, wb1-72, wb1-73, wb1-74, wb1-75
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB11_K lei
0,10 - 0,20
wb1-74, wb1-75
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB12
0,20 - 0,70
wb1-76, wb1-77, wb1-78, wb1-79, wb1-80, wb1-81, wb1-82, wb1-83, wb1-84, wb1-85
Kobalt (0,01) Koper (0,01) Zink (0,24) Molybdeen (0,02) Cadmium (0,04) Kwik (-)
-
-
Klasse industrie / niet verspreidbaar (T6) op een zoet oppervlaktewaterlichaam. verspreidbaar (T5 op aangrenzend perceel landbodem en T7 zoute oppervlaktewaterlichamen)
MMWB13
0,70 - 0,90
wb1-86, wb1-87, wb1-88, wb1-89, wb1-90
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
0,20 - 0,30
wb3-01, wb3-02, wb3-03, wb3-04, wb3-05, wb3-06, wb3-07, wb3-08, wb3-09, wb3-10
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB4-1
0,15 - 0,80
wb4-02, wb4-03, wb4-04, wb4-05, wb4-06, wb4-07, wb4-08, wb4-09, wb4-10
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB4-2
0,40 - 0,60
wb4-11, wb4-12, wb4-13, wb4-14, wb4-15, wb4-16,
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
DL 3 MMWBDL03
DL 4 en DL 5
26 (34)
wb4-17, wb4-18, wb4-19, wb4-20 MMWB4-3
0,20 - 0,30
wb4-21, wb4-22, wb4-23, wb4-24, wb4-25, wb4-26, wb4-27, wb4-28, wb4-29, wb4-30
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
MMWB4-4
0,40 - 0,50
wb4-31, wb4-32, wb4-33, wb4-34, wb4-35, wb4-36, wb4-37, wb4-38, wb4-39, wb4-40
-
-
-
Altijd toepasbaar / Verspreidbaar
>AW = overschrijding Achtergrondwaarde >MWw= overschrijding maximale waarde Wonen >MWi = overschrijding maximale waarde Industrie
Uit analyses en toetsing blijkt dat in de baggerspecie/ sliblaag ter plaatse van één watergang (MMWB12, het westelijk terreindeel) licht verhoogde gehalten aan zware metalen worden aangetoond. Het mengmonster van deze sliblaag voldoet aan klasse ‘Industrie’. De sliblaag is getoetst aan de msPAF verspreidbaar op aangrenzend perceel, de sliblaag is wel verspreidbaar op aangrenzend perceel landbodem, maar niet verspreidbaar op een zoet oppervlaktewaterlichaam. De baggerspecie/ sliblaag uit de overige watergangen blijkt niet verontreinigd te zijn met één van de onderzochte parameters. Het vrijkomende materiaal is Altijd Toepasbaar en verspreidbaar op aangrenzend perceel. PFAS De locatie betreft een PFAS-risicolocatie. Om de diffuse kwaliteit van de bodem vast te stellen zijn acht mengmonsters van de meest verdachte bodemlaag (bovengrond) onderzocht op PFAS. In onderstaand tabel is het toetsingskader uit het Handelingskader PFAS opgenomen. Op basis van dit kader worden de resultaten getoetst aan de toepassingswaarden. Tabel 5-4
Toetsingskader Handelingskader (december 2021)
Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (μg/kg ds.) Op de landbodem
Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau. Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse wonen of industrie wonen of industrie landbouw/natuur
wonen of industrie
landbouw/natuur, wonen of landbouw/natuur industrie Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau, als bedoeld in artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot). Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau. Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden. Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip van grootschalige toepassing.
PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 3 PFOA = 7 Gebiedskwalitieit PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
27 (34)
In tabel 5-5 zijn de PFAS resultaten opgenomen. Tabel 5-5
Resultaten PFAS (grond)
Analysemonster
Traject (m -mv)
Gemeten gehalte Gemeten gehalte PFOA som PFOS som (µg/kg d.s.) (µg/kg d.s.)
Overige PFAS (µg/kg d.s.)
Toepassingswaarde
MMPFAS1-01 0,00 - 0,50
0,4
0,4
<0,1
Landbouw/natuur
MMPFAS1-02 0,00 - 0,50
0,4
0,4
<0,1
Landbouw/natuur
MMPFAS1-03 0,00 - 0,50
0,5
0,3
<0,1
Landbouw/natuur
0,00 - 0,50
0,2
0,2
<0,1
Landbouw/natuur
0,00 - 0,50
0,3
0,3
<0,1
Landbouw/natuur
0,00 - 0,50
0,4
0,3
<0,1
Landbouw/natuur
0,00 - 0,50
0,3
0,4
<0,1
Landbouw/natuur
0,00 - 0,50
0,5
0,6
<0,1
Landbouw/natuur
DL 1
DL 2 MMPFAS-2 DL 3 MMPFAS-3 DL 4 MMPFAS-4 DL 5 MMPFAS-5 Kabeltracé MMK01
Uit deze analyse is gebleken dat de bovengrond voldoet aan de toepassingswaarde ‘landbouw/natuur’. Tabel 5-6
Resultaten PFAS (waterbodem)
Analysemonster
Traject (m -mv)
Gemeten gehalte Gemeten gehalte PFOA som PFOS som (µg/kg d.s.) (µg/kg d.s.)
Overige PFAS (µg/kg d.s.)
Toepassingswaarde
MMWB01
0,30 - 0,60
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB02
0,30 - 0,60
0,2
0,3
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB03
0,20 - 0,40
0,1
0,2
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB04_ Klei
0,00 - 0,25
0,2
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB05
0,00 - 0,50
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB06
0,00 - 0,50
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB07_ Klei
0,00 - 0,20
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB08
0,30 - 0,55
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB09
0,50 - 0,70
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB10
0,20 - 0,40
0,1
0,4
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB11_Klei
0,10 - 0,20
0,2
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB12
0,20 - 0,70
0,4
4,5
0,6
Niet Toepasbaar
MMWB12_vast eWB
0,65 - 1,20
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB13
0,70 - 0,90
0,1
0,2
<0,1
Landbouw/natuur
0,20 - 0,30
0,1
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB4-1
0,15 - 0,80
0,3
0,7
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB4-2
0,40 - 0,60
0,1
0,8
<0,1
Landbouw/natuur
MMWB4-3
0,20 - 0,30
0,1
0,2
<0,1
Landbouw/natuur
DL 1
DL 3 MMWBDL03 DL 4 en DL5
28 (34)
Analysemonster
Traject (m -mv)
Gemeten gehalte Gemeten gehalte PFOA som PFOS som (µg/kg d.s.) (µg/kg d.s.)
Overige PFAS (µg/kg d.s.)
Toepassingswaarde
MMWB4-4
0,40 - 0,50
0,1
<0,1
Landbouw/natuur
0,1
Uit deze analyse is gebleken dat de waterbodem op het westelijk terreindeel (MMWB12 (WB1-76 t/m WB1-85)) Niet Toepasbaar is als gevolg van verhoogde gehalten aan PFOS. Deze sliblaag binnen de onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 480 m2 en een gemiddelde dikte van circa 0,5 m (totaal 240 m3). In de onderliggende vaste waterbodem (zandlaag) zijn geen verhoogde gehalten aan PFOS aangetoond. Alle andere waterbodemtracés voldoen aan de toepassingswaarde ‘landbouw/natuur’. 5.3 Voorlopige veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragrafen, zijn beoordeeld aan de hand van de CROW-publicatie 400. Er kan geconcludeerd worden dat de geplande werkzaamheden vanuit milieuhygiënisch oogpunt zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen uitgevoerd kunnen worden. De werkzaamheden vallen daarmee onder de standaard ‘basishygiëne’.
29 (34)
6
Samenvatting, conclusie en advies
6.1 Algemeen Aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het hoogspanningsstation op de locatie Zwolle. In verband met de geplande werkzaamheden is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. 6.2 Milieuhygiënische kwaliteit bodem 6.2.1 Deellocatie 1 Grond Tijdens het veldwerk is in de vrijkomende grond geen bodemvreemd materiaal waargenomen. Uit het analytisch onderzoek blijkt dat in de bovengrond (MM1-03) een licht verhoogd gehalte aan arseen is aangetoond. In de andere onderzochte grondmonsters (ook ter plaatse van de mast) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’Achtergrondwaarde’ (Altijd Toepasbaar). De verdenking dat vanwege corrosie van gegalvaniseerd staal/metaal van de hoogspanningsmasten de toplaag onder een mastlocatie belast zou kunnen zijn geraakt met zink, is niet bevestigd.
Dammen Tijdens het veldwerk zijn ter plaatse van de zes dammen geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Ook is ter plaatse visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ook analytisch is geen van de geanalyseerde parameters in een gehalte boven de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’achtergrondwaarde’. Gezien het feit dat geen bevestiging is verkregen op de verdenking, kan eventueel vrijkomende grondstromen worden hergebruikt of elders worden toegepast binnen de reikwijdte van de bodemkwaliteitskaart. Grondwater In het grondwater ter plaatse van deellocatie 1 zijn licht verhoogde concentraties aan xylenen, barium en naftaleen, een matig verhoogde concentratie aan arseen in peilbuis Pb1-04 en sterk verhoogd concentraties aan arseen in de peilbuizen Pb1-02 en Pb1-05 aangetoond. Plaatselijk zijn in het grondwater matig tot sterk verhoogde concentraties aan arseen aangetoond. Om vast te stellen of sprake is van een natuurlijke achtergrondconcentratie dienen enkele beslismomenten genomen te worden en wel de volgende: • Is er sprake van (historische) bedrijfsactiviteiten? Het gebied heeft altijd een agrarische bestemming gehad. Voor zover waarneembaar hebben op of in de directe nabijheid van de peilbuizen geen boerenerven gestaan.
Hierdoor is een antropogene bron niet aannemelijk.
30 (34)
•
•
Is sprake van grootschalige diffuse bodembelasting? Er zijn zowel tijdens het vooronderzoek als tijdens de veldwerkzaamheden geen indicaties verkregen van (omvangrijke) ophogingen in het gebied. Analytisch is zowel in de boven- als de ondergrond geen (matig tot sterk) verhoogde gehalten aan arseen aangetoond. Wel kenmerkt het gebied zich door een natuurlijk diffuse belasting van arseen (zogenaamde ‘arseen_IJsselvecht’ gebied). Is sprake van een relatie tot (natuurlijke) bodemprocessen? In alle gevallen zijn metalen van nature aanwezig in zowel grond als grondwater. Door verandering van bodemprocessen (door natuurlijke processen of indirect door de mens vanwege bemesting) kunnen gebonden zware metalen (plaatselijk) sneller in oplossing raken en daardoor (sterk) fluctuerende concentraties aan zware metalen in het grondwater opleveren. Met name in landelijk gebied met veel zandgronden, is verandering van bodemproces vaak debet aan verhoogde concentraties en deze verhogingen worden in dergelijke gevallen als natuurlijk beschouwd.
Gezien de aangetoonde concentraties aan zowel barium als arseen en de reeds beschikbare bodeminformatie omtrent verhogingen aan dergelijke concentraties in de regio, is sprake van een natuurlijk bodemproces (natuurlijke oorsprong). Waterbodem Tijdens het veldonderzoek is ter plaatse van twee watergangen (in het midden van deellocatie 1) geen sliblaag aangetroffen. In alle andere acht watergangen ter plaatse van deellocatie 1 is wel een sliblaag aanwezig. De dikte van deze sliblaag varieert tussen 0,2 m en 0,5 m. Van de vaste waterbodem aan de westzijde zijn vijf mengmonsters samengesteld. Uit analyses en toetsing blijkt dat in de sliblaag ter plaatse van één watergang (in het westelijk terreindeel) licht verhoogde gehalten aan zware metalen worden aangetoond. Het mengmonster van deze sliblaag voldoet aan klasse ‘Industrie’. Uit de PFAS analyse van deze sliblaag is gebleken dat het sliblaag als Niet Toepasbaar wordt geclassificeerd (als gevolg van verhoogde gehalten aan PFOS). In de overige onderzochte watergangen zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Vrijkomende grond is altijd toepasbaar/ Verspreidbaar op het aangrenzende perceel. 6.2.2 Deellocatie 2 Grond Tijdens het veldwerk is in de vrijkomende grond geen bodemvreemd materiaal waargenomen. Uit het analytisch onderzoek zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’achtergrondwaarde’. Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. 6.2.3 Deellocatie 3 Grond Tijdens het veldwerk is in de vrijkomende grond geen bodemvreemd materiaal waargenomen. Uit het analytisch onderzoek blijkt dat in de bovengrond (MM3-01) licht verhoogde gehalten aan arseen en kwik zijn aangetoond. In de andere onderzochte grondmonsters (ook ter plaatse van de masten) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’achtergrondwaarde’ (Altijd Toepasbaar).
31 (34)
De verdenking dat vanwege corrosie van gegalvaniseerd staal/metaal van de hoogspanningsmasten de toplaag onder een mastlocatie belast zou kunnen zijn geraakt met zink, is niet bevestigd. Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en arseen aangetoond. Waterbodem Tijdens het veldonderzoek is in de watergang een sliblaag aangetroffen. De dikte van deze sliblaag betreft gemiddeld 0,1 m. Het slib is getoetst aan de msPAF verspreidbaar op aangrenzend perceel en ook op PFAS. Het mengmonster van de sliblaag voldoet aan klasse ‘Altijd toepasbaar/ Verspreidbaar’. 6.2.4 Deellocatie 4 en deellocatie 5 Grond Tijdens het veldwerk zijn ter plaatse van deellocaties 4 en 5 geen verontreinigingskenmerken waargenomen. Uit het analytisch onderzoek zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’achtergrondwaarde’. Grondwater In het grondwater ter plaatse van deellocatie 4 zijn licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel aangetoond. In het grondwater ter plaatse van deellocatie 5 zijn licht verhoogde concentratie aan xylenen en matig verhoogd concentratie aan barium in de peilbuizen Pb5-01 en Pb5-02 aangetoond.
Zoals uit het eerder beschreven beslisschema is gebleken dat in de regio vaker verhoogde concentraties aan zware metalen worden aangetoond. Derhalve worden deze matig verhoogde concentraties aan barium als natuurlijk verhoogde concentraties beschouwd (natuurlijke oorsprong). Waterbodem Tijdens het veldonderzoek is in de watergang een sliblaag aangetroffen. De dikte van deze sliblaag varieert tussen 0,1 m tot 0,7 m. Het slib is getoetst ook aan de msPAF verspreidbaar op aangrenzend perceel en ook op PFAS. De vier mengmonsters van de sliblaag voldoen aan klasse ‘Altijd toepasbaar/ Verspreidbaar’. 6.2.5 Kabeltracé Grond Tijdens het veldwerk zijn ter plaatse van het kabeltracé geen verontreinigingskenmerken waargenomen. Uit het analytisch onderzoek zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’achtergrondwaarde’. Grondwater In het grondwater ter plaatse van het kabeltracé is licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond.
32 (34)
6.3 Conclusie en advies Met het uitgevoerde bodemonderzoek is een representatief beeld ontstaan van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocaties. 6.3.1 Bodem Tijdens het veldwerk zijn geen bodemvreemde materialen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest of bodemverontreiniging aangetroffen. Uit het bodemonderzoek blijkt dat alleen in de bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan arseen zijn aangetoond. Aangezien er sprake is van slechts licht verhoogde gehalte ten opzichte van de achtergrondwaarde, is er geen reden tot het uitvoeren van nader onderzoek. De grond voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000 (Altijd Toepasbaar). De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van een nieuw hoogspanningsstation (en bijkomende civiele werkzaamheden). De geplande werkzaamheden in de grond kunnen vanuit milieuhygiënisch oogpunt zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd en vallen daarmee onder de standaard ’basishygiëne’ (zie CROW-publicatie 400). Opgemerkt wordt dat binnen het plangebied meerdere deellocaties niet zijn onderzocht vanwege Ontplofbare Oorlogsresten (OO) en/of geen toestemming tot betreding. Wanneer deze aspecten zijn weggenomen, kan overwogen worden om de betreffende terreindelen alsnog milieukundig te onderzoeken.
6.3.2 Grondwater In het grondwater zijn fluctuerende concentraties aan zware metalen aangetoond (van licht tot plaatselijk sterk verhoogde concentraties aan met name barium en arseen). Dergelijk verhoogde concentraties komen in de regio vaker voor een hebben een natuurlijke oorsprong. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Wel kan het zijn dat de gemeente/ Bevoegd gezag gebruiksadviezen opstelt op basis van dergelijk verhoogde concentraties. Mocht bij de werkzaamheden bemaling benodigd zijn, dan dient met deze fluctuerende concentraties rekening gehouden te worden. Geadviseerd wordt om in dergelijke situaties een bemalingsadvies op te stellen. Bij het onttrekken en lozen van grondwater is men conform de Waterwet verplicht om deze activiteiten te melden bij het bevoegde gezag, zijnde het waterschap. Deze melding dient onderbouwd te zijn door een bemalingsadvies. Het waterschap heeft zijn eisen omtrent de lozingen en onttrekkingen vastgelegd in de Keur. Het is van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium een bemalingsadvies op te stellen om te toetsen of het aanvragen van een vergunning – met een lange doorlooptijd noodzakelijk is of kan worden volstaan met een melding. De aannemer kan vervolgens een bemalingsplan opstellen als technische uitwerking van het bemalingsadvies en daarin de ook aspecten vanuit de fluctuerende concentraties in mee te wegen.
Dient bijvoorbeeld een zuivering te worden toegepast om lozing op oppervlaktewater mogelijk te maken. Of kan het grondwater geloosd worden op een nabijgelegen vuilwaterriool.
33 (34)
6.3.3 Waterbodem In de waterbodems zijn nagenoeg geen verhoogde gehalten aangetoond (met uitzondering van de westelijke watergang W). De vastgestelde kwaliteit in nagenoeg alle watergangen komt overeen met hergebruiksklasse AW (Altijd Toepasbaar en verspreidbaar op aangrenzend perceel). Gezien het afwijkende gehalte aan PFOS in de westelijke watergang (WB12), is het vrijkomende baggerspecie geclassificeerd als Niet Toepasbaar. Op basis van dit resultaat geldt dat de vrijkomende waterbodem afgevoerd dient te worden naar een erkende verwerker. Voorafgaande aan de afvoer dient een Blbi-melding (Melding Besluit lozen buiten inrichtingen) ingediend te worden. Bij deze melding dient een werkplan toegevoegd te worden. Vanwege de geringe hoeveelheid af te voeren baggerspecie (< 1.000 m3) is er vooralsnog geen verplichting om de werkzaamheden conform de BRL SIKB6000 en onderliggend protocol 6003 uit te voeren. N.B. Tijdens het waterbodemonderzoek van Arcadis is geen PFAS analyses meegenomen, waardoor deze resultaten als indicatief beschouwd dienen te worden. Wanneer een milieuhygiënische verklaring (MHV) noodzakelijk is voor de afzet van vrijkomende baggerspecie, dient een nieuw waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden of dient in overleg met het bevoegd gezag nagegaan te worden of alleen aanvullend PFAS onderzoek toereikend is.
In het waterbodemonderzoek is ook in de westelijke watergang de baggerspecie als Niet Toepasbaar geclassificeerd. Bij de toekomstige baggerwerkzaamheden dient met deze verontreiniging rekening gehouden te worden (gezien de uitgangspunten uit de BRL 6003).
Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.
34 (34)
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Onderzoeksgebied
Regionale ligging locatie Zwolle Veld- en bodemonderzoeken Drents Overijsselse Netversterking Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 51012779 Status: Definitief Datum: 17-04-2023 Schaal: 1:135.000 Formaat: A3
´
Op het gebruik van data en services Getekend: AMdeze - Gecontroleerd: MIzijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. 0
1.000
2.000
3.000
4.000
5.000
6.000 meter
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\GIS\PSU\PSU.aprx
Legenda
Bijlage 2
Situatie met boringen
B4-01
B4-02
Pb4-01
B4-03 B4-04 B4-22
B4-05
B4-23 B4-06
Pb4-05
B4-08 B4-07
B5-01 Pb4-02
Pb5-01
B5-14
B4-09
B5-02
B4-10
B4-11 Pb4-06
BK07
B4-12
B4-24
B4-13 BK06 B5-03 B5-15
PbK01
B5-06
B5-04
B4-25
B4-14
BK05 B4-15 B4-16
Pb5-02
B5-05 B5-16 B5-07
Pb4-04
B5-09
B5-08
B4-18
B4-17
BK03 Pb4-03
B5-11
B5-10
BK04
B5-17
B5-12
BK02
B4-20
B5-13
B4-21
B4-19 BK01
B3-15
B3-14
B3-13
B3-18 B3-22
Pb3-02 B3-21 B3-12
B3-10 B3-17
B3-11
B3-20
B3-08
B3-09
B3-07 B3-06 B3-05 B3-19
B3-16
B3-04 B1-01 B1-09 Pb3-01
B3-03
B3-01
B1-02
B3-02
B1-50
B1-03
B1-05
B2-09
B2-12
B2-07
B1-06
B2-08 B2-10
B2-06
B2-04
Pb1-01
Pb2-01 B2-01
B1-24
B2-03 B2-02
Pb1-07 B2-05 B1-22
B2-11
Pb1-09 B1-25 B1-45 B1-27
B1-53
B1-28
B1-41 B1-51 Pb1-03
B1-07 B1-29
B1-23
Pb1-08 B1-47
B1-08
B1-32
B1-04 B1-11
D2-01 B1-31
B1-46
D2-03
D2-02
D3-02
D3-01 D4-01
D3-03 B1-35
B1-34
D4-02
D4-03
B1-12 B1-15
B1-48 Pb1-04
B1-16 B1-14
B1-52
B1-33
B1-42
B1-10
Pb1-13 B1-44
B1-49 B1-36
Pb1-05 Pb1-10
B1-43
B1-37
B1-30
B1-18
B1-20
B1-38
B1-21
B1-19
Pb1-06
Pb1-12 B1-40 B1-39
D5-01
B1-13
D5-02
Pb1-02
D5-03