CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitvoeringsagenda Circulair bouwen

Raad Besluitvormingsronde 6 oktober 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Uitvoeringsagenda circulair bouwen3.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoud Inleiding

3

1. 1.1

Context, scope en kaders voor de organisatie Scope

4 4

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Wat gaan we doen? Algemeen Gebiedsontwikkeling Grond-, weg- en waterbouw (GWW) Gebouwen

5 5 7 9 11

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitdagingen en kansen Uitdagingen van Circulair Bouwen Belang van Circulair Bouwen Europese Wetgeving en Ervaring Draagvlak Voldoende financiële ruimte

13 13 13 14 14 14

Conclusie

14

Inleiding De overgang naar een circulaire economie vraagt om een nieuwe manier van werken. We moeten bewuster produceren, minder verspillen en beter samenwerken. In een circulaire economie benutten we materialen zo lang en hoogwaardig mogelijk (Volgens de R-ladder). Iedereen heeft hierin een rol, van overheid tot bedrijven en inwoners. Met deze uitvoeringsagenda richten we ons op circulair bouwen. We kunnen flinke impact maken door circulariteit zo vroeg mogelijk in de planvorming mee te nemen omdat de regie voor een groot deel bij onszelf ligt. Denk daarbij aan: • Het woningtekort deels circulair oplossen. • Onderwijsgebouwen en ander maatschappelijk vastgoed duurzaam vernieuwen. • De openbare ruimte en infrastructuur circulair beheren en inrichten. Met de uitvoeringsagenda circulair bouwen wil Zwolle richting en uitvoering geven aan: 1. Gebiedsontwikkeling 2. Grond- weg- en waterbouw (GWW) 3. Gebouwen Ons doel is duidelijk: we werken nu “circulair waar het kan” en in 2030 werken we volgens het principe “circulair tenzij”. In 2050 willen we volledig circulair zijn.

1. Context, scope en kaders voor de organisatie De ambities voor circulair bouwen zijn verankerd in twee beleidsstukken: 1. Omgevingsvisie Zwolle: Hierin staan de ruimtelijke en maatschappelijke doelen van de stad. Circulariteit speelt hierbij een centrale rol. 2. Visie Zwolle Circulair 2030: Dit document beschrijft onze aanpak om een circulaire economie te realiseren. Het richt zich op bouw, economie, afval en grondstoffen, en bedrijfsvoering. We bouwen op vijf uitgangspunten die staan in bovengenoemde stukken: • Voorbeeldfunctie: Als gemeente geven we het goede voorbeeld in onze bedrijfsvoering en eigen projecten. • Inspiratie bieden: We zoeken samenwerking en delen kennis met partners. • Normen overstijgen: Bij nieuwbouwprojecten willen we verder gaan dan de wettelijke eisen. • Proberen en leren: Met pilots ontdekken we wat werkt en verbeteren we continu. • Gebiedsgerichte doelstellingen: we werken per gebiedsontwikkeling specifieke doelen uit. Zwolle groeit en staat de komende tijd voor een flinke bouwopgave. Dit gaat over de vernieuwing en het beheer die nodig zijn in de bestaande en nieuwe stad, gebiedsontwikkeling, woningbouwopgave om het woningtekort te verminderen en de continue opgave binnen de grond-, weg- en waterbouw. Binnen elke context is er winst te behalen door circulariteit zo vroeg mogelijk in de planvorming mee te nemen.

Dit is een leertraject voor de langere termijn. 1.1 Scope Deze uitvoeringsagenda focust op de processen en mogelijkheden bij Gebiedsontwikkelingen, GWW en Gebouwen en Beheer. Deze onderdelen hebben een relatie met de andere uitvoeringsagenda's, namelijk Economie, Afval en Grondstoffen en Bedrijfsvoering en bijvoorbeeld Het Masterplan Toekomstbestendige Bedrijventerreinen. Daarom is het van belang om de afstemming te zoeken.

2. Wat gaan we doen? 2.1 Algemeen Wij realiseren ons dat circulair bouwen inzet vraagt van alle partners, zowel binnen onze organisatie als extern vanuit de stad, regio en op nationaal en Europees niveau. Om een circulaire economie te realiseren, moeten kringlopen worden gesloten. Partijen in deze kringlopen vormen ketens die grondstoffen voortdurend aan elkaar doorgeven. Het is essentieel dat ook intern verbindingen worden gelegd om deze ketens te helpen vormen. Zo kunnen we de overkoepelende doelstelling van 100% circulair in 2050 behalen. Ons startpunt is om eerst te focussen op onze eigen cirkel van invloed en vervolgens uit te breiden naar de cirkel van betrokkenheid. We hebben bijvoorbeeld invloed op onze eigen werkwijze, gedrag en uitvoering. Denk daarbij aan het scheppen van kaders en de uitvoering van eigen projecten en gebiedsontwikkelingen. Door kennisdeling en uitwisseling van ervaringen kunnen we van onze partners leren en samen de ontwikkeling verder brengen. We doen dit door ons te richten op de diverse rollen die de gemeente vervult: • De gemeente als opdrachtgever • De gemeente als uitvoerder • De gemeente als samenwerkingspartner We beginnen met onze eigen organisatie, enkele partners en netwerken, en ontwikkelen op termijn externe ketensamenwerking.

Hierbij maken we gebruik van bestaande netwerken zoals het Concilium, Cirkelstad, Building for Good, Building Balance en partnergemeenten. We gebruiken nieuwe financieringsmodellen Ondanks de vastgestelde kaders in omgevingsvisie en visie op Zwolle circulair zijn er uitdagingen om circulaire ambities binnen gebiedsontwikkeling te realiseren. Dit komt doordat circulair bouwen geen wettelijke verplichting is, er geen uitgewerkt beleid is, en er een gebrek aan kennis en inzicht is over de kosten en baten. Daar komt bij dat tijdens de Woontop is afgesproken dat

gemeenten geen aanvullende eisen stellen boven de wettelijke eisen. Om de woningbouw te versnellen zetten we in op het realiseren van circulaire woningen waar het kan en betaalbaar is. Omdat circulair bouwen nog zo in ontwikkeling is en meer risico’s met zich meebrengt vraagt dit ook wat van ontwikkelaars. Waarbij het sommige ontwikkelaars goed lukt om circulair te bouwen, worstelen anderen met de risico’s en kosten. Financieringsmodellen zijn vaak niet passend voor circulaire ontwikkeling, deze zijn namelijk ingericht op de lineaire economie. Het gebrek aan inzicht maakt het moeilijk om beslissingen te onderbouwen, wat leidt tot onzekerheid binnen projecten. De lineaire economie ondersteunt het traditionele take-make-waste-model. Dit model belemmert de overgang naar een circulaire economie. Daarom moeten we anders nadenken over waarde en financieringsmodellen. Denk aan een andere manier van gronduitgifte of de TCO-benadering (total cost of ownership). Dit model kijkt naar de kosten en inkomsten over de hele levenscyclus van een object, zoals een gebouw. Bij een circulair object blijft er aan het einde van de levenscyclus nog waarde over, wat in het lineaire model niet het geval is. TCO helpt bij het maken van investeringen die op lange termijn kosten en grondstoffen besparen. We gaan deze nieuwe financieringsmethoden verder onderzoeken, ontwikkelen en toepassen.

We beginnen met onderzoeken hoe we de “Nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa” onderdeel van de financiële verordening kunnen aanpassen zodat de restwaarde kan worden meegenomen bij de berekening van de afschrijving. Dit vraagt van de projecten wel extra inzet om de restwaarde goed te bepalen en onderbouwen, maar vergroot ook de haalbaarheid van circulair bouwen. We moeten naar betere manieren om waarde te berekenen. Zolang restwaarde niet meetelt, CO2 niet wordt beprijsd, en alleen naar materiaalkosten wordt gekeken, is de meerwaarde van circulair bouwen moeilijk in geld uit te drukken. Het berekeningssysteem moet eerlijker worden (total cost of ownership). We gebruiken materialenpaspoorten Een materialenpaspoort is een document waarin staat welke materialen voor een object of project zijn gebruikt. Dit geeft inzicht in de toepassing en uitwisseling van grondstoffen en materialen. We gebruiken dit al bij beheer,

GWW en enkele projecten. We willen dit beter organiseren en registreren zodat het onderdeel wordt van de Zwolse werkwijze. We zetten pachtgronden in voor productie van biobased bouwmaterialen De gronden die de gemeente heeft verworven voor toekomstige ontwikkelingen, worden tot de ontwikkeling gerealiseerd, verpacht aan boeren. We starten bij de volgende ronde voor verpachten van deze grond op een aantal percelen met een uitvraag of een aantal boeren hier biobased bouwmateriaal willen verbouwen. Zo kunnen we samen met Building balance bijdragen aan het beter beschikbaar maken van biobased bouwmaterialen uit onze eigen omgeving.

2.2 Gebiedsontwikkeling We gebruiken het Ambitieweb en Het Nieuwe Normaal

We gebruiken het Ambitieweb om circulaire ambities vast te leggen en Het Nieuwe Normaal (HNN) als standaard voor duurzaam bouwen. Deze tools zorgen voor duidelijke afspraken en evaluatie van projecten. Het Ambitieweb helpt om de vele ambities binnen gebiedsontwikkeling met elkaar te verbinden en prioriteert door een integrale afweging aan het begin van het proces. In samenwerking met partners worden de ambities voor elk thema tijdens de "Start voor de Start" vastgesteld en vastgelegd in de Startnotitie. Voor elk thema worden ambities bepaald op basis van drie niveaus: • Minimaal (Wat moet?): Wettelijk verplicht of, bij afwezigheid van wettelijke verplichtingen, het basisniveau binnen de gemeente. • Haalbaar (Wat kan?): Meerwaarde ten opzichte van wettelijke verplichtingen met een vooruitblik naar 2030. • Ambitieus (Wat wil je?): Maximale inzet op maatregelen met een lange termijnvisie tot 2050. Het hoofdstuk circulair binnen het Ambitieweb is gebaseerd op de uitgangspunten van het Nieuwe Normaal, wat zorgt voor een uniforme aanpak binnen de organisatie. Het Nieuwe Normaal gebruiken we ook bij het onderdeel gebouwen. Bij het vaststellen van het ambitieniveau wordt gekeken naar mogelijke synergiën met andere thema's, zodat de ambities elkaar versterken in plaats van stapelen. Gedurende het proces wordt het Ambitieweb

gebruikt om de ambities te concretiseren, waardoor de circulaire ambitie in elke stap van het gebiedsontwikkelingsproces (zoals beschreven in de routekaart) wordt opgenomen. Concrete afspraken over de ambities worden vastgelegd. In eerste instantie is het Ambitieweb ingericht op de vier duurzaamheidsthema's: biodiversiteit, energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. We gaan nu het Ambitieweb uitbreiden met andere thema's, zoals de sociale meerwaarde van ontwikkelingen. Dit voorkomt een opeenstapeling van ambities door een realistische, integrale en brede afweging te maken. Het biedt ook de mogelijkheid om meer ambities te realiseren door expliciet naar koppelkansen en synergiën te zoeken en ambities met elkaar te verbinden. We doen mee aan de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling Voor de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkelingen trekken een aantal gemeenten, bouwers, ontwikkelaars, woningcorporaties en het Rijk samen op om duidelijkheid te bieden aan de bouwsector en de woningbouw te versnellen. Het Rijk heeft als doel om tot en met 2030 jaarlijks 100.0000 nieuwe woningen toe te voegen die betaalbaar en duurzaam zijn.

Daarnaast worden nieuwe Europese duurzaamheidsregels binnenkort voor de bouw ingevoerd en het is voor gemeenten essentieel om deze verplichtingen te begrijpen en toe te passen in ruimtelijke ordening en de rol van de gemeente binnen de bouwketen, in partnerschap met de sector. Binnen de deelnemende gebiedsontwikkeling(en) gaan we leren hoe we in de gebiedsontwikkelingen anders kunnen ontwerpen, uitvragen, bouwen en wonen. We gaan gezamenlijk met andere gemeenten leren, meten en doen en passen het geleerde weer toe in onze andere gebiedsontwikkelingen. Zo worden we een lerende organisatie in het toepassen van toekomstbestendig bouwen.

Structuur van de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling: vier werklijnen en toegepaste onderzoekslijnen. We accepteren dat de uitstraling van hergebruikt materiaal ander is dan nieuw

In het ontwerpen van gebieden wordt nog niet altijd in het ontwerpproces rekening gehouden met de mogelijkheid om materialen te hergebruiken. Hierdoor worden soms keuzes gemaakt die ertoe leiden dat nog goede materialen niet kunnen worden hergebruikt. Ook is het voor inwoners soms lastig om te begrijpen dat er geen nieuwe straat wordt aangelegd, maar materialen worden gebruikt die een tweede leven krijgen. We gaan inzetten op het meenemen van restwaarde van materialen in gebiedsontwikkelingen. Daarmee stimuleren we om de materialen opnieuw in te zetten. We accepteren daarbij dat de uitstraling van hergebruikt materiaal niet hetzelfde is als nieuw, en hebben hier in de communicatie aandacht voor.

2.3 Grond-, weg- en waterbouw (GWW) We werken samen met andere partijen aan een hogere standaard

Binnen GWW werken we samen met Bouw Circulair. Zij hebben moederbestek.nl opgesteld dat ook bij onze aanbestedingen gebruikt wordt. De gevraagde eisen voor circulariteit worden steeds een stapje hoger binnen het moederbestek. We passen dit toe in onze contracten en werken daarnaast mee aan de doorontwikkeling van moederbestek.nl. Vanuit de basiscontracten wordt het basisniveau steeds een stapje hoger om zo in 2030 de helft van de grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulair te zijn.

We gebruiken materialen met lange levensduur om hergebruik te bevorderen

Gemeente Zwolle zet in op het vergroenen van het stedelijke areaal om daarmee hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Hiermee zie je binnen de afzonderlijke gebiedsontwikkelingen dat er minder grondstof in de vorm van verharding wordt toegepast. Waar wel verharding wordt aangelegd maken we gebruik van hoogwaardig materiaal zodat het herbruikbaar en opnieuw inzetbaar is in de toekomst. Dit geeft kwalitatieve en financiële meerwaarde op de lange termijn. Gebakken materiaal is 40% duurder in aanschaf. Deze duurdere investering wordt niet zichtbaar in de vorm van restwaarde. Ze worden net zoals betonnen materialen volledig afgeschreven. Gebakken materiaal is in tegenstelling tot beton waardevast. Voorkeur heeft het om in alle projecten gebakken hoogwaardig en courant materiaal te gebruiken als hergebruik van beton/ gebakken stenen niet mogelijk is. We kiezen hier voor het woord "voorkeur” omdat het hier om een financieringsvraagstuk gaat. Momenteel gebruiken we ongeveer 25-50% hergebruikt materiaal in asfalt. Het is nog niet algemeen gebruikelijk om veel hergebruikt materiaal in asfalt te verwerken. Er komt onvoldoende asfalt vrij om opnieuw te gebruiken om dit nog veel meer toe te kunnen passen. Er worden in Nederland voortdurende asfaltwegen toegevoegd aan het bestaande areaal.

Al het vrijkomende asfalt, vanuit onderhoud en reconstructie van wegen, wordt momenteel hergebruikt in de keten. Technisch is het mogelijk om in nieuw asfalt 95% hergebruikt materiaal te gebruiken, maar het vrijkomende asfalt is de limiterende factor. Wel zien we kansen om het vrijkomende materiaal zo hoogwaardig mogelijk toe te passen. Nadeel van hergebruik dat de productie van hergebruikt asfalt meer energie vraagt dan regulier. De markt en de asfaltcentrales innoveren en investeren hierop door het energiegebruik van asfaltcentrales terug te dringen. Dit heeft een gunstig effect op de kostprijs op lange termijn en dringt de CO2 uitstoot terug. Vanuit onze rol als aanbestedende dienst willen we zo veel mogelijke aansluiten bij de ontwikkelingen en deze stimuleren.

Innovaties Naast hergebruik zijn er veel mogelijkheden om biobased materiaal in asfalt te verwerken, zoals grasfalt, waarbij een deel van het bitumen wordt vervangen door olifantsgras. Hierdoor wordt CO2 opgeslagen in het asfalt en komt er bij de productie minder CO2 vrij doordat er op lagere temperatuur kan worden gewerkt. Ook kunnen bitumen toegevoegd worden die overblijven bij de fabricage van dakbedekking. In de aanbestedingsstrategie voor Groot Onderhoud en Asfaltverhardingen 2025-2026 zijn duurzaamheid, circulariteit en innovatieruimte (biobased bitumen) nadrukkelijk opgenomen om de markt te prikkelen en partijen uit te dagen om aan onze doelstellingen bij te dragen. We hergebruiken vrijkomende materialen In de gebieden, de GWW en gebouwen komen grondstoffen en materialen vrij als deze niet op dezelfde plek opnieuw kunnen worden ingezet. We willen nu al producten en materialen uitwisselen in GWW op basis van kansen die we op dat moment zien. We willen voor de organisatie een methode voor uitwisseling opzetten op stedelijk, gebieds- en projectniveau om grondstoffen te besparen. Dit doen we samen met gebiedsmanagers, stedenbouwers, projectleiders, uitvoerders en beheerders. We onderzoeken of er gemeentelijke ruimtes of gebouwen zijn voor opslag. Zo niet, dan moeten we mogelijk budget vrijmaken voor huur van opslagruimte om zo een grondstoffenhub te realiseren.

Voor het organiseren van het stedelijk grondstoffenuitwisselsysteem gaan we eerst onderzoeken wat er naast het aanpassen van de werkwijze nodig is om zo’n systeem op te zetten. Voor het beheer van het grondstoffensysteem is er mogelijk in de toekomst een hub voor het opslaan van materiaal en een structureel budget nodig. We brengen in kaart wat er nodig is om een systeem op te zetten voor uit uitwisselen van grondstoffen. 2.4 Gebouwen We slopen circulair

Tijdens sloopwerkzaamheden gaat veel van de materialen en grondstoffen verloren, terwijl veel hiervan elders hergebruikt had kunnen worden. In Zwolle wordt al circulair gesloopt, wat betekent dat gebouwen zorgvuldig worden gedemonteerd om materialen en grondstoffen te winnen voor hoogwaardig

hergebruik. Hoe hoger het hergebruik op de R-ladder scoort, hoe meer circulair het proces is. Momenteel is circulair slopen nog geen vereiste, het gebeurt wel, maar is geen beleid en niet standaard. We willen dat circulair slopen een standaard eis wordt binnen onze organisatie wanneer wij zelf opdrachtgever zijn. We gebruiken bestaande projecten als voorbeeld om te bepalen hoe we dit organisatie breed kunnen implementeren en wat hiervoor nodig is. Het slopen van panden is per definitie een besluit waardoor veel grondstoffen verloren raken. Het behouden van een (deel) van het gebouw vraagt om een geheel andere aanpak en meer onderzoek naar de bruikbaarheid van onderdelen. Het meest duurzame dat we kunnen doen op het gebied van grondstoffen is het behoud en het hergebruik van bestaande gebouwen. Voor projecten waar sloop wordt overwogen, willen we daarom eerst een onderzoek laten doen, waarin de kosten en baten van sloop worden afgewogen tegen behoud. Hierbij moeten zaken als CO-2-impact expliciet worden meegerekend. We gebruiken Het nieuwe normaal als afwegingskader

Naast het gebruik van het nieuwe normaal in het ambitieweb zijn de indicatoren van HNN goed te gebruiken wanneer wij zelf opdracht geven voor het bouwen van maatschappelijk vastgoed. Wanneer wij zelf uitvragen gebruiken we de indicatoren van HNN om de uitvragen te kunnen beoordelen op de mate van circulariteit. We nemen duurzaamheidsambities en mee aan de voorkant en bouwen flexibel.

Bij de start van projecten stellen we duurzaamheidsambities vast. Deze ambities zijn niet altijd direct in kosten te vertalen en kunnen meerkosten met zich meebrengen. Door circulaire ontwerpprincipes toe te passen, kunnen we echter veel bereiken zonder extra middelen. Traditionele ontwerpen met duurzame materialen zijn wél vaak duurder. Daarom is het belangrijk om circulaire ontwerpprincipes vanaf het begin mee te nemen om extra kosten te voorkomen. Circulaire ontwerpprincipes richten zich op het hergebruik en de efficiëntie van materialen, wat kan leiden tot kostenbesparingen op de lange termijn. Traditionele ontwerpen met duurzame materialen kunnen hogere initiële kosten met zich meebrengen. Door circulaire principes vanaf het begin te integreren, kunnen we deze meerkosten vermijden en tegelijkertijd bijdragen aan duurzaamheid.

Op korte termijn kunnen we veel winst behalen op het gebied van toekomstbestendigheid en materialen. In de ontwerpfase van nieuwe projecten houden we ook rekening met gebouw-, indelings- en gebruikersflexibiliteit. Hierdoor kunnen gebouwen en infrastructuren flexibeler en aanpasbaarder worden gemaakt. Dit betekent dat ze gemakkelijker kunnen worden aangepast aan veranderende behoeften en omstandigheden, wat hun levensduur verlengt en hun waarde behoudt. Het gebruik van een materialenpaspoort bij nieuwbouwprojecten waarborgt de herbruikbaarheid van materialen in de toekomst. Door bij de raming van de projectkosten rekening te houden met de meerkosten van bepaalde ambities, kunnen we ervoor zorgen dat deze worden gerealiseerd. Hoewel circulaire principes in de aanbesteding en het ontwerp worden opgenomen, moeten deze regelmatig worden aangepast om binnen het budget te blijven. Bij sloopprojecten zetten we al veel in op hergebruik van materialen zoals betonpuin, metalen, hout en dakbedekkingen.

3. Uitdagingen en kansen In hoofdstuk 2 is beschreven wat we gaan doen. Naast de uitvoering van deze stappen zijn er kansen en uitdagingen waar we nu geen concrete afspraken en toezeggingen voor kunnen doen, maar waar we wel aandacht voor houden en waar kansen zich voordoen op in gaan zetten. 3.1 Uitdagingen van Circulair Bouwen Circulair bouwen is een enorme uitdaging. Het is geen wettelijke verplichting, er is geen beleid, en er is weinig tot geen budget. In de praktijk wordt de ambitie vaak als eerste geschrapt omdat het niet verplicht is. Daarom moeten we realistisch zijn en aangeven dat niet alles mogelijk is of dat alle doelen behaald zullen worden vanwege het gebrek aan wettelijke vereisten, capaciteit en budget. We richten ons daarom op de onderdelen binnen onze invloedsfeer, werken mee waar mogelijk en creëren ruimte om te doen wat nodig is. 3.2 Belang van Circulair Bouwen Circulair bouwen is een van de meest effectieve manieren om de CO2-impact in de bouw te verminderen. Eenmaal gekozen voor een niet-circulaire bouwwijze, kan dit later niet meer worden gecorrigeerd. De impact van de beslissing om al dan niet circulair te bouwen, strekt zich uit tot ver na de levensduur van de gebouwen. In tegenstelling tot andere duurzaamheidsambities kunnen er, zodra het gebouw is gerealiseerd, geen compenserende maatregelen meer

worden getroffen. Als er eenmaal beton is gebruikt, kan dit later niet meer worden vervangen door hout. Gezien het feit dat het CO2-budget van de bouw volgens de Parijsakkoorden in Nederland al bijna is verbruikt, kan de urgentie van circulair bouwen niet vaak genoeg worden benadrukt. 3.3 Europese Wetgeving en Ervaring Er is veel Europese wetgeving aangekondigd die meer circulair bouwen onvermijdelijk maakt. Door nu al ervaring op te doen en te leren hoe het werkt, wordt het straks makkelijker om aan de Europese wetgeving te voldoen. 3.4 Draagvlak Ook draagvlak is voor een transitie onontbeerlijk. We moeten een ‘kritische massa’ vormen om meer beweging te creëren. De Zwolse gemeenteraad heeft zich gecommitteerd aan de transitie, door akkoord te geven op verschillende documenten over een circulair Zwolle. Bij externe stakeholders is het beeld heel divers. Bepaalde groepen, zoals ondernemers en andere betrokkenen in de bouwsector, zijn zich bewust van de benodigde transitie. Ook de afval- en grondstoffensector en de kunststoffenbranche timmeren al jaren aan de weg op dat vlak. In andere sectoren wordt de urgentie nog minder gevoeld. Het is daarom nodig om als gemeente te blijven werken aan draagvlak; dit zal een speerpunt zijn binnen de vier focusgebieden.

We kunnen hieraan bijdragen door onder meer met gerichte marketing en communicatie de beeldvorming over afval, grondstoffen, consumptie en de circulaire economie te beïnvloeden. En door uit te stralen dat de transitie naar een circulaire economie een gezamenlijke inspanning is, waarin we als gemeente schouder aan schouder staan met onze ondernemers en inwoners. 3.5 Voldoende financiële ruimte Voor de uitvoering van de Visie Zwolle Circulair is voldoende financiële ruimte essentieel. Dit zorgt voor een toekomstbestendig Zwolle met hoge welvaart en concurrentiepositie. Voor de transitie en ambities worden financieringsvoorstellen via de reguliere planning- en controlcyclus voorgelegd. Projecten houden rekening met circulaire ambities, wat kan leiden tot hogere budgetaanvragen. We bepalen per project circulaire ambities en het benodigde budget, zonder overkoepelend gemeentelijk budget voor circulariteit.

Conclusie Zwolle wil koploper zijn in circulair bouwen. Deze uitvoeringsagenda biedt een praktische aanpak om onze ambities waar te maken. Samen met partners zorgen we ervoor dat circulariteit de standaard wordt in de bouw. Zo werken we aan een duurzame, toekomstbestendige stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=530c934f-9786-4d20-b2a7-b3c294c4335a