CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Regionale_woonzorgvisie_West_Overijssel (definitief)

Raad Besluitvormingsronde 21 mei 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Regionale woonzorgvisie West Overijssel8.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage I

Regionale woonzorgvisie 2024-2026 West-Overijssel

Provincie Overijssel 9 februari 2024 Definitief

DATUM

9 februari 2024

TITEL

Regionale woonzorgvisie 2024-2026

OPDRACHTGEVER

Provincie Overijssel

AUTEUR(S)

Ilse de Groot (Companen) Martin Bleijenburg (Companen)

PROJECTNUMMER

3200.119

STATUS

Definitief

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Waarom een regionale woonzorgvisie? Proces Doelgroepen en analyse Leeswijzer

4 4 5 5 6

2 2.1 2.2 2.3

Ouderen Wat speelt er? Afsprakenkader ouderenhuisvesting Wat willen we bereiken?

7 7 9 10

3 3.1 3.2

Aandachtsgroepen Wat speelt er? Wat willen we bereiken?

12 12 14

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuis Wat speelt er? Een domeinoverstijgend vraagstuk Toekomstige levering van zorg Wat willen we bereiken?

15 15 15 18 19

5

Bijlage 1: afsprakenkader ouderenhuisvesting

24

1 Inleiding

geclusterde woonvoorzieningen kunnen bijdragen aan het langer zelfstandig wonen van ouderen in onze provincie.

1.1 Waarom een regionale woonzorgvisie?

Gezien de schaarste op de woningmarkt en de groeiende vraag naar hulp en ondersteuning, is er meer dan ooit behoefte aan doordachte en heldere beslissingen. Vragen zoals hoe we sociale woningen verdelen binnen de provincie, de regio West-Overijssel en lokale gemeenten, en hoe we beperkte middelen het meest effectief inzetten waar de behoefte het grootst is, vragen om gezamenlijke aandacht. Terwijl we streven naar langer en zelfstandig thuis wonen, rust er ook een grote verantwoordelijkheid op bewoners zelf, mantelzorgers en vrijwilligers. Samen moeten we nadenken over hoe we hen het beste kunnen ondersteunen en hoe we kunnen voorkomen dat huisvesting voor kwetsbare bewoners tot overlast of onbegrip bij buurtbewoners leidt.

Je thuis voelen in je eigen huis en je trots voelen op je woonomgeving zijn ontzettend belangrijk. De woning moet bijvoorbeeld passend zijn voor als je eenmaal wat minder mobiel wordt. Met een eigen woning tel je mee en kun je beter participeren in de samenleving. En doordat je minder mensen met intensieve problemen om je heen hebt, kun je je beter richten op je eigen herstel. De woonomgeving moet uitnodigen om naar buiten te gaan. Opdat je in staat bent om je buurtgenoten te blijven ontmoeten en in beweging te blijven. Onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar elkaar omkijkt, tegenslag kan verwerken, zichzelf herstelt, ontwikkelt en weerbaarder maakt. Lukt het niet om elkaar te helpen of het ontbreekt iemand aan een netwerk, dan kan men een beroep doen op de beschikbare informele of professionele hulp. Daarom zetten we met inwoners en aandachtsgroepen in op een samenleving waar plek is voor iedereen. In Overijssel staan we voor een uitdagend vraagstuk dat voortkomt uit zowel de dubbele vergrijzing als de behoefte aan geschikte huisvesting voor kwetsbare bewoners binnen onze gemeenten. Dit brengt een aanzienlijke druk met zich mee op beschikbare woonruimte, benodigde hulp en ondersteuning. Terwijl de vraag naar woonruimte met passende zorg en welzijnsdiensten toeneemt, worden we geconfronteerd met krapte op de woningmarkt en tekorten in de zorgsector.

In deze complexe context zijn fysieke en sociale aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden. We zien dat aanpassingen aan woonruimten, de ondersteuning van mantelzorgers en het bevorderen van

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

Gezien de complexiteit van deze uitdagingen heeft de Rijksoverheid beleidskaders opgesteld rondom wonen, welzijn en zorg. In de in december ’22 ondertekende woondeal is genoemd dat de betrokken partijen een regionale woonzorgvisie voor aandachtsgroepen en ouderen gaan opstellen die aansluit bij de regionale programmering. Het Rijksprogramma Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen (WOZO) wijst op de richting om ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Het rijk verdeelt deze woonzorgopgave onder in de bouw van nultreden, geclusterd en zorggeschikte woningen. Er volgt nog een bijlage bij de regionale woondeal waarin deze opgave weergegeven wordt per gemeente. Het rijk stelt in de nieuwe ‘wet versterking regie op volkshuisvesting’ elke gemeente verplicht een volkshuisvestelijk programma op te stellen. Deze wetgeving is nog niet formeel vastgesteld. We kunnen de opgaven in de reguliere woningvoorraad en woonzorgopgave niet los van elkaar zien. Andere verplichtingen vanuit het rijk vloeien voort uit de Nationale Woon- en

4

Bouwagenda, de Wet regie op de volkshuisvesting, en de richtlijnen in de programma’s 'Een thuis voor iedereen' en ‘WOZO’.

1.2 Proces

Vanuit de (nog goed te keuren) wet ‘versterking regie op de volkshuisvesting’ worden gemeenten daarnaast verplicht gesteld een urgentieverordening te maken om bij woningtoewijzing voorrang te geven aan wettelijk bepaalde urgente woningzoekenden. Gemeenten worden verplicht een huisvestingsverordening op te stellen met een urgentieregeling, in afstemming met de gemeenten in de regio. Ook moet elke gemeente in haar woonzorgvisie beleid opnemen voor alle aandachtsgroepen. Het wetsvoorstel is na advies van de Raad van State in voorbereiding voor behandeling in de tweede kamer.

Om tot een gedragen regionale woonzorgvisie te komen hebben we verschillende stappen in het hele traject doorlopen. Om de beleidsopgaven te bepalen is het van belang de huidige situatie in kaart te hebben. In het proces hebben we cijfers omtrent wonen en zorg geïnventariseerd en geanalyseerd. Dit is zichtbaar in de monitor Gezond Wonen, die we in september hebben gepubliceerd. Vervolgens hebben we bestaand beleid rondom wonen en zorg in de regio geanalyseerd. In verschillende werkateliers hebben we met betrokken partijen in de regio de visie verder vormgegeven. De inbreng van alle partijen is uitgewerkt in deze visie. Na vaststelling van de visie gaan we in 2024 aan de slag om te komen tot een concreet uitvoeringsprogramma.

Zowel de provincie als de gemeenten zijn volop bezig met de uitvoering van regionale woonagenda's. Het actualiseren van de Monitor Gezond Wonen en de oproep van het Rijk om een woonzorgvisie te ontwikkelen, zoals aangegeven in de brief van de ministeries van BZK en VWS in 2021, zijn stappen in deze richting.

Lokale doorvertaling Deze regionale woonzorgvisie vormt de basis voor gemeenten om concreet aan de slag te gaan met de lokale woonzorgopgave. De geïdentificeerde uitdagingen en doelstellingen in deze visie zijn van toepassing op de gehele regio. Indien gewenst ligt nadere uitwerking en specifieke invulling in handen van de individuele gemeenten. Dit biedt de flexibiliteit om de visie aan te passen aan de lokale context en de eigen kleur te geven, rekening houdend met de behoeften en kenmerken van elke gemeenschap. De kwantitatieve opgave is richtinggevend, en is geen definitieve blauwdruk. Wel is het belangrijk te vermelden dat afwijkingen in aantallen en opgaven significante effecten kunnen hebben op zowel naburige gemeenten als de overeengekomen regionale fair-share verdeling.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

1.3 Doelgroepen en analyse In het Rijksprogramma Een thuis voor iedereen en de (reeds gepubliceerde, maar nog niet aangenomen) Wet versterking regie op de volkshuisvesting wordt een aantal aandachtsgroepen benoemd voor gemeenten. In de woonzorgvisie beperken wij ons tot de doelgroepen met een zorg of ondersteuningsvraag, te weten: • Ouderen (65+); • Mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische kwetsbaarheid • Mantelzorgers- en ontvangers

5

•

Uitstromers uit instellingen (maatschappelijke opvang, beschermd wonen GGZ, detentie, Jeugdzorg) • (Dreigend) dakloze mensen • Uittredende sekswerkers Dit zijn ook de doelgroepen waarvoor een urgentieregeling gevraagd wordt. Hoewel de hieronder genoemde groepen niet officieel worden beschouwd als urgente woningzoekenden door het rijk, vallen ze wel onder aandachtsgroepen. In deze visie staan we minder nadrukkelijk stil bij deze groepen. Wel doen deze aandachtsgroepen een beroep op dezelfde woningvoorraad. • Arbeidsmigranten • Woonwagenbewoners • Statushouders • Studenten

4) in een eigen thuis. Hoofdstuk 4 bevat hiermee belangrijke uitspraken die betrekking hebben op zowel de ouderen als de aandachtsgroepen. Dit weerspiegelt de aanpak van het rijk, waarbij ook aparte aandacht wordt besteed aan ouderen en aandachtsgroepen. Hoewel de hoofdstukken apart worden behandeld, is het belangrijk te benadrukken dat hoofdstuk 4 een integrale benadering biedt, waarin de verschillende elementen met elkaar in verband worden gebracht. Waar nodig zullen verwijzingen naar hoofdstuk 4 worden opgenomen in de relevante delen van de hoofdstukken over ouderen en aandachtsgroepen.

Monitor gezond wonen De Monitor gezond wonen Overijssel geeft de kwantitatieve opgave weer voor bovenstaande zorgdoelgroepen. Onderstaand volgt een beknopte opsomming van die monitor over de zorgdoelgroepen. Dit dient als kwantitatieve bouwsteen voor de woonzorgvisie. De monitor is raad te plegen via de volgende link: www.companen.nl/powerbi/monitorgezondwonenoverijssel.

1.4 Leeswijzer De woonzorgvisie is onderverdeeld in 3 onderdelen: ouderen (hfdst. 2), aandachtsgroepen (hfdst. 3) en regie, preventie, hulp en ondersteuning (hfdst.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

6

2 Ouderen 2.1 Wat speelt er? Het programma Wonen en Zorg voor Ouderen van de Rijksoverheid heeft als hoofddoel ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk comfortabel en gezond in hun eigen huis te blijven wonen. Dit wordt bereikt door de ontwikkeling van voldoende geschikte ouderenwoningen als onderdeel van de bredere woningbouwopgave. Dit omvat drie verschillende typen woningen: nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Op nationaal niveau zijn er afspraken gemaakt om het aantal geclusterde woningen en zorggeschikte woningen in de sociale huursector te verhogen, met bijzondere aandacht voor dementievriendelijke ontwerpen. Dit nationale kader vormt de basis voor regionale uitwerking en uitvoering, waarbij overheden, corporaties, en zorgkantoren samenwerken om de regionale behoeften aan ouderenhuisvesting vast te stellen. Deze inspanningen zijn onderdeel van een bredere strategie om een thuis te bieden aan iedereen, inclusief aandachtsgroepen en ouderen. Om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk prettig en gezond thuis kunnen blijven wonen, is het van cruciaal belang om voldoende geschikte woningen voor ouderen beschikbaar te hebben. Het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen liet zien dat de 290.000 benodigde woningen geschikt voor ouderen een essentieel onderdeel vormen van de landelijke geplande 900.000 nieuwe woningen.

Waarbij de kanttekening gemaakt moet worden dat een deel van de 290.000 woningen voor ouderen ook door het transformeren van de bestaande voorraad gerealiseerd kan worden. Hiermee blijft er in de toe te voegen woningen meer ruimte over voor variatie en andere doelgroepen.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

Op landelijk niveau zijn er afspraken gemaakt met Aedes (Nationale Prestatieafspraken), waarin is afgesproken dat woningcorporaties zich actief inzetten voor de bouw van 40.000 geclusterde woningen en 20.000 zorggeschikte woningen in de sociale huur. Dit betreft 50% van de totale opgave. Deze doelen zijn niet alleen gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van geschikte woningen, maar ook op het creëren van woonomgevingen die bijdragen aan de welzijn en kwaliteit van leven van ouderen. Daarnaast wordt er vanuit de Tweede Kamer een specifieke oproep gedaan aan bouwers om geclusterde woonvormen zoveel mogelijk dementievriendelijk in te richten. Dit benadrukt het belang van het creëren van woonruimtes die geschikt zijn voor ouderen met specifieke zorgbehoeften, zoals personen met dementie. De handreiking 'Geclusterde Woonvormen voor Senioren' van Platform31 biedt waardevolle richtlijnen en aanbevelingen voor het ontwerpen van dementievriendelijke woonomgevingen.

Opgave In samenspraak met het rijk is een definitieve opgave voor de huisvesting van ouderen geformuleerd. Voor de regio West-Overijssel zijn twee scenario's gedefinieerd. Het basisscenario omvat de ontwikkeling van 3.560 nultredenwoningen, 1.855 geclusterde woningen en 1.175 zorggeschikte woningen tot 2030. Het trendscenario houdt rekening met een groter deel van de ouderen die in een reguliere geclusterde woning zullen wonen. Dit geldt ook voor een deel van de mensen met een WLZ-indicatie, die anders in een zorggeschikte woning (woonzorgcentrum) zullen wonen, en omvat respectievelijk 2.465 nultredenwoningen, 4.910 geclusterde woningen en 940 zorggeschikte woningen. Deze aantallen zijn vastgelegd in het afsprakenkader ouderenhuisvesting, toegevoegd als bijlage 1. Zorggeschikte woningen zijn geclusterd waarbij samenwerking plaatsvindt met zorginstanties en het

7

zorgkantoor. Het is niet noodzakelijk dat deze woningen zich bevinden binnen een woonzorgcentrum.

Onderzoek monitor gezond wonen In de monitor Gezond Wonen van Companen is de huisvestingsopgave voor de doelgroep ouderen in alle gemeenten weergegeven. Onderstaande figuren tonen de vraagontwikkeling naar woonvormen in West-Overijssel. De vraagontwikkeling betekent wat de groei van deze doelgroep en hun woningbehoefte betekent voor de vraag naar woningen. De analyse is gedaan op basis van een prognose waarbij de aanname is gedaan dat een groter deel van de ouderen (preventief) verhuist naar een geclusterde woonvorm. De geclusterde woonvormen kunnen bestaan uit reguliere geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Zorggeschikte woningen zijn toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking, waar goed verpleging en verzorging aan huis kan worden geboden. Wij houden hierbij de categorieën aan die het rijk ook gebruikt, maar de benamingen verschillen als volgt. Benaming Rijk Nultreden Geclusterd Zorggeschikt

Benaming Companen Regulier Geclusterd Woonzorgcentrum (SOM en PG)

Figuur 2.1: vraag naar woonvormen voor ouderen in West-Overijssel (trendprognose) 3.340 100.000 3.130 2.190 90.000 2.850 2.030 80.000 26.520 1.860 22.430 2.560 70.000 18.080 1.650 60.000 12.730 50.000 40.000 30.000 20.000

52.300

59.820

64.370

66.360

2030

2035

2040

10.000 0 2023 Regulier wonen

Geclusterd wonen

Woonzorgcentrum SOM

Woonzorgcentrum PG

Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)

Hieronder staat voor West Overijssel een inschatting van vraag naar geclusterd wonen in de verschillende segmenten.

De term woonzorgcentrum zoals gebruikt in de analyse van Companen, verwijst naar zorggeschikte woningen. Dit kan zowel zowel intramuraal als extramuraal zijn. Het is uitsluitend geschikt voor mensen met een Wlz-indicatie.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

8

Figuur 2.2: marktsegmentatie van vraag naar geclusterde woonvormen voor ouderen in West-Overijssel 30.000 25.000

lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Dit afsprakenkader biedt een leidraad voor de realisatie van dit doel en zal als bijlage worden toegevoegd aan de regionale woonzorgvisie.

Regionale Uitwerking

20.000

14.520 12.170

15.000

9.650

10.000

6.480

5.000

1.540

3.060

2.600

2.140 6.320

7.650

8.930

4.690

2023

2030

2035

2040

De regionale opgave voor ouderenhuisvesting vereist nauwe samenwerking tussen het Rijk, medeoverheden, corporaties, zorgkantoren, zorgorganisaties en welzijnspartijen. De opgave wordt geïntegreerd in het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma, dat per 2026 door elke gemeente moet worden opgesteld. De verdeling en realisatie van de regionale opgaven worden besproken aan specifieke regionale tafels.

Financiering

0

Sociale huur

Vrije sector huur

Koop

Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)

De opgave bij de zorg en huisvesting voor en van ouderen is in aantallen relatief groot. Dit betekent niet dat de uitdagingen voor andere doelgroepen minder groot zijn.

2.2 Afsprakenkader ouderenhuisvesting De regionale woonzorgvisie voor West-Overijssel heeft als doel om deze landelijke afspraken en beleidsrichtlijnen te vertalen naar regionale kansen en mogelijkheden, zodat ouderen in West-Overijssel toegang hebben tot passende huisvesting en de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben om zo

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

De financiering van deze opgave is verdeeld, waarbij de markt verantwoordelijk is voor de helft van de woningen. Subsidies, zoals de subsidieregeling voor zorggeschikte woningen (SZGW), spelen een rol. Hierbij is het aangaan van een intentieovereenkomst tussen ontwikkelende partijen, zorgkantoren en zorgaanbieders een vereiste. Dit benadrukt het belang van een blijvende financieringsstroom in plaats van tijdelijke financiering, vanwege de omvang en voortdurende aard van de uitdaging. Het cruciale punt hierbij is dat subsidies als incidentele bijdragen fungeren, terwijl de extra kosten in de exploitatie, zoals voorzieningen in de woning, structureel van aard zijn. Bij het sluiten van een overeenkomst voor de bouw van zorggeschikte woningen is het van belang duidelijkheid te hebben over de bijdragen van alle betrokken partijen aan de structurele extra financiële lasten in vergelijking met reguliere nultredenwoningen. Dit is essentieel om de duurzame financiering te waarborgen, gegeven de voortdurende aard van de uitdaging waarvoor we staan.

9

Werkwijzen Voor de monitoring en uitvoering van de ouderenhuisvestingsopgave worden bestaande ambtelijke en bestuurlijke overleggen aangevuld met nieuwe werkwijzen. De "Actietafel Wonen en Zorg" is ingesteld voor het monitoren van de opgave, en er zijn twee bijeenkomsten per jaar gepland. De kopgroep bereidt zich voor op nieuwe werkateliers of actietafels. Regionale versnellingstafels, de bouwbrigade en het Aanjaagteam spelen ook een rol. Deze activiteiten worden zorgvuldig geïntegreerd in de jaarplanning en sluiten aan bij de landelijke werkwijze van woondealtafels.

het leveren van voldoende zorg op de te ontwikkelen woonconcepten voor ouderen. In het afsprakenkader zijn deze kritische succesfactoren nader beschreven. In de bijlage van het afsprakenkader wordt ook de verdeling van de opgave per gemeente tot en met 2030 weergegeven. Het is belangrijk op te merken dat dit geen definitieve blauwdruk is maar dat deze prognoses op gemeenteniveau richtinggevend zijn die nog verder uitgewerkt moeten worden in het volkshuisvestingsprogramma en, waar nodig, in goed overleg worden bijgesteld.

Doorstroming en locaties Met het uitbreiden van een divers palet aan woonleefvoorzieningen vergroten we de mogelijkheid voor ouderen om door te stromen naar een woning die beter aansluit bij de derde levensfase. Het bevorderen van doorstroming nemen we op in het provinciaal en gemeentelijk volkshuisvestelijk programma en de prestatieafspraken. Hierin werken we ook uit hoe we inzetten op het vinden van de juiste locaties voor het realiseren van woonvormen voor ouderen. Dit moet uiterlijk per 2026 gerealiseerd zijn, op lokaal niveau binnen de WMO en het sociaal domein en op regionaal niveau binnen de WLZ en thuiszorg. Zorgaanbieders kunnen worden uitgenodigd voor het gesprek tussen gemeente, corporaties en huurdersorganisaties over lokale prestatieafspraken. Dit biedt mogelijkheden om specifieke afspraken te maken over de inzet van zorgaanbieders bij het realiseren van passende woonzorgconcepten.

Randvoorwaarden De randvoorwaarden voor het behalen van de doelstellingen zijn essentieel. Aanvullend aan de kritische succesfactoren (ksf’s) die zijn beschreven in de regionale woondeal onderscheiden we voor het afsprakenkader ouderenhuisvesting nog twee ksf’s: de beschikbaarheid van rijksmiddelen en

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

2.3 Wat willen we bereiken? Opgave 1: flexibele en duurzame nultredenwoningen Een cruciaal doel voor een toekomstbestendige woonzorgomgeving is het bevorderen van flexibele en duurzame nultredenwoningen. Hiermee richten we ons niet alleen op ouderen maar erkennen we dat deze woningen ook multiinzetbaar zijn voor diverse doelgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking. De focus ligt op het creëren van woningen die niet alleen levensloopgeschikt zijn, maar ook flexibel aanpasbaar om te voldoen aan veranderende behoeften. Het concept van nultredenwoningen, beschikbaar voor zowel huurders als kopers, bevordert een langer zelfstandig verblijf van ouderen en andere aandachtsgroepen in hun vertrouwde buurt. Woningaanpassingen zorgen ervoor dat ouderen op een veilige manier langer thuis kunnen blijven. Denk bijvoorbeeld aan drempels weghalen, een tillift, handgrepen aan de muur en in bad of een speciale wastafel. Steeds vaker wordt ook digitale ondersteuning gestimuleerd zodat mensen langer regie over hun eigen leven kunnen houden.

10

Opgave 2: meer tussenvoorzieningen Het aanpakken van de kloof tussen zelfstandig wonen en verpleeghuiszorg is een belangrijke uitdaging waar West-Overijssel mee geconfronteerd wordt. Daar komt bij dat er geen uitbreiding van verpleeghuiscapaciteit meer zal plaatsvinden. Hiervoor in de plaats worden zorggeschikte woningen toegevoegd in geclusterde woonconcepten of zogenaamde tussenvoorzieningen. Gemeenten hebben laten zien dat er onvoldoende tussenvoorzieningen beschikbaar zijn voor mensen die niet langer in een reguliere woning kunnen blijven, maar ook niet meer kunnen doorstromen naar het verpleeghuis. Door samen te werken met diverse belanghebbenden kunnen we kleinschalige en persoonsgerichte woonomgevingen creëren die aansluiten bij de behoeften van deze specifieke doelgroep.

ondersteuning gemakkelijk toegankelijk zijn. Bovendien versterken we zo de sociale cohesie binnen wijken, wat bijdraagt aan het welzijn van onze inwoners.

Opgave 4: doorstroming Het bevorderen van doorstroming is een essentieel aspect van ons beleid in de regio West-Overijssel. Cruciaal voor het succes van deze inspanningen is het aanbieden van faciliteiten en middelen die mensen verleiden om door te stromen. Hierbij streven we naar een voldoende en gevarieerd woningaanbod dat specifiek voldoet aan de wensen van de doelgroep. Daarnaast zetten we in op opbouwwerkers en verhuiscoaches die actief betrokken zijn in de wijken, waarbij ze gesprekken aangaan en initiatieven ontplooien om de doorstroming te stimuleren en op gang te brengen. Hiervoor is een juiste borging van de benodigde middelen nodig.

Opgave 3: ouderenwoningen in zorgzame gemeenschappen

Opgave 5: dementievriendelijke wijken

We gaan uit van ieders eigen verantwoordelijkheid en regie bij het zoveel mogelijk zelfstandig thuis wonen. Samen met inwoners werken we aan zorgzame gemeenschappen waarin mensen naast én met elkaar wonen en leven. Onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar elkaar omkijkt, tegenslag kan verwerken, zichzelf herstelt, ontwikkelt en weerbaarder maakt. Lukt het niet om elkaar te helpen of het ontbreekt iemand aan een netwerk, dan kan men een beroep doen op de beschikbare informele of professionele hulp. We streven naar een geïntegreerde benadering van wonen, welzijn en zorg, waarbij geclusterde woningen een centrale rol spelen. Gemeenten hebben laten zien dat deze aanpak kan bijdragen aan het bevorderen van sociale interactie en het verminderen van eenzaamheid onder ouderen. Door woningen te groeperen rondom voorzieningenclusters, zoals gezondheidscentra en gemeenschapsruimtes, zorgen we ervoor dat zorg en

We hebben speciale aandacht voor het creëren van dementievriendelijke wijken, zoals al gebeurd in enkele gemeenten. Deze wijken zijn ontworpen met het oog op de behoeften en uitdagingen van mensen met dementie en ze bieden een omgeving die de zelfstandigheid, veiligheid en welzijn van deze individuen bevordert. Dergelijke wijken bevatten doordachte architecturale aanpassingen, zoals duidelijke bewegwijzering en herkenbare landmarks, die de navigatie vergemakkelijken. Bovendien bevorderen ze begrip en bewustzijn in de bredere gemeenschap, wat stigma's rond dementie kan verminderen.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

11

3 Aandachtsgroepen 3.1 Wat speelt er? Doorvertaling ‘Een thuis voor iedereen’. Het landelijke programma ‘Een thuis voor iedereen’ richt zich op het verbeteren van huisvesting voor aandachtsgroepen en brengt duidelijkheid in de aanpak op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Het tekort aan geschikte woningen heeft geleid tot concurrentie tussen verschillende aandachtsgroepen, waardoor mensen op de wachtlijst in de knel komen en de leefbaarheid en het draagvlak in de regio in gevaar zijn. Zowel aandachtsgroepen als reguliere woningzoekenden doen een beroep op de schaarse betaalbare woningen. De leefbaarheid in sommige buurten en wijken staat onder druk en behoeft aandacht. We streven naar het verbeteren van de leefbaarheid in wijken en buurten.

Fair share aandachtsgroepen en regionale urgentieregeling In het kader van de regionale woonzorgvisie in Overijssel doet zich momenteel een belangrijke ontwikkeling voor rondom de regionale urgentieregelingen. Deze reglingen zijn van belang om een eerlijke toewijzing van sociale huurwoningen te waarborgen, met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen en urgente situaties. Gezien de schaarste in beschikbare woonruimte, zullen keuzes met voorrang moeten worden gemaakt, waarbij wordt gekeken naar beschikbare passende woningen op dat moment. Gemeenten in deze regio's, net als elders in Nederland, staan voor de taak om huisvestingsverordeningen op te stellen die in 2026 verplicht worden voor

urgente woningzoekenden. Dit is vastgelegd in de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Een urgentieverordening geeft de urgente groepen prioriteit bij woningtoewijzing. Daarnaast staat de wet toe dat lokale gemeenten specifieke aanvullingen in hun huisvestingsverordeningen kunnen opnemen, zoals bijvoorbeeld het opnemen van statushouders als urgente groepen. Het is echter belangrijk op te merken dat, ondanks deze lokale flexibiliteit, bepaalde weigeringsgronden aan beperkingen onderhevig zijn. Deze veranderingen hebben aanzienlijke gevolgen voor het vaststellen van beleid, het formuleren van regelgeving en de administratieve processen, met name voor woningcorporaties en gemeenten. Dit komt doordat zij jaarlijks verantwoording moeten afleggen aan zowel de provincie als het Rijk met betrekking tot de toewijzing van urgenties.

Opgave aandachtsgroepen Voor de huisvestingsopgave voor de verschillende aandachtsgroepen per gemeente verwijzen we graag naar de "Monitor Gezond Wonen"1 van Companen. Deze bron biedt gedetailleerde informatie over de aantallen van diverse aandachtsgroepen. Deze monitors stellen ons in staat om gegevens op zowel gemeentelijk als regionaal niveau te bekijken, waardoor we een gedetailleerd inzicht kunnen verkrijgen in de situatie binnen de regio. We gaan kort in op de regiobrede opgave voor een aantal aandachtsgroepen. Uitsplitsing naar gemeenteniveau kan via de monitor Gezond Wonen.

1 Monitor Gezond Wonen is te raadplegen via:

www.companen.nl/powerbi/monitorgezondwonenoverijssel

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

12

Tabel 3.1: huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking in WestOverijssel Doorrekening opgave tot Prognose opgave tot 2040 2040 Geclusterd wonen +230 -290 Gespikkeld wonen +390 -290 Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)

centrumgemeenten. Ook zal de inzet op de beweging naar meer Beschermd Thuis om genoeg goedkope en adequate woonruimte in de regiogemeenten vragen om uitstroom te faciliteren en instroom te voorkomen. Figuur 3.1: uitstroom van kwetsbare jongeren in West-Overijssel

Voor de huisvestingsopgave voor mensen met een verstandelijke beperking houden we twee scenario’s aan. In het scenario waarin we demografisch doorrekenen is er tot 2040 een extra vraag naar plekken in geclusterd wonen geschat. In ons trendscenario houden we er rekening mee dat er een ontwikkeling naar ‘lokaal wonen’ plaatsvindt. De gedachte is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking dichter bij de woonplaats van de ouders willen wonen. Als gevolg daarvan zal de vraag naar VG-zorg meer evenwichtig verdeeld worden. In dit scenario daalt de huisvestingsvraag voor mensen met een verstandelijke beperking met 290 plekken tot 2040. Tabel 3.2: huisvestingsopgave voor beschermd wonen in West-Overijssel (trendscenario) Opgave BW (Wlz) Opgave BW Uitstroom BW tot 2040 (Wmo) tot 2040 (Wmo) tot 2040 Subregio Deventer 0 +22 +5 Subregio IJsselvecht +8 +37 +7 Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)

Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)

Tot 2035 is er een lichte stijging te zien in de uitstroom van kwetsbare jongeren, waarna deze trend afzwakt. Het aantal kwetsbare jongeren dat na hun uitstroom naar reguliere woningen verhuist, neemt naar verwachting toe met 3 personen tot 2040.

De huisvestingsopgave voor mensen in Beschermd Wonen kent een lichte toename tot 2040. De verdeling over de gemeenten zal in het trendscenario wel flink veranderen. We gaan er in dit scenario vanuit dat plekken voor BWWmo evenrediger worden verspreid over de regio. Door het aanbod te spreiden zullen uitstromers in mindere mate uitstromen in de

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

13

3.2 Wat willen we bereiken? 1. Meedoen en jezelf kunnen zijn Het hebben van een eigen woonplek is ontzettend belangrijk. Een eigen plekis beter dan slapen in de maatschappelijke opvang. Met een eigen woning tel je mee en kun je beter participeren in de samenleving. En doordat je minder mensen met intensieve problemen om je heen hebt, kun je je beter richten op je eigen herstel. Daarom zetten we met alle inwoners in op een samenleving waar plek is voor iedereen. Deze opgave heeft als kern de wens om mensen met diverse bijzondere vragen, maar juist ook anderen, zoveel mogelijk in reguliere wijken en woningen te laten wonen. Thuis in de buurt draait om het creëren van een omgeving waarbij het vanzelfsprekend is om erbij te horen, jezelf te kunnen zijn en actief deel te nemen aan de samenleving. De focus ligt op de beschikbaarheid van reguliere woningen en het bevorderen van inclusieve woonomgevingen waarbij gemeenten van regionaal naar lokaal bewegen en van opvang naar wonen gaan. In deze benadering verplaatsen gemeenten zich van een regionale aanpak naar een meer lokale focus, waarbij zij de nadruk leggen op specifieke behoeften en kenmerken van hun eigen gemeenschap. De aandacht verschuift van opvang, dat vaak meer geconcentreerd is op specifieke locaties of regio's, naar een bredere benadering van wonen.

Dit houdt in dat de focus niet alleen gericht is op het bieden van tijdelijke opvang, maar vooral op het integreren van bijzondere doelgroepen in reguliere woonomgevingen binnen de lokale gemeenschap. Deze verschuiving beoogt een inclusievere samenleving te bevorderen, waarbij mensen met diverse achtergronden volwaardig deelnemen aan het dagelijkse leven in hun eigen buurt of wijk.

2. Voldoende betaalbare en passende woningen

voldoen. We geven specifieke aandacht aan kleinere en betaalbare woningen die passend zijn voor de doelgroep. Hierbij streven we naar flexibiliteit, zodat de woningen kunnen voldoen aan verschillende behoeften. Een integraal onderdeel van onze opgave is het creëren van passende woningen in de bestaande voorraad. We realiseren ons dat nieuwbouw niet de enige oplossing. Juist binnen de bestaande voorraad zien we kansen om de opgaven vorm te geven. Het belang van efficiënt gebruik van de huidige woningvoorraad wordt nog belangrijker.

3. Evenwichtige verdeling uitwerken in verkenning harmonisatiemogelijkheden urgentieregeling. De eerste helft van 2024 vindt er een verkenning plaats naar de harmonisatiemogelijkheden van de lokale urgentieverordeningen op het regioniveau West-Overijssel. In deze verkenning zal het draagvlak voor een evenwichtige verdeling van urgente groepen en bijbehorende uitgangspunten worden uitgewerkt. Vaststellen wat een evenwichtige verdeling is, is namelijk niet eenvoudig. Er zijn verschillende factoren die bepalen wat evenwichtig is. Er zijn verschillende factoren die bepalen wat evenwichtig is.

4. Inzet op regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuis Het bevorderen van eigen regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuis is van cruciaal belang bij het huisvesten van aandachtsgroepen. Het is essentieel dat zij een passende woonomgeving hebben en indien nodig ondersteuning ontvangen om zelfstandig te kunnen wonen. Een toegankelijke woonomgeving, samen met een buurt die deze behoeften faciliteert, is hierbij van groot belang. In het volgende hoofdstuk zullen we uitvoerig ingaan op deze essentiële aspecten.

Voldoende woningen op de juiste plek met de gewenste kwaliteiten realiseren om aan de vraag van passende (nieuwbouw) woningen en woonvormen te

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

14

4 Regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuis 4.1 Wat speelt er?

regioplannen is om duidelijk te maken waar de regionale samenwerking zich de komende jaren op gaat richten om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Het onderschrijft de noodzaak tot (domein overstijgende) transformaties om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Wij onderschrijven de opgaven zoals in de regioplannen en sluiten hierbij aan. In deze visie verbinden wij de ambities uit de regioplannen aan de woonopgave.

Inzet Rijksoverheid Vanuit de landelijke overheid wordt er steeds meer ingezet op de beweging dat inwoners langer thuis blijven wonen. Dit geldt voor ouderen, maar ook voor inwoners met een verstandelijke beperking of GGZ problematiek. Als gemeenten in de regio West-Overijssel sluiten we aan bij deze lijn vanuit onze taken in de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). De Wmo heeft als doel om alle inwoners zo lang mogelijk zelfstandig te laten meedoen aan de samenleving en zo lang mogelijk thuis te laten wonen. De visies en het beleid op sociaal domein van de gemeenten ondersteunen deze lijn met de ambitie “iedereen doet mee” en een opgave om inhoud, samenwerking en financiën hand in hand te laten gaan. De beweging naar langer en weer zelfstandig thuis zorgt voor een stijgende behoefte aan ondersteuning bij het voeren van eigen regie, preventie, hulp en ondersteuning in de thuissituatie. Een toegankelijke woon- en leefomgeving en sociale verbindingen zijn randvoorwaardelijk. Het is belangrijk om als provincie Overijssel, regio West-Overijssel, gemeenten, inwoners en maatschappelijke partners goed samen te werken. Daarnaast is het van belang mensen bewust te maken dat de zorg in Nederland de komende jaren zal veranderen.

Inzet vanuit de regio In 2023 zijn de integrale zorgakkoorden (IZA) in de regio gepubliceerd: ‘Samen Gezond IJssel-Vecht’ en ‘Midden-IJssel samen gezond’. Het doel van de

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

4.2 Een domeinoverstijgend vraagstuk Woning en woonomgeving Wij spreken in West-Overijssel graag van “inclusieve dorpen en buurten”: buurten waar iedereen op een prettige manier kan wonen. Ongeacht leeftijd, achtergrond, inkomen, en andere kenmerken. Om iedereen prettig te kunnen laten wonen, is een goed voorzieningenniveau een voorwaarde. Het vergt ook een goede woonomgeving, zoals bijvoorbeeld wandelroutes met bankjes. Daarnaast vraagt het soms aanpassing van de woningvoorraad. Bijvoorbeeld door bestaande woningen aan te passen, of toegankelijke woningen te bouwen. Waar veel verschillende doelgroepen door elkaar wonen, kan ook spanning ontstaan. Bijvoorbeeld door andere leefstijlen, of doordat er veel mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag bij elkaar wonen. Daarom is aandacht voor een goede mix van vraagkracht en draagkracht in buurten en dorpen van belang, en vanuit verschillende leefstijlen buurten en wijken op te bouwen. Je thuis voelen in je eigen huis en je trots voelen op je woonomgeving zijn ontzettend belangrijk. De woning moet passend zijn voor als je eenmaal wat minder mobiel wordt. De woonomgeving moet uitnodigen om naar buiten te gaan. Opdat je in staat bent om je buurtgenoten te blijven ontmoeten en in beweging te blijven. Onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar

15

elkaar omkijkt, tegenslag kan verwerken, zichzelf herstelt, ontwikkelt en weerbaarder maakt. Lukt het niet om elkaar te helpen of het ontbreekt iemand aan een netwerk, dan kan men een beroep doen op de beschikbare informele of professionele hulp. Waar het kan is dit een algemene of voorliggende voorziening (bijvoorbeeld dagontmoeting voor ouderen) waar je zonder indicatie naartoe kunt. Waar het nodig is wordt er een maatwerkvoorziening ingezet. Dan gaat het om bijvoorbeeld het plaatsen van een traplift en de inzet van huishoudelijke hulp en professionele ondersteuning vanuit een zorgaanbieder.

andere door middel van het realiseren van (geclusterde woningen) om en nabij bestaande 24-uurszorg. Hierbij is het van belang dat we met name voor geclusterde woningen ervoor zorgen dat zorg en ondersteuning op- en afschaalbaar zijn. Zo kunnen we mensen met verschillende behoeftes en uit verschillende doelgroepen huisvesten en ondersteunen. Met deze kruisbestuiving houden we ook zorgvoorzieningen in stand die anders wellicht zouden verdwijnen.

Preventie en positieve gezondheid Daarnaast is het investeren in gezondheid door preventie een belangrijke voorwaarde om langer zelfstandig te kunnen wonen. Hierbij gaat het niet alleen om lichamelijke gezondheid, maar ook om dagelijks functioneren, participatie en mentale gezondheid. Een passende woonplek in een toegankelijke omgeving met aandacht voor positieve gezondheid. Dit vraagt om het realiseren van levensloopgeschikte woningen, het aanpassen van de woonomgeving, het stimuleren van ontmoeting en beweging, maar ook het realiseren van laagdrempelige ontmoetingsplekken voor jong en oud. Zo is het voor iedereen mogelijk om lang thuis te wonen in een vertrouwde sociale omgeving waarbij we ons richten op preventie en reablement.

Zorg als vangnet In een aantal gevallen is zorg noodzakelijk. Dat vraagt om voldoende geclusterde woonvormen in combinatie met een goede zorginfrastructuur van professionele en informele zorg. Steeds vaker kan dit in de eigen woning met ondersteuning. Voorbeelden van gespecialiseerde zorg zijn het Volledig Pakket Thuis (VPT) of het Modulair pakket thuis (MPT) of intensieve ambulante ondersteuning vanuit de WMO. Echter in sommige gevallen is meer intensieve zorg in een intramurale setting of nabij 24 uurszorg gewenst. Dit kan onder

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

16

In het licht van toenemende diversiteit in zorgbehoeften en een bevolking die

Ambities

Figuur 4.1: Samenhang woonzorg-infrastructuur

We zijn doordrongen van het feit dat de beschikbaarheid van professionele ondersteuning en zorg niet meer vanzelfsprekend is. Hier moeten we ons als samenleving beter op voorbereiden. Ouderen, gezinnen, jongeren en alleenstaanden voeren met elkaar het gesprek over een toekomst waarin men meer op elkaar is aangewezen en professionele zorg minder vanzelfsprekend is. We zorgen dat de wijken en kernen ruimtelijk zo optimaal mogelijk zijn ingericht op veilige ontmoeting en goede mobiliteit, zodat inwoners met en zonder zorgvraag er kunnen wonen. In onze kernen leven jong en oud samen, kennen en helpen inwoners elkaar, en zijn voorzieningen toegankelijk en beschikbaar. Iedereen kan meedoen. We gaan uit van ieders eigen verantwoordelijkheid en regie bij het zoveel mogelijk zelfstandig thuis wonen. Om dit mogelijk te maken zetten we in op mantelzorgondersteuning en het bevorderen van de eigen kracht en het sociale netwerk van onze inwoners. Samen met inwoners werken we aan zorgzame gemeenschappen waarin alle mensen naast én met elkaar wonen en leven. Onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar elkaar omkijkt, tegenslag kan verwerken, zichzelf herstelt, ontwikkelt en weerbaarder maakt. Lukt het niet om elkaar te helpen of het ontbreekt iemand aan een netwerk, dan kan men een beroep doen op de beschikbare informele of professionele hulp.

Binnen onze ambities werken we als partners integraal samen op alle leefgebieden en op basis van gelijkwaardigheid. De uitdaging hierbij is om zo breed mogelijk samen te werken met alle relevante partijen, inclusief de bewoners zelf. De inwoners staan zo veel mogelijk zelf aan het roer voor het vervullen van hun behoefte aan wonen, welzijn en ondersteuning en faciliteren dat door een goede samenwerkingsstructuur.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

17

4.3 Toekomstige levering van zorg De druk op het zorgpersoneel is in heel Nederland hoog, en zal in de toekomst alleen maar verder toenemen. Zo ook in Overijssel. In tabel 3.1 is de grijze druk weergegeven. De grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking. Een hoger cijfer indiceert een groter percentage ouderen ten opzichte van de beroepsbevolking. Tabel 4.1 grijze druk 2023-2040 2023 West-Overijssel 30% Twente 33% Overijssel totaal 32% Bron: CBS (2022)

2030 37% 40% 38%

2040 43% 48% 46%

West- Overijssel kent op dit moment een grijze druk van 32%. In 2040 zal naar de verwachting de grijze druk 43% zijn.

Mantelzorg Om prettig en zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen is de inzet van mantelzorgers essentieel. Door het personeelstekort in de zorg worden mantelzorgers in de toekomst steeds belangrijker. In de komende jaren zal de balans tussen mensen die in staat zijn mantelzorg te bieden en degenen die afhankelijk zijn van mantelzorg steeds meer uit verhouding raken. In WestOverijssel zal het aantal mensen van 85 jaar en ouder ((de meeste vragers van mantelzorg) ten opzichte van de leeftijdsgroep van 50 tot 75 jaar (de leeftijdsgroep waartoe de meeste gevers van mantelzorg behoren) verdubbelen.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

Tabel 4.2: verhouding aantal 50-75 jarigen t.o.v. 85+ers 2023 2030 West-Overijssel 9,4 6,8 Twente 8,7 6,1 Overijssel totaal 9 6,4 Bron: CBS (2022)

2040 4 3,6 3,8

(Potentiële) zorgvraag Een cruciale determinant die de druk op de gezondheidszorg beïnvloedt, is de gezondheidstoestand van de bevolking. Een gezondere levensstijl vermindert de kans op een beroep doen op professionele medische hulp, en kan zelfs het moment van zorgbehoefte uitstellen. In de provincie Overijssel heeft bijna dertig procent van de bewoners één of meerdere langdurige aandoeningen. Desondanks geeft bijna 75 procent van de inwoners aan dat ze hun eigen gezondheid als goed tot zeer goed ervaren. Het aandeel mantelzorgers in de regio ligt rond de 14 procent. Van deze mantelzorgers geeft 15,5% aan een zware belasting te ervaren. Het is van groot belang om te voorkomen dat deze mantelzorgers overbelast raken, zodat ze langdurig en op duurzame wijze hulp kunnen blijven bieden zonder uit te vallen. Tabel 4.3: gezondheid inwoners Overijssel Ervaren Één of meer Mantelzorge goede langdurige rs gezondhei aandoening d en West72,6% 30,2% 14,3% Overijss el Twente 71% 32% 13,8% Totaal 71,7 31,2% 14% Bron: CBS (2023)

Zwaar belaste mantelzorge rs 15,9%

Uren mantelzo rg per week 11,4

15,5% 15,5%

10,9 11,1

18

4.4 Wat willen we bereiken? Tijdens een werkatelier in West-Overijssel hebben we samen met alle deelnemers de tien geformuleerde opgaven geprioriteerd. Ze staan op volgorde van hoe belangrijk ze gevonden zijn in dit hoofdstuk, waarbij de meest belangrijke opgave als eerst is geplaatst. Het is lastig om aan zoveel opgaven tegelijk te werken. Daarom hebben we afgesproken dat we prioriteit geven aan de eerste 4 opgaven. De rest is ook belangrijk, maar behandelen we met net iets minder prioriteit.

Opgave 1: Structurele (domeinoverstijgende) samenwerking voor en met inwoners Inwoners kunnen en willen regie over hun leven, ook als zij afhankelijk worden van ondersteuning of zorg. Door het ingewikkelde woonzorglandschap maken we het ze niet gemakkelijk. Er is een keur aan verschillende wetten en bijbehorende financieringsstromen (Wmo, Zorgverzekeringswet, WLZ en de Jeugdwet) met daarnaast verschillende uitvoeringsorganisaties (corporaties, zorginstellingen, welzijnsorganisaties, en de gemeente). Zelfs zorg- en welzijnsorganisaties en partners in de wijk raken soms het overzicht kwijt. Dit loopt weleens spaak. Een steeds grotere groep mensen loopt hier tegenaan. Daarom is intensieve samenwerking in het bieden van integrale dienstverlening op terreinen van wonen, welzijn en zorg nodig om de opgaven voor de de komende jaren aan te pakken. Ook gebruiken we de mogelijkheden van ontschotting van budgetten. Op veel plekken wordt al veelvuldig en intensief samengewerkt. Vanuit de opgestelde zorgakkoorden (IZA) in de regio zijn de samenwerkingen al beschreven. Bij de aanpak van ontschotting van budgetten en domeinoverstijgende samenwerking is het van belang dat we aansluiten bij de bestaande samenwerkingsstructuren. Het opstellen van een woonzorgvisie is

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

ook een stap in de goede richting en draagt bij aan verder professionalering en het slechten van belemmerende factoren zoals financieringsstromen en huisvesting. Om daadwerkelijk tot uitvoering te komen is een meer gestructureerde programmatische aanpak nodig tussen provincie, zorgkantoor, zorgpartijen, gemeenten, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, ontwikkelaars en bewoners. Hoe gaan we bijvoorbeeld de zorginfrastructuur gezamenlijk inrichten? De gemeenten spelen hier als verbindende partij een belangrijke rol in, en het zorgkantoor heeft hier een bepalende rol in. Verder dienen de gemeente en corporaties zorgpartijen te betrekken bij de jaarlijkse prestatieafspraken. Daarnaast zetten we er op in dat steeds meer inwoners de weg weten te vinden naar 1 centraal informatiepunt in de wijk. Daar kunnen zij terecht met hun vragen over wonen, welzijn en zorg, opvoeding, werk, vrije tijd, gezondheid, financiën, scholing en sport. Ook kan men daar inspiratie opdoen voor allerlei woonleefinitiatieven in de gemeenten. Zo kunnen inwoners en organisaties elkaar treffen over wat er nodig en mogelijk is om initiatieven concreet uit te werken en te laten bloeien.

Opgave 2: Bevorderen eigen kracht en sociale netwerk Langer en weer zelfstandig wonen is een behoefte van veel mensen, maar het is ook een manier om de zorg betaalbaar te houden. De herinrichting van het wonen, welzijn en zorglandschap is nodig om zorg te kunnen blijven garanderen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of ondersteuningsvraag. Inwoners zullen bewust over zulk soort vragen moeten nadenken om op tijd voorbereid te zijn op hun (zorg)toekomst. Van inwoners wordt gevraagd om zelf actief stappen te ondernemen zodat zij mee kunnen blijven doen in de samenleving. Waar nodig ondersteunen wij hierin.

19

Samen met inwoners sluiten we aan bij bestaande projecten als Vitaal ouder worden, één tegen eenzaamheid en dementievriendelijke gemeente. Versterking van het sociale netwerk is een wezenlijk onderdeel van deze projecten. Ook de samenwerking met verschillende maatschappelijke partners benutten we om zorgzame gemeenschappen verder vorm te geven. Bij het stimuleren dat mensen de regie hebben over hun leven, is het belangrijk om verder te kijken: gezondheid gaat om meer dan om ‘niet-ziek zijn’. We gaan uit van de positieve gezondheidsbenadering: ‘wat kan wél’. Een mooie slogan die hierbij past is: “van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag”. Daarbij gaat de aandacht uit naar onder meer mentaal welbevinden, zingeving, en sociaal en maatschappelijk ‘meedoen’. Het realiseren van gemixte kernen en wijken – waar jong en oud, ‘zorgvragers’ en ‘zorgdragers’ elkaar ontmoeten en naar elkaar omzien, draagt bij aan ieders welzijn en gezondheid. Deze samenredzaamheid zorgt er bovendien voor dat de zorgvraag richting professionals afneemt.

Opgave 3: Zorgzame gemeenschappen creëren Geclusterde woningen voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag staan vaak op korte afstand van voorzieningen (denk aan winkels, ontmoetingsplekken etc.) en een locatie waar intensieve 24-uurszorg geleverd wordt. Dit noemen we een woonservicegebied. Met het oog op efficiënt zorg en ondersteuning bieden, gaan we de komende jaren inzetten op het realiseren van zorgzame gemeenschappen in West-Overijssel. Niet alleen voor senioren, maar ook andere doelgroepen die zorg of ondersteuning nodig hebben kunnen hier een plek vinden. In zorgzame gemeenschappen bevinden zich op korte afstand van bestaande 24-uurszorglocaties en voorzieningen. Dit betekent wel dat het realiseren van zorgzame gemeenschappen niet overal in WestOverijssel mogelijk is en dat sommige mensen zullen moeten verhuizen vanuit hun vertrouwde woonomgeving. Het implementeren van zorgzame

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

gemeenschappen heeft gevolgen voor woningcorporaties en de toewijzing van woningen binnen deze gebieden. Woningcorporaties dienen actief betrokken te zijn bij de ontwikkeling van de zorgzame gemeenschappen en ervoor te zorgen dat de woningen geschikt zijn voor diverse zorgbehoeften. Daarnaast zoeken we naar verbinding tussen het sociale en het marktsegment, omdat ook veel mensen niet bij een woningcorporatie huren. Er moeten samenwerkingen ontstaan tussen marktpartijen en corporaties. Een voorbeeld hiervan is dat Vechtdal Wonen een samenwerking heeft met BPD voor gezamenlijke ontwikkelingen. Het vaststellen van percentages zorgvragers binnen deze zones vereist samenwerking tussen woningcorporaties, zorgaanbieders en lokale overheden. Hierbij is het essentieel om een evenwichtige verdeling te realiseren, rekening houdend met diverse doelgroepen en lokale behoeften, om een inclusieve leefomgeving te creëren.

Opgave 4: Ontwikkeling woonleefconcepten Bij geclusterde woonvormen kan breder gedacht worden dan alleen aan de groep ouderen, al of niet met een (grote) zorgvraag. Er kan ook een mix tot stand komen met ouderen zonder of met een lichte zorgvraag, maar ook een mix met andere doelgroepen (zoals uitstromers uit Beschermd Wonen of andere inwoners die een ambulante zorgvraag hebben), gezinnen of jongeren. Je krijgt dan een gecombineerde woonvorm van mensen met en zonder zorgvraag, zogenoemde woonleefconcepten. Door de ontwikkeling van woonleefconcepten waarin een divers pallet aan bewoners met verschillende achtergronden terechtkan en community building (ook wel samenlevingsopbouw) expliciet wordt bevorderd, zorgen we voor voldoende draagkracht in de wijk. Bewoners zonder of met een lichte zorgvraag kunnen leuke dingen of klusjes doen voor de mensen met een zwaardere zorgvraag. Community building gaat niet altijd geheel vanzelf en moet soms professioneel worden gefaciliteerd om een beweging op gang te helpen. Door in te zetten op community building neemt eenzaamheid af, evenals de zorgvraag richting

20

professionals. Het is van belang te benadrukken dat concepten met betrekking tot gemeenschapsvorming en gedeelde huishoudelijke taken niet lichtvaardig moeten worden opgevat. Het succes van dergelijke woonvormen vereist consistentie in ambulante zorg, de aanwezigheid van een professionele huismeester/wooncoach, en zorgvuldige voorbereiding en selectie van reguliere huurders. Community building werkt preventief, het maakt dat mensen eigenaarschap ervaren over wat er in de buurt speelt en wie er bijvoorbeeld extra zorg nodig heeft. Door ons hier als samenleving meer op te richten, kijken we meer naar elkaar om, kennen we elkaars kracht, maar herkennen we het ook sneller als iemand het lastig heeft. Inwoners zien naar elkaar om: “actief noaberschap” dus. Dorpsraden en stadsraden kunnen bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage leveren aan community building.

Opgave 5: Voldoende ambulante ondersteuning in de thuissituatie

Een evenwichtige buurt is divers samengesteld, inkomensopbouw, huishoudtypen en ondersteunings- en zorgvraag. Binnen woonleefconcepten is de balans tussen het aantal mensen met en zonder zorgvraag belangrijk. Belangrijk is om aandacht te hebben voor het verschil in dynamiek en opgaven tussen stedelijke en meer dorpse woonmilieus. De dorpen, die ook onderling van elkaar verschillen in ‘cultuur’ en schaalgrootte, kennen op verschillende punten andere opgaven, kwetsbaarheden en uitdagingen dan in de stad. Daarbij zijn bepaalde krachten (bijv. het noaberschap) in dorpen meer aanwezig. In de context van de dorpen is het omzien naar elkaar al meer ingebed, maar ook daar is het van belang om dit te behouden en waar nodig te versterken. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld het aansluiten/stimuleren van inwonersinitiatieven. De aanwezige kwaliteiten willen we juist benutten en de draaglast per gebied spreiden naar vermogen.

Niet alle kwetsbare mensen die zelfstandig wonen zullen dichtbij de belangrijkste voorzieningen wonen. Als het gaat om mobiliteit is niet iedere kern goed bereikbaar met het openbaar vervoer, maar dan stimuleren we dat men onderling vervoer regelt als dat nodig is: bijvoorbeeld door gebruik te maken van buren, regiotaxi of Automaatje. Op die manier kunnen kwetsbare mensen (blijven) wonen in hun eigen kern. Hiervoor is ook goed openbaar vervoer in het landelijk gebied van belang.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

We zorgen voor voldoende aanbod aan ambulante begeleiding voor kwetsbare mensen die dat nodig hebben, zoals ouderen of uitstromers uit instellingen. Ook om te voorkomen dat zij (opnieuw) instromen in een instelling. Afhankelijk van de specifieke zorg- of ondersteuningsvraag wordt bepaald of 24-uursbereikbaarheid/beschikbaarheid bij zorg aan huis (ambulante zorg) nodig is. Gemeente en zorgaanbieders onderzoeken hoe we dit het meest efficiënt kunnen inrichten. Naast het vervullen van de zorg- of ondersteuningsrol, is het in de begeleiding van belang om aandacht te hebben voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.

Daar waar mogelijk zullen we gebruik maken van technologie. Omdat er (bijna) geen verpleeghuisplekken bij komen, zullen meer mensen met een zorgvraag zelfstandig wonen; ook mensen met (beginnende) dementie. De inzet van technologie is een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen. Het kan mensen helpen om de eigen regie te behouden. Bij de inzet van technologie kan gedacht worden aan valdetectie, elektronische toegang tot een woning, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers.

21

Opgave 6: Ook in kleine dorpen moeten mensen zo veel mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen Veel ouderen kiezen er pas laat voor om te verhuizen naar een geschikte, al dan niet geclusterde woning. Dit zorgt soms voor onwenselijke woonsituaties. Door een passend aanbod te realiseren kunnen we als gemeenten in de regio West-Overijssel doorstroming bevorderen (denk met name aan gelijkvloerse woningen met minimaal twee, en liefst drie slaapkamers). Daarnaast zetten we in op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen. Met name als verhuizing naar een andere woning of kern geen goede optie is. Denk hierbij aan kennis over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Daarnaast activeren we zoveel mogelijk het eigen netwerk van mensen met een ondersteuningsvraag.

Opgave 7: Zorgen voor spreiding en goed aarden in de wijk Voor senioren is in sommige gevallen enige clustering van de doelgroep gewenst terwijl in andere gevallen behoefte is aan samenleven met verschillende leeftijden en doelgroepen. Voor de overige doelgroepen ligt dit anders. Hier is spreiding beter met het oog op de balans tussen draagkracht en vraagkracht in een wijk en het voorkomen van (mogelijke) stigmatisering. Dit vraagt meer diversiteit in de woningvoorraad. Ook onderzoeken we met corporaties of het mogelijk is om via prijsbeleid het goedkoopste aanbod beter te spreiden. Naast spreiding is goed aarden in een nieuwe wijk of dorp belangrijk. Uitstromers uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen hebben vaak een steuntje in de rug nodig. Dit geldt ook voor andere aandachtsgroepen. Hierover gaan we afspraken maken met corporaties, zorgpartijen en welzijnsorganisatie, of sluiten we aan bij bestaande structuren. Soms is enige clustering van zorgdoelgroepen wel gewenst. Het kan heel helpend zijn om kwetsbare inwoners met een klein of geen netwerk bij elkaar

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

in de buurt te huisvesten en bijvoorbeeld te ondersteunen met een Doe Mee Groep (netwerk van buurtbewoners met een kwetsbaarheid die elkaar ondersteunen met hun krachten, maar ook bij elkaars kwetsbaarheden).

Opgave 8: Inzet op ruimtelijk ontwerp van de woonomgeving Een inclusieve wijk heeft een goed ingerichte leefomgeving die ontmoeting, mobiliteit en de mentale en fysieke gezondheid positief beïnvloeden. We vragen de maatschappelijke organisaties en inwoners welke maatregelen er nodig zijn in de openbare en gebouwde omgeving voor het verbeteren van de toegankelijkheid en leefbaarheid. Denk hierbij aan rustplekken, openbare toiletten, verlichting en herkenningspunten, maar ook aan nabijheid van voorzieningen. Bij voorzieningen gaat het bijvoorbeeld om winkels voor dagelijkse boodschappen, maar ook voorzieningen voor ontmoeting, sport, recreatie, gezondheidszorg, dagbesteding en vervoer. We benadrukken altijd de eigenheid van de kernen en vinden het belangrijk dat er per kern voorzieningen zijn – maar niet iedere kern hoeft dezelfde voorzieningen te hebben. We denken in cirkels van bereikbaarheid, waarbij woonvormen voor mensen met een kleinere actieradius dichter bij de belangrijkste voorzieningen liggen.

Opgave 9: Ondersteunen mantelzorg en vrijwilligers Mantelzorgers en vrijwilligers (zoals buren) zullen een steeds grotere rol spelen in de ondersteuning en zorgverlening. Tegelijkertijd weten we dat het mantelzorgpotentieel afneemt. Daarom is het essentieel om te blijven investeren in ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. Het gaat daarbij onder meer om hen te ontzorgen van administratieve lasten en regeldruk, en de ruimte te geven om af en toe een adempauze te kunnen nemen. Door plekken te creëren waar mensen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, kunnen hun mantelzorgers op adem komen (respijtzorg). Ook respijtzorg aan

22

huis (vervangende mantelzorg) is een manier om aan deze behoefte tegemoet te komen.

Opgave 10: Beter faciliteren van burger- of ouderinitiatieven In de regio West-Overijssel zijn al verschillende initiatieven van woonleefconcepten, zoals Knarrenhof (landelijke stichting), en Mens- en Milieuvriendelijk Wonen Zwolle (MMWZ) en initiatieven van verschillende ondernemers. Gemeenten stimuleren dit soort initiatieven, omdat het bijvoorbeeld kan helpen bij het opgang brengen van doorstroom voor sommige groepen. Als inwoners zelf de eigenaar zijn van het initiatief, is de verhuisgeneigdheid immers groter. Ook ouderinitiatieven stimuleren we, zodat kwetsbare mensen zoveel als mogelijk huisvesting met zorg op maat kunnen ontvangen en kunnen meedoen in de maatschappij.

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

23

5 Bijlage 1: afsprakenkader ouderenhuisvesting

3200.119 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=cc0cbf90-3835-474f-8550-f1fabe6f089d