1. Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieutaken Omgevingsdienst IJsselland 2024.
Tekst van het document
7.3
Toezichtstrategie In onze toezichtstrategie worden de kaders aangegeven waaruit het toezicht door de OD wordt uitgevoerd. Toezicht omvat controles om na te gaan of voorschriften van vergunningen worden nageleefd. Daarbij is het doel om de risico’s te minimaliseren en daarom de toezichtcapaciteit zo efficiënt en risicogericht mogelijk in te zetten. De dynamische risicoanalyse helpt hierbij en in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt de planning van het toezicht opgenomen (gepland toezicht). Naast gepland toezicht kan er ook (ongepland) toezicht nodig zijn vanwege ongewone voorvallen of klachten. De toezichtstrategie is opgenomen in bijlage 5.
7.4
Sanctiestrategie Als beleidskader voor handhaving sluiten wij aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)3. Deze landelijke strategie zorgt dat handhavende instanties de handhaving zo uniform mogelijk aanpakken. De LHSO is een beleidskader voor de handhaving op zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk gebied. Het doel van deze strategie is de naleving van de beginselplicht tot handhaven te waarborgen, adequaat optreden bij overtredingen, het maken van vergelijkbare keuzes in vergelijkbare situaties en het op consistente wijze kiezen en toepassen van interventies. Zowel bestraffende maatregelen als bestuursrechtelijke maatregelen gericht op het herstel van de situatie kunnen worden ingezet. De keuze voor de specifieke bestuursrechtelijke sanctie wordt bepaald aan de hand van de interventieladder en interventiematrix zoals opgenomen in de strategie. Hierbij zijn zowel de gevolgen van de overtreding als het gedrag van de overtreder van invloed op de gehanteerde handhavingsaanpak.
3. iplo.nl/publish/pages/183639/landelijke-handhavingsstrategie-omgevingsrecht-lhso-definitief.pdf
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
32
De deelnemers stellen de LHSO individueel vast in hun colleges en wanneer er in de praktijk overtredingen worden geconstateerd door de OD, treedt de vastgestelde LHSO in werking. Indien met betrekking tot de overtreding feitelijk moet worden gehandhaafd, wordt dit inzake mandatering uitgevoerd door de OD voor een handhavingstraject. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat zaken aan het OM worden overgedragen voor een flankerend strafrechtelijk traject.
7.5
Gedoogstrategie Voor de gedoogstrategie wordt aangesloten bij het ‘afwegingskader gedogen’ die is opgenomen in het VTH-beleid IJsselland. De volledige strategie is beschreven in bijlage 6. Er zijn uitzonderlijke situaties denkbaar, waarin het opleggen van sancties niet gewenst is. In dat geval kunnen we een overtreding gedogen. De definitie van gedogen is: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Gedogen is echter wel aan voorwaarden gebonden. Gedogen staat op gespannen voet met ons doel om het naleefgedrag te verbeteren en een betrouwbare organisatie te zijn. Met dat gegeven, beperken we gedogen tot zeer bijzondere situaties, waarbij er op korte termijn uitzicht bestaat op het opheffen van de overtreding of op het legaliseren van de situatie, bijvoorbeeld doordat een vergunning verleend kan worden. In de Nadere Uitwerking is het afwegingskader gedogen uitgewerkt.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
33
8. Bijlagen 1. Gebiedsbeschrijving 2. Samenwerkingspartners 3. Doelen en Indicatoren 4. Vergunningenstrategie 5. Toezichtstrategie (vormen en werkwijze van toezicht) 6. Gedoogstrategie
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
34
8.1
Bijlage 1: Gebiedsbeschrijving In Overijssel zijn 2 omgevingsdiensten: OD IJsselland en OD Twente. De OD IJsselland bestaat uit elf gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle en daarnaast de provincie Overijssel. De OD IJsselland beslaat een totale oppervlakte van 1695 km², herbergt circa 546.000 inwoners en heeft een bedrijvenbestand van circa 19.000 milieu-relevant bedrijven. De regio vormt een van de vijf politiedistricten in Oost-Nederland. Het werkgebied van de OD IJsselland is (gedeeltelijk) congruent met de grenzen van andere samenwerkingsverbanden. Het werkgebied valt samen met dat van de Veiligheidsregio IJsselland en de GGD en omvat delen van het gebied van de Regio Zwolle (samenwerkingsverband van 20 gemeenten, verdeeld over vier provincies), het Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents-Overijsselse Delta, Waterschap Vallei en Veluwe en Waterschap Rijn en IJssel. De regio valt binnen het verzorgingsgebied van waterbedrijf Vitens. De OD werkt waar nodig samen met bovengenoemde samenwerkingsverbanden. In lijn met de bestuurscultuur in IJsselland vindt de samenwerking plaats op basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid. De bevolking in IJsselland heeft een stevige en nuchtere handelsmentaliteit die zich niet snel voor laat staan op haar economische succes.
De regio kenmerkt zich door betrokken inwoners, die de schouders eronder willen zetten en de handen uit de mouwen willen steken. Die open staan voor nieuwe ontwikkelingen en met een blik naar buiten met elkaar nieuwe kansen willen creëren. Samen dingen tot stand brengen is hier heel normaal.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
35
Terrein IJsselland kent een zeer gevarieerd landschap met twee belangrijke rivieren (IJssel en Vecht). Zij voeren water af richting het IJsselmeer. Het gebied De Weerribben (gemeente Steenwijkerland) markeert de overgang naar de Noordoostpolder. In het gebied IJsselland zijn verspreid aanwezige bossen. Het landschap is zeer gevarieerd. Van de Sallandse Heuvelrug in het oosten van het gebied via bossen en weilanden naar de open rivierklei gebieden langs de IJssel. Over de snelwegen A28 van en naar Groningen en de A1 van en naar Duitsland en het westen van het land vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Ook vindt er vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorwegen plaats. Zwolle is een belangrijk knooppunt van spoorwegen. De regio kent veel hoogspanningsleidingen. In noord-zuid richting tussen Ommen en Deventer lopen ondergrondse buisleidingen voor transport van met name olie en gas. In Ommen bevindt zich een belangrijk knooppunt van gasleidingen met een meng- en compressorstation. Historie IJsselland kent een typerende menging van stedelijkheid en landelijkheid. De regio kent delen die nog erg agrarisch van karakter zijn. Langs de randen van de zandgronden en de kleigronden in het westen van het gebied zijn in het verleden veel landgoederen ontstaan die nu nog hun stempel drukken op het landschap. In de steden is daarnaast een rijk industrieel verleden.
Dit geldt met name voor Deventer en Zwolle, maar ook meerdere kleinere plaatsen. Deze historie heeft op diverse plekken zijn sporen nagelaten in ondergrondse en bovengrondse vervuilingen. Heden De regio kent twee grote stedelijke kernen: Deventer en Zwolle. Bedrijvigheid is vooral sterk in dienstverlening, logistiek, rubber en kunststofindustrie, agrarische sector, toerisme en onderwijs. In de regio zijn veel afvalverwerkers actief. Het stedelijke netwerk Regio Zwolle (samenwerkingsverband van 20 gemeenten, verdeeld over vier provincies) is een van de motoren van de Overijsselse economie en cultuur. Financieel gezonde familiebedrijven vormen het fundament van het succes van Regio Zwolle. Meer dan 75% van de bedrijven is een familiebedrijf en gezamenlijk zijn ze een bindmiddel, een onmisbare motor van de economie. Deze MKB-bedrijven hebben hun wortels diep in de regionale grond en zijn daardoor betrokken bij de regio en haar inwoners. In de IJssellandse gemeenten buiten het stedelijk netwerk zijn op milieugebied vooral de agrarische bedrijven van belang. Hier speelt een veelzijdige problematiek.
Schaalvergroting in de landbouw gedurende de laatste decennia heeft tot gevolg dat enerzijds bedrijven die zich verder ontwikkelen een meer industriele werkwijze ontwikkelen en anderzijds dat bedrijfsgebouwen van afbouwende en stoppende bedrijven een andere bestemming moeten krijgen danwel worden afgebroken. Ook in de kleinere kernen zijn diverse bedrijven met milieugevoelige activiteiten, denk bijvoorbeeld aan afvalverwerkende bedrijven en toeleveringsbedrijven voor de landbouw zoals landbouwloonbedrijven en diervoederbedrijven. Er is veel watertoerisme rondom Giethoorn, Vollenhove en Kampen. Een aparte vermelding verdient de transportsector. Door IJsselland lopen zowel over de weg als over het spoor belangrijke grensoverschrijdende transportaders, denk hierbij ook aan vervoer van gevaarlijke stoffen. Bedrijvenbestand Het milieuwerkgebied voor de OD IJsselland omvat circa 19.000 bedrijven, waarvan ruim 20% agrarisch is. Van deze 19.000 vallen ongeveer 40 bedrijven onder het bevoegd gezag van de provincie Overijssel. De meest risicovolle bedrijven (Seveso en RIE4) vallen onder de verantwoordelijkheid van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN).
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
36
8.2
Bijlage 2: Samenwerkingspartners Voor de realisatie van dit beleid, de bijbehorende doelen en van het uitvoeringsprogramma is een samenwerking nodig of nuttig met diverse partners. Welke partners wij in de eerste plaats onderscheiden zijn de volgende: Buurgemeenten en omgevingsdiensten De zogenaamde “Basistaken (BTP) + IJssellandse variant” waar dit beleidsdocument over gaat, worden voor de gemeenten uitgevoerd door de OD. Dit is een zelfstandige organisatie, die de 11 IJssellandse gemeenten en de Provincie Overijssel samen besturen. De gemeente heeft alleen met de eigen OD te maken. De provincie Overijssel heeft taken belegd bij beide omgevingsdiensten in Overijssel, en de zogenoemde BRZO-taken bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Als eigenaren van de OD, wordt het beleid door de gemeenten en provincie op- en vastgesteld en in opdracht uitgevoerd door de OD. Voor advisering door de OD in het kader van de Omgevingswet is er een een handvat (dynamisch document) opgesteld. De actuele versie is bepalend. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft een aantal verschillende rollen ten aanzien van de VTH-taken: • Voor bepaalde categorieën bedrijven is de provincie het bevoegd gezag, terwijl de uitvoering van de VTH-taken door de OD worden gedaan.
• De provincie is door de wetgever aangewezen als interbestuurlijk toezichthouder (IBT) op de uitvoering van de VTH-taken door de gemeenten. In een bestuursovereenkomst is vastgelegd op welke aspecten van het proces zij toezicht uitoefent, en hoe zij dat doet. Zo zal o.a. het opstellen van een uniform beleid door IBT worden getoetst. Ten behoeve van de Omgevingswet zal het toezichtkader dat als bijlage is gevoegd bij deze bestuursovereenkomst technisch inhoudelijk worden herzien. • Op grond van de wet heeft de provincie tevens een coördinerende rol (18:26 coördinatie en handhaving) en 18:27 (provinciaal handhavingsoverleg). Het doel van de wettelijke coördinatietaak is dat alle bevoegde bestuursorganen binnen de provincie werken volgens het ‘Big8 model’ en daarover regelmatig met elkaar overleggen in één of meer door de provincie ingestelde overlegorganen. Ministerie van Justitie en Veiligheid Wanneer de toezichthouders van de OD overtredingen constateren, treedt de vastgestelde landelijke handhavingsstrategie (LHSO) in werking. Indien met betrekking tot de overtreding feitelijk moet worden gehandhaafd, wordt dit binnen de maatwerkafspraken inzake mandatering uitgevoerd door de OD. Waar mandatering niet aan de orde is wordt de zaak overgedragen aan de gemeente of provincie voor een handhavingstraject.
Het bestuurlijke handhavingstraject kan er toe leiden dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject. De handhavingsstrategie (zie bijlage 3) geeft aan wanneer dit zal gebeuren. Omgekeerd kan het gebeuren dat medewerkers van de politie milieuovertredingen constateren. Zij dragen dit dan aan de gemeente of provincie over. Deze landelijke handhavingsstrategie is tot stand gekomen in overleg met het OM. Verder is er structureel overleg tussen OD/politie/OM/ over milieu aangelegenheden. Namens de OD is hierbij de Boa-coördinator aangesloten. In voorkomende gevallen wordt bij aanvragen een Bibob onderzoek gedaan in samenwerking met het betreffende onderdeel van het ministerie. Waterschap Drents en Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel en Zuiderzeeland De waterschappen zijn actief op het grondgebied van gemeenten en provincie met vergunningen en toezicht. Deze taken gaan niet over naar de omgevingsdienst. Het komt voor dat bedrijven voor bepaalde taken de gemeente als bevoegd gezag hebben (bv bouw en milieu), en het waterschap voor andere (lozing afvalwater op oppervlaktewater). Het waterschap is bevoegd gezag voor directe lozingen (direct op oppervlaktewater) en is geen bevoegd gezag voor indirecte lozingen (lozingen op het riool).
Het waterschap houdt wel toezicht op indirecte lozingen en draagt het voor de handhaving over aan de OD.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
37
Het is aan de directeur van de omgevingsdienst om met het Waterschap afspraken te maken over operationele samenwerking, zoals bijvoorbeeld gecoördineerde acties. Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) De ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) bewaakt en bevordert de veiligheid van het transport op de weg, in de scheepvaart, in de lucht en op het spoor. Ook zet de ILT zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving, door toezicht op de veiligheid van bouwwerken en drinkwater, de beperking van risico’s van gevaarlijke stoffen en industrieën, de verantwoorde verwerking van afval en de preventie en sanering van vervuilingen in bodem en water. De Inspectie Leefomgeving en Transport is een inspectiedienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Bepaalde taken van het ILT lijken op die van de omgevingsdienst, alleen heeft zij andere bedrijven waar zij toezicht op houdt. Ook met het ILT kan de directeur van de omgevingsdienst afspraken maken over operationele samenwerking, zoals bijvoorbeeld gecoördineerde acties. Daarnaast is het ILT interbestuurlijk toezichthouder voor de provinciale taken. Veiligheidsregio IJsselland Doel van de VRIJ is zorg te dragen voor een veilige fysieke leefomgeving waarbij de veiligheid vergroot wordt.
De VRIJ kan worden ingezet voor gecoördineerde handhavingsacties geïnitieerd met diverse diensten, waar toezichthouders van de gemeente en/of de omgevingsdienst aan mee doen. Voor advisering in het kader van de Omgevingswet voor advisering in het kader van de Omgevingswet wordt verwezen naar de bijlage “Handvat advisering per dienst in het kader van de Omgevingswet“. GGD Door de leefomgeving gezond in te richten kan gezondheidswinst worden geboekt, naast dat het beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden. De GGD kan worden ingeschakeld voor de medische milieukunde. De laatste jaren staat het milieu als gezondheidsbepalende en gezondheidsbedreigende factor zeer sterk in de belangstelling. Waar begin vorige eeuw vooral aandacht werd besteed aan biologische vervuiling van het leefmilieu en de bijhorende infectieziekten (cholera, difterie, tbc enz.), ligt de nadruk in de geïndustrialiseerde landen tegenwoordig veel meer op chemische en fysische verontreiniging en de relatie met het vaker voorkomen van ziektes zoals kanker en luchtwegproblemen. Binnen de openbare preventieve gezondheidszorg is dan ook vrij recent een nieuwe discipline ontstaan, de medische milieukunde. De GGD vult deze taak in.
Medische milieukunde houdt zich bezig met de invloed van milieufactoren op de gezondheid, met als doel het beschermen van de gezondheidtegen milieuverontreiniging en de gezondheid te bevorderen via positieve omgevingsfactoren. De GGD voert risicobeoordelingen uit, adviseert over maatregelen en geeft voorlichting hierover. Voor advisering in het kader van de Omgevingswet wordt verwezen naar de bijlage “Handvat advisering per dienst in het kader van de Omgevingswet“. Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Borgen dat de gebouwde omgeving zo is ingericht, dat in noodsituaties, hulpverleners voldoende makkelijk kunnen bereiken om mensen te redden en dat (verminderd zelfredzame) mensen zichzelf kunnen redden. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is een Nederlands agentschap en valt onder het miniserie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De NVWA heeft ook toezichthoudende taken op bedrijven en instellingen. Indien wij relevante zaken voor de NVWA signaleren die niet tot onze bevoegdheid behoren, zullen wij deze melden bij de NVWA.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
38
8.3
Bijlage 3: Doelen en indicatoren De hoofd- en beleidsdoelen uit hoofdstuk 5 zijn in overstaande tabel voorzien van voorlopige indicatoren en streefwaarden. De OD zal deze indicatoren komende jaren stapsgewijs gaan meten en rapporteren in haar bestuursrapportages en VTH-jaarverslag, met voorrang voor de resultaatsindicatoren. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s zullen de indicatoren en streefwaarden uit deze bijlage worden geoptimaliseerd.
Hoofddoel
Beleidsdoelen
Indicatoren
Streefwaarde (voor zover beschikbaar)
Inhoudelijke doelen: Veilige leefomgeving Inperken risico’s fysieke veiligheid bij bedrijven.
Risico’s omtrent fysieke veiligheid bij bedrijven worden zoveel mogelijk beperkt.
Inzicht in het aantal ongewone voorvallen en ongevallen op gebied van fysieke veiligheid bij bedrijven.
Ntb
Mens en milieu zijn beschermd tegen onaanvaardbare risico’s.
Het risico van de aard en het effect van ongewone voorvallen (incidenten of afwijkingen van reguliere bedrijfsvoering) wordt geminimaliseerd.
Tijd tussen ongewone voorvallen en/of overtreding en optreden OD en einde overtreding.
De OD start waar nodig, binnen 1 maand handhaving.
OD IJsselland heeft gebiedskennis in huis en heeft grip op activiteiten.
Inzicht in: • Aantal, aard en locatie van klachten. • Aantal, aard en type meldingen en vergunningen en uitkomst. • Aantal, aard en type uitgevoerde controles en uitkomst.
Klachten worden binnen 5 werkdagen in behandeling genomen.
OD IJsselland signaleert actief ondermijnende activiteiten.
Aantal geregistreerde verdachte situaties.
Alle verdachte situaties worden gemeld aan BG en evt OM/politie.
Er wordt regionaal en eenduidig ingezet op de aanpak van ondermijning (Bibob, integrale acties en handhaving).
Informatiedeling is voldoende ingericht en werkend.
Conform.
Ondermijning: Bonafide partijen zijn preventief beschermd tegen malafide partijen. We voorkomen een waterbedeffect.
Inhoudelijke doelen: Gezonde fysieke leefomgeving Asbest: Asbest is geïntegreerd in VTH-proces. Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsschade door asbest.
Asbest wordt veilig gesaneerd conform wet- en regelgeving.
Inzicht in het aantal en type sloopmeldingen verwijderen asbest en uitkomst daarvan.
Ntb
Luchtkwaliteit en geur: Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door de uitstoot van fijnstof en geur door activiteiten.
OD IJsselland is inhoudelijk deskundig op het gebied van geur en luchtkwaliteit en treedt op als kennispunt.
Op peil brengen en/of houden van kennis.
Zie inzetbaarheidsmonitor.
Er is een centraal monitoring systeem voor luchtkwaliteit.
De kwaliteit van de lucht wordt gemonitord aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)
Ntb
Geluid: Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door geluid.
Geluidshinder als gevolg van milieubelastende activiteiten wordt actief tegengegaan.
• Klachten. • Aantal en type uitgevoerde controles en uitkomst. • Naleefgedrag. • Type overtreder (goedwillend, moet kunnen, calculerend, bewust en structureel). • Aantal handhavings procedures en uitkomst (aard en ernst).
Zie betreffende indicatoren.
Uniformiteit van geluidsnormen tussen deelnemers wordt nagestreefd.
Regionale afstemming op systematiek van geluidsnormering.
De werkgroep geluid bepaalt systematiek voor IJsselland.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
39
Natuur: Beschermen van de biodiversiteit.
Toezichthouders OD signaleren verdachte situaties voor groene VTH-taken richting provincie, het bevoegd gezag in dezen.
Aantal geregistreerde verdachte situaties in IJVI.
Er wordt actief kennis gedeeld met ketenpartners.
Op peil brengen en/of houden van kennis. Informatiedeling is voldoende ingericht en werkend.
De provincie zorgt jaarlijks voor kennisdeling met ketenpartners.
• Aantal ingediende rapportages ikv Informatieplicht energiebesparing. • Energiegebruik /besparing per activiteit. • Aantal beoordeelde onderzoeken onderzoeksplicht energie • Aantal uitgevoerde energiecontroles. • Aantal locaties waar onvoldoende energiebesparende maatregelen zijn getroffen. • Potentiële energiebesparing voorkomend uit de energiecontroles (bijdrage aan klimaatdoelstellingen) • Type overtreder (goedwillend, moet kunnen, calculerend, bewust en structureel). • Aantal en resultaat van hercontroles, handhavings- procedures en de uitkomst (aard en ernst).
• Alle verplichte rapportage zijn tijdig ontvangen.
Aantal geactualiseerde vergunningen in het kader van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) (zie ook actualiteit vergunningen)
Conform LAP3.
Inhoudelijke doelen: Duurzaamheid OD IJsselland draagt bij aan energie-besparing bij bedrijven en verduurzaming van afvalstromen.
Activiteiten bij bedrijven verbruiken minder energie en activiteiten bij bedrijven stoten minder CO2 uit.
OD IJsselland ondersteunt de overgang naar een circulaire economie.
Conform uitvoeringsprogramma
Streefwaarde <5%
Zie procesdoelen. Zie procesdoelen.
Uitvoeringskwaliteit De OD IJsselland is een professionele uitvoeringsorganisatie met een gesloten beleids- en uitvoeringscyclus. Uitvoeringskwaliteit: Proces De OD IJsselland heeft inzicht in naleefgedrag
De vergunningen worden periodiek geactualiseerd.
Er is inzicht in het algehele naleefgedrag (voor de VTH taken die OD IJsselland uitvoert).
• Vergunningen tijdig actualiseren. •V oor het actualiseren van vergunningen ontwikkelt de OD met opdrachtgevers een meerjarenplan. •A ctualiseren vergunningen wordt vast onderdeel branche-aanpak. •O nderzoeken hoe de vergunningenstrategie geactualiseerd kan worden, aansluitend bij landelijke ontwikkeling.
Inzicht in: • Type overtreder (goedwillend, moet kunnen, calculerend, bewust en structureel) (conform systematiek LHSO))
Bij 1e controle is max. 5% sprake van zware overtredingen en max. 40% van overtreding van wetgeving (A1, A2, A3, B1, B2, C1)
• Aantal handhavingsprocedures en uitkomst (aard en ernst).
Streven is max. 5 handhavingszaken per jaar.
Gemiddelde ouderdom per branche versus regelgeving voor die branche.
• S treefwaarde is elke 5 jaar, dwz 20% per jaar. •M eerjarenplan is input voor begroting 2025.
Inzetbaarheidsmonitor.
Streven is volledig te voldoen dan wel afdoende oplossingen te bieden.
Uitvoeringskwaliteit: Vakbekwaamheid De OD IJsselland is een professionele uitvoeringsorganisatie.
Medewerkers voldoen aan de vigerende kwaliteitscriteria.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
40
Dienstverlening De uitvoeringsorganisatie past de dienstverleningsprincipes uit de Omgevingswet toe en investeert in cultuuromslag.
De dienstverleningsprincipes zijn doorgevoerd in de organisatie.
Klanttevredenheid wordt periodiek gemeten middels klanttevredenheidsonderzoeken
De organisatiecultuur van conformeert aan de omgevingswet.
Streven is een jaarlijks KTO te presenteren. De cultuur is eind 2024 conform.
OD IJsselland heeft grip op klachten.
Klachtenanalyse.
De bestuurs-rapportage toont de klachtenanalyse met verbetervoorstellen.
De beleidsuitvoeringscyclus is verbonden met de planningen controlcyclus (P&C) en worden als sturingsinstrument ingezet.
Knelpunten zijn inzichtelijk vanuit de beleids¬uitvoeringscyclus en zijn meegenomen in P&C-cyclus. Opleveren monitoringsrapportage.
In VTH-jaarverslag van OD wordt teruggekoppeld naar het VTH-beleid. VTH-beleidsteam evalueert VTH-beleid n.a.v. VTH-jaarverslag.
Doelen worden actief gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Actieve bijsturing op de doelen.
Dit is een groeipad. Bij streefwaarden wordt aangegeven wanneer deze rapportages beschikbaar zijn, waarmee het kernteam streefwaarden kan bepalen.
Doelen worden actief gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Systemen zijn voldoende ingericht om kwalitatieve en actuele data te onttrekken. Informatiedeling is voldoende ingericht en werkend. Landelijke registers zijn gevuld.
De systemen zijn adequaat ingericht, en de OD draagt bij aan landelijke uniformering.
De gegevenskwaliteit van de voornaamste risicovariabelen is op orde zodat het risicoprioriteringsinstrument optimaal kan functioneren.
Systemen zijn gevuld met actuele Het groeipad wordt opgenoen kwalitatieve gegevens. men in het uitvoeringsplan 2025.
De begroting is gebaseerd op waarheidsgetrouwe en gedragen kentallen.
In de PDC is de kwaliteit en de kwantiteit per product vastgesteld
Sturing en financiën De beleids- en uitvoeringscyclus is gesloten.
De inzet van middelen is in balans met de kwantiteit en kwaliteit van de te leveren diensten en producten.
8.4
Er is draagvlak voor de benodigde middelen.
In 2024 wordt een nieuwe PDC uitgebracht. De kaderbrief en begroting worden met het AAO en het financieel overleg doorgenomen.
Bijlage 4: Vergunningenstrategie Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. De vergunningplichtige activiteiten worden aangewezen in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Vergunningen Er zijn verschillende vormen van vergunningverlening: • Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); • Uitgebreide procedure (26 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); • Aanvraag voor losse deelactiviteiten; • Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik). Er is een voorwaarde verbonden aan de mogelijkheid om meerdere vergunningplichtige activiteiten los en gespreid in de tijd aan te vragen. Hoofdregel is en blijft dat een activiteit is verboden, zolang niet voor alle activiteiten die daarmee samenhangen een vergunning is verleend. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag een inspanningsverplichting heeft om de aanvrager in kennis te stellen van eventuele andere vereiste besluiten.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
41
Naast vergunningplichtige activiteiten bestaan ook activiteiten waar een meldingsplicht voor geldt. Afhankelijk van het soort bedrijf en de uitgevoerde activiteiten, moet een bedrijf voor het oprichten of veranderen een melding op grond van het Bal en/of het Bbl doen bij de gemeente. Dit geldt ook voor sommige activiteiten bij particulieren (zoals propaan- en olietanks). De initiatiefnemer moet de melding uiterlijk vier weken voor oprichting of verandering doen. Deze aanvragen kunnen worden ingedeeld en beoordeeld aan de hand van onderstaand figuur. In de toekomst zal aansluiting worden gezocht op het Landelijke Vergunningenprotocol.
3 Omgevingsvergunning meer-/enkelvoudig
Omgevingsvergunningaanvragen worden als volgt geprioriteerd en behandeld: → 4: Intensief getoetst. → 3: Normaal getoetst met aanvullende aandacht voor indieningsbescheiden. → 2: normaal getoetst met aandacht voor
2 4 Uitgangspunten & randvoorwaarden indieningsbescheiden. Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning •enkelvoudig/complex Initiatiefnemers gebruiken de best beschikbare technieken (BBT);getoetst. → 1: extensief meervoudig/complex • Enkelvoudig: uit één activiteit bestaand; Technisch-inhoudelijk complex • Meervoudig: uit meerdere activiteiten bestaand; • Eenvoudig: een perfect begrip van de afzonderlijke activiteiten geeft automatisch een perfectTechnisch-inhoudelijk inzicht in het geheel; eenvoudig • Complex: een perfect begrip van de afzonderlijke activiteiten geeft niet automatisch een Meldingen worden als volgt geprioriteerd behandeld: perfect1inzicht in het geheel; 3 → 4: Actief opvolgen door bijvoorbeeld het stellen van Melding enkelMelding • Technisch-inhoudelijk: combinatie van de milieubelastende activiteit(en) in met kwestie en/of voor het maatwerkvoorschriften extra aandacht enkelvoudig meer-/enkelvoudig informeren en betrekken van belanghebbenden. het gebied waar de milieubelastende activiteit(en) plaatsvinden; 3: Actief opvolgen meten extra aandacht voor het • Sociaal-maatschappelijk: er is sprake van vele actoren→met eigen ideeën belangen; informeren van belanghebbenden. 4 zijn vergunningverlening en handhaving functioneel • Binnen2de organisatie van de OD → 2: Actief opvolgen door bijvoorbeeld het stellen van Melding Melding gescheiden van elkaar.
maatwerkvoorschriften. enkelvoudig/complex
meervoudig/complex
Sociaal maatschappelijk complex
Sociaal maatschappelijk eenvoudig
1 Omgevingsvergunning enkel-/enkelvoudig
Sociaal maatschappelijk complex
Sociaal maatschappelijk eenvoudig
Technisch-inhoudelijk eenvoudig
→ 1: Geen actieve opvolging.
Technisch-inhoudelijk complex
Criteria • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen is afgestemd op geldende wet- en regelgeving; • Landelijke standaarden, innovaties van bedrijven en tot slot op regionaal beleid; • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijnen of termijn gebaseerd op (werk)afspraken; • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids-, het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel; • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt (waar nodig) integraal, waarbij verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze zijn opgenomen; • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt (waar nodig) in afstemming met bestuurs en adviesorganen of belanghebbende derden; • Bij beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen wordt de informatie die via participatie is verkregen, betrokken bij de integrale belangenafweging (een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving enerzijds en bedrijfseconomische belangen anderzijds) om tot een samenhangend besluit te komen; • Beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt op een hoger toetsingsniveau als het niet naleven van de voorschriften leidt (of kan leiden) tot grote schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur;
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
42
• Bij beoordeling van complexiteit van omgevingsvergunningsaanvragen worden in ieder geval deze aspecten betrokken: - Ligging ten opzichte van de omgeving; - Klachtenregistratie bij soortgelijke initiatieven; - Handhavingsgeschiedenis bij soortgelijke initiatieven; - Berichtgeving in de media; - Informatie van collega’s met gebiedspecifieke kennis/branche kennis; - Informatie van betrokken collega’s bij de gemeente. • Beoordeling van plannen en initiatieven gebeurt zo vroeg mogelijk waarbij partners, adviseurs en belanghebbende derden zoveel mogelijk worden betrokken; • Bij beoordeling van de concept omgevingsvergunning wordt deze intern getoetst op: - Handhaafbaarheid en eenduidigheid van de voorschriften; - Helderheid van de formulering van voorschriften; - Voorschriften aan de huidige milieuhygiënische inzichten; - Relatie met andere relevante milieuwetgeving. • Bij het beoordelen van het onderdeel milieu van een omgevingsvergunningsaanvraag is er sprake van één aanspreekpunt; • Als burgers en bedrijven voor vraagstukken ten aanzien van het omgevingsrecht zich melden bij het ‘gemeenteloket’, bevinden zich achter dat loket de afzonderlijke gemeentelijke disciplines én de disciplines van de OD.
Werkwijze • Bij het opstellen van een uitvoeringsprogramma wordt op grond van de risicoanalyse het niveau van toetsing van een omgevingsvergunningsaanvraag (indien nodig) nader geconcretiseerd; • Als alleen voor het onderdeel milieubelastende activiteit een omgevingsvergunning nodig is, behandelt de OD deze zelfstandig. Het bevoegd gezag kan de voortgang in deze zaak volgen via het zaaksysteem. Voorgaande is afhankelijk van het afgegeven mandaat; • Als niet alleen voor het onderdeel milieubelastende activiteit een omgevingsvergunning nodig is, stelt de OD de deelconcept omgevingsvergunning milieubelastende activiteit op voor het bevoegd gezag; • Als er sprake is van een meervoudig complexe omgevingsvergunningsaanvraag, wordt met het bevoegd gezag afgestemd dat dit gebeurt met prioriteit; • Losse aanvragen in het kader van natuurbescherming kunnen via de website van de OD aangevraagd worden via digitale aanvraagformulieren; • Als er voor een toekomstig(e) omgevingsvergunningsaanvraag/initiatief behoefte is aan vooroverleg, wordt dit klantgericht en waar nodig/mogelijk flexibel georganiseerd.
De OD wordt in het behandelteam van de gemeente opgenomen én heeft inzage in de relevante onderdelen van het dossier; • Monitoring (methode die wordt gebruikt om te bepalen of het doel wordt bereikt); • Jaarlijks wordt voor de afgegeven omgevingsvergunningen en weigeringsbesluiten beoordeeld of voldaan is aan de kwaliteitsbeoordeling, door te controleren of de processtappen juist doorlopen zijn en de standaarden zijn toegepast. Ambitie De OD adviseert alle gemeenten bij het opstellen van gemeentelijke omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
43
Omgevingsvergunningen Actualisering omgevingsvergunning Artikel 5.38, Omgevingswet schrijft voor dat het bevoegd gezag regelmatig beziet of de voorschriften van de vergunning nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Onder ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu worden ook verstaan de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over beste beschikbare technieken (zoals bedoeld in artikel 13, vijfde en zevende lid, van de richtlijn industriële emissies). De OD geeft hier vorm aan door het uitwerken van een meerjarenplan voor het actualiseren van vergunningen. Revisievergunning De Omgevingswet kent de figuur van de revisievergunning op aanvraag niet, de ambtshalve revisievergunning wel. De mogelijkheid een ambtshalve revisievergunning te verlangen kan worden toegepast als stapeling van vergunningen ontstaat door in de tijd wisselende en veranderde activiteiten en/of wijzigingen van voorschriften door voortdurende bescherming van de fysieke leefomgeving. Dit is een continuering van de bestaande rechtspraktijk.
Wijziging voorschriften omgevingsvergunning en Intrekking omgevingsvergunning De Omgevingswet (artikelen 5.39 en 5.40) regelt voor het bevoegd gezag de verplichting respectievelijk bevoegdheid tot wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning en tot intrekking van een omgevingsvergunning. Een aantal van die verplichtingen en bevoegdheden is uitputtend geregeld op wetsniveau: • De bevoegdheid tot intrekking van de omgevingsvergunning als gedurende één jaar, of • een in de vergunning bepaalde langere termijn, geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; • De bevoegdheid om op verzoek van de vergunninghouder tot intrekking over te gaan; • De bevoegdheid tot intrekking onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; • De bevoegdheid om – bij een milieubelastende activiteit en daarmee samenhangende wateractiviteit waarvoor gecoördineerd omgevingsvergunningen zijn verleend – beide omgevingsvergunningen ook in samenhang in te trekken; • De verplichting tot wijziging van de voorschriften of tot intrekking op verzoek van een bestuursorgaan waarvan instemming vereist was.
Tot slot kan tegelijkertijd bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor nieuw aangevraagde activiteiten ook een ambtshalve revisievergunning worden verleend waarbij reguliere wijzigings- en intrekkingsbepalingen worden doorgevoerd. Strategie werkdoel Regelmatig (5-jaarlijks) wordt bezien of de beperkingen en voorschriften in de omgevingsvergunningen nog toereikend zijn. Daarbij wordt betrokken: • Beoordeling naar aanleiding van de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu; • Beoordeling naar aanleiding van de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Ook als sprake is van nieuwe wet- en regelgeving, wordt nagegaan of er aanleiding is voor actualisering. Bij toepassing van bovenstaande worden de bevindingen van toezicht en handhaving betrokken.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
44
Het overzicht wordt jaarlijks beoordeeld op volledigheid door middel van steekproeven. De uitkomsten daarvan worden gebruikt om (indien nodig) een prioritering aan te brengen in de te actualiseren omgevingsvergunningen.
Aanvragen tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel Het toepassen van gelijkwaardige maatregelen wordt geregeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet. Het gaat dan om een maatregel waarmee tenminste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de algemene regel. Gelijkwaardige maatregelen kunnen fysieke maatregelen zijn, maar bijvoorbeeld ook bepaalde werkwijzen en meetmethoden. Gelijkwaardige maatregelen zijn altijd toegestaan. Meestal is toestemming van het bevoegd gezag nodig om een gelijkwaardige maatregel toe te mogen passen, soms is dat niet het geval. Strategie werkdoel • Door flexibiliteit initiatiefnemers in staat stellen innoverende maatregelen te ontwikkelen; • Uniforme toepassing beoordelingsvrijheid; • Gegeneraliseerde beoordeling; De initiatiefnemer toont aan dat met een alternatieve maatregel tenminste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel. Beoordeling richt zich op de doelen die de opsteller van de regels met de voorgeschreven maatregelen heeft willen bereiken. Akkoord bevonden gelijkwaardige maatregelen worden bijgehouden ten behoeve van een helder overzicht waarmee snel kan worden beoordeeld welke maatregelen als gelijkwaardig kunnen worden toegepast. Bovendien zorgt dit overzicht voor duidelijkheid over de algemeen aanvaarde onderbouwing en (gronden voor) acceptatie van gelijkwaardige maatregelen.
Maatwerkvoorschriften Het Bal biedt een algemene mogelijkheid voor het bevoegd gezag om af te wijken van de bepalingen van het Bal. Dit kan in individuele gevallen met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften (artikel 2.13, Bal). In de meeste gevallen zullen de regels in het Bal volstaan. Met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften kan het bevoegd gezag de landelijke regels meer toespitsen op de concrete situatie of de locatie. Het bevoegd gezag mag geen maatwerkvoorschrift stellen als hij over dat onderwerp een vergunningvoorschrift kan opstellen. Dat staat in artikel 2.13, vierde lid, van het Bal. Strategie werkdoel • Doeltreffend toepassen van wet- en regelgeving voor een hoog beschermingsniveau van het leefmilieu; • Er is sprake van maatwerkvoorschriften waarbij het oogmerk en de strekking van de algemene rijksregels in acht genomen zijn; • De beschikkingen bevatten een toelichting op de inachtneming van het oogmerk en de strekking van de van toepassing zijnde algemene rijksregel(s).
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
45
Maatwerkvoorschriften zijn in ieder geval in overeenstemming met de gestelde beoordelingsregels en bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd: • Bij de beoordeling wordt het standstill-beginsel gehanteerd: het milieu zoals het nu is niet laten verslechteren; • Beoordeling geschiedt uniform; • Beoordeling borgt dat indien er voor de betreffende milieubelastende activiteit of een activiteit die er direct verband mee houdt een omgevingsvergunning is verleend of aangevraagd, het maatwerkvoorschrift is afgestemd op de voorschriften van die omgevingsvergunning.
Wanneer een maatwerkvoorschrift wordt opgesteld, wordt daarbij in ieder geval betrokken: • Beleidskaders van bevoegde gezagen dat maatwerkvoorschriften voorschrijft; • De bestaande toestand van het milieu, voor zover de milieubelastende activiteit daarvoor gevolgen kan veroorzaken; • De gevolgen voor het milieu, die de milieubelastende activiteit kan veroorzaken, mede in onderlinge samenhang bezien; • De met betrekking tot de milieubelastende activiteit en de omgeving redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu; • De mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de milieubelastende activiteit kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen; • De voor onderdelen van het milieu, waarvoor de milieubelastende activiteit gevolgen kan hebben, geldende milieukwaliteitseisen; • De redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van het maatwerkvoorschrift.
8.5
Bijlage 5: Toezichtstrategie (vormen en werkwijze van toezicht) We zetten onze toezichtcapaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in. Zo vindt er gepland toezicht plaats op basis van vooraf gemaakte keuzes (risicoanalyse). De planning wordt jaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Niet alles is echter vooraf in te plannen. Ongewone voorvallen of klachten kunnen toezicht noodzakelijk maken. Dit niet geplande toezicht is over het algemeen niet goed voor te bereiden en doet een aanslag op de beschikbare middelen die voor het geplande toezicht waren voorzien. In het uitvoeringsprogramma worden, op basis van (te ontwikkelen) kentallen, uren gereserveerd voor niet gepland toezicht. We zetten verschillende vormen van toezicht in. Wat is toezicht? Onder het houden van toezicht wordt hier verstaan alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of voorschriften van verordeningen, vergunningen, ontheffingen en meldingen worden nageleefd. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders. Een toezichthouder is een persoon bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Van dit toezicht houden gaat een belangrijk preventief effect uit.
De werkzaamheden bestaan in de praktijk uit het uitvoeren van controles, zonder dat van een overtreding van een wettelijk voorschrift hoeft te zijn gebleken. Er kan worden gecontroleerd door (al dan niet met afspraak) een bezoek aan een activiteit, een bedrijf of een bouwwerk te brengen. Dit kan ook een “ongepland” bezoek zijn naar aanleiding van wat tijdens een algemene inspectieronde wordt geconstateerd of naar aanleiding van een klacht of een (melding van een) ongewoon voorval. Samengevat: onder toezicht wordt verstaan het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. Soms is het toezicht administratief van aard en soms kan dit zelfs op afstand.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
46
De eventuele overtredingen van de regels en voorschriften worden tijdens het uitoefenen van toezicht gesignaleerd en daarop worden dan eventuele acties ondernomen. Er zijn twee hoofdvormen van toezicht te onderscheiden, namelijk preventief en repressief toezicht. Preventief toezicht is het controleren van wettelijke bepalingen zonder dat daartoe een aanleiding bestaat in de vorm van concrete aanwijzingen voor niet-naleving van de wettelijke bepalingen. Preventief toezicht heeft dan het karakter van regulier toezicht. Er wordt van repressief toezicht gesproken als het toezichtbezoek gebaseerd is op aanwijzingen van niet-naleving van gestelde regels, bijvoorbeeld bij een klacht, of een ongewoon voorval of na een hercontrole. Doel van toezicht en deze strategie Toezicht en handhaving staan regelmatig hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Naleving van regelgeving is in onze samenleving namelijk geen vanzelfsprekendheid. Gezien de risico’s van bepaalde maatschappelijke activiteiten in de fysieke omgeving, die in het verleden tot incidenten en rampen hebben geleid en die dat nu en in de toekomst nog steeds kunnen doen, is naleving van regels, die die risico’s trachten te beheersen, van cruciaal belang. Het doel van toezicht is dat het naleven van de gestelde regels leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s.
Voorwaarde daarbij is wel dat de gestelde regels eenduidig, correct en duidelijk zijn gesteld en toepasbaar zijn op de betreffende situatie. De druk op de controles op activiteiten, van vergunningen, ontheffingen en meldingen, waarmee wordt toegezien op de naleving van de gestelde regels, is groot. Daarom worden er eisen gesteld aan de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd. De mate waarin regels worden nageleefd is afhankelijk van de spontane naleving maar ook van controle en sancties. In deze strategie wordt aangegeven welke vormen van toezicht gehanteerd kunnen worden. In het jaarlijkse toezichtsprogramma wordt aangegeven waar welke vorm van toezicht wordt ingezet. De toezichtstrategie is een beslissingsondersteunend systeem dat gericht is op het op een zelfde wijze uitvoeren van toezichtwerkzaamheden in overeenkomstige gevallen. De doelen hiervan zijn het bereiken van transparantie, professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt en het voorzien in een hoge mate van effectiviteit en efficiency voor de uitvoerende diensten, zodanig dat de zo hoogst mogelijke maatschappelijke effecten tegen de zo laagst mogelijke inspanningen en kosten worden bereikt.
De strategie heeft betrekking op de werkwijze die wordt gevolgd voor dat deel van het traject dat loopt van het toezichtsprogramma tot en met het al dan niet constateren van de overtreding en het waar nodig bepalen van de ernst van de overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd wordt overgegaan op een andere strategie. Dit zal over het algemeen de sanctiestrategie zijn. In uitzonderlijke gevallen kan worden besloten de gedoogstrategie te volgen. Vormen van toezicht Het toezicht, dat door en voor de gemeenten en de provincie wordt verricht wordt opgenomen in een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Om effectief en doelmatig te werk te gaan is het vaak nodig om de verschillende vormen van toezicht naast elkaar te hanteren. De OD kiest uiteindelijk voor de meest optimale vorm. Wij onderscheiden de volgende vormen van toezicht. 1. Toezicht bij oplevering 2. Periodiek toezicht 3. Thematisch toezicht 4. Gebiedsgericht toezicht 5. Administratief toezicht 6. Toezicht n.a.v. klachten en ongewone voorvallen 7. Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
47
1. Toezicht bij oplevering Deze vorm is gekoppeld aan het afgeven van een omgevingsvergunning of het accepteren van een melding voor nieuwe activiteiten of wijzigingen daarvan. Het gaat hier om een zogenaamde oplevercontrole, waarbij wordt nagegaan of aan de voorschriften en eisen wordt voldaan, zoals opgenomen in de vergunning en/of regelgeving. Omdat er sprake is van een nieuwe of andere situatie, is extra aandacht vereist voor de uitvoering of aanwezigheid van voorgeschreven voorzieningen en bekendheid met de vigerende regels. Deze oplevercontrole levert een goed beeld op hoe het gesteld is met de naleving van regelgeving en kan dan ook van invloed zijn op de frequentie waarin in de toekomst toezicht wordt uitgeoefend. 2. Periodiek toezicht Reeds bestaande inrichtingen, objecten of installaties worden op basis van een risicoanalyse volgens een bepaalde frequentie bezocht. Belangrijk hierbij is het risico van omgevingsveiligheid. 3. Thematisch toezicht Deze vorm van toezicht richt zich op een bepaald thema uit de regelgeving. Zo wordt in een korte tijd inzicht verkregen in het naleefgedrag voor dat thema. Aanleiding kan zijn het vermoeden dat op dit punt de regels niet in acht worden genomen. Vaak vallen dit soort controles binnen een project waarvoor een projectplan wordt geschreven.
Een voorbeeld hiervan is de controle op het onderhoud van grote stookinstallaties in gebouwen in het kader van duurzaamheid. 4. Gebiedsgericht toezicht In dit geval spreken we van toezicht in het vrije veld of op basis van bijvoorbeeld een beheerplan of het bedrijvenbestand. Deze vorm van toezicht is meer gericht op het preventief aanwezig zijn in een stadsdeel, op een industrieterrein of in het buitengebied. Het is belangrijk dat bij het toezicht rekening wordt gehouden met de kans dat niet naleving van de regels zich zal voordoen en activiteiten niet bij ons bekend zijn terwijl men dit wel had moeten melden (zicht krijgen op illegale activiteiten) 5. Administratief toezicht Deze vorm wordt ook wel de controle ‘van achter het bureau’ genoemd. Een administratieve controle richt ziet op de juiste registratie van wettelijke verplichtingen Dus bijvoorbeeld een controle of aan keurings- en certificeringsverplichtingen is voldaan. Indien daartoe aanleiding bestaat zal er een controle ter plaatse worden gehouden. 6. Toezicht n.a.v. klachten en ongewone voorvallen Reden voor deze controle is een binnengekomen klacht of melding van een calamiteit of mogelijk illegale situatie. 7. Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures Als uitvloeisel van de onder punt 1 tot en met 6 uitgevoerde toezichtsvormen kan zijn dat een handhavingsprocedure wordt gestart om overtredingen op te heffen.
Tijdens deze procedure is het nodig een vinger aan de pols te houden of de illegale situatie al dan niet is opgeheven en/ of sancties nodig zijn. Het gaat hier dus om controles die worden gehouden na een vooraanschrijving, een opgelegde dwangsom- of bestuursdwangbeschikking of genomen beschikking tot gedogen of het intrekken van een vergunning. De controle richt zich alleen op de overtreding(en) waarop de brief of beschikking betrekking heeft. Van de controle wordt een verslag gemaakt dat moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in het protocol ‘bestuurlijke controle’.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
48
Toezicht tijdens de verschillende fasen Toezicht vindt op verschillende momenten plaats. De toezichtstrategie biedt hiervoor een aantal richtlijnen om een uniforme aanpak van controles van bedrijven, instellingen en objecten te bereiken. Dit mede omdat toezicht op de verschillende aspecten door verschillende toezichthouders plaatsvindt, eventueel al dan niet gezamenlijk in het kader van het integrale aspect. We kennen daarin verschillende fasen. De realisatiefase heeft voornamelijk te maken met de activiteiten slopen, inrichten, aanleggen en bouwen. Het toezicht kan plaatsvinden op onderdelen (op basis van prioriteitstelling), maar kan ook een controle van alle vigerende regelgeving en vergunde voorschriften betekenen. Bij de beheer- of gebruiksfase is allereerst sprake van planmatige (on)aangekondigde controles, de zogenaamde bedrijfs-, instellings- of objectcontrole. De controles kunnen wat betreft diepgang en reikwijdte verschillen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een deelcontrole en een volledige controle. Het betreft beiden visuele controles. De deelcontrole is gericht op een beperkt aantal thema’s of onderwerpen. Een volledige controle is juist gericht op meerdere of alle thema’s of onderwerpen. Controles in de beheer- of gebruiksfase kunnen op verschillende manieren worden georganiseerd.
Per bedrijf of gebied, per thema of onderwerp, zoals: • specifieke aspecten; • branchegericht; • ketencontrole; • geveltoezicht. Tot slot bestaat nog de sloopfase. Tijdens deze fase worden betreffende bouwwerken gesloopt en wordt een controle uitgevoerd van alle geldende wet- en regelgeving en vergunde voorschriften.
8.6
Bijlage 6: Gedoogstrategie We hebben een beginselplicht tot handhaven. Dit betekent dat we op iedere overtreding die we zien moeten reageren met een passende interventie volgens de sanctiestrategie. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zien we af van handhaving. Dat staat los van eventueel strafrechtelijk optreden. In dit afwegingskader staat in welke situaties en onder welke condities we tijdelijk niet handhaven. Definitie van gedogen: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Gedogen is feitelijk geen juiste term. Met ‘gedogen’ wordt bedoeld dat de gemeente niet handhaaft. Gedogen leidt niet tot een besluit en er kan daarom ook geen bezwaar en beroep tegen worden ingediend. Omdat het woord ‘gedogen’ zo algemeen is ingeburgerd, gebruiken wij dit wel in dit afwegingskader. We kijken bij het toepassen van het afwegingskader altijd als eerste stap of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. We letten daarbij op eigen regels maar ook op die van andere overheden.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
49
We volgen de vaste jurisprudentie over gedogen van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: “Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in de concrete situatie behoort te worden afgezien”. We gebruiken ook de regeringsnota “Grenzen aan gedogen” als kader. Gedogen passen we alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties toe. ‘Alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties kan de gemeente besluiten niet handhavend op te treden.’ Onze uitgangspunten zijn: • we handhaven bij overtredingen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden en/of overgangssituaties zijn. • de situatie blijft zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd; • er vindt een zorgvuldige en kenbare belangenafweging plaats; • het gedogen tast belangen van derden niet in onredelijke mate aan; • de activiteit is na de aangekondigde periode van gedogen vergund of gestopt.
Een gedoogreactie of -brief is geen formeel besluit, en ook de weigering of intrekking van een gedoogreactie niet. Het gedogen kan dan ook niet worden aangevochten bij de bestuursrechter. Dit laat onverlet dat anderen in zo’n geval wel om handhaving kunnen verzoeken. Op dergelijke verzoeken moeten we reageren en zal volgens de vastgestelde handhavingsstrategie worden gehandeld, tenzij dit gedoogkader ruimte biedt om daar van af te zien. We kunnen gedogen bij overgang- en overmachtssituaties. Aan het gedogen kunnen we voorwaarden verbinden die we controleren. Overgangssituaties zijn: • overtredingen met concreet zicht op legalisatie; • bedrijfsverplaatsingen; • experimenten en andere tijdelijke overtredingen; • situaties met overtredingen door omstandigheden die buiten de macht van de overtreder liggen of een nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude vergunning geldt; • gevallen waarin de rechter de vergunning vernietigt, terwijl vergunnen wel mogelijk lijkt; • als de overtreder voorschriften om technische redenen niet kan naleven en die voorschriften binnenkort worden aangepast; • situaties waarbij de overtreding ophoudt te bestaan door versoepeling van regels. Overmacht situaties zijn: • situaties waarin de overtreding was toegestaan, dan is volgens artikel 5:5 Awb handhaving niet toegestaan.
We moeten dan gedogen; • situaties waarin het belang waar de regel voor is gemaakt beter af is als we gedogen; • gevallen waarin handhaven onevenredig zwaar is in verhouding tot het belang dat we met handhaving beschermen; • gevallen waarbij strijdige wetgevingsgebieden een overtreding opleveren. We handhaven wèl: • als het gedrag van de overtreder recidiverend of calculerend is; • bij activiteiten die vallen onder ondermijnen; • als de te gedogen activiteit in strijd is met een andere regel en het bevoegde gezag voor de handhaving van die regel laat weten dat het bestuursrechtelijk handhaaft of gaat handhaven. We houden actief toezicht op gedoogsituaties. We kijken of het gedogen nog actueel is en of de geadresseerde de opgelegde beperkingen en voorwaarden naleeft.
Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024
50