CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Redengevende omschrijving Provinciehuis

Raad Besluitvormingsronde 15 september 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beantwoording artikel 45 vragen Swollwacht - de aanwijzing van het provinciehuis als gemeentelijk monument in relatie tot de te bouwen mobiliteitshub1.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Redengevende omschrijving Provinciehuis Redengevende omschrijving Provinciehuis Adres : Luttenbergstraat 2 Ontwerp : Architectenbureau prof. M.F. Duintjer (1908-1983) Bouwjaar : 1967-1972 Bouwstijl : functionalisme Kadastrale gegevens : gemeente Zwolle, sectie G, nummer 12250 Inleiding De wederopbouwperiode is de periode waarin Zwolle zich, na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo ontwikkelde als een stad van bedrijvigheid en handel, bestuur en cultuur, en daarnaast als aantrekkelijke woonplaats. Dit leidde tot de bouw van een groot aantal bedrijfsgebouwen, scholen, kerken, bruggen en woonhuizen, vaak in nieuwe buurten met een geheel eigen stedenbouwkundige opzet, maar ook aan bestaande linten en straten. Dit kantoorgebouw is een representatief voorbeeld uit deze periode. Beschrijving Het provinciehuis is opgebouwd uit een lang hoog kantoorgedeelte op een rechthoekige plattegrond met haaks daarop een nieuwbouwgedeelte uit 1991 en uit een lager representatief gedeelte van twee bouwlagen op een min of meer vierkante plattegrond met overhoeks aansluitende volumes. Beide delen zijn via een transparante loopbrug op de eerste verdieping met de gevelbelettering “provinciehuis overijssel” met elkaar verbonden. Het gebouw kent een sterke horizontale geleding door de uitstekende betonvloeren en stalen balken en de invulling met glasstroken.

De grote glasvlakken met lichtgekleurde stijlen en borstweringen worden afgewisseld met lichte baksteenvlakken.

Bronnen: Top 25 Potentiële Wederopbouwmonumenten (1940-1965) gemeente Zwolle, 2014 Actualisatie ruimtelijk erfgoed van de wederopbouw in Zwolle, 2023 Provinciehuis Overijssel, Bureau voorlichting Overijssel https://www.kraaijvanger.nl/nl/projecten/proviniciehuis-overijssel

Het representatieve paviljoengebouw, met de statenzaal, bestaat uit twee bouwlagen met een hoger middendeel met plat dak met brede overstekken en een lichtstrook voor de daglichttoetreding in de statenzaal. De constructie bestaat uit een betonskelet met wanden van beton en Groninger steen in schoon metselwerk. Daarboven is een staalconstructie toegepast met een lichte stalen vakwerkconstructie ter overspanning van de statenzaal. Centraal in het paviljoen ligt de statenzaal die bereikbaar is via een royale trappartij van Öland kalksteen. De wand aan de zijde van de statenzaal bestaat uit massief schoon beton met steeds verder naar binnen springende blokken. Deze wand heeft tijdens een renovatie door bureau Kraaijevanger in 2007 de goudkleurige afwerking gekregen. De brede borstwering langs de trap heeft een gestucte afwerking en is aan de bovenzijde afgedekt met gelakt hout. Aan deze borstwering hangen houten bankjes van dezelfde houtsoort. De plafonds van de ruimtes rond de statenzaal hebben vierkante plafondplaten van blank gelakt okoumé op een zwart raster. Het kantoorgedeelte telt zeven verdiepingen en twee kelderlagen. De bovenste verdieping ligt terug op de kopse kanten, zodat er ruimte is ontstaan voor een dakterras. Twee transparante trappenhuizen met glazen bouwstenen zijn tegen lange zijden van het

1

Redengevende omschrijving Provinciehuis hoofdvolume geplaatst. De constructie bestaat uit onafgewerkt zichtbeton en de trap is voorzien van trapleuningen. De vloeren en trappen zijn bekleed met donkergrijze natuursteen. De kolommenstructuur in het middengebied zorgde voor vrij indeelbare verdiepingen met kernen met toiletten, keukenblokken en liftschachten en twee aparte trappenhuizen. In grote open werkruimten kon door middel van kastenwanden een eigen gebied gecreëerd worden. Aan het noordoostelijke trappenhuis sluit de kantooruitbreiding uit 1991 aan.

ontwerp zijn grotendeels natuurlijke materialen verwerkt, die Duintjer in deze periode veel toepaste: baksteen, schoon beton, blank hout, stalen kozijnen en natuurstenen vloeren.

Het tuinontwerp kende een strakke geometrische indeling, maar door de losse beplanting ontstond een speels effect. Aan de Luttenbergstraat kwam een parkeerterrein met gras, omgeven door boomvakken en een tweede entreepartij aan Luttenbergstraat. Aan de achterzijde, grenzend aan het park ontwierp Mien Ruys een wandelterras met niveauverschillen, gemarkeerd door bielzen, bloemvakken en waterpartij met betonnen zitelementen.

In 1963 maakte Duintjer al een tekening voor een eventuele uitbreiding aan de zijde van het parkeerterrein; een klein rechthoekig volume dat eveneens door een loopbrug of tussenlid met het hogere bouwdeel verbonden zou moeten worden. Pas in 1991 kwam een uitbreiding tot stand waarbij het kantoorgedeelte aan de noordzijde is uitgebreid met een haaks geplaatste vleugel. Deze uitbreiding, ontworpen door bureau Ingenieurs/Architecten Associatie heeft een meer gesloten karakter dan het deel van Duintjer. In de jaren 2004-2007 is het interieur van het kantoorgedeelte opnieuw ingericht naar ontwerp van Dirk-Jan Postel van bureau Kraaijvanger Urbis uit Rotterdam.

Architectuur en Stedenbouw Het provinciehuis ligt op een ruim bemeten kavel aan de Luttenbergstraat, op de hoek met de Wethouder Alferinklaan. De locatie van het provinciehuis maakte deel uit van Het 'Uitbreidingsplan in Hoofdzaken' voor Assendorp-Pierik (1948-1953) dat werd ontworpen door W.M. Dudok. Het plan van Dudok behelsde een raadhuis en schouwburg ten zuiden van de Wethouder Alferinkweg en ten noorden ervan een sport- en wandelpark, De Wezenlanden. Dit park vormt een brede groenstrook, naar het westen toe, oorspronkelijk bedacht tot aan het stadscentrum. Dudoks plan voorzag in de noordwestelijke kop van park De Wezenlanden in ruime recreatieterreinen met aangrenzend een school. In 1956 volgde Het 'Uitbreidingplan in hoofdzaken' van Van Embden en Roorda van Eysinga. Van Embden kreeg de supervisie over de invulling van het gebied grenzend aan het park De Wezenlanden. In het plan van Van Embden werd op de plek van de door Dudok beoogde school het nieuwe Provinciehuis geprojecteerd. Aan het definitieve ontwerp van het provinciehuis ging een meervoudige opdracht vooraf met vijf verschillende architecten. Naast Duintjer behoorden ook ir. Boks, prof. Holt, H. Mastenbroek en bureau Koning en Reintjes tot de selectie. Het winnende ontwerp van Duintjer uit 1961 had als motto ´Over de IJssel´.

Het provinciehuis kent een duidelijke functiescheiding: een hoogbouw voor administratieve doeleinden met kantoren aan de noordoostelijke zijde en laagbouw voor representatieve doeleinden aan de zuidwestelijke zijde. De twee gebouwdelen zijn verbonden door een loopbrug, waaronder de entrees naar beide gebouwdelen zijn opgenomen. Deze open opzet biedt een doorkijk naar het achterliggende park en versterkt de relatie tussen het gebouw en omringende landschap. De bedoeling van de architect was "(...) met de doorgang in het provinciehuis, een duidelijke verbinding te formeren tussen de oude en de nieuwe stad. De terrassen rondom het representatieve deel zijn als openbare terreinen gedacht - met banken en veel groen - teneinde het 'gewone leven' zo dicht mogelijk bij het gebouw te brengen en de gedachte aan een representatieve gereserveerdheid zoveel mogelijk te vermijden." Het provinciehuis is door de sterke horizontale geleding van de grote vloer- en dakoverstekken, afgewisseld met lichte baksteen en grote glasvlakken, een kenmerkend ontwerp van Duintjer. In het

Op voorspraak van Duintjer werd tuinarchitect Mien Ruys (1904-1999) aangetrokken voor het tuinontwerp. De tuin werd aangepast aan de uitstraling van het gebouw. Mien Ruys ontwierp vanaf 1963 tot 1971 de openbaar toegankelijke tuin in een Modernistische tuinstijl.

Met de uitbreiding van het provinciehuis moesten de nodige aanpassingen aan de tuin worden uitgevoerd. De tuin is na de renovatie van 2004-2006 hersteld door bureau Mien Ruys. De waterpartij en fonteinen zijn gerestaureerd en behouden en de bloemvakken zijn opnieuw ingericht met een mix aan planten, zodat ze elk seizoen bloeien. Omvang van de bescherming De bescherming heeft betrekking op het gehele bouwvolume en richt zich op: 1. Het casco, waaronder de gevels, bouwmuren en constructies, de trappenhuizen, de daken en de kelders. 2. De gevelbelettering onder de loopbrug met de tekst “provinciehuis overijssel”. 3. De interieurafwerking van het trappenhuis en de aangrenzende open ruimte met plafonds en borstweringen in het representatief gedeelte. 4. De interieurafwerking van de twee betonnen trappenhuizen in de kantoorvleugel. 5. De bij het provinciehuis behorende tuinaanleg aan de park- en Wethouder Alferinkwegzijde. De niet beschreven interieurdelen en de oostelijke kantoorvleugel uit 1991 ontworpen door bureau Ingenieurs/Architecten Associatie vallen buiten de omvang van de bescherming. Waardering Object van algemeen belang voor de gemeente Zwolle vanwege zijn architectuurhistorische, cultuurhistorische, stedenbouwkundige en ensemblewaarden en vanwege zijn gaafheid.

 Het provinciehuis is architectuurhistorisch waardevol als belangrijke vertegenwoordiger van het naoorlogse type provinciale overheidsgebouwen en vanwege de voor die periode kenmerkende opzet in functioneel gescheiden volumes. Het gebouw is tevens architectuurhistorisch van belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het functionalistische ontwerp, met een sterk horizontale geleding en kenmerkende detaillering en materiaalgebruik, en de representatieve plaats die het gebouw inneemt in het oeuvre

2

Redengevende omschrijving Provinciehuis

 

 

van architect Duintjer. Het provinciehuis heeft cultuurhistorische waarde als gebouw waarin de maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig zichtbaar zijn: als overheidsgebouw dat open en toegankelijk moest zijn voor de burger. Het provinciehuis heeft stedenbouwkundige betekenis als landmark dankzij de beeldbepalende ligging, de maatvoering en de geleding van het volume, de verbindende onderdoorgang, de relatie met het omringende landschap en het tuinontwerp van Mien Ruys. De ensemblewaarde wordt bepaald door de samenhang tussen het gebouw en de tuinaanleg. Het provinciehuis heeft een hoge mate van architectonische gaafheid, waarin het oorspronkelijk bedoelde eindbeeld van de architect nog vrijwel onveranderd en duidelijk herkenbaar is.

3

Redengevende omschrijving Provinciehuis

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=79d024b4-e422-49d6-b19f-7725b0971b90