CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rapport ROVA – Proef kleinere opening restafvalcontainers Zwolle

Raad Besluitvormingsronde 21 mei 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Kleinere openingen restafvalcontainers en wegende afvalcontainer4.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROEF KLEINERE OPENING RESTAFVALCONTAINERS ZWOLLE RESULTATEN

ROVA, februari 2024

INHOUDSOPGAVE 1 2 3 4 5

Inleiding .............................................................................................. 3 Het gebruik van de kleinere openingen .............................................. 7 Voorkeur en behoefte deelnemende huishoudens ........................... 11 Overige uitkomsten proef ................................................................. 18 Conclusies & aanbevelingen ............................................................ 20

1 INLEIDING Met de invoering van het tarief op restafval per 1 januari 2023 betalen Zwolse inwoners €1,70 per keer dat ze een afvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter storten en €2,30 voor de iets grotere restafvalcontainer in de binnenstad (80 liter)1. In 2023 heeft ROVA in opdracht van de gemeente Zwolle een proef uitgevoerd met kleinere openingen van restafvalcontainers. Dit document presenteert de uitkomsten van deze proef.

1.1.

AANLEIDING

In de raadsdebat van 26-09-2022 heeft de gemeenteraad haar zorgen geuit over de praktische toepasbaarheid van de inwerpgroottes (van 60 en 80 liter) van de huidige ondergrondse restafvalvoorzieningen voor bepaalde doelgroepen. Zo zouden bijvoorbeeld senioren of klein behuisde inwoners benadeeld kunnen worden indien ze kleinere of minder volle afvalzakken willen of moeten storten omdat een volle zak te zwaar is of omdat er geen ruimte is in en om het huis om het afval op te sparen tot de zak vol is. Het college van B&W heeft naar aanleiding van deze zorgen besloten om een proef uit te voeren met kleinere openingen van de restafvalcontainers.

1.2.

DOEL EN VRAAGSTELLING PROEF

Het doel van de proef is om inzicht te krijgen in de behoefte aan kleinere inwerpopeningen voor het restafval onder Zwolse inwoners. Het gaat bij deze behoefte om zowel 1) de wens voor een kleinere opening als 2) het daadwerkelijk gebruik van een kleinere opening. Centraal staan de volgende onderzoeksvragen: 1. Willen Zwolse inwoners voor het aanbieden van hun restafval liever gebruik maken van een kleinere opening (van 30 liter of 40 liter), of van de reguliere opening van 60 liter, of willen inwoners zowel de kleinere opening als de huidige 60 liter tot hun beschikking hebben? 2. Welke opening (30l of 40l of 60l), of combinatie van openingen, wordt in de praktijk het meest gebruikt? 3. Zijn er verschillen tussen Zwolse inwoners wat betreft voorkeuren of gebruik van een kleinere opening? a. Is er een verschil tussen senioren (65-plus) en inwoners van andere leeftijden? b. Is er een verschil tussen jongeren en studenten en andere inwoners? c. Is er een verschil tussen hoogbouw en laagbouw huishoudens? 1

Inwoners in de zogeten verspreide bouw bieden hun restafval aan in een mini-container. Zij betalen €10,20 per keer dat ze de mini-container aan de weg zetten.

3

d. Is er een verschil tussen een- en meerpersoonhuishoudens? 4. Wat is de maximale afstand voor inwoners om restafval te brengen naar de opening van voorkeur?

1.3.

OPZET PROEF (1): KLEINERE OPENINGEN

Om dit inzicht te verkrijgen zijn allereerst tien proeflocaties ingericht, waarbij aangesloten huishoudens gedurende een half jaar gebruik konden maken van de reguliere opening (van 60 liter) en een kleinere opening. Op de markt zijn twee kleinere openingen beschikbaar: een 40 liter en 30 liter opening. Op vijf proeflocaties konden huishoudens gebruik maken van een combinatie van 60 en 40 liter, gerealiseerd door op locaties met twee restafvalcontainers naast elkaar, de opening van één restafvalcontainer aan te passen naar 40 liter. Op de vijf andere proeflocaties is de huidige restafvalcontainer vervangen voor een ‘duocontainer’; dat is één restafvalcontainer met twee verschillende openingen van 60 liter en 30 liter. De keuze voor de tien proeflocaties is gemaakt op basis van de kenmerken van de op de restafvalcontainer(s) aangesloten huishoudens. Op twee proeflocaties zijn voornamelijk senioren aangesloten (in zowel één- als meerpersoons huishoudens); op twee proeflocaties zijn voornamelijk veel jongeren en studenten aangesloten (met op verzoek van de gemeenteraad specifieke aandacht voor het Talentenplein); en op twee locaties zijn met name huishoudens aangesloten met beperkte binnen- of buitenruimte voor het opsparen van restafval (hoogbouw en compacte buurten). Op de overige vier proeflocaties is een diverse groep huishoudens aangesloten.

De proef is uitgevoerd tussen 1 juli en 31 december 2023. Gedurende deze periode konden op de proeflocaties aangesloten huishoudens gebruik maken van beide openingen. In totaal konden 1.875 huishoudens meedoen aan de proef. De restafvalcontainers met kleinere opening zijn na afloop van de proef in originele staat hersteld.

1.4.

OPZET PROEF (2): VRAGENLIJST

Om de ervaring van de deelnemende huishoudens te peilen met het gebruik van een kleinere opening is in november/december 2023 een vragenlijst naar huishoudens gestuurd. De vragenlijst omvat negen vragen over het gebruik van de reguliere en kleinere openingen alsmede over de woonsituatie van huishoudens. Huishoudens konden via een QR-code en een persoonlijk wachtwoord de vragenlijst digitaal invullen. Een deel van de huishoudens heeft een papieren vragenlijst ontvangen. De vragenlijst is in week 47 verstuurd.

4

In totaal hebben 404 huishoudens de vragenlijst ingevuld (respons = 21,5%). Van alle huishoudens die zijn aangeschreven heeft 25,8% gereageerd, en van alle eenperrsoonshuishoudens die zijn aangeschreven heeft 18,2% gereageerd. Dit is voldoende om de uitkomsten als representatief te beschouwen voor alle huishoudens. Tabel 1 geeft de respons weer per proeflocatie. Tabel 1: Respons per proeflocatie Locatie proef

Aangeschreven

Vragenlijst ingevuld

Respons-percentage

1. Voosterweg

134

61

45,5%

2. Dollard

95

12

12,6%

3. Leliestraat

105

14

13,3%

4. Sportlaan

117

33

28,2%

5. Brederostraat

103

35

34,0%

6. Lijnbaan

349

87

24,9%

7. Groeneweg

86

12

14,0%

8. Provincieroute

158

46

29,1%

9. Bredebeek

244

62

25,4%

10.Talentenplein

484

42

8,7%

Totaal

1.875

404

21,5%

1.5.

OPMERKINGEN OVER DE PROEF EN RESULTATEN

Bij de analyse en presentatie van de resultaten van de proef moeten de volgende opmerkingen vooraf worden gemaakt:

•

•

•

Op verzoek van de gemeenteraad is het Talentenplein meegenomen in de proef en in de analyse. Deze locatie zorgt wel voor een aantal (eerder genoemde) specifieke aandachtspunten die de analyse kunnen beïnvloeden2. Waar wenselijk wordt hier aan gerefereerd. De proeflocaties zijn gekozen op basis van een verwachte ruime vertegenwoordiging van de beoogde doelgroep op die proeflocatie. Echter, niet alle op de proeflocaties aangesloten huishoudens behoren uitsluitend tot de doelgroep. Waar mogelijk zijn de doelgroepen gespecificeerd op basis van bij de gemeente beschikbare gegevens over huishoudens. Voor het daadwerkelijk gebruik van de kleinere opening is gebruik gemaakt van ledigingsgegevens per huishoudens van ROVA. Deze gegevens zijn waar mogelijk gekoppeld aan BRP-gegevens over de

2 Bij de locatie met studentenhuizen is - net als bij de andere locaties -

een criterium dat zij individueel afvalstoffenheffing betalen én zowel het vaste als variabele deel zelf betalen. Bij zogenaamde short stay studenten is dit niet het geval doordat de kosten voor afval via de servicekosten worden verrekend. Hierdoor bestaat bij deze studenten geen (financiële) prikkel om andere volumes aan te bieden. Deze situatie bestaat ook bij het Talentenplein. Daarnaast spelen andere factoren op deze locatie een rol. Dit zijn het grote aantal verhuizingen, de speciale aandacht die met name de internationale studenten kunnen vragen in de communicatie en de huidige situatie omtrent bijplaatsingen en ophalen van grofvuil.

5

samenstelling van huishoudens (leeftijd en huishoudgrootte). Voor een duiding van het gebruik door huishoudens met en zonder huisdieren en huishoudens met of zonder ruimte om het huis is gebruik gemaakt van de antwoorden van respondenten van de vragenlijst. Dit omdat deze gegevens niet bekend zijn in de basisregistratie van de gemeente.

1.6.

UITVOERING PROEF

De proef is uitgevoerd door ROVA in samenwerking met team Afval & Grondstoffen en de Afdeling Informatievoorziening van de gemeente.

1.7.

LEESWIJZER

Na deze inleiding gaat Hoofdstuk 2 in op het gebruik van de kleinere openingen van restafvalcontainers door deelnemende huishoudens. Hoofdstuk 3 gaat in op de achterliggende voorkeuren en behoeften van deelnemende huishoudens. Hoofdstuk 4 zet beknopt enkele overige resultaten uiteen. Het afsluitende Hoofdstuk 5 formuleert enkele conclusies en doet aanbevelingen voor een vervolg.

6

2

HET GEBRUIK VAN DE KLEINERE OPENINGEN

Dit hoofdstuk brengt in kaart of, en zo ja welke, deelnemende huishoudens gebruik hebben gemaakt van de kleinere opening van de restafvalcontainer. Deze informatie is gebaseerd op ledigingsgegevens per huishouden van ROVA.

2.1. GEBRUIK KLEINERE OPENING De kleinere opening (30 en 40 liter) is minimaal 1x gebruikt door 76% van de deelnemende huishoudens3. Maar liefst 36% van de deelnemende huishoudens hebben meer dan 5 keer gebruik gemaakt van de kleinere opening.

2.2. GEBRUIK KLEINERE OPENING PER PROEFLOCATIE Van alle ledigingen restafval gedurende de proefperiode heeft 31% plaatsgevonden op een kleinere opening (30 en 40l) en 69% op de grotere opening. De reguliere opening wordt dus 2x zoveel gebruikt als de kleinere opening. Er zijn geen grote verschillen tussen proeflocaties in het gebruik van de 30l of 40l opening. Op de proeflocatie aan de Voorsterweg (30/60l) is de kleinere opening het meest gebruikt; aan de Dollard (30/60l) het minst. Tabel 2: Gebruik 30l vs 60l per proeflocatie

PROEFLOCATIE

GEBRUIK 30L

GEBRUIK 60L

Voorsterweg

40,4%

59,6%

Dollard

20,9%

79,1%

Leliestraat

27,3%

72,7%

Sportlaan

35,9%

64,1%

Brederostraat

30,7%

69,3%

Totaal

31,0%

69,0%

PROEFLOCATIE

GEBRUIK 40L

GEBRUIK 60L

Lijnbaan Groeneweg Provincieroute Bredebeek Talentenplein Totaal

26,4% 33,5% 29,7% 29,6% 35,4% 30,9%

73,6% 66,5% 70,3% 70,4% 64,6% 69,0%

Tabel 3: Gebruik 40l vs 60l per proeflocatie

3

Uit de antwoorden van deelnemende huishoudens op vragen uit de vragenlijst blijkt dat een deel hiervan ‘per ongeluk’ is omdat huishoudens de verkeerde restafvalcontainer openden.

7

2.3. GEBRUIK KLEINERE OPENING PER DOELGROEP Er is een verschil tussen bepaalde doelgroepen in het gebruik van de kleinere opening. Het zijn vooral 1) eenpersoonshuishoudens, 2) jongeren en studenten, 3) huishoudens zonder tuin en (in mindere mate) 4) huishoudens zonder huisdieren die vaker gebruik (zeggen te) maken van de kleinere opening. Van alle ledigingen van eenpersoonshuishoudens heeft 33% plaatsgevonden op een kleinere opening; dit is 28% bij de meerpersoonshuishoudens (zie Figuur 1). Van de huishoudens waarvan de hoofdbewoner jonger is dan 26 jaar (jongeren en studenten) heeft 36% plaatsgevonden op een kleinere opening; bij andere leeftijden is dit 28%. Opvallend is dat senioren (hoofdbewoner is ouder dan 66 jaar) hun restafval niet vaker ledigen op een kleinere opening dan andere leeftijden. Vooral deze laatste uitkomst is interessant. Dit omdat vooraf werd verwacht dat juist bij de doelgroep senioren een grotere behoefte zou zijn aan een kleinere opening dan bij andere doelgroepen. Dit blijkt echter niet het geval. Figuur 1: Verschil in gebruik grotere dan wel kleinere opening tussen doelgroepen (gebaseerd op ledigingsgegevens ROVA gekoppeld aan BRP-gegevens4)

Meerpersoonshuishoudens

72%

28%

Eenpersoonshuishoudens

67%

33%

Andere leeftijden (26+)

72%

28%

Jongeren en studenten (-25)

64%

36%

Andere leeftijden (65-)

31%

Senioren (65+)

31% 0%

10%

20%

Aandeel ledigingen 60 liter

30%

40%

69% 69% 50%

60%

70%

80%

Aandeel ledigingen 30/40 liter

Van alle huishoudens zonder tuin zegt 59% vooral gebruik te hebben gemaakt van de kleinere opening. Bij deze huishoudens is minder ruimte om het huis om afval te bewaren tot de afvalzak vol zit. Bij de huishoudens zonder huisdieren is dit 51% (zie Figuur 2). Huishoudens met huisdieren maken dus vaker gebruik van een grotere opening, bijvoorbeeld voor het storten van kattengrit.

4

8

Basisregistratie Persoonsgegevens.

Figuur 2: Verschil in gebruik grotere dan wel kleinere opening tussen doelgroepen (gebaseerd op antwoorden respondenten van de vragenlijst)

Huishoudens zonder huisdieren

41%

Huishoudens met huisdieren

41%

Huishoudens zonder tuin

51%

51%

32%

Huishoudens met tuin

59%

53%

38%

0% Beiden evenveel

10%

20%

Gebruik 60 liter

30%

40%

50%

60%

70%

Gebruik 30/40 liter

2.3. VERANDERING IN GEBRUIK KLEINERE OPENING GEDURENDE PROEF Gedurende de proefperiode is sprake van een lichte afname in het gebruik van de kleinere opening. Waar gedurende de eerste drie maanden 32,7% van het totaal aantal ledigingen op de kleine opening plaatsvond, daalt dit percentage naar 28,8% gedurende de tweede drie maanden van de proef. Het is niet bekend waardoor dit komt.

2.4. ONTWIKKELING AANTAL AANBIEDINGEN Het aantal aanbiedingen is gedurende de proeflocaties 21,6% hoger dan het aantal aanbiedingen gedurende het half jaar voor de proefperiode. Dit is conform verwachtingen omdat huishoudens immers vaker restafval storten op kleinere openingen dan op grotere openingen. Het aantal aanbiedingen op de proeflocatie van de Lijnbaan is met ruim 60% het sterkst gestegen (40/60l combinatie) en het aantal aanbiedingen op de proeflocatie Leliestraat (30/60l combinatie) is zelfs heel licht gedaald (1,8%).

2.5. ONTWIKKELING AANBOD RESTAFVAL (KG) De aangeboden hoeveelheid restafval (kg) is gedurende de proefperiode met 7% gedaald ten opzichte van het eerste half jaar van 2023. Het lijkt er dus op dat inwoners van de proeflocaties hun afval beter zijn gaan scheiden door het gebruik van de kleinere opening en/of door de communicatie over de proef. Gemiddeld wordt voor de proef 6,3 kg per lediging aangeboden op de reguliere 60 liter openingen. Na de proefperiode zien we gemiddeld 4,3 kg per lediging op de 60/30 (niet te differentieren naar 60l of 30l omdat het restafval in dezelfde 9

ondergrondse container wordt gestort) en 2,3 kg per lediging op de 40 liter in combinatie met 5,9 kg op de 60 liter. Er wordt dus (logischerwijs) duidelijk minder kilo restafval aangeboden op de kleinere openingen. Echter, ook het aanbod op de grotere openingen is gemiddeld met 0,4 kilo gedaald.

2.6. SAMENVATTING Gedurende de proefperiode heeft ongeveer een derde van de ledigingen plaatsgevonden op de kleinere opening, door ook ongeveer een derde van de huishoudens. Huishoudens die vooral gebruik hebben gemaakt van de kleinere opening zijn eenpersoonshuishoudens, jongeren/studenten en huishoudens zonder tuin. Logischerwijs is het gewicht per aanbieding gedaald en het aantal ledigingen gestegen. Opvallend is de afname van de totale hoeveelheid ingezameld restafval op de proeflocaties na de start van de proef (-7%).

10

3 VOORKEUR EN BEHOEFTE DEELNEMENDE HUISHOUDENS Dit hoofdstuk gaat in op de ervaringen, voorkeuren en behoeften van deelnemende huishoudens in het gebruik van een kleinere opening voor het restafval. De resultaten zijn afkomstig uit de aan de deelnemers verstuurde vragenlijst. Er wordt bij de kleinere opening alleen een onderscheid gemaakt tussen de 30-liter en 40-liter opening wanneer er een opvallend verschil is waargenomen tussen deze twee litermaten.

3.1. REDENEN GEBRUIK GROTERE EN/OF KLEINERE OPENING Wat zijn de redenen voor het gebruik van een kleinere of juist grotere opening? Huishoudens konden meerdere redenen aangeven waarom ze van welke opening gebruik hebben gemaakt. 3.1.1. GEBRUIK KLEINERE OPENING

Inwoners die gebruik maken van de kleinere opening geven aan dat ze dit doen omdat ze afval goed scheiden en dus weinig restafval hebben (31,1%) of omdat het betreffende huishouden uit weinig personen bestaat en er dus weinig afval is (27,1%). Zie Figuur 3. Figuur 3: Redenen voor het gebruik van de kleinere inwerpopening

3.1.2. REDENEN GEBRUIK GROTERE OPENING

Figuur 4 laat zien dat voor de grotere opening veelal wordt gekozen omdat in huis een grote prullenbak wordt gebruikt (35,7% van de antwoorden) of omdat inwoners het liefst zo weinig mogelijk naar de restafvalcontainer lopen (29,1%). De meeste van deze huishoudens sparen het restafval dan ook op tot de zak vol zit en gooien alleen volle zakken weg (65,3%). 11

Figuur 4: Redenen voor het gebruik van de grotere inwerpopening (60liter)

3.1.3. REDENEN GEBRUIK BEIDE OPENINGEN

Er is ook een groep die zegt van beide openingen evenveel gebruik te hebben gemaakt. De belangrijkste reden voor inwoners om van beide evenveel gebruik te maken (33,3%) is dat de huishoudens de ene keer meer restafval hebben dan een andere keer (zie Figuur 5). Ook gooien huishoudens bepaald afval, zoals gftafval in de zomer, graag wat vaker en sneller weg (30,3%). Figuur 5: Redenen voor het gebruik van beide openingen

12

3.2. TOEKOMSTIG GEBRUIK GROTERE EN/OF KLEINERE OPENING Gevraagd naar de wens van welke opening huishoudens in de toekomst gebruik willen maken geeft 38% van de respondenten aan vooral de grotere opening te willen gebruiken en 34,1% de kleinere opening (zie Figuur 6). Er is hierbij geen (statistisch significant) verschil tussen de huishoudens die van de 30-liter of 40liter opening gebruik konden maken. Een kwart zou het liefst van beide openingen gebruik maken. Figuur 6: Voorkeur toekomstig gebruik openingen

Ruim 60% van de respondenten zou dus graag (ook) gebruik maken van een kleinere opening. Hierbij geeft wel ruim de helft (52,1%) aan geen gebruik te maken van de kleinere opening indien deze container verder staat dan de huidige restafvalcontainer (zie Figuur 7). Slechts 11,3% geeft aan dat een centraal punt in de wijk voor hen geen belemmering is om gebruik te maken van een kleinere opening.

13

Figuur 7: Bereidwilligheid voor het afleggen van een afstand voor de container met een kleinere opening

3.3. VERSCHILLEN IN VOORKEUREN TOEKOMSTIG GEBRUIK DOELGROEPEN Welke huishoudens willen voor de toekomst met name gebruik maken van een kleinere opening (al dan niet in combinatie met een 60 liter container)? 3.4.1. VOORKEUR VOOR GEBRUIK KLEINERE OPENING

Net als bij het daadwerkelijk gebruik van de kleinere opening zijn het in ieder geval de 1) eenpersoonshuishoudens, 2) jongeren en studenten en 3) de huishoudens zonder tuin die aangeven in de toekomst graag van de kleinere opening gebruikt te willen blijven maken. Bij de eenpersoonshuishoudens geeft bijna de helft (47,6%) aan liever een kleine opening te gebruiken in de toekomst tegenover 22,3% bij de meerpersoonshuishoudens. En 45% van de huishoudens zonder tuin geeft aan een voorkeur te hebben voor de toekomst voor een kleinere opening tegenover 23,5% van de huishoudens met tuin (zie Figuren 8 en 9). Vooral de voorkeur voor de toekomst van jongeren en studenten (zie Figuur 10) is uitgesproken: 54,3% van de studenten/jongeren aangeven liever in de toekomst gebruik te maken van een kleinere opening ten opzichte van 31,5% voor andere leeftijdsgroepen5.

5 Let hierbij wel op: deze resultaten zijn gebaseerd op de antwoorden van huishoudens die aangesloten waren

op de proeflocatie ‘studenten’.

14

Figuur 8: Verschil in wens voor toekomstig gebruik van kleine dan wel grote opening tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens

Figuur 9: Verschil in wens toekomstig gebruik grotere of kleinere opening huishoudens met en zonder tuin

15

Figuur 10: Verschil in wens grotere of kleinere opening studenten/jongeren

3.4.2. GEEN VOORKEUR IN GEBRUIK GROTERE OF KLEINERE OPENINGEN

Gebaseerd op de antwoorden uit de vragenlijst lijkt er geen significant verschil te zijn in voorkeuren voor de toekomst tussen 1) senioren en niet-senioren (zie Figuur 11), 2) huishoudens in de compacte bouw of hoogbouw en laagbouw en 3) huishoudens met en zonder huisdieren. Dit laatste resultaat wijkt af van het (gemelde) gebruik van de kleinere opening, waarbij huishoudens zonder huisdieren aangaven vaker van de kleinere opening gebruik te hebben gemaakt. Figuur 11: Verschil in wens voor toekomstig gebruik van kleine dan wel grote openingen tussen senioren (65+) en andere leeftijden (65-)

16

3.5. SAMENVATTING Ongeveer 60% van de respondenten van de vragenlijst geeft aan dat ze in de toekomst behoefte hebben aan de mogelijkheid om hun restafval te kunnen storten op een container met een kleinere opening. De redenen hiervoor zijn dat er weinig restafval is door goed te scheiden of omdat het huishouden uit weinig personen bestaat. Ook willen sommige huishoudens bepaald afval wat vaker weggooien dan ander afval, zoals gft-afval in de zomer. Vooral eenpersoonshuishoudens, jongeren en studenten en huishoudens zonder tuinen prefereren voor de toekomst de kleinere opening. Wel geeft de helft van de respondenten die graag een kleinere opening willen aan geen gebruik te maken van de kleinere opening als deze container verder weg staat dan de huidige restafvalcontainer.

17

4. OVERIGE UITKOMSTEN PROEF Dit hoofdstuk bespreekt enkele overige uitkomsten van de proef.

4.1. AFVALSCHEIDING Van de huishoudens die de vragenlijst hebben ingevuld, geeft 89,9% aan dat ze zo goed mogelijk afval scheiden. Daarnaast laat Figuur 12 zien dat bijna de helft van de respondenten aangeeft thuis voldoende ruimte te hebben om afval goed te scheiden. Een derde geeft aan van niet. Figuur 12: Ruimte in en om het huis om afval te bewaren

4.2. PROBLEMEN GEBRUIK KLEINERE OPENINGEN Aan deelnemende huishoudens is in de vragenlijst gevraagd of het gebruik van de kleinere openingen tot problemen heeft geleid. Bijna 37% van de respondenten (die gebruik hebben gemaakt van de kleinere opening) ondervond geen problemen. Voor 13,9% was de opening te klein en bij 5,5% ging de container vaak niet goed open. Zo’n 18,4% vond vooral het bijgeplaatste afval naast een container een probleem (zie Figuur 13). Er is een duidelijk verschil in ervaren problemen tussen de 30 liter en 40 liter openingen. De helft van de respondenten had geen problemen met de 30-liter opening tegenover 28,7% bij de 40-liter opening. Bij de 40-liter zag 24,0% veel afval naast de container (bijplaatsingen) en vond 18,9% de opening te klein.

18

Figuur 13: Ervaren problemen met de kleinere opening

4.3. OPMERKINGEN HUISHOUDENS OVER PROEF Tot slot nog enkele algemene en overige opmerkingen over de proef van deelnemende huishoudens: •

• • •

•

Een deel van de huishoudens geeft aan het lastig in te schatten te vinden welke omvang van een afvalzak in welke opening past. De litermaat van de zak correspondeert niet per definitie met de litermaat van de opening. Een deel van de huishoudens vindt dat de kleinere opening naar verhouding duur is ten opzichte van de grotere opening. De 40-liter opening wordt door een deel van de huishoudens als zeer onpraktisch/te klein ervaren. Een klein deel van de huishoudens ziet in het creëren van extra pmdverzamelvoorzieningen (ondergronds) meer potentie dan in kleinere openingen. Een deel van de huishoudens meent dat het afschaffen van het tarief op restafval een betere optie is dan het aanbieden van verschillende openingen.

19

5. CONCLUSIES & AANBEVELINGEN Dit hoofdstuk formuleert enkele conclusies en doet aanbevelingen voor een vervolg.

5.1. CONCLUSIES Op basis van de resultaten kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •

•

•

•

Er is een duidelijke behoefte aan het storten van restafval op een container met een kleinere opening. Ongeveer een derde van de deelnemende huishoudens aan de proef heeft regelmatig gebruik gemaakt van een kleinere opening en zo’n 60% (van de respondenten) geeft aan in de toekomst van een kleinere opening gebruik te willen maken, al dan niet in combinatie met een reguliere 60-liter restafvalcontainer. Het maakt bij deze behoefte niet uit of de kleinere opening een 30-liter opening is of een 40-liter opening. Wel ervaren huishoudens die gebruik konden maken van de 40-liter opening meer problemen met de restafvalcontainer dan huishoudens die gebruik konden maken van de 30/60-liter duo-container. Het zijn vooral eenpersoonshuishoudens, jongeren en studenten, en huishoudens zonder tuin die vaker gebruik (zeggen te) hebben gemaakt van een kleinere opening en dat in de toekomst ook graag willen blijven doen. De helft van de huishoudens die zeggen graag gebruik te willen blijven maken van een kleinere opening geven aan dat deze container niet verder mag staan dan de huidige restafvalcontainer. Met andere woorden, de bereidheid om een grotere afstand te overbruggen naar bijvoorbeeld een centraal gelegen restafvalcontainer met een kleinere opening is beperkt.

5.2. AANBEVELINGEN Op basis van deze conclusies wordt aanbevolen om: •

•

20

Tegemoet te komen aan de behoefte en voorkeur bij een deel van de huishoudens aan een kleinere opening voor restafval. Dit omdat enerzijds het faciliteren van huishoudens met een kleinere opening leidt tot verder draagvlak voor het vigerende afvalsysteem. Anderzijds past een kleinere opening bij de verwachting dat de hoeveelheid restafval per inwoner en huishouden in de toekomst geleidelijk verder afneemt. Hierbij voor de combinatie 30 liter en 60 liter te kiezen (duo-container). Dit omdat de helft van een reguliere 60 liter opening qua volume

•

•

•

makkelijker voor inwoners in te schatten is (dan de 40 liter) en de opening van 40 liter meer problemen met zich mee lijkt te brengen bij gebruik. Ook biedt de combinatie met 60 liter (i.p.v. alleen 30 liter) ruimte aan de verschillende snelheden waarin huishoudens hun restafval willen en kunnen reduceren. In principe alle huidige restafvalcontainers te vervangen door een 30/60duocontainer. Dit allereerst omdat het plaatsen van deze voorzieningen bij enkel de doelgroepen met een duidelijke behoefte aan een kleinere opening niet mogelijk is doordat deze doelgroepen niet per definitie geografisch geclusterd wonen. En ten tweede omdat het plaatsen van deze voorzieningen op strategische locaties in een wijk het risico met zich meebrengt dat deze doelgroepen (en andere inwoners) er geen gebruik van gaan maken. Deze vervanging van huidige restafvalcontainers gefaseerd en dus geleidelijk door te voeren, en hierbij vooral in te springen op de kansen die zich voordoen bij bijvoorbeeld herinrichtings- en optimalisatieplannen. En hierbij de focus te leggen op het plaatsen van duo-containers in gebieden waar relatief veel huishoudens wonen met weinig ruimte in en om het huis om restafval op te sparen.

Aanvullende overwegingen Het plaatsen van kleinere restafvalcontainers (specifiek de duo-container 30/60) is in de basis een servicemaatregel: een kleinere opening maakt het storten van kleine hoeveelheden restafval eenvoudiger, vooral voor bepaalde doelgroepen die niet veel restafval hebben of dit niet thuis kunnen opsparen. Het is aan de gemeente om een afweging te maken of deze verhoogde service opweegt tegenover de extra kosten voor het plaatsen van voorzieningen met een kleinere opening. Het plaatsen van deze voorzieningen leidt naast mogelijk versnelde afschrijving van bestaande voorzieningen tot structurele meerkosten voor duovoorzieningen. De resultaten van de proef laten echter ook zien dat de totale hoeveelheid gestort restafval gedurende de proefperiode (licht) is afgenomen ten opzichte van de periode voor de proef. Aanbevolen wordt om deze afname nader te onderzoeken. Indien inderdaad sprake blijkt te zijn van een structurele afname van de hoeveelheid restafval door het gebruik van kleinere openingen dan zou het verkleinen van de restafvalopeningen ook een milieumaatregel kunnen vormen, met bijkomende kostenvoordelen door een verlaging van de kosten voor het verbranden van restafval.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=02d4219e-393c-497b-adc0-4fd07160eb4a