1. Perspectiefnota 2022-2025.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2022-2025
17
htoekomst
5.9 Maatschappelijke ontwikkelingen Meer aandacht voor de relatie overheid-inwoner Zoals eerder opgemerkt willen we, onder meer als nasleep van de toeslagenaffaire ook op lokaal niveau meer aandacht voor de relatie tussen overheid en inwoner. In 2020 hebben we de herijking van onze dienstverlening afgerond met een nieuw programma dienstverlening 2021-2024. De focus in dit programma ligt op de relatie met de klant; dat vullen we in met klantreizen, klantonderzoeken en het versimpelen van communicatie (met name uitgaande brieven en webpagina’s), regels en processen. Een belangrijk onderdeel van het programma dienstverlening is het Versimpelteam dat in samenwerking met stad en organisatie werkt aan het versimpelen van communicatie, brieven, webteksten, e-mails etc. Het Versimpelteam is tot op heden altijd gefinancierd met incidentele middelen. Bij de begroting zullen we een besluiten moeten nemen over vervolgfinanciering Ook de invoering van de Omgevingswet heeft impact op de relatie met de inwoner. Met name als het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit brengt met zich mee dat wij onze data op orde moeten hebben en houden en de kwaliteit van onze dienstverlening verder moeten verbeteren.
met corona. Voor een ander deel met de groei van de stad. Bij de begroting voor 2021 hebben we al een eerste stap gezet in de structurele uitbreiding van onze capaciteit op dit gebied. De vervolgstap willen wij nemen bij de begroting 2022. Dierenwelzijn Wij blijven oog houden voor het welzijn van alle dieren in onze stad. Dit college heeft daar extra aandacht aan besteed. Bij de begroting zullen we aangeven hoe we die extra aandacht in de toekomst gaan continueren.
5.10 Organisatie Onze ambities, de verschillende transities en de schaalsprong kunnen alleen worden waargemaakt als de organisatorische randvoorwaarden op orde zijn. We moeten onder ogen zien dat op bepaalde plekken in onze organisatie de uitvoeringskracht onvoldoende is. De groei van de stad vraagt om een organisatie die meegroeit. In mensen, maar ook in kwaliteit en competenties. Dat laatste heeft te maken met nieuwe, complexe vraagstukken waar Zwolle mee te maken krijgt. Wij voorzien dat dit de komende jaren een investering vraagt. Gezien de beperkte structurele middelen vraagt dat een gefaseerde groei. Daar willen we in de komende begroting een aanzet toe geven.
Los van de Omgevingswet merken wij dat veel wordt gevraagd van toezicht en handhaving. Voor een deel hangt dit samen
18
Perspectiefnota 2022-2025
htoekomst
6. Strategische investeringsagenda
Zwolle groeit de komende jaren met 1.000 woningen per jaar. Een groot deel van de woningbouw wordt binnenstedelijk ingevuld. Dit zet veel druk op de stad, daarbij is het aan ons om te zorgen dat de kwaliteit van de stad goed blijft. Dat de stad blijft werken zoals die werkt, dat de wegen niet dichtslibben en de bereikbaarheid in stand blijft. Dat vraagt grote investeringen in de openbare ruimte, nu maar ook in de toekomst. Naast de groei van de stad blijven we inzetten om onze kwalitatieve ambities verder te ontwikkelen, zoals versterken centrumgebied (Spoorzone-Binnenstad), mobiliteit, 4e economische regio, klimaatbestendige groeigemeente en energietransitie. De diverse ontwikkelingen zijn in de omgevingsvisie benoemd. De groei en ambities van Zwolle leiden tot een grote toekomstige investeringsvraag. Via de Strategische Investeringsagenda (SIA) brengen we inzicht en overzicht aan in de toekomstige investeringsvraag en beoordelen we of de gemeente voldoende financiële mogelijkheden heeft om uitvoering te kunnen geven aan de strategische opgaven. Via de Investeringsagenda gaan we jaarlijks met de Raad in gesprek om te bespreken hoeveel middelen we moeten en willen sparen om de strategische opgaven de komende jaren uit te kunnen voeren. Daarbij blijven we de balans zoeken tussen de reguliere begrotingszaken en de toekomstige investeringen.
De Strategische Investeringsagenda is een belangrijk financieel instrument dat ons ondersteuning geeft op de al ingezette koers om de strategische opgaven voor de stad de komende 10, 20 of 30 jaar door te ontwikkelen. Zo is de afgelopen jaren
al een start gemaakt met het versterken van het centrumgebied (Spoorzone-Binnenstad), zijn in verband met de woningbouwopgave diverse gebiedsontwikkelingsplannen uitgewerkt of in onderzoeksfase en is de mobiliteitsvisie met de Raad besproken. De uitvoering van al deze plannen vertaalt zich de komende jaren in een grote investeringsvraag (globale indicatie € 200 tot € 300 miljoen in de komende 10 jaar). Zie voor detailinformatie de notitie ‘Strategische Investeringsagenda van 6 mei 2021’. Een ander belangrijk argument om te sparen voor de toekomstige investeringen is, dat het ons sterker maakt in onze positie met andere partijen die in de stad willen investeren. Door te beschikken over budgetruimte kunnen we slagvaardiger inspelen op financieringsmogelijkheden van derden (bijvoorbeeld groei- en ontwikkelfondsen) aan de ontwikkelingen in de stad. Een recent voorbeeld hiervan is de regeling woonimpulsen van het Rijk. Een mooie kans om een rijksbijdrage te verkrijgen om de gewenste ontwikkeling in de stad mogelijk te maken. Echter de gemeente moet wel zelf haar deel in de investering financieren. Ook zijn we in regionaal verband bezig om een regionale investeringsagenda op te stellen om op die wijze meer kans te maken op financiering door landelijke of Europese fondsen.
Bij dit soort kansen helpt het als de gemeente slagvaardig kan handelen door op voorhand te zorgen voor voldoende financieringsruimte. Voor de uitvoering van de strategische investeringen is het van belang dat we middelen apart zetten, zodat ze niet afhankelijk worden van het Rijksbeleid (zoals schommelingen in het
Perspectiefnota 2022-2025
19
htoekomst
gemeentefonds) of andere schommelingen in de gemeentefinanciën. Recent heeft de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) in haar adviesrapport ‘Rust-Reinheid-Regelmaat’ inzake het evenwicht in de bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en andere overheden aangegeven dat de decentrale overheden onvoldoende instrumenten hebben om grote meerjarige opgaven zoals klimaat en woningbouw te sturen en te bekostigen. De ROB onderstreept het belang om verder vooruit te kijken bij langjarige opgaven. Door middelen voor de strategische investeringen te reserveren ontstaat er meer financiële continuïteit en stabiliteit om uitvoering te geven aan de langjarige investeringsopgaven. De financieringsruimte voor de Strategische Investeringsagenda willen we creëren door te gaan ‘sparen/reserveren’. Dit willen we op vergelijkbare wijze doen als toegepast voor de eerste fase van de Spoorzone, te weten structurele ruimte in de begroting af te zonderen voor de Strategische Investeringsagenda en indien deze budgetruimte in enig jaar niet nodig is deze toe te voegen aan het Investeringsfonds. Bij de begroting 2021 is een eerste stap gezet door het instellen van een Investeringsfonds en € 6,7 miljoen in het fonds te storten. Bij de Perspectiefnota 2022-2025 willen we de volgende stap zetten.
De afgelopen maanden hebben we de invoering van de Strategische Investeringsagenda en de daarbij behorende criteria met de Raad besproken (6 april 2021 raadsdebat). Mede naar aanleiding van het raadsdebat over de uitgangspunten stellen wij voor de Strategische Investeringsagenda als financieel instrument toe te passen en daarbij te beginnen met variant 1 ‘Alleen grote fysieke investeringen in relatie tot wonen en werken’. Over eventuele verdere verbreding van de reikwijdte van de Investeringsagenda komen wij op een later moment met de Raad in gesprek.
Om de reikwijdte van de Investeringsagenda verder te concretiseren hebben wij op 6 april 2021 de volgende varianten met de Raad besproken, te weten: • Variant 1: Beperken tot alleen grote fysieke investeringen in relatie tot wonen en werken • Variant 2: Naast de grote fysieke investeringen ook investeringen in duurzaamheid • Variant 3: Verbreding naar nieuwe specifieke projecten. Mede op basis van het gesprek met de Raad stellen wij voor om bij de perspectiefnota 2022-2025 te beginnen met variant 1 ‘Grote fysieke investeringen in relatie toe wonen en werken’ en op een later moment een besluit te nemen over een eventuele verbreding van de reikwijdte van de Strategische Investeringsagenda. Onder variant 1 vallen de volgende investeringen: • Grootschalige gebiedsontwikkelingen > € 5 miljoen (bruto) • Zoals Spoorzone, Binnenstad, Zwartewaterzone, Oosterenk, Weezenlanden-Noord, IJsselhallocatie, Eventvoorziening Voorsterpoort. • (Nieuwe) investeringen in mobiliteit en bereikbaarheid > € 5 miljoen (bruto) • Zoals transformatie binnenring-buitenring, hoofdinfrastructuur wegen, station Zwolle-Zuid, spoorterminal Hessenpoort, overdekte fietsenstallingen. • Grondexploitaties vallen er buiten, tenzij sprake is van een onrendabele top bij nieuwe grondexploitaties. NB. Programmakosten vallen buiten de reikwijdte en worden afgewogen binnen de reguliere begrotingscyclus.
6.2 Financiering / Sparen
6.1 Uitgangspunten / criteria Om de Strategische Investeringsagenda en Investeringsfonds onderscheidend te laten zijn, hanteren we de volgende uitgangspunten, te weten: • De Strategische Investeringsagenda is een financieel instrument dat inzicht geeft in de toekomstige investeringsvraag van grote investeringen in de komende 10 tot 15 jaar. • Alleen grote fysieke éénmalige investeringen in nieuwe toekomstige ontwikkelingen die bijdragen aan de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de stad, die genoemd zijn in de omgevingsvisie of toekomstige actualiseringen van de omgevingsvisie, komen in aanmerking. Cofinanciering door andere partijen of aan andere partijen is daarbij een belangrijk aandachtspunt, maar niet noodzakelijk. • De Investeringsagenda heeft als doel te sparen voor de onder de criteria vallende toekomstige investeringen. Onder sparen verstaan we het creëren van structurele- en incidentele budgetruimte (Investeringsfonds) in de begroting, zodat de gemeente slagvaardig in kan spelen op kansen van bijdragen van derden. • Een besluit om een beroep op het Investeringsfonds of structurele budgetruimte te doen verloopt altijd via een afzonderlijk raadsbesluit op basis van een concreet raadsvoorstel. • De Strategische Investeringsagenda wordt jaarlijks bij de Perspectiefnota geactualiseerd.
De kaders zijn zodanig opgesteld dat het ruimte biedt om onvoorziene grote toekomstige
20
opgaven op te nemen in de agenda. Over vier jaar wordt de werking van de Investeringsagenda geëvalueerd.
Bij de begroting is een eerste stap gezet om te gaan sparen voor de toekomstige investeringen door het instellen van een Investeringsfonds en € 6,7 miljoen in het fonds te storten. In deze perspectiefnota stellen wij voor de volgende vervolgafspraken te maken over de voeding van het Investeringsfonds en het creëren van structurele ruimte in de toekomstige begrotingen. Vervolgafspraken financiering Strategische Investeringsagenda bij de perspectiefnota 2022-2025: • Vanaf 2023 een structurele budgetruimte beschikbaar stellen van € 0,7 miljoen en daarna in 2024 oplopend naar € 0,8 miljoen en € 1,0 miljoen vanaf 2025. (Indien in het najaar bij de begrotingsvoorbereiding 2022 blijkt dat het structurele beeld van de gemeentelijke financiën fors anders uitvalt dan kan de budgetruimte heroverwogen worden) • Jaarlijks vanaf de MPV 2022 50% van het positieve vastgoedresultaat toevoegen aan het Investeringsfonds. • In 2021 50% van het surplus in de algemene concernreserve toevoegen aan het Investeringsfonds. • De gelden in het Investeringsfonds worden ingezet voor de investeringen die vallen onder de criteria van de Strategische Investeringsagenda. • Bij de komende perspectiefnota’s, begrotingen of coalitieakkoorden kunnen besluiten worden genomen om de budgetruimte voor de Strategische Investeringsagenda te vergroten.
Perspectiefnota 2022-2025
htoekomst
Op basis van de vervolgafspraken komt de volgende structurele- en incidentele budgetruimte voor de uitvoering van de Strategische investeringsagenda beschikbaar: Structurele budgetruimte (SIA)
2022
Voorstel perspectiefnota 2022-2025
Incidentele budgetruimte via Investeringsfonds
2022
Investeringsfonds beschikbaar
6,7
2023
2024
2025
0,7
0,8
1,0
2023
2024
2025
Voorstel bij perspectiefnota 2022-2025: Bij: Surplus algemene concernreserve (50%)
10,5
Bij: 50% MPV resultaat vanaf 2022
7,0
6,0
5,0
4,0
Totaal Investeringsfonds
24,2
30,2
35,2
39,2
Investeringen kunnen zowel door incidentele- als structurele middelen worden gedekt, maar moeten daarbij wel voldoen aan de wettelijke voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording: BBV). 3 De jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) van een investering zijn afhankelijk van het te hanteren rentepercentage en de afschrijvingstermijn. De afschrijvingstermijn is afhankelijk van het soort investering en varieert tussen de 15 en 40 jaar. Bij een afschrijvingstermijn van 25 jaar en 1% rente ligt de jaarlijkse kapitaallast op 5% van het investeringsbedrag. Voor elke € 10 miljoen investering moet dan € 0,5 miljoen aan structurele budgetruimte beschikbaar komen. Naast de jaarlijkse kapitaallasten zal/kan er ook sprake zijn van extra jaarlijkse onderhouds- en beheerlasten die onlosmakelijk het gevolg zijn van de investeringen. De hoogte van deze extra kosten is sterk afhankelijk van het soort investering. Bij renovatie van wegen zullen de extra kosten beperkt zijn, omdat er al sprake is van onderhoudskosten. Bij nieuwe investeringen in de openbare ruimte leidt het zeker tot extra kosten. Een algemene rekenregel is lastig te geven, maar ligt vermoedelijk tussen de 1 tot 2% van het investeringsbedrag.
De komende jaren zullen vervolgafspraken gemaakt moeten worden over de verdere financiering (sparen) voor de strategische investeringen.
6.4 Bevoegdheden Raad Het gebruik van een Strategische Investeringsagenda en Investeringsfonds verandert niets aan de bevoegdheden van de Raad. Sterker nog de Raad krijgt meer inzicht en overzicht over de strategische investeringen in de komende jaren. De Raad heeft beslissingsbevoegdheid bij het inrichten van de financiële kaders van de Investeringsagenda en mocht een concreet plan in besluitvorming komen dan wordt de Raad op dezelfde wijze als nu betrokken (zoals bij woningbouwimpuls Zwartewaterzone). Het mandaat van het college blijft gelijk aan de huidige situatie. Na instemming met een investeringsvoorstel door de Raad worden de daarvoor benodigde budgetten aan de structurele ruimte van de Strategische investeringsagenda of het Investeringsfonds onttrokken en wordt er op gebruikelijke wijze via de beleidscyclus over de uitvoering van het project gerapporteerd en verantwoording afgelegd.
6.3 Investeringsruimte op basis van voorstel perspectiefnota 2022-2025 Door de voorgestelde financieringsafspraken ontstaat een investeringsruimte van circa € 40 miljoen. Hiervan is circa € 6 miljoen geoormerkt voor de woonimpuls Zwartewaterallee. Daarnaast zijn voorstellen in voorbereiding om een beroep op de budgetruimte te doen, te weten: woonimpuls Spoorzone en eventvoorziening Voorsterpoort. De vrijgemaakte investeringsruimte van € 40 miljoen is een eerste aanzet en is grotendeels nodig om de hierboven genoemde investeringen te kunnen opvangen. De totale investeringsvraag ligt tussen de € 200 en € 300 miljoen. 3 Investeringen moeten worden geactiveerd op de balans en de jaarlijkse rente en afschrijving komt ten laste van de begroting. Bij incidentele dekking uit het Investeringsfonds worden de gelden overgeheveld naar de dekkingsreserve kapitaallasten en worden de afschrijvingslasten uit de deze reserve gedekt. Bij structurele dekking komen de rente en afschrijving ten laste van de structurele budgetruimte voor de Strategische Investeringsagenda. Perspectiefnota 2022-2025
21