CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle versie 28 mei 2024 (1)

Raad Besluitvormingsronde 15 juli 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle inclusief Kwartiermaker juni 202414.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.3 Planning In figuur 7 op de volgende pagina is schematisch de besluitvorming van het bestuurlijk proces weergegeven. Parallel daaraan zal contractvorming met partijen in Holtenbroek en Aa-landen plaats moeten vinden, zodat in 2025 gestart kan worden met de realisatie van het warmtenet vanuit Warmtebedrijf Zwolle. 50

beleidsuitgangspunten de benodigde vervolgstappen worden genomen (zie afbeelding 4): Stap 2. Dit betreft de daadwerkelijke (notariële) oprichting van het Warmtebedrijf, gepland eind Q2, 2024.

Figuur 7: Schematische weergave van de besluitvorming en het bestuurlijk proces.

Naar aanleiding van positieve besluitvorming en daarmee het vaststellen van het ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle (stap 1) kunnen op basis van de

Stap 3. Het aannemen van een kwartiermaker, dit staat gepland voor eind Q3 2024. De Kwartiermaker geeft invulling aan de organisatiestructuur met bijbehorende functieprofielen, werving en selectie van personeel en geeft verdere uitwerking aan de samenwerking tussen gemeente en Warmtebedrijf binnen uitvoeringsprojecten, voor realisatie beheer en onderhoud. Stap 4. Het voorleggen van het inrichtingsbesluit van het Warmtebedrijf aan het College op basis van de Handreiking, gepland medio Q4, 2024. Stap 5. Kredietaanvraag Realisatie warmte-eiland Holtenbroek, welke aanvraag ter goedkeuring aan de

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

51

Raad wordt voorgelegd, dit staat gepland medio Q4, 2024. Stap 6. Aanwijzing warmtekavel. Op grond van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte is dit een taak van het College, welk besluit pas kan worden genomen na inwerkingtreding van de Wcw (naar verwachting treedt de wet op 1 januari 2025 in werking). Ook wordt op basis van het Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle verdere uitwerking gegeven aan de vorm van bewonersparticipatie en zeggenschap.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

52

Bijlagen Bijlage 1: Beslisnota college opdrachtverstrekking "Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/ Aa-landen" Bijlage 2: Beslisboom verbonden partijen Bijlage 3: Juridische uitwerking rechtsvorm warmtebedrijf Ontwikkelkader Zwolle en samenwerking stakeholders Bijlage 4: warmtebedrijf Taken warmtebedrijf Bijlage 5: Memo overgangsrecht Wet collectieve warmte Bijlage 6: Memo vaststellen warmtekavels

53

Bijlage 1: Beslisnota college opdrachtverstrekking “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/ Aa-landen” Openbaar Onderwerp

Opdrachtverstrekking “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen”

Versienummer

1.5

Portefeuillehouder

A. Spaans

Informant

Nienke van Keimpema

Afdeling

Proces-, Programma- en Projectmanagement

Telefoon

(038) 498

Email

n.van.keimpema@zwolle.nl

Financiële gevolgen Betreft doel

6.4.1 We bevorderen dat Zwolle op termijn energieneutraal is

Begroting wijzigen

Nee

Dekking ten laste van

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

54

Parafering

datumparaaf

Raad

Afdelingshoofd

Informatienota voor de raad

Bart van Bregt

Opinienota voor de raad

Portefeuillehouder

Beslisnota voor de raad

Arjan Spaans

n.v.t.

Bijlagen Bijlage 1. Informatienota Raad, opdrachtverstrekking “ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen” 5 juli 2023. Besluit Het college besluit: de opdracht te verstrekken om het “Ontwikkelkader warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-Landen” op te stellen; dat het Ontwikkelkader zich richt op: de ontwikkeling van een 100% publiek Zwols warmtebedrijf; de gehele warmteketen; van duurzame bron, het distributienetwerk tot aan levering van warmte aan afnemers; het plangebied Holtenbroek/Aa-landen; de mogelijkheid voor het toetreden van marktpartijen en publieke partijen in de toekomst; de vorm van toetreding van inwonerscollectieven in de toekomst; de Raad middels een informatienota op de hoogte te brengen van de opdrachtverstrekking; Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

55

het “Ontwikkelkader warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-Landen”; in Q4 van 2023 ter vaststelling aan de Raad aan te bieden. Collegebesluit d.d.: Conform Gewijzigd Aangehouden Teruggenomen Inleiding De energietransitie in volle gang. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat gebouwen in Nederland in 2050 niet meer met aardgas worden verwarmd. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. De gemeenten zijn volgens het Klimaatakkoord de regisseurs van de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Zij hebben de regierol in dit deel van de warmtetransitie. Ook in Zwolle gaan we onze gebouwen en huizen op een andere manier verwarmen, maar de gemeente heeft hierbij de ambitie uitgesproken om dit al in 2040 te willen. College en raad hebben zich hieraan verbonden middels het coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 20222026” en daar in is opgenomen …” dit vraagt om optimaal gebruik van duurzame bronnen en aanleg van warmtenetten. We zijn, net als het Rijk, bereid hier een financiële bijdrage aan te leveren. Bij de exploitatie van toekomstige warmtenetten zien wij een duidelijke publieke taak. Alleen zo kunnen we bij deze ontwikkeling blijven sturen op publieke waarden.” Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

56

Om koers te houden richting een aardgasvrij Zwolle in 2040 is het van belang dat binnen afzienbare tijd een warmtebedrijf wordt opgericht om de wijken die in de Transitievisie Warmte 2020 zijn aangewezen als potentiële “warmtenetwijken”, om (deels) te kunnen laten schakelen naar een duurzaam gevoed warmtenet. De principes die we hanteren voor het oprichten van een warmtebedrijf liggen in ons vastgestelde beleid, de wettelijke kaders en de randvoorwaarden die nodig zijn om de organisatie van het warmtebedrijf te laten functioneren. Vastgesteld beleid; In de Transitievisie warmte 2020 zijn de volgende publieke waarden opgenomen om op te sturen vanuit de regierol van de gemeente: •

Betaalbaar, goede verdeling van rendement en risico’s

•

Vertrouwen, door transparantie

•

Toekomstbestendig, door langetermijnstrategie

•

Draagvlak, betrokkenheid van burgers

•

Betrouwbaar, leveringszekerheid

Wettelijke kaders; In de Kamerbrief van Minister Jetten van 21 oktober 2022, waarin hij de Tweede Kamer heeft geïnformeerd over zijn definitieve besluit ten aanzien van de marktordening van collectieve warmte, richting het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Met de Wcw wil de Minister: (i)

de gemeenten voldoende sturingsmogelijkheden en bevoegdheden geven ten aanzien van de realisatie van collectieve warmtevoorzieningen, en

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

57

(ii)

zeker stellen dat een collectieve warmtevoorziening voor iedereen in de wijk een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam alternatief is voor aardgas

Hiermee krijgen gemeenten meer handvatten om de regierol op te pakken. Medio 2023 zal het concept van de Wet collectieve warmte (Wcw) worden gepubliceerd waarin is opgenomen dat in de infrastructuur van een warmtenet met een meerderheidsbelang (minimaal 50% van de aandelen + 1 aandeel) in publieke handen is en dat de warmtelevering met een meerderheidsbelang (50% van de aandelen + 1 aandeel) in publieke handen is. De verwachting is dat de wet in juli 2024 in werking treedt. Randvoorwaarden voor functioneren van het warmtebedrijf (organisatorisch) ; Capaciteit (personele inzet); Sturingsmodel (aandeelhouderverdeling) tov de gemeentelijke organisatie; Kennis en kunde (ervaring en expertise); Investeringsbudget. Beoogd effect Bijdrage leveren aan een aardgasvrij Zwolle, in 2040. Uitvoering geven aan het Coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 2022-2026” waarin gevraagd wordt om een duidelijke publieke rol bij warmtenetten. Optimale invulling geven aan de vastgestelde publieke waarden (betaalbaar, toekomstbestendig, vertrouwen, draagvlak en betrouwbaar) voor de warmtetransitie in Zwolle. De onderzoekscope voor de oprichting van een warmtebedrijf in deze fase van de warmtetransitie bepalen. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

58

Argumenten 1.1

Vertrouwen. Om koers te houden richting een aardgasvrij Zwolle 2040 is het van belang om binnen afzienbare tijd een warmtebedrijf op te richten. In het ontwikkelkader worden vastgestelde beleid, de wettelijke kaders en de gestelde randvoorwaarden voor de organisatie omgezet naar uitgangpunten die wij stellen voor een Zwols warmtebedrijf. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld zeggenschap, warmtetarieven, aandeelhouderschap, toetredingseisen, het aangaan van risico’s en samenwerkingsverbanden enz.

2.1

Betaalbaar en Wcw. In het afgelopen half jaar zijn oriënterende gesprekken gehouden met private partijen, om in een warmtebedrijf met de gemeente/publieke partijen in een meerderheidsaandeel, te participeren. Met name vanwege het beoogde minderheidsbelang en bijbehorende inperking van de sturingsmogelijkheden (Wet collectieve warmte) is het enthousiasme bij de markt niet groot om op deze wijze deel te nemen. Hogere rendementseisen en afhankelijkheid van het politieke klimaat spelen hierbij ook een grote rol. Om de voortgang in de warmtetransitie te behouden, wordt het scenario 100% publiek Zwols warmtebedrijf op dit moment het meest haalbaar geacht. We onderzoeken met welke andere publieke partijen we hier invulling aan geven om de risico’s te spreiden.

2.2

WcW, Betaalbaar en Draagvlak. De gehele warmteketen bestaat uit de duurzame warmtebron, het distributienetwerk en de warmtelevering. De concept-WcW richt zich alleen op het netwerk en de levering. Bij een warmtebedrijf is minimaal 50% van de aandelen + 1 aandeel, van het warmtenetbedrijf en minimaal 50% van de aandelen + 1 aandeel van het warmteleveringbedrijf in publieke handen zijn. Aanvullend op deze wetgeving wordt in het ontwikkelkader een uitspraak gedaan over de rol die de gemeente wil pakken in de duurzame warmtebron. De warmtebron invloed heeft op de betaalbaarheid van de duurzame warmte. De gemeente is op dit moment vergunninghouder van de opsporingsvergunning voor de geothermiebron.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

59

2.3

Toekomstbestendigheid. Om de voortgang te behouden in de warmtetransitie van Holtenbroek/Aa-landen en de haalbaarheid te vergroten en de complexiteit te verkleinen, richt het onderzoek zich op dit plangebied. Hiermee kan ervaring worden opgedaan in het opzetten van een warmtebedrijf. Uiteindelijk kan dit leiden tot een stadsbreed warmtebedrijf waarin de verschillende gebieden met collectieve warmteoplossingen uit de Transitievisie Warmte 2020 en de collectieve warmteoplossingen van inwonersinitiatieven, ondergebracht kunnen worden.

2.4.1

Toekomstbestendig en Betrouwbaar. Wat betreft de kennis en kunde die benodigd is om de organisatie van een warmtebedrijf op te zetten en te laten functioneren, is er vanuit marktpartijen veel ervaring. Deze kennis is van belang in de ontwikkeling van een warmtebedrijf. Om deze kennis en kunde in te kunnen zetten moet het mogelijk zijn om een samenwerking aan te kunnen gaan met private partijen.

2.4.2

Betrouwbaarheid. Inbreng kennis en kunde (ontwikkeling, realisatie en exploitatie): Bij een 100% publiek warmtebedrijf is deze kennis en kunde nog steeds nodig. Ook hier kan gekeken worden naar private partijen met de benodigde ervaring, óf naar eventuele publieke partijen met deze ervaring. In beide gevallen kunnen middels dienstverleningsovereenkomsten (dvo’s) afspraken gemaakt worden tussen het warmtebedrijf en deze partijen voor het leveren van deze diensten. De onderstaande afbeelding geeft deze situatie weer. Het rechter deel geeft een mogelijk groeipad voor de komst weer, waarbij je de mogelijkheid open laat om op termijn ofwel je private partners ofwel je publieke partners de mogelijkheid te geven om alsnog onderdeel van het warmtebedrijf te worden.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

60

2.5

Draagvlak. In het themadebat Energietransitie in de raad op 5 juni 2023, is de publieke deelname aan een warmtebedrijf door alle raadspartijen onderschreven en de deelname van inwonerscollectieven van groot belang geacht. In het “Ontwikkelkader warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen” zal vastgelegd worden in welke fase van de ontwikkeling van het warmtebedrijf, het maatschappelijk verantwoord is om inwoners te laten participeren. Ook ruimte voor toetreding van deze collectieven moet mogelijk blijven.

4.1

Het resultaat is een ontwikkelkader waarmee perspectief wordt geschetst en houvast wordt gegeven om de vervolgstap; het raadbesluit voor de finale investering én de oprichting van het warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen.

Risico’s 2.1

Met het inzetten op een 100% publiek warmtebedrijf handelen we in de geest van de concept-

Wcw. Hiermee

lopen we vooruit op de vaststelling van de Wet. Het risico ligt in het feit dat er nog koerswijzigingen kunnen plaatsvinden en dat vaststelling van de wet op zich laat wachten. 2.2

De bereidwilligheid van andere publieke partners om (financieel) deel te nemen, kan tegenvallen.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

61

2.4

De bereidwilligheid van partners, zowel publiek als privaat, om zich via een dvo-constructie te

verbinden aan het

warmtebedrijf, kan tegenvallen. Financiën Dit voorstel heeft nog geen financiële consequenties. De huidige, geplande inhuur van externe expertise voor het opstellen van het ontwikkelkader, wordt gefinancierd uit het projectbudget van project Warmtetransitie Holtenbroek/Aa-landen. Ook de interne ambtelijke kosten worden gedekt uit dit budget. Het oprichten en in gebruik nemen van het warmtebedrijf hebben langdurig impact op de begroting van de gemeente. Onder het opvolgende investerings- en oprichtingsbesluit van het warmtebedrijf, ligt een uitgebreide financiële onderbouwing. Communicatie Dit voorstel wordt besproken met: de projectgroep “Wijkwarmteplan Holtenbroek en Aa-landen”, met hierin Travers Welzijn en de wijkinitiatieven die participeren in de warmtetransitie vanuit de wijken Holtenbroek en Aa-landen; de werkgroep “Techniek”, bestaande uit inwoners uit de twee wijken; de woningbouwcorporaties Openbaar Belang, SWZ en Delta Wonen. Vervolg Op basis van de beschreven opdracht, wordt een ontwikkelkader opgesteld waarin een voorkeursvariant voor een Zwols warmtebedrijf Holtenbroek /Aa-landen wordt uitgewerkt. Het college en raad zullen middels het bestuurlijk proces (technische briefing en informatieronde) inhoudelijk worden voorgelicht. Het ontwikkelkader zal in Q4 van 2023 door het college, ter vaststelling Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

62

aan de raad worden voorgelegd. Hierop volgt in Q1 van 2024, een beslisnota aan de raad tot oprichting en investering in een warmtebedrijf. Van belang is dat tijdens het proces tot oprichting, tijdig een Kwartiermaker Warmtebedrijf wordt aangetrokken. Openbaarheid ja

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

63

Bijlage 2: Beslisboom verbonden partijen

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

64

Bijlage 3: Juridische uitwerking rechtsvormen warmtebedrijf Er is gekozen voor de rechtsvorm BV voor warmtebedrijf Zwolle. Andere vormen van zeggenschap die mogelijk zijn als rechtsvorm voor het warmtebedrijf zijn: • Bij een Naamloze Vennootschap (NV) zijn de aandelen vrij overdraagbaar. Dat is niet wenselijk omdat de aandelen voor meer dan 50% in publieke handen moet blijven en de gemeente zicht en invloed wil hebben op de komst van nieuwe aandeelhouders. De NV is dus daarom geen geschikte rechtsvorm voor het warmtebedrijf. • Bij een Besloten Vennootschap (BV) zijn de aandelen in het bezit van een of meerdere partijen. Bij een publiek warmtebedrijf betekent dit dan minimaal 50% in handen is van een publieke partij. In dit geval de gemeente Zwolle. • Bij een Commanditaire Vennootschap (CV) heb je een geldschieter die geen beheersdaden mag verrichten en op de achtergrond moet blijven. Aangezien de gemeente als geldschieter zal optreden en juist zichtbaar invloed wil hebben, is de CV niet geschikt als rechtsvorm. • Een Vennootschap onder firma (VOF) bezit, in tegenstelling tot een BV geen rechtspersoonlijkheid of afgescheiden vermogen. Dit betekent dat de vennoten persoonlijk aansprakelijk zijn voor eventuele schulden. Bovendien moet er bij een VOF altijd minimaal 2 vennoten zijn. Hier voldoet het warmtebedrijf niet, in het begin is er maar 1 vennoot: de gemeente Zwolle.

• De Vereniging is een rechtspersoon met leden. In het begin zou er maar 1 lid zijn. De structuur van een Vereniging past mede daarom niet bij de activiteiten van het warmtebedrijf.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

65

•

•

De Coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij: in de Handreiking verbonden Partijen Gemeente Zwolle staat dat een coöperatie minder geschikt is als rechtsvorm voor een verbonden partij en zal daarom hier niet verder worden toegelicht. De Stichting is bedoeld om een in de statuten bepaald doel te behalen. Voor het uitoefenen van een bedrijf is de stichting een minder geschikte rechtsvorm.

Naar aanleiding van het uiteenzetten van de verschillende mogelijkheden, blijkt de B.V. het best passend voor warmtebedrijf Zwolle.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

66

Bijlage 4: Taken warmtebedrijf en samenwerking stakeholders In onderstaande schema’s zijn per stakeholder de taken/werkzaamheden beschreven per fase, inclusief het beoogde resultaat en de samenwerking met andere actoren.

Warmtebedrijf Zwolle

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

67

Gemeente Zwolle

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

68

Afnemers (woningcorporaties, particulieren en bedrijven)

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

69

Marktpartijen (adviseurs, aannemers)

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

70

Bijlage 5: Memo overgangsrecht Wet collectieve warmte INLEIDING Hoofdregel van het overgangsrecht is, is dat een bestaande warmteleverancier op het moment van inwerkingtreding van de Wcw wordt aangewezen als warmtebedrijf, waarbij het gebied waar hij warmte levert, wordt aangewezen als warmtekavel. Voor kleine warmtebedrijven (< 1.500 aansluitingen) geldt dat zij op grond van de Wcw een ontheffing kunnen krijgen om als warmtebedrijf te worden aangewezen. Hierna volgt een uitwerking van het overgangsrecht in verschillende situaties. OVERGANGSRECHT BESTAANDE WARMTEBEDRIJVEN EN WARMTENETTEN Bestaande warmtebedrijven en bestaande warmtenetten worden op de hieronder omschreven wijze onder het overgangsrecht van de Wcw gebracht en hebben invloed op de vaststelling van een warmtekavel, waarbij vier situaties onderscheiden kunnen worden. Bepaling van de omvang van een warmtekavel in de volgende situaties: a. Overeenkomst met gemeente Indien op het moment van inwerkingtreding van de Wcw door de gemeente al een overeenkomst (concessie) is afgegeven aan een warmtebedrijf, zal het college het warmtebedrijf een aanwijzing verlenen (artikel 12.2, eerste lid). Voor de bepaling van de omvang van de warmtekavel wordt aangesloten bij de afbakening die in de overeenkomst is gegeven. b.

Feitelijke levering Indien op het moment van inwerkingtreding van de Wcw een concessie ontbreekt, wordt door het college een aanwijzing verleend voor het fysieke gebied waarin het transport en de warmtelevering door een warmtebedrijf feitelijk plaatsvindt. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

71

De feitelijke ligging van het warmtenet in combinatie met de gebouwen (of delen daarvan) waar wordt geleverd, bepalen in dit geval de omvang van de warmtekavel. c. Besluit van gemeente op basis waarvan een warmtenet mag worden aangelegd (vergunning) Indien door een bedrijf al voorbereidingen voor de aanleg van een warmtenet zijn getroffen en ook de benodigde besluiten van de gemeente reeds zijn verkregen (één of meerdere leg- en ligvergunningen), dan wijst de gemeente zo’n bedrijf ook aan als warmtebedrijf. De omvang van de warmtekavel valt in zo’n situatie samen met het gebied waarop het besluit van de gemeente betrekking heeft. Indien er meerdere besluiten zijn die betrekking hebben op hetzelfde voorziene collectief warmtesysteem vormen deze samen één aanwijzing voor een warmtekavel. d. Aansluitovereenkomst Indien er al een aansluitovereenkomst is gesloten tussen een bedrijf en (alle mogelijke) afnemers (zoals verhuurders, woningcorporaties, VvE’s, projectontwikkelaars, particulieren) vallen deze ook onder het overgangsrecht. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wcw een concessie als bedoeld onder a) ontbreekt en een warmtebedrijf levert op dat tijdstip nog geen warmte, maar het warmtebedrijf heeft wel een aansluitovereenkomst gesloten, zal het college dat warmtebedrijf aanwijzen voor dat gebied.

De aanwijzing heeft betrekking op het gebied waarvoor de aansluitovereenkomst geldt. De warmtekavel waarvoor de aanwijzing geldt, valt dan samen met de specifieke gebouwen of delen daarvan die in de aansluitovereenkomst staan aangemerkt. Het moet hierbij wel gaan om aansluitovereenkomsten die binnen 5 jaar na aanwijzing door de gemeente aangesloten worden. Ook moet de aansluitovereenkomst een startdatum van de warmtelevering en bindende afspraken over de aansluitkosten per aansluiting bevatten. Hiermee wordt voorkomen dat alvast snel aansluitovereenkomsten worden gesloten om “marktaandeel” te creëren.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

72

Overgangsrecht bestaande warmtebedrijven na aanwijzing warmtekavel Nadat het college de aanwijzing voor een warmtekavel heeft verleend aan een (op het moment van inwerkingtreding van de Wcw) bestaand warmtebedrijf zijn er voor de gemeente en het warmtebedrijf – in het kader van het overgangsrecht verschillende perspectieven mogelijk: Voortzetten van de bestaande situatie (status quo), zoals geldt voor veel bestaande WKO- systemen Het bestaande warmtebedrijf blijft warmte leveren door middel van een bestaande collectieve warmtevoorziening binnen de warmtekavel. Er worden geen of beperkt nieuwe aansluitingen voorzien. Veel bestaande WKO-systemen zullen bijvoorbeeld aan deze situatie voldoen, omdat deze systemen al aangelegd zijn op een maximale (efficiënte) capaciteit. Voor nieuw aan te leggen warmtenetten in de nabijheid van de bestaande warmtekavel wordt een nieuw warmtekavel vastgesteld. Groei binnen de bestaande warmtekavel (inbreiding), met name bij gebieden waar al een concessie is verleend Het bestaande warmtebedrijf blijft warmte leveren binnen de warmtekavel en kan groei van het aantal aansluitingen worden voorzien. Deze groei kan worden gerealiseerd met het beschikbare collectieve warmtesysteem als basis.

Deze situatie doet zich onder meer voor als een bestaand warmtebedrijf in het verleden een concessie heeft verkregen om een (deel van een) gemeente van een collectief warmtesysteem te voorzien en er is nog ruimte voor groei binnen de warmtekavel. Expansie vanuit de bestaande aanwijzing voor een warmtekavel (uitbreiding), buiten de warmtekavel

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

73

Het bestaande warmtebedrijf blijft warmte leveren binnen de warmtekavel maar tevens wordt een groei van het aantal aansluitingen voorzien buiten de warmtekavel, met het bestaande warmtesysteem als basis voor de gewenste uitbreiding, hiervoor is wel toestemming van de ACM nodig. Ontwikkeling van meerdere warmtekavels met toegang tot een bestaande collectieve warmtevoorziening (gebruik collectieve warmtevoorziening voor meerdere warmtekavels) In de praktijk kunnen zich situaties voordoen waarbij de afspraken met het bestaande warmtebedrijf niet goed passen bij de doelen van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Een gemeente kan dan ook een warmtekavel vaststellen waarbij gebruik gemaakt kan worden van een collectieve warmtevoorziening van een bestaand warmtebedrijf. Als een warmtebedrijf, dat een aanvraag indient om aangewezen te worden voor dit warmtekavel, toegang heeft verkregen tot de bestaande collectieve warmtevoorziening, kan het college dit warmtebedrijf aanwijzen. Op een bestaand warmtebedrijf rust dan de plicht toegang te geven tegen redelijke voorwaarden en tarieven. Overgangsrecht bij bestaande kleine collectieve warmtesystemen Ook warmtebedrijven met een klein collectief warmtesysteem worden op grond van het overgangsrecht een aangewezen warmtebedrijf voor de warmtekavel waarbinnen zij warmte leveren.

Dit heeft tot gevolg dat zij dan moeten voldoen aan de verplichtingen van een aangewezen warmtebedrijf. Daarom kunnen warmtebedrijven met een klein collectief systeem een ontheffing aanvragen. Na ontvangst van de ontheffing gelden de regels voor een klein collectief warmtebedrijf. Bestaande warmtelevering door verhuurders en VvE’s Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

74

Verhuurders en VvE’s die warmte leveren aan hun huurders of leden van de VvE melden dit zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een half jaar na inwerkingtreding van de WCW aan het college. Deze melding wordt gelijk gesteld als het verkrijgen van een ontheffing om als warmtebedrijf te worden aangewezen. Voor Verhuurders en VvE’s geldt de ontheffing, vergelijkbaar met de ontheffing voor kleine collectieve warmtesystemen. Warmtewet nog tijdelijk van toepassing op bestaande warmtebedrijven Het college dient binnen een jaar na inwerkingtreding van het overgangsrecht een aanwijzing te verlenen aan een bestaand warmtebedrijf. Gedurende de periode dat het college nog geen aanwijzing heeft verleend, zullen op bestaande warmtebedrijven de bepalingen in dit wetsvoorstel waarvoor een aanwijzing voor een warmtekavel noodzakelijk is nog niet van toepassing zijn. Daarom blijven tot het moment dat het warmtebedrijf is aangewezen op bestaande warmtebedrijven (leveranciers als bedoeld in de Warmtewet) een aantal artikelen uit de Warmtewet van toepassing. Deze artikelen zijn opgesomd in artikel 12.17, eerste lid. Is er geen warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang beschikbaar, dan kan tijdens een ingroeiperiode van zeven jaar na inwerkingtreding van de Wcw ook een ander warmtebedrijf worden aangewezen.

De voorwaarde van het publieke meerderheidsbelang zal pas gelden na afloop van de overgangsperiode van minimaal 14 jaar. Taken en verplichtingen aanwijzing bestaande warmtebedrijven Vanaf het moment dat een warmtebedrijf op grond van het overgangsrecht is aangewezen voor een warmtekavel, rusten op deze partij dezelfde taken als een aangewezen warmtebedrijf (zoals bedoeld in artikel 2.12). Dit aangewezen warmtebedrijf moet alsnog een uitgewerkt kavelplan opstellen voor het gebied waar zij als warmtebedrijf is aangewezen. Deze procedure verschilt ten opzicht van een “normaal” aangewezen warmtebedrijf, die wordt pas aangewezen als er een kavelplan is opgesteld. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

75

Overgangsperiode Alle warmtebedrijven wordt een ruime overgangsperiode geboden op basis van overgangsrecht. Per warmtekavel wordt een overgangsperiode bepaald van minimaal 14 jaar. De overgangsperiode stelt de warmtebedrijven in staat om hun investering in het warmtenet terug te verdienen. Deze overgangsperiode biedt de warmtebedrijven tijd om te besluiten hoe zij in de toekomst verder willen. Hiervoor gelden de volgende opties: • Het warmtebedrijf kan als privaat warmtebedrijf ook na de overgangsperiode zijn activiteiten voortzetten door bijvoorbeeld warmte te leveren met een klein collectief warmtesysteem; • een warmtebedrijf kan besluiten om na de overgangsperiode als warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang verder te gaan; • de activiteiten na afloop van de overgangsperiode volledig te staken en kunnen bedrijfsonderdelen of het gehele bedrijf verkocht worden. Hierna zal het overgangsrecht schamatisch worden weergegeven waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen bestaande projecten waarbij al sprake is van warmtelevering (schema 1) en voor projecten waarbij nog geen sprake is van warmtelevering (schema 2).

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

76

SCHEMA 1 (bestaande projecten die al warmte leveren)

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

77

SCHEMA 2 (projecten in ontwikkeling, die nog geen warmte leveren)

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

78

Bijlage 6: Memo vaststellen warmtekavel WAT IS EEN WARMTEKAVEL? Een warmtekavel is een aaneengesloten en afgebakend gebied binnen één of meerdere gemeenten waarbinnen in ieder geval die wijken liggen waarvan de gemeente voornemens is te kiezen voor een collectieve warmtevoorziening (een systeem waarbij een of meer warmtebronnen door middel van een warmtenet ontsloten worden voor de levering van warmte) als alternatief voor aardgas. Het college is niet verplicht om voor een hele gemeente een warmtekavel vast te stellen. Indien in een deel van de stad geen collectieve warmtevoorziening (warmtenet) wordt aangelegd, omdat er al een ander alternatief voor aardgas is, omdat bijvoorbeeld wordt gekozen voor all electric, waterstof, groen gas etc., hoeft voor die gebieden geen warmtekavel aangewezen te worden. Bij een collectieve warmtevoorziening kan het gaan om één collectief warmtesysteem, maar kan het ook gaan om meerdere verschillende collectieve warmtesystemen binnen één warmtekavel. Binnen een warmtekavel mogen meerdere warmtesystemen / bronnen naast elkaar bestaan.

Dus naast geothermie, kan voor een bepaalde wijk ook aquathermie, zonthermie of bijvoorbeeld WKO als collectief systeem worden gekozen Bij de besluitvorming over de vaststelling van de omvang van een warmtekavel dient het college rekening te houden met de criteria die in de Wet collectieve warmte (Wcw) zijn opgenomen. Dat zijn: 1. de omvang is zodanig dat een warmtebedrijf binnen de warmtekavel een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren; 2. de omvang is zodanig dat de leveringszekerheid binnen de warmtekavel naar verwachting voldoende kan worden verzekerd.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

79

Om te voldoen aan de eisen van een duurzame maar ook betaalbare warmtevoorziening, is het goed om te kiezen voor een grote warmtekavel. De kosten kunnen dan verdeeld worden over meerdere verbruikers. Ervan uitgaande dat het College Warmtebedrijf Zwolle zal aanwijzen als warmtebedrijf, houdt de gemeente de regie over de warmtekavel zo veel mogelijk in eigen hand. In de toelichting op de Wcw wordt aangegeven dat de bepaling van de omvang van een warmtekavel geen exacte wetenschap is. Met andere woorden, het college is vrij in haar keuze bij het vaststellen van de omvang van de warmtekavel, zolang maar wordt voldaan aan de (hiervoor) weergegeven criteria. Bij het vaststellen van de omvang van de warmtekavel kunnen de volgende voor- en nadelen worden meegenomen. VOOR EN NADELEN GROTE EN KLEINE WARMTEKAVEL Voordelen grote warmtekavel: Warmtekavels van een grotere omvang kunnen in het algemeen tot economische schaalvoordelen leiden. Indien er meerdere warmtebronnen aangesloten kunnen worden op een collectieve warmtevoorziening kan dat ook de leveringszekerheid vergroten. Grotere warmtekavels bieden de mogelijkheid om naast de voor collectieve warmte aantrekkelijke gebouwen ook voor collectieve warmte minder aantrekkelijke gebouwen aan te sluiten op de collectieve warmtevoorziening en kosten hierbij te verevenen.

‘Cherry-picking’ waarbij alleen de voor collectieve warmte aantrekkelijke gebouwen worden aangesloten op een collectieve warmtevoorziening wordt daarmee voorkomen. Voor Fase 3 vaan de warmtetarieven, zal de ACM tarieven vaststellen op basis van beoogde of toegestane inkomsten voor het warmtebedrijf. De ACM stelt dan geen tariefformules of referentietarieven meer vast, maar het warmtebedrijf maakt een tariefvoorstel op basis van door de ACM vastgestelde beoogde of toegestane inkomsten Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

80

door het warmtebedrijf 1. Indien binnen een warmtekavel meerdere warmtesystemen bestaan kunnen de kosten en tarieven binnen een warmtekavel worden verevend/ of gesocialiseerd. Nadelen grote kavel: Het is moeilijker om te voldoen aan de criteria voor de vaststelling van de warmtekavel, te weten: a) de omvang is zodanig dat een warmtebedrijf binnen de warmtekavel een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren en b) de omvang is zodanig dat de leveringszekerheid binnen de warmtekavel naar verwachting voldoende kan worden verzekerd. -

Met andere woorden je moet kunnen aantonen dat de collectieve warmtevoorziening doelmatig wordt aangelegd en geëxploiteerd – er moet dus een businesscase voor zijn – en aannemelijk maken dat de leveringszekerheid binnen die warmtekavel kan worden verzekerd. Zolang er nog geen concreet plan voor een collectieve warmtevoorziening in dat gebied/wijk is, is het moeilijk om aan te tonen dat aan de gestelde criteria kan worden voldaan en kan er voor dat (stads)deel dus nog geen warmtekavel worden vastgesteld.

Nb. Bij fase 3 “toegestane inkomsten voor een warmtebedrijf” is op basis van de huidige wettekst nog niet duidelijk of dit binnen 1 warmtekavel geldt, of op basis van alle kavels gezamenlijk waarvoor het betreffende warmtebedrijf is aangewezen. Zie artikel 7.6 lid 2 Wcw waarin staat: “De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks op basis van de methode in het methodebesluit de beoogde of toegestane inkomsten vast per warmtebedrijf of warmtekavel.” Het methodebesluit beoogde of toegestane inkomsten moet nog worden vastgesteld. 1

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

81

➔ Indien een gebouweigenaar dit wenst is een warmtebedrijf in beginsel verplicht om een gebouweigenaar binnen een warmtekavel aan te sluiten op het warmtenet. Indien deze woning op grote afstand van het collectieve warmtesysteem gelegen is, kan het duur zijn om die woning aan te sluiten. Voordelen kleine kavel Binnen een kleine warmtekavel zullen in verhouding meer afnemers op een collectief systeem aangesloten kunnen worden. Er zullen minder plekken binnen een kleine warmtekavel zijn waar nog geen invulling voor is gemaakt. Een kleine warmtekavel kan later nog worden uitgebreid, met een aansluitend gebied/wijk zodra bekend is hoe dat gebied/ die wijk kan worden aangesloten op dezelfde collectieve warmtevoorziening, of een eigen collectief warmtesysteem heeft. Nadelen kleine warmtekavel Voor elke warmtekavel moet een apart warmtebedrijf worden aangewezen. Hoe meer warmtekavels er zijn hoe meer kans er bestaat dat er voor een warmtekavel een ander (publiek) warmtebedrijf wordt aangewezen dan Warmtebedrijf Zwolle. Dat is een nadeel, meer en grotere warmtekavels leiden immers tot schaal- en kosten voordelen. Bij een kleine warmtekavel is het moeilijker om te kunnen aantonen dat binnen die kavel de collectieve warmtevoorziening doelmatig wordt aangelegd en geëxploiteerd en is het moeilijker aannemelijk te maken dat de leveringszekerheid binnen die warmtekavel kan worden verzekerd.

Voor Fase 3 zal de ACM warmtetarieven vaststellen op basis van beoogde of toegestane inkomsten voor het Warmtebedrijf. Deze toegestane inkomsten zullen gelden per warmtekavel of per warmtebedrijf. Hoe kleiner de warmtekavel, hoe minder kosten en dus inkomsten kunnen worden verdeeld binnen een warmtekavel. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

82

OVERGANGSRECHT EN OVERGANGSPERIODE VAN INVLOED OP WARMTEKAVELS Overgangsrecht voor warmteleveranciers die > 10 en < 1.500 verbruikers hebben. Warmtebedrijven met een klein collectief warmtesysteem die bij de invoering van de Wcw al zijn opgericht, worden op grond van het overgangsrecht van de Wcw een aangewezen warmtebedrijf voor de warmtekavel waarbinnen zij warmte leveren. Dit heeft tot gevolg dat zij dan moeten voldoen aan de verplichtingen van een aangewezen warmtebedrijf. Warmtebedrijven met een klein collectief systeem kunnen echter een ontheffing aanvragen. Na ontvangst van de ontheffing gelden de regels voor een klein collectief warmtebedrijf. Overgangsrecht voor warmteleveranciers die meer dan 1.500 verbruikers hebben. Indien op het moment van inwerkingtreding van de Wcw een overeenkomst (concessie) geldt waarin een gemeente aan een warmtebedrijf voor een gebied het recht heeft gegeven, of de verplichting heeft opgelegd, om warmte te transporteren en te leveren aan verbruikers, zal het college het warmtebedrijf een aanwijzing verlenen. Voor de bepaling van de omvang van de warmtekavel wordt aangesloten bij de afbakening die in de overeenkomst is gegeven.

Indien op het moment van inwerkingtreding van de Wcw een concessie ontbreekt, dan wordt door het college een aanwijzing verleend voor het fysieke gebied waarin het transport en de warmtelevering door een warmtebedrijf feitelijk plaatsvindt. De feitelijke ligging van het warmtenet in combinatie met de gebouwen (of delen daarvan) waar wordt geleverd, bepalen in dat geval de omvang van de warmtekavel. Als gevolg van het overgangsrecht kan het opdelen van een collectief warmtesysteem tot gevolg hebben dat een bestaand warmtebedrijf teveel afhankelijk is van een ander warmtebedrijf voor de toegang tot zijn warmtebron(nen), met mogelijke gevolgen voor verduurzaming en de leveringszekerheid. Om die reden hebben gemeenten dan de verplichting om warmtekavels samen te voegen. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

83

Overgangsperiode Alle warmtebedrijven wordt een ruime overgangsperiode geboden op basis van overgangsrecht van de Wcw. Per warmtekavel wordt een overgangsperiode bepaald van minimaal 14 jaar. Deze overgangsperiode stelt de warmtebedrijven in staat om hun investering in het warmtenet terug te verdienen. Deze overgangsperiode biedt de warmtebedrijven bovendien tijd om te besluiten hoe zij in de toekomst verder willen. Hiervoor gelden de volgende opties: Het warmtebedrijf kan als privaat warmtebedrijf ook na de overgangsperiode zijn activiteiten voortzetten door bijvoorbeeld warmte te leveren met een klein collectief warmtesysteem; een warmtebedrijf kan besluiten om na de overgangsperiode als warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang verder te gaan; de activiteiten na afloop van de overgangsperiode volledig te staken en kunnen bedrijfsonderdelen of het gehele bedrijf verkocht worden. CONCLUSIE Op basis van het voorgaande lijkt een zo groot mogelijke warmtekavel het meest interessant voor warmtebedrijf Zwolle, maar die grotere kavel kan pas worden vastgesteld zodra er voor het kavelgebied een concreet plan is voor de collectieve warmtevoorziening. In de Transitievisie warmte is aangegeven op welke wijze Zwolle van het aardgas af kan. Per wijk is aangegeven welke alternatief het meest kansrijk is.

Op de kaart bij de Transitievisie blijkt dat voor een groot gedeelte van de stad een warmtenet het voorkeursalternatief is. De plannen hiervoor zullen nog verder uitgewerkt / geconcretiseerd moeten worden. Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

84

Bovendien zal in kaart moeten worden gebracht welke warmteleveranciers er al bestaan en of die op grond van het overgangsrecht van de WCW aanspraak kunnen maken op een eigen warmtekavel en dus aangewezen kunnen worden als warmtebedrijf. Hoofdregel van het overgangsrecht is, is dat een bestaande warmteleverancier op het moment van inwerkingtreding van de WCW wordt aangewezen als warmtebedrijf, waarbij het gebied waar hij warmte levert, wordt aangewezen als warmtekavel. Voor kleine warmtebedrijven (< 1.500 aansluitingen) geldt dat zij op grond van de Wcw een ontheffing kunnen krijgen om als warmtebedrijf te worden aangewezen. Na afloop van deze overgangsperiode moet een warmtebedrijf kenbaar hebben gemaakt hoe zij in de toekomst verder wil. Hiervoor gelden de volgende opties: Het warmtebedrijf kan als privaat warmtebedrijf ook na de overgangsperiode zijn activiteiten voortzetten door bijvoorbeeld warmte te leveren met een klein collectief warmtesysteem; een warmtebedrijf kan besluiten om na de overgangsperiode als warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang verder te gaan; de activiteiten na afloop van de overgangsperiode volledig te staken en kunnen bedrijfsonderdelen of het gehele bedrijf verkocht worden. Het formeel vaststellen van een warmtekavel is echter pas mogelijk/nodig op het moment dat de Wcw in werking is getreden, dit is naar verwachting op 1 juli 2025.

Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

85

naar

Wij formuleren realistische ambities en vertalen die in werkbare oplossingen Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2b520a99-6137-41dc-81bb-cc0b3a8e4ef1