1. Ontwerp provinciale omgevingsvisie/verordening/regionaal waterprogramma
Tekst van het document
Deze monitor is opgezet naar aanleiding van het onderzoek van Rekenkamer Oost (‘Schipperen en sturen in de ruimte, mei 2022) en daaruit voortkomende aanbevelingen. De monitor brengt voor dit proces in beeld welke thema’s het meeste naar voren komen in de voorkantsamenwerking en wat er vervolgens op besloten is. De analyse van deze gegevens geeft waardevolle informatie waar we ons beleid en proces nog verder kunnen verduidelijken of verbeteren.
Hoofdstuk 6: Kaderstelling voor beleid
97
Dit hoofdstuk bevat een nadere uitwerking van onze visie (hoofdstuk 2), de Leidende Principes (hoofdstuk 3) en de Rode Draden (hoofdstuk 4). Daarin zijn de uitgangspunten van onze bestuursstijl en uitvoeringsstrategie (hoofdstuk 5) verwerkt. Dit hoofdstuk is verdeeld in thematische paragrafen, waarin de kaderstelling voor het beleid is opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende paragrafen: 6.1. Water, bodem en klimaatadaptatie 6.2. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 6.3. Landbouw en voedselvoorziening 6.4. Natuur en landschap 6.5. Cultureel erfgoed 6.6. Verstedelijking 6.7. Wonen 6.8. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek 6.9. Goede Bereikbaarheid 6.10. Vrije tijd, recreatie en toerisme (vrijetijdseconomie) 6.11. Milieu en gezondheid 6.12 Sociale kwaliteit en (positieve) gezondheid
98
Elke paragraaf is hetzelfde opgebouwd: • Allereerst beschrijven we onze ambitie voor dit thema of clustering van thema’s. • Vervolgens geven we aan met welke andere thema’s deze paragraaf een relatie heeft. Het is belangrijk om de verschillende thematische paragrafen in samenhang met elkaar te lezen. Er is bewust gekozen om in de thematische paragrafen geen ambities, doelen en opgaven en strekking van beleid van andere thema’s op te nemen. Hierdoor zouden de teksten te veel dubbelingen bevatten en de kwaliteit van de leesbaarheid zou daardoor achteruit gaan. • Na de beschrijving van de relatie met andere thema’s beschrijven we de doelen en opgaven voor het thema of de clustering van de thema’s van de betreffende paragraaf. Dit doen we zowel op Europees, landelijk als provinciaal niveau. • We eindigen elke paragraaf met een omschrijving van de strekking van ons beleid. Deze strekking moet in veel gevallen nog nader uitgewerkt worden. Dit doen we in onze Omgevingsverordening, met beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s, in (deel)visies, met gebiedsprocessen, projecten of initiatieven vanuit de samenleving.
Afbeelding: Visiekaart voor Overijssel
99
6.1. Water, bodem en klimaatadaptatie Ambitie We willen een klimaatrobuust water- en bodemsysteem door beter aan te sluiten bij natuurlijke kenmerken en processen. Hierdoor zijn we beter bestand tegen weersextremen zoals droogte, piekbuien, piekafvoeren en hittegolven. We willen vervuiling en uitputting van onze natuurlijke bronnen, zoals onze zoetwatervoorraad en bodems, tegengaan. Zo willen we: • Goed beschermd zijn tegen wateroverlast en overstromingen. • Voldoende zoetwater beschikbaar hebben voor landbouw, natuur, industrie en drinkwater. • Schoon water. • Gezonde en vitale bodems. • Een klimaatrobuuste leefomgeving en ruimtelijke inrichting, zowel boven als beneden maaiveld.
•
•
•
•
•
Relatie met andere thema’s (niet limitatief) Klimaatmitigatie, Landbouw en voedselvoorziening, Natuur en landschap, Verstedelijking, Wonen, Economie, Mobiliteit, Vrijetijdseconomie, Milieu, Gezondheid, Duurzaamheid.
•
Doelen en opgaven
•
Europese en Rijksdoelen en opgaven: • In 2027 moet het oppervlaktewater van goede ecologische en chemische kwaliteit zijn en grondwater moet in een goede chemische en kwantitatieve toestand verkeren. Achteruitgang in fysisch-chemische en ecologische toestand is niet toegestaan (Kaderrichtlijn Water).
100
• •
Er moeten voldoende schone bronnen beschikbaar zijn zodat drinkwaterbedrijven drinkwater van goede kwaliteit kunnen produceren volgens de Drinkwaterwet waarbij de zuiveringsopgave niet mag toenemen (Kaderrichtlijn Water). Primaire waterkeringen langs het hoofdwatersysteem voldoen uiterlijk in 2050 aan de Omgevingswaarden uit de Omgevingswet. Overstromingsrisico’s worden in beeld gebracht en er wordt een Overstromingsrisicobeheerplan opgesteld, waarin meerlaagsveiligheid centraal staat (Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s / EU-ROR). Het zwemwater in Overijssel voldoet aan de normen en eisen (Europese Zwemwaterrichtlijn 2006, Omgevingswet, Besluit Kwaliteit Leefomgeving). Voorkomen en verminderen van bodemverontreiniging en het effect hiervan op grondwater (Kaderrichtlijn Water, de EU bodemstrategie en Omgevingswet). Het duurzaam en efficiënt inrichten van de leefomgeving zowel boven als onder maaiveld vraagt om 3D/4D regie en ordening, om zowel energie als grondwaterwinning en ondergrondse infrastructuur te faciliteren (Nota Ruimte). Het in 2030 beheersen van de bekende bodemverontreinigingen die vallen onder de spoedopgave en het oppakken van buitenproportionele opgaven (o.a. PFAS) (Bestuurlijke afspraken Bodem). Nederland moet in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn.
Dit houdt onder andere in dat wateroverlast en droogte (zo veel mogelijk) voorkomen moet worden (Deltaprogramma, Nationale Adaptatie Strategie, Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, Nationaal Waterprogramma, Ruimte voor de Rivier 2.0). Water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening (Kamerbrief Water en bodem sturend, 25-11-2022 en 22-10-2024). Klimaatbestendig maken van de zoetwatervoorziening (Deltaprogramma).