CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Notitie geactualiseerd financieel perspectief AOS

Raad Besluitvormingsronde 15 december 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Herijking financieel perspectief AOS en beschikbaar stellen diverse kredieten vanaf 20253.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Betreft: Actualisatie stadsbreed parkeerexploitatiemodel AOS – onderdeel exploitatietekorten in de 1e tien jaar (‘financiële badkuip’) 1. Inleiding De afspraak na vaststelling van de Adaptieve Ontwikkelstrategie Mobiliteitshubs Zwolle (hierna: AOS) is dat we het stadsbrede parkeerexploitatiemodel actualiseren in het ritme van de P&C-cyclus. Doel hiervan is om inzicht te behouden in de hoogte van de zogeheten “financiële “badkuip” ten opzichte van de situatie bij vaststelling van de AOS van circa € 16,1 mln. (oktober 2024). Deze baseline vormt immers de basis voor de SIA-reservering van € 20 miljoen. Wanneer we het hebben over de financiële badkuip, doelen we op de som van de jaarlijkse kasstromen van de eerste 10 jaar van het stadsbrede parkeerexploitatiemodel. Deze periode heeft voor nu ook de voornaamste focus van deze actualisatie, waarbij we ook een verdere doorkijk presenteren. Hoofdlijn aanpassingen Het gaat dan bijvoorbeeld om wijzigingen in de fasering, omvang of stichtingskosten van hubs, maar ook het wijzigen van de parkeertarieven. En van voortschrijdende inzichten en kostencomponenten, zowel op stedelijk (generiek) niveau, als project-specifiek. We zitten in een ontwikkelopgave met verschillende tempo’s, maar wel met interactie op stedelijk niveau. De inzichten van lopende ontwikkelingen willen we bovendien goed verwerken in de stedelijke aanpak.

Ontwikkelingen die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan, en die aanleiding geven tot het wijzigen van variabelen in het stadsbrede parkeerexploitatiemodel, zijn nu verwerkt. In die zin is het model nu niet alleen geactualiseerd, maar tegelijkertijd ook goed doorgelicht. En is daarmee de al aanwezige robuuste basis van dit model verder verstevigd. In onderstaande paragraaf worden doorgevoerde wijzigingen per onderdeel nader toegelicht. Voor deze inputvariabelen geldt dat hier periodiek op geactualiseerd wordt. Het gaat daarbij om het met voortschrijdend inzicht steeds scherper krijgen van deze variabelen/uitgangspunten. Onderdelen waarover nog geen of weinig zekerheid bestaat, nemen we daar waar nog nodig op basis van kentallen (en behoudend) op. 2. Doorgevoerde wijzigingen stadsbreed exploitatiemodel AOS Generieke c.q. stadsbrede ontwikkelingen Fasering en capaciteit hubs De fasering van diverse hubs is gewijzigd, zie onderstaande tabel. Mobiliteitshub Roelenkwartier Diezerpoort Spoorkwartier – Koggehub Spoorkwartier – Werkplaatsenhub Hanze Oost Mobiliteitshub Weezenlanden-Noord Spoorkwartier – Koggehub Spoorkwartier – Werkplaatsenhub Hanzekwartier – Univéhub Hanze Oost Willemskwartier – WK 2 Totaal

Start exploitatie – OUD 2034 2029 2031 2027 2029 Capaciteit - OUD 512 610 320 540 350 185 2.517

Start exploitatie - NIEUW 2028 2030 2032 2029 2031

Capaciteit - NIEUW 426 500 350 400 500 230 2.406

Verschil -86 -110 +30 -140 +150 +45 -111

Pagina 1 van 6

De capaciteit van diverse hubs is gewijzigd op basis van de dynamische parkeerbalans, zie daarvoor de tabel. Voor Roelenkwartier en Diezerpoort is de capaciteit ongewijzigd, alleen de fasering is aangepast. Vanuit deze voortschrijdende inzichten zien we op totaalniveau nu een lichte daling op het totaal aantal plekken. Uiteraard past deze verandering bij de actuele prognose vanuit de stedelijke dynamische parkeerbalans. Waarbij we ervoor zorgen dat behoefte en programma op elkaar aansluiten en we het risico op onder- en overprogrammering minimaliseren. Mochten er in de toekomst inzichten ontstaan dat de behoefte verandert, dan blijft het mogelijk dit bij te stellen in de verdere planvorming en op te nemen in toekomstige hubontwikkelingen die nu nog in de initiatieffase zitten. Voor zowel de aanpassing in fasering als capaciteit van de hubs geldt dat de financiële effecten hiervan niet afzonderlijk worden benoemd. Deze aangepaste uitgangspunten zijn als vertrekpunt gehanteerd voor onderstaande wijzigingen, waarbij per wijziging het financieel effect wordt benoemd. Methodiek kapitaallasten gecorrigeerd Geconstateerd is dat de kapitaallasten in het oorspronkelijke financieel perspectief te hoog zijn ingeschat.

De kapitaallasten (rente en afschrijving) zijn pas van toepassing in het jaar nadat de hub is gerealiseerd, terwijl dit in de baseline van september 2024 al inging tijdens de bouw van de nieuwe hubs. Dit is aangepast voor alle nieuwe hubs en dat leidt tot een afname van het financieel tekort in de eerste tien jaar van € 5,4 mln. Actualisatie planningen Zie de doorgevoerde faseringen. Het eerder of later realiseren en starten van de exploitatie werkt door aan zowel de kosten als opbrengstenkant. De huidige actualisatie geeft per saldo een positief resultaat van € 3,0 mln. in de eerste tien jaar. Tarieven/regulering cf. Nota parkeren 2025 Een belangrijke wijziging is het verwerken van de genomen besluiten vanuit de Nota parkeren inclusief parkeertarieven zoals die zijn vastgelegd in de maart 2025. De tarieven zijn vastgelegd voor 20262027 en 2028-2029. Vanaf 2030 worden tarieven rekenkundig geïndexeerd/verhoogd zoals dit al het uitgangspunt bij eerdere besluitvorming. Voor de tarieven van bezoekersparkeren is, in alle zones, gerekend met een toename van € 0,50 per uur voor de jaarvakken 2030-2031 ten opzichte van het vastgestelde tarief tot en met 2029. Deze verhoging van € 0,50 per uur is daarmee conform eerdere vastgestelde uitgangspunten. Na 2031 is rekenkundig uitgegaan van een groei van 2% per jaar.

Deze tariefontwikkelingen zijn als zodanig niet vastgelegd in de Nota parkeren, maar geldt als rekenkundig uitgangspunt. Vanuit een behoudende aanname voor de langere termijn. Uiteraard is definitieve keuze en vaststelling van de tarieven vanaf 2030 een verantwoordelijkheid van de raad en volgt hierover t.z.t. specifieke besluitvorming. En zoals dit ook na vaststelling van de Nota parkeren is gedaan, zal dit vervolgens worden verwerkt in het exploitatiemodel. Tegelijkertijd met de huidige actualisatie is het hele model nogmaals doorgelicht, Daarbij is gebleken dat deze tariefswijzigingen bij de voorgaande versie van de AOS op een aantal plekken in het model niet goed verwerkt waren. Dat is nu hersteld en resulteert voor de eerstkomende 10 jaar in een positief effect van per saldo € 3,4 mln. Actualisatie bezoekersuren Zoals aangeven in de raadbrief van afgelopen oktober wordt continue gemonitord wat de ontwikkeling is van de diverse variabelen, waaronder de te verwachten bezoekersuren. Op basis van actualisatie van de parkeerbalans Stadshart is deze huidige analyse/actualisatieslag nu voltooid. Dit geeft, conform afgegeven verwachting, een financieel effect van jaarlijks € 0,8 mln. aan extra parkeerinkomsten per jaar. In totaal € 8,0 mln. in de eerste 10 jaar.

We hebben ook accommodaties die niet goed waren meegenomen qua gebruik en bezetting in het voorgaande exploitatiemodel (Emmadek en Schuttevaerkade) gecorrigeerd. Qua bezoekersuren zien we overall een stijgende trend, ondersteunt door de analyse van afgelopen (post-corona-)jaren. In het exploitatiemodel houden

Pagina 2 van 6

we nadrukkelijk wel een voorzichtige/behoudende lijn aan m.b.t. deze variabele, waarbij we zorgdragen voor periodieke actualisatie. Indexatie stichtingskosten hubs Voor de hubs waarvoor nog geen specifieke stichtingskostenraming is opgesteld, wordt gerekend met kengetallen per type gebouwtype. In het model is uitgegaan van kengetallen voor stichtingskosten voor de verschillende verschijningsvormen van de hubs (zoals solitair bovengronds, gecombineerd ondergronds/halfverdiept/bovengronds met woningbouw). Ten opzichte van voorgaand exploitatiemodel zijn deze kengetallen geactualiseerd naar huidig prijspeil (circa 5%). Vervolgens is, zoals in deze branche te doen gebruikelijk, in het model een indexatie van stichtingskosten van 2,00% op jaarbasis voorzien. We anticiperen daarnaast periodiek op de prijsontwikkelingen en marktomstandigheden en zorgen daarbij dat de modelmatige en werkelijke uitgangspunten qua indexatie met elkaar in balans blijven. Om daarmee afdoende financiële ruimte in te bouwen om prijs/kostenstijgingen op te vangen en te voorkomen dat we achteraf moeten corrigeren. De huidige actualisatieslag qua indexatie leidt tot een verslechtering van het resultaat, waarvan € 1,2 mln. in de eerst komende tien jaar. Toevoeging kosten tijdelijk parkeren Een aanvullend element in het geactualiseerde exploitatiemodel is de toevoeging van tijdelijke parkeren.

Tijdelijke voorzieningen zijn noodzakelijk om parkeervraag -en aanbod met elkaar in evenwicht te houden, gericht op de periode dat er gerealiseerd wordt en de eindsituatie nog niet gereed is. Een goede balans tussen vraag en aanbod is nodig om de stad bereikbaar en toegankelijk te houden voor inwoners, bezoekers en werknemers. En boven noodzakelijk als borging van de juridische randvoorwaarden voor gebiedsontwikkeling, aangezien de parkeerbalans op orde moet zijn. Voor voorziene tijdelijke parkeerlocaties is in het exploitatiemodel een stelpost opgenomen van € 4,4 mln. voor de komende tien jaar. Daarvan wordt nu daadwerkelijk € 2,0 mln. aangevraagd t.b.v. 1) de realisatie van de tijdelijke Goertjesweg-hub, 2) de huur van een aantal tijdelijke terreinen/accommodatie (in zowel Spoorzone als Stadshart) en 3) voor de noodzakelijk verwijzing en communicatie. Afschrijvingstermijn van 40 naar 50 jaar Tot op heden hanteren we een termijn van 40 jaar voor parkeeraccommodaties. Gezien de doorontwikkeling van dit type kapitaalgoed naar mobiliteitshubs is een economische en functionele levensduur een termijn van 50 jaar zeer uitlegbaar. Specifiek daar waar het gaat om nieuwe realisatie c.q. hoogwaardige opwaardering. Dit sluit ook aan bij eerdere besluiten hierover omtrent (nieuwe) onderwijshuisvesting.

Voorgesteld wordt om deze aangepaste afschrijvingstermijn rekenkundig al mee te nemen en daarmee te anticiperen op daadwerkelijke doorvoering van deze keuze. Formele verwerking volgt dan in de eerstvolgende begroting in de afschrijvingstabel. Toevoeging kosten onrendabele top deelmobiliteitsaanbieders Met de AOS is vastgelegd dat de gemeente de regie pakt op het organiseren van deelmobiliteit. Kosten voor de organisatie van deelmobiliteit waren reeds opgenomen in voorgaand exploitatiemodel (€ 350.000 per jaar voor 10 jaar, inclusief indexatie). Wat hieraan is toegevoegd in het geactualiseerde model, zijn kosten voor de (te verwachten) aanvullende onrendabele top bij deelmobiliteitsaanbieders. Dit richt zich in grote mate op deelauto-mobiliteit, waarbij we uiteraard vanuit een integrale aanpak toewerken naar een breed palet van mobiliteitsdiensten. Maar het op orde krijgen van deelauto’s zijn randvoorwaardelijk voor de gebiedsontwikkelingen. Op dit moment zien we in Nederland dat de eerste jaren van deelmobiliteit in de regel niet rendabel zijn, met name door initiële disbalans tussen vraag en aanbod. Hier willen we op anticiperen, zodat we van begin af aan wel voldoende aanbod en beschikbaarheid kunnen garanderen. Voor de aankomende tien jaar is daarom een aanvullende post opgenomen van €150.000 per jaar in het geactualiseerde exploitatiemodel, voor in totaal € 1,7 mln.

over 10 jaar (geïndexeerd). Voor de periode t/m 2030 vragen we nu een bedrag van € 0,5 mln. per jaar aan.

Pagina 3 van 6

Toevoeging stelpost t.b.v. spoor 2 en 3 van de AOS Met spoor 2 en 3 doelen we op de bestaande stad (spoor 2) en realisatie van stadsrandhubs (spoor 3). In voorgaand exploitatiemodel waren deze twee onderdelen financieel niet opgenomen, maar wel qua opgave/inhoud nadrukkelijk verbonden. Voor de komende tien jaar is hiervoor een stelpost opgenomen van in totaal € 2,8 mln., met name bedoeld voor spoor 2 (bestaande stad). Financiële ruimte om te investeren in voorzieningen in spoor 3 direct buiten de stad is voorzien in het MIRTpakket (welke gelijktijdig voor besluitvorming is geagendeerd op 15 december 2025) Voor Spoor 3 voorzien we niet op korte termijn noodzakelijk investeringen vanuit de stedelijke exploitatie, maar dit willen we voor de langere termijn (na 2035) niet uitsluiten. Met deze stelpost worden we in staat gesteld om randvoorwaardelijke en noodzakelijke investeringen doen, met name direct buiten de hoog-dynamische gebieden. Daar speelt immers ook de verdichtingsopgave (denk aan stadsdeal/kleinschalige inbreiding/optoppen), kunnen we inspelen op lokale initiatieven en werk met werk maken. En zo helpt ‘nieuw’ ook ‘bestaand’ en kunnen we opgaven integraal verder brengen. We zien bijvoorbeeld concrete kansen voor een integrale wijkhub in Assendorp, gekoppeld aan beheer/klimaatopgave die daar speelt. We vragen nu een voorbereidingskrediet aan van € 250k.

Wanneer de investeringen concreet worden, worden de benodigde uitvoeringskredieten aangevraagd, vanuit deze in het exploitatiemodel opgenomen stelpost. Toevoeging organisatiekosten AOS Een aanvullende kostenpost die is opgenomen in het geactualiseerde exploitatiemodel, zijn kosten voor de programmaorganisatie gericht op sturing en programmabeheersing. Na vaststelling van de AOS is dit feitelijk al gestart, maar de organisatiekosten die dit met zich meebrengt komen nu duidelijk in beeld. Deze waren nog niet in het exploitatiemodel opgenomen. Denk hierbij aan kosten voor ontwikkelmanager mobiliteitshubs, financiële expertise, (inhuur van) juridische/inkoop-en aanbestedingsexpertise en overige personele inzet inclusief instrumentarium dat hiervoor benodigd is. Om zo adequaat te kunnen sturen, de gebiedsontwikkeling maximaal te faciliteren en de risico’s zo goed mogelijk te beheersen. Voor periode 2026 tot en met 2030 is hiervoor een jaarlijks budget van € 1,27 mln. nodig. Hiervan kan jaarlijks € 520k worden afgedekt vanuit de decentralisatie-uitkering Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Het resterende bedrag van jaarlijks € 707k wordt bekostigd vanuit de exploitatiemodel. In totaal is hiervoor een bedrag van € 4,2 mln. (geïndexeerd) opgenomen. Laadinfrastructuur en kosten energiemaatregelen Mobiliteitshubs moeten worden voorzien van laadinfra.

Daarom vragen hubs om een grootschalige aansluiting. Vanwege de druk op het energienetwerk c.q. netcongestie vraagt dit de komende jaren om aanvullende maatregelen en inspanningen. Om functionele hubs te kunnen realiseren wordt voorzien in een post voor noodzakelijke investeringen (denk aan infrastructuur, accupakketten etc.). Voor de aankomende tien jaar is hiervoor een stelkost opgenomen in het geactualiseerde exploitatiemodel, in totaal € 4,5 mln. Daarvan wordt nu t.b.v. de hub Weezenlanden Noord € 2,1 mln. aangevraagd met een jaarlijkse kapitaallast van € 175.000. Generieke voorbereidingskosten Ten behoeve van de nu in ontwikkeling zijnde mobiliteitshubs worden proces- en personele kosten gemaakt (of zijn reeds gemaakt, dus achteraf gecorrigeerd) voor de voorbereiding en planontwikkeling. Voor generieke voorbereidingskosten geldt dat deze, conform de BBV-regelgeving, niet geactiveerd kunnen worden. Zoals dit wel kan voor specifieke personele/proceskosten, direct gekoppeld aan de realisatie. Deze kosten dienen direct (in één keer) afgeschreven/opgenomen te worden ten laste van de exploitatie. Dit gaan we daarom nu passend organiseren en daarom nemen we hiervoor in het stedelijke exploitatiemodel financiële ruimte op. Zo zorgen we ervoor dat de

Pagina 4 van 6

afzonderlijke gebiedsontwikkelingen niet onnodig met het financieel organiseren van deze kosten hoeven te worden belast (en dit later moet worden verrekend). In totaal gaat het op dit moment om een post van € 3,3 mln. voor de hubs Weezenlanden-Noord, Nieuwe Veemarkt, Roelenkwartier, Noordereiland en Spoorzone (Zone-hub, Hanze Oost-hub). Dit zal in het vervolg voor meer hubs gaan gelden, op het moment dat dit duidelijker is, wordt daar ook budget voor aangevraagd. Verwerken parkeerproduct voor sociale huurders in het centrumgebied We zijn in overleg over een set aan (financiële) afspraken met woningbouwcorporaties over het parkeren van sociale huurders in het centrumgebied in de mobiliteitshubs (Stadshart, Spoorzone en Nieuwe Veemarkt). We verwachten dat dit leidt tot een negatief financieel effect. Op dit moment zijn we hier nog niet helemaal uit. In de vertrouwelijke bijlage wordt hier nader op in gegaan. Het verwachte financiële totaaleffect waarmee we nu rekening houden, nemen we alvast wel op. Dit bedraagt € 1,2 mln. negatief in de eerste 10 jaar. Specifieke ontwikkelingen Hiervoor betrof het generieke/stadsbrede ontwikkelingen/variabelen, die uiteraard ook noodzakelijk zijn om ook individuele hubontwikkelingen mogelijk te maken. Daarnaast zijn er een aantal specifieke ontwikkelingen die doorwerken in het financieel perspectief.

Afkoopbijdrage ontwikkeling Nieuwe Veemarkt Voor de mobiliteitshubs in de gebiedsontwikkeling Nieuwe Veemarkt is de gemeente eigenaar van de grond. Ook in dit geval geldt de afkoopregeling waarbij de ontwikkelaars en corporaties de parkeereis afkopen. Ten tijde van de vaststelling van de grondexploitatie was dit nog niet bekend en daarom niet financieel opgenomen. Deze keuze is wel expliciet opgenomen in de besluitvorming van de AOS in oktober 2024 en ook gemeld in voorgaande Voortgangsrapportage Projecten en Programma’s (VP). Conform deze besluitvorming is dit nu verwerkt in de stedelijke exploitatie. Zoals aangegeven betekent dit een positief effect op de stedelijke parkeerexploitatie, met een overeenkomstig negatief effect op de opbrengst van de grondexploitatie. In de eerste 10 jaar betekent dit een positief effect van € 3,4 mln. Aanpassing stichtingskosten Weezenlanden-Noord inclusief plintvoorzieningen Op basis van de meest actuele inzichten zijn de stichtingskostenraming voor de centrumhub Weezenland-Noord aangepast. In voorgaand exploitatiemodel werd rekening gehouden met € 44,9 mln. aan stichtingskosten. In het geactualiseerde exploitatiemodel gaan we uit van € 52,6 mln. aan stichtingskosten. Zie hiervoor ook de beslisnota “Mobiliteitshub Weezenlanden-Noord: Ontwerp, kredietaanpassing en wijziging omgevingsplan”. Daarbij is gerekend met €1,0 mln.

verwervings- en stichtingskosten van de voorzieningenplint. Deze wordt binnen de gebiedsontwikkeling, maar buiten de direct technische/inhoudelijke scope van de hub gerealiseerd. Vandaar dat deze is losgeknipt qua kredietaanvraag en als afzonderlijk krediet wordt aangevraagd. Deze gecombineerde toename qua kosten resulteert in een verslechtering van het resultaat van € 2,7 mln. in het stadsbrede exploitatiemodel in de eerste tien jaar.

Pagina 5 van 6

Samenvatting Resultaat badkuip

Voor wijzigingen: Exploitatieresultaat (2026 - 2035)

€

-16.100.000

GENERIEK Methodiek kapitaallasten gecorrigeerd Actualisatie planningen Actualisatie bezoekersuren Tarieven/regulering cf Nota Parkeren Indexatie stichtingkosten hubs Kosten tijdelijk parkeren Afschrijvingstermijn van 40 naar 50 jaar Kosten onrendabele top deelmobiliteit Stelpost voor spoor 2 en 3 AOS Organisatiekosten implementatie Laadinfra en kosten energiemaatregelen Generieke voorbereidingskosten Parkeerproduct sociale huur

Toelichting Start kapitaallasten vanaf 1 jaar na realisatie Planningen verwerkt, kosten/baten verschuiven hierdoor 1e herijking is nu verwerkt o.b.v. nieuwe trends/prognose Beleidsvaststelling verwerkt qua tarieven en uitbreiding regulering Herijking naar huidig prijspeil Budgetruimte voor diverse investeringen tijdelijk parkeren 50 jaar passend bij type investering (aansluiten bij OHW) 1e jaren onrendabel ivm disbalans vraag en aanbod Noodzakelijke hubinesteringen in bestaande stad + stadsrand Noodzakelijke uitvoeringsorganisatie hubs Grootschalige aanslutingen nodig, onzeker wanneer beschikbaar Ten behoeve van voorbereiding en planontwikkeling hubs Voorgenomen richting om dit product te organiseren

€ € € € € € € € € € € € €

5.400.000 3.000.000 8.000.000 3.400.000 -1.200.000 -4.400.000 4.500.000 -1.700.000 -2.800.000 -4.200.000 -4.500.000 -3.300.000 -1.200.000

SPECIFIEK Afkoopbijdrage Nieuwe Veemarkt Aanpassing stichtingskosten WZN

Was nog niet verwerkt, nu wel (cf. besluit) Voorgenomen wijziging obv nieuwe raming

€ €

3.400.000 -2.700.000

€

-14.400.000

Na wijzigingen: Exploitatieresultaat (2026 - 2035)

In de tabel zijn de wijzigingen en de financiële effecten daarvan weergeven, voor nu dus gericht op de komende 10 jaar (badkuip). Waarbij bij het vertrekpunt (vaststelling AOS) van het exploitatiemodel de zogeheten “financiële badkuip” € -16,1 mln. bedroeg, bedraagt deze nu € -14,4 mln. Daarmee is er een verbetering zichtbaar ten opzichte van voorgaand exploitatiemodel en ook een stevige verbetering ten opzichte van de in de raadbrief van afgelopen oktober gecommuniceerde “badkuip” van € -19,1 mln. In deze raadsbrief was al aangekondigd dat de doorwerking van de bezoekersuren nog nader werd geanalyseerd, met een voorzien positief effect. Nu deze analyse is afgerond wordt dat beeld bevestigd, zie ook het voorgaand kopje ‘actualisatie bezoekersuren’.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6683aae2-363c-4207-9774-542611dcf696