CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gebiedsvisie ZSDZ

Raad Besluitvormingsronde 7 juli 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gebiedsvisie ZSDZ (Ten noorden van de Vecht)9.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verbindend voorbij de grenzen Gebiedsvisie Zwolle-StaphorstDalfsenZwartewaterland

Strategisch ontwerpers voor gebieden in beweging

Groepsfoto van de werkplaatsdeelnemers met het resultaat van het proces van de gebiedsvisie aan het eind van werkplaats 5

Voorwoord De gebiedsvisie die voor u ligt is gemaakt door boeren, burgers en buitenlui samen met de zes betrokken overheden. Een uniek proces met mensen met allerlei achtergronden en verschillende belangen. Iedereen heeft er veel tijd in gestoken.

Het is gelukt om in de zogenoemde werkplaatsen naar elkaar te luisteren, elkaar te bevragen en te zoeken naar overeenkomsten. Natuurlijk waren er ook ongemakkelijke momenten. Zowel in de werkplaatsen als in het overleg met de bestuurders van de overheden. Ook was het jammer dat Streekvereniging De Marsen op een gegeven moment besloot uit het proces te stappen.

Toch zijn we trots op deze gebiedsvisie, die volgens sommigen te ver gaat en volgens anderen niet genoeg richting geeft. Dat betekent dat dit niet het eindpunt is maar een beginpunt. Waarbij alle betrokkenen anders naar het gebied zijn gaan kijken: geen afvalputje maar een gebied met veel potentie. Ontwikkelingen gaan door en steeds is daarbij de vraag: ‘Wat kan dit negatief en positief opleveren voor het gebied?’. Daarover zal het gesprek moeten gaan, steeds in een zo vroeg mogelijk stadium en met de nodige zorgvuldigheid voor alle belangen.

Brenda Vrieling en Gerard van Weerd, betrokken via de belangengroepen in het gebied

Colofon Land-id Kantoorgebouw De Enk Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Infram Amersfoortseweg 9 3951 LA Maarn

Inhoudsopgave Inleiding

7

Betrokkenen

10

Proces

12

Waarden

14

Ontwikkelingen en opgave

16

Gebiedsvisie

18

Eerste stap in de samenwerking

32

6

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Inleiding De aanleiding voor de gebiedsvisie was de veelheid aan ontwikkelingen die op het gebied afkomen. De bewoners- en belangengroepen uit het gebied waren bezorgd over het gebrek aan regie, samenwerking en coördinatie door de betrokken overheden. Het gevoel was dat afwegingen binnen eigen (gemeente)grenzen werden gemaakt en dat ontwikkelingen aan de grenzen of achterkanten van gemeentegrenzen belandden. Bewoners pleitten voor een overkoepelende ruimtelijke visie en willen aan de voorkant meedenken. De gebiedsvisie wordt opgesteld op het schriftelijke verzoek van zes inwonersverenigingen (april 2022) om de ruimteclaims die op het gebied afkomen in samenhang te bezien en daarbij inwoners tijdig te betrekken. De gebiedsvisie is een co-creatie van de zes inwonersverenigingen en overheden. In het gebied Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland gebeurt veel! Bewoners, belangenorganisaties en overheden hebben ieder hun eigen rol en kijk op de huidige situatie en de toekomst. Om het gebied mooi en leefbaar te houden is het ongewenst dat iedereen vanuit een eigen gezichtspunt blijft kijken. Dat vraagt om samen creëren. Wat zien we met elkaar, waar willen we regie en coördinatie

en waar willen we gezamenlijk naartoe? Hier zijn vertegenwoordigers van overheden, inwoners en belangenverenigingen samen mee aan de slag gegaan.

komen over alles wat op het gebied afkomt en richt zich daarbij op de concrete plannen die bewoners en ondernemers raken.

De eerste stap om te komen tot een gebiedsvisie was een startnotitie en deze is eind 2022 door buurtbelangenorganisaties en overheden onderschreven. Hierin staat hoe de partijen met elkaar gaan samenwerken, wat de opgaven zijn en wat de planning is. Vervolgens zijn we in samenwerking met een representatieve groep uit het gebied aan de slag gegaan. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van overheden waaronder de Provincie Overijssel, Waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland.

Samen met deze groep zijn we tijdens de werkplaatsen aan de slag gegaan om de inhoud van de gebiedsvisie vorm te geven. Daarnaast vonden de gebiedstafels plaats. Hierin werd met een kleinere groep vanuit de belangenorganisaties en de overheden gestuurd op het proces van de gebiedsvisie. Bovendien was er een inloopbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst maakten we het proces van de gebiedsvisie inzichtelijk voor een brede groep betrokkenen.

Daarnaast zijn inwoners en vertegenwoordigers van belangenverenigingen waaronder Streekvereniging De Marsen, Belangenvereniging Nieuwleusen Buitengebied West (BNBW), Plaatselijk Belang Ankum, Nieuwleusen Synergie, Duurzaam Tolhuislanden en Vereniging Vrienden van Dalfsen, intensief betrokken geweest bij deze gebiedsvisie. Streekvereniging de Marsen heeft na de vijfde werkplaats de deelname aan het proces van de gebiedsvisie beëindigd. De Marsen wil gezamenlijk met betrokkenen tot een goede afstemming blijven 7

Het resultaat is deze gebiedsvisie die als doel heeft om door te werken in besluiten en ontwikkelingen in het gebied. In deze gebiedsvisie is vastgelegd wat partijen gezamenlijk willen voor de toekomst. De kernpunten van de gebiedsvisie zijn onderschreven door de deelnemers aan de werkplaatsen en gebiedstafel. De uitwerkingen van de kernpunten worden grotendeels onderschreven. Enkele onderdelen worden echter niet door iedereen gedragen. De essentie van de gebiedsvisie bestaat uit vier kernpunten: • • • •

Visualisatie van de vier kernpunten van de gebiedsvisie

Maak keuzes - niet alles kan samengaan Een landschappelijk casco als basis Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief Ordenen door middel van clusteren

Dit document is de gebiedsvisie waarop de afgelopen periode reflectie van de bestuurders van overheden en belangenorganisaties is gevraagd. In een tweede informatiebijeenkomst op 17 december 2024 worden bewoners geïnformeerd over de inhoud van de gebiedsvisie en krijgen zij de gelegenheid vragen te stellen en aandachtpunten voor het vervolg mee te geven. In deze gebiedsvisie zijn we uitgegaan van de huidige status rondom ontwikkelingen die op het gebied afkomen.

8

Samenwerken aan de gebiedsvisie in werkplaats 5

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Visualisatie van de contouren van de gebiedsvisie. Op bladzijde 14 en verder worden de legenda onderdelen van de gebiedsvisie toegelicht

9

Betrokkenen Het maken van de gebiedsvisie hebben bewoners(organisaties) en overheden samen gedaan op basis van gelijkwaardigheid in proces. Hiervoor zijn de gebiedstafels en de werkplaatsen georganiseerd.

De gebiedstafelleden Om alle partijen gelijkwaardig in het proces te betrekken en invloed te geven op de uitkomst, was een gezamenlijke gebiedstafel opgesteld. De gebiedstafel bestond uit zeven personen, vanuit de belangenorganisaties en de overheden. De groep had een onafhankelijk voorzitter. De gebiedstafel heeft tien keer plaatsgevonden. In de gebiedstafel kwamen de verschillende belangen op tafel en bespraken we de aanpak, de uitkomsten en het proces inclusief hoe eenieder zijn/haar achterban betrekt.

De werkplaatsdeelnemers De werkplaatsen waren gericht op interactie en samen inhoud maken. In totaal vonden vijf werkplaatsen plaats met circa 35 deelnemers. De werkplaatsdeelnemers kwamen van verschillende overheden, belangenorganisaties en directe vertegenwoordiging van inwoners uit het gebied. Ook de gebiedstafelleden namen deel aan de werkplaatsen. Tijdens de werkplaatsen werd iedereen uitgenodigd om goed naar elkaar te luisteren en elkaar te bevragen om achterliggende belangen te ondervinden. 10

Foto gemaakt tijdens één van de gebiedstafels

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Foto gemaakt tijdens werkplaats 5

Foto gemaakt tijdens werkplaats 3

Foto gemaakt tijdens werkplaats 2

Foto gemaakt tijdens werkplaats 4

Foto gemaakt tijdens werkplaats 1

11

Proces Vijf werkplaatsen vonden plaats in de periode van september 2023 tot februari 2024. De zesde werkplaats vond plaats in oktober 2024. De werkplaatsen kenden een vaste manier van werken. We startten altijd plenair met een presentatie over het doel, de opzet en een terugkoppeling van de vorige werkplaats. Vervolgens gingen we in deelgroepen aan het werk. Hiervoor hanteerden we verschillende werkvormen met als doel om diepgaande, constructieve gesprekken met elkaar te voeren. We sloten iedere werkplaats plenair af met een pitch of een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Op de volgende pagina volgt een overzicht van het geïntegreerde gebiedsproces. Werkplaats 1 stond in het teken van ‘waarden’. We zijn aan het werk gegaan om de kenmerken en kwaliteiten te benoemen. We werkten daarbij vanuit twee invalshoeken. Enerzijds bekeken we hoe bewoners hun gebied zien; de culturele waarden. Anderzijds keken we naar de fysieke ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

12

Werkplaats 2 stond in het teken van ‘dilemma’s en kansen’. We keken naar wat er op gebied afkomt. Aan de hand van pitches zorgden we ervoor dat iedereen op een gelijk informatieniveau kwam. Vervolgens besteedden we aandacht tot welke dilemma’s dit leidt voor de toekomst en wat om beïnvloeding vraagt.

Tijdens de werkplaatsen werden diverse werkvormen gehanteerd met als doel om constructieve gesprekken met elkaar te voeren

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

In de werkplaatsen daarna gaven we vorm aan de daadwerkelijke gebiedsvisie. Tijdens werkplaats 3 werkten we aan ‘de bouwstenen van de gebiedsvisie’. We keken naar de opgaven die op het gebied afkomen in relatie tot ruimtelijke hoofdkeuzes. Waar willen we aandacht aan besteden en hoe passen we deze bouwstenen in? Werkplaats 4 stond in het teken van ‘de houtskoolschets van de gebiedsvisie’. Vanuit de identiteit en waarden van het gebied ontstonden er

constanten: perspectieven, thema’s en ruimtelijke principes die steeds weer opnieuw terug kwamen. Deze stelden we gezamelijk vast. Daarna gingen we in groepen aan het werk met de ruimtelijke keuzes die nog variabel waren door middel van scenario’s. We stonden uitgebreid stil bij welke keuzes elkaar versterken, welke elkaar uitsluiten en waarom. De vijfde werkplaats stond in het teken van de ‘contouren van de gebiedsvisie’. Het doel van deze werkplaats was om zoveel mogelijk te komen tot een

Overzicht van het geïntegreerde gebiedsproces met de belangrijkste resultaten per werkplaats

gedeeld beeld over de kern van de gebiedsvisie. Samen scherpten we de onderdelen van de gebiedsvisie aan. We sloten af met vast te stellen wat we willen meegeven aan de gebiedstafel, het bestuur en het daaropvolgende proces. Tussen de vijfde en zesde werkplaats heeft extra afstemming tussen de overheden onderling en met de gebiedstafel plaatsgevonden om met name het vervolg van de gebiedsvisie nader uit te werken. In de zesde werplaats is dit toegelicht en het vervolg besproken.

13

Waarden Culturele waarden De culturele waarden hebben we in beeld gebracht door stil te staan bij de vraag: ‘Hoe ervaar jij het gebied en wat is de typische cultuur in het gebied?’ Hieruit kwam naar voren dat er in het gebied een cultuur van bescheidenheid heerst. Men heeft een praktische inslag. In de basis is men ietwat conservatief, sober en terughoudend maar er wordt bovenal hard gewerkt. Het geloof speelt hierin een rol. Daarnaast kwam ook het coöperatieve aspect duidelijk naar voren. Het samendoen, het omzien naar elkaar en het noaberschap zijn belangrijk voor de mensen in dit gebied. Er heerst ondernemerschap. Er moet verdiend kunnen worden in het gebied, maar dan wel op de juiste plek en op de juiste manier. Men voelt zich sterk verbonden met het gebied. Het sterke gevoel van thuis zijn heerst: ‘Als je een paar kilometer verderop woont, ben je niet meer thuis’. Tot slot is er een breed, maar niet onbelangrijk, gedeeld besef dat er veel opgaven landen in dit gebied. Men is meedenkend en vooral betrokken: ‘Als er iets moet dan willen we er samen het beste van maken.’ Het gebied moet er bovendien van mee kunnen profiteren en er beter van worden.

Landschapsstructuurkaart van het gebied Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland

14

De kaart is ontwikkeld op basis van de Gebiedsbiografie Novi-regio Zwolle

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Ruimtelijke waarden De eerdergenoemde culturele waarden zien we ook ruimtelijk terug op de kaart. De geschiedenis van zelfstandigheid vertaalt zich veelal in traditionele landbouw in het gebied. De verbondenheid aan de landbouw is belangrijk en het gebied streeft ernaar deze te behouden. De landbouw wil zich hierbij wel verder (economisch) kunnen ontwikkelen en het beter doen, passend bij de huidige opgaven.

Het open (weidevogel)gebied heeft een groen en grootschalig karakter

Het rivierenlandschap rondom de Vecht spreekt enorm aan

De ruimtelijke kenmerken bestaan onder meer uit het open (weidevogel) gebied, het groene karakter en de rustgevende omgeving. De afwisseling tussen landschappen met een meer open of besloten karakter, spreekt enorm aan. Dit karakter wordt onder andere gevormd door de hoofdgroenstructuur die bestaat uit singels, bomenrijen en houtwallen. Het kunnen fietsen en wandelen door het gebied wordt hier gewaardeerd. Ook het landschap van de rivieren spreekt aan. Vanuit Zwolle en de Vecht spelen handel en bedrijvigheid een belangrijke rol. De werkplaatsdeelnemers benadrukken dat er in de afgelopen jaren door diverse ontwikkelingen veel kwaliteiten verloren zijn gegaan. Het gebied is in transitie. Dit vertaalt zich echter ook in verdozing, lichtvervuiling en windturbines zonder meerwaarde voor het gebied. Het grootste spanningsveld zit in de snelheid en schaal waarmee ontwikkelingen plaatsvinden, in planvorming zijn en op de planning staan. Het landgebruik bestaat grotendeels uit grasland voor de traditionele landbouw. Houtwallen, singels en bomenlanen zorgen in delen van het gebied voor afwisseling en een mate van kleinschaligheid in het landschap.

15

Ontwikkelingen en opgave De ontwikkelingen die op het gebied afkomen zijn in beeld gebracht. De kaart heeft tot doel gehad inzicht te geven in de belangrijkste ontwikkelingen in het gebied op dat moment. Dit gaf inzicht welke ontwikkelingen al vast lagen en welke de visie kon beïnvloeden. De ontwikkelingen in dit gebied blijven continu in ontwikkeling, de kaart is dan ook een momentopname van begin 2024. Tussen het opstellen van de kaart en het moment dat de gebiedsvisie definitief is, hebben diverse ontwikkelingen plaatsgevonden of zijn plannen weer een stap verder. Zo heeft het Waterschap de Position Paper Water Bodem Sturend vastgesteld, is voor het project Veilige Vecht inmiddels het Voorkeursalternatief vastgesteld en de REB 2040 voorziet nieuwe ruimteclaims vanuit economie op met name de corridor Zwolle – Staphorst. De ontwikkelingen op kaart zijn uitvoerig bediscussieerd en besproken. De belangrijkste dilemma’s en kansen die hierbij spelen, zijn door de deelnemers aan de werkplaats naar voren gebracht. Deze onderwerpen zijn geordend aan de hand van wat de werkplaatsdeelnemers vinden dat centraal moet staan in de gebiedsvisie. Dit heeft geresulteerd in het onderstaande voorstel van onderwerpen, die de kern vormen van de gebiedsvisie.

Ontwikkelingenkaart met daarop ontwikkelingen die op het het gebied Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland afkomen.

16

Disclaimer: de kaart is een momentopname van begin 2024.

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Het probleem van dit gebied 1.

Het gebied is overvraagd. Er zijn te veel claims op het gebied, die niet in samenhang met elkaar worden afgewogen. Het lijkt erop dat de ruimtevraag drie keer zo groot is als het gebied. Er is grote behoefte dat er prioriteiten worden gesteld en daarmee keuzes gemaakt worden.

2.

Door de veelheid aan ontwikkelingen en onsamenhangende keuzes zijn kwaliteiten van het gebied verloren gegaan en komen deze kwaliteiten steeds verder onder druk te staan. Er is grote behoefte aan een overzicht van de huidige landschappelijke en cultuurhistorische waarden en hoe die versterkt kunnen worden.

De opgave voor de gebiedsvisie Het maken van echte keuzes voor de toekomst van het gebied is noodzakelijk. De focus lag op het deel van het gebied waar verschillende ontwikkelingen tegelijk een bepalende rol spelen (gebied tussen Hasselt, zuidelijk grondgebied gemeente Staphorst, Nieuwleusen, Zwolle en Dalfsen, ten noorden van de Vecht). Sommige ontwikkelingen lagen daarbij al vast (hard) en andere waren beïnvloedbaar (zacht). Aan de hand van de ontwikkelingenkaart is dit speelveld inzichtelijk gemaakt. Om de koers van het gebied te kunnen bepalen, hebben we ons gericht op de ruimtelijke componenten van de ontwikkelingen, die relevant waren voor de gebiedsvisie. We deden dit aan de hand van vijf thema’s: Landschap & recreatie Bij het thema landschap speelt het principe van water en bodem sturend een belangrijke rol. Het landschap met zijn water- en bodemsysteem is de basis voor alle andere thema’s. Daarnaast is vanuit de overheden

aandacht gevraagd voor wat water en bodem sturend kan betekenen. Door de klimaatverandering zal in de toekomst vaker en langer sprake zijn van droogte én op andere momenten in het jaar van wateroverlast. Opgaves waar we mee te maken krijgen zijn bijv. water vasthouden en vertragen (sponswerking vergroten), waterkwaliteit en het tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied. Andere belangrijke vragen waren: Wat is de huidige ruimtelijke structuur? Welke landschappelijke en culturele elementen willen we behouden en verbeteren? Hoe kunnen we ontwikkelingen benutten om extra kwaliteit toe te voegen, zoals voor recreatie? Hoe zorgen we er voor dat de kwaliteiten van het landschap niet verder worden aangetast? Bedrijventerreinen Het was belangrijk om te weten wat al vastligt en wat nog in ontwikkeling is. De gebiedsvisie richtte zich op de volgende vragen: Hoe gaan we om met de schaarse ruimte voor de grote vraag? Wat voor effect heeft dat op de ruimtelijke kwaliteit? Hoe kijken de deelnemers aan tegen nieuwe bedrijventerreinen en de railterminal, en welke impact heeft deze op het landschap en de landbouw? Hoe verhouden de plannen van verschillende gemeenten zich tot elkaar? Energie Om het thema energie op te pakken stond een landschapsplan als basis.

Hierin werd gekeken naar het hele gebied, inclusief buiten de huidige zoekgebieden, waarin we bestaande wet- en regelgeving in acht nemen. We richtten ons hierbij op de langetermijnvisie voor windturbines en vertaalden dit terug naar de structuur binnen de zoekgebieden voor de toekomstige turbines. Het ruimtelijke aspect stond centraal; financiële en organisatorische details werden in mindere mate behandeld.

Landbouw Belangrijk voor de gebiedsvisie was het bepalen welke gebieden essentieel zijn voor landbouw. Hoe kunnen we dit verbinden met de behoefte aan bedrijventerreinen en landschappelijke kwaliteiten? Wat betekent water en bodem sturend? Daarnaast was er aandacht voor vrijkomende agrarische bedrijven: wat zijn de ruimtelijke mogelijkheden en gevolgen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied? Wonen Tot slot was het van belang dat het gebied leefbaar blijft. Hoe gaan de dorpen in het algemeen om met de vraag naar woningen, zowel in de kern als aan de randen? Hoe kunnen we omgaan met kleine en individuele ontwikkelingen in het landelijke gebied, en hoe beïnvloedt dit het karakter en de kwaliteit van het gebied?

Visualisatie van de vijf thema’s binnen de gebiedsvisie waarmee we de koers van het gebied bepalen

17

Gebiedsvisie

Maak keuzes - niet alles kan samengaan

Vier kernpunten Het gebied is overvraagd! Er zijn te veel claims op het gebied, die niet in samenhang met elkaar worden afgewogen. Daarnaast zijn er door de veelheid aan ontwikkelingen en onsamenhangende keuzes kwaliteiten van het gebied verloren gegaan. De overgebleven kwaliteiten komen steeds verder onder druk te staan. Om deze problemen aan te pakken, zetten in op vier kernpunten: • • • •

Maak keuzes - niet alles kan samengaan Een landschappelijk casco als basis Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief Ordenen door middel van clusteren

Maak keuzes – niet alles kan samengaan Vanuit verschillende kanten komen ontwikkelingen op het gebied af en hierdoor staat de kwaliteit van het gebied ernstig onder druk. Om verdere afbreuk van de kwaliteit van het gebied te voorkomen is het belangrijk om heldere keuzes te maken. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat ontwikkelingen een bijdrage leveren aan het gebied en dat lasten en lusten evenredig en rechtvaardig worden verdeeld. Dit kernpunt ligt ten grondslag aan de gebiedsvisie.

Een landschappelijk casco als basis

Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief

Ordenen door middel van clusteren

De kern van de gebiedsvisie bestaat uit vier kernpunten die zich ruimtelijk verhouden tot de vijf thema’s en bijbehorende

18

ontwikkelingen die op het gebied afkomen

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Een landschappelijk casco als basis De huidige waarde van het landschap is de basis van de gebiedsvisie. Tot op heden is het landschap ondergeschikt geweest aan ontwikkelingen. Daardoor zijn in de afgelopen jaren veel kwaliteiten verloren gegaan. Dit moet anders! In de gebiedsvisie draaien we dit om door het landschappelijk casco de basis te laten zijn bij de keuzes voor ruimtelijke ontwikkelingen. We zetten in op het behouden, herstellen en versterken van het karakteristieke landschap. Vanuit de overheden en een deel van de deelnemers wordt opgeroepen om hierbij ook uit te gaan van water en bodem als basis. Om ook in de toekomst om te kunnen gaan met de effecten van de klimaatverandering moeten we beter gaan aansluiten bij het natuurlijke systeem.

wonen, duurzame opwek van energie en het versterken van de energieinfrastructuur. Door deze functies te clusteren behouden we zoveel mogelijk de huidige waarden van het landschap en het open agrarisch gebied. Dit doen we door nieuwe ontwikkelingen aan te laten sluiten bij bestaande vergelijkbare functies. Nieuwe functies moeten aansluiten bij de schaal en karakter van de omgeving en bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid. Vertegenwoordigers

van inwoners geven aan dat een railterminal niet past bij de maat en schaal van het gebied. De railterminal gaat ten koste van het agrarisch gebied en brengt veel overlast met zich mee. Mocht de railterminal er toch komen, dan vragen zij om bij verdere planvorming rekening houden met verkeers- en geluisoverlast.

Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief We zetten in op het behoud van het agrarische karakter en gebruik van dit gebied. Dit sluit aan bij het provinciale beleid, waarin een groot deel van het gebied is aangewezen als landbouw kerngebied. We garanderen een plek voor de landbouw. Dat betekent dat er fundamentele keuzes nodig zijn voor de ruimteclaims van andere functies in het gebied. We willen dat er toekomstperspectief is voor de landbouw, waarbij de sector invulling kan geven aan de verschillende opgaven waar de landbouw voor staat.

Ordenen door middel van clusteren We ordenen de andere functies in het gebied door te clusteren. Dit houdt in dat binnen bepaalde grenzen er ruimte is voor ontwikkelingen als bedrijventerreinen,

Tijdens de laatste werkplaats scherpten we samen we de kernpunten van de gebiedsvisie aan

19

20

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Een landschappelijk casco als basis De huidige kwaliteiten van het landschap worden bijzonder gewaardeerd. Dit landschap bestaat onder meer uit een open weidelandschap met een diversiteit aan landschappelijke structuren en cultuurhistorische elementen. Deze waarden vormen de basis van de gebiedsvisie. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: •

• •

•

•

De huidige landschappelijke karakteristiek, structuren en cultuurhistorische elementen behouden, herstellen en versterken. Water en bodem sturend als basis. Het aanleggen, herstellen en versterken van de diversiteit aan groenblauwe structuren in het landschap om bij te dragen aan behoud en herstel van biodiversiteit en klimaatadaptatie, om de betekenis voor de toekomst te vergroten. Behouden van het karakteristieke open landschap, met toekomstperspectief voor de landbouw en ruimte voor weidevogels. Bij het uitwerken van het landschappelijke casco rekening houden met kansen voor en effecten op de landbouw.

Water en bodem sturend Water en bodem sturend is voor de overheden een belangrijk gebiedsbreed uitgangspunt binnen het landschappelijk casco als basis. Het bodem- en watersysteem wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich gaan aanpassen aan het bodem- en watersysteem ter plekke. Zo zal bijvoorbeeld klimaatadaptief gebouwd moeten worden. Met water

en bodem sturend wordt er in samenhang omgegaan met opgaves op het gebied van wateroverlast, droogte en de bodem in onze leefomgeving. Op deze manier wordt er meer rekening gehouden met extremen, om risico’s te beperken. In de werkplaatsen is gesproken over water en bodem sturend; duidelijk is dat eerst uitwerking nodig is. 21

Water en bodem sturend als basis. Nieuwe ontwikkelingen gaan uit van het bodem- en watersysteem ter plekke en passen zich daar op aan. Overheden benadrukken dat het bodem- en watersysteem robuuster moet worden zodat in de toekomst klimaateffecten zoals wateroverlast en droogte beter opgevangen kunnen worden. Dit is nog niet door iedereen omarmd, eerst moet duidelijk zijn wat het concreet betekent

Karakteristieke en gebiedseigen groenstructuren versterken en herstellen waar ze verdwenen zijn. Denk hierbij aan het terug planten van uitgevallen bomen in lanen op openbare grond.

Het behouden van de Vecht als landschappelijke en recreatieve drager en het versterken van de groene verbindingen met het landschappelijke casco en recreatieve aansluitingen op de omgeving (gele pijlen).

Het versterken van de groenblauwe dooradering, passend bij het karakter van het landschap, door het uitbreiden van het fijnmazig netwerk van ecologische oevers. Realiseer verbindingszones die ook buiten het gebied aansluiten met ecologische structuren en voorkom daarmee versnippering.

De groenstructuren langs de oude dijk- en handelswegen herstellen en steviger aanzetten in combinatie met doorgaande recreatieve routes met een verwijzing naar de cultuurhistorische kenmerken (lichtgroene pijlen).

Langs oude veenontginningswegen de groenstructuren aanzetten en herstellen en het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid, passend bij het kleinschalige karakter (oranje pijlen).

Zorg in het landschappelijk casco voor een royale groene afhechting van bestaande en nieuwe bebouwingsranden, passend bij het karakter van het landschap. Bied met het casco ruimte aan kleinschalige vormen van recreatie met name bedoeld voor de inwoners van het gebied.

Langs de hoofdontginningsassen de ecologische waarden van de waterranden, taluds en bermen versterken in combinatie met robuuste recreatieve routes en een verwijzing naar de cultuurhistorische kenmerken (donkergoene pijlen).

De huidige open landschappen zoveel mogelijk behouden, bijvoorbeeld door langs agrarische perceelranden een fijnmazig netwerk van bloemrijke graslanden en langs waterranden ecologische oevers te creëren. Voorkom (blijvend) opgaand groen in de open landschappen.

Een landschappelijk casco als basis

22

Zorg dat mogelijkheden voor ecosysteemdiensten een verdienmogelijkheid voor de landbouw worden. Daarvoor zijn langlopende regelingen nodig.

Zorg bij windenergie dat de financiële opbrengsten zo veel mogelijk terugvloeien in het gebied en deels ten goede komen aan investeringen in het landschappelijk casco. Een deel van de opbrengsten kunnen ter compensatie van de lasten gebruikt worden en om flexibiliteit bij de planvorming te creëren, om ruimtelijk aan te kunnen sluiten bij een landschapsplan. Dit moet bij de ontwikkeling van windplannen geregeld worden.

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Legenda Gebiedsbrede acties voor een leefbaar landschap Water en bodem sturend als basis. Nieuwe ontwikkelingen gaan uit van het bodem- en watersysteem ter plekke en passen zich daar op aan. Overheden benadrukken dat het bodem– en watersysteem robuuster moet worden zodat in de toekomst klimaateffecten zoals wateroverlast en droogte beter opgevangen kunnen worden. Dit is nog niet door iedereen omarmd, eerst moet duidelijk zijn wat het concreet betekent. Karakteristieke en gebiedseigen groenstructuren versterken en herstellen waar ze verdwenen zijn. Denk hierbij aan het terug planten van uitgevallen bomen in lanen op openbare grond. Het versterken van de groenblauwe dooradering, passend bij het karakter van het landschap, door het uitbreiden van het fijnmazig netwerk van ecologische oevers. Realiseer verbindingszones die ook buiten het gebied aansluiten met ecologische structuren en voorkom daarmee versnippering. Zorg dat mogelijkheden voor ecosysteemdiensten een verdienmogelijkheid voor de landbouw worden. Daarvoor zijn langlopende regelingen nodig.

Een fraai en duurzaam landschap Zorg in het landschappelijk casco voor een royale groene afhechting van bestaande en nieuwe bebouwingsranden, passend bij het karakter van het landschap. Bied met het casco ruimte aan kleinschalige vormen van recreatie met name bedoeld voor de inwoners van het gebied. De groenstructuren langs de oude dijken handelswegen herstellen en steviger aanzetten in combinatie met doorgaande recreatieve routes met een verwijzing naar de cultuurhistorische kenmerken (lichtgroene pijlen). Langs de hoofdontginningsassen de ecologische waarden van de waterranden, taluds en bermen versterken in combinatie met robuuste recreatieve routes en een verwijzing naar de cultuurhistorische kenmerken (donkergroene pijlen). Langs oude veenontginningswegen de groenstructuren aanzetten en herstellen en het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid, passend bij het kleinschalige karakter (oranje pijlen).

Zorg bij windenergie dat de financiële opbrengsten zo veel mogelijk terugvloeien in het gebied en deels ten goede komen aan investeringen in het landschappelijk casco. Een deel van de opbrengsten kunnen ter compensatie van de lasten gebruikt worden en om flexibiliteit bij de planvorming te creëren, om ruimtelijk aan te kunnen sluiten bij een landschapsplan. Dit moet bij de ontwikkeling van windplannen geregeld worden. Recreëren langs de Vecht Het behouden van de Vecht als landschappelijke en recreatieve drager en het versterken van de groene verbindingen met het landschappelijke casco en recreatieve aansluitingen op de omgeving (gele pijlen). Bescherm karakteristieke openheid De huidige open landschappen zoveel mogelijk behouden, bijvoorbeeld door langs agrarische perceelranden een fijnmazig netwerk van bloemrijke graslanden en langs waterranden ecologische oevers te creëren. Voorkom (blijvend) opgaand groen in de open landschappen. 23

Het gebied kenmerkt zich als agrarisch landschap. Het is belangrijk om het agrarisch gebied te behouden en toekomstperspectief te bieden voor de landbouwsector

24

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief

Het gebied heeft al sinds jaar en dag een agrarisch karakter en dit blijkt ook uit de benoemde identiteiten van het gebied. De grondgebonden landbouw in het gebied heeft een directe relatie met het bodemen watersysteem. In het verleden is mede ten behoeve van de landbouw het gebied herverkaveld en het watersysteem ingericht. De gebiedsvisie zet in op het behoud van dit agrarisch gebied, met toekomstperspectief voor de landbouw. Hier wordt ook rekening gehouden met de hedendaagse opgaven, zoals de klimaatopgaven en stikstofproblematiek. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing: • •

•

Behoud van het huidige agrarische gebied waar de bestaande landbouw zich kan voortzetten. Ruimte bieden aan de landbouw, zodat deze voldoende toekomstperspectief heeft en invulling kan geven aan opgaven vanuit bijvoorbeeld biodiversiteit en water en bodem sturend. De agrarische functie heeft in dit gebied voorrang op andere functies, om zo nieuwe belemmeringen voor de bedrijfsvoering te beperken.

In de toekomst ontstaan vanuit het principe water en bodem sturend nieuwe uitdagingen. Ook agrarische bedrijven zullen te maken krijgen met periodes van droogte en wateroverlast. In de veenweidegebieden hebben de overheden een opgave voor het remmen van de bodemdaling en beperken van CO2 uitstoot, onder andere via maatregelen in het watersysteem.

25

Meer ruimte bieden aan het agrarisch toekomstperspectief, zoals ruimte voor nevenfuncties, een uitkoopregeling voor stoppende bedrijven en een regeling voor grondruil om vrijkomende gronden beter te kunnen verdelen. Meer flexibiliteit in beleid en regelingen is hierbij een vereiste.

Behoud van het huidige agrarisch gebied waar de bestaande landbouw zich kan voortzetten. De landbouw houdt rekening met de draagkracht van het bodem- en watersysteem om duurzaam te kunnen blijven boeren. (Oranje stippellijn)

De gebiedsvisie biedt ruimte aan de ontwikkeling van de huidige landbouw. Hierbij wordt ingezet op nieuwe technieken om invulling te geven aan opgaven waar de landbouw voor staat. Dit is nodig voor zaken als de mestproblematiek.

Behoud van het agrarisch gebied met toekomstperspectief

26

Meer In de veenweidegebieden hebben de overheden een opgave voor het remmen van de bodemdaling en beperken van CO2 uitstoot, onder andere via maatregelen in het watersysteem.

De realisatie van windturbines kan onder andere worden ingezet als aanvullend verdienmodel voor agrariërs, door hen mee te laten profiteren van een deel van de opbrengsten. Andere delen van de opbrengsten kunnen geïnvesteerd worden in het landschappelijk casco, bijvoorbeeld voor de landschappelijke inpassing van energie of bedrijvigheid. Dit dient met de planvorming te worden geborgd.

Nieuwe bedrijventerreinen concurreren met het oppervlak aan landbouw. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen moet rekening gehouden worden met het toekomstperspectief voor de landbouw. Bijvoorbeeld door te kiezen voor minder geschikte gronden voor de landbouw en het bieden van passende vergoedingen. Negatieve effecten van bedrijventerreinen, zoals afstroom van water, mogen niet afwentelen op het agrarisch gebied.

De landbouw draagt bij aan het landschap door bij te dragen aan het behoud en beheer van het landschap. Hierbij liggen kansen voor ecosysteemdiensten of natuur inclusieve landbouw.

Nieuwe woningen in het landbouwgebied kunnen een belemmering zijn voor de agrarische bedrijvigheid. Er wordt ingezet op het zoneren van de rood-voor-rood regeling. Deze regeling moet worden aangepast in gebieden waar andere functies voorrang hebben: het agrarisch gebied, open (weidevogel) landschappen en het landschap rond de Vecht. In deze gebieden geldt het volgende: • Locaties voor de nieuw te bouwen compensatie woningen, die gebouwd mogen worden bij de afbraak van agrarische bebouwing, buiten deze gebieden aanwijzen

In de overige gebieden zien we mogelijkheden voor de rood-voor-rood regeling, compensatiewoningen van elders afgebroken agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld landen in de bestaande linten.

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Legenda Evenwichtige bedrijvigheid, eerlijke energie

Agrarisch gebied met toekomst Behoud van het huidige agrarisch gebied waar de bestaande landbouw zich kan voortzetten. De landbouw houdt rekening met de draagkracht van het bodem- en watersysteem om duurzaam te kunnen blijven boeren. (Oranje stippellijn) Gebiedsbrede acties voor een leefbaar landschap De gebiedsvisie biedt ruimte aan de ontwikkeling van de huidige landbouw. Hierbij wordt ingezet op nieuwe technieken om invulling te geven aan opgaven waar de landbouw voor staat. Dit is nodig voor zaken als de mestproblematiek. Meer ruimte bieden aan het agrarisch toekomstperspectief, zoals ruimte voor nevenfuncties, een uitkoopregeling voor stoppende bedrijven en een regeling voor grondruil om vrijkomende gronden beter te kunnen verdelen. Meer flexibiliteit in beleid en regelingen is hierbij een vereiste. In de veenweidegebieden hebben de overheden een opgave voor het remmen van de bodemdaling en beperken van CO2 uitstoot, onder andere via maatregelen in het watersysteem.

De landbouw draagt bij aan het landschap door bij te dragen aan het behoud en beheer. Hierbij liggen kansen voor ecosysteemdiensten of natuurinclusieve landbouw. Dit moet met langdurige regelingen worden geborgd. Een stichting of gebiedscommissie zou hierbij passend zijn. Nieuwe woningen in het landbouwgebied kunnen een belemmering zijn voor de agrarische bedrijvigheid. Er wordt ingezet op het zoneren van de rood-voor-rood regeling. Deze regeling moet worden aangepast in gebieden waar andere functies voorrang hebben: het agrarisch gebied, open (weidevogel) landschappen en het landschap rond de Vecht. In deze gebieden geldt het volgende: •

Locaties voor de nieuw te bouwen compensatie woningen, die gebouwd mogen worden bij de afbraak van agrarische bebouwing, buiten deze gebieden aanwijzen

Nieuwe bedrijventerreinen concurreren met het oppervlak aan landbouw. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen moet rekening gehouden worden met het toekomstperspectief voor de landbouw. Bijvoorbeeld door te kiezen voor minder geschikte gronden voor de landbouw en het bieden van ruimhartige vergoedingen. Negatieve effecten van bedrijventerreinen, zoals afstroom van water, mogen niet afwentelen op het agrarisch gebied. De realisatie van windturbines kan onder andere worden ingezet als aanvullend verdienmodel voor agrariërs, door hen mee te laten profiteren van een deel van de opbrengsten. Andere delen van de opbrengsten kunnen geïnvesteerd worden in het landschappelijk casco, bijvoorbeeld voor de landschappelijke inpassing van energie of bedrijvigheid. Dit dient met de planvorming te worden geborgd.

In de overige gebieden zien we mogelijkheden voor de rood-voor-rood regeling, compensatiewoningen van elders afgebroken agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld landen in de bestaande linten. 27

Foto van de bestaande windturbines in het gebied. Door ontwikkelingen in de toekomst te clusteren en landschappelijk in te passen kunnen we bestaande kwaliteiten van het landschap behouden

28

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Ordenen door middel van clusteren

Inzetten op het behoud van landschapskwaliteiten, leefbaarheid en het agrarische gebied vraagt om het maken van keuzes. We doen dit door de andere functies te ordenen door middel van clusteren. In de ruimtelijke ordening betekent clusteren het concentreren van sectoren. Bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen niet in het landelijke gebied plaatsen, maar koppelen aan bestaande bedrijventerreinen. Zo kan bestaande infrastructuur worden gebruikt, in plaats van het aanleggen van geschikte infrastructuur voor nieuwe locaties. De functies bedrijventerrein, energie en wonen krijgen ruimte binnen enkele clusters. Ook is veel aandacht voor de inpassing van deze functies, zodat de bestaande kwaliteiten van het landschap behouden blijven. De uitgangspunten zijn: •

•

Stedelijke functies als bedrijventerreinen en wonen clusteren en koppelen aan Hessenpoort en bestaande dorpsranden. Het overige gebied blijft gevrijwaard van deze functies. De energieopgaven structureren en clusteren passend bij de bestaande landschappelijke structuren, zowel voor de nog niet ingevulde opgaven voor de korte termijn (2030), als de vervolgopgaven richting 2050. Het gebied stelt voor om met oog voor de kwaliteiten van het landschap varianten te bekijken met hoogten en lijnen en ruimtelijke inpassing.

•

De negatieve impact van nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk beperken door een goede ruimtelijke ordening en het eerlijk verdelen van lusten en lasten. 29

Behoud van het huidige agrarisch gebied waar de bestaande landbouw zich kan voortzetten. De landbouw houdt rekening met de draagkracht van het bodem- en watersysteem om duurzaam te kunnen blijven boeren. (Oranje stippellijn)

We zetten in op het minimaliseren van verliezen in het landschap. Hiervoor is het nodig bedrijventerreinen (en andere functies) zoveel mogelijk te clusteren en te kijken of functiemenging mogelijk is. Dit houdt in dat in dit gebied gekozen wordt voor één grotere uitbereiding van bedrijvigheid nabij Hessenpoort, waarbij water en bodem sturend zijn voor de locatiekeuze en inrichting. De bewoners zijn van mening dat een railterminal niet past in deze gebiedsvisie.

De energieopgave wordt geclusterd in logische lijnen en structuren waarbij rekening wordt gehouden met de reeds gerealiseerde turbines en de lange termijn opgave. Verricht hiervoor een vervolgstudie om een landschapsplan te creëren voor windturbines in samenwerking met het hele gebied waarbij ook buiten de huidige zoekgebieden wordt gekeken. De nieuw te realiseren turbines passen in het landschap en de overlast voor de bewoners en ondernemers uit het gebied wordt geminimaliseerd. De energiebehoefte uit de directe regio wordt als maatstaf gebruikt voor de hoeveelheid energie die wordt opgewekt, waarbij de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld.

Bij de dorpen is geen grootschalige uitbreiding van bedrijvigheid gewenst. Eventueel is er ruimte voor kleinschalige bedrijventerreinen met de focus op ambacht/ maak-industrie, gericht op de lokale beroepsbevolking. Ook deze clusteren bij bestaande bedrijventerreinen van vergelijkbare schaal.

Woongebieden uitbreiden en clusteren in aansluiting op bestaande kernen nabij voorzieningen, waarbij water en bodem sturend zijn voor locatiekeuze en inrichting. De overgang van de (reeds bestaande) woongebieden naar het landschap worden zorgvuldig vormgegeven aansluitend bij het landschappelijk casco. (Rode stippellijn)

Ordenen door middel van clusteren

30

Op plekken waar op termijn overlast wordt verwacht is minder ruimte voor nieuwe woningen (o.a. het agrarisch gebied, zoeklocaties voor windturbines en bedrijventerreinen, (veenweide)gebieden met bodemdaling of wateroverlast).

Bedrijventerreinen worden met een brede groene zoom ingepast. De groenzone sluit aan bij het karakter van het gebied en bij de verbindingen van het landschappelijke casco. Deze groene inpassing vermindert geluidsoverlast en lichtvervuiling en zorgt voor een aantrekkelijke overgang naar het landschap. Echter, het voorkomen van licht- en geluidshinder staat voorop.

In de overige gebieden zien we mogelijkheden voor de rood-voor-rood regeling, compensatiewoningen van elders afgebroken agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld landen in de bestaande linten.

De overgangen van nieuwe en bestaande woonwijken naar het landschap bestaan uit landschappelijk aantrekkelijke uitloopgebieden. Deze sluiten aan bij de schaal en het karakter van de wijk en het landschap met als doel de leefbaarheid te vergroten.

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Legenda Agrarisch gebied met toekomst Behoud van het huidige agrarisch gebied waar de bestaande landbouw zich kan voortzetten. De landbouw houdt rekening met de draagkracht van het bodem- en watersysteem om duurzaam te kunnen blijven boeren. (Oranje stippellijn)

en ondernemers uit het gebied wordt geminimaliseerd. De energiebehoefte uit de directe regio wordt als maatstaf gebruikt voor de hoeveelheid energie die wordt opgewekt, waarbij de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld.

Evenwichtige bedrijvigheid, eerlijke energie

Bedrijventerreinen worden met een brede groene zoom ingepast. De groenzone sluit aan bij het karakter van het gebied en bij de verbindingen van het landschappelijke casco. Deze groene inpassing vermindert geluidsoverlast en lichtvervuiling en zorgt voor een aantrekkelijke overgang naar het landschap. Echter, het voorkomen van lichten geluidshinder staat voorop.

We zetten in op het minimaliseren van verliezen in het landschap. Hiervoor is het nodig bedrijventerreinen (en andere functies) zoveel mogelijk te clusteren en te kijken of functiemenging mogelijk is. Dit houdt in dat in dit gebied gekozen wordt voor één grotere uitbereiding van bedrijvigheid nabij Hessenpoort, waarbij water en bodem sturend zijn voor de locatiekeuze en inrichting. De bewoners zijn van mening dat een railterminal niet past in deze gebiedsvisie. De energieopgave wordt geclusterd in logische lijnen en structuren waarbij rekening wordt gehouden met de reeds gerealiseerde turbines en de lange termijn opgave. Verricht hiervoor een vervolgstudie om een landschapsplan te creëren voor windturbines in samenwerking met het hele gebied waarbij ook buiten de huidige zoekgebieden wordt gekeken. De nieuw te realiseren turbines passen in het landschap en de overlast voor de bewoners

De overgangen van nieuwe en bestaande woonwijken naar het landschap bestaan uit landschappelijk aantrekkelijke uitloopgebieden. Deze sluiten aan bij de schaal en het karakter van de wijk en het landschap met als doel de leefbaarheid te vergroten. Bij de dorpen is geen grootschalige uitbreiding van bedrijvigheid gewenst. Eventueel is er ruimte voor kleinschalige bedrijventerreinen met de focus op ambacht/maak-industrie, gericht op lokaal gewortelde bedrijvigheid. Ook deze clusteren bij bestaande bedrijventerreinen van vergelijkbare schaal. Gebiedsbrede acties voor een leefbaar landschap

Levendige dorpen Woongebieden uitbreiden en clusteren in aansluiting op bestaande kernen nabij voorzieningen, waarbij water en bodem sturend zijn voor locatiekeuze en inrichting. De overgang van de (reeds bestaande) woongebieden naar het landschap worden zorgvuldig vormgegeven aansluitend bij het landschappelijk casco. (Rode stippellijn)

Op plekken waar op termijn overlast wordt verwacht is minder ruimte voor nieuwe woningen (o.a. het agrarisch gebied, zoeklocaties voor windturbines en bedrijventerreinen, (veenweide)gebieden met bodemdaling of wateroverlast). In de overige gebieden zien we mogelijkheden voor de rood-voor-rood regeling, compensatiewoningen van elders afgebroken agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld landen in de bestaande linten. 31

De gebiedsvisie als eerste stap in de samenwerking Aanbevelingen voor het vervolg De aanleiding voor de gebiedsvisie was de veelheid aan ontwikkelingen die op het gebied afkwamen. De bewoners- en belangengroepen uit het gebied waren bezorgd over het gebrek aan regie, samenwerking en coördinatie door de betrokken overheden. Het gevoel was dat afwegingen binnen eigen (gemeente)grenzen werden gemaakt en dat ontwikkelingen aan de grenzen of achterkanten van gemeentegrenzen belandden. Bewoners pleitten voor een overkoepelende ruimtelijke visie en wilden aan de voorkant meedenken. Gezamenlijk zijn de overheden en bewoners- en belangenorganisaties gestart met het opstellen van deze gebiedsvisie: het is dus een co-creatie. In 5 werkplaatsen is gewerkt aan de inhoud van de gebiedsvisie. Ook is vanuit de bewoners in de laatste werkplaats een oproep gedaan om in het vervolg samen te blijven optrekken als overheden en de bewoners erbij te betrekken. De gebiedsvisie is opgesteld met een brede groep betrokkenen uit het gebied. Ook heeft tussentijds een drukbezochte inloopbijeenkomst plaatsgevonden om ontwikkelingen te delen en reacties op te halen. Hieruit werd duidelijk dat er slechte ervaringen zijn met de communicatie door en de samenwerking met de overheden in het gebied. In een gezamenlijk overleg (de gebiedstafel) hebben de partijen samen het proces vormgegeven en 32

conclusies getrokken over de inhoudelijke resultaten op basis van de signalen uit het gebied en uit hun overheidsorganisatie.

“Het gebied kenmerkt zich door een veelzijdigheid van opgaven, belangen en wensen. Naast het samenspel is duidelijkheid belangrijk. Waar zijn we van en waar willen we naar toe met elkaar. Laten we de gezamenlijke stip op de horizon duidelijk hebben en gezamenlijk daar naar toe werken.” Nicole Koks, Lid Dagelijks Bestuur, Waterschap Drents Overijsselse Delta Deze gebiedsvisie is een belangrijke stap in de samenwerking tussen bewoners en overheden, maar het is hiermee niet klaar. Er blijven ontwikkelingen op het gebied afkomen. Dat is ook al duidelijk geworden in de periode na de laatste inhoudelijke werkplaats. Sinds die tijd zijn er veel ontwikkelingen zoals het zoeken naar nieuwe locaties voor militaire oefenterreinen. Ook gaat bij de overheden de beleidsontwikkeling door; zo is er inmiddels ook een concept omgevingsvisie van de provincie, is er nieuw Ruimtelijk Economisch Beleid (REB) met nog meer ruimteclaims vanuit economie op dit gebied, er zijn voor windenergie plafonds afgesproken en zo heeft het waterschap de position paper Water en Bodem Sturend vastgesteld. Dit maakt meteen duidelijk dat de gebiedsvisie geen eindpunt is en nooit compleet kan zijn. De visie

heeft laten zien dat een samenhangende afweging belangrijk is en blijft en dat bewoners daaraan een goede bijdrage kunnen leveren. De gebiedsvisie geeft handvaten om vanuit de waarden van het gebied en de principes met ontwikkelingen om te gaan. De bestuurders van de overheden en vertegenwoordigers van bewonersorganisaties hebben op basis van de gebiedsvisie gesproken over de relatie met het beleid van de overheden en de manier waarop het vervolg vorm kan krijgen. Dit is in de zesde werkplaats in oktober 2024 besproken. De gebiedsvisie is een bouwsteen voor ruimtelijke plannen en programmeringsafspraken De gebiedsvisie is het resultaat van het doorlopen proces. De gebiedsvisie beschrijft belangrijke waarden en een aantal principes. De visie laat zien waarover we het eens zijn en waar verschillende beelden bestaan. Daarbij heeft het gesprek zich vooral gericht op die ontwikkelingen waarbij nog beleidsruimte is. Het ‘agree tot disagree’ gaat bijvoorbeeld over energie. Daarbij hebben bewoners gevraagd om ook naar landschappelijke varianten te kijken terwijl overheden aangeven gemaakte keuzes voor zoekgebieden en beoogde locaties niet meer ter discussie te willen stellen. Een ander voorbeeld is de railterminal: de bewoners zijn van mening dat deze niet past in dit gebied, terwijl een aantal overheden eerder commitment heeft uitgesproken aan het onderzoeken

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

van de mogelijkheden voor een railterminal. Ook binnen het gebied kunnen de meningen uiteenlopen: iedereen wil het karakteristieke open landschap behouden, met toekomstperspectief voor landbouw en weidevogels. De agrariërs ervaren bij de uitwerking spanning met het verdienmodel en hebben zorgen over de externe effecten van landschapselementen.

“Hoewel er soms hobbels zijn, is het belangrijk om met elkaar in gesprek te zijn. Dat zorgt voor meer wederzijds begrip en inzicht in elkaar belangen” Gerdien Rots, wethouder Gemeente Zwolle De gebiedsvisie heeft geen formele status en tornt niet aan de positie van de verschillende overheden in het omgevingsbeleid. De verantwoordelijkheid om onderdelen te vertalen in formele plannen blijft ongewijzigd. De gebiedsvisie krijgt betekenis doordat partijen ernaar gaan handelen. Bestuurders hebben aangegeven dat zij de waarden en principes zullen betrekken bij verdere beleidsontwikkeling. Zij zien de gebiedsvisie ook als input voor de toekomstige herijking van programmeringsafspraken voor met name energie (wind), bedrijvigheid en in mindere mate wonen. Ook zijn er afspraken gemaakt tussen de overheden over afstemming over initiatieven / ruimtelijke ontwikkelingen: deze worden grens ontkennend behandeld en de (mede)overheden en inwoners worden aan de voorkant betrokken. Een goed

voorbeeld daarvan is de communicatie door gemeente Zwolle over de ontwikkelingen rond Hessenpoort: ook omwonenden in Dalfsen zijn aan de voorkant daarover geïnformeerd. Vanuit het gebied wordt opgeroepen om het gebied maximaal te betrekken en zo vroeg mogelijk te informeren. Bewoners begrijpen dat er soms andere belangen zijn (bijv. in kader van vestiging voorkeursrecht gemeente) maar vragen om te communiceren wat kan.

“Bij het opstellen van de gebiedsvisie is gebleken dat bewoners van het gebied meestal begrip hebben voor allerlei ruimteclaims. Waar ze vooral veel aandacht voor vragen is de gewenste samenhang en samenwerking over gemeentegrenzen heen. Dat moet meer zijn dan dat gemeenten elkaar vertellen wat ze aan het doen zijn!” Gerard van Weerd, vertegenwoordiger belangenvereniging

Formele verankering vindt dus plaats in bestuurlijke trajecten zoals het opstellen van omgevingsvisies. De provincie Overijssel en de gemeenten Zwolle, Dalfsen en Zwartewaterland gaan de gebiedsvisie als input gebruiken bij het opstellen en actualiseren van hun omgevingsvisies. Ook Staphorst zal de overwegingen uit de visie m.b.t. het grensgebied met de andere gemeenten afwegen in haar omgevingsbeleid. Om te zorgen dat de gebiedsvisie echt werkt als bouwsteen voor beleid en programmeringsafspraken is het belangrijk dat de gebiedsvisie onder de aandacht wordt gebracht bij algemene besturen en bij collega ambtenaren. De algemene besturen worden geïnformeerd voorafgaand aan de inloopavond van december 2024. Verder betrekken van de besturen en collega’s wordt door de overheden individueel opgepakt in het vervolgproces, in 2025.

Overheden en gebied blijven samenwerken: procesafspraken en samen het landschappelijk raamwerk uitwerken De noodzaak om grensoverschrijdend te werken wordt onderstreept door de gebiedsvisie. In de afrondende werkplaats hebben de deelnemers benadrukt dat het belangrijk is dat de overheden in het vervolg met elkaar gaan samenwerken, en dat ze het concretiseren van deze visie samen oppakken. Ook de overheden willen grens ontkennend blijven samenwerken en het gebied in samenhang blijven bezien. Elke overheid houdt daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid. Het zwaartepunt van de opgaven ligt in het grensgebied van de gemeenten Dalfsen en Zwolle. De gemeenten zijn aan zet om keuzes te maken in dit gebied. De beide colleges hebben tijdens een bestuurlijke ontmoeting de nadrukkelijke intentie uitgesproken om deze keuzes in samenhang te 33

willen maken. Om hier uitvoering aan te geven, is gesproken over het aanwijzen van een coördinerend portefeuillehouder en het opzetten van een gezamenlijk ambtelijk team. Hierin kan ook de afstemming met de gebiedstafel belegd worden. Een (intentie) overeenkomst of convenant waarin afspraken worden vastgelegd, moeten hier de basis voor vormen. Een goede governance en (gezamenlijke) projectstructuur is nodig om dit ook te borgen. Dit alles wordt nu nader uitgewerkt door de gemeenten.

“De vraag van bewoners dat overheden goed samenwerken in het belang van hun leefgebied is logisch en terecht. Mooi dat zoveel partijen samen een gebiedsvisie hebben gemaakt die daarbij kan helpen. Aan gemeenten nu de taak om, met de gebiedsvisie als bouwsteen, samen met partners en gebruikers van het gebied aan de toekomst te werken.” Liesbeth Grijsen, gedeputeerde Provincie Overijssel

•

•

• Concrete afspraken die zijn gemaakt over de samenwerking in het vervolg: • Zwolle en Dalfsen zijn gezamenlijk trekker voor het uitwerken het landschappelijk raamwerk (inclusief groenblauwe dooradering en weidevogelgebieden) in 2025 en betrekken hierbij de andere overheden. Aandachtspunt daarbij zijn de mogelijke externe effecten op de landbouwbedrijfsvoering. Via de regio Zwolle en provincie wordt de bekostiging hiervan onderzocht. Het gebied wordt betrokken bij de uitwerking. Omdat het zwaartepunt van de opgaven in Zwolle en Dalfsen ligt, zijn Staphorst en Zwartewaterland agenda-lid. 34

Minimaal twee keer per jaar komen overheden en bewonersorganisaties bij elkaar om te bespreken wat er gebeurt in het gebied en met elkaar in gesprek te gaan over de samenhang. Dit overleg is een voorzetting van de huidige gebiedstafel. De waarden en principes in de gebiedsvisie vormen de basis voor dit overleg. In dit halfjaarlijks overleg staat de regelmatige aanvulling van omgevingsvisies van gemeenten op de agenda (in ieder geval m.b.t. Zwolle). Vanuit de gebiedstafel kunnen ook onderwerpen worden aangedragen voor de verschillende bestuurlijke overleggen. In het overleg en tussentijds delen overheden en bewonersorganisaties met elkaar de ontwikkelingen rond het gebied. Bewonersorganisaties informeren hun achterban daarover, o.a. m.b.v. het verslag van dit overleg. De werkplaatsdeelnemers hebben aangegeven dat ze betrokken willen blijven en mee willen denken; zij worden geïnformeerd d.m.v. het verslag van de halfjaarlijkse gebiedstafel. De overheden zetten hun samenwerking rond programmering voort. De gebiedsvisie biedt input voor de toekomstige herijking van programmeringsafspraken voor met name energie (wind), bedrijvigheid en in mindere mate wonen. Overheden bevragen elkaar zo bijv. kritisch op de afwegingen rond bedrijventerreinen.

Bestuurlijke samenwerking tussen de overheden gebeurt via reguliere afstemmingsmomenten en bestaande gremia. Het bestuurlijk overleg over de gebiedsvisie komt daarmee te vervallen. Vanuit het gebied is voorgesteld om het bestuurlijk overleg energie uit te breiden met andere onderwerpen

en waar nodig met andere bestuurders. Ook wordt voorgesteld om de gebiedstafel goed te informeren over de data en agenda van de bestuurlijke overleggen en de gebiedstafel de rol te geven om gevraagd en ongevraagd onderwerpen te agenderen voor de diverse bestuurlijke overleggen. Bij het opstellen van de gebiedsvisie is vanuit het gebied gevraagd om één plek waar de informatie over het gebied te vinden is. Dat blijkt lastig te realiseren en kan op dit moment helaas niet worden ingevuld. Overheden en bewoners geven samen vorm aan de toekomst van het gebied De ontwikkelingen komen van alle kanten. Vanuit bewoners is het initiatief genomen om de overheden om regie te vragen. Die vraag blijft ook na afronding van de gebiedsvisie bestaan. De gebiedsvisie krijgt betekenis doordat partijen ernaar gaan handelen. Eerder deze paragraaf is beschreven hoe overheden de gebiedsvisie betrekken bij beleidsontwikkeling en hoe ze de afstemming organiseren. De oproep vanuit de gebiedsvisie aan overheden en initiatiefnemers is om bij alles wat in dit gebied gebeurt, het te doen met liefde voor het landschap.

“Wij wonen niet in een afvalputje, maar in een gebied met veel economische potentie. Met inwoners die sterk hechten aan de kwaliteit van het landschap. Zorg er daarom voor dat nieuwe ontwikkelingen met aandacht worden ontworpen en leiden tot een nog beter landschap voor mens, plant en dier.” Brenda Vrieling, vertegenwoordiger belangenvereniging

Land-id & Infram | Gebiedsvisie ZSDZ | december 2024 |

Bewoners hebben zij aan zij gewerkt met ambtenaren en experts om deze visie op het gebied te ontwikkelen. Ook hebben velen gereageerd tijdens de inloopbijeenkomsten. Het is essentieel dat de overheden de inbreng uit deze goed verlopen participatie serieus blijven nemen en dat ook laten zien in besluiten in het vervolg. Het samen werken aan de gebiedsvisie laat zien dat er bereidheid is in dit gebied om mee te denken over de maatschappelijke opgaven en hoe die in het gebied kunnen landen.

“Samenwerking en coördinatie zijn essentieel om de veelheid aan ontwikkelingen in goede banen te leiden en het gebied mooi en leefbaar te houden. Dit vraagt om samenwerking en een brede blik. Maar hoe breed we ook kijken, op enig moment moeten bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen en keuzes maken.” Harrie Rietman, wethouder Gemeente Zwartewaterland De oproep aan de overheden vanuit de werkplaats was om beleid met elkaar te blijven afstemmen en de gebiedsvisie daarbij mee te nemen. Ook is opgeroepen om expliciet te benoemen welke afstemming er is geweest en welke rol de visie daarin heeft gespeeld. Dit is nu nog niet gebruikelijk. De betrokken ambtenaren en bestuurders zullen zich hiervoor inspannen en zullen ook elkaar daarop bevragen in de halfjaarlijkse gebiedstafels. Bewoners zullen overheden sowieso hier naar vragen bij besluiten die genomen worden; het halfjaarlijks overleg kan behulpzaam zijn bij het beantwoorden van deze vragen. In de werkplaatsen is gebleken dat de bewoners goed beseffen dat de overheden de besluiten nemen en daarin soms een

bredere afweging kunnen maken; de wens is dat de overheden daarin transparant zijn. Bij het opstellen van de gebiedsvisie hebben alle partijen over hun eigen grenzen heen gekeken. Bewoners hebben zich verplaatst in het perspectief van de beleidsmakers en overheden hebben vanuit het gebied gekeken. De samenwerking was niet altijd makkelijk; verschillende perspectieven en de grote dynamiek in het gebied zorgen soms voor spanning. Het commitment van de betrokken bewoners en ambtenaren en het wederzijdse respect en de interesse in elkaars belang is doorslaggevend geweest voor het uiteindelijk goed afronden van de gebiedsvisie. Tijdens de laatste werkplaats is de intentie uitgesproken door de deelnemers vanuit overheden en bewoners om elkaar te blijven opzoeken. Ook is gedeeld dat het wennen is voor de overheden als het initiatief vanuit de bewoners komt. Ook in de toekomst zal de samenwerking niet altijd vanzelf gaan. Elkaar blijven opzoeken en de waarden en principes van het gebied centraal stellen blijft het devies. Samen geven bewoners en overheden zo vorm aan de toekomst van het gebied: verbindend voorbij de grenzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=893689d9-3dfc-4b64-89ee-680d028b6412