CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Evaluatie proeftuin dyslexie

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Evaluatie en vervolg proeftuin dyslexie4.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bericht

Proces-, Programma- en Projectmanagement Telefoon (038) 498 2617

Proeftuin dyslexie Evaluatie maart 2024

Opdrachtgever Opdrachtnemer Versie Datum

Anja Jager Ellen van Assem 1.0 8 maart 2024

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

2/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

Inhoud 1

Inleiding en doelstellingen proeftuin

4

2 2.1 2.2

Projectorganisatie Projectstructuur Praatplaat procesinrichting

5 5 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Monitoring: cijfers en doorverwijzingen Dyslexie cijfers Zwolle Landelijk beeld van dyslexie cijfers Uitgaven voor dyslexiezorg in Zwolle Percentage dyslexie Zwolle

6 6 7 8 9

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Evaluatie Doelstelling 1 en 2 Doelstelling 3 het inzetten van de poortwachter Organisatie van de proeftuin Positie Jeugd en gezinswerkers (JGW-ers) en Ondersteuningsteam Monitoring Aanbevelingen voor vervolg

9 10 11 12 12 13 13

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3

Vervolg van de proeftuin Proces dyslexiezorg Overlegstructuur LEA Coördinatorenoverleg Preventie Dyslexie, ON3 en lezen Dyslexie overleg Intern overleg dyslexiezorg Monitoring

14 14 14 15 15 15 16 16 16

3/16

Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

1

Inleiding en doelstellingen proeftuin

Datum

In Zwolle wordt al enige jaren gewerkt aan het verbeteren van de aanpak van dyslexie. De aanleiding daarvoor was destijds dat in Zwolle meer kinderen dyslexiezorg ontvangen dan volgens de landelijke prevalentie cijfers te verwachten is. Op 14 juni 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de doelen en uitgangspunten voor nieuw beleid rondom dyslexie. Schoolbesturen en gemeente trekken samen op in een proeftuin langs de drie lijnen met de doelen: Uitgangspunten om deze doelstellingen te bereiken zijn door gemeente en schoolbesturen samen opgesteld. Met deze aanpak van dyslexie beogen schoolbesturen en gemeente daarom: 1. Zo preventief mogelijk werken: door de kerntaak van het onderwijs voor taal/spellingsontwikkeling te versterken, is het noodzakelijk beroep op dyslexiezorg (bij ED) maximaal gelijk aan de landelijke prevalentie. We streven ernaar onnodige indicaties voor jeugdhulp te voorkomen door de inzet van scholen op de interventieniveaus 1-3 in de aanpak van dyslexie te maximaliseren. 2. Normaliseren: zoveel mogelijk werken vanuit de kerntaken onderwijs en in de setting van de school en daar passende oplossingen bieden om kinderen verder te helpen. Ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de normaliserende omgeving van de school en zorg wordt zo dichtbij en in aansluiting op de leefomgeving van het kind georganiseerd, ‘zo zwaar als moet, zo licht als kan’. 3.

Dicht bij het onderwijs organiseren: de vraag oplossen waar die zich voordoet (op school), daarbij de inzet vanuit het onderwijs zelf optimaliseren en daarmee het eigenaarschap rondom aanpak dyslexie bij scholen versterken. 4. Meer collectief organiseren: waar mogelijk werken met groepen, waar nodig met individuele behandeltrajecten. 5. Gelijke kansen voor elk kind bieden: integraal afwegen wat nodig is om kind (en gezin) verder te helpen, rekening houdend met verschillen in situaties van kinderen en gezinnen. 6. Besparen: door anders te werken in aanpak dyslexie bij te dragen aan de benodigde besparing in het sociaal domein.

4/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

Verder hebben de schoolbesturen en de gemeente Zwolle als criteria meegegeven: • Er wordt samengewerkt in de driehoek kind/ouder, professionals van het onderwijs en professionals uit de jeugdhulp, conform de samenwerking in de ondersteuningsteams op de scholen; • Het landelijk prevalentiecijfer van 5% voor de diagnostiek en 3,5 tot 4,1% het percentage (doel) van kinderen in behandeling voor dyslexiezorg (ED) zijn het referentiecijfer.

2

Projectorganisatie

2.1

Projectstructuur Voor de proeftuin is een projectleider aangesteld en begin 2022 is gestart met een projectgroep en een regiegroep. Met deze groepen is tot medio 2023 gewerkt. De poortwachters zijn gestart en er is veel uitgewerkt in deze periode. De schoolbesturen wilden echter meer regie op de preventie en extra inzet op ON3, omdat zij hier verantwoordelijk op zijn. Vervolgens is een nieuwe projectstructuur afgesproken voor het bespreken van de voortgang van de proeftuin Dyslexie. Hierbij is de LEA als stuurgroep aangewezen, het overleg van de coördinatoren passend onderwijs (Primair Onderwijs) vormt de regiegroep en er zijn drie onderliggende werkgroepen. In oktober 2023 is deze opzet door de LEA vastgesteld. Nieuwe projectstructuur:

5/16

Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

2.2

Praatplaat procesinrichting

Datum

Het eerste anderhalf jaar is het proces van preventie tot dyslexiezorg volledig uitgewerkt inclusief alle rollen, taken en verantwoordelijkheden. Het uitwerken van dit proces was nodig om helder af te spreken wie verantwoordelijk is voor een onderdeel en welke stappen doorlopen moeten worden in het gehele proces. Het volledig uitgewerkte proces is verwerkt tot een “praatplaat” waarin het proces geschetst wordt. Dit is met alle betrokkenen besproken en door de LEA van 11 oktober vastgesteld.

3

Monitoring: cijfers en doorverwijzingen

3.1

Dyslexie cijfers Zwolle

De afgelopen jaren is er verschillende keren gerapporteerd over de hoeveelheid kinderen die een verwijzing voor dyslexiezorg hebben gekregen en de uitgaven aan dyslexiezorg. Om de cijfers te kunnen genereren werd gebruik gemaakt van productiecijfers van aanbieders door RSJ IJsselland. Voor de proeftuin is nu als onderdeel van het dashboard sturingsinformatie jeugd een aparte monitor voor diagnostiek en behandeling dyslexiezorg opgesteld die precies aangeeft welke verwijzingen zijn gedaan en de kosten die zijn gemaakt specifiek voor dyslexiezorg. Daaruit blijkt dat eerder gerapporteerde cijfers vervuild waren met uitgaven voor andere jeugdzorg geleverd door dezelfde aanbieders. De cijfers in de

6/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

tabel hieronder corresponderen daarom niet met eerder gecommuniceerde cijfers, maar geven wel een accurater beeld van de ontwikkeling qua gebruik van dyslexiezorg.

Wat opvalt is dat het aantal aanmeldingen in 2023 fors hoger is dan de aanmeldingen in de drie jaren daarvoor. Eind 2022 zijn de poortwachters gestart, de verwachting was dat door de inzet van de poortwachters een aantal aanmeldingen niet aan de voorwaarden zou voldoen. De poortwachters hebben uiteindelijk enkele dossiers terug naar de school verwezen, het overgrote deel voldeed aan de eisen. Daarmee hebben zij niet voor het verwachte effect gezorgd. Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op deze ontwikkeling: • In 2020, 2021 en 2022 zijn er mogelijk minder aanmeldingen gedaan vanwege de corona beperkingen. Het is niet precies duidelijk welke invloed dit heeft gehad op de aanmeldingscijfers en of er sprake is van uitgestelde aanmeldingen waardoor 2023 nog een inhaaljaar is. • Vanaf 1 januari 2022 is een nieuw landelijk Protocol dyslexie diagnostiek en behandeling 3.0 in werking getreden. De verwachting was dat de wijziging van het protocol geen gevolgen zou hebben voor het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor diagnose of behandeling. Of dat in de praktijk ook zo is, is onduidelijk. • De proeftuin dyslexie heeft de aandacht op dyslexie gevestigd waardoor er mogelijk meer bewustzijn en extra aandacht voor het onderwerp is gekomen.

3.2

Landelijk beeld van dyslexie cijfers

Uit gesprekken met aanbieders van dyslexiezorg en andere gemeenten lijkt de toename niet alleen in Zwolle voor te komen. Dat er in 2023 meer aanmeldingen waren is een gedeeld beeld. Helaas zijn er geen recente landelijke cijfers over de prevalentie van dyslexie. In de proeftuin zijn de volgende referentiecijfers gehanteerd: • landelijk prevalentiecijfer van 5% voor de diagnostiek;

7/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

•

3,5 tot 4,1% het percentage (doel) van kinderen in behandeling voor dyslexiezorg (EED) De 4,1 % EED wordt ook door het NKD (Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie) als landelijk gemiddelde percentages gehanteerd en dit was voor de proeftuin steeds het uitgangspunt. De basis voor deze cijfers ligt in een onderzoek uit 20051. Internationaal wordt het aandeel kinderen met dyslexie geschat op 2 tot 10 procent (Blomert, 2005). De hoogte hangt mede af van de complexiteit van het te leren schrift. Op basisscholen zien we een hoger percentage leerlingen met een dyslexieverklaring dan het prevalentiecijfer van 3,6 procent waarvan is uitgegaan bij de introductie van de vergoede dyslexiebehandeling (Blomert, 2005). Uit onderzoek2 blijkt dat aan het eind van het basisonderwijs 7,5 procent van de leerlingen een dyslexieverklaring heeft. Het overgrote deel van deze leerlingen heeft een diagnose ernstige enkelvoudige dyslexie. In opdracht van het ministerie van VWS is in 2020 onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in het aantal verwijzingen voor ernstige dyslexie. Daaruit blijkt dat het aantal kinderen dat ED-zorg krijgt sinds de opname in de Jeugdwet, is gestegen, namelijk van 1,4% in 2017 naar 2,8% in 2019. Een kanttekening die daarbij moet worden gemaakt is dat een beperkt aantal gemeenten cijfers voor dit onderzoek heeft aangeleverd.

Uitgaande van de 2,8% in 2019 lijkt het aantal kinderen dat ED-zorg krijgt de laatste paar jaar gestabiliseerd. Het onderzoek dat in 2021 in opdracht van de ministeries OCW en VWS is gedaan, laat zien dat in Nederland jaarlijks tussen de 2,4% en 2,7% van de kinderen ED-zorg krijgt.3

3.3

Uitgaven voor dyslexiezorg in Zwolle

De uitgaven voor dyslexie lijken in 2023 lager dan de jaren daarvoor. Nog niet alle declaraties over 2023 zijn ingediend (tot 1 april is dit mogelijk). Daarnaast is vanaf 1 januari 2023 het nieuwe contract voor jeugdhulp ingegaan. Vanaf dit moment wordt er geen trajectprijs meer gedeclareerd, maar daadwerkelijk geleverde (minuten) zorg. Mogelijk wordt de daling van uitgaven daardoor veroorzaakt. In ieder geval is het zo dat minder vooraf wordt gedeclareerd waardoor er meer kosten op een later tijdstip worden gedeclareerd wat voor 2023 nog een vertekend beeld kan geven. We kunnen hierover dus pas na 2024 meer conclusies trekken.

1 Blomert 2005: Dyslexie in Nederland; Theorie, praktijk en beleid.

2Staat van het Onderwijs 2019 (Inspectie van het Onderwijs, Ministerie van OCW)

3 Verbeterplan Aanpak Dyslexie (bijlage kamerbrief Samen sterk: zorg en onderwijs 20-07-2023) 8/16

Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

3.4

Percentage dyslexie Zwolle

Datum

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal leerlingen dat dyslexie behandeling krijgt relatief stabiel is, buiten het uitzonderlijk hoge aantal in 2019. De norm die aan het begin van de proeftuin is bepaald op 4,1% voor dyslexie behandeling ligt nog steeds veel lager dan de huidige percentages. Hoe dit zich verhoudt tot landelijke cijfers over het gebruik van dyslexiezorg is onduidelijk, omdat daar (nog) geen cijfers van beschikbaar zijn nadat het nieuwe dyslexie protocol in werking is getreden.

4

Evaluatie De evaluatie is uitgevoerd begin 2024. Er is steeds met twee vertegenwoordigers van elke groep gesproken, behalve van beleid daar is de betrokken beleidsmedewerker geïnterviewd. De volgende groepen zijn geïnterviewd: • Poortwachters • Intern begeleiders • Jeugd en gezinswerkers van het Sociaal wijkteam 9/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

• • •

Beleidsmedewerker Teamleider en senior medewerker Sociaal wijkteam Zorgaanbieders

Er is gereflecteerd op de opbrengsten van de proeftuin tot nu toe, wat de opgave is voor het komende half jaar om de doelstellingen te bereiken en hoe we na de proeftuin verder willen met de samenwerking in de dyslexieketen. Er is gesproken aan de hand van de opgestelde doelstellingen: 1. Het versterken van preventie in het lees en spellingsonderwijs 2. Het bieden van extra ondersteuning op ondersteuningsniveau 3 in het onderwijs; 3. Het tijdelijk inzetten van een poortwachter. Na de interviews is de evaluatie besproken met de projectleider vanuit de scholen en in de kerngroep, regiegroep en projectgroep. De geleverde input daaruit is meegenomen in de conclusies. Onderstaand een uitwerking van de belangrijkste opmerkingen en conclusies.

4.1

Doelstelling 1 en 2 Er is in het eerste anderhalf jaar veel gepraat in werkgroepen en het duurde lang voordat echt actie is ondernomen. In meerdere gesprekken is gezegd dat het lang geduurd heeft voordat er daadwerkelijk actie is genomen op doelstelling 1 en 2. Er werd veel gesproken in de werkgroepen, het wordt ervaren als een tijdrovende proeftuin die veel investering vraagt aan tijd en waar veel overleg is. De projectleider van de gemeente was sturend in wat er moest gaan gebeuren, daardoor ontbrak het soms aan draagvlak bij de scholen die het moeten uitvoeren. Nadat voor doelstelling 1 en 2 is afgesproken dat de scholen zelf een projectleider aanstellen en eigenlijk opnieuw gestart is lijkt er meer vaart in te zitten. De interventies zijn nu ingepland. Voor de eerste bijeenkomst over versterken van ondersteuningsniveau een en twee is grote belangstelling, deze was binnen een paar weken vol. Doelstelling 2: “Het bieden van extra ondersteuning op ondersteuningsniveau 3 in het onderwijs” is niet gehaald en is in de loop van het project aangepast. Bij de start van de proeftuin is afgesproken om extra ondersteuning op ondersteuningsniveau 3 te bieden op de scholen die deelnemen aan de proeftuin. Hier is in de projectgroep in eerste instantie veel over gesproken en uitgezocht hoe die extra ondersteuning ingezet zou moeten worden.

In eerste instantie heeft de projectleider hiervoor in samenspraak met het onderwijs de plannen opgesteld. Bij het aanstellen van een projectleider vanuit de scholen is opnieuw een plan van aanpak gemaakt. Bij de scholen waren er vragen of het bieden van extra ondersteuning op 10/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

ondersteuningsniveau 3 alleen de meest effectieve manier is om te bereiken dat minder leerlingen dyslexiezorg nodig hebben. Dit voortschrijdend inzicht heeft geleid tot voorstellen om de aanpak voor extra ondersteuning te verbreden. Doelstelling 1 en 2 zijn in een onderzoek uitgevraagd bij de scholen. Daarbij is door de meeste schoolbesturen gekozen om dit bij alle scholen uit te vragen en niet alleen de scholen die deelnemen aan de proeftuin. Uitgezocht is wat de stand van zaken was in het lees- en spelonderwijs in de scholen en hoeveel kinderen laag scoren. Daarnaast is uitgevraagd aan welke ondersteuning in het lees- en spel onderwijs de scholen behoefte hebben op de verschillende ondersteuningsniveaus. Op basis daarvan is een aanbod ontwikkeld dat nu wordt uitgevoerd. Het is de bedoeling dat dit aanbod uitgebreid wordt in de komende jaren. Intern begeleiders gaven tijdens de evaluatie aan dat zij van mening zijn dat het grootste probleem in ON1 en ON2 zit, dat daar ook veel meer aandacht voor nodig is. Ook is bij de bespreking van de resultaten van de uitvraag aangegeven door verschillende experts dat er in de wijze waarop ON3 wordt aangeboden wordt ook winst te behalen is. Er wordt vaak wel begeleiding op ON3 aangeboden door de scholen, er wordt daarbij toch ook nog regelmatig geconstateerd dat de uitvoering van dit aanbod niet optimaal is.

Vanwege het laat opstarten van de interventies is meer tijd nodig om deze in te zetten. Uit de vragenlijsten van de scholen bleek dat er veel behoefte is aan informatie en ondersteuning op alle ondersteuningsniveaus. Ondanks dat inmiddels is gestart met de interventies kunnen we nu nog geen resultaten melden, omdat dit te kort geleden is. Wel blijkt dat er veel interesse is in het aanbod dat nu is opgezet.

4.2

Doelstelling 3 het inzetten van de poortwachter De poortwachters zoals zij nu worden ingezet hebben als meerwaarde dat zij experts zijn en onafhankelijk van onderwijs én aanbieders dyslexiezorg. Zorgaanbieders geven aan dat de huidige poortwachters een deel van het werk waar geen vergoeding voor was (de dossiercontrole) hebben overgenomen. Zij vinden de positionering van de poortwachters bij de Sociaal wijkteams prima, van grote meerwaarde is dat de poortwachters ingehuurde experts zijn waardoor de dossiers goed worden gescreend. Een nadeel van de poortwachter is dat zij nu zelf minder contact met de scholen hebben. Indien er in de toekomst geen poortwachters meer zouden zijn vinden de zorgaanbieders dat zij een vergoeding voor dit werk zouden moeten krijgen als zij dit weer zelf doen. Het Sociaal wijkteam ziet ook meerwaarde in de expertise van de poortwachters die voor dyslexie niet standaard aanwezig is. De intern begeleiders geven aan geen meerwaarde te zien in de poortwachtersfunctie en zouden de expertise van de poortwachters liever gebruiken om op de scholen het aanbod te versterken. De signaleringsfunctie, en het verzamelen van data over welke scholen aanmelden is van toegevoegde waarde voor alle partijen. 11/16

Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

4.3

Organisatie van de proeftuin

Datum

Randvoorwaarden zijn nog niet altijd op orde Alle schoolbesturen hebben lees en spel specialisten binnen hun scholen aangesteld. Er is wel verschil tussen de tijd die deze specialisten beschikbaar hebben om scholen te ondersteunen. Tijdens de projectgroep is een aantal keren aangegeven door medewerkers dat er meer nodig is op de scholen dan zij aan tijd hebben ondersteuning te kunnen bieden. Het onderscheid tussen scholen die wel en niet deelnemen aan de proeftuin is vervaagd Bij aanvang van de proeftuin zijn een aantal scholen aangemeld als deelnemer van de proeftuin. In eerste instantie zou de extra ondersteuning alleen op deze scholen aangeboden worden. Na de wisseling van projectleider hebben veel schoolbesturen de keuze gemaakt om op alle scholen het onderzoek te doen naar de behoefte aan ondersteuning en ook het aanbod beschikbaar te stellen aan alle scholen. Daarmee is er eigenlijk in de praktijk nauwelijks onderscheid meer tussen de aanpak op deelnemende en niet deelnemende scholen. Het is van meerwaarde dat de schoolbesturen samenwerken op dit onderwerp De intensieve samenwerking tussen de medewerkers vanuit de verschillende schoolbesturen is vrij nieuw in Zwolle. Het wordt als meerwaarde ervaren dat er gemeenschappelijk afspraken worden gemaakt en van elkaar geleerd kan worden. Voortzetten van deze samenwerking wordt door alle partijen als wenselijk gezien.

De inzet van een projectleider die vanuit de scholen komt is daarbij een belangrijke succesfactor.

4.4

Positie Jeugd en gezinswerkers (JGW-ers) en Ondersteuningsteam Er is/blijft onduidelijkheid over de rol van de JGW-er en het OT van de scholen. Het is voor de scholen niet duidelijk welke rol de JGW-ers spelen in het OT en of dit nodig is bij gezinnen waar geen vragen rond de thuissituatie zijn. Er wordt ook verschillend mee om gegaan. Sommige JGW-ers nemen de verantwoordelijkheid voor de verwijzing echt op zich en kijken integraal naar de gehele situatie, maar in andere gevallen wordt de IB-er soms gevraagd om het formulier in te vullen voor de JGW-ers. Bespreking in OT met JGW-er is nodig wanneer bredere vragen leven, naast dyslexie. Voor de beslissing of dyslexieonderzoek nodig is vinden de JGW-ers dat ze onvoldoende expertise hebben op dat gebied. School wordt gezien als de expert op dit gebied. Meedenken en bespreken in het OT of bespreken met de poortwachter vinden de meeste JGW-ers goed wanneer zij kunnen meedenken over: belastbaarheid van het gezin, thuissituatie, leermogelijkheid, motivatie, remmende en stimulerende factoren, hoe ouders en het kind ertegenaan kijken, zijn er bijzonderheden op sociaal 12/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

emotioneel of systemisch gebied. Alleen wanneer op sociaal of emotioneel gebied wat speelt, dan is bespreken in het OT belangrijk.

4.5

Monitoring De cijfers uit de monitor zijn voor de gemeente zinvol, voor de ketenpartners minder. De gegevens van de poortwachter zijn nog niet altijd voor iedereen voldoende inzichtelijk. De monitor wordt als nuttig gezien, maar vooral vanwege de sturingsinformatie voor de gemeente. De gegevens van de poortwachter zijn eind 2023 gedeeld en daar zijn scholen wel mee aan de slag gegaan, maar nog niet iedereen heeft de cijfers voldoende meegekregen. Ook informatie over verschillen tussen scholen en schoolbesturen zou wenselijk zijn, maar is nu nog niet uitgewerkt.

4.6

Aanbevelingen voor vervolg Onderstaande aanbevelingen zijn door deelnemers aan de evaluatie gedaan. Deze tips kunnen meegenomen worden voor de uitwerking van het vervolg. Monitoring op scholen die lage leesopbrengsten hebben en daar gepaste acties aan koppelen. (Intern begeleiders) Deze aanbeveling kan in de werkgroep Preventie en ON3 opgepakt worden zodat hier monitoring voor wordt georganiseerd op de scholen en vervolgens passende acties worden uitgevoerd. Door de monitoring en acties gezamenlijk te bespreken in de werkgroep kunnen de verschillende schoolbesturen leren van elkaars aanpak. Uit de monitoring kan ook blijken welke interventies effectief lijken. Duidelijke taakverdeling: bij wie komt die verantwoordelijkheid te liggen en wat kan er geboden worden aan scholen waarbij de opbrengsten voor lezen te laag zijn. Voordat de proeftuin afgesloten kan worden is het belangrijk dat er duidelijke afspraken gemaakt worden wie waar verantwoordelijk voor is en hoe de samenwerking wordt vormgegeven. Meer verbinding met “Alle Zwolse kinderen lezen” “Alle Zwolse kinderen lezen” wordt niet op alle scholen aangeboden. Dit richt zich ook op het leesonderwijs op de scholen. Het is logisch om dit te verbinden aan de preventie van dyslexie. Daarbij kan ook gebruik gemaakt worden van het opgezette netwerk en de samenwerking die ontstaan is tussen de verschillende schoolbesturen.

Stel leesspecialisten aan, bekostigd door gemeente en onderwijs samen. Zij kunnen een cruciale rol spelen bij de preventie van leesproblemen. Ook de begeleiding van ouders om thuis te lezen kan daar een belangrijke plek krijgen. Nu gaat er veel geld naar de

13/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

Poortwachters en ON4. Het hoogste doel zou moeten zijn dat kinderen geen externe ondersteuning voor lezen nodig hebben. (intern begeleiders) De vraag om extra in te zetten op de leesspecialisten en daar ook als gemeente op te investeren kan in het vervolg van de proeftuin worden opgepakt. Voorgesteld wordt om een verbinding te maken met de “brede aanpak geletterdheid gemeente Zwolle” (hiervoor wordt in de LEA van 3 april 2023 een voorstel voor ingediend).

5

Conclusie en aanbevelingen Het beeld uit de gesprekken is dat de aanloop van de proeftuin veel tijd heeft gekost. De start was ambitieus en er zijn veel verschillende mogelijkheden besproken om het helemaal anders te doen. Uiteindelijk is er pas met echte acties gestart toen de projectgroep vanuit de scholen werd geleid. De proeftuin heeft een waardevol netwerk opgeleverd waarbij het komende halfjaar nog gebruikt kan worden om de samenwerking te borgen en een aantal belangrijke keuzes voor de toekomst te maken. Onderstaand een aantal uitgewerkte onderwerpen die voor het vervolg geborgd moeten worden waarbij voor een aantal onderwerpen nog besluitvorming door gemeente en schoolbesturen nodig is. Vervolgens kan in de LEA van 12 juli 2024 een besluit genomen worden over de overlegstructuur, het proces voor dyslexiezorg en de samenwerking tussen de partijen.

5.1

Proces dyslexiezorg De gemeente Zwolle heeft in de komende tijd een keuze te maken voor de inzet en positionering van de poortwachter. Daarnaast moet een keuze gemaakt worden voor de rol en taak van het ondersteuningsteam en specifiek voor de jeugd- en gezinswerker die onderdeel is van het ondersteuningsteam. Idealiter wordt daarbij ingezet op het vroegtijdig betrekken van het OT bij brede vraagstukken die rond een leerling spelen.

5.2

Overlegstructuur Een deel van de projectstructuur kan na afloop van de proeftuin overeind blijven als reguliere overlegstructuur. Daarbij wordt ook aangesloten bij de reguliere overlegstructuur van de Lokale educatieve agenda (LEA). De frequentie van een aantal van de overleggen kan na afloop van de proeftuin omlaag. Voorstel is om de volgende overlegstructuur te hanteren voor dyslexie:

14/16

Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

5.2.1

LEA

Datum

De LEA blijft stuurgroep over het geheel van de samenwerking bij dyslexieondersteuning. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het leesonderwijs en het bieden van de ondersteuningsniveau ’s 1 tot en met 3, de gemeente is verantwoordelijk voor de dyslexiezorg (ondersteuningsniveau 4). Bij de LEA worden besluiten genomen over de afstemming en inrichting van de samenwerking. In ieder geval één keer per jaar wordt gerapporteerd over de voortgang van de samenwerking, de inzet op preventie en de ingezette dyslexiezorg. 5.2.2

Coördinatorenoverleg

In het overleg van de coördinatoren passend onderwijs sluiten de beleidsadviseur en teamleider SWT van de gemeente regelmatig aan. Dit overleg is de regiegroep waar de besluiten voor de LEA worden voorbereid. Het onderwerp dyslexie kan geagendeerd worden wanneer nodig, twee keer per jaar minimaal. 5.2.3

Preventie Dyslexie, ON3 en lezen

De werkgroep ON3 en preventie overlegt binnen de proeftuin maandelijks waarbij de zorgaanbieders twee keer per jaar aansluiten. Deze werkgroep is opgezet ten behoeve van de proeftuin en heeft een goede start gemaakt met het inzetten van ondersteuning aan scholen op het gebied van preventie van dyslexie. De samenwerking tussen de verschillende schoolbesturen op dit onderwerp is uniek en wordt als waardevol ervaren. Medewerkers van verschillende schoolbesturen wisselen hun aanpak uit en samen wordt naar goede aanpakken gezocht. Ook leren de lees- en spel specialisten van de aanpak van hun collega’s. Het ligt voor de hand om deze 15/16

Datum Titel

8 maart 2024 Proeftuin dyslexie

werkgroep in stand te houden, maar met een iets andere samenstelling. De aansturing van deze werkgroep gebeurt door een vertegenwoordiger van één van de schoolbesturen. Deze inzet is noodzakelijk om een goede aansturing te houden. Voorwaarde voor voortzetting is dan ook dat deze positie gehandhaafd blijft. 5.2.4

Dyslexie overleg

Voor de samenwerking in de dyslexieketen is het van belang dat scholen, gemeente (beleid en SWT) en zorgaanbieders één of twee keer per jaar een overleg met elkaar organiseren. Tijdens dit overleg kunnen de ontwikkelingen en bijzonderheden worden gedeeld en de samenwerking besproken. Te bespreken onderwerpen: • Aantal aanmeldingen • Aantal fout positieve aanmeldingen • Resultaten van behandeling • Contact in de driehoek scholen, gemeente, zorgaanbieders • Opvallende resultaten uit de monitoringsgegevens van poortwachters • Alle partijen informeren over de aanpak en resultaten van de werkgroep Preventie Dyslexie, ON3 en lezen. 5.2.5

Intern overleg dyslexiezorg

Binnen de gemeente is een regulier overleg tussen poortwachter, teamleider/senior Sociaal wijkteam, en beleidsmedewerker noodzakelijk. Binnen de proeftuin vond dit overleg maandelijks plaats (met uitzondering van de zomervakantie). De frequentie van dit overleg kan omlaag, drie tot vier overleggen per jaar zouden voldoende moeten zijn. De beleidsmedewerker wordt voorzitter van het overleg en verantwoordelijk voor de organisatie.

5.3

Monitoring De monitoring van het gebruik van dyslexiezorg blijft in het dashboard beschikbaar en wordt besproken in het dyslexie overleg. De wenselijkheid van monitoring op de leesvaardigheid wordt afgestemd in de werkgroep preventie dyslexie ON3 en geletterdheid.

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=0588d634-5400-42da-b5d0-70fa18571015