CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Deelrapportage lhbtiqa+ 2023-2024 gemeente Zwolle.

Raad Besluitvormingsronde 10 maart 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Update Diversiteit en Inclusie najaar 20249.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

0

Colofon: Auteurs: Marleen Hasselt, Juliana Peerboom, Lena Rijnierse Opdrachtgever: Gemeente Zwolle Uitvoerende organisaties: Vizier Publicatiedatum: Juni 2024 Vormgeving: Vizier Contact: Vizier Hanzeplein 11-27 8017 JD Zwolle Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

1

Inhoudsopgave Samenvatting .......................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Opdracht en opzet ............................................................................................ 6 1.1 Achtergrond en doelstelling ................................................................................................................... 6 1.2 Doelgroepen en definities....................................................................................................................... 6 1.3 Onderzoeksverantwoording .................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer........................................................................................................................................................10 Hoofdstuk 2. Ervaren acceptatie.......................................................................................... 11 2.1 Openheid en zelfacceptatie .................................................................................................................. 11 2.2 Ervaren acceptatie ................................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 3.

Onveiligheidsgevoel, slachtofferschap en handelingsperspectief ...... 15 3.1 (On)veiligheidsgevoelens......................................................................................................................15 3.2 Slachtofferschap .......................................................................................................................................16 3.3 Handelingsperspectief ........................................................................................................................... 17 Hoofdstuk 4. Sport en religie.................................................................................................19 4.1 Sport: acceptatie en beleid...................................................................................................................19 4.2. Religie: acceptatie en beleid.............................................................................................................. 21 Hoofdstuk 5. Woonomgeving en overheidsbeleid........................................................... 25 5.1 Verhuizen en verbondenheid met de woonomgeving..........................................................25 5.2 Overheid en faciliteiten .........................................................................................................................26 Hoofdstuk 6.

Ontwikkeling tussen 2021 en 2023 ............................................................... 28 Hoofdstuk 7. Conclusie ..........................................................................................................31 Bijlage...................................................................................................................................... 33 Bijlage I. Uitleg begrippen .......................................................................................................................... 33

2

Samenvatting Deze rapportage gaat over een onderzoek naar het welzijn van lhbtiqa+ personen uit Zwolle. Voor dit onderzoek is de data van de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2021 Gelderland en Overijssel (Spierings, van Hilten-Rutten & Hasselt, 20211) en de data van de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel (Hasselt, Spierings & van Hilten-Rutten, 2023 2) gebruikt. Hieronder worden er een aantal inzichten beschreven. Lhbtiqa+ personen uit Zwolle hebben een hoge mate van zelfacceptatie Lhbtiqa+ personen uit Zwolle geven de mate van zelfacceptatie van hun seksuele voorkeur gemiddeld het cijfer 9,6. Dit cijfer ligt iets hoger dan in Overijssel. De zelfacceptatie is in Zwolle gemiddeld een 9,4. Op het gebied van zelfacceptatie is er een verschil te zien tussen de twee groepen cisgender lhb+ en niet-cisgender. Niet-cisgender personen geven de mate waarin ze hun genderidentiteit accepteren een 8,9 en cisgender lhb+ personen geven een 9,7 voor de zelfacceptatie van hun seksuele voorkeur. Niet-cisgender personen zijn minder open dan cisgender lhb+ personen Niet-cisgender personen zijn minder open over hun lhbtiqa+ identiteit dan cisgender lhb+ personen. Niet-cisgender personen geven de mate van openheid gemiddeld een 6,6 en cisgender lhb+ personen geven dit een 8,0.

Ervaren acceptatie en veiligheidsgevoel zijn gedaald tussen 2021 en 2023 De acceptatie die lhbtiqa+ personen ervaren bij sociale relaties (zoals bij hun ouders en klasgenoten) en in sociale situaties (zoals tijdens het uitgaan en de woonomgeving) is sinds 2021 gedaald in Zwolle. Ook voelen lhbtiqa+ personen uit Zwolle zich in 2023 vaker onveilig op verschillende plekken, zoals op straat en in het openbaar vervoer. Ervaringen van acceptatie verschillen tussen leeftijdsgroepen 16 t/m 30-jarigen ervaren minder acceptatie van mensen uit hun omgeving dan de personen uit de oudere leeftijdsgroepen (31 t/m 55 jaar en 56+). Personen van 16 t/m 30 jaar geven de acceptatie die ze ervaren van familieleden (los van hun ouders en

1

Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & Hasselt, M. (2021). Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ 2021 Gelderland

en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijn-lhbtiqa-2021/ 2

Hasselt, M., Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & de Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023

Gelderland en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijnsmonitorlhbtiqa-2023-gelderland-en-overijssel/

3

broers/zussen) gemiddeld een 6,6, terwijl de oudere leeftijdsgroepen dit een 8,3 en 8,5 geven. Dit verschil is ook te zien in de ervaren acceptatie in de buurt/wijk en stad/dorp waar de deelnemers wonen. De oudste leeftijdsgroep (56+) ervaart de meeste acceptatie in de buurt of wijk waar ze wonen en geven dit een 8,1. De jongere leeftijdsgroepen geven de acceptatie in de buurt/wijk een 7,6 (31 t/m 55 jaar) en een 6,3 (16 t/m 30 jaar). Niet-cisgender personen en jonge lhbtiqa+ personen voelen zich het meest onveilig 57 procent van de niet-cisgender personen uit Zwolle geeft aan zich over het algemeen soms tot vaak onveilig te voelen. Bij de cisgender lhb+ personen is dit 35 procent. Ook hier zijn er verschillen tussen de leeftijdsgroepen te zien. 58 procent van de 16 t/m 30jarigen voelt zich over het algemeen soms tot vaak onveilig. Bij de middelste leeftijdsgroep (31 t/m 55 jaar) is dit 42 procent en bij de oudste leeftijdsgroep (56+) is dit 37 procent. Lhbtiqa+ personen uit Zwolle melden incidenten amper Lhbtiqa+ personen uit Zwolle melden incidenten weinig bij de politie of onafhankelijke voorzieningen. Van de 15 procent die in de afgelopen twee jaar slachtoffer van bedreiging is geweest, meldde slechts 25 procent dit bij de politie.

Van de lhbtiqa+ personen die vernieling van eigendommen, seksuele mishandeling of lichamelijke mishandeling meemaakten, meldde niemand dit bij de politie. Sportgedrag en verlaten van geloof hangen gedeeltelijk samen met lhbtiqa+ achtergrond 54 procent van de niet-cisgender personen en 31 procent van de cisgender lhb+ personen uit Zwolle sport niet. Bij 15 procent van de niet-cisgender personen heeft dit te maken met hun lhbtiqa+ achtergrond. Bij de cisgender lhb+ personen is dit 7 procent. Bijna de helft van de lhbtiqa+ personen uit Zwolle identificeert zich niet meer met het geloof waarmee ze zijn opgegroeid. Bij 57 procent van de cisgender lhb+ personen en 50 procent van de niet-cisgender personen heeft dit te maken met hun lhbtiqa+ identiteit. Lhbtiqa+ personen uit Zwolle voelen zich iets meer verbonden en minder vaak eenzaam in hun woonomgeving vergeleken met het gemiddelde in Overijssel Lhbtiqa+ personen geven de algehele verbondenheid die ze voelen met hun woonplaats een 7,4 (versus een 7,1 in Overijssel). In Zwolle is wel een groot verschil te zien tussen cisgender lhb+ personen (7,7) en niet-cisgender personen (7,0).

4

In Zwolle voelt 14 procent van de lhbtiqa+ personen zich vaak of altijd eenzaam. In Overijssel is dit 17 procent. Ook hier is een verschil te zien tussen cisgender lhb+ personen (12 procent) en niet-cisgender personen (18 procent) uit Zwolle die zich vaak of altijd eenzaam voelen.

5

Hoofdstuk 1. Opdracht en opzet 1.1 Achtergrond en doelstelling Dit onderzoek gaat over het welzijn en de veiligheid van lhbtiqa+ personen woonachtig in Zwolle. We besteden in deze rapportage aandacht aan ervaringen over (zelf)acceptatie, veiligheidsgevoel, slachtofferschap, handelingsperspectief, sport, religie, woonomgeving en overheidsbeleid gericht op lhbtiqa+ personen. De gemeente Zwolle heeft de opdracht gegeven voor dit onderzoek naar aanleiding van blijvende spanningen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap en verschillende incidenten. Deze rapportage zal bijdragen aan het in beeld brengen van wat er speelt in Zwolle voor lhbtiqa+ personen en welke behoeften er zijn. In elk hoofdstuk wordt de informatie uit de tabellen toegelicht. Cijfers uit de tabellen die besproken worden in de tekst, zijn in de tabel met de kleur roze gemarkeerd. Deze rapportage is een verdieping op de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2021 Gelderland en Overijssel (Spierings et al., 20213) en de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel (Hasselt et al., 20234). De vragen die we zullen beantwoorden in deze rapportage zijn: Hoe ervaren lhbtiqa+ inwoners van Zwolle hun acceptatie en veiligheid en hoe heeft dit zich ontwikkelt tussen 2021 en 2023? Hoe verschilt dit tussen mensen met verschillende seksuele voorkeuren en genderdiversiteiten binnen de lhbtiqa+ gemeenschap?

Welke

behoeften

heeft

de

lhbtiqa+

gemeenschap

aan

beleidsmaatregelen of andere ondersteuning vanuit de gemeente?

1.2 Doelgroepen en definities De doelgroep van dit onderzoek is de lhbtiqa+ gemeenschap. De manier waarop de regenbooggemeenschap wordt benoemd, is constant in beweging. In deze rapportage gebruiken we de afkorting lhbtiqa+, in lijn met de afkorting die Movisie 5 gebruikt. De lhbtiqa+ gemeenschap bestaat uit een diverse groep mensen met verschillende

Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & Hasselt, M. (2021). Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ 2021 Gelderland en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijn-lhbtiqa-2021/ 3

Hasselt, M., Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & de Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijnsmonitor4

lhbtiqa-2023-gelderland-en-overijssel/ 5 Movisie. (2022). Overzicht: Onze factsheets, handreikingen en onderzoeken over lhbtiqa+ emancipatie. Geraadpleegd op 20 februari 2024, van https://www.movisie.nl/artikel/overzicht-onzefactsheets-handreikingen-onderzoeken-over-lhbtiqa-emancipatie

6

identiteiten, gevoelens en ervaringen. Een begrippenlijst van de deelidentiteiten is te vinden in Bijlage I. Door een laag aantal deelnemers per deelidentiteit, hebben we de deelidentiteiten verdeeld over twee groepen. Een groep op basis van seksuele voorkeur: cisgender lhb+. De andere groep is op basis van genderidentiteit: niet-cisgender. We rapporteren in de tabellen in dit onderzoek cisgender lhb+ personen apart van de nietcisgender personen. Beide categorieën sluiten elkaar uit. Een persoon die homoseksueel en transgender is, komt in de categorie ‘niet-cisgender’ en niet in de categorie ‘cisgender lhb+’. Op deze manier kunnen we over beide groepen apart rapporteren, waar anders alle deelnemers in een grote groep lhbtiqa+ op zouden gaan. Verder gebruiken we in deze rapportage de term ‘deelnemers’. We bedoelen hiermee de lhbtiqa+ personen die de vragenlijst hebben ingevuld. Seksuele voorkeur De groep seksuele voorkeur is samengesteld op basis van de vraag: Hoe zou u uw seksuele

oriëntatie

homoseksueel,

omschrijven?

lesbisch,

Met

biseksueel,

de

antwoordopties:

aseksueel,

panseksueel,

heteroseksueel, omniseksueel,

demiseksueel, weet ik (nog) niet en overig namelijk:… Open antwoorden zijn waar mogelijk opgenomen in de andere categorieën. In deze rapportage zijn de categorieën ‘heteroseksueel’, ‘weet niet’ en ‘overig’ niet meegenomen in de cisgender lhb+ groep. In Bijlage I worden de verschillende seksuele voorkeuren ook individueel toegelicht. Genderidentiteit Genderidentiteit is gecategoriseerd op basis van de vraag: Als u een label aan uw genderidentiteit koppelt, wel label zou u dan kiezen? Met de antwoordopties: cisgender, transgender, trans man, trans vrouw, non-binair, genderqueer, genderfluïde, agender, gender non-confirming, two-spirit, demigender, geen label, wil ik niet zeggen/weet ik nog niet, anders, namelijk… De categorieën ‘cisgender’ en ‘weet niet’ zijn niet meegenomen in de niet-cisgender groep. Personen die door hun antwoord niet in te delen waren in een categorie, (bijvoorbeeld ‘overig’) zijn ook niet meegenomen in deze rapportage. In Bijlage I worden de verschillende genderidentiteiten individueel toegelicht.

1.3 Onderzoeksverantwoording Werkwijze Voor dit onderzoek is de data van de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2021 Gelderland en

7

Overijssel (Spierings et al., 20216) en de data van de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel (Hasselt et al., 20237) gebruikt. In 2021 en 2023 is aan de inwoners gevraagd om een vragenlijst in te vullen. De antwoorden op de vragen van deelnemers uit Zwolle en Overijssel zijn meegenomen in dit onderzoek. De aanvullende interviews die zijn afgenomen bij de deelnemers zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Vragenlijst De vragenlijst is in 2021 en 2023 verspreid via een open weblink. De deelnemers zijn op verschillende manier geworven. Belangenorganisaties, zoals Pride Zwolle en COC Zwolle zijn benaderd om de link onder hun leden te verspreiden. Ook de ambtenaar van Gemeente Zwolle met diversiteit in diens portefeuille, GGD Zwolle, scholen, religieuze instellingen, organisaties voor sociaal werk en andere verenigingen in Zwolle hebben geholpen om de vragenlijst verder te verspreiden. Ook zijn er folders verspreid op scholen, bij de GGD en op openbare plekken in Zwolle. Tot slot is er op sociale media geadverteerd en zijn er voor de rapportage in 2023 advertenties ingekocht in de regionale krant De Stentor en platform IndeBuurt. Zo is het bereik van de vragenlijst vergroot en een breed en divers publiek aangesproken. In beide jaren kon de vragenlijst volledig anoniem worden ingevuld. Onder de deelnemers werden er waardebonnen verloot.

Respons en representativiteit In dit onderzoek is specifiek gekeken naar lhbtiqa+ personen die in Zwolle wonen. Zowel in 2021 als in 2023 was het niet mogelijk om een willekeurige steekproef te nemen van de totale populatie lhbtiqa+ personen uit Zwolle, omdat seksuele voorkeur en genderidentiteit niet centraal geregistreerd mogen worden. Bij het werven van deelnemers zijn niet alleen belangengroepen betrokken, maar ook andere kanalen zoals sociale media en minder activistische of lhbtiqa+ gerichte netwerken. Zoals beschreven zijn er verscheidene kanalen ingezet zodat er tijdens de werving van de deelnemers niet alleen mensen vanuit belangenorganisaties bereikt zouden worden. De resultaten uit dit onderzoek gelden voornamelijk voor de ondervraagde deelnemers uit Zwolle. De cijfers geven een indicatie van de situatie van de gehele lhbtiqa+ populatie in Zwolle. Om de situatie van de gehele lhbtiqa+ populatie in Zwolle beter te kunnen schetsen, is de data gewogen. De data die is gebruikt voor dit onderzoek is namelijk niet voortgekomen uit een willekeurige steekproef met een goede afspiegeling 6

Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & Hasselt, M. (2021). Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ 2021 Gelderland

en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijn-lhbtiqa-2021/ 7 Hasselt, M., Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & de Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijnsmonitorlhbtiqa-2023-gelderland-en-overijssel/

8

van de populatie van Zwolle. We kunnen daarom de representativiteit niet garanderen. Een veel toegepaste methode om data representatiever te maken is het uitvoeren van een

weging.

Om

over-

en

ondervertegenwoordiging

van

verschillende

achtergrondkenmerken van deelnemers te compenseren zijn de resultaten gewogen naar geslacht en leeftijd. Hierdoor kunnen de resultaten gegeneraliseerd worden naar de gehele lhbtiqa+ populatie van Zwolle. Het blijft echter belangrijk om voorzichtig te zijn bij het generaliseren van individuele en specifieke resultaten. In deze rapportage worden 100 deelnemers uit Zwolle uit 2021 meegenomen en 160 deelnemers uit 2023. In Tabel 1.1. zijn de aantallen deelnemers uitgesplitst naar seksuele voorkeur, genderidentiteit, woonomgeving en leeftijd. Tabel 1.1. Aantallen deelnemers Zwolle Per seksuele voorkeur

2021

2023

Homoseksueel

31

52

Lesbisch

43

54

Biseksueel

21

30

Panseksueel

2

8

Omniseksueel

*

4

Totaal opgenomen in onderzoek als ‘LHB+’

91

97

Aseksueel

0

1

Demiseksueel

*

3

Weet ik nog niet/overig/Queer

1

2

Heteroseksueel (niet-cisgender)

2

7

Transgender

6

12

Non-binair/ non-conforming

3

51

Totaal opgenomen in onderzoek als ‘niet- 9

63

Per genderidentiteit

cisgender’ Cisgender

91

97

Stad (centrum)

37

61

Stad (buitenwijk)

57

99

Dorp

0

0

Buitengebied/platteland

6

0

Woonomgeving (Q49)

9

Leeftijd Onder 16 jaar *niet meegenomen in analyses

4

0

16-30 jaar

20

45

31-55 jaar

28

45

56+

49

70

Totaal aantal deelnemers

100

160

* Niet uitgevraagd in 2021.

1.4 Leeswijzer Dit rapport bevat vijf inhoudelijke hoofdstukken met elk een ander thema. Hoofdstuk 2 gaat over de mate van openheid over de lhbtiqa+ identiteit van de deelnemers en in hoeverre zij zichzelf accepteren. Ook komt in dit hoofdstuk de ervaren acceptatie van mensen uit hun omgeving en in verschillende situaties aan bod. In hoofdstuk 3 wordt de

veiligheidsbeleving

besproken,

gevolgd door

verschillende vormen van

slachtofferschap en het handelingsperspectief bij de verschillende vormen van slachtofferschap. Hoofdstuk 4 geeft duiding aan de onderwerpen sport en religie. Hoofdstuk 5 gaat over de verschillende ervaringen in de woonomgeving van de deelnemers en over overheidsbeleid rondom lhbtiqa+. Als laatste gaat hoofdstuk 6 over de

ontwikkeling

van

openheid,

zelfacceptatie,

ervaren

acceptatie

en

veiligheidsbeleving tussen 2021 en 2023. De rapportage wordt afgesloten met een conclusie in hoofdstuk 7. Bij het bekijken van de tabellen is het van belang dat de lezer zich bewust is van het feit dat het aantal deelnemers per vraag kan variëren. Sommige vragen zijn niet aan alle deelnemers gesteld. In vergelijking met de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel (Hasselt et al., 20238) zijn tabellen 3.4, 3.5, 5.3 en 5.5 niet meegenomen in deze rapportage. Tabel 3.4 gaat over de redenen dat deelnemers geen melding of aangifte hebben gedaan na seksuele of lichamelijke mishandeling. Tabel 3.5 over behoeftes van de deelnemers na het de ervaring van ongewenst gedrag. Tabel 5.3 gaat over het belang van overheidsbeleid en Tabel 5.5 over faciliteiten en events binnen de gemeente. Deze tabellen zijn niet meegenomen in deze rapportage over Zwolle omdat deze vragen door een te laag aantal deelnemers uit Zwolle is beantwoord. Dit komt door het feit dat deze vragen alleen zijn gesteld aan mensen die daarvoor in de vragenlijst een bepaald antwoord gegeven hebben. 8

Hasselt, M., Spierings, N., van Hilten-Rutten, E., & de Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023

Gelderland en Overijssel. Geraadpleegd van https://vizieroost.nl/publicaties/welzijnsmonitor lhbtiqa-2023-gelderland-en-overijssel/

10

Hoofdstuk 2. Ervaren acceptatie 2.1 Openheid en zelfacceptatie In Tabel 2.1. wordt weergegeven welk cijfer (1 tot 10) lhbtiqa+ personen aan hun openheid en zelfacceptatie geven. Het cijfer 1 staat hierbij voor totaal geen openheid/geen zelfacceptatie, en 10 staat voor volledige openheid/zelfacceptatie. Enkele bevindingen zijn: •

Lhbtiqa+ personen uit Zwolle geven de openheid over hun seksuele voorkeur een 7,8 en geven de openheid over hun genderidentiteit een 8,3. Dit beeld komt overeen met het gemiddelde van Overijssel.

•

We zien dat cisgender lhb+ inwoners uit Zwolle meer open zijn over hun seksuele voorkeur (8,0) dan niet-cisgender personen over hun genderidentiteit (6,6) en seksuele voorkeur (7,4).

•

Zelfacceptatie van lhbtiqa+ personen ligt in Zwolle wat betreft seksuele voorkeur (9,6) wat hoger dan in Overijssel (9,3) gemiddeld.

Tabel 2.1. Openheid, zelfacceptatie en waarde aan identiteit (1-10). OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIETCIS

Openheid seksuele voorkeur

7,8

7,8

8,0

Openheid genderidentiteit

8,5

8,3

Zelfacceptatie seksuele voorkeur 9,3

9,6

9,7

9,3

Zelfacceptatie genderidentiteit

9,4

9,4

9,8

8,9

Lhbtiqa+ identiteit belangrijk voor 7,3

6,9

6,9

6,9

6,6

eigen identiteit Hieronder worden de belangrijkste bevindingen uit Tabel 2.2. beschreven. Hier wordt openheid, zelfacceptatie en waarde aan identiteit uitsplitst naar leeftijd: •

De middelste leeftijdsgroep (31 t/m 55 jaar) is opener over hun seksuele voorkeur en genderidentiteit in vergelijking met de jongste (16 t/m 30 jaar) en oudste (56+) leeftijdsgroep.

•

Alle leeftijdsgroepen geven hun zelfacceptatie een hoog cijfer. De jongste leeftijdsgroep heeft een lagere mate van zelfacceptatie over hun seksuele voorkeur (9,1) en genderidentiteit (8,8) dan de leeftijdsgroepen daarboven. De

11

groep van 31 t/m 55 jaar geven de zelfacceptatie van hun seksuele voorkeur en genderidentiteit een 9,7 en de groep van 56+ een 9,8 en 9,7. •

De jongste leeftijdsgroep vindt hun lhbtiqa+ identiteit het meest belangrijk voor hun eigen identiteit (7,3) in vergelijking met de middelste groep (6,6) en de oudste groep (6,8).

Tabel 2.2. Openheid, zelfacceptatie en lhbtiqa+ identiteit per leeftijdscategorie (1-10).

Openheid

seksuele

LHBTIQA+

16 t/m 30

31 t/m 55

56+

Zwolle

jaar

jaar

7,8

7,7

8,2

7,5

8,3

8,0

8,7

8,3

9,6

9,1

9,7

9,8

9,4

8,8

9,7

9,7

6,9

7,3

6,6

6,8

voorkeur Openheid genderidentiteit Zelfacceptatie seksuele voorkeur Zelfacceptatie genderidentiteit Lhbtiqa+

identiteit

belangrijk voor eigen identiteit

2.2 Ervaren acceptatie Tabel 2.3. bevat een weergave van de ervaren acceptatie bij verschillende sociale relaties en situaties. De belangrijkste bevindingen zijn: •

Deelnemers uit Zwolle ervaren over het algemeen een hoge mate van acceptatie. De cijfers lopen van een 6,9 tot een 9,1.

•

Wanneer we Overijssel en Zwolle vergelijken, is te zien dat deelnemers uit Zwolle (9,1) een hogere mate van acceptatie ervaren van broers en zussen dan deelnemers uit Overijssel (8,6). Dit is ook het geval bij klasgenoten (Zwolle (7,8) versus Overijssel (7,1)) en docenten (8,2 (Zwolle) versus 7,7 (Overijssel)).

•

De acceptatie binnen de geloofsgemeenschap wordt door deelnemers uit Zwolle als hoger ervaren (6,9) dan bij deelnemers uit Overijssel (5,4).

•

Wanneer we de cisgender lhb+ groep en de niet-cisgender groep met elkaar vergelijken, ervaren niet-cisgender personen bij alle sociale relaties een lagere mate van acceptatie dan cisgender lhb+ personen. Bij de sociale situaties is dit ook het geval behalve bij de ervaren acceptatie in de geloofsgemeenschap. 12

Daar ervaren niet-cisgender personen een hogere mate van acceptatie (7,2) dan cisgender lhb+ personen (6,7). Tabel 2.3. Ervaren acceptatie in verschillende contexten 1 = helemaal geen acceptatie, 10 = volledige acceptatie OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIETCIS

Ouders

8,0

8,1

8,2

7,5

Broers/zussen

8,6

9,1

9,3

8,3

Andere familieleden

8,0

7,9

8,4

7,0

Vrienden

9,1

9,2

9,7

8,4

Klasgenoten

7,1

7,8

8,3

6,9

Docenten

7,7

8,2

8,6

7,5

Leidinggevenden

8,7

8,8

9,0

8,5

Collega’s

8,5

8,7

8,7

8,4

(Thuis)Zorgpersoneel

8,2

8,5

9,0

7,5

Het uitgaan

7,2

7,5

7,9

6,5

Mijn sportverenging/ sportschool

7,9

7,9

8,4

6,8

Mijn geloofsgemeenschap

5,4

6,9

6,7

7,2

Mijn buurt/wijk

7,4

7,5

8,0

6,6

Mijn stad/dorp

7,2

7,3

7,5

7,0

De belangrijkste bevindingen uit Tabel 2.4., waar we ervaren acceptatie in verschillende contexten uitsplitsen naar verschillende leeftijdscategorieën: •

Bij bijna alle sociale relaties en situaties ervaart de jongste leeftijdsgroep (16 t/m 30 jaar) een lagere acceptatie dan de middelste en oudste leeftijdsgroep. Bijvoorbeeld: bij andere familieleden dan ouders en broers/zussen geven deelnemers van 16 t/m 30 jaar de ervaren acceptatie een 6,6. De leeftijdsgroep 31 t/m 55 jaar geeft dit een 8,3 en de 56+ groep een 8,5.

•

Tijdens het uitgaan geven deelnemers van 16 t/m 30 jaar de ervaren acceptatie een 6,5, de deelnemers van 31 t/m 55 jaar een 7,2 en de deelnemers van 56+ een 8,3.

•

In de buurt/wijk en stad/dorp geven de deelnemers van 16 t/m 30 jaar de ervaren acceptatie een 6,3 en 6,5. De deelnemers 31 t/m 55 jaar geven het een 7,6 en 7,4 en de deelnemers uit 56+ een 8,1 en 7,9.

13

•

Om een verklaring te vinden voor de lagere ervaren acceptatie bij de jongste leeftijdsgroep in vergelijking met de oudere leeftijdsgroepen, hebben we gekeken naar de verdeling van

niet-cisgender personen binnen de

leeftijdsgroepen. Niet-cisgender ervaren over het algemeen namelijk minder acceptatie dan cisgender lhb+ personen en er zijn gemiddeld meer jonge mensen die zich als niet-cisgender identificeren. Er bleek echter geen grotere groep niet-cisgender personen te zijn in de jongste leeftijdscategorie dan in de oudere leeftijdsgroepen. Dit biedt dus geen verklaring voor de lagere ervaren acceptatie bij de jongste leeftijdsgroep. Tabel 2.4. Ervaren acceptatie per leeftijdscategorie 1 = helemaal geen acceptatie, 10 = volledige acceptatie LHBTIQA+

16

t/m

30

31 t/m 55

56+

Zwolle

jaar

jaar

Ouders

8,1

7,5

8,6

8,2

Broers/zussen

9,1

8,0

9,4

9,5

Andere familieleden

7,9

6,6

8,3

8,5

Vrienden

9,2

9,3

9,7

8,7

Klasgenoten

7,8

7,2

9,1

8,5

Docenten

8,2

7,3

8,9

*

Leidinggevenden

8,8

7,9

9,0

9,3

Collega’s

8,7

8,0

9,1

8,8

(Thuis)Zorgpersoneel

8,5

7,5

7,7

9,3

Het uitgaan

7,5

6,5

7,2

8,3

Mijn sportverenging/

7,9

7,1

8,0

8,3

6,9

4,3

5,7

8,3

Mijn buurt/wijk

7,5

6,3

7,6

8,1

Mijn stad/dorp

7,3

6,5

7,4

7,9

sportschool Mijn geloofsgemeenschap

Schuingedrukt = onder 10 deelnemers * Wegens een zeer laag aantal deelnemers (omdat deelnemers uit deze leeftijdsgroep vaak niet meer op school zitten of het heel lang geleden is dat ze op school zaten), is er geen cijfer voor de ervaren acceptatie van docenten bij 56+’ers.

14

Hoofdstuk 3. Onveiligheidsgevoel, slachtofferschap en handelingsperspectief 3.1 (On)veiligheidsgevoelens In Tabel 3.1. wordt het percentage weergegeven dat zich soms tot vaak onveilig voelt op verschillende plekken binnen de gemeente. De belangrijkste bevindingen zijn: •

Van de bevraagde locaties voelen lhbtiqa+ personen uit Zwolle zich het vaakst onveilig op straat (42 procent).

•

Wanneer deelnemers uit Zwolle vergeleken worden met deelnemers uit Overijssel zien we geen grote verschillen in de ervaringen.

•

Een opvallend verschil: 35 procent van de cisgender lhb+ personen rapporteert zich over het algemeen soms tot vaak onveilig te voelen terwijl bij niet-cisgender personen is dit aanzienlijk hoger, namelijk 57 procent.

•

In de eigen buurt geeft 17 procent van de cisgender lhb+ aan zich soms tot vaak onveilig te voelen en bij niet-cisgender is dit 31 procent.

Tabel 3.1. Veiligheidsbeleving Percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt op de volgende plekken in Zwolle OVERIJSSEL ZWOLLE

CIS LHB+

NIET-CIS

Algemeen

40

44

35

57

In uw eigen buurt

21

22

17

31

Op straat

37

42

41

45

In een

32

34

35

31

In het winkelcentrum

23

23

23

24

In het openbaar vervoer

29

30

28

32

horecagelegenheid

In Tabel 3.2. wordt de veiligheidsbeleving per leeftijdscategorie weergegeven. •

Van de leeftijdscategorie 16 t/m 30 jaar rapporteert een hoger percentage zich soms tot vaak onveilig te voelen op bijna alle gevraagde locaties in de gemeente vergeleken met de andere leeftijdscategorieën.

•

De enige plek waar de leeftijdscategorie 16 t/m 30 jaar geen hoger percentage heeft dan de andere leeftijdsgroepen, is in de horeca. In de horeca rapporteert de middelste leeftijdscategorie (31 t/m 55 jaar) het hoogste percentage (49 procent) dat zich soms tot vaak onveilig voelt.

•

De 56+’ers rapporteren op alle plekken de minste onveiligheidsgevoelens.

15

Tabel 3.2. Veiligheidsbeleving per leeftijdscategorie Percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt op de volgende plekken in Zwolle LHBTIQA+

16 t/m 30

31 t/m 55

56+

Zwolle Algemeen

44

58

42

37

In uw eigen buurt

22

33

18

18

Op straat

42

64

43

27

In een

34

43

49

19

In het winkelcentrum

23

38

24

13

In het openbaar

30

46

23

19

horecagelegenheid

vervoer

3.2 Slachtofferschap Tabel 3.3. gaat over verschillende vormen van slachtofferschap. Aan de deelnemers is gevraagd of ze de afgelopen 2 jaar verschillende vormen van ongewenst gedrag hebben meegemaakt vanwege hun lhbtiqa+ identiteit. Voor de lichtere vormen van ongewenst gedrag is aangegeven hoeveel procent van de deelnemers regelmatig tot vaak hebben ingevuld. Voor de ernstigere vormen van ongewenst gedrag is ook de categorie wel eens meegenomen in de percentages. •

Alle vormen van ongewenst gedrag komen in Zwolle ongeveer even veel voor in vergelijking met Overijssel.

•

Van de cisgender lhb+ groep rapporteert 7 procent regelmatig tot vaak te maken hebben gehad met afkeurende blikken en 9 procent moeilijkdoenerij. Bij de niet-cisgender groep is dit respectievelijk 14 procent en 19 procent.

•

Niet-cisgender personen rapporteren ook een aanzienlijk hoger percentage (6 procent) van ervaringen met seksuele mishandeling, in vergelijking met cisgender lhb+ personen (1 procent).

16

Tabel 3.3. Slachtofferschap Afgelopen twee jaar ben ik slachtoffer geweest van*: OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIET-CIS

Afkeurende blikken

13

10

7

14

Moeilijkdoenerij

10

13

9

19

Uitschelden, uitlachen 8

6

5

8

6

6

5

6

4

2

2

2

18

15

16

14

Bekladding/vernieling 5

2

3

2

4

3

1

6

4

3

1

3

%

Regelmatig

tot

vaak

of pesterijen Ongelijke behandeling Cyberpesten %

Wel

eens/

regelmatig/ vaak Bedreiging van eigendommen Seksuele mishandeling Lichamelijke mishandeling *De antwoordoptie ‘weet niet’ is niet meegenomen.

3.3 Handelingsperspectief Wat deelnemers hebben gedaan naar aanleiding van de verschillende vormen van ongewenst gedrag is te zien in Tabel 3.4. In deze tabel zijn de handelingen uiteengezet per vorm van ongewenst gedrag. Wanneer deelnemers het ongewenste gedrag hebben gemeld bij de politie of aangifte hebben gedaan, konden ze ook invullen in hoeverre ze zich serieus genomen voelden door de politie. •

Een groot deel van de deelnemers geeft aan niets te hebben gedaan en geen hulp te hebben gezocht naar aanleiding van het ongewenste gedrag. Dit was met name bij de lichtere vormen van ongewenst gedrag die ‘moeilijk te bewijzen’ zijn, zoals afkeurende blikken (78 procent) en moeilijkdoenerij (64 procent).

•

Bij de meeste vormen van ongewenst gedrag doen lhbtiqa+ personen geen aangifte of melden ze het niet bij de politie.

17

•

Alleen bij de vormen cyberpesten (25 procent) en bedreiging (21 procent) werd er een melding of aangifte gedaan bij de politie. Bij de deelnemers die cyberpesten hebben gemeld bij de politie, of aangifte deden, voelde iedereen zich serieus genomen door de politie. Bij de personen die bedreiging hebben gemeld of aangifte hebben gedaan was dit 80 procent.

•

Zeer opvallend is dat van de deelnemers die seksuele en/of lichamelijke mishandeling meemaakte, niemand dit meldde bij de politie.

64

23

4

6

1

3

0

-

Uitschelden,

69

10

0

9

10

0

0

-

47

25

2

12

15

7

0

-

Cyberpesten

50

4

0

18

0

4

25

100

Bedreiging

54

13

4

13

13

8

21

80

Vernieling van

33

33

33

33

33

0

0

-

33

0

0

67

33

0

0

-

20

0

0

40

0

0

0

-

(helemaal) mee eens)

Moeilijkdoenerij

politie (%

-

bij politie

0

instantie

0

Melden bij

0

instantie

4

betrokken

0

Melden bij

12

genomen door de

Voelde me serieus

Melding/ aangifte

onafhankelijke

familie/ vrienden

Hulp zoeken bij

78

Afkeurende

omstanders

Gesprek met

Hulp zoeken bij

Niks

dader aangaan

Tabel 3.4. Handelingsperspectief bij ongewenst gedrag

blikken

uitlachen of pesterijen Ongelijke behandeling

eigendommen Seksuele mishandeling Lichamelijke mishandeling

18

Hoofdstuk 4. Sport en religie 4.1 Sport: acceptatie en beleid In Tabel 4.1. wordt het sportgedrag van lhbtiqa+ personen weergegeven. Aan de personen die niet sporten of niet lid zijn van een sportschool of -vereniging is gevraagd of dit te maken heeft met hun lhbtiqa+ identiteit. •

Het percentage van de lhbtiqa+ personen dat niet sport is in Zwolle (40 procent) en dit komt overeen met het gemiddelde beeld van Overijssel (43 procent).

•

Er zijn wel grote verschillen in ervaringen te zien tussen de cisgender lhb+ personen en niet-cisgender personen. Bijvoorbeeld: het percentage cisgender lhb+ personen uit Zwolle dat niet sport is 31 procent en onder de niet-cisgender personen uit Zwolle is dit 54 procent.

•

Ook is te zien dat er een hoger percentage cisgender lhb+ personen (46 procent) lid is van een sportschool in vergelijking met niet-cisgender personen (11 procent).

•

Van de niet-sporters heeft dit bij 7 procent van de cisgender lhb+ groep en 15 procent van de niet-cisgender groep te maken met hun lhbtiqa+ identiteit.

Tabel 4.1. Lhbtiqa+ en sport Doet u aan sport? (% van totaal)

OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIET-CIS

Nee

43

40

31

54

Als lid van een sportvereniging

16

18

19

17

Als lid van een sportschool

24

33

46

11

Buiten een sportschool of -vereniging 20

16

18

14

11

8

13

10

11

7

15

8

9

7

6

Ja (namelijk:..)

in mijn eentje Buiten een sportschool of -vereniging 8 in een groep Heeft het te maken met uw lhbtiqa+ achtergrond dat u niet sport? (% ja of gedeeltelijk, van niet-sporters) Heeft het te maken met uw lhbtiqa+ achtergrond dat u geen lid bent van sportschool of -vereniging (% ja of gedeeltelijk, van niet-leden)

19

In het eerste deel van Tabel 4.2. staat aangegeven hoeveel procent van de deelnemers het oneens of helemaal oneens is met de stellingen over de acceptatie die ze ervaren in de sportschool of de sportvereniging. •

40 procent van de deelnemers uit Zwolle sport niet. De deelnemers die wel sporten doen dit vooral in een sportschool, gevolgd door een sportvereniging. Ze sporten vaker in hun eentje dan in een groep.

•

De deelnemers uit Zwolle zijn het vaker (helemaal) oneens met de stellingen dat ze zichzelf kunnen zijn en bij iemand terecht kunnen wanneer ze zich niet geaccepteerd voelen in vergelijking met deelnemers uit Overijssel. Ook de nietcisgender groep (6 en 13 procent) geeft aan het bij deze stellingen het vaker oneens of helemaal oneens te zijn in vergelijking met de cisgender lhb+ groep (2 en 5 procent).

•

Bij de stelling of er positieve aandacht wordt besteed aan de acceptatie van lhbtiqa+ geeft een hoger percentage van de cisgender lhb+ groep (18 procent) aan het hiermee oneens of helemaal oneens te zijn in vergelijking met de nietcisgender groep (13 procent).

In het tweede deel van Tabel 4.2. staat aangegeven hoe (on)belangrijk de deelnemers verschillende faciliteiten op hun sportschool of -vereniging vinden. •

De deelnemers uit Zwolle vinden alle faciliteiten even belangrijk als de deelnemers uit Overijssel.

•

De niet-cisgender groep (4,3 = heel belangrijk) vindt de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon belangrijker dan de cisgender lhb+ groep (3,7).

Tabel 4.2. Acceptatie in sportomgeving Op mijn sportschool of -vereniging…

OVERIJSSEL

ZWOLLE CIS LHB+

% ‘(helemaal) mee oneens’

NIETCIS

-Alleen gevraagd aan sporters… kan ik mijzelf zijn

1

3

2

6

… kan ik bij iemand terecht als ik me

4

8

5

13

17

17

18

13

niet geaccepteerd voel … wordt er positieve aandacht besteed aan de acceptatie van lhbtiqa+ Hoe (on)belangrijk vindt u dat uw sportschool of -vereniging… (heel onbelangrijk 0 – heel belangrijk 5) 20

… genderneutrale toiletten heeft

2,8

2,9

2,8

3,0

… individuele kleedhokjes heeft

3,1

3,2

3,2

3,1

… een vertrouwenspersoon heeft

3,8

3,8

3,7

4,3

4.2. Religie: acceptatie en beleid Tabel 4.3. geeft weer hoeveel procent van de deelnemers wel of niet is opgevoed met een religie en of de deelnemers zich nog met deze religie identificeren of niet. •

In de cisgender lhb+ groep (16 procent) geeft een lager percentage aan opgevoed te zijn met een religie, en zich nog steeds te identificeren met deze religie, in vergelijking met de niet-cisgender groep (27 procent).

•

Bijna de helft van de deelnemers uit Overijssel, Zwolle en binnen de groepen cisgender lhb+ en niet-cisgender zijn opgevoed met een religie maar identificeren zich niet meer met een religie.

•

De cisgender lhb+ groep geeft een hoger percentage (37 procent) aan niet te zijn opgevoed met een religie en zich ook niet identificeren met een religie in vergelijking met de niet-cisgender groep (23 procent).

Tabel 4.3. Lhbtiqa+ en religie Percentage dat zich wel/niet (meer) identificeert met een religie Bent u opgevoed met een religie? (%) OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIETCIS

Ja, en ik identificeer mij nog steeds

16

20

16

27

44

46

46

48

3

2

2

0

35

31

37

23

2

1

0

0

1

1

0

2

Islam

1

2

6

0

Boeddhisme

2

1

0

0

met dezelfde religie Ja, maar ik identificeer mij nu niet meer met een religie Ja, maar ik identificeer mij nu met een andere religie Nee, en ik identificeer mij ook niet met een religie Nee, en ik identificeer mij nu wel met een religie Weet ik niet Ik identificeer mij met een religie… (% ja)

21

Jodendom

2

0

0

0

(Rooms-)katholiek

33

33

22

47

Protestants (PKN + gereformeerd)

44

55

61

47

Pinkstergemeente, Evangelische

4

2

0

6

Christendom algemeen

11

7

11

0

Overig

5

0

0

0

gemeente

In Tabel 4.4. staat aangegeven hoeveel procent het geloof heeft verlaten en of dit te maken heeft met de lhbtiqa+ achtergrond van de deelnemers. •

Het percentage dat het geloof heeft verlaten komt overeen tussen Overijssel en Zwolle en tussen de groepen cisgender lhb+ en niet-cisgender.

•

Het percentage dat aangeeft dat diens lhbtiqa+ achtergrond te maken heeft met het verlaten van diens geloof ligt iets hoger in Overijssel (60 procent) vergeleken met Zwolle (54 procent). Ook in de cisgender lhb+ groep is het hoger (57 procent) dan in de niet-cisgender groep (50 procent).

Tabel 4.4. Geloofsverlaters Percentage dat het geloof verlaten heeft OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIET-CIS

Geloof waarin opgegroeid verlaten

47

48

48

48

Heeft uw lhbtiqa+ achtergrond ermee

60

54

57

50

te maken dat u zich niet meer identificeert met de religie van uw opvoeding? (% ja + gedeeltelijk) Tabel 4.5. gaat over de rol van religie in het leven van de deelnemers, het verenigen van diens religieuze identiteit met diens lhbtiqa+ identiteit en de ervaren acceptatie binnen de geloofsgemeenschap. Tabel 4.5. betreft dan ook alleen de deelnemers die zich nog identificeren met een religie. •

Lhbtiqa+ personen uit Zwolle vinden religie minder belangrijk (6,3) voor wie ze zijn dan deelnemers uit Overijssel (7,0). De niet-cisgender groep vindt dit ook minder belangrijk (5,8) dan de cisgender lhb+ groep (6,7).

•

De niet-cisgender groep vindt het moeilijker (6,2) om diens religieuze identiteit te verenigen met diens lhbtiqa+ identiteit vergeleken met de cisgender lhb+ groep (7,8).

•

In Overijssel vindt een hoger percentage (27 procent) het (heel) moeilijk om deze twee identiteiten met elkaar te verenigen, in vergelijking met Zwolle (15 procent). 22

Binnen de niet-cisgender groep geeft een hoger percentage (22 procent) aan dat het (heel) moeilijk is om deze twee identiteiten te verenigen, in vergelijking met de cisgender lhb+ groep (6 procent). •

Een groot deel van de niet-cisgender groep geeft aan zichzelf te kunnen zijn binnen hun geloofsgemeenschap. 8 procent van de niet-cisgender groep geeft namelijk aan het (helemaal) oneens te zijn met de stelling dat ze zichzelf kunnen zijn binnen de geloofsgemeenschap. Bij de cisgender lhb+ groep is er een veel kleiner deel dat zichzelf kan zijn binnen de geloofsgemeenschap. Hier is 46 procent het (helemaal) oneens met de stelling dat ze zichzelf kunnen zijn.

•

Met de stelling of er positieve aandacht wordt besteed aan de acceptatie van lhbtiqa+ binnen de geloofsgemeenschap zijn meer deelnemers uit Overijssel (27 procent) het (helemaal) mee oneens dan uit Zwolle (13 procent).

Tabel 4.5. Acceptatie in geloofsomgeving OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIET-CIS

7,0

6,3

6,7

5,8

6,6

7,0

7,8

6,2

27

15

6

22

… kan ik mijzelf zijn

25

28

46

8

… kan ik bij iemand terecht als ik me

22

18

18

14

17

14

18

17

Kunt u aangeven in welke mate uw religie belangrijk is voor wie u bent? (schaal 1-10) Kunt u aangeven in welke mate u het moeilijk of juist makkelijk vindt om uw religieuze identiteit en uw genderen/of seksuele identiteit positief met elkaar te verenigen? Gemiddelde (1 is heel moeilijk, 10 is heel makkelijk) (heel) moeilijk (% deelnemers die cijfer 1 t/m 4 hebben gegeven) In mijn geloofsgemeenschap… %’(helemaal) mee oneens’ onder leden

niet geaccepteerd voel … is er ruimte om andere meningen te hebben dan mijn geloofsgenoten

23

… wordt er positieve aandacht besteed

27

13

10

15

aan de acceptatie van lhbtiqa+ In de laatste vier stellingen is ‘weet niet’ niet meegenomen.

24

Hoofdstuk 5. Woonomgeving en overheidsbeleid 5.1 Verhuizen en verbondenheid met de woonomgeving Tabel 5.1. geeft het percentage dat weleens verhuisd is of het overweegt vanwege lhbtiqa+ identiteit. •

Binnen de cisgender lhb+ groep geeft een hoger percentage (10 procent) aan weleens verhuisd te zijn vanwege diens lhbtiqa+ identiteit vergeleken met de niet-cisgender groep (3 procent).

•

Wanneer Overijssel en Zwolle vergeleken worden, is te zien dat Zwollenaren minder vaak verhuisd zijn en het ook minder vaak overwegen.

Tabel 5.1. Verhuisd vanwege lhbtiqa+ identiteit Percentage dat wel eens verhuisd is vanwege lhbtiqa+ identiteit. OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIET-CIS

Ja

11

7

10

3

Nee, maar overweeg ik wel

9

3

2

5

Nee en overweeg het ook niet

80

90

88

92

Tabel 5.2. gaat over de verbondenheid die lhbtiqa+ personen voelen met Zwolle als woonplaats, of ze zich eenzaam voelen in Zwolle en of ze vrijwilligerswerk doen binnen Zwolle. •

Deelnemers uit de cisgender lhb+ groep voelen zich gemiddeld meer verbonden met hun Zwolle (7,7) dan deelnemers uit de niet-cisgender groep (7,0).

•

Uit de niet-cisgender groep voelt 18 procent zich vaak of altijd eenzaam binnen Zwolle. Bij de cisgender lhb+ groep is dit 12 procent.

•

Deelnemers uit Zwolle doen meer vrijwilligerswerk (op een ander thema dan lhbtiqa+) (38 procent) vergeleken met deelnemers uit Overijssel (28 procent).

25

Tabel 5.2. Lokaal sociaal kapitaal Verbondenheid met woonplaats, eenzaamheid en vrijwilligerswerk OVERIJSSEL ZWOLLE CIS LHB+

NIETCIS

Algehele verbondenheid woonplaats (1- 7,1

7,4

7,7

7,0

10) Eenzaamheid in woonplaats gegeven lhbti+-identiteit (in %) Nooit

49

49

54

41

Wel eens

34

37

34

41

Vaak of altijd

17

14

12

18

Nee

52

50

50

50

Ja, op lhbtiqa+ thema

10

8

8

8

Ja, maar niet op lhbtiqa+ thema

28

38

40

36

Ja, op lhbtiqa+ en andere thema’s

10

4

2

7

Vrijwilligerswerk (in %)

5.2 Overheid en faciliteiten De deelnemers is gevraagd in hoeverre ze het belangrijk vinden dat hun gemeente verschillende zaken rondom lhbtiqa+ beleid regelt en betaalt. Deze beleidsvoorkeuren zijn weergegeven in Tabel 5.3. De deelnemers is gevraagd om, naast een cijfer, ook vier beleidsvoorkeuren te kiezen die zij het belangrijkst vinden. Tabel 5.3. is daarom gerangschikt van meest gekozen beleidsvoorkeuren bij de belangrijkste vier tot minst gekozen. •

Alle beleidsvoorkeuren scoren minimaal een ruim voldoende (7) op de schaal van zeer onbelangrijk (1) tot zeer belangrijk (10). Alle beleidsvormen worden dus als belangrijk gezien.

•

Voorlichting op scholen is het vaakst gekozen door deelnemers bij de belangrijkste

vier

beleidsvoorkeuren

(61

procent)

en

homo-

ontmoetingsplekken/cruise areas het minst vaak (7 procent).

26

Tabel 5.3. Beleidsvoorkeuren Hoe belangrijk is het dat uw gemeente het volgende regelt en betaalt? (1-10) %

bij CIS LHB+ NIET-CIS

belangrijkste 4 Voorlichting op scholen

61

9,5

9,1

Een beleidsplan om acceptatie

42

9,0

8,4

38

8,7

8,6

38

8,4

7,9

Voorlichting in zorghuizen

27

8,7

8,3

Ontmoetingsgroepen

27

8,4

8,6

lhbtiqa+ 24

8,5

8,3

22

8,9

7,7

21

7,4

7,0

bij 20

8,6

8,5

van

lhbtiqa+

personen

te

voor

de

stimuleren Evenementen

zichtbaarheid en acceptatie van lhbtiqa+ personen Een

beleidsadviescommissie

lhbtiqa+ beleid met mensen uit de gemeenschap

Website

met

alle

informatie voor uw gemeente Gratis geslacht aanpassen in identificatiedocumenten Apart politie-aangifte loket voor lhbtiqa+ geweld De

vlag

uithangen

regenbooggelegenheden zoals coming-out-dag Safe spaces zoals een roze huis

20

8,1

7,6

Genderneutrale toiletten in het

15

7,8

7,3

7

7,0

7,5

gemeentehuis

en

andere

openbare ruimten Homo-ontmoetingsplekken/ cruise areas

27

Hoofdstuk 6. Ontwikkeling tussen 2021 en 2023 Tabel 6.1. gaat over de ontwikkeling in openheid en zelfacceptatie tussen 2021 en 2023. We vergelijken de cijfers tussen 2021 en 2023. Met het vergelijken van de cijfers over openheid en zelfacceptatie doen we uitspraken met de kanttekening dat de openheid over seksuele voorkeur en genderidentiteit in 2021 niet apart is bevraagd en in 2023 wel. •

In Zwolle is het cijfer van de openheid over seksuele voorkeur iets gedaald (van een 8,2 in 20211 naar een 7,8 in 2023).

•

Binnen de niet-cisgender groep is de openheid over genderidentiteit gedaald (van een 7,5 in 2021 1 en een 6,6 in 2023).

•

In Zwolle is het cijfer van de zelfacceptatie van genderidentiteit voorkeur iets gedaald (van een 9,2 in 20211 naar een 8,8 in 2023).

Tabel 6.1. Openheid, zelfacceptatie en ontwikkeling 20211-2023 (1-10) OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIET-CIS

2021

2023

2021

2023

2021

2023

2021

2023

7,8

7,8

8,2

7,8

8,3

8,0

7,8

8,5

8,2

8,3

7,5

6,6

Zelfacceptatie seksuele 9,2

9,3

9,2

9,1

9,3

9,2

8,8

8,8

8,9

Openheid seksuele voorkeur Openheid genderidentiteit

9,2

9,7

voorkeur Zelfacceptatie

9,2

genderidentiteit 1

In 2021 is de mate van openheid en zelfacceptatie over seksuele voorkeur en genderidentiteit niet

apart bevraagd. Daarom zijn de cijfers over deze onderwerpen bij seksuele voorkeur en genderidentiteit hetzelfde in 2021.

In Tabel 6.2. is de ontwikkeling van ervaren acceptatie tussen 2021 en 2023 weergegeven. •

In bijna alle contexten is de ervaren acceptatie gedaald in Zwolle. Deze daling is ook te zien in Overijssel.

•

De acceptatie die lhbtiqa+ Zwollenaren ervaren van ouders ging van 8,6 in 2021 naar 8,1 in 2023. De acceptatie die de niet-cisgender groep ervaart van ouders is ook gedaald van 8,6 in 2021 naar 7,9 in 2023. Bij de cisgender lhb+ groep is de daling iets kleiner (van 8,6 in 2021 en 8,2 in 2023).

28

•

De ervaren acceptatie van klasgenoten is tussen 2021 1 en 2023 gedaald in zowel Overijssel, Zwolle als binnen de cisgender lhb+ groep. Binnen de niet-cisgender groep bleef dit stabiel.

•

De ervaren acceptatie in de buurt/wijk en stad/dorp van de deelnemers in Zwolle is gedaald tussen 2021 en 2023 (van 8,2 naar 7,5 & van 8,1 naar 7,3). Deze daling is ook te zien bij de cisgender lhb+ groep en de niet-cisgender groep.

•

De ervaren acceptatie binnen de geloofsgemeenschap is in de niet-cisgender groep gestegen van 6,5 in 2021 naar 7,2 in 2023. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat de niet-cisgender groep in 2021 bestond uit minder dan 10 deelnemers.

Tabel 6.2. Ervaren acceptatie in verschillende contexten en ontwikkeling 2021-2023 1 = helemaal geen acceptatie, 10 = volledige acceptatie OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIET-CIS

2021

2023

2021

2023

2021

2023

2021

2023

Ouders

8,4

8,0

8,6

8,1

8,6

8,2

8,6

7,9

Broers/zussen

8,7

8,6

8,8

9,1

8,8

9,3

8,1

8,6

Andere familieleden

8,3

8,0

8,2

7,9

8,3

8,4

7,5

7,1

Vrienden

9,3

9,1

9,6

9,2

9,6

9,7

9,2

8,3

Klasgenoten 1

8,3

7,2

8,5

7,8

8,9

8,3

7,3

7,2

Docenten 2

8,5

7,7

8,7

8,2

8,6

8,6

7,3

7,5

Leidinggevenden 2

8,5

8,7

8,7

8,8

8,6

8,9

7,3

8,5

Collega’s

8,3

8,5

8,5

8,7

8,9

8,7

7,3

8,6

1

(Thuis)Zorgpersoneel Het uitgaan

8,2

8,5

9,0

7,9

7,5

7,2

7,9

7,5

8,0

7,9

6,7

6,5

sportverenging/ 8,1

7,9

8,4

7,9

8,6

8,4

6,8

6,8

5,8

5,4

6,9

6,9

6,9

6,7

6,5

7,2

Mijn buurt/wijk

7,7

7,4

8,2

7,5

8,3

8,0

7,6

6,6

Mijn stad/dorp

7,4

7,2

8,1

7,3

8,2

7,5

7,9

7,0

Mijn

sportschool Mijn geloofsgemeenschap

1

In 2021 zijn de ervaren acceptatie van klasgenoten en collega’s in één stelling meegenomen.

Daarom zijn de cijfers van ervaren acceptatie bij klasgenoten en collega’s in 2021 hetzelfde. 2

In 2021 zijn de ervaren acceptatie van docenten en leidinggevenden in één stelling meegenomen.

Daarom zijn de cijfers van ervaren acceptatie bij docenten en leidinggevenden in 2021 hetzelfde. Schuingedrukt = onder de 10 deelnemers.

29

In Tabel 6.3. is de ontwikkeling van de veiligheidsbeleving tussen 2021 en 2023 weergegeven. In de tabel staan de percentages van deelnemers die zich soms tot vaak onveilig voelen op verschillende plekken in Zwolle. •

Op bijna alle gevraagde locaties is het onveiligheidsgevoel in Zwolle gestegen. Hetzelfde geldt voor Overijssel.

•

Zwollenaren voelen zich in 2023 (42 procent) vaker onveilig op straat dan in 2021 (30 procent). Deze stijging is ook te zien bij de cisgender lhb+ groep (van 28 procent naar 41 procent). Bij de niet-cisgender groep is er juist sprake van een daling, van 56 procent in 2021 naar 45 procent in 2023. Hierbij moet echter de kanttekening gemaakt worden dat de niet-cisgender groep klein was in 2021 (<10 deelnemers).

•

Dezelfde trend is te zien in de horeca en in winkelcentra. Een stijging van een onveiligheidsgevoel onder Zwollenaren en in de cisgender lhb+ groep. Bij de niet-cisgender groep was er een daling tussen 2021 en 2023. Hierbij moet echter weer de kanttekening gemaakt worden dat de niet-cisgender groep klein was in 2021 (<10 deelnemers).

•

In het openbaar vervoer is er ook een stijging in het onveiligheidsgevoel in Zwolle (van 20 naar 30 procent) en bij de cisgender lhb+ groep (van 19 naar 28 procent) tussen 2021 en 2023.

Tabel 6.3. Veiligheidsbeleving en ontwikkeling 2021-2023 Percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt op de volgende plekken in Zwolle Soms tot vaak %

OVERIJSSEL

ZWOLLE

CIS LHB+

NIET-CIS

2021

2023

2021

2023

2021

2023

2021

2023

Algemeen

-

1

40

-

1

44

-

1

35

-

1

57

In uw eigen buurt

-1

21

-1

22

-1

17

-1

31

Op straat

35

37

30

42

28

41

56

45

een 26

32

23

34

19

35

67

31

24

23

20

23

17

23

56

24

In het openbaar vervoer 23

29

20

30

19

28

33

32

In

horecagelegenheid In het winkelcentrum

Schuingedrukt = onder de 10 deelnemers 1

In 2021 is de algemene veiligheidsbeleving en de veiligheidsbeleving in de buurt niet bevraagd.

30

Hoofdstuk 7. Conclusie In deze rapportage stonden de volgende vragen centraal: Hoe ervaren lhbtiqa+ inwoners van Zwolle hun acceptatie en veiligheid en hoe heeft dit zich ontwikkelt tussen 2021 en 2023? Hoe verschilt dit tussen mensen met verschillende seksuele voorkeuren en genderdiversiteiten binnen de lhbtiqa+ gemeenschap?

Welke

behoeften

heeft

de

lhbtiqa+

gemeenschap

aan

beleidsmaatregelen of andere ondersteuning vanuit de gemeente? In de volgende alinea’s wordt antwoord gegeven op deze onderzoeksvragen. Acceptatie Lhbtiqa+ personen uit Zwolle accepteren over het algemeen in hoge mate hun eigen seksuele voorkeur en genderidentiteit. De acceptatie die zij ervaren van mensen uit hun omgeving is gemiddeld genomen hoog. Wel verschilt dit per sociale relatie. Daarnaast zien we een duidelijke trend dat niet-cisgender personen structureel een lagere acceptatie ervaren vanuit hun omgeving dan cisgender lhb+ personen. Waar lhbtiqa+ personen

zich

duidelijk

minder

geaccepteerd

voelen

is

binnen

de

geloofsgemeenschap. Veiligheidsgevoel Over het algemeen voelt bijna de helft van de deelnemers uit Zwolle zich weleens onveilig wegens hun lhbtiqa+ identiteit. Het gevoel van onveiligheid is het hoogst op straat en in de horeca. Lhbtiqa+ personen uit Zwolle zijn minder vaak slachtoffer van incidenten in vergelijking met lhbtiqa+ personen uit Overijssel. Deelnemers uit Zwolle maken het vaakst afkeurende blikken, moeilijkdoenerij en bedreiging mee. Het overgrote deel doet niks na het meemaken van een incident. Alleen bij cyberpesten en bedreiging werd er een melding of aangifte gedaan bij de politie, overige incidenten werden niet gemeld. Verschillen tussen cisgender lhb+ en niet-cisgender personen De ervaringen in acceptatie en veiligheid van cisgender lhb+ personen verschillen sterk van de ervaringen van niet-cisgender lhb+ personen. Niet-cisgender personen accepteren hun genderidentiteit minder dan cisgender lhb+ personen hun seksuele voorkeur accepteren. Niet-cisgender personen ervaren ook een lagere acceptatie van mensen uit hun omgeving. Ook in de meeste sociale situaties, behalve binnen de geloofsgemeenschap, ervaren zij een lagere acceptatie dan de cisgender lhb+ groep. 31

Dezelfde bevindingen zien we bij de veiligheidsbeleving. Niet-cisgender personen voelen zich over het algemeen vaker onveilig dan cisgender lhb+ personen. Ook maken zij vaker incidenten mee, zoals afkeurende blikken en moeilijkdoenerij, maar ook ernstigere vormen zoals seksuele en lichamelijke mishandeling. Verschillen tussen leeftijdsgroepen Tussen de drie onderzochte leeftijdsgroepen zien we ook verschillen in ervaringen. Op het gebied van acceptatie en veiligheid heeft de jongste leeftijdsgroep (16-30 jaar) de meest negatieve ervaringen, gevolgd door de oudste leeftijdsgroep (56+) en de middelste leeftijdsgroep (31-55 jaar). De jongste leeftijdsgroep accepteert de eigen seksuele voorkeur en genderidentiteit minder dan de twee oudere leeftijdsgroepen, terwijl de jongste leeftijdsgroep hun lhbtiqa+ identiteit wel belangrijker vindt voor hun eigen identiteit dan de twee oudere leeftijdsgroepen. In bijna alle sociale relaties en situaties ervaart de jongste leeftijdsgroep minder acceptatie dan de oudere leeftijdsgroepen. Met name bij andere familieleden dan de ouders of broers/zussen, bij klasgenoten, tijdens het uitgaan en in de woonomgeving ervaren zij minder acceptatie. Beleidsvoorkeuren Lhbtiqa+ personen uit Zwolle benoemen voorlichting op scholen als meest belangrijke beleidsmaatregel om de acceptatie en veiligheid van lhbtiqa+ personen te verhogen.

Ook is er veel behoefte aan een beleidsplan om acceptatie van lhbtiqa+ personen te stimuleren, evenementen voor de zichtbaarheid en acceptatie van lhbtiqa+ personen en een beleidsadviescommissie met mensen uit de gemeenschap. De behoeften verschillen tussen de cisgender lhb+ groep en de niet-cisgender groep. De niet-cisgender groep geeft aan meer behoefte te hebben aan het gratis aanpassen van hun geslacht in identificatie-documenten en de cisgender lhb+ groep heeft meer behoefte aan zogenoemde safe spaces. Ontwikkeling Tussen 2021 en 2023 zijn zowel de ervaren acceptatie als het veiligheidsgevoel gedaald in Zwolle. Dezelfde ontwikkeling is te zien in heel Overijssel. De zelfacceptatie van lhbtiqa+ personen uit Zwolle is iets gestegen tussen 2021 en 2023.

32

Bijlage Bijlage I. Uitleg begrippen De manier waarop de regenbooggemeenschap wordt aangeduid evolueert. In deze rapportage gebruiken we de afkorting lhbtiqa+, in lijn met de afkorting die Movisie 9 gebruikt. Lhbtiqa+: deze afkorting wordt gebruikt voor mensen die zich niet identificeren als cisgender en/of een andere seksuele voorkeur hebben dan heteroseksueel. Seksuele voorkeur gaat over tot wie iemand zich (fysiek/emotioneel) aangetrokken voelt in termen van gender. •

Lesbisch: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot personen van hetzelfde gender (vrouw op vrouw).

•

Homoseksueel: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot personen van hetzelfde gender (man op man).

•

Biseksueel: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot mannen én vrouwen. Er zijn biseksuele mensen die ook andere genderidentiteiten niet uitsluiten.

•

Panseksueel: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot mensen, ongeacht hun genderidentiteit of geslacht.

•

Aseksueel: wanneer iemand zich weinig of niet seksueel aangetrokken voelt tot andere personen. Er zijn verschillende typen aseksualiteit. Sommige aseksuele personen hebben bijvoorbeeld wel een libido of hebben wel romantische gevoelens. Ook de houding tegenover seks bij aseksuele personen verschilt. Dit gaat van het idee van seks lekker vinden tot een afkeer hebben tegen seks.

•

Demiseksueel: wanneer iemand zich alleen (seksueel) aangetrokken voelt tot een ander persoon als ze een diepe, emotionele band hebben met deze persoon. Demiseksualiteit valt binnen het aseksuele spectrum.

•

Omniseksueel: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot personen van alle genders. Het verschil met panseksualiteit is dat bij omniseksualiteit het geslacht of gender van de ander ertoe doet. Bij panseksualiteit is dat niet het geval.

•

Heteroseksueel: wanneer iemand zich aangetrokken voelt tot personen van het andere gender (vrouw tot man, man tot vrouw).

9

Movisie. (2022). Overzicht: Onze factsheets, handreikingen en onderzoeken over lhbtiqa+

emancipatie. Geraadpleegd op 20 februari 2024, van https://www.movisie.nl/artikel/overzicht-onzefactsheets-handreikingen-onderzoeken-over-lhbtiqa-emancipatie

33

Genderidentiteit gaat over hoe iemand zich identificeert. Het gaat over hoe een persoon zich voelt, vanbinnen. Dit kan zijn als man, als vrouw, iets daar tussenin, iets erbuiten, juist allebei of geen van beide. •

Cisgender: wanneer iemand zich identificeert met een genderidentiteit die overeenkomt met hun geboortegeslacht.

•

Transgender: wanneer iemand zich niet thuis voelt in het geslacht dat ze toegewezen hebben gekregen bij hun geboorte. Het geslacht dat ze toegewezen hebben gekregen bij hun geboorte is voor hen niet vanzelfsprekend, te beperkend, of komt niet overeen met hun identiteit of lichamelijk situatie.

•

Non-binair: wanneer iemand zich niet identificeert met de traditionele genders (man of vrouw). Hun genderidentiteit past niet binnen één van twee hokjes vrouw of man.

Intersekse: de i in lhbtiqa+ staat voor intersekse conditie. Dit verwijst naar personen met een lichaam dat niet past binnen de normatieve kenmerken van een man of vrouw. Het gaat vrijwel altijd om een medische/genetische oorzaak. Dit maakt het anders dan een transgender. Queer: de q in lhbtiqa+ staat voor queer. Dit is een algemene term waarmee een open, brede genderidentiteit en/of seksuele identiteit aangeduid wordt. Personen noemen zichzelf vaak queer als geen label willen geven aan hun gender e/of seksuele identiteit. +: de + in lhbtiqa+ staat voor alle seksuele voorkeuren en genderidentiteiten (los van heteroseksueel en cisgender) die niet in de afkorting lhbtiqa voorkomen.

34

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=53cf7bed-0158-4c8f-bd03-1cba11e5a2ce