1 d. Adviesrapport recreatiebehoefte Zwolle in 2030 en 2040.
Tekst van het document
20
https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kaarten/beweegvriendelijkeomgeving
53
steden lopen naar school of werk. Amersfoort volgt hierna met 51.8% dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen en ook als tweede stad volgt met het aantal fietsers. Breda (49,7%) en Den Bosch (48,1%) hebben gemiddeld minder volwassenen die voldoen aan de Beweegrichtlijn, opvallend is dat in deze steden gemiddeld wel meer mensen naar school of werk lopen in plaats van de fiets nemen.
Figuur B10: Percentage volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijn (RIVM)
54
Figuur B11: Bevolking die fietsend naar school of werk gaat (RIVM 2020)
Figuur B12: Bevolking die lopend of fietsend naar school of werk gaat (RIVM 2020)
55
Tabel B4: Beweegrichtlijnen (RIVM 2020)
Indicator
Zwolle
Amersfoo rt
Breda
‘sHertogenbosch
% personen van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de Beweegrichtlijn
52,7
51,8
49,7
48,1
Gezondheid: Lopen naar school of werk
20,7
21,7
26,9
23,8
Gezondheid: Fietsen naar school of werk
47
40
39,6
37,9
4. Waterrecreatie Zwemplassen en stranden • Zwolle heeft net als Breda 3 zwemplassen in totaal. Den Bosch heeft er 5 en Amersfoort heeft er 1 (een heel kleine). • De 3 zwemplassen in Zwolle hebben een strand met een totale oppervlakte van 49.000 m2. Ook alle 3 de zwemplassen in Breda hebben strand, wel met iets meer oppervlakte: 52.00 0m2. 4 van de 5 zwemplassen in Den Bosch hebben een strand, waarbij de totale oppervlakte 60.000 m2 bedraagt. Amersfoort heeft een (zeer) kleine zwemplas met slechts 1.000 m2 strand. van Amersfoort is ook bekend dat het een tekort aan openlucht zwemwater heeft, want ook in de omliggende gemeenten is weinig goede kwaliteit zwemwater of strand.
56
Tabel B5: Zwemplassen per gemeente (Bureau BUITEN)
Gemeente
Figuur B14: Zwemplassen en stranden in Zwolle (OpenStreetMap)
Zwemplassen
Waarvan mét strand
Oppervlakte strand (m )
Oppervlakte per inwoner
Zwolle
3
3
49.000
0,37
Amersfoort
1
1
1.000
0,01
Breda
3
3
52.000
0,28
Den Bosch
5
4
60.000
0,38
2
Figuur B13: Zwemplassen per gemeente (Bureau BUITEN)
57
Vaarwater en (passanten)havens
deze kaarten valt op te maken dat Zwolle meer wateren heeft waarin gevist mag worden dan ’s-Hertogenbosch en meer dan Amersfoort en Breda.’s-Hertogenbosch heeft meer viswateren, maar hier is bij de meeste wateren wel een VISpas van de lokale vereniging nodig. In Zwolle zijn veel wateren wél geschikt voor enkel de algemene VISpas. Breda en Amersfoort hebben in vergelijking minder wateren waarin gevist mag worden.
Figuur B15: Vaarwater (bron: BGT)
Terrassen aan het water • Qua horeca aan het water is er in Zwolle relatief veel aanbod als je het vergelijkt met de steden uit de benchmark. Breda heeft wel enkele horecagelegenheden meer, maar omgerekend naar het aantal inwoners is er in Zwolle meer aanbod per inwoner. De locaties in Breda zijn echter wel sterk geconcentreerd met grote terrassen (Oude Haven) en meerdere evenementen in dit gebied. Zulke concentratie, met daarbij behorende aantrekkingskracht, is in Zwolle in mindere mate aanwezig. 5. Model recreatieve behoefte Zwolle: ca. 28 km ’s-Hertogenbosch: ca. 16 km
Amersfoort: Breda:
ca. 7 km ca. 6 km
Steigers/opstapplekken/boothellingen • Met 11 plaatsen om van het water het land op te komen heeft Zwolle ruim meer dan de overige steden uit de benchmark, waarbij ’sHertogenbosch, notabene de stad met veel waterrecreatie, 8 van deze plaatsen heeft. Vissen • Via www.visplanner.nl zijn de wateren te vinden waarin gevist mag worden met een VISpas of een VISpas van een bepaalde vereniging. Uit
Opvangcapaciteit voor wandelen in de natuur De opvangcapaciteit van het groen in de gemeente kan worden uitgedrukt in aantal mensen per hectare per normdag. Hierbij kiezen wij voor wandelen, omdat uit ervaring blijkt dat dat de recreatievorm is waarvoor de meeste (lokale) tekorten zijn, en omdat wandelen de recreatievorm is die het meest gekozen wordt en het meest laagdrempelig is. In figuur B16 is te zien hoe deze opvangcapaciteit is verdeeld in de verschillende gemeenten, waarbij geldt dat donkerder groen meer opvangcapaciteit is en lichter groen minder opvangcapaciteit. in vergelijking met Breda heeft Zwolle binnen de gemeentegrenzen relatief weinig opvangcapaciteit. Breda heeft rond de stad veel bos,
58
waarvan de opvangcapaciteit hoger van wordt verondersteld in het rekenmodel.
door de hoge opvangcapaciteit van Breda valt aan te nemen dat de tekorten lager zijn dan in Amersfoort en ’s-Hertogenbosch.
Figuur B16: Opvangcapaciteit per 500x500m gebied in mensen per hectare op de normdag Bron: Bureau BUITEN
Figuur B17: Recreatietekort in 2040 in termen van recreatieplaatsen voor wandelen (op basis van prognose CBS 2040, dit geeft een onderschatting van de lokale prognoses) Bron: Bureau BUITEN
Zwolle: ca. 8.100 ’s-Hertogenbosch: ca. 10.800
Amersfoort: Breda:
ca. 7.300 ca. 16.100
Zwolle: ca. -6.300 ’s-Hertogenbosch: ca. -8.800
Amersfoort: Breda:
ca. -8.900 n.b.
De tekorten worden berekend door de toegewezen vraag te confronteren met de opvangcapaciteit. Een negatief saldo betekent dat er een tekort is aan recreatieplaatsen. Voor de totale gemeente is er in Zwolle in 2040 (147.000 inwoners, bron CBS) een berekend tekort van 6.300 recreatieplaatsen. Dit is minder dan het berekende tekort in Amersfoort en ’s-Hertogenbosch. Voor Breda kon de toegewezen vraag niet goed berekend worden door het gebrek aan geodata van Vlaanderen. Echter,
59
6. Overig Stilte en donkerte • De gemiddelde geluidssterkte binnen de gemeentegrenzen is voor de vier gemeenten ongeveer hetzelfde, waarbij Amersfoort net iets boven de rest scoort. Dit komt mede doordat er minder landelijk gebied binnen de gemeentegrenzen ligt, hier kunnen dus geen duidelijke conclusies uit worden getrokken. • Qua lichtemissies (lichtvervuiling) zijn er wel grote verschillen tussen de gemeenten, waarbij Zwolle verreweg de minste (gemiddelde) lichtvervuiling ondervindt. Amersfoort komt hier als stad met de meeste lichtvervuiling uit de benchmark, maar dit kan ook verklaars worden door de gemeentegrenzen. Opvallend is dat Breda en ’sHertogenbosch, ondanks een vergelijkbare hoeveelheid landelijk gebied binnen de gemeentegrenzen, ook hoge waarden hebben waar Zwolle dit niet heeft. Tabel B6: Gemiddeld geluidsniveau en gemiddelde lichtemissies per gemeente (bron: RIVM)
Geluid in Nederland in dB, gemiddelde (RIVM)
Lichtemissie in 1010 Watt per cm2 per steradiaal, gemiddelde (RIVM)
Zwolle
52,2
58,6
Amersfoort
57,0
116,4
Breda
53,3
110,9
‘s-Hertogenbosch
52,2
96,3
Gemeente
Hondenuitlaatgebieden • Door de grote verschillen in het hondenbeleid en het ontbreken van vergelijkbare goede data, kan geen eaxcate vergelijking worden gemaakt van het aantal hondenuitlaatplekken. • Zwolle heeft in totaal (in de stad) 114 uitlaatplaatsen. Deze zijn opgedeeld in 3 verschillende gebieden voor honden: een hondenhalte (vaak een groenstrook met een afvalbak en opruimzakjes), een losloopterrein en een speciaal afsluitbare hondenspeelweide. De stad heeft 3 hondenspeelweides, 42 losloopterreinen en 69 hondenhaltes. Zo op het eerste gezicht is dit een redelijke hoeveelheid, minder dan in Breda, maar meer dan in Amersfoort en Den Bosch. • Amersfoort heeft ongeveer 63 losloopgebieden zonder aanlijn en opruimplicht. Amersfoort heeft ook gebieden met opruimplicht en hondenhaltes, maar de aantallen zijn hiervan onbekend. • Gemeente Breda heeft in totaal 385 honden uitlaatgebieden. Deze zijn opgedeeld in de categorieën ‘hondenuitlaatplaats’ en ‘hondenlosloopgebied’. De stad Breda heeft 326 uitlaat gebieden, de overige 59 zijn verspreid in dorpen in de gemeente Breda, zoals Ulvenhout, Prinsenbeek, Teteringen en Bavel. Ze worden 1 keer per week tot 1 keer per 2 weken schoongemaakt. Van de 385 zijn 287 gebieden hondenuitlaatplaatsen en 98 zijn losloopgebieden.
• Den Bosch heeft onderscheid gemaakt in 4 categorieën: Hondenuitlaatroute waar de hond aan de lijn moet blijven maar de gemeente ruimt de poep op (veel voorkomend, vooral in de kern), een hondenuitrenveld waar de hond los mag en de gemeente opruimt (94), een hondenlosloopgebied waar de hond los mag maar zelf opgeruimd moet worden (7) en een hondenloslooproute waar de hond los mag maar zelf opgeruimd moet worden (4).
60
7. Tabel B7: Overzicht data en bronnen benchmark. Indicator
Eenheid
Bron
Oppervlakte gemeente in ha Inwoners 2022 Bevolkingsdichtheid (Inwoners/km2) Recreatief groen en natuur Parken, recreatie-gebieden en volkstuinen
ha aantal inwoners/km2
CBS CBS CBS
11.936 130.668 1.181
6.386 158.590 2.538
ha m2/inwoner ha m2/inwoner ha m2/inwoner
CBS CBS IPO IPO RVO RVO
317 24 1.433 110 967 74
221 14 683 43 0 0
255 14 2.874 156 112 6
359 23 1.555 99 377 24
dB gemiddelde 10-10 Watt per cm2 per steradiaal
RIVM RIVM
52,5 58,6
57,0 116,4
53,3 110,9
52,2 96,3
index tekort aan recreatieplaatsen tekort aan recreatieplaatsen km m/inwoner m/ha
posadmaxwan Bureau BUITEN
7 ca. -4.800
8 ca. -7.300
8 ca. -6.900
ca. -6.300
ca. -8.900
CBS i.o.v. Fietsersbond berekening berekening
837,6 6,4 70,2
713,0 4,5 111,6
8 niet berekenbaar* niet berekenbaar* 1 079,5 5,8 83,9
km km km km km km km
CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond
76,0 17,4 106,4 13,0 270,0 336,9 17,0
15,7 3,6 36,9 12,7 216,9 400,7 21,2
94,0 16,9 64,8 66,2 244,9 250,6 26,3
111,4 33,3 61,9 11,7 331,2 375,9 25,7
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura 2000 Geluid en licht Geluid Lichtemissie Wandelen en fietsen Walkability index Opvangcapaciteit wandelen in de natuur 2021 Opvangcapaciteit wandelen in de natuur 2040 Fietspaden totaal Meters fietspad per inwoner Meters fietspad naar oppervlakte Fietspaden in: Akkers/ weilanden Natuur (behalve bos) Landelijk of dorps Bos Bebouwd met veel groen Bebouwd weinig of geen groen Data ontbreekt
Zwolle
Amersfoort
Breda
sHertogenbosch 12.868 11.781 184.702 156.538 1.469 1.430
ca. -8.800 958,1 6,1 81,3
61
Onbekend Zeer lelijk Lelijk/saai Neutraal Mooi Schilder-achtig Data ontbreekt Onbekend Volwassenen die voldoen aan Beweegrichtlijn Lopen naar school of werk Fietsen naar school of werk Kernindicator beweegvriendelijke omgeving deelindicator groen blauw recreatie Openbare wijk-/kinderboerderijen Zwemplassen
km
Zwemplassen Oppervlakte strand Oppervlakte strand per inwoner Horeca aan het water
per 100.000 inw. m2 m2 aantal
Horeca aan het water
per 100.000 inw.
Steigers/opstapplekken/boothellingen Steigers/opstapplekken/boothellingen
aantal per 100.000 inw.
Visstekken Vaarwater Rondvaartbedrijven Verhuurbedrijven SUP, kano, sloep Watersportverenigingen
%
kernindicator deelindicator ha aantal
km per 100.000 inw. aantal aantal per 100.000 inw. aantal per 100.000 inw.
CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond CBS i.o.v. Fietsersbond RIVM RIVM RIVM RIVM RIVM OpenStreetMap Provinciale zwemwaterkaarten Intekenen op satellietkaart Intekenen op satellietkaart Google search / OpenStreetMap Google search / OpenStreetMap Gemeente Google search / OpenStreetMap VISplanner/Gemeente Rijkswaterstaat obv Google Search obv Google Search obv Google Search
0,9 0,0 9,5 614,8 187,9 6,5 17,0 1,9 52,7 20,7 47 74 73 3 3
5,4 0,1 17,6 522,5 128,5 5,5 21,2 17,7 51,8 21,7 40 69 62 0,8 1
315,8 0,4 18,1 495,3 216,5 4,7 26,3 318,1 49,7 26,9 39,6 71 62 0 3
6,7 0,1 37,8 673,2 204,2 10,0 25,7 7,0 48,1 23,8 37,9 60 73 8,8 5
2,30 48.858 0,37 17
0,63 1.000 0,01 10
1,62 51.802 0,28 20
3,19 58.333 0,37 7
13,01
6,31
10,83
4,47
11 8,42
5 3,15
4 2,17
8 5,11
28,3 21,66 1 4 3,06 3 2,30
Kwalitatief geanalyseerd en beschreven 6,8 6,2 15,9 4,29 3,36 10,16 1 4 6 8 8 6 5,04 4,33 3,83 3 2 8 1,89 1,08 5,11
62
-
Bijlage C: Notitie groennormen
In deze notitie leggen we kort uit hoe groennormen ingezet kunnen worden bij het ontwikkelen of aanpassen van groen- en recreatiebeleid. We schetsen kort welke groennormen relevant zijn en geven een korte duiding van dit verhaal voor Zwolle. 1. Verschillende groennormen Een norm voor de hoeveelheid groen in en rond de stad is bedoeld om voldoende groen in de leefomgeving te borgen. De meeste groennormen werden ontwikkeld en toegepast in de ruimtelijke ordening van de jaren tachtig en negentig met uitlopers naar het begin van deze eeuw. In 2004 werd de Nota Ruimte vastgesteld, waarin als 75m2 stedelijk groen per (nieuw te bouwen) woning als richtlijn werd gehanteerd. Daarna is het gebruik van groennormen wat losgelaten. Maar de druk op de ruimte, en het gebruik van groen nemen toe en dat zorgt ervoor dat groennormen weer actueel zijn. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de Tweede kamer motie over een landelijke norm voor binnenstedelijk groen die met 149 stemmen is aangenomen.
Neem je 75m2 als gemiddelde voor de stad en hanteer je per wijk een aangepaste norm? Wat valt er onder die 75m2, hoe baken je “gebruiksgroen” af?
Het is interessant om te zien hoe het in de gemeente Utrecht wordt toegepast. De stad Utrecht gaat groeien met circa 100.000 inwoners en heeft in haar ruimtelijke strategie 2040 het vergroenen en klimaatbestendig maken van de stad als één van de grote ruimtelijke opgaven benoemd. Ze noemen dit de Groene Schaalsprong. Uitgangspunt is een minimum van 40% groen in iedere buurt, en een gemiddelde van 75m2 groen per woning in de stad. Daarnaast zet Utrecht in op de ‘tienminutenstad’: elke bewoner moet snel toegang hebben tot groen in de buurt (200 meter), in een park (500 meter) en in het buitengebied (2,5 kilometer). Het buitengebied moet bereikbaar zijn via groene fiets- of wandelroutes.21 Dat sluit aan bij de ideale groen- en recreatiestructuur van een stad: via groene “spaken” moet het buitengebied snel en aantrekkelijk bereikbaar zijn vanuit de stad. Met een slimme groenstructuur of groenblauw netwerk is groen voor iedereen en op groen op alle schaalniveaus onder (fiets)bereik: wijk/binnenstad (ommetje), stad (wandeling of fietstocht van 45-60 minuten in totaal) en buitengebied (langere tijd om te recreëren).
75m2 groen per woning in stedelijk gebied De afgelopen 120 jaar zijn er verschillende groennormen bedacht en berekend. In de literatuur is over het algemeen consensus rondom de norm van 75m2 gebruiksgroen per woning (binnenstedelijk). Maar er zijn wel verschillen in het toepassen van deze norm. Bijvoorbeeld: - Hanteer je een absolute ondergrens van 75m2 voor elke nieuwe woning (ongeacht de locatie)
Groen om de stad Voor het inschatten van de hoeveelheid benodigd groen om de stad, kunnen we ook normen gebruiken (groen per woning). Er zijn geen recente publicaties over groen rond de stad voor (nieuw te bouwen) woningen. We benutten literatuur en onderzoek van Wageningen Universiteit en Stichting recreatie22, en we kijken naar de evaluatie van de Bufferzones en
21
22
Gemeente Utrecht, 2022. Basisboek ‘De groene schaalsprong 2040’
Bron: De recreatievogel (Goossen et al., 1998) in: Stichting Recreatie, 2001: Rood en groen in balans, Een verkenning van groennormen en alternatieve benaderingen
63
Randstadgroenstructuur23. Deze onderzoeken zijn weliswaar oud, maar de behoefte aan groen rond de stad is de afgelopen jaren niet kleiner geworden. Mogelijk is de behoefte aan groen zelfs toegenomen. We zagen een sterke toename tijdens Corona, maar ook daarvoor waren er aanwijzingen dat er meer behoefte is aan groen buiten de stad (toename buitensporten, aandacht voor gezondheid, elektrische fiets). Uit de literatuur komen groennormen naar voren voor groen om de stad van 500m2 per woning (Recreatievogel, Rood, en groen in Balans) en 400 m2 per woning (Groene ruimte in de randstad, evaluatie Rijksbeleid, H8). Deze normen gaan over de beschikbaarheid van groen om de stad, waarbij bestaand groen integraal meegenomen moet worden. Het gaat hierbij om toegankelijk groen, dat kan zijn natuur (bos, moeras, heide), een opengesteld landgoed, recreatiegebied, of landbouwgebied of uiterwaarden als daar paden door lopen. Quick scan behoefte groen om de stad 2050 Voor een ander project hebben wij een quick scan gemaakt van groenbehoefte in Zwolle op basis van de criteria van 500 m2 en 350m2 groen per huishouden in 2050. We hebben hierbij de volgende stappen doorlopen 1. Inschatting gemaakt van het huidig aanbod toegankelijk recreatie- en natuurgebieden in een zone van 5 km rond de stad. Dit is ca 1.710 hectare (bos, natuur, recreatie) 2.
We hebben opgezocht wat het huidig aantal huishoudens ende bouwopgave is van Zwolle tot 2050. In 2022 zijn er volgens Primos 61.420 huishoudens en in 2050 76.180 huishoudens; een opgave van 14.760 woningen.
3. Aan de hand van de norm kan dan berekend worden wat de behoefte is in 2050. Wanneer gerekend wordt met 350m2 per woning gaat het om 2.666 hectare groen. Een tekort van een kleine 1000 hectare (956 ha). Wanneer gerekend wordt met 500 m2 per woning, dat spreken we van een behoefte van 3.809 hectare, wat wordt voor een tekort van ruim 2000 hectare (2.099 ha). De behoefte Zwolle voor groen om de stad Zwolle (zone van 5 km rond de stad, dus ook buiten de gemeentegrens), rekening houdend met de verstedelijking van ca 15.000 woningen en afhankelijk van de gebruikte norm, is tussen de 1000 en 2000 hectare. Noot: We kijken naar de woningbouwopgave tot 2050, en niet die van bijvoorbeeld 2030 (Omgevingsvisie) omdat het een tijd duurt voordat een groengebied is gerealiseerd en het groen (enigszins) gegroeid is. Het is daarom belangrijk om nu al te kijken naar 2050. Wil je in 2030 genieten van bomen, dan moet je die het beste nu al plannen en planten. Vraag en aanbod groene ruimte aan de hand van een GIS-model Naast normen voor groen om de stad, bestaan er ook GIS-modellen waarin vraag en aanbod van groene ruimte voor recreatie (meestal wandelen) naast elkaar worden gezet. Hiermee geven de modellen inzicht in de groenbehoefte voor recreatie. In de basis zijn de normen en GIS-modellen gebaseerd op dezelfde principes, maar de GIS-modellen maken meer geavanceerde berekeningen.
In de modellen worden de vraag gebaseerd op het aantal inwoners en hun recreatiebehoefte (hoe vaak gaan een bepaalde inwoner wandelen), het aanbod wordt gebaseerd op de
23
Farjon, J.M.J., et.al., 2004. Groene ruimte in de Randstad: een evaluatie van het rijksbeleid voor bufferzones en de Randstadgroenstructuur. Achtergronddocument bij Natuurbalans 2003. Wageningen, Natuurplanbureau
64
oppervlakte groen- en natuurgebieden en het aantal mensen dat er tegelijk kan wandelen (zonder dat het een te druk gevoel oplevert). Dit laatste wordt de recreatieve opvangcapaciteit van een gebied genoemd, en die verschilt per type landschap. Zo kunnen in het bos vaak meer mensen wandelen dan in een agrarisch gebied: in een bos zijn meer wandelpaden en doordat het besloten is, ervaar minder snel drukte. De modellen die hiervoor toegepast kunnen worden zijn het AVANAR-model en het BRAM-model. Recreatie behoeftemodel toegepast op Zwolle Wij hebben met een vereenvoudigde versie van het BRAM-model gerekend aan vraag en aanbod van het aantal inwoners in Zwolle. De opvangcapaciteit van het groen in de gemeente kan worden uitgedrukt in aantal mensen per hectare per normdag. In de figuur hieronder is te zien hoe deze opvangcapaciteit is verdeeld over de gemeente, waarbij geldt dat donkerder groen meer opvangcapaciteit is en lichter groen minder opvangcapaciteit. Figuur C1: Opvangcapaciteit voor wandelen per 500x500m, uitgedrukt in recreatieplaatsen, oftewel aantal mensen per hectare op de normdag. Zwolle heeft circa 8.100 recreatieplaatsen. (Bureau BUITEN)
De behoefte wordt berekend door de toegewezen vraag in 2040 (dan heeft Zwolle volgens de CBS prognose 147.000 inwoners) te confronteren met de opvangcapaciteit. Een negatief saldo betekent dat er een tekort is aan recreatieplaatsen. Voor de totale gemeente is er in Zwolle bij 147.000 inwoners een berekend tekort van 6.300 recreatieplaatsen. Door de toename van ca 17.000 inwoners, is het tekort met circa 1500 recreatieplaatsen toegenomen. Met een opvangcapaciteit van 9 personen per hectare (gangbaar aantal voor recreatiegebied en bos), kan de behoefte vanuit de nieuwe inwoners opgevangen worden in 166 hectare extra bos of recreatiegebied. Kijken we naar de berekende totale tekort, komt de behoefte neer op 700 hectare bos of recreatiegebied. De tekorten bevinden zich met name aan de noordwest- en zuidwestkant van de stad.
65
Figuur C2: Berekend recreatietekort bij 147.000 inwoners, uitgedrukt in recreatieplaatsen (Bureau BUITEN)
Gemeentelijk groen rond de stad 2050 In Zwolle rekenen we de volgende gebieden tot het groen om de stad: de Wijthmenerplas (ca 50 ha), het Engelse Werk (16 ha), de Agnietenplas (ca 20 ha), het Westervelde Bos (46 ha), de Milligerplas (ca 55 ha). Dit is in totaal ca 30 m2 per huishouden. Als we het groen om de stad in die verhouding laten meegroeien met de groei van de bevolking, betekent dit tot 2050 een opgave van ca 45 hectare gemeentelijk beheerd groengebied buiten de stad. Hierbij moeten we aantekenen dat we in Zwolle veel waterplassen meerekenen, dit zijn geen bossen waar veel wandelaars tegelijk terechtkunnen. Die 30 m2 per woning is daardoor een onderschatting. Rekenen we met 40 m2 per ha (zoals in Utrecht, waar meer bossen zijn meegenomen in de berekening). Dan komen we op een opgave van 60 hectare gemeentelijk beheerd groengebied buiten de stad. We schatten op basis hiervan de opgave gemeentelijk groen rond de stad op ca 45 tot 60 hectare.
2. Toelichting recreatiebehoeftemodel De rol van de gemeente in het groen om de stad Het groen om de stad is de gezamenlijke opgave van gemeente en andere organisaties die hun groen-, natuur- of landbouwgebied openstellen voor recreatie. Om binnen deze gezamenlijke opgave het gemeentelijk aandeel in beeld te brengen kan gekeken worden naar het huidige aanbod groen om de stad per huishouden. In de gemeente Utrecht is dat bijvoorbeeld ca 40 m2 per huishouden (voornamelijk landgoederen en bos zoals Amelisweerd, Gagelbos en Parkbos De Haar).
Uitleg Het vraag-aanbodmodel, of recreatief behoeftemodel is qua methode en opzet grotendeels is gebaseerd op het BRAM-model (Beleidsondersteunend Recreatie Analyse Model). Hiermee kan vraag, aanbod en tekort voor een recreatieve activiteit berekend worden. In dit geval hebben we gekozen om berekening te maken voor wandelen. Wandelen is de meest ondernomen activiteit als het gaat om ‘buitenrecreatie’ en heeft daarnaast te maken met de grootste tekorten. Een tekort treedt op als de berekende toegewezen vraag hoger is dan de opvangcapaciteit, en het betreffende gebied dus niet het aantal recreanten kan opvangen.
66
Zowel de recreatieve behoefte als het aanbod worden berekend in recreatieplaatsen. Recreatieplaatsen is een eenheid om capaciteit voor recreatie als de behoefte om te recreëren met elkaar te vergelijken. Het aantal recreatieplaatsen is het aantal recreanten (in onze berekening wandelaars) die op de 5e drukste dag wil gaan wandelen (behoefte), of plek heeft om te wandelen (aanbod), zonder dat de recreanten elkaar in de wegzitten of het te druk aanvoelt voor de recreant. Er zijn enige aandachtspunten bij het model: • Het model is niet bedoeld om op detailniveau naar een recreatieof natuurgebied te kijken, maar bedoeld om op grotere schaal naar de balans te kijken: op gemeentelijke of (boven-)regionale schaal. • Het model houdt geen rekening met voorkeuren van recreanten. Bij het toewijzen van de vraag is uitgegaan van een evenredige verdeling van waar de inwoner heen zou kunnen gaan vanaf de woonplaats. Voorkeuren zijn met de beschikbare gegevens niet in te bouwen in het model. Hierdoor wordt de recreatieve druk op de heel populaire gebieden, zoals de kustgebieden, in dit model hoogstwaarschijnlijk onderschat. • Het model focust alleen op de inwoners (recreanten) en niet op toeristen. • Het model houdt geen rekening met specifieke gebiedskenmerken.
Ieder stuk land is anders en zal in de praktijk een andere opvangcapaciteit hebben, maar in dit onderzoek zijn verschillende landschapstypen onderscheiden die ieder een norm voor opvangcapaciteit toegewezen krijgen. • Zowel het wegennetwerk voor de toegewezen vraag, als de padendichtheid voor de opvangcapaciteit zijn niet meegenomen in het model. Dit zou voor het modelleren dusdanig meer tijd en werk in beslag nemen dat dit buiten de scope van dit onderzoek valt.
•
Door het gebrek aan data voor België en Duitsland is de berekening voor het gebied binnen enkele kilometers van de grens onnauwkeurig.
Berekeningen en normen Berekening toegewezen vraag • Als basis voor het berekenen van de toegewezen vraag voor 2021 is de onbewerkte brondata van de CBS-vierkantstatistieken gebruikt (aantal inwoners per 500x500m-vlak in het jaar 2021). • Om de toegewezen vraag voor 2040 te berekenen is dezelfde methode gehanteerd. Het aantal inwoners voor 2040 is als volgt berekend: ieder 500x500m-vlak is gekoppeld aan de gemeente waar deze het meest in valt. Voor ieder 500x500m-vlak is het aantal inwoners van 2021 vermenigvuldigd met de procentuele groei van het aantal inwoners in de betreffende gemeente in de periode 2021-2040. Voor alle gemeenten is de bevolkingsprognose van het CBS aangehouden (2022). • Het AVANAR-model (WUR) hanteert voor de activiteit wandelen in natuur- en recreatiegebieden op de 5e drukste dag een deelnamecijfer van 10,4% voor niet-westerse allochtonen en een deelnamecijfer van 15,6% voor autochtonen en westerse allochtonen. Deze deelnamecijfers zijn in dit model overgenomen, al is dit niet doorberekend voor ieder 500x500m-vlak, maar er is voor alle gemeenten het landelijke percentage genomen voor de verhouding niet-westerse allochtonen en autochtonen + westerse allochtonen. • Op dit aandeel inwoners dat deelneemt aan het wandelen in natuur- en recreatiegebieden is vervolgens de reisbereidheid toegepast.
Deze cijfers komen uit de Natuurtoolkit (Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd, 2017), en hebben betrekking op het natuurgebied die de ondervraagden het meest bezocht hebben. Hieruit komen de volgende cijfers:
67
– – – – – –
•
•
•
15% reist minder dan 1 kilometer naar het natuurgebied waar de ondervraagde meestal komt 33% reist 1-5 kilometer 24% reist 5-10 kilometer 18% reist 11-25 kilometer 6% reist 26-50 kilometer 4% reist meer dan 50 kilometer. In de analyse is deze groep niet meegenomen omdat er geen bovengrens zit aan de categorie, waardoor een berekening niet zomaar mogelijk is. Gezien het kleine aandeel mensen dat in deze categorie valt heeft het weglaten zeer beperkte invloed op de uitkomsten. Ten eerste moeten de inwoners dus worden toebedeeld aan de cirkels rondom het 500x500m-vlak waarin ze wonen: bijvoorbeeld 33% van de inwoners zal dus in potentie ergens recreëren in de cirkel van 5 kilometer, maar buiten de cirkel van 1 kilometer. Het wegennetwerk is hierbij niet meegenomen omwille van de omvang van de berekening die hiervoor nodig is. Ten tweede moet rekening worden gehouden met het feit dat inwoners enkel toebedeeld kunnen worden aan land wat binnen de straal valt en niet aan het water; een inwoner van Delfzijl heeft bijvoorbeeld minder kanten om op te gaan dan een inwoner van Apeldoorn. Omdat locatievoorkeuren niet mee te nemen zijn in dit model, kan aangenomen worden dat de inwoners ergens gaan recreëren waar land binnen de reisbereidheidscirkel ligt. Hoe minder land dit is, hoe groter de toegewezen vraag voor het overige land wat binnen de cirkel ligt.
Andersom geldt dit ook: hoe meer land er binnen de cirkel van reisbereidheid ligt, hoe minder er vraag toegewezen wordt aan dit land. Dit is verhoudingsgewijs berekend aan de hand van de oppervlakte. Voor ieder 500x500m-vlak is uiteindelijk berekend hoeveel recreanten er, na het doorlopen van de vorige stappen, aan toegewezen worden door de aantallen bij elkaar op te tellen. Dit
getal kan vervolgens, al dan niet geaggregeerd op gemeentelijk, regionaal, of bovenregionaal schaalniveau, afgezet worden tegenover de opvangcapaciteit. Berekening opvangcapaciteit • De opvangcapaciteit is ook berekend per 500x500m-vlak, waarbinnen het oppervlak aan landschapstype is vermenigvuldigd met de opvangcapaciteit van dat type. • Ten eerste is per 500x500m-vlak het oppervlak berekend voor iedere vorm van natuur- en recreatiegebied die in het bronbestand • onderscheiden zijn. Dit bronbestand is de kaartlaag ‘Bestand Bodemgebruik (2017; meest recent) van het CBS. De typen natuur die in het bestand zijn onderscheiden zijn in lijn met de typen die in het BRAM-model gehanteerd zijn, hierdoor zijn de normgetallen eenvoudig te koppelen aan de natuurtypen. Dit zijn: bos, droog natuurlijk terrein, nat natuurlijk terrein, recreatiegebied en agrarisch gebied. • De normen zijn gebaseerd op de recreatieve beleving zoals in het BRAM-model. – Bos: 8 personen per hectare per dag – Droog natuurlijk terrein (inclusief strand): 7 personen per hectare per dag – Nat natuurlijk terrein: 3 personen per hectare per dag – Recreatiegebied: 8 personen per hectare per dag – Agrarisch gebied: 0,1 personen per hectare per dag Recreatieve versus ecologische opvangcapaciteit • De gebruikte normen gaan uit van de recreatieve opvangcapaciteit; voor recreanten voelt het dan niet te druk.
We hebben in de NNNen N2000 gebieden echter ook te maken met een ecologische opvangcapaciteit. Hoeveel recreanten kan de natuur aan? Uit
68
•
–
– –
onderzoek van Sovon voor de Veluwe24 blijkt dat met name grond broedende vogelsoorten gevoelig zijn, evenals de open landschappen, zoals heide en duinen. Dit sluit aan bij de ervaringen van natuurbeheerders. Wanneer we de geadviseerde maaswijdte van 50- 100 ha aanhouden, en we gaan uit van 9 wandelaars per 100 pad, dan komen we op 2,25 tot 3,15 recreatieplaatsen per hectare uit voor deze kwetsbare gebieden. De gebruikte normen voor opvangcapaciteiten per type natuur zijn lang niet aangepast. Vanwege corona zijn we wellicht meer drukte in natuurterreinen gaan tolereren. Daarnaast is het ook mogelijk om in agrarische gebieden te wandelen, als er voldoende aantrekkelijke (vrij liggende) wandelpaden zijn, zoals de boerenlandpaden. We hebben daarom in de tweede doorrekening van het model meerdere aanpassingen gedaan: Beter rekening houden met kwetsbare natuurgebieden zoals heide en duinen. We hebben voor droog natuurlijk terrein de opvangcapaciteit van 7 naar 3 recreatieplaatsen per hectare aangepast. De opvangcapaciteit voor wandelen in agrarisch gebied hebben we aangepast van 0,1 naar 0,2 recreatieplaatsen per hectare. De opvangcapaciteit van bos en recreatiegebied hebben we beide van 8 naar 9 recreatieplaatsen per hectare aangepast.
24
Sovon, 2020. Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe. Achtergrondrapport, Bouwstenen Soortenherstel Beheerplan Natura 2000 Veluwe. Link
69
70