1. Buurtenergieplan+, 50 Tinten Groen Assendorp
Tekst van het document
1
BUURT ENERGIEPLAN + Sallandsweide – De Groene Renovatie 2 juli 2024
2
INHOUDSOPGAVE
Inleiding 3
4. Warmte 28
Samenvatting 7
4.1 Bewoners opgave: voorkeursvariant alternatief aardgas 28 4.2 Visie van bewoners 30 4.3 Oplossing: wat is het beste alternatief voor aardgas? 32 4.4 Governance 36 4.5 Energetische renovatie woningen 36 4.6 Resultaten en impact 41
Bewonersvisie groen, water, mobiliteit en warmte 8 1. Water 11 1.1 Gemeentelijke opgave: wateroverlast en adaptieve maatregelen 11 1.2 Visie van bewoners 12 1.3 Maatregelen: vergroening en waterbeheer 14
5. Participatie 43
2.1 Gemeentelijke opgave: versteende ruimtes en hittestress 16 2.2 Visie van bewoners 17 2.3 Groen initiatieven: vergroening van de wijk 19
5.1 Rol van de gemeente 43 5.2 50 tinten participatie 44 5.3 Participatie met de buren 48 5.4 Participatie met de gemeente 56 5.5 Participatie met andere stakeholders 58 5.6 Resultaten en impact 59
3. Mobiliteit 21
6. Terugblik en aanbevelingen 61
2. Groen 16
3.1 Gemeentelijke opgave: parkeerdruk en verkeersveiligheid 21 3.2 Visie van bewoners 22 3.3 Oplossingen: bevorderen van duurzame mobiliteit 26 3.4 Resultaten en impact 27
6.1 Terugblik op het project 61 6.2 Integraliteit van de oplossingen 62 6.3 Aanbevelingen 64 Literatuur en bronnen, afkortingen 66 Bijlagen 67
3
Inleiding In een gedeelte van de wijk Assendorp in Zwolle hebben bewoners het afgelopen jaar het project De Groene Renovatie Sallandsweide uitgevoerd. Een ambitieus initiatief dat zich richt op het vergroenen, verduurzamen en verbeteren van de leefbaarheid in deze buurt. De aanleiding hiervoor was een specifieke klimaatadaptieve opgave vanuit de gemeente Zwolle in het plangebied en de wens om samen te leren vanuit een eerdere COP tussen de gemeente en 50 Tinten Groen Assendorp rond burgerparticipatie. 50 Tinten Groen Assendorp is samen met buren en andere stakeholders in het plangebied de uitdaging aangegaan op het gebied van water, groen, mobiliteit, warmte en volwaardige burgerparticipatie. Met als doel een leefomgeving te creëren die niet alleen bestendig is tegen klimaatverandering, maar ook prettiger en gezonder voor de bewoners. Het belang van dit project wordt bevestigd
in de toekenning van de status Prioritair Wijkinitiatief door de gemeente Zwolle. In dit document presenteren we de resultaten van dit proces en de bevindingen van het projectteam, met een focus op de genomen maatregelen en aanbevelingen voor de toekomst.
Assendorp, een levendige wijk in Zwolle, staat voor diverse uitdagingen die zowel de leefbaarheid als de duurzaamheid van de buurt beïnvloeden. Van wateroverlast tot hittestress, van versteende ruimtes tot verkeersdrukte, deze problemen vragen om een integrale aanpak waarbij
4
de kracht van de gemeenschap centraal staat. In het afgelopen jaar hebben bewoners met het project De Groene Renovatie Sallandsweide geprobeerd om samen concrete oplossingen te vinden voor deze vraagstukken. Door middel van deepdemocracy, sociocratische processen en volwaardige participatie hebben alle
bewoners de kans gekregen om actief mee te doen of hun stem te laten horen. Dit document belicht de resultaten van het onderzoek, de bevindingen van bewoners en het projectteam en conclusies en aanbevelingen; hoe nu verder? Het document is onderverdeeld in de centrale integrale
opgave; om een klimaatadaptieve wijk te creëren zal de overwegend versteende openbare ruimte plaats moeten maken voor water-adaptieve maatregelen en vergroenen van de leefbare ruimte. In dit document zullen we dieper ingaan op vier essentiële onderwerpen die de kern vormen van onze aanpak: 1. Water In dit hoofdstuk analyseren we de problematiek rondom wateroverlast en presenteren we adaptieve maatregelen om dit tegen te gaan. De kern van dit hoofdstuk ligt in het vinden van oplossingen die zowel de leefbaarheid als de veiligheid in de wijk verbeteren. 2. Groen Hier onderzoeken we de uitdagingen van versteende ruimtes en hittestress en beschrijven we initiatieven om de wijk te vergroenen. Het hoofddoel is om de leefomgeving te verrijken en de negatieve effecten van verstedelijking te verminderen.
5
3. Mobiliteit Dit hoofdstuk behandelt de problematiek van verkeersdrukte en onveilige situaties in de wijk, en presenteert oplossingen om duurzame mobiliteit te bevorderen. De kern van dit hoofdstuk is het streven naar een betere verkeerssituatie die ruimte biedt aan zowel voetgangers als fietsers.
Initiatie
Ontwikkeling
Realisatie
Exploitatie
A
D
G
J
Voorbereiding
Ontwerp
Contractering
Onderhoud
Startdocument Buurtorganisatie
Conceptontwerp
Opdracht
Meerjarig onderhoudsplan
B
Samenwerking en visievorming
5. Participatie Tot slot gaan we uitgebreid in op het participatieproces zelf. We vertellen hoe we dit hebben ingericht, kijken naar de theorie en
H
C
K
Uitvoering
Optimalisatie
Bewonerspropositie
Opgeleverd ‘vastgoed’
Verbeterplan op basis van data-analyse
Buurtorganisatie heeft koers bepaald
F
I
L
Planvorming
Investeringsplan
Nazorg
Vervanging
Buurtenergieplan
Financial close
Goed functionerend ‘vastgoed’
Vervangingsplan
4. Warmte Hier onderzoeken we, samen met adviesbureau DWA, de uitdagingen van de warmtetransitie en de haalbaarheid van een collectief warmtenet. De kern van dit hoofdstuk ligt in het streven naar een duurzame warmtevoorziening die bijdraagt aan het verminderen van de CO2-uitstoot en toepasbaar is in de oude woningen van Assendorp.
E
Uitwerking
recente onderzoeken en reflecteren op het project. Het hoofddoel van dit hoofdstuk is om te leren hoe we deze complexe participatie kunnen vormgeven. Elk van deze thema’s zijn middels een participatieproces en de regels van sociocratie en deep-democracy benaderd. Door elk van deze onderwerpen te onderzoeken en te bespreken, hopen we niet alleen inzicht te bieden in de uitdagingen van de wijk Assendorp, maar ook concrete oplossingen aan te dragen die als inspiratie kunnen dienen voor andere
gemeenschappen in onze mooie gemeente Zwolle. Voor dit project volgen we de stappen van EnergieSamen om te komen tot een coöperatief warmtenet. Deze stappen zijn ingedeeld in vier fases, waarvan een Buurt Energieplan de afsluiting is van de eerste fase. Omdat De Groene Renovatie een integraal project is noemen wij dit plan het Buurt Energieplan + afgekort BEP+. Vanuit dit document werken wij toe naar de volgende fase: de Ontwikkelingsfase.
6
SAMENVATTING (1)
1. Water
2. Groen
3. Mobiliteit
Bewoners ervaren grote overlast van de steeds extremer wordende regenbuien en voelen de urgentie sterk. Ze hebben een voorkeur voor natuurlijke oplossingen waar dat kan en willen zo veel mogelijk gebruik maken van koppelkansen met andere thema’s. Bewoners die direct aan de beoogde wateropvang/infiltratielocaties wonen zien kansen om hun tuinen en woningen te koppelen. Er zijn zorgen rond het stijgende grondwaterpeil en oude sanering van vervuilde grond in het plangebied.
De huidige beplanting voldoet niet aan de 3-30-300 doelstelling van de gemeente Zwolle. Enkele straten binnen het plangebied hebben helemaal geen grote bomen en de meerderheid van de bewoners wil daar graag verandering in zien. De complexiteit van het planten van bomen in een wijk als Assendorp wordt erkend en men ziet kansen om dit te koppelen aan een integrale gebiedsontwikkeling. Daarbij spelen parkeerbeleid en aanleg van een warmtenet een hoofdrol. De plannen sluiten aan op de Zwolse ambitie voor een groen-blauw netwerk in de stad en de wijk.
Alle bewoners willen de parkeerdruk verminderen. Daarvoor is een diversiteit aan maatregelen nodig die de verschillende levensstijlen van de buren reflecteren. Door deelauto’s te stimuleren, mobi punt op te zetten en het parkeervergunningenbeleid aan te scherpen ontstaat er ruimte in de straten voor andere opgaven zonder de parkeerdruk te vergroten. De verkeersinrichting van de straten voldoet niet meer aan de huidige wensen en toekomstige eisen. Bewoners denken graag mee aan, en hebben plannen voor de herinrichting en herziening van verkeersstromen.
7
SAMENVATTING (2)
4. Warmte
5. Participatie
Adviesbureau DWA, het projectteam en de bewoners zien potentie om een collectieve duurzame warmteoplossing te realiseren. Bewoners zien de energietransitie als een integrale en sociale opgave waarbij collectiviteit kan helpen om de transitie te versnellen en eerlijker te maken. (Mede)eigenaarschap over het warmtenet helpt om zorgen rond de monopoliepositie weg te nemen. Opschaling van het plangebied en verder detailleren van de techniek plus het meenemen van subsidies is nodig om de bewonerspropositie én duurzaamheid te verbeteren plus de businesscase robuuster te maken. De start-variant voor de ontwikkelfase is een hybride warmtenet op basis van het Buurt EnergieSysteem op 70 graden.
Om alle bewoners een stem te geven is een zorgvuldige participatie nodig. Door middel van sociocratie en deep-democracy kun je structuur en ruggengraat geven aan dit complexe proces. Participatie is ook kwetsbaar; de stille middengroep moet zich veilig voelen om haar mening te geven. Een open gesprek en een a-politiek proces is hiervoor cruciaal. Door te werken met randvoorwaarden kun je gezamenlijke spelregels vaststellen waarbinnen een transitie plaats kan vinden. Een onzorgvuldige participatie zal de klimaat- en energietransitie vertragen. De gemeente Zwolle doet er goed aan om te investeren in volwaardige participatie van onderaf.
6. Terugblik en aanbevelingen De Groene Renovatie is onderdeel geworden van een lerende gemeenschap, van een huiskamer aan de Eerste Weidjesstraat, een COP met de gemeente Zwolle tot een kantoor in Brussel. De klimaat- en energietransitie vragen om een integrale aanpak. Wij willen door; zowel de bewoners als de stakeholders (link bestuurlijk overleg) hebben aangegeven vol vertrouwen de Ontwikkelfase in te gaan. De financieringsaanvraag voor de benodigde € 750k staat klaar om verzonden te worden naar het ontwikkelfonds waarvoor De Groene Renovatie geselecteerd is. Wij vragen een gemeentelijke bijdrage van € 40k voor de komende drie jaar als cofinanciering.
8
Bewonersvisie groen, water, mobiliteit en warmte Openbare ruimte eerlijker en multifunctioneler verdelen Iedereen in het plangebied ervaart de druk op de huidige infrastructuur door de beperkte ruimte. Verschillende buren gebruiken deze ruimte op verschillende manieren en dat gebruik moet met elkaar in evenwicht zijn. Op dit moment neemt de auto verhoudingsgewijs de meeste ruimte in beslag. Om de bestaande situatie te verbeteren en onze buurt klaar te maken voor de toekomst is het nodig om de prioriteiten te heroverwegen.
Parkeerdruk verlagen De parkeerdruk wordt door iedereen als hoog ervaren. Zomaar parkeerplekken verwijderen bij herindeling van de infrastructuur is dan ook onwenselijk. De meerderheid van onze buren ziet kansen om
9
de parkeerdruk te verlagen door deelmobiliteit, parkeer hubs, betere verdeling van parkeervakken en een ander parkeervergunningenbeleid.
Doorgaand verkeer verlagen Er wordt veel overlast en onveiligheid ervaren door zoekend en doorgaand verkeer. De meerderheid van onze buren vindt dat de huidige verkeersinrichting niet meer voldoet. Zij zien kansen in het verlagen van deze verkeersbewegingen door de inrichting en rijrichting te veranderen. Omdat zij zich realiseren dat dit effect heeft op de omliggende straten, willen zij dat proces graag breder trekken dan alleen het plangebied.
Meer bomen De meerderheid van de buurt ervaart dat het gebrek aan bomen ten koste gaat van de kwaliteit en belevingswaarde van de straat. Hittestress wordt door iedereen anders ervaren, maar de meeste buren zijn het erover eens dat de huidige versteende openbare ruimte niet toekomstbestendig is. De uitdagingen die ontstaan bij het planten van grote bomen (wortelgroei en bladeren) gaan ze graag samen aan.
Multifunctioneel groen (eetbaar, spelen, biodiversiteit) Vanwege de beperkte openbare ruimte willen de buren graag zoveel mogelijk functies combineren. Zo zien ze kansen om de biodiversiteit te vergroten en de leefbaarheid te verbeteren met meer groen; geveltuintjes, eetbare (inheemse) planten en fruitbomen. Door dubbel gebruik zoals groen/infiltratie + parkeren en leef-/speelstraten versterken deze functies elkaar.
Wateroverlast/ -tekort beperken (straat, tuin, kruipruimte) De buurt ervaart overlast rond water en erkent de noodzaak om het regenwatersysteem toekomstbestendig te maken. Ze zien kansen om grootschalige infiltratie/opvang te combineren met een groene parkeerplaats in de Tweede Weidjesstraat en een natuurlijke speelplek met wadi in de Sallandsweide. Meerdere buren zien mogelijkheden om hun eigen waterafvoer/opvang aan te sluiten bij deze oplossingen.
Collectieve warmte mag niet meer kosten dan een individuele oplossing De meeste bewoners willen best over naar een collectief systeem, maar dan moet het niet meer gaan kosten dan een individuele oplossing. Zij zien in het haalbaarheidsonderzoek van DWA dat de collectieve systemen duurder zijn dan de berekende individuele oplossingen. Het verschil zien ze echter niet als onoverbrugbaar. Net als adviesbureau DWA zien zij de potentie om de propositie aanzienlijk te verbeteren als
10
onderwerpen als subsidies, grootte van het plangebieden en techniek in detail worden meegenomen tijdens de ontwikkelfase.
Bewoners willen duurzame warmte Bewoners willen een zo duurzaam mogelijke oplossing. Het liefst zonder fossiele brandstoffen. Helaas heeft de haalbaarheidsstudie uitgewezen dat dat niet haalbaar is. Tijdens de selectieavond koos de meerderheid echter niet voor het goedkoopste collectieve systeem maar voor het systeem waar betaalbaarheid en duurzaamheid in balans waren. Dat is dan ook onze opgave voor de ontwikkelfase.
Ruimte in de woning en overlast De buren maken niet alleen een financiële afweging bij de keuze voor een individuele of collectieve oplossing. Ook ruimte in en rond huis en overlast van de techniek buiten spelen een rol bij de keuze voor aardgasloze warmte. Zij zijn het eens met de conclusies van DWA dat een collectief
systeem de minste ruimte kost in (en rond) de woningen. Daarnaast realiseren zij zich maar al te goed dat bedrijven en buren hun verwarming individueel gaan verduurzamen als er geen collectief systeem komt. Ze wegen de eventuele geluidsoverlast dus af tussen: veel individuele buitensystemen inclusief grote individuele systemen voor de bedrijven tegen alle overlast gecentreerd op één locatie.
Samen doen De sociale factor is een andere reden voor de meeste buren om door te willen naar de ontwikkelfase. Door samen te leren en elkaar te helpen willen zij zichzelf en elkaar ondersteunen bij de complexe vraagstukken rond de warmtetransitie. Zij herkennen de kracht van het bewonersproces en zien hier een kans voor versnelling van de wijkaanpak. Daarbij geeft een collectieve oplossing meer samenhang dan individuele oplossingen.
Eigenaarschap bij bewoners De buren hebben zorgen rond het monopolie bij een warmtenet. (Mede)eigenaarschap over belangrijke zaken als prijs en service binnen het warmtebedrijf is voor hen een voorwaarde om over te stappen. Dit organiseren zij het liefst binnen een bewonerscoöperatie. Slechts een adviserende rol in een warmtebedrijf wordt door hen als onvoldoende ervaren. Op dit moment kunnen buren die huren zelf een contract afsluiten met een energieleverancier. Zij zijn dan ook van mening dat huurders even veel zeggenschap en inspraak moeten hebben over/in een bewonerscoöperatie als huiseigenaren.
11
1. Water
Het hoofdstuk over water richt zich op de urgente uitdaging van wateroverlast in de wijk Assendorp - Sallandsweide. Door dit hoofdstuk heen worden verschillende adaptieve maatregelen besproken die zijn voorgesteld om deze problemen aan te pakken. Van de aanleg van wadi’s of infiltratiekratten, tot het herontwerp van parkeerplaatsen. Elk initiatief draagt bij aan het vergroten van de weerbaarheid van de buurt tegen toekomstige klimaatgerelateerde uitdagingen.
De opgave binnen het plan van aanpak luidt alsvolgt: De wateropgave in Assendorp is urgent. De inrichting van de wijk is niet toegerust om heftige regenbuiten te verwerken, met als risico dat straten en huizen blank komen te staan. Deze urgentie was aanleiding om te verkennen of de wateropgave en de warmteopgave is te verbinden. Dit vraagt een gedegen proces met de bewoners, gemeente en stakeholders. De straatinrichting, het plantsoen en de achtertuinen zodanig aanpassen dat de omliggende huizen voor het regenwater worden afgekoppeld van de riolering. Dit levert een verbetering op voor buitengeluk en biodiversiteit.
1.1 Gemeentelijke opgave: Wateroverlast en adaptieve maatregelen In de wijk Assendorp zijn regelmatig hevige regenbuien een bron van zorg geworden. Waarbij zelfs bij relatief milde buien van 36 mm neerslag in drie kwartier, overlast wordt ervaren in tuinen, schuurtjes en enkele woningen. Deze bevindingen zijn gebaseerd op klimaatstress-kaarten en modelleringen die de impact van dergelijke weersomstandigheden in kaart brengen. De dagelijkse praktijk bevestigt ondertussen de verwachtingen.
12 Wateroverlast Bron: Opgavekaart MJOP
Echter, het wordt steeds duidelijker dat de toekomst mogelijk nog grotere uitdagingen met zich meebrengt. Extreme buien, zoals die met een neerslag van 67 mm in slechts één uur (t=100), worden door de klimaatverandering steeds waarschijnlijker. Volgens de modelleringen zou de overlast en schade bij dergelijke buien aanzienlijk toenemen. Het bestaande rioolsysteem kan dit niet verwerken. Deze bevindingen onderstrepen de urgentie van het aanpakken van wateroverlast in de wijk Assendorp en het projectgebied in het bijzonder. Het is duidelijk dat er adaptieve maatregelen nodig zijn om de kwetsbaarheid van de buurt voor deze extreme weersomstandigheden te verminderen en de leefbaarheid te verbeteren. De gemeente Zwolle heeft daarom de opgave meegeven om ruimte te zoeken voor 2 x 500 kuub opvang om de druk en overlast bij extreme buien te beperken. Hierdoor wordt het bestaande rioolsysteem ontlast en hoeft deze niet vergroot te worden. Daarbij is de nadrukkelijke wens van de gemeente om zo min mogelijk
onnatuurlijke materialen te gebruiken. Het zoekgebied voor deze opvang heeft aan de basis gestaan van het integrale project de Groene Renovatie. De Sallandsweide ligt relatief hoog en kan daardoor overlast in laaggelegen gebieden verkleinen. Daarnaast is dit niet alleen maar een opgave voor de openbare ruimte. De meeste regen valt op huizen en in tuinen. Bij het water opvangproject Azaleapark zijn uiteindelijk geen tuinen en huizen gekoppeld, daar ligt dus een participatieve uitdaging.
1.2 Visie van bewoners Zorgen De urgentie van de situatie voor de bewoners van Sallandsweide werd scherp gevoeld tijdens een van onze eerste bewonersavonden in de buurt. De bijeenkomst vond plaats een dag na een heftige regenval, waarbij de Assendorperstraat onder water kwam te staan en verschillende kelders van huizen in de omgeving waren
13
overstroomd. De aanblik van straten die veranderd waren in rivieren en huishoudens die worstelen met wateroverlast, maakte de noodzaak van actie direct duidelijk.
de kwetsbaarheid van de wijk voor extreme weersomstandigheden pijnlijk aan het licht en zorgde voor een gevoel van urgentie onder de Assendorpers.
Tijdens de bewonersavond deelden bewoners hun ervaringen en zorgen over de toenemende frequentie en intensiteit van dergelijke overstromingen. Velen spraken over de schade die ze hadden geleden en de angst voor herhaling in de toekomst. De directe impact van de regenval bracht
Het besef dat klimaatverandering de kans op dergelijke gebeurtenissen alleen maar vergroot, wakkerde het verlangen naar structurele oplossingen aan. Deze bewonersavond diende als een krachtige herinnering aan de noodzaak om gezamenlijk te werken aan het aanpakken van de wateroverlast en het verbeteren van de veerkracht van de buurt tegen toekomstige klimaat gerelateerde uitdagingen.
Bewoner: ‘De straten van Assendorp stonden blank. Dat was heel confronterend. We zagen hoe nodig het is dat het water weg kan. Toevallig gingen we precies de dag erna met de buurt praten over vergroenen. Vol vuur en motivatie hebben we direct subsidie aangevraagd en een datum geprikt om tuintjes aan te leggen in de straat. Het voelde goed om meteen iets te kunnen doen met dat gevoel van urgentie.’
Kansen Er is weinig discussie over de noodzaak om het watermanagement in de buurt anders aan te pakken. Droogte en overstromingen van de afgelopen jaren hebben de theorie werkelijkheid gemaakt. Tijdens de bewonersbijeenkomst ontstond er een duidelijke voorkeur voor het combineren van de verschillende oplossingen in plaats van één enkel infiltratiebassin zoals het Azaleapark. Dit sluit aan bij de wens vanuit
de gemeente Zwolle om zoveel mogelijk natuurlijke materialen te gebruiken. Daarbij denken de bewoners óók aan het koppelen/ realiseren van oplossingen in privétuinen. Voor dat laatste is er wel (financiële) ondersteuning nodig vanuit de gemeente. Met name rond de Sallandsweide liggen hier kansen. De parkeerplaats van de Tweede Weidjesstraat zou de plek kunnen zijn voor een groot ondergronds infiltratiebassin zoals in het Azaleapark. De bewoners hebben dan de voorkeur deze te voorzien van een waterdoorlatende groene bestrating. Op de Sallandsweide is er voorkeur voor een
14
1.3 Maatregelen water Samenwerking met experts van de gemeente Tijdens het proces van het bedenken en ontwikkelen van deze oplossingen is nauw samengewerkt met een multidisciplinair team van de gemeente. Gezamenlijk hebben we overlegd over de nut, noodzaak en haalbaarheid van de voorgestelde maatregelen. Dit team bestond uit experts op het gebied van stedenbouw, watermanagement, groenvoorziening, mobiliteit en beleidsontwikkeling. meer natuurlijke oplossing waarbij meegenomen moet worden dat het bestaande veld óók beschikbaar moet blijven voor buurtevenementen of andere activiteiten. Hier zou dus een wadi passen die gecombineerd kan worden met een kleinere ondergrondse infiltratie. De aansluitende tuinen, met name aan de Sallandstraatzijde, zouden kunnen worden voorzien van waterschuttingen waar de daken op worden aangesloten. Over deze mogelijke oplossingen zijn ook
zorgen: met name de hoge grondwaterstand heeft tot extra waterdruk op kelders én voor ondergelopen kruipruimtes geleid. Zorgvuldigheid rond de effecten van het ontkoppelen van regenwaterafvoer ten gunste van infiltratie is dus nodig. Ook geven oudere inwoners uit het plangebied (het levende geheugen van een wijk) aan dat het opschonen van de vervuilde grond aan de Tweede Weidjesstraat in de jaren ‘80 misschien niet heel zorgvuldig gedaan is. Ook hiervoor is extra aandacht nodig.
Door deze samenwerking hebben we kunnen profiteren van verschillende perspectieven en expertisegebieden, waardoor we tot goed doordachte concepten zijn gekomen die niet alleen effectief zijn, maar ook praktisch uitvoerbaar zijn binnen de context van de wijk Assendorp. De input en betrokkenheid van het multidisciplinaire team hebben bijgedragen aan het verzekeren van een integrale aanpak en het creëren van breed gedragen oplossingen voor de wateroverlast in de buurt.
15
Voorgestelde oplossingen Verschillende oplossingen zijn voorgesteld om de wateroverlast in Assendorp aan te pakken en de veerkracht van de buurt te vergroten. Door deze maatregelen te implementeren, wordt er gewerkt aan een duurzame oplossing voor de waterproblematiek in Assendorp, met als doel het vergroten van de weerbaarheid van de buurt tegen toekomstige klimaatgerelateerde uitdagingen. Aanleg van een wadi, gekoppeld aan de herinrichting van de speelplek achter de sporthal. Deze wadi zal fungeren als buffer voor ongeveer 500 kubieke meter water, waardoor het regenwater op een natuurlijke wijze kan worden opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem. Herinrichting van de parkeerplaats bij de Assendorperdijk, nabij de sporthal. Door de parkeerplaatsen te verplaatsen richting de weg ontstaat er ruimte voor een water-adaptieve groenvoorziening, zoals een wadi, mogelijk in combinatie met een pluktuin. Deze groenvoorziening zal helpen bij het opvangen en
Waterdoorlatende bestrating
Natuurlijke waterbuffer
infiltreren van regenwater, waardoor de kans op overstromingen verkleind wordt. De aanleg van een infiltratiesysteem onder de parkeerplaats bij de Tweede Weidjesstraat en hoek MolenwegSallandstraat. Dit systeem zal in staat zijn om grote hoeveelheden water (±500 kubieke meter) op te vangen tijdens hevige regenbuien, waardoor het risico op wateroverlast in dit gebied wordt verminderd. De schuttingen grenzend aan de speeltuin aan de Sallandsweide vervangen door water-vasthoudende schutting en het afkoppelen van wateropvang van riolering.
Bewoners hebben zin om ermee aan de slag te gaan De betrokkenheid en het gevoel van urgentie onder de buurtbewoners is toegenomen. Steeds meer buren zijn zich bewust van het probleem én dat ze er iets aan kunnen doen. Wat eens een abstract probleem leek, is nu tastbaarder geworden. Bewoners realiseren zich steeds meer dat zij zelf een cruciale rol kunnen spelen in het vinden van oplossingen voor de uitdagingen waarmee hun buurt wordt geconfronteerd. Concrete ideeën zijn opgeschreven en liggen nu op tafel. Bewoners hebben zin omaan de slag te gaan om hun straat en buurt mooier, veiliger en leefbaarder te maken.
16
2. Groen
Een grote uitdaging in het plangebied is dat de openbare ruimte erg versteend is. Een groot gedeelte van het gebied bestaat uit wegen en parkeerplaatsen, wat zorgt voor hittestress. Om de leefbaarheid te vergroten, is het nodig om te zorgen voor meer groen. Een enthousiaste groep bewoners organiseert acties om hier en daar al wat plekken te vergroenen. Ook worden er plannen gemaakt om de straten anders in te delen, zodat er nog meer ruimte komt voor groen.
De opgave binnen het plan van aanpak luidt alsvolgt: Assendorp is een gezellige buurt, met van oudsher een levendig sociaal leven. Er staan vooral oude huizen uit 1900-1930 die vaak slecht geïsoleerd zijn. Er is echter weinig groen met krappe straatjes waar parkeerplaatsen voor auto’s veel ruimte vragen. Bij hete zomers is de wijk een hitte-eiland. Meer groen, biodiversiteit en spons- en schaduwwerking. Vergroten van buitengeluk (leefbaarheid) door dit integraal te realiseren.
2.1 Gemeentelijke opgave: versteende ruimtes en hittestress Assendorp is de dichtstbebouwde wijk van Zwolle en bijzonder versteend. Op hete dagen worden de bewoners geconfronteerd met hoge gevoelstemperaturen, die zelfs boven de 40°C kunnen uitkomen. De versteende openbare ruimte, dichte bebouwing en vele geparkeerde auto’s fungeren als een accumulator van hitte. Hierdoor is de wijk op hete dagen tot wel 4 graden warmer dan de omliggende wijken. Om deze uitdaging aan te pakken, zijn er kansen geïdentificeerd voor het creëren van koelere plekken in de buurt, met als doel de leefbaarheid te vergroten en hittestress tegen te gaan.
17
Grote bomen kunnen de effecten van hittestress verminderen. Een belangrijke uitdaging is de beperkte ruimte in de ondergrond voor grote bomen, waardoor het moeilijk is om voldoende groen te integreren. Daarnaast is haast geboden; alleen volgroeide bomen geven het nodige
resultaat en de verwachting is dat de komende jaren de temperatuur nog verder zal oplopen. We moeten dus nú planten voor de koelte van morgen. Meer ruimte voor groen betekent minder ruimte voor iets anders. Een aspect van
deze uitdaging is de ervaren parkeerdruk in de wijk. Bewoners willen graag hun auto in de buurt parkeren. Deze twee behoeften staan op gespannen voet met elkaar, waarbij de beschikbare ruimte eerlijk moet worden verdeeld. Dit conflict tussen parkeren en vergroening vraagt om een zorgvuldige afweging en creatieve oplossingen om een balans te vinden die zowel aan de behoeften van de bewoners als aan de doelstellingen van het vergroenen van de wijk tegemoetkomt.
2.2 Visie van bewoners De meerderheid van de bewoners wil graag méér bomen in de straat. Met name de Eerste Weidjesstraat en de Molenweg komen er bekaaid vanaf. Hier voldoet de huidige beplanting ook niet aan de 3-30300 doelstelling van de gemeente Zwolle. Ook de Assendorperdijk kan wel wat grotere bomen gebruiken. Hier zien we echter wel veel groen en bomen in de tuinen van bewoners en de scholen. Hittestress Bron: Opgavekaart MJOP
18
Gemeentelijke bomenkaart Bron: EC-beheer
Ook hier geldt weer dat de meerderheid de noodzaak van extra bomen inziet, maar ook dat er zorgen zijn. Die liggen met name rond overlast van bladeren en wortelgroei. Ook hier spelen goede afspraken met de gemeente een rol om die zorgen weg te nemen. Het plangebied is relatief groen vergeleken met de rest van Assendorp; in de Sallandsweide, de groenstrook rond de parkeerplaatsen aan de Tweede Weidjesstraat, de tuinen van de zaagtandwoningen en school-
gebouwen aan de Assendorperdijk. De Eerste Weidjesstraat, Sallandstraat en Molenweg zijn daarentegen juist erg versteend. De genoemde straten bieden weinig ruimte om grootschalig te vergroenen. Bewoners zoeken naar plekken waar dat wél kan. Gecombineerd met de herinrichting van de verkeersstromen in het plangebied liggen er kansen om de Tweede Weidjesstraat voor een groot gedeelte autovrij te maken. De vrijgekomen ruimte kan vergroend worden. De direct aanwonenden hebben een schets gemaakt van die visie.
Zorgvuldig aangelegde en onderhouden tuintjes als resultaat van tegelwip-acties kunnen bij veel bewoners op waardering rekenen. Het vergroot aantoonbaar het buitengeluk en de grote meerderheid van de bewoners erkennen de noodzaak rond infiltratie, biodiversiteit en hittestress. Zorgen zijn er ook. Slecht onderhouden tuintjes kunnen overgroeien over de smalle trottoirs en de aanblik van de straat verslechteren. Daarom is het belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden over onderhoud en de rol van de gemeente.
19
2.3 Groen initiatieven: vergroening van de wijk De buurtbewoners van Sallandsweide hebben een schat aan ideeën om de wijk te vergroenen en te verrijken. Sommige plannen kunnen gelijktijdig met de wateropgave gerealiseerd worden, andere zijn afhankelijk van het vinden van ruimte of de planning van het warmtenet. De Sallandsweide is nu al een ‘groene oase’ in de versteende buurt. Deze kan verder worden omgevormd tot een klimaatadaptieve plek waar buurtbewoners in de zomer kunnen schuilen en ontspannen, weg van de hitte van de
versteende straten. Natuurlijk spelen en biodiversiteit zetten hier de toon. De parkeerplaatsen aan de Assendorperdijk, Sallandstraat en Tweede Weidjesstraat kunnen anders worden ingericht, waardoor er ruimte ontstaat voor extra groen. Een gedurfd voorstel is het afsluiten van de Tweede Weidjesstraat. Dit opent de mogelijkheid voor de aanleg van een uitgestrekte groenstrook, die aansluit bij het groen-blauwe netwerk. Eetbare planten en biodiversiteit kunnen hier aan de basis staan van het beplantingsschema. Het instellen van eenrichtingsverkeer op de Molenweg en Assendorperdijk
zal niet alleen de verkeersstromen verbeteren, maar ook ruimte creëren voor groen door de wegen te versmallen waar mogelijk. Dit kan op de bestaande bestrating gerealiseerd worden. Deze herinrichting zal ook de mogelijkheid bieden om parkeerplaatsen van de straten met minder ruimte, zoals de Eerste Weidjesstraat, te verplaatsen naar de Assendorperdijk, waardoor groene zones kunnen worden gecreëerd in de straat. Aan de Assendorperdijk kunnen we een lange bomenlaan realiseren, met majestueuze hoge bomen die niet alleen een esthetisch element toevoegen,
20
maar ook een verkoelende werking hebben. Ditzelfde concept voor de Molenweg, waardoor beide straten worden omgetoverd tot groene corridors die verlichting bieden van de zomerhitte en tegelijkertijd een groene leefomgeving creëren voor alle bewoners en voorbijgangers. Er is een ‘groene kansenkaart’ ontwikkeld om in kaart te brengen welke plekken in het plangebied op een eenvoudige wijze kunnen worden vergroend. Door stenen te verwijderen en groen te integreren op deze locaties, kunnen kleine en middelgrote groene zones ontstaan die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid en het verminderen van hittestress in de wijk. Deze strategie biedt een praktische en directe aanpak om de hoeveelheid versteende ruimte te verminderen en de groenvoorziening te vergroten.
Bestaande situatie
De ideeën en initiatieven van bewoners weerspiegelen de kracht van gemeenschapszin en het verlangen naar een groenere, gezondere en leefbaardere woonomgeving. Met hun creatieve ideeën zien ze hoe een gezamenlijke inspanning kan leiden tot een positieve transformatie van hun geliefde buurt, waarbij alle dromen, zorgen en wensen meegenomen zijn. De vergroening van de ‘groene oase’ speeltuin achter de sporthal in de Sallandsweide kan deze plek transformeren tot een oase van verkoeling en ontspanning, waar buurtbewoners tijdens de zomer-
Groene corridor
maanden kunnen ontsnappen aan de hitte van de versteende straten. De herinrichting van parkeerplaatsen leidt tot meer groene ruimtes en ook tot een verbeterde luchtkwaliteit en een vermindering van de parkeerdruk in de buurt. Bovendien sluiten deze voorstellen aan bij de ambitie van de gemeente Zwolle voor een groen-blauw netwerk in de stad. Door deze ontwikkeling door te trekken bij de herontwikkeling van Assendorperstraat 127 (Basisschool Het Mozaïek), kan een groene aansluiting gecreëerd worden tussen het park De Wezenlanden en het Azaleapark.
21
3. Mobiliteit
De wijk Assendorp staat voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van mobiliteit, met name wat betreft parkeerdruk en verkeersveiligheid. De oorspronkelijke structuur van de wijk, die niet is ontworpen met auto’s in gedachten, leidt tot problemen op het gebied van verkeersbeheer en veiligheid. Dit hoofdstuk behandelt de problematiek van verkeersdrukte en onveilige situaties in de wijk, en presenteert oplossingen om duurzame mobiliteit te bevorderen. Bewoners streven naar een betere verkeerssituatie die ruimte biedt aan zowel voetgangers als fietsers.
3.1 Gemeentelijke opgave: parkeerdruk en verkeersveiligheid De smalle straten, kleine stoepjes, geparkeerde auto’s en korte draaicirkels zorgen voor een gebrek aan ruimte voor auto’s om comfortabel te manoeuvreren, bovendien is er te weinig ruimte voor voetgangers en fietsers. Zelfs straten die tweerichtingsverkeer zijn, bieden vaak niet voldoende ruimte voor slechts één auto om door te rijden, wat leidt tot verkeersopstoppingen, afgebroken spiegels en gevaarlijke situaties. Ook is het lastig om een parkeerplaats te vinden. Het gebrek aan duidelijk gemarkeerde parkeervakken draagt ook bij aan de verwarring en onzekerheid voor bestuur-
ders, wat de kans op botsingen vergroot. Dit alles draagt bij aan een algeheel gevoel van onveiligheid op de weg, ook voor voetgangers en fietsers. Er is simpelweg te weinig ruimte beschikbaar voor het aantal auto’s dat in de wijk wordt geparkeerd.
22
Helemaal gezien de opgave dat er meer groen in de wijk moet worden toegevoegd en de huidige verdeling van de openbare ruimte niet meer past bij een veranderende wereld. Vanuit de gemeente is er een duidelijke visie rond mobiliteit. Met STOP geeft zij de prioriteit aan bij (her)inrichting van de openbare ruimte:
S
Stappen: genoeg ruimte voor lopen
T
Trappen: daarna ruimte voor de fiets
O Openbaar vervoer:
volgt als derde prioriteit
P
Personenvervoer pas als laatste. Met daarbinnen ook nog prioriteit voor deelauto.
3.2 Visie van bewoners Zorgen Parkeren en het gebruiken van de openbare ruimte maakt veel los. Oudere bewoners zien de openbare ruimte en straat als een middel om van huis naar winkel of werk te komen, jongere bewoners verwachten meer en zien deze ruimte als onderdeel van hun leefomgeving. De huidige indeling stamt uit de jaren 80 en is duidelijk aan vernieuwing toe. Alle buren zijn het er over eens: het knelt aan alle kanten. Daarnaast ervaren bewoners pér straat een andere parkeerdruk. Dit heeft te maken met de daadwerkelijk fysiek aanwezige parkeerplekken, de inrichting van de straat en de positie van de straat ten opzichte van de rand van de wijk (waar de parkeerdruk minder hoog is). In tegenstelling tot gemeentelijk beleid ervaren veel bewoners dicht bij huis parkeren wél als een recht. Oplossingen dienen dus zorgvuldig verdeeld te worden binnen het plangebied.
23 Rijrichting
Proactieve handhaving op de vergunningsregels is een tweede onderwerp dat meerdere keren op tafel is gekomen. Bewoners vinden het lastig om hun buren aan te spreken op overlast van (recreatie) voertuigen die niet voldoen aan de vergunningseisen, terwijl de gemeente alleen handhaaft bij melding van overlast. Daarnaast neemt de parkeerdruk toe door oneigenlijk gebruik van de parkeerplaatsen. Er wordt overlast ervaren van auto’s en (bestel)busjes die rond etenstijd in de wijk parkeren en ‘s ochtends weer weg zijn, waarbij de bestuurders op (vouw) fietsen het plangebied uitgaan.
Geparkeerde fietsen vormen ook een bron van overlast. Met name in straten bij woningen die geen achterom hebben, zoals bijvoorbeeld een deel van de Molenweg. Logisch; terwijl er voor een auto 12,5 m2 gereserveerd wordt in de openbare ruimte, moeten fietsen op de stoep geplaatst worden. Een stoep die bovendien extra smal is omdat auto parkeervak en straat anders niet passen. Hierdoor moeten voetgangers, kinderwagens en rollators, met name in de Molenweg, met grote regelmaat uitwijken naar de weg. Het eerlijker verdelen van de openbare ruimte is dan ook een veel terugkerende wens.
Doorgaand verkeer is tevens een veelgenoemde zorg en bron van overlast en onveiligheid. De huidige inrichting zorgt voor, vaak hard rijdend, doorgaand verkeer van de Assendorperdijk richting de Assendorperstraat en omgekeerd. Met name in de Eerste Weidjesstraat en de Sallandstraat.
De grootste uitdaging is de auto. Er zijn grofweg drie zienswijzen van bewoners:
Ik wil wel een deelauto
Ik wil wel parkeren op een mobi punt
Alle bewoners zijn het erover eens dat de parkeerdruk moet worden verlaagd; als je bij huis wilt parkeren moet dat (onvoorwaardelijk) mogelijk blijven. Ook ruimte om te parkeren voor bezoek moet aangeboden blijven. Dat betekent dat de benodigde ruimte in de openbare ruimte alleen gecreëerd kan worden als er een breed spectrum aan alternatieven aangeboden gaat worden.
Ik wil mijn eigen auto in de buurt van huis parkeren
24
Kansen Bewoners zien kansen aan de Assendorperdijk om extra parkeerplekken te realiseren op bestaande bestrating. Zo kan er ruimte gecreëerd worden in (met name) de Eerste Weidjesstraat en de Molenweg zonder dat er parkeerplekken in het plangebied hoeven te verdwijnen. Dit kan dus gerealiseerd worden zonder aanpassing van het parkeerbeleid. Ook rond het parkeerbeleid zien bewoners mogelijkheden om de parkeerdruk te verlagen. Een tweede vergunning wordt eigenlijk door iedereen als onwenselijk gezien. De vrijgekomen ruimte zou niet ingezet moeten worden om de vergunningsdruk te verlagen maar om parkeerdruk te verlagen.
Bewoner: ‘Ik wil wel op afstand parkeren, maar dan alleen als de parkeerplek bij mij in de straat vergroend wordt.’
De gemeente kan hier strenger en beter handhaven. Handhaving zou bovendien beter ‘s avonds plaats kunnen vinden dan overdag. Juist als de bewoners problemen ervaren is de handhaving naar huis. Mobi punten en deelauto’s Een deel van de bewoners is bereid om hun auto verder weg te parkeren of om mee te doen met een deelauto project als dat voordelen op gaat leveren. Een van de belangrijkste genoemde voordelen is het verbeteren van de leefbaarheid van hun straat. Maar ook financieel voordeel zoals differentiatie van de prijs voor parkeervergunningen tussen straat en mobi punt of minder maandelijkse kosten aan een deelauto dan een in eigen bezit, spelen een rol. Daarnaast kan ook ontzorging bij een deelauto (geen onderhoud, apk) of extra service bij een mobi punt een reden zijn om de overstap te maken. De bewoners denken graag mee over het herinrichten van de rijrichtingen in het plangebied en realiseren zich tevens dat dit óók effect heeft op de aanliggende straten.
Eén van de scenario’s die besproken is is de variant waarbij de Tweede Weidjesstraat afgesloten gaat worden, de Eerste Weidjesstraat alleen vanaf de Molenweg toegankelijk is en de Sallandstraat alleen vanaf de Assendorperdijk. Tijdens de bewonersbijeenkomst waarbij dit scenario uitgewerkt is, is tevens besproken dat men dit graag proefondervindelijk wil testen.
Parkeerdruk Eerste Weidjestraat en Molenweg verlagen door Assendorperdijk efficiënter in te richten.
25
Breder kijken dan het plangebied Over sommige zaken zijn alle bewoners het, al vanaf de eerste gesprekken, eens; zomaar parkeerplaatsen verwijderen verhoogt de parkeerdruk en is onwenselijk én oplossingen voor het ene deel van Assendorp mogen geen overlast veroorzaken bij een ander deel. Tenslotte is er een groot draagvlak voor het invoeren van een 7x24 uurs vergunning om
oneigenlijk gebruik van parkeerplaatsen in de avond tegen te gaan. Het uitbreiden van het parkeervergunninggebied tot bijvoorbeeld de Hortensiastraat zou dit kunnen voorkomen. Om de overlast van geparkeerde fietsen op de stoep tegen te gaan, zien we dat de enige beschikbare ruimte om oplossingen te realiseren, van de auto moet worden afgesnoept.
Het anders invullen van de mobiliteit zou kunnen door beter openbaar vervoer. Het plangebied ligt echter vrij gunstig bij buslijnen en het treinstation. Extra openbaar vervoer is dan ook niet teruggekomen als wens tijdens de vele huiskamergesprekken en bewonersbijeenkomsten.
26
3.3 Oplossingen: bevorderen van duurzame mobiliteit Om de verkeersproblematiek in Assendorp aan te pakken en duurzame mobiliteit te bevorderen, worden verschillende oplossingen voorgesteld: Deelmobiliteit stimuleren: een groep bewoners is bereid hun individuele auto’s op te geven en deel te nemen aan deelmobiliteitsinitiatieven. Door hun auto’s te delen met buurtgenoten, kunnen zij niet alleen kosten besparen, maar ook de totale parkeerdruk in de wijk verminderen. Afstandsparkeren aanmoedigen: een andere groep bewoners staat open voor het idee om hun auto buiten de wijk te parkeren, bijvoorbeeld bij Landstede, MyOffice, VIA, Provincie Overijssel of andere aangewezen locaties. In ruil voor het opgeven van hun parkeervergunning wordt gegarandeerd dat er geen auto voor in de plaats komt, waardoor de beschikbare parkeerruimte in de buurt wordt vergroot.
Parkeervergunningenbeleid aanscherpen: een tweede vergunning zou actief afgebouwd moeten worden, eventueel in combinatie met een alternatief op een mobi punt. Controle van de vergunningen zou niet tussen 9:00 en 17:00 plaats moeten vinden (als bewoners naar hun werk zijn) maar juist rond de spitsuren als bewoners de meeste overlast ervaren. Vergunningen zouden 24/7 nodig moeten zijn. Betaald parkeren uitbreiden naar 24/7: om de beschikbaarheid van parkeerplaatsen te verbeteren en langdurig parkeren te ontmoedigen, wordt voorgesteld om het betaald parkeren gebied te verkleinen en om te zetten naar een 24/7 betaald parkeren gebied. Verkeersrichting in het hele plangebied herinrichten: door eenrichtingsverkeer in te voeren in diverse straten, kan de verkeersstroom efficiënter worden gereguleerd. Omdat auto’s elkaar niet hoeven te passeren, ontstaat er meer ruimte om de straten opnieuw in te richten ten gunste van groen en andere vormen van duurzame mobiliteit zoals fietsen.
Afsluiten van de Tweede Weidjesstraat: door de Tweede Weidjesstraat af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer, ontstaat er ruimte voor alternatieve vormen van mobiliteit, zoals fietsen en wandelen. En vooral groen. Het oneigenlijk gebruik van parkeerplaatsen voor puincontainers, caravans en vouwwagens zou actiever gecontroleerd en ontmoedigd moeten worden door de gemeente. Deze oplossingen benadrukken het belang van samenwerking tussen bewoners, gemeente en andere betrokken partijen om duurzame mobiliteit te bevorderen en de leefbaarheid van Assendorp te verbeteren. Met deze maatregelen kunnen we streven naar een evenwichtigere en leefbare wijk voor iedereen.
27
3.4 Resultaten en impact Het is essentieel om buurtbewoners keuzes te bieden en alternatieven te presenteren die aansluiten bij hun behoeften en levensstijl. Door bewoners te voorzien van goede alternatieven, zoals goed georganiseerd OV, veilige wandel- en fietsroutes, deelmobiliteit, afstand parkeren én ze de kans te bieden dichtbij hun huis te blijven parkeren als ze dat willen, kunnen zij zich gemakkelijker committeren aan veranderingen zonder het gevoel te hebben dat ze worden gedwongen. Dit is belangrijk omdat parkeren en de auto een polariserend onderwerp is.
gelijk wordt ontmoedigd en de straten een veilige en aantrekkelijke omgeving zijn voor alle bewoners.
De straten moeten zo worden ingericht dat bewoners hun eigen auto’s kunnen parkeren, evenals bezoekers, pakketdiensten en veiligheidsdiensten. Dit vereist een zorgvuldige planning en ontwerp van de openbare ruimte, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van verschillende gebruikers. Het doel is om een balans te vinden tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, waarbij gemotoriseerd verkeer zoveel mo-
Veel bewoners tonen een opvallende bereidheid om hun parkeervergunning op te geven, op voorwaarde dat de uitgifte van vergunningen op een eerlijke en transparante wijze wordt gehanteerd. Ze zijn niet tegen verandering, maar willen zeker stellen dat deze veranderingen eerlijk en rechtvaardig worden doorgevoerd. Het vermijden van ‘achterdeur’ uitgifte van vergunningen is hierbij essentieel,
aangezien dit zorgt voor een gevoel van gelijkheid en rechtvaardigheid onder alle bewoners. Dit benadrukt het belang van transparantie en participatie van bewoners bij het vormgeven van mobiliteitsbeleid in de wijk. Door deze hoofdaanbevelingen in overweging te nemen, kunnen we streven naar een effectieve aanpak van mobiliteitsproblemen in het plangebied, waarbij ruimtelijke veranderingen en gedragsveranderingen hand in hand gaan en bijdragen aan een duurzamere en leefbaardere wijk voor iedereen.
28
4. Warmte
Assendorp moet, net als de rest van Zwolle en Nederland, van het aardgas af. De gemeente is begonnen in andere wijken, maar bewoners in de Sallandsweide willen niet
In dit hoofdstuk lees je de uitdagingen van de warmtetransitie en de haalbaarheid van een collectief warmtenet. Het gaat over participatie en het streven naar een duurzame warmtevoorziening die bijdraagt aan het verminderen van de CO2-uitstoot en toepasbaar is in de oude woningen van Assendorp.
wachten. Zij zijn zelf op zoek gegaan naar een nieuw aardgasloos warmtesysteem voor hun buurt. Zij nemen de leiding en werken samen met partners in de buurt, de gemeente en er is een adviesbureau betrokken voor de berekeningen.
4.1 Bewoners opgave: voorkeursvariant alternatief aardgas In november 2020 hadden wij in Assendorp Jan Rotmans (hoogleraar Transitieleer) en Raymond Frank (gemeente Zwolle) op bezoek tijdens onze Warmtecafé’s. De grote vraag was: hoe gaan we Assendorp aardgasvrij krijgen? Het antwoord: door samen op pad te gaan. Samen te leren, samen te ontdekken en samen stappen te zetten.
Drie jaar later hebben we de kans gekregen om samen met onze buren een Buurt Energieplan te schrijven voor een deelgebied van de wijk. Daarbij hebben wij onszelf de volgende opdracht gegeven: Een voorkeursvariant als alternatief voor aardgas, inclusief wat de huizen/gebouwen aan maatregelen nodig hebben. Gaat over het warmtesysteem, woningverbetering, het technische ontwerp en de business case. In het Buurt Energieplan plus moet nader onderzoek worden gedaan naar een alternatief voor aardgas. Het uitwerken van optimale systeemconfiguratie met technische en financiële haalbaarheid.
29
“De studie moet uitwijzen of de bron voldoende capaciteit heeft (of zelfs overcapaciteit heeft om het gebied te vergroten), wat deze variant vraagt aan reductie van de huidige energievraag in woningen en gebouwen, welke aanvullende apparatuur in woningen geplaatst moet worden en wat totale investering- en exploitatiekosten zijn en de individuele basis aansluitkosten (BAK).” “Naast deze ‘voorkeursvariant’ worden twee alternatieven onderzocht. Een MT warmtenet (50-70 graden) en een individuele variant met (hybride) warmtepomp met een eventueel alternatief gas (zie Warmtegids Zwolle, bijlage 3b). Ook hierbij worden capaciteit, effect op woningen en gebouwen qua reductie energie, aanvullende benodigde apparatuur in de woningen en gebouwen en kosten doorberekend. Ook inpassing van de varianten in de wijk is hiervan onderdeel. Denk aanapparatuur in en onder fysieke ruimte (groenstroken, parkeerstroken en weg).”
Deze opdracht sluit aan bij de doelstellingen uit de Zwolse Transitievisie warmte 2020. “Zwolle wordt aardgasvrij” en de recente opgave zoals die door de gemeente Zwolle is geformuleerd in de ambitienota mei 2024. “Het klimaat verandert, vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen. Overheden maken beleid en afspraken om dit gebruik terug te dringen. Ook Zwolle gaat van het aardgas af. Om dit te bereiken gaan we allemaal minder energie gebruiken, huizen en (bedrijfs-)gebouwen duurzamer maken, schone (eigen) energie opwekken en duurzaam reizen en vervoeren. Het moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Dit doen we wijk voor
wijk door samen te werken, want iedereen heeft een rol in deze verandering om Zwolle klaar te maken voor de toekomst.” Omdat we deze vragen samen met ál onze buren willen beantwoorden staat voor ons het proces centraal. In het hoofdstuk over bewonersparticipatie gaan wij hier uitgebreid op in. Voor het structuren van de opgave hebben we gebruikgemaakt van het stappenplan van EnergieSamen Buurtwarmte. Hierin wordt de ontwikkeling van een warmtenet opgesplitst in 4 fases waarvan de eerste fase (de initiatieffase) eindigt in een Buurt Energie Plan (BEP). Omdat wij het warmtenet integreren met andere opgaven in de buurt noemen wij dit plan het BEP +.
30
4.2 Visie van bewoners De vraagstukken binnen deze deelopgave zijn onder te verdelen in twee categorieën: a) ingewikkelde vragen: gaat over techniek en business case: DWA, het projectteam, de werkgroep Warmte hebben, met advies van de andere stakeholders, zich beziggehouden met het haalbaarheidsonderzoek en de berekeningen via het TREX model van de gemeente Zwolle. b) complexe vragen: gaan over gedrag, zorgen, wensen en dromen: bewoners van het plangebied hebben via de bewonerswerkgroep Warmte meerdere bewonersavonden en verschillende huiskamergesprekken de randvoorwaarden opgesteld waarbinnen de technische oplossingen aansluiten op de complexe vraagstukken van dit onderwerp.
Tijdens de bewonersavond over de resultaten uit het haalbaarheidsonderzoek is vervolgens uitgebreid stilgestaan bij de randvoorwaarden, het karakter van dit onderzoek, de conclusies én de potentie die DWA, de bewonerswerkgroep Warmte en het projectteam zien. Aanwezige bewoners hebben met ruime meerderheid gekozen om door te gaan naar de Ontwikkelfase met een collectief systeem. Via een enquête is deze uitslag getoetst onder bewoners die niet aanwezig waren. Belangrijkste voorwaarden van bewoners zijn vastgelegd in de uitgangspunten die het afgelopen jaar verzameld zijn. Randvoorwaarden I Mag niet meer kosten dan een individuele oplossing Het door iedereen breed geaccepteerd uitgangspunt hierbij is dat de vergelijking niet wordt gemaakt op basis van de huidige situatie (cv-ketel op aardgas) omdat mensen hoe dan ook de komende jaren een verduurzamingsslag te maken hebben met als minimum variant een individuele hybride oplossing, afhankelijk van door
31
te voeren beleid. De resultaten uit het haalbaarheidsonderzoek voor collectieve systemen zijn duurder dan de berekende individuele hybride en all-electric oplossingen. De verschillen liggen echter binnen de bandbreedte die je kunt verwachten bij een studie op hoofdlijnen en zowel DWA, het projectteam als de stakeholders Landstede, Habion en de gemeente Zwolle zien potentie om de propositie aanzienlijk te verbeteren als onderwerpen als subsidies en plangebied-vergroting in detail worden meegenomen tijdens de Ontwikkelfase. II Duurzame warmte De piek- en backup-gasketels maken het systeem minder duurzaam dan een (individueel) all-electric oplossing. De kosten voor een volledig all-electric piek- en backup systeem maakten de businesscase echter onbetaalbaar. DWA, het projectteam en de stakeholders zien kansen om de duurzaamheid te verbeteren. De WKO inzetten voor het opvangen van piek-opwek met PV gedurende de zomer is een optie waarbij een lagere stroomprijs gecombi-
neerd kan worden met een oplossing voor net congestie. Een kleinschalige warmte buffer kan de warmte-piekvraag opvangen en zo de inzet van een piek-gasketel verminderen. Local for local is daarnaast nadrukkelijk een wens en kan de duurzaamheid aanzienlijk verbeteren plus een bijdrage leveren in het verminderen van net congestie. III Ruimte in de woning en overlast Bewoners maken niet alleen een financiële afweging bij hun keuze voor een individuele of collectieve oplossing. Ook ruimte in en rond het huis en overlast van individuele buitendelen spelen een (zwaarwegende) rol bij de keuze voor aardgasloze warmte. De bewoners onderschrijven de conclusies van DWA dat een collectief systeem de minste ruimte kost in de (kleine) woningen binnen het plangebied en de minste overlast van individuele buitendelen veroorzaakt. Daarbij realiseren bewoners zich maar al te goed dat de omliggende utiliteiten hun opgave individueel gaan oplossen als er geen collectief systeem komt. Habion heeft al aangegeven voor een
hybride oplossing te gaan. De bewoners wegen de eventuele geluidsoverlast dus af tussen: veel individuele buitensystemen inclusief grote systemen voor utiliteiten tegen alle overlast gecentreerd op één locatie.
IV Samen doen De sociale factor is een andere reden voor bewoners om door te willen naar de Ontwikkelfase. Door samen te leren en elkaar te helpen willen bewoners zichzelf en elkaar ondersteunen bij de complexe vraagstukken rond de warmtetransitie. De bewoners herkennen de kracht van het bewonersproces en zien hier een kans voor versnelling van de wijkaanpak. Daarbij geeft een collectieve oplossing meer samenhang dan individuele oplossingen.
32
V Eigenaarschap bij bewoners Bewoners hebben zorgen over het monopolie bij een warmtenet. (Mede)eigenaarschap over belangrijke zaken als prijs en service binnen het warmtebedrijf zien ze als voorwaarde om over te stappen. In het plangebied hebben bewoners een duidelijke voorkeur dit te organiseren binnen een bewonerscoöperatie. Bewoners en het projectteam zien kansen om samen op te trekken met het Zwolse warmtebedrijf-in-oprichting om hier invulling aan te geven. Slechts een adviserende rol in een warmtebedrijf (een bewonersraad zoals in Groningen) wordt door zowel bewoners als het projectteam als onvoldoende ervaren.
Huurders Op dit moment kunnen huurders van zelfstandige wooneenheden zelf een contract afsluiten met een energieleverancier. De opwekker (gasketel in de meeste gevallen) en het afgiftesysteem is onderdeel van de woning en daarmee de verantwoordelijkheid van de verhuurder. Bij gesprekken rond een warmtenet zitten dus zowel de verhuurder (voor het vastgoed) als de huurder (vanwege de inkoop energie) aan tafel. Bewoners en het projectteam zijn van mening dat huurders evenveel zeggenschap en inspraak moeten hebben over een eventuele bewonerscoöperatie als huiseigenaren.
4.3 Oplossing: wat is het beste alternatief voor aardgas? Samen met DWA hebben bewoners onderzoek gedaan naar de verschillende opties om Assendorp in het algemeen en het projectgebied in het bijzonder van het aardgas te krijgen. Daarbij heeft het projectteam samen met de werkgroep Warmte de indi-
viduele optie uitgewerkt en heeft DWA zich gericht op de collectieve oplossingen. De haalbaarheidsstudie van DWA is geschreven om antwoord te geven op de vragen; is een collectief warmtesysteem technisch en financieel (businesscase) mogelijk. Voor de volledigheid; een bewonerspropositie maakte geen onderdeel uit van de haalbaarheidsstudie. De haalbaarheidsstudie van DWA is onderdeel van de bijlagen. Er is uitgegaan van kengetallen die vooraf met gemeente Zwolle, DWA, SWZ, bewonerswerkgroep warmte en het projectteam De Groene Renovatie doorgesproken zijn. Omdat een bewonerspropositie geen onderdeel uitmaakt van deze studie naar een collectieve oplossing is besloten om de prijs per joule en het vastrecht vast te zetten. DWA heeft gerekend naar businesscases zonder onrendabele top door de BAK hierop aan te passen. De resultaten moeten dan ook als zodanig geïnterpreteerd worden. Er is gerekend met redelijk conservatieve ‘worstcase’ uitgangspunten, zonder subsidies en zonder mogelijke (gedeeltelijke) socialisering van de kosten van de warmte-infra.
33 Vergroting plangebied
Wij herkennen ons in conclusies van DWA; ook wij zien potentie in een collectief warmtesysteem. Het is duidelijk dat het huidige plangebied te klein is en dat er verdere optimalisatie nodig is op financieel (oa subsidies) en technisch gebied om de rentabiliteit te verbeteren. Daarbij zal sturen op een goede bewonerspropositie in de Ontwikkelfase prioriteit moeten hebben. DWA geeft hiervoor aanbevelingen die het projectteam onderschrijft en die onderdeel zullen zijn van ons plan van aanpak voor de Ontwikkelfase. Het recente rapport van Berenschot (Warmtenetten in vergelijking met andere warmtebronnen) bevestigt dat warmtenetten binnen wijken zoals Assendorp een goede keuze zijn.
huurwoningen in het gebied (17 woningen) aangegeven dat een individuele all-electric oplossing hun nu het meest haalbaar lijkt. SWZ kan de schilverbetering van haar woningen nu wel gewoon uitvoeren en het besluit over de warmtebron nemen op het moment dat in de Ontwikkelfase een concrete propositie gedaan kan worden. Als de kosten voor zowel de woningcorporatie (de BAK) als de huurder (vastrecht + joule prijs) vergelijkbaar zijn met de individuele oplossing wil SWZ aansluiten op de collectieve oplossing. Soortgelijke afwegingen worden gemaakt bij de overige stakeholders/ vastgoedbezitters Landstede en Habion.
Tijdens het bestuurlijk overleg met de stakeholders hebben alle betrokken partijen aangegeven zich te herkennen in de conclusies van DWA en het projectteam. Zowel de gemeente Zwolle als de directies van Landstede, SWZ en Habion stemmen in met het opstarten van de Ontwikkelfase (bijlage verslag overleg). Woningstichting SWZ heeft als belangrijkste eigenaar van
Belangrijkste aandachtspunten voor Ontwikkelfase Vergroten plangebied: Het huidige plangebied van 172 WEQ (Woning Equivalenten) willen we vergroten naar 500 WEQ. De corporatie Habion van Huize Assendorp (ca 100 WEQ) is al aangesloten, er lopen gesprekken met Katholieke Pabo Zwolle
(ca 50 WEQ) en de eerste huiskamergesprekken in de omliggende straten zijn gevoerd. Subsidies verkennen: De businesscase in het haalbaarheidsonderzoek van DWA is zonder subsidies en zonder onrendabele top maar levert geen goede bewonerspropositie op. Tijdens de Ontwikkelfase willen we de businesscase verder in detail uitwerken en de bewonerspropositie verbeteren. Voor een eventuele onrendabele top zoeken we passende subsidies. Techniek verder uitwerken: DWA heeft in de haalbaarheidsstudie een aantal aanbevelingen gedaan die de rentabiliteit en duurzaamheid van het systeem verbeteren
34
en wij willen graag verder in detail uitwerken: Piekvraag opvangen met kleinschalige WKO (verlaagd inzet piek-gasketel) WKO inzetten voor het afvangen van de piek-opwek met PV in Assendorp (lagere inkoop plus deeloplossing net congestie) Local for local; lokaal opgewekte stroom lokaal inkopen binnen een energiegemeenschap. Gekozen variant Tijdens de haalbaarheidsstudie zijn er door DWA drie varianten doorgerekend om antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag én genoeg informatie te verzamelen om een aantal afwegingen te kunnen maken voor de vervolgfase. De berekende varianten zijn dan ook niet per se de definitieve opties. A. All-electric variant met WKO, 100% regeneratie via PVT, 45 graden B. Hybride variant met WKO, maximaal mogelijke regeneratie PVT, 70 graden C. BES systeem; hybride variant, 45 graden
Uit de studie van DWA blijkt dat 100% regeneratie via PVT niet mogelijk is. Niet alleen is er daarvoor te weinig dakoppervlakte, PVT systemen zijn relatief duur en de investering drukt zwaar op de rentabiliteit. Daarnaast blijkt het opvangen van de piekvraag én het organiseren van een backup-systeem met 100% all-electric warmtepompen de totale investeringen bijna verdubbelen en de businesscase daardoor onbetaalbaar maken. Binnen de kaders van deze studie (waar vastrecht en joulesprijs vaststaan) zou dit een onrealistische BAK opleveren van 39.000 euro. De varianten B en C geven in deze haalbaarheidsstudie een betaalbare businesscase. Qua kosten voor de bewoners (op basis van Total Cost of Ownership) lijken deze 2 varianten zelfs de individuele opties aardig te benaderen. Daarbij lijkt variant C (BES systeem) de meest voordelige optie. Voor de exploitant zijn beide businesscases echter bijzonder kwetsbaar. De aanbeveling tot opschaling is hier dan ook van toepassing.