CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bomenverordening 2021

Raad Besluitvormingsronde 20 december 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bomenverordening 202110.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Organisatie

Zwolle

Organisatietype

Gemeente

Officiële naam regeling

Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle

Citeertitel

Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle

Vastgesteld door

Gemeenteraad

Onderwerp

Milieu

Eigen onderwerp

Milieu

Opmerkingen met betrekking tot de regeling Wanneer mag u een houtopstand vellen, welke regels gelden hiervoor ?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd artikel 149 Gemeentewet

--------------------------------------------------------------------------------------------------Paragraaf 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. acuut gevaar: indien in ieder geval voorzienbaar is dat als gevolg van gebreken van een houtopstand op korte termijn de levens van mensen in gevaar worden gebracht en/of goederen worden beschadigd en/of sprake is van ernstige boomziektes en/of het gevaar voor verspreiding van ernstige boomziektes; b. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 lid a, van de Wet natuurbescherming; c. beschermde houtopstand: houtopstand vermeld op de Groene Kaart, die niet geveld mag worden zonder de vergunning als bedoeld in artikel 12;

1

d. Bomen effect analyse: een rapportage, al dan niet voorzien van een werkplan, die is opgesteld door een boomtechnisch adviseur met als doel het inzichtelijk maken van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op (beschermde)houtopstand; e. boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam; f. boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; g. dunnen: vellen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, tenzij sprake is van een eindbeeld met houtopstand met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter op 130 centimeter boven maaiveld; h. fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving omvat in ieder geval natuur, bodem, water, lucht, landschappen, bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed; i. Groene Kaart: geometrisch informatieobject met daarop aangegeven de beschermde houtopstand ingedeeld naar beschermingsniveaus: bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur; j.

houtopstand: één boom of meerdere bomen of een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;knotten/ kandelaberen: het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; k. omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; l.

vellen: kappen, rooien, verplanten, vernielen, of het knotten, kandelaberen, snoeien van meer dan 25 procent van de blijvende kroon of wortelgestel van een houtopstand en verder het verrichten van alle handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige aantasting van het (straat)beeld van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Hieronder vallen ook het fors wijzigen van de groeiplaats van een houtopstand door gronduitwisseling, bodemverdichting door materialen of verkeer, bodembedekking, waterstand wijziging of door het onttrekken of toevoegen van stoffen, door straling of door aantasting van de wortelfunctie, waardoor meer dan 25 procent de wortelcapaciteit verloren gaat of is gegaan.

Artikel 2. Doelen 1. Doelen van deze verordening met het oog op de fysieke leefomgeving, zijn gericht op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; e. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed inclusief waardevolle landschapselementen; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; j. het beheer van geobiologische, geothermische systemen en ecosystemen; k. het beheer van natuurlijke hulpbronnen; 2

l. het beheer van natuurgebieden; m. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; n. de instandhouding van het bos- en landschapareaal binnen de gemeente; o. de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de woonomgeving. Artikel 3. Aanwijzing bebouwde kom De geometrische begrenzing van de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, onder a, van de Wet natuurbescherming, waarbinnen de regels over houtopstanden van hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming niet van toepassing zijn, is opgenomen in het geometrische informatieobject “bebouwde kom” in bijlage I bij deze verordening. Artikel 4. Normadressaat Aan de artikelen in deze verordening wordt voldaan door degene die de activiteit verricht dan wel laat verrichten, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5. Wijze van meten De stamomtrek van een houtopstand wordt gemeten op een hoogte van 130 cm vanaf het maaiveld. Bij meerstammigheid wordt de stamomtrek van de dikste stam gemeten. Artikel 6. De afstand tot de erfgrens De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen, gemeten in het midden van de stamvoet van de boom op 0,1 meter boven het maaiveld, en op nihil voor heesters en heggen.

Dit geldt zowel voor bomen, heesters en heggen in gemeentelijk eigendom als voor bomen, heesters en heggen in privaat eigendom. Artikel 7. Zorgplicht Als degene die een activiteit verricht of laat verrichten weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in deze verordening zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; of c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Paragraaf 2: Vellen van beschermde houtopstand Artikel 8. Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het vellen van beschermde houtopstand die is opgenomen in het geometrische informatieobject Groene Kaart.

3

Artikel 9. Groene Kaart 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de Groene Kaart vast en ter voorbereiding daarvan ook de lijst met bijzondere bomen. Op de voorbereiding is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De Groene Kaart bevat een samenhangend geheel van de volgende beschermde houtopstanden: a. bijzondere houtopstand: een op de Groene Kaart als punten aangegeven bijzondere boom of houtopstand (gemeentelijk of particulier) zijnde een waardevolle, monumentale of herinnerings boom van het hoogste beschermingsniveau; b. hoofdgroenstructuur: een op de Groene Kaart als vlak of lijn aangewezen structuur waarbinnen houtopstanden staan van een hoog beschermingsniveau. Hieronder vallen alle houtopstanden binnen deze structuur welke voldoen aan het begrip boom; c. nevengroenstructuur: een op de Groene Kaart als vlak of lijn aangewezen structuur waarbinnen houtopstanden staan van bescherming op basisniveau. Hieronder vallen alle houtopstanden binnen deze structuur welke voldoen aan het begrip boom. 2. De Groene Kaart en bijbehorende lijst wordt driejaarlijks door het college van burgemeester en wethouders bijgewerkt en vastgesteld. Artikel 10. Melding tenietgaan bijzondere houtopstand De eigenaar van een bijzondere houtopstand is verplicht het college van burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van: a.

het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een bijzondere houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende vergunning; b. de dreiging dat de bijzondere houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. Artikel 11. Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de natuur; b. het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering; c. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; d. de beeldbepalende waarde van houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van houtopstand f. een kwalitatief goed bomenbestand.

Artikel 12. Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. beschermde houtopstand te vellen b. houtopstand te vellen die is aangeplant in het kader van de herplantplicht en daardoor kleiner is dan de in artikel 1 van deze verordening genoemde minimum maat van een boom. 2. Het verbod geldt niet voor: a. houtopstand op erven en in tuinen kleiner dan 400m2, tenzij aangewezen als bijzondere boom of houtopstand; 4

b. houtopstand die moet worden gekapt op grond van de Plantenziektenwet of ter voorkoming van verspreiding van aangetoonde ernstige boomziekten of insectenplagen nadelig voor het voortbestaan van bomen; c. houtopstand die moeten worden gekapt vanwege een aanschrijving van het bevoegd gezag om te vellen, te herplanten of aan te planten; d. noodkap in verband met acuut gevaar of in verband met de openbare orde en veiligheid na schriftelijke advisering door een boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician en melding is gedaan aan het college van burgemeester en wethouders; e. het dunnen van houtopstand; f. het verwijderen van afgestorven houtopstand van de gemeente; g. het periodiek vormsnoeien, knotten of kandelaberen van reeds eerder geknotte of gekandelaberde houtopstand; h. bedrijfsmatig geteelde fruitbomen, notenbomen, kerstbomen tot 20 jaar en bomen uit de boomkwekerijteelt. Artikel 13. Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt: a. iedere te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening geïdentificeerd met een nummer en de locatie; b. de stamomtrek in centimeters op 130 centimeter boven maaiveld van iedere houtopstand aangegeven; c. de reden voor het vellen van iedere houtopstand opgenomen; d.

op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, in het geval van bouwen, aanleggen of andere werkzaamheden nabij houtopstand, wordt door aanvrager een Bomen effect analyse overgelegd, welke is opgesteld door onafhankelijk boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician, inzake alternatieven voor het behoud van houtopstand, zoals verplanten, reconstructie van de ondergrondse groeiplaats bij verharden, het zwevend bouwen over wortels heen, of andere inpassing van houtopstand bij bouwen of aanleggen, of, een plan tot bescherming van houtopstand tijdens het bouwen of aanleggen; e. in het geval van vrees voor breuk, verminderde stabiliteit of vitaliteit van een houtopstand, wordt door aanvrager een rapport van een onafhankelijk boomdeskundige van het kennisen ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician hierover overgelegd; f. indien herplant mogelijk is wordt een voorstel gedaan inzake het aantal, de soort(en), de grootte, de termijn, de locatie en de groeiruimte van de te herplanten houtopstand. Artikel 14. Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. 2.

Bij de afweging als bedoeld in het eerste lid worden de oogmerken uit artikel 11 van deze verordening betrokken.

5

3. Voor de afweging tussen behoud of vellen van de beschermde houtopstand wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier, dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. 4. Het beoordelingsformulier maakt onderscheid in de waardering tussen bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur, waarbij bijzondere houtopstand de hoogste waardering heeft en in beginsel niet gekapt wordt, de hoofdgroenstructuur een hoge waardering en de nevengroenstructuur een basiswaardering heeft. 5. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een bijzondere houtopstand wordt geweigerd, tenzij: a. de houtopstand ernstig gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; en/of b. een groot maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de oogmerken van artikel 11. 6. Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd indien de aanvraag is ingediend vanwege: a. lichte tot matige hinder, die van een ieder gevergd kan worden, zoals blad-, zaad-, pluisen vruchtval, honing- of roetdauw, schaduwhinder in tuin of op erf, bij tijdelijke schaduw in een hoofdverblijfruimte; b. belemmering van de opbrengst van zonnepanelen, die geplaatst zijn of worden in de (toekomstige) schaduw van een aanwezige beschermde houtopstand; c. de aanwezigheid van hinder veroorzakende dieren, zoals eikenprocessierupsen, teken, hoornaars, vogels, eekhoorns, marters of andere dieren. Artikel 15.

Adviescommissie houtopstand 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een Adviescommissie houtopstand instellen. 2. De Adviescommissie houtopstand kan door het college van burgemeester en wethouders om advies worden gevraagd over de afweging van de belangen voor behoud of vellen van de houtopstand. Artikel 16. Voorschriften 1. Bij vergunningvoorschrift voor het vellen van een houtopstand wordt in beginsel een : a. verplantingsplicht; en/of b. een herbeplantingsplicht, en/of c. een financiële bijdrage voor herbeplanting op een nieuwe locatie opgelegd. 2. Bij het in lid 1 bedoelde voorschrift over herbeplanting kunnen tevens voorwaarden worden gesteld inzake aantal, soort, kroonvolume, locatie, de termijn en wijze van herbeplanten als ook de termijn en wijze waarop niet aangeslagen herbeplanting moet worden vervangen. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan bij omgevingsvergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand overige voorschriften stellen ter bescherming van de in artikel 11 genoemde oogmerken. Artikel 17. Plicht tot instandhouding en vellen zonder vergunning 1. Als een houtopstand om welke reden ook teniet dreigt te gaan kan het bevoegd gezag een verplichting opleggen tot het uitvoeren van maatregelen tot instandhouding van de bedreigde houtopstand aan degene die tot het uitvoeren van deze verplichting bevoegd is. 6

2.

3.

4.

5.

Als een houtopstand om welke reden dan ook teniet is gegaan, waaronder in ieder geval wordt begrepen het vellen van een houtopstand zonder vergunning, kan het bevoegd gezag een verplichting opleggen tot financiële compensatie op basis van de boomwaarde, dan wel een verplichting tot herbeplanten al dan niet aangevuld met een financiële compensatie op basis van de boomwaarde. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die de houtopstand heeft geveld dan wel heeft laten vellen. Bij de in het tweede lid bedoelde verplichting kunnen tevens voorwaarden worden gesteld inzake het aantal, soort, kroonvolume, locatie, de termijn en wijze van herbeplanten als ook de termijn en wijze waarop niet aangeslagen herbeplanting moet worden vervangen. Indien sprake is van vellen zonder vergunning of in strijd met vergunningvoorschriften kan, eventueel naast een plicht tot herbeplanten of het in rekening brengen van de boomwaarde een bestuurlijke boete opgelegd worden. De boomwaarde van een houtopstand in eigendom van de gemeente die teniet is gegaan of schade aan een dergelijke houtopstand, wordt in opdracht van het college van burgemeester en wethouders getaxeerd door een geregistreerd taxateur van bomen ten behoeve van herbeplanting en/of financiële compensatie.

De kosten van de taxatie worden verhaald op de degene die de schade heeft veroorzaakt, dan wel de houtopstand teniet heeft laten gaan.

Artikel 18. Bestrijding iepziekte 1. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college van burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; c. of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Artikel 19. Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen. Artikel 20. Slotbepaling 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening 2021 gemeente Zwolle. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van ..... 2021.

Op datzelfde tijdstip wordt de "Bomenverordening gemeente Zwolle 2013" ingetrokken. 7

3.

4.

Indien voor het tijdstip van de datum van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag of verzoek op grond van de "Bomenverordening gemeente Zwolle 2013" is ingediend en op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag of het verzoek is beslist, blijven de bepalingen van de "Bomenverordening gemeente Zwolle 2013" van toepassing. Op besluiten, die zijn afgegeven voor de inwerkingtreding van deze verordening, waartegen nog een bezwaar, een beroep of hoger beroepsprocedure mogelijk is of aanhangig is, blijft de "Bomenverordening gemeente Zwolle 2013" van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting op Bomenverordening Zwolle 2021 Artikel 1. Begripsbepalingen Deze verordening kiest voor de systematiek van de Wet natuurbescherming, maar anticipeert tegelijkertijd op de Omgevingswet (Ow) . Alle begrippen staan in alfabetische volgorde. De twee centrale begrippen zijn: 'vellen' en 'beschermde houtopstand'. De definitie van vellen, inclusief kappen, is zo ruim mogelijk gehouden omdat de praktijk leert dat vele bomen door werken en werkzaamheden onbedoeld verloren gaan. Ook de vaker voorkomende rigoureuze wortelkap kan daardoor onder het begrip vellen vallen. Dunnen ziet uitsluitend op vakkundig verwijderen van bomen ten behoeve van de groei van de overblijvende bomen. Een uitzondering daarop zijn oudere, min of meer volwassen bomen, die reeds een fraai eindbeeld hebben doordat zij een omtrek hebben van meer dan 120 cm op 130 cm boven maaiveld. Het centrale begrip 'beschermde houtopstand' is gekoppeld aan het wel of niet vermeld zijn op de Groene Kaart. Op deze Kaart staan 3 soorten beschermde houtopstand: bijzondere houtopstand (inclusief bijzondere bomen), hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur (zie verder artikel 9 Groene Kaart). Voor de definitie van "houtopstand" is aansluiting gezocht bij artikel 1.1 Wet natuurbescherming.

En (straks) bijlage 1 bij artikel 1 Omgevingswet: "houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend". Daarbij is 'struiken' bewust een meervoud. Een enkele struik is niet beschermd, maar wel beschermd zijn meer (oudere) struiken met de beschermde stamomtrek (hierna). Als ondergrens van de bescherming van houtopstand geldt de stamomtrek van minimaal 30 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld op grond van artikel 1 onder de definitie van "boom". Deze ondergrens van 30cm staat niet in de uitzonderingen van artikel 10 lid 2 maar volgt dwingend uit de definitie van boom in artikel 1. Kleiner dan 30 cm stamomtrek is het geen boom noch struik en dus niet vergunningplichtig. Dit betekent bijvoorbeeld dat het verwijderen van een plantsoen met struikgewas of het verwijderen van een flinke laurierstruiken met stamomtrek van meer dan 30 cm op een particulier erf binnen de groenstructuur vergunningplichtig is. Voor "acuut gevaar" is onder a. een definitie gegeven om te bepalen wanneer indien acuut gevaar aanleding kan geven voor noodkap van artikel 12 lid 2 onder d van deze verordening. Niet elk ernstig gevaar valt hier onder, maar slechts indien een bomendeskundig constateert dat "voorzienbaar is dat 8

als gevolg van gebreken van een houtopstand op korte termijn de levens van mensen in gevaar worden gebracht en/of goederen worden beschadigd en/of sprake is van ernstige boomziektes en/of het gevaar voor verspreiding van ernstige boomziektes". Relevant voor acuut gevaar zijn: de voorzienbaarheid van ernstige schade of hoog risico op letsel, de grote kans op grote verspreiding van ernstige boomziektes en de korte voorzienbare korte termijn (minder dan drie maanden) van realisatie van voornoemde risico's. Artikel 2. Doelen In de systematiek van Omgevingswet en omgevingsplan worden eerst de algemene doelen van deze verordening voor de fysieke leefomgeving benoemd. Deze doelen worden vervolgens uitgewerkt in oogmerken in artikel 11 en in beoordelingsregels in artikel 14 van deze verordening. Zie voor samenhang tussen doelen, oogmerken en beoorderlingsregels onder artikel 7. Zorgplicht. Artikel 3. Aanwijzing bebouwde kom Een geometrisch informatieobject duidt op een “kaart” in digitale vorm. Bijlage I geeft de digitale kaart met de grens van de bebouwde kom aan op grond van art. 4.1 Wet natuurbescherming. Straks valt dit onder art. 5.165b Besluit activiteiten leefomgeving en deze grens heet dan: bebouwingscontour houtkap.

Deze bebouwde kom ziet op de bevoegdheden van provincie en minister en staat los van de bevoegdheid van de gemeente voor het gehele grondgebied op grond van artikel 149 Gemeentewet. Op grond van artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb), straks artikelen 11.114 en 11.115 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en artikel 5:165b Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), zijn provincie en minister bevoegd inzake het vellen van houtopstand buiten de bebouwde kom, respectievelijk onder de Omgevingswet buiten de bebouwingscontour houtkap. Artikel 4.1 sub a Wnb bepaalt dat de gemeenteraad de bebouwde kom moet vast stellen. Het vellen van houtopstand inclusief het kappen gaat over een enkele boom of enkele bomen is een gemeentelijke bevoegdheid op grond van artikel 2.2 lid 1 onder g. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit verandert met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De bevoegdheid van provincie en rijk inzake het vellen van houtopstand en daarmee de bescherming van bos en landschap, is geregeld in de artikelen 4.1 t/m 4.5 Wet natuurbescherming. Onder de Omgevingswet betreft dit de artikelen 4.11 lid 1 onder h. en 4.12 lid 1 onder m. Ow en de artikelen 11.112 t/m 11.131 Besluit activiteiten leefomgeving. Primair is de provincie het bevoegd gezag voor houtopstand vellen buiten de bebouwde kom/bebouwingscontour houtkap. Op grond van artikel 4.12 onder a. t/m k.

Omgevingsbesluit is de minister bevoegd gezag in geval van activiteiten inzake (verkort weergegeven): wegen, vaarwegen, spoorwegen en waterkeringen beheerd door het Rijk, militaire terreinen, militaire en burgerluchthavens, het gastransportnet, hoogspanningsverbindingen en activiteiten die zien op verplaatsing van de kustlijn, landaanwinning in territoriale zee en het winnen van delfstoffen of aardwarmte op meer dan 100 m diepte (enz.). Artikel 4. Normadressaat Conform de systematiek van de Omgevingswet wordt niet meer gekeken naar de status of rol van de persoon die de handeling "vellen" uitvoert, maar enkel naar de activiteit vellen op zich. Artikel 5. Wijze van meten

9

Voor eenduidige meetwijze wordt hier de standaard gegeven van de stamomtrek (dus niet diameter/doorsnede van de stam) van een houtopstand op een hoogte van 130 cm vanaf het maaiveld. Bij meerstammigheid wordt de stamomtrek van de dikste stam gemeten. Artikel 6. De afstand tot de erfgrens Artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek geeft het recht aan een naburige eigenaar om verwijdering van bomen op het naastgelegen perceel te vorderen indien deze binnen nader te bepalen afstand van de erfgrens staan. In lid 2 van artikel 5:42 BW wordt deze afstand bepaalt op twee meter voor bomen of een halve meter voor heester en heggen "tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten"(art. 5:42 lid 2 BW). Voor Zwolle is deze afstand traditioneel vastgesteld op 0,5 meter voor bomen, gemeten in het midden van de stamvoet van de boom op 0,1 meter (10 cm) boven het maaiveld, en op nihil voor heesters en heggen. Dit geldt zowel voor bomen, heesters en heggen in gemeentelijk eigendom als voor bomen, heesters en heggen in privaat eigendom. Artikel 7. Zorgplicht De Omgevingswet systematiek werkt met zorgplichten om ontsporende activiteiten, zoals hier vellen of herplanten te kunnen corrigeren als activiteiten negatieve gevolgen (kunnen) hebben.

Het bevoegd gezag kan onder de Omgevingswet ter voldoening aan de in artikel 7 lid 1 genoemde zorgplicht maatwerkvoorschriften of maatwerkregels stellen ter bescherming van de in artikel 2 genoemde doelen en de oogmerken van artikel 11. In onderstaande tabel is uitgewerkt hoe de oogmerken en doelen aan elkaar verbonden zijn of anderzijds relatie houden tot de verordening. Hiermee wordt duidelijk hoe doelen zoals gesteld in de omgevingsvisie verweven zijn met deze verordening en daardoor klaar is om in de (toekomstige) Omgevingsplan op te nemen. Artikel 11 Oogmerken

Verbinding middels

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

Artikel 2. Doelen

1. Doelen van deze verordening met het oo

a. het beschermen van de natuur;

art. 11a

a. het waarborgen van de veiligheid;

b. het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering; c. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; d. de beeldbepalende waarde van bomen;

11b

b. het beschermen van de gezondheid;

11b

c. het beschermen van het milieu;

11b

d. het duurzaam veiligstellen van de openba

e. de cultuurhistorische waarde van bomen;

11c, d en e

e. het beschermen van landschappelijke of

11b en d

f. het behoud van cultureel erfgoed inclusie

11a

g. de natuurbescherming;

11b

h. het tegengaan van klimaatverandering;

groene kaart

i. een evenwichtige toedeling van functies a

11a

j. het beheer van geobiologische, geotherm

11a + c

k. het beheer van natuurlijke hulpbronnen;

11a

l. het beheer van natuurgebieden;

gelijk aan 2.1.a + 11c 11a+b en f

m. het bevorderen van de toegankelijkheid v

11d en f

o. de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van

f. een kwalitatief goed bomenbestand;

n. de instandhouding van het bos- en landsc

Artikel 8. Aanwijzing activiteiten 10

Conform de systematiek van de Omgevingswet gaat deze paragraaf over de activiteiten, zowel over het vellen van beschermde houtopstand die is opgenomen op de Groene kaart als over herbeplanten. Artikel 9. Groene Kaart De Groene Kaart met beschermde houtopstand is beslissend voor de vraag wat wel en niet beschermd is en daarmee wat wel en niet vergunningplichtig is. Wat ingekleurd op deze kaart staat is beschermd. Wat niet ingekleurd op deze kaart staat, wit ('blanco') gebried, behoeft in beginsel geen gemeentelijke vergunning voor kappen, maar kan eventueel wel onder andere regels vallen zoals eigendomsrecht, burenrecht of natuurbeschermingsregels. De lijst van bijzondere/monumentale bomen kan worden gezien als een redengevende toelichting op de Groene kaart. Het college van burgemeester en wethouders stelt de Groene Kaart vast om de drie jaar. Daarbij is de voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er zijn drie categorieën 'beschermde houtopstand' : 1.

Zeer hoge bescherming (gekleurde punt elementen op de Groene Kaart) Dit betreft de 'bijzondere houtopstand': dit zijn aangewezen bijzondere bomen en houtopstanden die monumentale of (zeer) waardevolle bomen en houtopstanden zijn, waarvoor in beginsel geen vergunning voor kappen wordt afgegeven, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die in artikel 14 lid 5 genoemd zijn. 2. Hoge bescherming (donkergroene kleur op de Groene Kaart) Dit betreft alle bomen en houtopstanden binnen de hoofdgroenstructuur die een samenhangende en daarmee zeer waardevolle groenstructuur bieden, waarvoor enkel bij zwaarwegende redenen een vergunning wordt afgegeven (zie hierna onder artikel 14 Beoordelingsregels). 3. Basisbescherming (lichtgroene kleur op de Groene Kaart) Alle overige bomen en houtopstanden binnen de nevengroenstructuur met basisfuncties op straatniveau en in groene gebieden, zoals parken, groenstroken, enz., waarvoor enkel bij goede redenen een vergunning wordt afgegeven. Hieronder kunnen vallen ook gebieden met een semi openbaar karakter of locaties waarvan het groenbeeld beeldbepalend is voor de directe omgeving. Voor bovenstaande 3 categoriën geldt dus bescherming middels kapverbod en vergunningplicht, daarnaast zijn er op de Groene Kaart witte, kapvergunningsvrije gebieden.

Kapvergunningvrije gebieden In een wit (blanco) gebied op de Groene Kaart is het kappen van bomen vergunningvrij. Particulieren krijgen meer kapverantwoordelijkheid voor wat betreft hun eigen bomen. Gemeentelijke bomen kunnen vergunningvrij gekapt worden, mits deze niet meer veilig of vitaal zijn. Een verzoek tot het kappen van een boom wordt in beginsel wel getoetst aan de weigeringsgronden en leidt tot een advies van de gemeente. Vanuit het eigendomsrecht kan in sommige gevallen een verzoek geweigerd worden. 11

Belangrijker is dat bij het voornemen om wel te gaan kappen de buurt meer zeggenschap krijgt. Door middel van burgerparticipatie wordt besloten wat er gekapt kan worden en wat er voor terug komt. Naast deze bomen regels (verordening) kunnen er beperkingen voor kappen gelden op grond van andere wettelijke regels, bijvoorbeeld bestemmingsplan (omgevingsplan), regels ter bescherming natuur en landschap en bescherming van diersoorten, zoals vogels. Er moet dan een vergunning of ontheffing op grond van deze regels aangevraagd worden, bijvoorbeeld op grond van Wet natuurbescherming, Natuurschoonwet, monumenten regels, burenrecht, enz. Buiten de bebouwde kom moet voorgenomen kap gemeld worden bij de provincie en soms de minister als het gaat om het vellen en herplanten van grotere houtoptanden, zoals houtsingels, lanen, bosjes en bos. Van dergelijke meldingplichtige houtsoptanden is sprake bij meer dan 20 bomen op een rij of meer dan 1 are (1000 m2) oppervlakte aan houtopstand. Bijzondere houtopstand en bijzondere bomen Bijzondere houtopstand en, als onderdeel daarvan, bijzondere bomen staan als afzonderlijke punten op de groene kaart en zijn deel van de hoogste beschermingscategorie van beschermde houtopstand. Bijzondere bomen worden onderverdeeld in: a. waardevolle, bijzondere bomen, die ouder zijn dan 50 jaar en bijzonder beschermwaardige functies of eigenschappen hebben. b.

monumentale, bijzondere bomen, die ouder zijn dan 80 jaar en bijzonder beschermwaardige functies of eigenschappen hebben. c. herinneringsbomen, ter nagedachtenis aan bijzondere gebeurtenissen of personen. Binnen de gemeentegrens heeft in 2013 een actualisatie plaats gevonden van de in 1993 geïnventariseerde voor Zwolle belangrijke particuliere bomen. Hierbij is onderscheidt gemaakt in waardevolle bomen (50 -80 jaar) monumentale bomen (ouder dan 80 jaar) en herinneringsbomen (bomen geplant ter nagedachtenis van een bepaalde gebeurtenis). Een boom is een bijzondere boom, wanneer deze voldoet aan de volgende criteria. Algemene criteria: - de boom is ten minste 50 jaar oud; dit criterium geldt niet voor herinneringsbomen; - de boom verkeert in een redelijke conditie; dat wil zeggen dat de boom in een niet onomkeerbare slechte conditie verkeert en dat volledig verval van de boom niet binnen 10 jaar is te verwachten. Dit criterium geldt niet voor bomen met een extra hoge natuurwaarde en voor bomen welke reeds op de lijst bijzondere bomen staan opgenomen; - de boom heeft een dusdanige habitus (uiterlijke gedaante) dat deze karakteristiek is voor de soort. Dit geldt met name voor bomen die een ruimtelijke betekenis hebben.

Dit betekent dat de kroon als zodanig beschermd is en in stand gehouden dient te worden dan wel de mogelijkheid geboden moet worden zich als zodanig te blijven ontwikkelen. Dit criterium geldt niet voor bomen met een karakteristieke lei/snoeivorm en/of bomen met een extra hoge natuurwaarde. Specifieke criteria: Naast de algemene criteria dient tenminste één van de volgende criteria van toepassing te zijn: 1. De boom heeft voor Zwolle een belangrijke ruimtelijke betekenis: - de boom is medebepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving 12

van de openbare ruimte, of; - de boom is een onderdeel van een geheel in tact zijnde boomgroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in stad of landschap zichtbaar maakt, of; - de boom is een herkenningspunt. 2. De boom is voor Zwolle een monument: - de boom is van een zeldzame soort of type of een hoge leeftijdsklasse (ouder dan 80 jaar), of; - de boom vormt een onderdeel van een monumentale omgeving, of; - de boom is een cultuurhistorisch waardevol element, of; - de boom is een gedenkboom. 3. De boom heeft een extra hoge natuurwaarde: - de boom vormt een (onmisbaar) onderdeel van een biotoop van in de omgeving van Zwolle schaars voorkomende planten- of diersoorten, of; - de boom is een onderdeel van een reeks elementen die een ecologische infrastructuur vormen, of; - de boom heeft in een totaal versteend gebied de functie van een ‘stepping stone’ in de ecologische infrastructuur; een stapsteen die de verbinding tussen verschillende ecologische elementen mogelijk maakt. Particuliere eigenaren van bijzondere bomen, welke met de laatste actualisatie zijn toegevoegd aan de lijst bijzondere bomen, krijgen hiervan schriftelijk bericht. Dit geeft derden belanghebbenden en betrokken eigenaren de kans om tijdig geïnformeerd te zijn omtrent een voornemen tot aanwijzing en desgewenst bezwaar aan te tekenen.

Door de verplichting tot mededeling van dit voornemen en het besluit aan de eigenaar wordt voorkomen dat eigenaren de algemene kennisgeving van een aanwijzing mislopen. Het betreft echter maar één procedure, waarin gelijktijdig de algemene en geadresseerde kennisgeving plaats vindt. In het aanschrijven van eigenaren worden alleen nieuwe eigenaren geïnformeerd en eigenaren van een perceel waar sprake is van uitbreiding van het areaal bijzondere bomen.

Artikel 10. Melding tenietgaan bijzondere houtopstand Indien een bijzondere houtopstand, dus bomen en houtopstand van de hoogste beschermingscategorie, geheel of gedeeltelijk teniet gaat of dreigt te gaan, is de eigenaar van die bijzondere houtopstand verplicht het college van burgemeester en wethouders hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen. Artikel 11. Oogmerken Oogmerken geven invulling aan de doelen van artikel 2 en worden uitgewerkt in artikel 14 beoordelingsregels, zoals overal in de systematiek van de Omgevingswet. Zie voor samenhang doelen en oogmerken de tabel onder artikel 7. Zorgplicht. Artikel 12. Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.Dit artikel wijst middels kapverbod en uitzonderingen daarop aan wat vergunningplichtig is en niet. Centraal staat het verbod tot vellen van beschermde houtopstand behoudens vergunning.

13

a. Wat beschermde houtopstand is staat op de Groene Kaart (artikel 9 Groene Kaart). b. Houtopstand aangeplant in het kader van de herplantplicht is vaak kleiner is dan de in artikel 1 onder "boom" genoemde minimum maat van 30 cm op 1,3 meter boven maaiveld. 2. Het kapverbod kent 8 uitzonderingen en geldt niet voor: a. houtopstand op percelen kleiner dan 400m2, tenzij aangewezen als bijzondere houtopstand of bijzondere boom. Dit zijn puntelementen op de Groene Kaart van de hoogste beschermingscategorie. Dit is al vele jaren een werkbare en passende uitzondering gebleken in de praktijk. b. houtopstand die moet worden gekapt op grond van de Plantenziektenwet of ter voorkoming van verspreiding van aangetoonde ernstige boomziekten of insectenplagen nadelig voor het voortbestaan van bomen. Op grond van de Plantenziektenwet kunnen landelijke ziektes van bomen bestreden worden. Soms is echter locale of regionale ziektebestrijding nodig. Onder "aangetoonde ernstige boomziekten of insectenplagen" is bedoeld dat niet iedere boomziekte of insectenplaag meteen zo ernstig hoeft te zijn dat deze een uitzondering op het kapverbod kan opleveren. In de praktijk kan de gemeente niet voor elke honingdauw of nest van eikenprocessierupsen maatregelen nemen. Dus alleen in bepaalde ernstige gevallen bij duidelijke gevaarzetting uit mechanisch oogpunt van de boom, treedt de gemeente op.

Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij Iepziekte, de essentaksterfte en kastanjebloederziekte, waarbij gesteld is dat alleen zwaar aangetaste bomen gekapt mogen worden. c. houtopstand die moeten worden gekapt vanwege een aanschrijving van het bevoegd gezag om te vellen, te herplanten of aan te planten. Dergelijke aanschrijvingen kunnen bijvoorbeeld zien op voor de verkeersveiligheid of openbare ruimte hinderlijke of gevaarlijke bomen. Dit impliceert dat de gemeente net als andere overheden zich ook aan een aanschrijving (van bijvoorbeeld provincie) en de uitvoering daarvan dient te houden. d. noodkap in verband met acuut gevaar of in verband met de openbare orde en veiligheid; Onder "openbare veiligheid" valt: acuut gevaar voor ernstige schade, en/of letsel, en/of acuut gevaar voor de verkeersveiligheid of voor ernstige verstoring van de openbare orde. Voor "noodkap" in verband met acuut gevaar is conform artikel 172 Gemeentewet toestemming voor een aanschrijving of bevel van of namens de burgemeester vereist. "Acuut gevaar" staat gedefinieerd in artikel 1 van deze bomenverordening als: "indien in ieder geval voorzienbaar is dat als gevolg van gebreken van een houtopstand op korte termijn de levens van mensen in gevaar worden gebracht en/of goederen worden beschadigd en/of sprake is van ernstige boomziektes en/of het gevaar voor verspreiding van ernstige boomziektes".

Ter borging van een voldoende deskundig onderbouwd noodkapbesluit is toegevoegd: na schriftelijke advisering door een boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician en toestemming van de burgemeester. In acute, spoedeisende situaties zal schriftelijk advies van deskundige beknopt (kunnen) zijn. Na de noodkap wordt zo mogelijk spoedig een herplantplicht opgelegd, maar dit kan ook later geschieden. e. het dunnen van houtopstand. "dunnen" dient gelezen te worden in samenhang met de definitie van dunnen in artikel 1 onder g: vellen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, tenzij sprake is van een oudere boom met 14

eindbeeld van houtopstand met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter op 130 centimeter boven maaiveld. f. het verwijderen van afgestorven houtopstand van de gemeente. Dit benoemt enkel "het verwijderen van afgestorven bomen van de gemeente.". Dus voor het kappen van afgestorven bomen van particulieren, bedrijven, instellingen dient wel een omgevingsvergunning aangevraagd te worden om zicht te houden op wat er waar zoal afsterft en waardoor. Dit is van belang om zo misbruik te voorkomen van het zelf beoordelen van het afgestorven zijn van bomen, en kunnen er regels gesteld worden aan een passende herplant. g. het periodiek vormsnoeien, knotten of kandelaberen van reeds eerder geknotte of gekandelaberde houtopstand. Dit ziet op het normale en regelmatige onderhoud van reeds geknotte, gekandelaberde of anderszins in vorm gesnoeide bomen. De eerste keer een boom knotten, kandelaberen of vormsnoeien is vergunningplichtig kappen want dit bevat meer dan 25% snoei van de kroon. Zie artikel 1. onder "vellen". h. bedrijfsmatig geteelde fruitbomen, notenbomen, kerstbomen tot 20 jaar en bomen uit de boomkwekerijteelt. Deze uitzondering geldt voor bedrijfsmatig geteelde fruitbomen en dus niet voor bijvoorbeeld een oude boomgaard bij een boerderij of landhuis. Artikel 13.

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Voor iedere aanvraag is de te vellen houtopstand aan te duiden op een kaart, foto of tekening geïdentificeerd met een nummer en de locatie (a.) tezamen met de stamomtrek in centimeters op 130 centimeter boven maaiveld van iedere houtopstand (b.). c. De reden voor het vellen van iedere houtopstand moet vermeld worden. Zonder opgaaf van reden dient een aanvraag niet in behandeling te worden genomen. d. In het geval van bouwen aanleggen of andere werkzaamheden nabij houtopstand kan het college van burgemeester en wethouders aanvrager verplichten een Bomen effect analyse over te leggen, welke is opgesteld door onafhankelijk boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician, inzake alternatieven voor het behoud van houtopstand. Deze verplichting kan worden opgelegd in het geval van bijvoorbeeld: verplanten, reconstructie van de ondergrondse groeiplaats bij verharden, het zwevend bouwen over wortels heen, of andere inpassing van houtopstand bij bouwen of aanleggen, of, indien nodig, een plan tot bescherming van houtopstand tijdens het bouwen of aanleggen. e.

In het geval van vrees voor breuk, verminderde stabiliteit of vitaliteit van een houtopstand moet aanvrager een rapport van een onafhankelijk boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician hierover overleggen. In het geval bijzondere bomen en houtopstand dient aanvrager een zogenaamd "nader onderzoek" naar veiligheid over te leggen. Enkel een VTA onderzoek is dan onvoldoende aangezien oudere bomen vaak visuele gebreken hebben die niet altijd gevaarlijk zijn. f. Indien herplant mogelijk is, moet aanvrager een voorstel doen inzake het aantal, de soort(en), de grootte, de termijn, de locatie en de groeiruimte van de te herplanten houtopstand. Gemeente hoeft niet het voorstel tot herplant van aanvrager te volgen, maar voert primair haar eigen herplantbeleid uit (zie hierna). Ecologische toets. In het aanvraagproces is ingebouwd dat er ook door een ecoloog wordt (mee)gekeken naar de kap aanvraag. Als er vanwege de ecologie en bescherming van soorten op 15

grond van de Wet natuurbescherming nadere beoordeling nodig is, dan is dat een onlosmakelijk onderdeel van de aanvraag. Gemeente koppelt dat dan terug aan aanvrager. Aanvrager kan dan verplicht worden om een onderzoek te laten doen en indien nodig worden de activiteiten vellen van een houtopstand en verstoren van flora en fauna aan elkaar gekoppeld. Het zijn 2 afzonderlijke activiteiten waarvoor nu een afzonderlijke toestemming nodig is/kan zijn, maar met Omgevingswet gekoppeld worden tot 1 vergunning. Bredere omgevingstoets. Indien sprake is van aanvragen die activiteiten betreffen die op basis van een bestemmingsplan/omgevingsplan vergunningplichtig zijn, wordt in het aanvraagproces bekeken en waar nodig aan aanvrager medegedeeld dat er gelijktijdig ook andere vergunning(en) nodig is/zijn op basis van het bestemmingsplan/omgevingsplan.

Artikel 14. Beoordelingsregels omgevingsvergunning Bij een concrete aanvraag wordt een afweging gemaakt tussen belangen van boombehoud en belangen voor verwijdering van bomen. Voor de afweging van de belangen van boombehoud zijn de vijf algemene oogmerken van artikel 11 van toepassing: a. het beschermen van de natuur; Hieronder valt allereerst bescherming van de wettelijk beschermde soorten flora en fauna, maar ook bescherming en borging van de biodiversiteit zowel qua verschillende boomsoorten en subsoorten/cultivars als qua ecologische of historische afwisseling in landschapstypen (open/halfopen/gesloten-bosrijk). Te kwantificeren als: A. Hoog, zodra de houtopstand beschermd is volgens de Wet natuurbescherming (een roestboom is, een jaarrond beschermd nest heeft, winterverblijf aan vleermuizen biedt en of behoort tot een wezenlijk onderdeel van een vleermuizenroute…). Of onderdeel is van de hoofdgroenstructuur en de boomsoort behoort toe tot de PNV (Potentieel Natuurlijke Vegetatie). B. Middel, zodra de houtopstand onderdeel is van de nevengroenstructuur en de boomsoort behoort toe tot de PNV (Potentieel Natuurlijke Vegetatie). C. Laag, zodra de houtopstand tot geen van bovenstaande criteria behoort of in het betreffende gebied landschappelijk gezien ongunstige diersoorten trekt in relatie tot natuurontwikkeling en biodiversiteit. b.

het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering; De volksgezondheid is gebaat bij aanwezigheid van bomen op de juiste locaties. Zo zal een straat zonder bomen door gemis aan de ioniserende werking van bomen (negatieve lading van de waterzuilen) veel stoffiger en ongezonder voor mensen zijn dan een straat met bomen. Ook de luchtkwaliteit zal vaak slechter zijn in een straat zonder bomen. Op vele manieren zorgen bomen (in)direct voor de gezondheid van mensen: aangenaam microklimaat door schaduw, CO2-opslag, zuurstofafgifte, stikstofvastlegging, fijnstof vasthouden, verbeteren bodemvruchtbaarheid, reguleren van de luchtvochtigheid en bodemvocht en bodemvruchtbaarheid vasthouden. Bovenstaande aspecten inzake gezondheid kunnen evenredig zijn aan het tegengaan van 16

klimaatverandering aangezien het telkens gaat om het meten van het microklimaat wat tevens vergelijkbare effecten op het macroklimaat zal hebben. Teveel bomen of verkeerde soortkeuze kunnen echter ook nadelig zijn voor de volksgezondheid door verminderde doorstroming van lucht en vocht of te weinig toetreding van zonlicht. Het is een concrete afweging van geval tot geval. Te kwantificeren als: A. Hoog, zodra de houtopstand in hoge mate aan bovenstaande voordelen tegemoet komt. Dit afgezet tegen de hoeveelheid kroonoppervlak die verloren gaat bij kap ten aanzien van het totaal kroonoppervlak in de directe omgeving (zelfde straat). Het kroonverlies bestaat uit meer dan 50 % van het totaal oppervlak dat gelijkmatig verdeeld is over het totaal aantal bomen van de houtopstand. De bomen zijn vitaal en voldoen in functievervulling. B. Middel, zodra de houtopstand tot redelijke mate aan bovenstaande voordelen tegemoet komt. Dit afgezet tegen de hoeveelheid kroonoppervlak die verloren gaat bij kap ten aanzien van het totaal kroonoppervlak in de directe omgeving (zelfde straat). Het kroonverlies bestaat uit niet meer dan 50% van het totaal kroonoppervlak. De bomen zijn redelijk vitaal en of hebben redelijkerwijs potentie tot functievervulling of voldoen daar al redelijkerwijs aan. C. Laag, zodra de houtopstand slechts beperkt aan bovenstaande voordelen tegemoet komt.

Dit afgezet tegen de hoeveelheid kroonoppervlak die verloren gaat bij kap ten aanzien van het totaal kroonoppervlak in de directe omgeving (zelfde straat). Het kroonverlies bestaat uit niet meer dan 25% van het totaal kroonoppervlak. De bomen zijn matig vitaal en of hebben weinig potentie tot functievervulling. Het verlies van kroonoppervlak kan bij geschil door een externe boomdeskundige exact gemeten en berekend worden. c. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; Bomen hebben van oudsher van allerlei functies van gebied- of erfafscheiding, landschap en wegen markering, zichtonttrekking, windbeschutting, schaduwwerking, ecologische verbindingszone, enz. Daarbij zijn er bepaalde landschappelijke kenmerken die vaker voorkomen en daarom gewaardeerd worden, bijvoorbeeld rijen knotwilgen, populieren rijen, eikenlanen, enz. Te kwantificeren als: A. Hoog, zodra bij het verlies van de houtopstand, de functie van het landschappelijk doel significant verloren gaat. Het beoogde eindbeeld gaat voor meer dan 40% verloren. B. Middel, zodra bij het verlies van de houtopstand, de functie van het landschappelijk doel merkbaar verloren gaat. Van het beoogde eindbeeld, gelijkmatig verdeeld over het totaal aantal bomen van de houtopstand, niet meer dan tot 40% verloren gaat. C.

Laag, zodra bij het verlies van de houtopstand, de functie van het landschappelijk doel merkbaar verloren gaat. Van het beoogde eindbeeld, gelijkmatig verdeeld over het totaal aantal bomen van de houtopstand, gaat niet meer dan tot 15% verloren. d. de beeldbepalende waarde van bomen; Sommige bomen vallen niet op als groen decor, andere zijn direct markant en opvallend. De beeldbepalendheid van een boom hangt nauw samen met de vraag door hoeveel mensen een boom dagelijks gezien wordt en voor welk gedeelte/percentage van de kroon en/of stam de boom gezien wordt. Hoe beter een boom volledig zichtbaar is vanaf openbaar terrein des te 17

meer beeldbepalend is een boom. Dit is bij geschil te meten middels fotografische vastlegging en exacte berekening van de lengte van de habituslijn (buitenlijn) van kroon van een boom. Te kwantificeren als: A. Hoog, als de houtopstand meer dan 40% het straatbeeld domineert. B. Middel, als de houtopstand tot 40% het straatbeeld domineert. C. Laag, als de houtopstand tot 15% het straatbeeld e. de cultuurhistorische waarde van bomen; Bomen met cultuurhistorische waarde hebben vaak een verhaal. Bijvoorbeeld aanplant voor specifieke historische redenen, zoals bakenbomen langs de rivier, grensbomen, markebomen of gedenkbomen, die een bijzondere gebeurtenis herdenken. Te kwantificeren als: A. Hoog, als de houtopstand duidelijk onderdeel is van een monumentale omgeving en of tegemoet komen aan een of meerdere cultuurhistorische waarden zoals hierboven beschreven. B. Middel, als de houtopstand in potentie binnen afzienbare tijd onderdeel kan worden van een monumentale omgeving en of tegemoet komt aan minstens 1 waarde zoals hierboven beschreven. C. Laag, als sprake is van geen of weinig cultuurhistorische kwaliteit. f. een kwalitatief goed bomenbestand Toelichting op waarde "kwalitatief goed bomenbestand": een bomenbestand dat veilig en vitaal is. Daarnaast zegt de kwaliteit ook iets over de kwantiteit.

Gestreeft wordt naar een evenwichtig bomenbestand passend bij het landschap of de stedenbouwkundige opzet van de plek. Te kwantificeren als: A. Hoog, als de bomen een toekomstverwachting hebben van meer dan 15 jaar. Bomen staan onderling op voldoende afstand van elkaar met oog op het gewenste eindbeeld. B. Middel, als de bomen een toekomstverwachting hebben van tussen de 5 en 15 jaar. En/of als het eindbeeld in huidige staat onbereikbaar is/ een dunning niet kan plaatsvinden zonder vergunning. C. Laag, als de bomen een toekomstverwachting hebben van minder dan 5 jaar. En/of als de bomen onderling op onvoldoende afstand van elkaar staan en daarmee afbreuk doen aan het gewenste eindbeeld. Bovenstaande 6 oogmerken zijn in het beoordelingformulier verwerkt in de puntensystematiek. Tegelijk maakt het beoordelingsformulier onderscheid in de waardering tussen bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur, waarbij bijzondere houtopstand de hoogste waardering krijgt en in beginsel niet gekapt wordt. De hoofdgroenstructuur krijgt een hoge waardering en de nevengroenstructuur een basiswaardering. Bijzondere houtopstand. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een bijzondere houtopstand wordt in beginsel geweigerd, tenzij: a.

de houtopstand ernstig gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; en/of Enige hinder dient door een ieder geduld te worden volgens vaste rechtspraak. Uit de rechtspraak blijkt dat het daarbij telkens gaat om de vraag wat buitenproportioneel is. Iets wat de rechtspraak niet snel aanneemt noch bij schade (ECLI:NL:GHARL:2017:7767; ECLI:NL:RVS:2003:AL1472) noch bij hinder (ECLI:NL:RVS:2006:AW7366; ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5946).

18

Het moet concreet van geval tot geval te worden bezien afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder (ECLI:NL:GSHE:2017:422; ECLI:NL:HR:1991:ZC0150; ECLI:NL:HR:1992: ZC0480 en ZC0803). Daarbij is van belang of de hinder ondervindende persoon zelf tegen redelijke kosten alternatieven kan bieden zoals bijvoorbeeld een autohoes tegen honingdauw, een bladrooster in de dakgoot of een wortelscherm tegen wortelingroei. Onder "ernstig gevaar of ernstige hinder" wordt ook ernstige schade bedoeld. In het beoordelingsformulier wordt een uren kwantificering van deze hinder gemaakt: 2 tot 5 uren hinder is lichte tot matige hinder, meer dan 5 uren hinder is in beginsel ernstige hinder. Bij ernstige hinder gaat het om een minimum van 2 uur optimaal licht/zon gemiddeld per dag gedurende het gehele jaar gemiddeld gemeten. De adviescommissie Houtopstand kan in concrete gevallen hier nadere criteria voor opstellen aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Zie hierna onder "lichte en matige hinder" voor aspecten voor nadere criteria. Of sprake is van ernstig gevaar dient door een onafhankelijk boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician te worden vastgesteld. Een rapport hierover zal door aanvrager opgesteld moeten worden, tenzij deze aantoont minder vermogend te zijn.

Ernstig gevaar is niet te verwarren met het veel dringender "acuut gevaar" zoals gedefinieerd in artikel 1 van deze bomenverordening, dat enkel voor noodkap geldt.

b. een groot maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de oogmerken van artikel 11. Bij een groot maatschappelijke belang zal uit een Bomen effect analyse moeten blijken dat verwijdering onvermijdelijk is. Onder groot maatschappelijk belang valt dus niet de particuliere aanvragen voor bouwen, aanleggen, enz., maar wel algemene publieke werken, zoals verbreding van wegen, aanleg riool, herinrichting openbare ruimte of bouw van openbare gebouwen (ziekenhuis, bibliotheek, gemeentekantoor, enz.) of grotere bedrijfsinvesteringen die aan een grotere groep mensen werkgelegenheid biedt. Dit is als volgt te kwantificeren: Zeer hoog. Belang op Rijksniveau of Provinciaal niveau. De ontwikkeling komt uit initiatief van Rijk of Provincie en dient een breder doel dan waar enkel alleen een positief effect voor Zwolle uit voort komt, en dus ook voor het achterliggend gebied. Hoog. Ontwikkeling voor het functioneren van de stad waarvan het effect voor meer dan 100 mensen positief merkbaar is. Middel. Ontwikkeling voor het functioneren van de stad waarvan het effect voor minder dan 100 mensen positief merkbaar is. Laag. een particulier initiatief waarbij met name het belang van de initiatiefnemer wordt beoogd. Kortom: bijzondere houtopstand wordt dus in beginsel niet gekapt, maar enkel bij hoge uitzondering.

19

Hinder. Ter nadere afweging van de belangen van boombehoud ten opzichte van hinder zijn er de beoordelingsregels voor weigering van een vergunning bij alle afwegingen inzake beschermde houtopstand in artikel 14 lid 3: a. lichte tot matige hinder, die van een ieder gevergd kan worden, zoals blad-, zaad-, pluis- en vruchtval, honing- of roetdauw, of schaduwhinder in tuin of op erf, of bij schaduw in een hoofdverblijfruimte. Dit sluit aan bij de vaste rechtspraak dat van een ieder enige hinder van bomen gevergd kan worden en deze heeft te dulden (bijvoorbeeld: ECLI:NL:RBZLY:2010:BP0195; ECLI:NL:RBUTR:2008:BF7456). Wat lichte tot matige hinder is zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden door het wegen van alle concrete factoren. TNO richtlijn is dat men recht heeft op twee uren (zon)licht per dag. De bewijslast dat iemand minder dan twee uren (zon)licht per dag heeft ligt bij degene die dit ondervindt. In algemene zin kan men stellen dat het missen van zonlicht of andere lichtinval in een hoofdverblijfruimte zoals woonkamer en keuken zal kunnen variëren tussen de twee (korste dag) tot vijf uren per dag (langste dag).

Daarbij kunnen onder andere meewegen: het tijdstip van het jaar, de afstand van de bomen tot de gevel, de ligging ten opzichte van de zon en de windroos, de grootte van de (overblijvende) leefruimte en de mate van lichtintensiteit gemeten van achter het raam in aantal lux (eenheden licht). b. belemmering van de opbrengst van zonnepanelen, die geplaatst zijn in de schaduw van aanwezige boom of bomen. Bomen zijn meestal duurzamer dan zonnepanelen omdat de levensduur van bomen vele tientallen jaren langer is dan die van zonnepanelen. Bovendien is er een bewust keuzemoment om zonnepanelen wel of niet in de schaduw van bomen te plaatsen. Dat is ook voorzienbaar bij jonge bomen die gaan uitgroeien en schaduw gaan werpen op zonnepanelen. Het vellen van bomen of fors snoeien vanwege de plaatsing van zonnepanelen is in strijd met het oogmerk van het tegengaan van klimaatverandering/gezondheid omdat bomen evident veel bijdragen aan verbetering van het (micro)klimaat. c. vanwege de aanwezigheid van hinder veroorzakende dieren, zoals eikenprocessierupsen, teken, hoornaars, vogels, eekhoorns, marters of andere dieren. Vaste rechtspraak is dat in het wild levende dieren niet onder de zorg van de eigenaar van bomen vallen. Deze dieren hebben immers een eigen zelfstandigheid.

Pas als er sprake is van ernstig gevaar of ernstige voorzienbare hinder voor de volksgezondheid zal een gemeente maatregelen hoeven nemen. Daarbij gelden onverminderd de algemene natuurbeschermingsregels op grond van de wet. Borging van bescherming van oogmerken. Daarbij kan in algemene zin de toetsing van voldoende borging van de oogmerken van artikel 11 geschieden op drie manieren: - ofwel door het aantonen van voldoende zwaarwegende boombehoud belangen - ofwel door aanwezigheid van andere reeds aanwezige bomen die deze belangen borgen. De boom kan gemist worden zonder oogmerk(en) te schaden (wat los kan staan van de zelfstandige herplantafweging).

20

- ofwel door herplant/compensatie ter plaatse, elders of eventueel financieel, van deze oogmerken om het verlies van deze oogmerken en hun concrete functies (en de mate van functievervulling) weer in balans te brengen. Antwoord op deze drie borgingsvragen hangt nauw samen met de afwegingen inzake herplant en beheer. Dit wordt verwoord: Draagt het beoogde herplantplan bij aan verbetering van het groeplan of het beheer? Dit wordt in vraag 17 van het beoordelingsformulier gekwantificeerd als volgt: Ja. De herplant draagt uiteindelijk bij aan een verbeterd groenplan voor de omgeving. De duur tot eindbeeld wordt versneld door aanplant van grotere maten en de inrichting houdt rekening met kwalitatief duurzame groeiplaatsen. Deels. De herplant draagt uiteindelijk bij aan een gelijkwaardig groenplan voor de omgeving. Dit kunnen per saldo minder bomen zijn maar met meer aandacht voor goede groeiplaatsen waardoor bomen tot een grotere waarde in functievervulling kunnen gaan voldoen dan de huidige bomen. De duur tot vergelijkbaar beeld is binnen 15 jaar te bereiken. Een gelijkwaardig groenplan betekent niet dat het identiek met het verdwenen groen moet zijn, maar wel dat het te herplanten groen/bomen gelijk in waarde moet zijn. Nee.

De herplant draagt uiteindelijk bij aan een gelijkwaardig groenplan voor de omgeving of als de herplant elders plaats vindt of als er wordt overgegaan tot financiele herplant. Een gelijkwaardig groenplan betekent niet dat het identiek met het verdwenen groen moet zijn, maar wel dat het te herplanten groen/bomen gelijk in waarde moet zijn. Dit "nee" betekent niet meteen dat vergunning geweigerd moet worden, maar wel dat de herplant heroverwogen moet worden. Beoordelingsformulier. Voor het maken van de afweging tussen boombehoud of boomverwijdering wordt In het geval bij overlast en ontwikkelingen gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier met puntentoekenning, die door het college is vastgesteld. Deze manier van toetsen zal de komende jaren proefdraaien en in beginsel jaarlijks geëvalueerd worden om zo te bezien of het nodig is om de puntentoekenning bij te stellen om de beoordelingsformulieren voor het beleid van Zwolle op maat te krijgen. Beheermaatregelen. Als een boom objectief aantoonbaar afgestorven of niet langer vitaal is of niet langer veilig gehandhaafd kan worden, kan een vergunning worden verleend. Of hiervan sprake is dient in beginsel door een onafhankelijk boomdeskundige van het kennis- en ervaringsniveau van boomtaxateur of European tree technician te worden vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=d2f5c5d5-bd19-4013-a663-1e9e70221efb