1. Bestuursovereenkomst + bijlage
Tekst van het document
Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een tijdelijke regionale opvanglocatie op de locatie Meeuwenlaan 8 te Zwolle
Pagina 1 van 17
Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een opvanglocatie
Partijen a. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, gevestigd aan de Rijnstraat 8 te Den Haag, hierbij vertegenwoordigd door de plv. bestuursvoorzitter van het COA, de heer Drs. J. Kapteijns, hierna te noemen: ‘COA’ b. De gemeente Zwolle, gevestigd aan Lubeckplein 2 te Zwolle, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer P.H. Snijders, hierna te noemen: ‘het gemeentebestuur’
Overwegende: o
dat het COA tot kerntaak heeft de opvang en begeleiding van vreemdelingen;
o
dat het gemeentebestuur bereid is mee te werken aan de opvang van vreemdelingen in een opvanglocatie binnen de gemeente;
o
dat het COA en het gemeentebestuur een optimaal functioneren van de opvanglocatie in de plaatselijke gemeenschap en in relatie tot de betrokken diensten en instellingen willen bewerkstelligen door het maken van afspraken en het treffen van de nodige voorzieningen;
o
dat de bestuursovereenkomst onverlet laat dat het COA voor het gebruik van de opvanglocatie over de benodigde vergunningen moet beschikken;
o
dat het gemeentebestuur zich binnen haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden inspant voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverlening;
o
dat het Faciliteitenbesluit Opvangcentra, d.d. 29 juli 1994 (Stb. 636) en de aanvullingen van 8 juni 1998 (Stb. 347) en 25 januari 2001 (Stb. 60) van toepassing zijn, alsmede eventuele toekomstige wijzigingen en aanvullingen;
o
dat de directe verantwoordelijkheid voor het nemen van de noodzakelijke maatregelen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, behalve bij de gemeente en het COA, bij meerdere partijen ligt;
o
dat het uitgangspunt is dat de randvoorwaarden voor de te nemen maatregelen in verband met de opvang van vreemdelingen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare Orde en veiligheid voldoende in bestaande wet- en regelgeving zijn vastgelegd;
o
dat voor het gebruik van de opvanglocatie een huurovereenkomst met de verhuurder Jansen Vastgoed B.V. te Zwolle van de locatie is gesloten.
Komen het volgende overeen:
Pagina 2 van 17
Artikel 1 - Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. Vreemdeling: de persoon die in de opvanglocatie van het COA wordt opgevangen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het betreft hier zowel asielzoekers, als bewoners die een verblijfsvergunning hebben maar nog geen reguliere huisvesting in een gemeente hebben; b. Capaciteitsplaatsen: plaatsen in een opvanglocatie beschikbaar voor de opvang van vreemdelingen, zoals bedoeld in artikel 1.b van het Faciliteitenbesluit; c. Opvanglocatie: een opvangvoorziening waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA opvang wordt geboden aan vreemdelingen. Hieronder valt een opvangcentrum of een noodopvang of een regionale opvanglocatie. d. Datum van ingebruikname: de datum waarop de eerste vreemdeling gebruik maakt van de opvanglocatie; e. Faciliteitenbesluit: het Faciliteitenbesluit Opvangcentra d.d. 29 juli 1994 (Stb. 636). f. Regionale opvanglocatie (ROL): het hoofddoel van de regionale opvanglocatie is de opvang en begeleiding van statushouders en evident kansrijke asielzoekers, in of nabij de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld (statushouders) of worden gekoppeld (evident kansrijke asielzoekers). Hier kunnen zij zo goed mogelijk worden voorbereid op de definitieve huisvesting in de gemeente. Bij de begeleiding staat activering centraal.
Artikel 2 - Opvanglocatie Het gemeentebestuur stemt in met het gebruik van de Meeuwenlaan 8 te Zwolle als regionale opvanglocatie (ROL) door het COA, met dien verstande dat gezien de beperkte capaciteit en de ligging van de locatie de doelgroep hier beperkt wordt tot uitsluitend kansrijke asielzoekers en statushouders. Artikel 3 – Aantal vreemdelingen 1. In de opvanglocatie worden maximaal 300 statushouders en kansrijke asielzoekers opgevangen. 2. Het COA spant zich in voor een evenwichtige samenstelling van de asielzoekers met een evident kansrijke aanvraag en statushouders voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie. Instroom is daarbij bepalend. 3. Het COA verstrekt, met in achtneming van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maandelijks aan het gemeentebestuur een bezettingslijst waarop het aantal en de in het vorige lid bedoelde samenstelling van de statushouders en evident kansrijke asielzoekers die in de opvanglocatie verblijven is opgenomen. Artikel 4 - Duur van de overeenkomst 1. De bestuursovereenkomst wordt aangegaan voor een periode van 3 jaar met een verlengingsmogelijkheid van 1 jaar, ingaande op 1 februari 2023. De bestuursovereenkomst eindigt uiterlijk op datum 1 februari 2027. Bij verlenging van de bestuursovereenkomst kan de gemeente de overeenkomst tussentijds opzeggen in verband met de herontwikkeling van deze locatie.
Hierbij geldt een opzegtermijn van 2 kalendermaanden. 2. Voorafgaand aan de verlenging van de bestuursovereenkomst, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt de Klankbordgroep en/of het omwonendenoverleg gehoord over de verlenging van de bestuursovereenkomst. Zes maanden voor het verstrijken van de eerste periode van 3 jaar vindt hierover een gesprek met de Klankbordgroep en/of het omwonendenoverleg plaats. De gemeente betrekt de zienswijze van de Pagina 3 van 17
Klankbordgroep over een mogelijke verlenging in de besluitvorming over de verlenging. De zienswijze is niet bindend voor de gemeente. 3. De bestuursovereenkomst vangt aan op de datum 1 februari 2023. Op het moment dat de eerste asielzoeker of vergunninghouder gebruik maakt van de opvanglocatie wordt deze datum vastgelegd in de “Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie”, zoals weergegeven in bijlage A en wordt aan deze overeenkomst toegevoegd. 4. Het COA kan per aangetekende brief besluiten tot tussentijdse opzegging van de overeenkomst. Indien het COA overgaat tot tussentijdse opzegging geldt een opzegtermijn van tenminste 2 kalendermaanden. Artikel 5 - Openbare orde en veiligheid 1. In de situatie dat zich ongeregeldheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid voordoen die verband houden met de aanwezige opvanglocatie, treedt de burgemeester in overleg met een bestuurder van het COA om gezamenlijk te bezien of een oplossing kan worden bereikt. De burgemeester wordt van ernstige ongeregeldheden onverwijld in kennis gesteld door het COA. 2. De burgemeester kan in afwijking van artikel 4 lid 1 vanwege ernstige verstoringen op het terrein van openbare orde en veiligheid voor omwonenden en/of bewoners van de locatie, tussentijds met onmiddellijke ingang deze overeenkomst opzeggen. Hierbij wordt een opzegtermijn van 2 maanden aangehouden.
Artikel 6 - Uitkeringen Faciliteitenbesluit 1. De aanspraak op verstrekking van de uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid en artikel 4, eerste lid van het Faciliteitenbesluit, vangt aan op de datum van ingebruikname van de opvanglocatie. 2. Indien door vestiging van de opvanglocatie extra kosten voor de gemeente ontstaan, voorziet het Faciliteitenbesluit hierin. Worden er door de gemeente in verband met de vestiging extra kosten gemaakt die via het Faciliteitenbesluit Opvangcentra toegekende bedrag overschrijden, dan kan het COA, met inachtneming van artikel 8 van het Faciliteitenbesluit, en onder goedkeuring van de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie op verzoek van de gemeenten een hogere uitkering verstrekken. De hogere uitkering vindt plaats indien de extra kosten die de gemeenten maken het toegekende bedrag in een zodanige mate overtreffen, dat het niet redelijk is die kosten voor de gemeenten te laten. Los van het voorgaande zullen de gemeente en het COA bij de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie een verzoek indienen voor een hogere uitkering dan waar het Faciliteitenbesluit in voorziet omdat deze wijze van organiseren van opvang geheel nieuw is en zich landelijk gezien in de voorfase bevindt. 3. Uitgangspunt bij het bepaalde in het eerste lid is een kostendekkende vergoeding. 4.
De extra kosten die verband houden met de vestiging van de opvanglocatie en waarin het faciliteitenbesluit niet voorziet, komen in ieder geval voor rekening van het COA. De gemeente dient vooraf overeenstemming met het COA te hebben over de extra kosten. Eventueel kunnen het COA en de gemeente financieringsknelpunten aanhangig maken bij het verantwoordelijke Ministerie. 5. Indien de gemeente krachtens enig wettelijk voorschrift of krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak gehouden mocht zijn om aan een natuurlijke- of rechtspersoon schade, in welke vorm dan ook, te vergoeden welke deze heeft geleden als gevolg van de vestiging of aanwezigheid van de opvanglocatie, dan zal het COA het betaalde c.q. te betalen schadevergoedingsbedrag aan de gemeente voldoen. Pagina 4 van 17
Artikel 7 - Aanvullende werkafspraken In aanvulling op de bijlagen A en B hebben het gemeentebestuur en het COA, rekening houdend met elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden, nadere werkafspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in een separaat document ‘Aanvullende werkafspraken’. Dit document is bijgevoegd als bijlage C. Het betreft hier aanvullingen en uitwerkingen op de in de toelichting Bestuursovereenkomst genoemde informatie. Dit zijn afspraken op het terrein van de organisatie van diensten op de opvanglocatie. Artikel 8 - Overige bepalingen 1. Bijlagen A (Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie) en B (Toelichting Bestuursovereenkomst) en C (Aanvullende werkafspraken) behoren bij en geven een nadere toelichting op en/of uitwerking van deze bestuursovereenkomst. 2. Indien de bestaande wet- en regelgeving op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid niet afdoende blijkt te zijn en hierdoor een knelpunt op dat onderdeel ontstaat, dan zullen het COA en het gemeentebestuur zich gezamenlijk inspannen dit knelpunt aan te kaarten bij het verantwoordelijke Ministerie. 3. In geval van een wijziging van wet- of regelgeving die gevolgen heeft voor deze overeenkomst, treden partijen met elkaar in overleg over hoe deze gevolgen het beste kunnen worden opgevangen. 4.
Wijzigingen van deze overeenkomst zullen, na overeenstemming hierover tussen partijen, schriftelijk worden vastgelegd en als addendum aan deze overeenkomst worden gehecht. 5. In situaties waarin deze overeenkomst niet voorziet of in geval van geschillen, de uitleg en/of de uitvoering ervan, zullen partijen een maximale inspanning verrichten om deze geschillen in onderling overleg op te lossen. Partijen kunnen geschillen ook oplossen door middel van mediation conform het daartoe strekkende reglement van de Stichting Nederlands Mediation Instituut (NMI) Rotterdam, zoals dat luidt op de aanvangsdatum van de mediation. 6. Indien het onmogelijk is gebleken om het geschil minnelijk op te lossen, dan zal het geschil beslecht worden door de rechter. Gekozen wordt voor de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Aldus overeengekomen, in tweevoud opgemaakt en ondertekend. Zwolle d.d.
Den Haag d.d.
Gemeente Zwolle de heer P.H. Snijders Burgemeester
Centraal Orgaan opvang asielzoekers de heer Drs. J.Kapteijns plv. Bestuursvoorzitter
Pagina 5 van 17
BIJLAGEN: Bijlage A: Voorbeeld: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie; Bijlage B: Toelichting Bestuursovereenkomst. Bijlage C: Aanvullende werkafspraken
Bijlage A
Verklaring datum ingebruikname (ROL) (wordt door het COA verzonden zodra de opvanglocatie voor bewoning in gebruik is genomen)
College van burgemeester en wethouders van de gemeente [ naam ] Ten aanzien van de Burgemeester, [ naam ] Postbus [ Postbus Nummer ] Postcode [ datum ] [ kenmerk ] Onderwerp: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie [ plaats opvanglocatie ]
Geacht College, Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil het college bedanken voor alle gezamenlijke inspanningen om te komen tot het realiseren van een opvanglocatie in [naam gemeente]. Samen met u geven we invulling aan een maatschappelijk vraagstuk; het bieden van opvang en begeleiding aan asielzoekers in Nederland. Met deze verklaring willen wij u informeren dat de opvanglocatie [plaats opvanglocatie] op [datum en jaar] voor de opvang en begeleiding van statushouders en asielzoekers met een evident kansrijke aanvraag in gebruik wordt genomen. Dit is overeenkomstig artikel 4 van de bestuursovereenkomst. Wij vertrouwen op een goede samenwerking met uw gemeente, met omwonenden en andere betrokken organisaties. Mocht u vragen hebben over de verklaring of over de opvanglocatie dan kunt u contact opnemen met [naam regiomanager / locatiemanager en emailadres].
Met vriendelijke groet,
Den Haag, Centraal Orgaan opvang asielzoekers F. van der Plas Unitmanager Vastgoed en Facilitair
Pagina 6 van 17
Bijlage B
Toelichting Bestuursovereenkomst
I Doel Bestuursovereenkomst Inleiding Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zorgt er voor – op grond van de Wet COA dat vreemdelingen in een kwetsbare positie in een veilige en leefbare omgeving professioneel worden opgevangen en begeleid in de opvanglocatie. Het COA opent pas een opvanglocatie nadat de gemeente daarmee heeft ingestemd. In de bestuursovereenkomst staan afspraken tussen de gemeente en het COA over de vestiging en ingebruikname van een opvanglocatie. Het COA beschikt over de benodigde vergunningen voordat een opvanglocatie in gebruik wordt genomen. Het COA draagt zelf zorg voor de aanvraag van vergunningen. De gemeente is door het ondertekenen van de bestuursovereenkomst niet gebonden deze vergunningen te verlenen, maar partijen komen overeen dat de gemeente zich zal inspannen voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverlening. Het doel van de bestuursovereenkomst is: 1.1 Afspraken vastleggen over de vestiging van een opvanglocatie in de gemeente Zwolle. 1.2 Inzichtelijk maken van elkaars wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, in relatie tot de opvanglocatie. 1.1 Afspraken vastleggen over de vestiging van een opvanglocatie In de bestuursovereenkomst zijn afspraken opgenomen die nodig zijn voor het in gebruik nemen van de opvanglocatie.
Daarbij valt te denken aan afspraken over welke locatie, of het een Opvangcentrum of Noodopvang betreft, het aantal bewoners, duur en welke wettelijke financiële uitkeringen beschikbaar worden gesteld (Faciliteitenbesluit). Meer informatie over de praktische en financiële aspecten die de komst van een opvanglocatie met zich mee brengen, zoals communicatie, veiligheid, leefbaarheid, terugkeer en vertrek, bedrijfsvoering van het COA en ook over de uitkeringen en berekensystematiek van het Faciliteitenbesluit staan op de website van het COA https://www.coa.nl/nl/een-azc-de-gemeente. De gemeente heeft met het document ‘Aanvullende werkafspraken’ de mogelijkheid om met het COA aanvullende werkafspraken te maken. Het betreft eventuele aanvullingen en uitwerkingen op de in deze overeenkomst genoemde informatie. Dit gebeurt onder erkenning van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Aantal vreemdelingen Voor het COA is het van belang om de 300 opvangvangplaatsen in de opvanglocatie optimaal te kunnen gebruiken. Daarbij is de instroom leidend bij het plaatsen van vreemdelingen in opvanglocaties. Het COA maakt geen onderscheid naar nationaliteit, leeftijd, religie, seksuele geaardheid, achtergrond, etc. Faciliteitenbesluit Indien in een gemeente een opvangcentrum is gevestigd heeft de gemeente recht op uitkeringen volgens het Faciliteitenbesluit.
Aan de gemeente wordt jaarlijks door het COA een uitkering verstrekt op basis van het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Pagina 7 van 17
Het Faciliteitenbesluit maakt voor de bekostiging onderscheid tussen artikel 3 en 4 (Opvangcentrum) en artikel 5 (Noodopvang). Onder Opvangcentrum vallen verschillende typen locaties1 zoals azc (asielzoekerscentrum), col (Centrale Ontvangstlocatie), ROL (Regionale Opvang Locatie), pol (Procesopvanglocatie), HTL (Handhaving en Toezichtlocatie) en GL (Gezinslocatie). Onder Noodopvang vallen Noodopvang en Aanvullende Opvang (AVO). De soort opvanglocatie (Opvangcentrum of Noodopvang) wordt vastgelegd in artikel 2, tweede lid van de Bestuursovereenkomst. 1.2 Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid Op bovengenoemde beleidsterreinen ligt de directe verantwoordelijkheid bij meerdere partijen. Dit is belangrijk om te constateren en te realiseren voor de komst van de opvanglocatie. Uitgangspunt is dat de voor de opvang van vreemdelingen benodigde voorzieningen en de te nemen maatregelen afdoende zijn geregeld in de bestaande wet- en regelgeving. Indien de regelgeving op een bepaald onderdeel niet afdoende blijkt te zijn en hierdoor een knelpunt kan ontstaan, dan kunnen het COA en de gemeente zich gezamenlijk inspannen dit aan te kaarten bij het verantwoordelijke Ministerie. Onderwijs In de Nederlandse leerplichtwet is opgenomen dat alle kinderen in de leerplichtige leeftijd naar school moeten.
De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting en inrichting van de onderwijsvoorzieningen en handhaving van de leerplicht. De leerplicht geldt dus ook voor kinderen in de opvanglocatie. Vanaf het moment dat deze kinderen staan ingeschreven in de BRP heeft de gemeente de wettelijke taak de leerplicht van deze kinderen te handhaven. Op grond van artikel 5a van het Faciliteitenbesluit kan de gemeente aanspraak maken op een uitkering verstrekt door het COA voor huisvesting van het basisonderwijs voor kinderen van de opvanglocatie. Meer informatie over het organiseren van onderwijs aan asielzoekerskinderen staat op https://www.coa.nl/nl/onderwijs-kinderen. Gezondheidszorg Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Op de opvanglocatie houdt een huisarts spreekuur. Met vragen over hun gezondheid kunnen de bewoners van de opvanglocatie 24/7 bellen met een medisch contactcentrum. GGD Net als voor alle andere inwoners van Nederland is de GGD verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers. Deze zorg omvat onder meer infectieziektepreventie en -bestrijding, gezondheidsvoorlichting en jeugdgezondheidszorg (JGZ).
Ook voert de GGD bij aankomst in Nederland de verplichte controle op tuberculose uit, voor asielzoekers uit landen waar tbc veel voorkomt. Meer informatie over gezondheidszorg staat op https://www.coa.nl/nl/medische-zorgaanasielzoekers en https://www.coa.nl/nl/vergoeding-van-medische-zorg
Pagina 8 van 17
Jeugdhulp Sinds 1 januari 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan kinderen die in een opvanglocatie wonen en aan alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). Gemeenten krijgen hiervoor een vergoeding op basis van het aantal kinderen in de Opvanglocatie. Meer informatie over jeugdhulp staat op de website van de VNG https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/asielzoekerskinderen Openbare orde en veiligheid De burgemeester is op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. De burgemeester en officier van justitie maken op grond van artikel 13 van de Politiewet in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van politie in de gemeente. Het handhaven van de veiligheid binnen de opvanglocatie valt onder de verantwoordelijkheid van het COA. Indien incidenten binnen de opvanglocaties gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde wordt door het COA de politie en de burgemeester onverwijld geïnformeerd. Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA huisregels die de bewoners van de locatie moeten nalrven. Laten zij hun medebewoners of COA-medewerkers niet in hun waarde of overtreden ze op een andere manier de huisregels? Dan treft het COA maatregelen. Strafbare feiten meldt het COA altijd bij de politie.
Samen met de partners uit de bestuursrecht- en strafrechtketen treft het COA maatregelen tegen overlastgevers. Het COA zet statushouders of kansrijke asielzoekers, in afwijking van de standaard huisregels, niet op straat binnen de gemeente Zwolle. Uitgebreide informatie over veiligheid op een opvangcentrum staat op: https://www.coa.nl/nl/veiligheid-en-rond-azcs en https://www.coa.nl/nl/overlast-enmaatregelen.
Pagina 9 van 17
Bijlage C
Aanvullende werkafspraken
Aanvullende werkafspraken
inzake de vestiging en functioneren van opvanglocatie Meeuwenlaan 8 te Zwolle
datum: 22 juli 2022
Aanvullende werkafspraken inzake de vestiging van een opvanglocatie behorende bij de bestuursovereenkomst [ datum ] tussen het COA en de gemeente Zwolle inzake de opvanglocatie Meeuwenlaan 8 te Zwolle Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, gevestigd aan de Rijnstraat 8 te Den Haag, hierbij vertegenwoordigd door plv. bestuursvoorzitter van het COA, de heer Drs. J. Kapteijns, hierna te noemen: ‘COA’ en De gemeente Zwolle, gevestigd aan Lubeckplein 2 te Zwolle, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer P.H. Snijders, hierna te noemen: ‘het gemeentebestuur’ hebben ter uitwerking van artikel 7 van bovengenoemde bestuursovereenkomst de volgende hierbij gevoegde afspraken gemaakt.
Pagina 10 van 17
I Organisatie en omgeving opvang 1.1 Regionale Opvang Locatie (ROL) In Zwolle wordt een Regionale opvanglocatie (ROL) gevestigd. Het hoofddoel van ROL is de opvang en begeleiding van statushouders en evident kansrijke asielzoekers, in of nabij de gemeente waaraan zij gekoppeld zijn (vergunninghouders) of zullen worden gekoppeld (evident kansrijke asielzoekers). Hier kunnen ze vroegtijdig voorbereid worden op de definitieve huisvesting in de (regio)gemeente. Bij de begeleiding staat activering en het opdoen van de Nederlandse taal centraal. De begeleiding is gericht op participatie en integratie in de Nederlandse (en dus ook Zwolse) samenleving. De gemeente heeft op basis van de Wet Inburgering de regierol bij het verzorgen van de inburgering van statushouders en heeft door huisvesting op de ROL de mogelijkheid direct na toekenning van de vergunning te starten met het inburgeringsprogramma. In de wet zijn er nog geen bepalingen opgenomen over activiteiten voor evident kansrijke asielzoekers. COA en de (regio)gemeente(n) zullen in gezamenlijkheid een afgestemd programmaaanbod uitwerken voor de statushouders en evident kansrijke asielzoekers middels taallessen, trainingen, stages en vrijwilligerswerk. Het verrichten van werk is één van de belangrijkste manieren om snel te kunnen integreren. Daar wordt dus flink op ingezet.
Het COA verzorgt in samenwerking met lokale organisaties recreatieve dagbestedingsactiviteiten op (of buiten) de ROL. Het concept van de ROL is in een ontwikkelfase als toekomstig landelijk model en behoeft dus nog nadere uitwerking. COA en de gemeente gaan dit ontwikkelproces met elkaar in afstemming aan en als trekkers in de regio. De uitwerking van inhoudelijke afspraken over flexibele en regionale opvang zal regionaal worden belegd. Met deze samenwerking wordt de slagkracht vergroot. De regionale samenwerking wordt door de gemeenten zelf ingericht. De gemeenten die gekoppeld zijn aan de ROL hebben bij voorkeur gezamenlijk een regierol in het verzorgen van inburgering van statushouders. Daarbij kan worden aangesloten op de initiatieven van de arbeidsmarkt in de regio en op samenwerking tussen gemeenten in bijvoorbeeld het inkopen van taalaanbod en trainingen. Zwolle zal daarbij een trekkersrol innemen, als grote gemeente in de regio en als vestigingsplaats van veel inburgerings- en scholingsmogelijkheden. 1.2 Wettelijke taak COA 1. Het COA bestaat sinds de ingang van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (1994).
In deze 'Wet COA' zijn de volgende taken vastgelegd voor dit zelfstandig bestuursorgaan: Centraal Orgaan opvang asielzoekers: o onderdak bieden aan asielzoekers o hen begeleiden naar een toekomst in Nederland of daarbuiten o opvanglocaties verwerven en beheren o de veiligheid en leefbaarheid in de opvanglocaties handhaven, en o asielzoekers voorzien van de noodzakelijke middelen. 2. Het COA zorgt voor een adequate aanpassing, inrichting en instandhouding van de opvanglocatie in overeenstemming met de ter zake geldende wettelijke en gemeentelijke regelgeving. Hiervoor dient het COA voor de opvanglocatie in het bezit te zijn van de benodigde vergunningen. Het COA draagt zorg voor de aanvraag van de benodigde vergunningen.
Pagina 11 van 17
1.3 Communicatie 1. Tot de datum van ingebruikname van de opvanglocatie is de gemeente verantwoordelijk voor communicatie en informatievoorziening over de opvanglocatie naar de inwoners van de gemeente en andere betrokkenen. Het COA zal de gemeente hierin ondersteunen, wanneer de gemeente hierom verzoekt. 2. Het COA vergoedt aan de gemeente een eenmalige uitkering als bijdrage in de kosten van de door de gemeente te verzorgen taken in het kader van voorlichting met betrekking tot de vestiging van de opvanglocatie en de subsidiëring van vrijwilligersgroepen die werkzaamheden verrichten in of ten behoeve van de opvanglocatie. 3. Vanaf de datum van ingebruikname van de opvanglocatie draagt het COA, in overleg met de gemeente, zorg voor de informatie aan de inwoners van de gemeente over de opvanglocatie. 4. Voorafgaand en na ingebruikname van de opvanglocatie spant het COA zich in om omwonenden van de opvanglocatie kennis te laten maken met de opvanglocatie. 5. Het COA en de gemeente verstrekken elkaar onverwijld informatie die van belang is voor de uitvoering van de taken van de gemeente of het COA, die verband houden met de aanwezigheid van de opvanglocatie in de gemeente. 6. Het COA is 24 uur per dag telefonisch en per e-mail bereikbaar voor vragen klachten en meldingen van de politie, gemeente, omwonenden en ondernemers. 1.4 Overleg 1.
Op ambtelijk niveau zal ten minste één keer per twee maanden overleg plaatsvinden tussen het COA en de gemeente. 2. Op bestuurlijk niveau zal ten minste één keer per jaar overleg plaatsvinden tussen het COA en de gemeente. 3. In een maandelijks overleg tussen het COA, de politie en de gemeente worden alle zaken met betrekking tot de risico's van verstoring van de openbare orde binnen en buiten de locatie besproken in het zogenoemde openbare orde overleg. a. De burgemeester en de locatiemanager kunnen deelnemen aan dit overleg. b. Evt. stakeholders kunnen aanschuiven op verzoek van de deelnemers Na een halfjaar wordt bezien in welke frequentie het overleg verder zal plaatsvinden. 4. Het COA en de gemeente stellen gezamenlijk een omwonendenoverleg in ter bevordering van de relatie tussen de bewoners van de opvanglocatie en de omwonenden. Het COA faciliteert en financiert de vergaderkosten van de overlegcommissie. 5. In de overlegcommissie hebben in ieder geval zitting: vertegenwoordigers van de gemeente, de politie, vertegenwoordiging van de omwonenden, door het COA aan te wijzen diensten en instellingen die in de opvanglocatie werkzaam zijn en het lokale COA-management. 6. De overlegcommissie zal tenminste 5 keer per jaar bij elkaar komen voor een overleg, of op afroep. 7.
Nadere afspraken worden in ieder geval gemaakt over samenstelling van de overlegcommissie en de vergaderlocatie. 8. Over 2,5 jaar na in werking treden van de bestuursovereenkomst wordt het omwonendenoverleg en/of de klankbordgroep gehoord over eventuele verlening van de opvang met een jaar. Daarnaast wordt er een enquête in de wijk uitgezet. De gemeente betrekt de zienswijze en de uitkomst van de enquête bij het besluit over een mogelijke verlenging. De zienswijze is niet bindend voor de gemeente. 1.5 Veiligheid 1. Het COA is verantwoordelijk voor de fysieke en sociale veiligheid in de opvanglocaties. De zorg hiervoor heeft dan ook een hoge prioriteit. Het COA geeft Pagina 12 van 17
hierover voorlichting en asielzoekers ondertekenen huisregels die ze moeten naleven. Bij overtreding van de huisregels treft het COA maatregelen. Het COA heeft beveiligers in dienst. Zij bemensen de receptie en surveilleren bijvoorbeeld over het terrein. Bij incidenten binnen de opvanglocaties die gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde informeert het COA de politie en de burgemeester onverwijld. 2. Op elk moment van de dag zijn er voldoende gecertificeerde bedrijfshulpverleners (bhv’ers) in de opvanglocatie aanwezig. De opvanglocatie heeft een bhv-plan waarin staat hoe medewerkers in geval van nood moeten handelen en waarin staat welke afspraken de gemeente hierover met lokale hulpdiensten maakt. 3. Op elk moment van de dag zijn er voldoende gecertificeerde bedrijfshulpverleners (bhv’ers) in de opvanglocatie aanwezig. De opvanglocatie heeft een bhv-plan waarin staat hoe medewerkers in geval van nood moeten handelen en waarin staat welke afspraken de gemeente hierover met lokale hulpdiensten maakt. 1.6 Bedrijfsnoodplan en BHV’ers 1. Het COA stelt, na overleg hierover te hebben gepleegd met de gemeente, een bedrijfsnoodplan vast dat voor de opvanglocatie zal gelden en waarmee wordt beoogd in voorkomende gevallen de hulporganisaties adequaat te kunnen doen handelen. Het plan zal door het COA in de daartoe bestemde gevallen worden gehanteerd. 2.
Het COA garandeert 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding, aanwezigheid van beveiligers en bedrijfshulpverleners op de opvanglocatie. 1.7 Informeren burgemeester door COA 1. Het COA maakt van calamiteiten, of andere gebeurtenissen die gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde, die plaatsvinden in, of gerelateerd aan de opvanglocatie onverwijld melding aan de politie en aan de burgemeester. 2. Bij een eventuele beëindiging van de opvangvoorziening voor een asielzoeker voert het COA –conform de werkwijze en procedure beschreven in de Leidraad Terugkeer & Vertrek - ten minste twee weken van te voren overleg met de burgemeester. 3. Het zet COA zet een opgevangen asielzoeker vanwege calamiteiten of andere gebeurtenissen waardoor de opvang wordt beëindigd niet op straat binnen de gemeente Zwolle. COA treft zodanige maatregelen dat het gemeentebestuur geen overlast ondervindt van uitgeplaatste asielzoekers. 1.8 Begeleiding Het COA biedt meer dan alleen onderdak. Het COA begeleidt asielzoekers bij het vormgeven van hun toekomst in Nederland. In de opvanglocatie worden programma’s aangeboden en voeren COA-medewerkers gesprekken met asielzoekers over het leven in en rond de opvanglocatie en over hun toekomst. Zo versterken asielzoekers vaardigheden die ze nodig hebben om regie te houden op hun eigen leven. 1.9 Inspanning COA dagbestedingsactiviteiten 1.
Het COA biedt alle bewoners van de opvanglocatie een voorinburgeringsprogramma aan. 2. Het COA spant zich in zoveel mogelijk dagbestedingsactiviteiten aan te bieden, zoals bijvoorbeeld recreatieve activiteiten en (basale) Nederlandse taalles door vrijwilligers. Daartoe werkt het COA samen met lokale organisaties. 3. Het COA faciliteert en stimuleert deelname aan sportactiviteiten die door de gemeente worden gefaciliteerd of aangeboden. Het COA administreert en houdt een overzicht bij van de bestede middelen ter verantwoording. 1.10 Begeleiding uitgeprocedeerde asielzoekers Het is mogelijk dat er binnen de groep evident kansrijke asielzoekers een (zeer) klein aantal zal zijn die in een latere fase van het asielproces toch geen vergunning verkrijgt, bijvoorbeeld Pagina 13 van 17
vanwege contra-indicaties. In dat geval zal vanuit de opvanglocatie zo snel als mogelijk worden gestart met terugkeer naar land van herkomst. Indien nodig voor een effectief terugkeerproces kan overplaatsing naar een Gezamenlijk Vreemdelingen Locatie of satellietlocatie, waar COA, IND en DT&V samenwerken aan het vertrek van de asielzoekers, aan de orde zijn. 1.11 Klachtenafhandeling 1. Eventuele klachten maakt het COA zo snel mogelijk bespreekbaar. De locatiemanager is vanuit het COA het eerste aanspreekpunt voor vragen en klachten uit de directe omgeving. Voor klachten die niet langs deze weg zijn opgelost, bestaat de COA Klachtenregeling. 2. Door het COA wordt een telefoonnummer en e-mailadres opengesteld voor meldingen en klachten met betrekking tot de opvanglocatie. Deze klachten worden gedeeld in het overleg met de gemeente. 1.12 Werving vrijwilligers In de asielopvang zijn duizenden vrijwilligers actief. Hun inzet is hard nodig. Het COA werft en begeleidt vrijwilligers die actief willen zijn in het opvangcentrum, sluit met deze personen een vrijwilligerscontract en draagt zorg voor een vergoeding. 1.13 Inspanning inhuren lokale producten en diensten 1. Voor zover (Europese) aanbestedingsregels dit toestaan, spant het COA zich in, diensten en producten die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden, zoveel mogelijk vanuit de gemeente en de regio aan te trekken. 2.
Werving van personeel door het COA geschiedt na overleg van het COA met het UWV Werkbedrijf. Voor zover (Europese) aanbestedingsregels dit toestaan en binnen het personeelsbeleid van het COA zal voor zover mogelijk personeel uit de gemeente of de regio worden aangetrokken. 3. Het COA spant zich in zoveel mogelijk (maatschappelijke) stageplaatsen, werkervarings-en afstudeerplaatsen op de opvanglocatie aan te bieden. 1.14 Wifi Het COA draagt er zorg voor dat de verbindingen met internet en voor mobiel bellen operationeel zijn op het tijdstip van ingebruikneming van het Opvangcentrum. Het COA zal zorgdragen voor een goede Wi-Fi verbinding in het opvangcentrum, waardoor hinder voor derden wordt voorkomen. 1.15 Vluchtelingenwerk Het COA faciliteert de inzet van Vluchtelingenwerk Nederland binnen de opvanglocatie. II Beleidsterrein Onderwijs Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Ook kinderen van asielzoekers gaan zo snel mogelijk naar school. In ieder geval binnen 3 maanden nadat ze in Nederland zijn aangekomen. Gemeenten zorgen voor het onderwijs aan leerplichtige kinderen. Het COA werkt nauw samen met gemeenten en scholen. Gemeenten kunnen voor de huisvestingskosten van het basisonderwijs aan asielzoekerskinderen een beroep doen op de Regeling onderwijshuisvestingbudgetten asielzoekers (OHBA-regeling). Het COA voert deze regeling uit. 2.1.
Leerplichtige kinderen Pagina 14 van 17
1. De gemeente neemt maatregelen die bewerkstelligen dat wordt voorzien in onderwijs aan de leerplichtige kinderen die in het Opvangcentrum verblijven. 2. Ten behoeve van de uitvoering van deze afspraak verstrekt het COA de gemeente schriftelijke informatie met betrekking tot de van toepassing zijnde regelgeving. 3. Het COA stelt binnen de opvanglocatie ruimte beschikbaar voor onderwijs aan leerplichtige leerlingen als er binnen de gemeentelijke schoollocaties niet voldoende ruimte is. 2.2. Afspraak–Schoolvervoer Schoolvervoer van en naar het primair en voortgezet onderwijs wordt, indien noodzakelijk, door het COA, in samenwerking met de ouders geregeld en bekostigd. III. Gezondheidszorg Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Op de opvanglocatie houdt een huisarts spreekuur. En met vragen over hun gezondheid kunnen de bewoners van de opvanglocatie 24/7 bellen met een medisch contactcentrum. De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdzorg. 3.1 Gezondheidstaken 1.
De verantwoordelijkheid voor het onderkennen en bestrijden van besmettelijke ziekten in de opvanglocatie en de overige preventieve gezondheidszorgtaken ten behoeve van de bewoners, heeft het COA contractueel belegd bij GGD-GHOR Nederland. Dit laat de verantwoordelijkheid van de gemeente krachtens de Wet Publieke gezondheid te dien aanzien onverlet. 2. De verantwoordelijkheid van het eerste- en tweedelijns zorgaanbod heeft het COA contractueel belegd bij RMA healthcare die de Regeling Medische Zorg Asielzoekers (RMA) uitvoert. 3. Het COA stemt eventuele inzet van Jeugdhulp van te voren af met de gemeente. IV Openbare orde en veiligheid Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA huisregels die asielzoekers in de opvanglocatie moeten naleven. Het COA treft maatregelen wanneer de huisregels niet worden nageleefd. Strafbare feiten worden altijd bij de politie gemeld. Samen met de partners uit de bestuursrecht- en strafrechtketen treft het COA maatregelen tegen overlastgevers. 4.1 Bestrijden van overlast 1. Indien het, naar het oordeel van de burgemeester, noodzakelijk is om de politiecapaciteit tijdelijk te verhogen, brengt de burgemeester deze wens in, in het daarvoor bestemde overleg. 2.
De gemeentelijke bestuursorganen en in het bijzonder de burgemeester maken met betrekking tot situaties rond en in het opvangcentrum gebruik van hun (nood)bevoegdheden, indien dat naar hun opvatting vereist is. 4.2 Beheerplan 1. Het COA, de gemeente en de politie eenheid IJsselland stellen met inbreng van omwonenden vóór de opening van de opvanglocatie gezamenlijk een beheerplan op. Dit beheerplan is een onderdeel van deze bestuursovereenkomst. De volgende punten worden in acht genomen bij het opstellen van het beheerplan: a. mogelijkheid tot instroomstop bij ernstige calamiteit/ verstoring openbare orde. Pagina 15 van 17
b. het niet op straat zetten van overlast gevende en uitgeprocedeerde asielzoekers en statushouders (zonder toestemming burgemeester). c. extra inzet capaciteit door gemeente en COA bij ernstige incidenten en onrust. d. onderdeel van dit beheersplan dient ook een bedrijfsnoodplan (ontruimingsplan en calamiteitenplan) te zijn. e. in het openbare orde overleg tussen het COA, gemeente en politie worden periodiek alle zaken met betrekking tot de risico’s van verstoring van de openbare orde binnen en buiten de locatie besproken. f. de wijkagent en wijkmanager van de gemeente zullen vanaf de opening van de opvanglocatie bijzondere aandacht besteden aan de leefbaarheid in de omgeving van de opvanglocatie. g. de verantwoordelijkheid voor een adequate personeelsbezetting voor de handhaving van de veiligheid en leefbaarheid op de opvanglocatie ligt bij het COA. h. het COA garandeert de aanwezigheid van voldoende beveiligingspersoneel, 24 uur per dag, 7 dagen in de week. i. vanaf opening van de opvanglocatie worden nauwgezet de effecten op de veiligheid en leefbaarheid in de wijk Kamperpoort en directe omgeving met bijzondere aandacht voor de buurt rondom de opvanglocatie.
Indien aantoonbaar door de vestiging van de opvanglocatie meer incidenten plaatsvinden vergeleken met de tijd van voor de vestiging en/of de leefbaarheid van de omgeving van de opvanglocatie anderszins onder druk komt te staan, dan wordt door zowel het COA als de gemeente direct capaciteit voor een nader te bepalen periode beschikbaar gesteld voor een intensiever omgevingsbeheer. Na deze periode volgt een evaluatie. De maatregelen worden sober doch doelmatig uitgevoerd. j. indien het, naar het oordeel van de burgemeester, noodzakelijk is om de politiecapaciteit tijdelijk te verhogen, brengt de burgemeester deze wens in, in het daarvoor bestemde overleg. k. een risicoanalyse maakt onderdeel uit van het beheersplan. Aan de hand van een risicoanalyse kunnen fysieke aanpassingen en overige maatregelen in de omgeving van de opvanglocatie inzichtelijk gemaakt worden. Het omwonendenoverleg bespreekt de wenselijkheid en de haalbaarheid van deze aanpassingen en maatregelen. Het college van burgemeester en wethouders en het COA bepalen vervolgens welke voorzieningen/ maatregelen in de omgeving worden gerealiseerd die er op zijn gericht om hinder te voorkomen, dan wel tot een minimum te beperken en in algemene zin een optimaal functioneren van het opvanglocatie in de plaatselijke gemeenschap te bevorderen. Zwolle d.d.
Den Haag d.d.
gemeente Zwolle de heer P. Snijders Burgemeester
Centraal Orgaan opvang asielzoekers de heer Drs. J. Kapteijns plv. Bestuursvoorzitter
Pagina 16 van 17
Pagina 17 van 17