1. Bestemmingsplan Marslanden
Tekst van het document
Bodemkwaliteit
Het plangebied betreft een industrieterrein, waar sinds 1960 bedrijfsactiviteiten zijn gestart.
67/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
kaart: situatietekening bodemkwaliteit
Op grond van het Historisch bodembestand (HBB) zijn er in het plangebied meerdere locaties bekend waar mogelijk verontreinigingen aanwezig zijn. Deze worden weergegeven met de blauwe, bruine en gele vlakken op de situatietekening. Uit het bodeminformatiesysteem blijkt tevens dat er reeds op veel plaatsen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (zie de groene vlakken in de situatietekening). Ook zijn er reeds plaatselijk saneringen uitgevoerd en in voorbereiding. Ten aanzien van bodem kan er een grove indeling gemaakt worden met locaties waar vóór of na 1987 een bodemverontreiniging is ontstaan. Dit betekent dat voor locaties waar bedrijfsactiviteiten zijn gestart na 1987 de verwachting bestaat dat de bedrijven zelf maatregelen nemen om bodemverontreiniging te voorkomen. Indien toch bodemverontreiniging wordt veroorzaakt dient deze onverwijld te worden verwijderd. Dit is dus een verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf en wettelijk is dit geregeld in de Wet milieubeheer. Voorliggend bestemmingsplan is conserverend van aard, er zijn dan ook geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen die van invloed zijn op of beïnvloed worden door de bodemkwaliteit. Derhalve is geen bodemonderzoek nodig en is het aspect geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan. 3.9.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's. Het gaat hierbij om de risico's van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het plangebied moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het besluit externe veiligheid transportroutes, het basisnet en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
68/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Uitsnede risicokaart Binnen het plangebied zijn een meerdere risicovolle inrichtingen (rode punten), buisleidingen (rode stippellijn) en transportroutes (zwarte en groene lijnen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoert gelegen. Het bestemmingsplan betreft een conserverend plan. Het staat geen nieuwe risicovolle bestemming toe of bestemming die het aantal personen laat toenemen en bevat geen ontwikkelingen die effect hebben op externe veiligheid. Ook zijn er in de omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen geweest die zullen leiden tot een toename van het risico. Daarom kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering is ten aanzien van de realisatie van het bestemmingsplan. Bestemmingsplankaart/regels Bij dit bestemmingsplan is gekozen om in principe geen nieuwe risicobronnen toe te laten. Ontheffing kan worden verleend voor nieuwe Bevi-bedrijven in zone 6. Nieuwe kwetsbare objecten worden niet toegestaan in de zones 1, 4, 5, 6 en 7. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals complexen met meer dan 5 winkels (gezamenlijk b.v.o. > 1000 m2) of winkels met een totaal b.v.o. > 2000 m2 per winkel. 3.9.6
Kabels, leidingen en straalpaden
Door het plangebied lopen: hoofdtransportleidingen voor drinkwater; hoofdgastransportleidingen; bovengrondse hoogspanningsleidingen. Zie de onderstaande kaart 'Beperkingen'. Al deze leidingen zijn op de plankaart aangegeven door middel van een dubbelbestemming. Er bevindt zich boven het plangebied één straalpad (zie kaart 'Beperkingen'). Dit is het straalpad van de straalverbindingstoren Zwollerkerspel aan de Vecht richting Ugchelen. De hoogteligging van 43 meter van dit straalpad is dermate hoog dat er geen dubbelbestemming ter bescherming voor nodig is.
69/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
kaart: beperkingen
70/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
3.10
Duurzaamheid
Zwolle wil in 2050 een volledig energieneutrale stad zijn. Dat betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en duurzaam wordt opgewekt. Daarbij wordt naast de bebouwde omgeving ook rekening gehouden met mobiliteit. Energieneutraal is een enorme energietransitie-opgave. Uitgangspunt is dat nieuw stedelijk gebied vanaf het begin energieneutraal wordt gerealiseerd. Dit vraagt veel van de architectuur, de isolatiewaarden, techniekkeuze en opwekcapaciteit op de eigen kavel.
71/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Marslanden zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Marslanden.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik; Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels;
72/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld.
Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 24 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
73/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.
De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.
Het betreft in dit plan: Artikel 15 Leiding - Gas; Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding; Artikel 17 Leiding - Water; Artikel 18 Waarde - Archeologie; Artikel 19 Waterstaat - Waterberging; Artikel 20 Waterstaat - Waterkering.
Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar
74/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.
Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 21 Anti-dubbeltelregel; Artikel 22 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie; Artikel 23 Algemene afwijkingsregels; Artikel 24 Algemene procedureregels; Artikel 25 Overige regels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: 1. een Lijst van afwijkend gebruik dat toegestaan is in de bestemming 'Bedrijf'; 2. een Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen met toegelaten en niet toegelaten bedrijfsactiviteiten in de bestemming 'Bedrijf' met een bijbehorende algemene verklaring van de opzet van deze staat en een lijst met de verklaring van de gebruikte afkortingen.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bedrijf Deze bestemming betreft het grootste gedeelte van het plangebied. In de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Daarvoor wordt de bestemming verdeeld in 7 verschillende interne zones. Hierbij wordt verwezen naar een als Bijlage 2 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen. Daarin staat voor de verschillende zones aangegeven welke bedrijfsactiviteiten wel en welke niet zijn toegestaan. Opslagen en installaties staan aan het eind van de staat apart aangegeven.
75/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
In paragraaf 3.9.2 Milieuzonering is de interne zonering van het bedrijventerrein verder omschreven. Toelaatbare activiteiten die niet in de op bedrijventerreinen gerichte staat voorkomen, zijn apart in de bestemmingsomschrijving aangegeven. Bedrijfsactiviteiten, welke alleen op de huidige plaats en niet in een gehele zone toelaatbaar zijn, worden als "afwijkend gebruik” op de plankaart aangegeven en in Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik van de regels per adres omschreven. De plaats van bestaande bedrijfswoningen staat op de plankaart aangegeven. Hier zijn specifieke regels voor van toepassing. Nieuwe bedrijfswoningen op andere plaatsen zijn niet toegestaan. De Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen is een algemene staat die toegepast wordt bij bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van maart 2009. De staat maakt als Bijlage 2 onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een ontheffing voor gelijkwaardige bedrijven.
De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt. In Bijlage 2 is voorafgaand aan de staat een Algemene verklaring van de opzet van de staat en de Betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen. Artikel 7 Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer' gevoegd. In de bestemming 'Groen' zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van kan worden afgeweken. Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan. Binnen de bestemming 'Groen' zijn overal trapveldjes en speelvoorzieningen mogelijk. Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd. Afwijkend gebruik: De aanduiding 'specifieke vorm van groen - afwijkend gebruik' is opgenomen voor de locatie van de kynologenclub aan de Huub van Doornestraat 17. Op die locatie zijn gebouwen, terreinen, parkeervoorzieningen en verhardingen toegestaan ten behoeve van een kynologenclub.
Artikel 10 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.74 overig bouwwerk: worden gebouwd. Artikel 11 Verkeer In tegenstelling tot woonwijken wordt bij een bedrijventerrein geen onderscheid gemaakt in een aparte bestemming voor verkeer met een stroomfunctie en verkeer met een verblijfsfunctie in een 30 km gebied. In verband met de Wet geluidhinder moet het toegestane aantal rijbanen wel worden vastgelegd, omdat de breedte van de geluidszones van wegverkeerslawaai daarvan afhangt. Het aantal rijbanen voor de wegen op Marslanden is daarom opgenomen in artikel 11 Verkeer. Artikel 13 Water Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Water dat voor de waterhuishouding niet van belang is, is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van andere
76/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
bestemmingen. Artikel 14 Wonen Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. De bestemming is in het plangebied van Marslanden opgenomen voor woningen aan de Kanaalweg 2-4. Uitgangspunten: Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd. De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding. Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd. Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten. Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven. In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50% en 100 m².
Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. In de voortuinen komt de bestemming 'Tuin', waar in principe geen gebouwen en carports zijn toegestaan. Indien in de voortuinen gebouwen aanwezig zijn, wordt ter wille van de eenvoud van regeling en beheer een gebied met de bestemming 'Wonen' aangegeven dat voor 100% mag worden bebouwd. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten.
Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de
77/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening. Afwijkend gebruik: De hoofdgebouwen met een afwijkend gebruik dat niet valt onder beroep aan huis of met een beroep aan huis groter dan 30% / 50m² zijn met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In de regels (artikel 14.1 onder b) staat aangegeven welk afwijkend gebruik is toegelaten en voor welk deel van de bouwwerken en het bijbehorende erf dit afwijkende gebruik is toegestaan. Artikel 17 Leiding - Water Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd. Deze dubbelbestemming omvat het in het plangebied gelegen ondergrondse net van hoofdtransportleidingen voor de drinkwatervoorziening.
Deze leidingen transporteren drinkwater van de productielocatie naar centrale punten in de verderop gelegen voorzieningsgebieden (zie kaart Beperkingen in paragraaf 3.9.6). In een brief van 27 februari 2004 heeft waterleidingbedrijf Vitens de gemeente verzocht de voor het bedrijf cruciale hoofdtransportleidingen in de bestemmingsplannen op te nemen. Het bedrijf beriep zich daarbij op de 'Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen' van de provincie Overijssel. Voor de invoer van de juiste gegevens heeft Vitens de gemeente later een digitaal bestand met de bedoelde hoofdtransportleidingen toegezonden. De leidingen zijn conform dit bestand opgenomen. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, nadat advies van de leidingbeheerder is ingewonnen. Ter bescherming van de leidingen is voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing. Artikel 18 Waarde - Archeologie Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn: De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied (zie kaart in paragraaf 3.2 Archeologie).
Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg. Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing. Artikel 20 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming omvat, voor zover gelegen binnen het plangebied, het water van en de dijken langs de Nieuwe Wetering en Soestwetering. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming 'Artikel 20 Waterstaat - Waterkering' samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap Groot Salland onverkort van kracht. Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden een watervergunning van het waterschap nodig. 78/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderend bestemmingsplan zijn de voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen. Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur is geen omgevingsvergunning nodig.
4.4
Algemene regels
Artikel 21 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 22 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie Deze gebiedsaanduiding betreft de vastlegging van de bestaande geluidszone rond het industrieterrein Marslanden voor zover gelegen binnen het plangebied. Er worden geen wijzigingen in de zonegrens aangebracht. Zie kaart in paragraaf 3.9.1 Geluid. Artikel 23 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 24 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 25 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de 'Regeling Parkeernormen 2016'. Zie paragraaf 2.4 Verkeersbeleid.Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de 'Regeling Parkeernormen 2016'.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 26 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven.
79/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 27 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Bijlagen
Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik: Deze bijlage omvat per adres het afwijkend gebruik dat binnen de bestemming 'Bedrijf' is toegestaan. Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen: De staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen is een algemene staat die toegepast wordt bij bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op het VNG-rapport 'Bedrijven en milieuzonering' van maart 2009. De staat behoort bij de bestemming 'Bedrijf'. De staat maakt als Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een afwijking voor gelijkwaardige bedrijven. De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt. In Bijlage 2 is voorafgaand aan de staat een algemene verklaring van de opzet van de staat en de betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen.
4.7
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.
80/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan is conserverend van karakter. Omdat de gemeente binnen het conserverende gedeelte van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is het niet nodig om bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan voor het conserverende gedeelte te voegen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg met de buurt
Dit bestemmingsplan betreft de actualisatie van het bestemmingsplan Marslanden. Omdat er geen nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, wordt geen aparte inspraak georganiseerd. 5.2.2
Uitkomsten overleg
Op 22 januari 2021 is het voorontwerpbestemmingsplan Marslanden in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar instanties en organisaties verzonden met het verzoek om voor 17 februari 2021 schriftelijk te reageren. Het plan is toegezonden naar de volgende 16 instanties en organisaties: 1. Provincie Overijssel 2. Veiligheidsregio IJsselland 3. Waterschap Drents Overijsselse Delta 4. Tennet 5. Gasunie 6. ProRail 7. Ondernemersclub Marslanden 8. NatuurPlatform Zwolle / Milieuraad Zwolle 9. Rijkswaterstaat 10. Vitens 11. Enexis 12. Postnl 13. Kamer van Koophandel 14. KPN straalverbindingen 15. VNO-NCW Midden 16. Natuur en Milieu Overijssel Onderstaand de vooroverlegreacties die ontvangen zijn. Dit betreft de nummers 1 tot en met 8. Van de overige instanties en organisaties is geen inhoudelijke reactie ontvangen. 1. Provincie Overijssel opmerking: Aangegeven wordt dat het plan bijdraagt aan het provinciaal ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Hiermee is voldaan aan het ambtelijk vooroverleg met de provincie.
81/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
reactie: Van de vooroverlegreactie is kennis genomen. 2. Veiligheidsregio IJsselland opmerking: Geconstateerd wordt dat het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen beoogt. De situatie met betrekking tot externe veiligheid wijzigt niet. De bestaande risicobronnen in en nabij het plangebied zijn voldoende beschreven in het bestemmingsplan. Met betrekking tot externe veiligheid zijn er dan ook geen opmerkingen of aanvullingen. Het bestemmingsplan is een conserverend plan en voldoet aan de voorwaarden om op te gaan in het Omgevingsplan. Het staat geen nieuwe risicovolle bestemming(en) toe of bestemming die het aantal personen laat toenemen en bevat geen ontwikkelingen die effect hebben op externe veiligheid. Ook zijn er in de omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen geweest die zullen leiden tot een toename van het risico. In zone 6 kan door middel van een ontheffing een nieuwe Bevi inrichting worden toegestaan. Nieuwe kwetsbare objecten worden niet toegestaan in de zones 1, 4, 5, 6 en 7. Verzocht wordt om bij het verlenen van een ontheffing voor een Bevi inrichting in zone 6 en het toestaan van nieuwe kwetsbare objecten in zones 2, 3 opnieuw advies te vragen. reactie: Bij overwegen van het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van een nieuwe Bevi inrichting (art.
3.6.1 onder b van de regels) is als voorwaarde opgenomen dat geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden (art. 3.6.2 van de regels). Een afweging hierover wordt onder andere gemaakt met advies van een Milieuplanoloog. Als werkafspraak zal worden opgenomen dat bij afweging van een afwijking voor een Bevi inrichting in zone 6 en het toestaan van nieuwe kwetsbare objecten in zones 2, 3 opnieuw advies gevraagd zal worden aan de Veiligheidsregio in het periodiek overleg. 3. Waterschap Drents Overijsselse Delta opmerking: Het Waterschap verzoekt de bestemmingen en dubbelbestemmingen in overeenstemming te brengen met onze legger en Keur. Het gaat met name om de bestemming van het waterstaatswerk (dit is buitendijks gebied), de beschermingszone B rondom de keringen en de kering zelf. De hele driehoek van het plangebied dat tussen de keringen ligt, ligt namelijk buitendijks, en is dus in zijn geheel aan te wijzen als waterstaatswerk. Verzoek om deze de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterstaatskundige functie' te geven. Verzoek om de beschermingszones rondom de dijk een aanduiding te geven (bijv. 'vrijwaringszone - dijk'). reactie: Voor wat betreft het opnemen van een dubbelbestemming voor het buitendijks gebied (driehoek Nieuwe Wetering-Soestwetering-Sekdoornsedijk) het volgende.
Het voorliggende bestemmingsplan Marslanden is conserverend van aard. Het legt bestaande bouw- en gebruiksrechten geactualiseerd vast en beoogt geen wijziging wat betreft vastleggen van te beschermen belangen. De dubbelbestemming die ziet op het waterstaatsbelang is dan ook conserverend uit het geldende bestemmingsplan overgenomen voor het gebied van de waterkeringen (zone A). In het toekomstige Omgevingsplan zal opnieuw worden bezien hoe de waterstaatkundige belangen worden beschermd en vastgelegd. Hierbij zal het Waterschap Drents Overijsselse Delta worden betrokken.
82/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Vooruitlopend op de keuzes die worden gemaakt in het Omgevingsplan is het niet wenselijk om ten opzichte van het geldende ruimtelijke regime nu een dubbelbestemming nieuw op te nemen voor het buitendijks gebied. Ook is het om deze reden niet wenselijk om ten opzichte van het geldende ruimtelijke regime nu een gebiedsaanduiding met regeling nieuw op te nemen voor de beschermingszones rondom de dijk. Wij nemen hierbij in aanmerking dat de waterstaatkundige belangen in het gebied reeds bescherming genieten middels de keur. 4. Tennet opmerkingen: 1. In het plan zijn regels opgenomen voor de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning (artikel 16) en Leiding - Hoogspanningsverbinding (art. 17). Omdat zich binnen de grenzen van dit plan alleen bovengrondse hoogspanningsverbindingen bevinden kan artikel 16 uit dit plan worden verwijderd. 2. Artikel 17.1 onder b Hier nog een toevoeging te maken van "(veiligheids)voorzieningen. De veiligheidsvoorzieningen behoren onlosmakelijk bij de gronden van deze bestemming. Denk bijvoorbeeld aan hekwerken rondom masten of een opstijgpunt. 3. Artikel 17.5.1 onder a Hier graag een toevoeging maken na het woord 'aanbrengen' van "en/of rooien". Bij het rooien van hoogopgaande beplanting kunnen gevaarlijke situaties ontstaan (overslag) en Tennet wil dit te allen tijde voorkomen door veiligheidsvoorwaarden te kunnen stellen. 4.
Artikel 17.5.1 Graag toevoegen als g, h en i g. wijzigen van maaiveld of weghoogte; h. aanleggen van wegen en parkeerplaatsen; i. aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 17 omschreven bestemming. reactie: 1. Dit is terecht opgemerkt. De regels ('Leiding - Hoogspanning') en tekst over ondergrondse hoogspanningsverbindingen wordt uit de regels en toelichting verwijderd. 2. Veiligheidsvoorzieningen als hekwerken en opstijgpunten worden beschouwd als 'overige bouwwerken' ten behoeve van de hoogspanningsverbinding en zijn daarmee als afdoende geregeld in art. 17.1 onder a en b van de regels. Voor 'overige bouwwerken' zijn bouwregels opgenomen. 3. De regel wordt gewijzigd in "a. het aanbrengen of verwijderen van beplanting en bomen;" 4. Het wijzigen van maaiveld of weghoogte wordt vervat onder "d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen;" en is daarmee afdoende geregeld. Het aanleggen van wegen en parkeerplaatsen is vervat onder "b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;" en is daarmee afdoende geregeld. Bij het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur gaat het meestens om bouwwerken, niet om werkzaamheden. Deze zijn al vervat in art.
17.2.1 en daarmee afdoende geregeld. 5. Gasunie opmerkingen: 1. De Gasunie verzoekt om een bepaling op te nemen, zodat de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' bij samenvallen met andere bestemmingen voorrang krijgt. Dit gezien de veiligheidsaspecten die gelden om een veilige ligging van de gastransportleiding te waarborgen. Op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient een onderlinge rangorde te worden aangegeven. 2. 15.3.2 Voorwaarden
83/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Verzoek om bij onderdeel d. te spreken van vooraf schriftelijk advies van de leidingbeheerder. 3. 15.4 Specifieke gebruiksregels Verzoek om bij dit onderdeel de volgende bepaling toe te voegen: "Het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten." 4. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verzoek om het volgende op te nemen: "h. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;" 5. 15.5.2 Toegestane werkzaamheden Verzoek om de volgende bepaling toe te voegen: "- Die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. - Te spreken over zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON);" 6. 15.5.3 Voorwaarden Verzoek om hier te spreken over vooraf schriftelijk advies. reactie: 1. Door de opgenomen dubbelbestemming geldt een bouwverbod ter bescherming van de leidingen en borging van de veiligheid. Bij omgevingsvergunning kan van dit verbod worden afgeweken mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. Wanneer dubbelbestemmingen samenvallen wordt bij alle betreffende leidingbeheerders advies ingewonnen. Indien blijkt dat er belangen in het geding zijn van één van de beheerders dan kan de omgevingsvergunning worden geweigerd.
Het opnemen van voorrangsregels is daarom niet nodig en is derhalve zelfs ongewenst. 2. De regel van art. 15.3.2 onder d wordt gewijzigd in "d. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder." 3. Het tegengaan van gebruik waardoor een kwetsbaar object ontstaat ziet op gebruik dat geen rekening houdt met de risico's die verbonden zijn aan de werking van de ondergrondse aardgastransportleiding. Het tegengaan van dit gebruik is al vervat in art. 15.4 onder a en daarmee afdoende geregeld. 4. De regel van art. 15.5.1 onder h wordt gewijzigd in "h. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen." 5. In de aanhef van art. 15.5.1 is de opsomming al gemaakt van de werkzaamheden die niet mogen worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Het is hierbij onnodig om in art. 15.5.2 aan te geven dat werkzaamheden waarvoor vergunning is verleend mogen worden uitgevoerd. Dit is evident. De regel van art. 15.5.2 onder c wordt gewijzigd in "c. mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;" 6. De regel van art. 15.5.3 onder d wordt gewijzigd in "d. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder." 6. ProRail opmerkingen: 1.
In het noordwestelijk deel van het bestemmingsplan (ten westen van gebied kynologenclub) is een deel van de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' weggevallen. Verzoek om dit te herstellen. 2. In het noordoostelijk deel van het bestemmingsplan is bij de kruising tussen de Ceintuurbaan en de spoorlijn een deel van de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' weggevallen. Verzoek om dit te herstellen. reactie: 1. Dit wordt gewijzigd op de verbeelding. 2. Dit wordt gewijzigd op de verbeelding. 7. Ondernemersclub Marslanden opmerking:
84/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Gevraagd wordt of er veranderingen zijn in de toegestane bouwhoogtes op Marslanden. Ook wordt gevraagd naar de status van het bestemmingsplan en zijn enkele vragen van leden toegezonden. reactie: Het bestemmingsplan Marslanden is conserverend van aard. Uitgangspunt van een conserverend bestemmingsplan is dat het de bestaande rechten (gebruiks- en bouwmogelijkheden) uit het geldende plan geactualiseerd vastlegt. In dit bestemmingsplan Marslanden zijn de bouwhoogtes uit het bestemmingsplan Marslanden (vastgesteld 2010) ongewijzigd overgenomen. De vraag naar de status van het plan en de vragen van leden zijn separaat beantwoord.
8. NatuurPlatform Zwolle / Milieuraad Zwolle opmerkingen: 1. Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle vinden dat er in het voorontwerp bestemmingsplan Marslanden meer aandacht moet zijn voor de stadsbrede ambities voor wat betreft groen en milieu. Gevraagd wordt om alsnog stadsbreed en integraal aan de slag te gaan met vergroening van bedrijventerreinen. De ontwikkelingen rond bedrijventerreinen zouden gelinkt moeten zijn aan een integrale kijk, zoals momenteel in het proces Omgevingsvisie aan de orde is. 2. Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle verzoeken de gemeente om aan te geven hoe de natuur in de bestemming natuur zal worden beheerd en onderhouden. Behoud van de biodiversiteit vraagt een actieve houding in beheer. 3. Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle benoemen aanknopingspunten en voorbeelden voor de transitie van bedrijventerreinen van grijs naar groen. Daarbij geven zij aan graag mee te willen denken bij uitwerkingen en algemeen over het beleid rond de bedrijventerreinen. reactie: 1. In het conserverend bestemmingsplan is een overzicht gegeven van het gemeentelijk beleid voor Marslanden op de verschillende thema's. Voor wat betreft het Groen zijn dit het Groenbeleidsplan en de Groene kaart als onderdeel van de Bomenverordening en de ontwerp Omgevingsvisie.
Voor Marslanden werkt dit beleid door in de toedeling en onderscheid in de bestemmingen 'Groen', 'Natuur' en 'Verkeer' en de regels daarvan. Het bestemmingsplan is uiteindelijk een planologisch instrument gericht op het toedelen van functies aan grond. De reactie van Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle over het realiseren van stadsbrede ambities op het gebied van duurzaamheid, vergroening, klimaatadaptatie, gezondheid en het Deltaplan Biodiversiteit overstijgt de reikwijdte van bestemmingsplan Marslanden. Momenteel is het proces gaande om te komen tot een visiedocument Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Samen met de diverse parkmanagers en ondernemersverenigingen wordt bekeken hoe hier verder invulling aan wordt geven en de consequenties van de eventueel te ondernemen stappen. De snelheid en implicatie zal per bedrijventerrein verschillen. Wel is al gemerkt dat diverse ondernemers er positief in staan om samen aan duurzaamheidsvraagstukken te werken. De vooroverlegreactie van Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle wordt meegenomen in het uitwerken van deze visie. De definitieve visie wordt in samenspraak met Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle opgesteld. In de Omgevingsvisie is de ruimtelijke visie van de gemeente waarin de ambities zijn aangegeven voor de ontwikkeling van de stad.
In 2017 is de Zwolse omgevingsvisie deel 1 door de gemeenteraad vastgesteld met ambities en kernopgaven voor de toekomstige ontwikkeling van de Zwolse leefomgeving. Onderdeel daarvan is een Natuurwaardenkaart. Het is de bedoeling die kaart de komende met Milieuraad Zwolle/Natuurplatform Zwolle verder uit te bouwen. De geactualiseerde versie van de (stadsbrede) natuurwaardenkaart inclusief tekstuele beschrijving gaat onderdeel uitmaken van de definitieve Omgevingsvisie. 2. In de beleidsagenda's is aangegeven hoe we de komende jaren willen omgaan met de verdere
85/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
ontwikkeling van het (al dan niet openbaar) groen. Nieuwe ontwikkelingen en de toenemende druk op de bestaande openbare ruimte door de groei van de stad vragen om voortdurende aanpassingen van die openbare ruimte. De Wateragenda (2015), de Groene Agenda (2015), de Duurzaamheidsagenda (2015), en de ontwerp Omgevingsvisie (2020) geven de stippen op de horizon en de richting daar naartoe aan. Naast de nieuwe ontwikkelingen uit de beleidsagenda's speelt ook het beheer van de openbare ruimte een belangrijke rol. De Visie BOR (2015) vormt samen met de beleidsagenda's het kader voor keuzes ten aanzien van de openbare ruimte. 3. Zie reactie op punt 1, tweede en derde alinea.
86/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
REGELS
87/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Marslanden met identificatienummer NL.IMRO.0193.BP18006-0004 van de gemeente Zwolle; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft; 1.5
ambachtelijk bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen; 1.6
archeologische monumenten:
terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige vóór tenminste 50 jaar vervaardigde zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden; 1.7
archeologische waarden:
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.8
attentiemast:
een mast waarmee één of meerdere bedrijven de mogelijkheid hebben om zichzelf en/of hun producten te profileren in de omgeving; 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken;
88/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
1.10
bebouwingspercentage:
indien het percentage een bestemmingsvlak betreft: de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; indien het percentage een perceel betreft: een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een perceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak of het perceel, waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd; 1.11
bed & breakfast:
ruimte in of direct bij de hoofdwoning, waar gasten voor een beperkte periode verblijven en het ontbijt wordt geserveerd; 1.12
bedrijf:
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten; 1.13
bedrijf aan huis:
een bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.14
bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein gewenst is; 1.16
beroep aan huis:
een beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.17
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor beroep aan huis c.q. een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; een daaraan vastgebouwde of er deel van uitmakende woning wordt niet meegeteld; 1.18
beschermde monumenten:
monumenten die als beschermd monumenten zijn aangewezen en zijn ingeschreven in een monumentenregister;
89/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
1.19
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.20
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.22
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.23
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.24
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.25
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.27
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.28
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.29
café-restaurant:
een bedrijf, waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
90/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
1.30
caravan:
een al dan niet uitklapbare aanhangwagen ingericht voor dag- en nachtverblijf van personen, welke met een normale snelheid over de weg mag worden voortbewogen; 1.31
carport:
een overdekt bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat blijkens zijn aard kennelijk is bestemd voor het stallen van een motorvoertuig; 1.32
cultuurhistorische waarden:
de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door de ten gevolge van een vroeger cultuur- of levenspatroon ontstane in het terrein waarneembare vormen van landschap en bebouwing, welke hetzij van waarde zijn voor de wetenschap, hetzij een zodanige historiche waarde bezitten dat het behoud van belang is te achten; 1.33
dagrecreatie:
recreatie in de open lucht uitsluitend gedurende een dagperiode op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, zoals een wandelbos, wandelpark, strandbad, vis- en zwemvijvers, speel- en ligweide, speelterrein, kinderspeelplaats, dierenpark, volkstuinen of nutstuinen; 1.34
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder zijn begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, een tuincentrum en een supermarkt; 1.35
dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen belwinkels, internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.36
dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen belwinkels, internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.37
eengezinshuis:
een gebouw, dat één woning omvat; 1.38
eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond;
91/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
1.39
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct gelegen is bij een hoofdgebouw; 1.40
erftoegangsweg:
een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer niet meer primair is en waar aandacht kan worden gegeven aan snelheidsreducerende maatregelen; 1.41
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.42
extensieve dagrecreatie:
recreatie in de open lucht uitsluitend gedurende een dagperiode, waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is, zoals wandelen, fietsen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving; 1.43
garagebedrijf:
een bedrijf, waarvan de werkzaamheden bestaan uit het hoofdzakelijk verrichten van onderhoud al dan niet in combinatie met de verkoop van auto's, motorfietsen, bromfietsen, snorfietsen en fietsen alsmede de verkoop van bijbehorende accessoires; 1.44
gebiedsontsluitingsweg:
een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer primair is en welke dient voor de ontsluiting van een gebied; 1.45
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.46
geluidsbelasting:
de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, een spoorweg of een weg als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.47
geluidsgevoelige functies:
ruimten binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer worden gebruikt of voor een zodanig gebruik zijn bestemd, alsmede een keuken van een woning met een vloeroppervlakte van niet minder dan 11 m² en andere geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.48
geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder;
92/180
februari 2022 bestemmingsplan Marslanden
1.49
geluidszoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.50
groothandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of het leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit; 1.51
groothandelgebonden detailhandel:
detailhandel, welke een geïntegreerd en ondergeschikt deel uitmaakt van een groothandelsbedrijf; 1.52
hogere grenswaarde:
een maximum waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.53
hoofdgebouw:
een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.54
horeca:
de bedrijfssector gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het verstrekken van nachtverblijf, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, waaronder zijn begrepen een 'bed & breakfast', discotheek, feestzaal en partyboerderij, evenwel met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.55
horecabedrijf:
een bedrijf, waar ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken worden verstrekt, zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd en/of waarin nachtverblijf wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, waaronder zijn begrepen een 'bed & breakfast', discotheek, feestzaal en partyboerderij, evenwel met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.56