CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Buitengebied, Oude Twentseweg 5, Herfterlaan 9

Raad Besluitvormingsronde 19 juni 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Oude Twentseweg 5, Herfterlaan 929.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: -

bestemmingsomschrijving bouw- en gebruiksregels aanduidingsregels afwijken van bouw en gebruiksregels wijzigingsbevoegdheid algemene procedureregels

In paragraaf 7.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht.

7.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels bestaan uit de Anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels.

7.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotregels. Hierin wordt de officiële benaming van dit bestemmingsplan weergegeven.

7.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de in dit bestemmingsplan voorkomende regels behandeld. Artikel 3. Agrarisch met waarden – landschap De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschapswaarden van de gronden; Artikel 4.

Agrarisch met waarden – Natuur en landschap In dit artikel is bepaald op welke wijze agrarische activiteiten uitgevoerd kunnen worden in combinatie met het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden van de gronden. Ter plaatse mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. Artikel 5. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de woning aan de Oude Twentseweg en aan de Helmhorstweg. Binnen de bestemming mogen ook paden, opritten en parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. 52

Artikel 6. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met daaronder begrepen kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis. Artikel 7. Leiding – Hoogspanningsverbinding Dit artikel heeft betrekking op de hoogspanningsleiding die over de locatie Herfterlaan 9 ligt. Artikel 8. Waarde – archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische monumenten die ter plaatse aanwezig zijn en het behoud van de archeologische monumenten, waarvan de aanwezigheid redelijkerwijs vermoed wordt.

53

Bijlagen Bijlage 1. Archeologisch onderzoek

54

Oude Twentseweg 5 te Zwolle (gem. Zwolle) Een bureauonderzoek (BO)

P.W. Hoebe

Rapport 291

Oude Twentseweg 5 te Zwolle (gem. Zwolle) Een bureauonderzoek (BO)

P.W. Hoebe

Rapport 291

Colofon Oude Twentseweg 5 te Zwolle (gem. Zwolle) Een bureauonderzoek (BO) Een onderzoek in opdracht van BiedtRuimte Salisbury Archeologisch Rapport 291 P.W. Hoebe Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v. Versie 2.0, 3 december 2019 (concept) Autorisatie —Danny Gerrets (senior KNA prospector)

Autorisatie bevoegd gezag— H. Clevis (Gemeentelijk archeoloog)

SalisburyArcheologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl

ISSN 2468-4538

Inhoud Locatie en administratieve gegevens Samenvatting resultaten 1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1 Onderzoekskader 1.2 Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie 1.3 Begrenzing onderzoeks- en plangebied 1.4 Doel van het onderzoek 1.5 Onderzoeksvragen 2 Bureauonderzoek 2.1 Gebruikte bronnen 2.2 Aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Bekende archeologische waarden 2.4 Archeologie en bewoningsgeschiedenis 2.5 Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek 2.6 Bekende verstoringen 2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en advies 3 Conclusie en aanbevelingen 3.1 Beantwoording onderzoeksvragen 3.2 Selectieadvies Literatuur Lijst van afbeeldingen Lijst van tabellen

6 7 8 8 9 9 10 10 11 11 11 16 23 24 28 28 30 30 30 31 32 32

Locatie en administratieve gegevens Projectnaam Projectcode Type onderzoek OM-nummer Projectleider Contact

Opdrachtgever Contact

Bevoegde overheid

Plaats Gemeente Provincie Kadastrale gegevens Coördinaten

Oppervlakte NAP-hoogte maaiveld Uitvoering onderzoek Beheer en locatie documentatie

Oude Twentseweg 5 te Zwolle (gem. Zwolle) 20192529 Bureauonderzoek (BO) 4729050100 P.W. Hoebe Archeoloog MA T: +31-85-3031540 M: +31-648059708 E: pir.hoebe@salisburybv.nl BiedtRuimte René Niemeijer Zwolseweg 75 8141 EA Heino T: +31-620580061 E: rene@biedtruimte.com Gemeente Zwolle Dr. H. Clevis Veemarkt 38 8011AJ Zwolle T: 0384983030 E: archeologie@zwolle.nl Zwolle Zwolle Overijssel ZLE00 AB 332 Noordwest: X: 209,549, Y: 500,233 Noordoost: X: 209,568, Y: 500,237 Zuidoost: X: 209,581, Y: 500,191 Zuidwest: X: 209,559, Y: 500,187 Circa 0,1 hectare Circa 2,4 m +NAP augustus 2018 Salisbury Archeologie b.v. en e-depot

6

Samenvatting resultaten Vraagstelling

Geologie /Geomorfologie

Bekende archeologische waarden

Historische waarden

Verwachting

Selectieadvies en aanbevelingen

bureauonderzoek: • Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? • Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? • Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? • Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan? Het plangebied is gelegen op een rivierduin langs de oude loop van de Overijsselse Vecht. De duin bestaat uit verstoven zand en is waarschijnlijk aan het einde van de IJstijd gevormd (het Pleniglaciaal). Het deel van de rivierduin waarop het plangebied is gesitueerd is deels verspoeld en er is mogelijk een dunne laag klei of zavel op afgezet. Dit zou zijn gebeurd in de periode waarin de Vecht haar oude loop verliet toen deze bij Dalfsen uit haar dal trad. Deze gebeurtenis is gedateerd tussen de 4e en de 14e eeuw n. Chr. Het plangebied bevindt zich in een zone van zeer hoge archeologische waarde (AMK terrein 13347en AWZ 042). Er zijn in de directe omgeving resten uit alle archeologische perioden gevonden, vooral van de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. In de regio zijn op vergelijkbare rivierduinen langs de Vecht ook vindplaatsen uit de Vroege Prehistorie aangetroffen.

Hoewel het plangebied deels is verspoeld toen de Vecht haar oude loop verliet, is er een hoge kans op de aanwezigheid van (jongere) archeologische resten die niet hierdoor niet zijn aangetast. Wijthmen wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 960 en in een regest uit 1207. Het is een oud buurtschap met een mogelijk prehistorische plaatsaanduiding in de nederzettingsnaam. Het perceel waarop het plangebied gelegen is was als bouwland in gebruik tijdens de 19e eeuw, en behoorde later tot het grondgebied van boerderij Oude Twentseweg 5. Er heeft geen historisch bekende bebouwing gestaan dus oudere resten zijn weinig tot niet verstoord. Het plangebied ligt op een oude dekzandrug die aan het einde van de IJstijd is ontstaan. Op dergelijke hoger gelegen delen in het landschap zijn kampementen van jagers-verzamelaars van het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum te verwachten. Bij dit soort vindplaatsen is een spreiding van bewerkt vuursteen te verwachten en wellicht enkele sporen. Nederzettingsresten met meer sporen en huisplattegronden zijn te verwachten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. In de regio zijn op vergelijkbare locaties ook grafvelden aangetroffen vanaf het Mesolithicum tot en met de Middeleeuwen. Goed geconserveerd organisch vondstmateriaal zoals bot en hout wordt op deze locatie niet verwacht.

Voor het plangebied geldt dan ook dat opgraven verplicht is indien in situ behoud (d.w.z. onverstoord behoud van de archeologie in de grond) niet mogelijk is. Aangezien dit voor dit gebied verankerd is in gemeentelijk (AWZ) en nationaal beleid (AMK) heeft verkennend of waarderend booronderzoek geen meerwaarde. Zulk vervolgonderzoek zal altijd uitkomen op het advies te behouden of een vlakdekkende opgraving te laten uitvoeren. Hiertoe brengen wij het volgende advies uit: • De opdrachtgever kan overwegen of de beoogde bouwplannen kunnen worden uitgevoerd zonder de ondergrond en de daarin aanwezige archeologische resten te verstoren. Hiertoe kan bijvoorbeeld het plangebied voldoende worden opgehoogd zodat de fundering van de woning binnen de ophoging kan worden aangelegd. • Als in situ behoud bouwtechnisch niet mogelijk blijkt te zijn, adviseren we een inventariserend proefsleuvenonderzoek met doorstart naar een opgraving plaats te vinden om de aanwezige archeologie binnen het plangebied veilig te stellen door het te documenteren en ex situ (in het provinciaal depot) te behouden. 7

1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1

Onderzoekskader

In opdracht van BiedtRuimte heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Zwolle, Oude Twentseweg 5. Het plangebied ligt aan de Oude Twentseweg tussen Wijthmen (ook wel Wijthmen) en Lenthe. Het gaat om een bestemmingswijziging ten behoeve van het de bouw van een nieuwe woning. Het oppervlak van de geplande ingreep is 1000 m2. Exacte bouwplannen zijn nog niet bekend. De Archeologische Waardenkaart van de gemeente Zwolle (AWZ) geeft voor het gebied ten zuidoosten van Wijthmen (gebied 042) een waardering van 100 %.1 Dit gebied komt grotendeels overeen met de begrenzing van terrein 13347 op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) dat staat aangemerkt als een terrein met zeer hoge archeologische waarde (Afb. 1). Het plangebied valt binnen gebied 042 op de AWZ, en het zuidelijke deel van het perceel valt binnen terrein 13347 van de AMK (Afb. 2). Het gebied wordt omsloten door de Emmertochtsloot in het noorden, en de Marswetering in het zuiden welke aansluit op de Nieuwe wetering in het zuidwesten. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), het archeologiebeleid van de gemeente Zwolle.2 Het onderzoek is uitgevoerd in augustus 2019.

Afb. 1. Ligging van het plangebied en de begrenzing van het onderzoeksgebied (bron: opentopo – http://geodata.nationaalgeoregister.nl).

Gemeente Zwolle onderscheidt op haar waarderingskaart gebieden met een waardering van 100%, 90%, 50% en 10%. Een 100% gebied is een archeologische toplocatie waar met 100 % zekerheid bekend is dat er belangrijke archeologische waarden aanwezig zijn. Indien bescherming niet mogelijk is, is een opgraving noodzakelijk; Cnossen 2008. 2 Cnossen 2008 1

8

Afb. 2. Ligging van het plangebied in relatie tot AMK terrein 13347 en AWZ zone 042.

1.2

Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie

Op dit moment is het plangebied in gebruik als tuin van een woonerf. Het terrein is vroeger als bouwland in gebruik geweest. Er is geen historisch bekende bebouwing geweest. De opdrachtgever is voornemens in het plangebied een extra woning te ontwikkelen. Er is vooralsnog geen informatie over de exacte vorm van de bouwplannen.

1.3

Begrenzing onderzoeks- en plangebied

In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect.

begrenzing plangebied Het plangebied omvat ongeveer 1000 m2 op het oostelijke deel van het perceel van Oude Twentseweg 5. De kadastrale gegevens van dit perceel zijn ZLE00 Sectie AB Perceel 332.

begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gedefinieerd als een rechthoek van 1000 bij 2000 m die gebied 042 op de AWZ omvat. Het plangebied ligt in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied. Hier is voor gekozen om het plangebied 9

goed te kunnen plaatsen binnen de regionale context van AWZ gebied 042 en AMK terrein 13347 waarin het gelegen is.

1.4

Doel van het onderzoek

Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden om en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde verwachting

1.5

Onderzoeksvragen

Voor het bureau- en inventariserend onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?

10

2 Bureauonderzoek 2.1

Gebruikte bronnen

Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, https://www.ahn.nl) ▪ De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfged.nl) ▪ De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) ▪ De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) ▪ Provinciaal en/of landelijk beleid (AMK) ▪ Gemeentelijk beleid (Cnossen 2008. Archeologiebeleid Zwolle) ▪ Kadastrale Minuut (http://zoeken.cultureelerfgoed.nl) ▪ Bonneblad 1900 (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) ▪ Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl) ▪ Google Maps (https://maps.google.nl/) ▪ Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens) ▪ Verstoringen (http://www.bodemloket.nl) ▪ Kadastrale gegevens (https://www.kadaster.nl)

2.2

Aardwetenschappelijke gegevens

Het onderzoeksgebied ligt in een rivierduinenlandschap tussen de huidige Overijsselse Vecht en de IJssel. Dit is een dynamisch landschap, waarin de rivieren en zijstromen een wisselende invloed hebben gehad. De hoger gelegen delen in zulke landschappen zijn altijd aantrekkelijk geweest voor mensen om zich te vestigen. Wijthmen is gelegen op twee lage rivierduinen of donken (code 4K20; laag rivierduin, ten dele begraven; Afb. 3) ten noorden van de rivierstromingsvlakte (2M25) die behoort tot een oude loop van de Overijsselse Vecht (zie Afb. 4), die in het verleden iets zuidelijker liep. In deze vlaktes bevinden zich laagtes (2R2) die gerelateerd zijn aan de insnijdingen van deze waterloop. Ten noordwesten van Wijthmen, en tussen de donken bevinden zich dekzandruggen (3L5) die in het centrum en het oosten van het onderzoeksgebied deels verspoeld zijn tot vlaktes (2M14); het plangebied bevindt zich op zo’n vlakte van deels verspoelde dekzanden (Afb. 3). Deze zijn door de oude Vecht overspoeld, waarbij ook de overloopgeulen (2R12) en de overstromingsvlakte ten noorden van Wijthmen zijn ontstaan. Zoals de geomorfologische kaart aangeeft, is het rivierduinenlandschap een complex en afwisselend landschap. Dit komt enerzijds door de dynamische aard van rivieren, die het landschap continue veranderen door de verplaatsing van stroomdalen.

Anderzijds heeft het reliëf een grote invloed op hoe en waar rivieren stromen. Het reliëf is in dit gebied grotendeels gevormd tijdens de laatste twee ijstijden. Klomp geeft een uitgebreide uiteenzetting van de geologische ontwikkelingen die het Vechtdal hebben gevormd. 3 In het Saalien, de voorlaatste ijstijd (238.000-126.000 jaar geleden) kwam de Scandinavische ijskap tot aan midden Nederland. Het dikke landijspakket breidde langzaam uit en vormde daarbij vele heuvelruggen en stuwwallen in noord- en midden Nederland. Toen het landijs aan het eind van het Saalien begon te smelten ontstonden smeltwaterdalen. Tussen het Drentse keileemplateau en de Overijsselse stuwwallen ontstond het oerstroomdal van de Vecht. Dit was een breed en diep dal opgevuld werd met fluvioglaciale zanden die vrijkwamen bij het smelten van het landijs.4 Tijdens de warme periode tussen de twee laatste IJstijden, het Eemien, werd het dal verder opgevuld met sedimenten afkomstig van hoger gelegen delen en door de stijgende zeespiegel werd in het westen zeeklei afgezet.5 Gedurende het Weichselien, de laatste IJstijd (116.000-11.700 jaar geleden), kwam het landijs niet tot in Nederland, maar was de ondergrond in de koudste fases tot op enkele meters diepte gedurende het hele jaar bevroren (permafrost).

De bovengrond was echter onderhevig aan cycli van dooi en vorst door de seizoenen heen, hierdoor erodeerde en nivelleerde het landschap. In het Midden-Pleniglaciaal was er sprake van een laag energetisch anastomoserend riviersysteem.6

Klomp 2017: 161-162. Idem. 5 Kuijer & Rosing 1994: 14. 6 Huisink 1998: 91. 3 4

11

Afb. 3.

Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

Met de overgang naar het koudste deel van de laatste IJstijd, het Laat-Pleniglaciaal (28.000-15.400 jaar geleden) veranderde de Vecht in een vlechtend riviersysteem door de periodieke aanvoer van veel water (piekdebieten) en beschikbaarheid van veel sediment. Daar de vlechtende rivieren eerst veel grind en zand afzette, werd de waterstroom tegen het eind van het Pleniglaciaal kleiner. De geulen en zandbanken van het oerstroomdal van de Vecht kwamen deels droog te staan. In deze periode was Noordwest-Europa een poolwoestijn en verstoof ook veel zand, dat als een zwakgolvende deken over Oost-Nederland werd afgezet. Dit dekzand bedekte de verlaten delen van de oude riviervlakte.7 Rond 15.000 jaar geleden begon een periode van opwarming die culmineerde in een fase van gematigd klimaat: (het Bølling-Allerød Interstadiaal; 13.000 – 11.300 jaar geleden). De afvoer van water werd constanter en er werd minder sediment aangevoerd door de rivieren; hierdoor veranderde deze al snel in meanderende rivieren. 8 In deze tijd kwamen mensen weer in Noordwest-Europa, eerst om op de uitbreidende toendra te leven, en later in de berken- en dennenbossen die zich in dit gebied begonnen te vestigen. Door de doorgaande vegetatieontwikkeling werden de zandgronden minder gevoelig voor erosie en konden bodems beginnen te ontwikkelen.

Deze Allerød-bodems zijn op sommige plekken in Nederland aangetroffen, bijvoorbeeld bij Usselo.9 Deze fase van opwarming is een soort valse start van het Holoceen (ons huidige gematigde klimaattijdvak), want rond 11.300 jaar geleden viel het klimaat nog een laatste keer terug naar periglaciale omstandigheden. Gedurende deze periode (de Jonge Dryas) daalde de temperatuur, keerde de permafrost terug, en begonnen rivieren weer vlechtend over de dalvlaktes van de Reest, Regge en Overijsselse Vecht te stromen. Door het verdwijnen van bossen en andere gematigde begroeiing, en door het ontstaan van zandbanken in de vlechtende Klomp 2017:19-21, Rappol 1993: 161-162, Huisink 1998: 99. Idem. 9 Stapert & Veenstra 1988; Rappol 1993: 162-163; Hoek 1997. 7 8

12

rivierdalen begonnen in droge tijden weer grote zandverstuivingen.10 Dit jonge dekzand werd aan de randen van de riviervlakten afgezet, waar het aan weerszijde van het Vechtdal dekzandruggen en rivierduinen vormde van meerdere meters hoog.11

Afb. 4.

Ligging van de Overijsselse vecht en haar oude stroomdal ten zuiden van Wijthmen op de Geomorfologische Kaart van Nederland (zie Afb. 3. voor uitgebreide legenda).

Het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden) luidde een aanhoudende periode in van gematigd tot warm klimaat. Net als in het laat glaciaal veranderde rivieren weer naar meanderende systemen en keerde gematigde vegetatie terug, tevens begon de ontwikkeling van uitgestrekte loofbossen. Hiermee werd erosie weer beperkt, en konden bodems zich ontwikkelen. Echter, gedurende het Holoceen ontstonden ook nog rivierduinen, die nu als ‘Belten’ bekend staan in dit gebied.12 De Holocene opwarming betekende het afsmelten van de poolkappen en een bijbehorende zeespiegelstijging van maar liefst 120 m.13 In de eerste helft van het Holoceen liep het thans bewoonbare gebied tussen het Europese continent en de Britse Eilanden (bekend als Doggerland) grotendeels onderwater, en kwam de kustlijn steeds verder landinwaarts te liggen. 14 Dit stagneerde de waterafvoer en zorgde voor een vernatting die veengroei tot gevolg had.15 Tussen Zwolle, Dalfsen en Wijthmen ligt een laaggelegen en nat komgebied. Deze wordt in het zuiden geflankeerd door langgerekte zandduinen, waar onder andere ook Wijthmen op gelegen is. Vermoedelijk zijn deze duinen in het Laat-Glaciaal ontstaan als onderdeel van een grootschalig duincomplex langs de dichter begroeide dalvlakten van de oude Vecht. Deze duinen bereikten hoogtes van meerdere meters en verstoven meermalig (Afb. 5 en Afb. 6).

Rappol 1993: 163, Klomp 2017:19-21. Klomp 2017: idem. 12 Idem. 13 Berendsen 2008: 229. 14 Gaffney et al. 2009. 15 Berendsen 2008: 222-224. 10 11

13

Latere verstuivingen (gedurende de tweede helft van het Holoceen) worden soms toegeschreven aan prehistorische activiteiten van de mens (ten gevolge van ontbossing en agricultuur). Op veel rivierduinen langs het Vechtdal zijn sporen van activiteit uit de Late Prehistorie (Laat-Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd) gevonden, en zijn in de loop der tijd dorpen en buurtschappen ontwikkeld, zoals Wijthmen, Lenthe, Emmen, Hessum, Vilsteren en Besthmen. Deze duinen ontbreken stroomafwaarts van Dalfsen, en daarmee (nagenoeg) ook prehistorische vindplaatsen en buurtschappen. Ter hoogte van Dalfsen boog de loop van de Oude Vecht namelijk naar het zuiden af, langs Loonhorst en Wijthmen, om daarna weer richting Zwolle af te draaien. Waarschijnlijk doorbrak de Vecht ergens tussen de 3e en 14e eeuw haar oever bij Dalfsen, waarna de rivier haar zuidelijke stroomdal langs Wijthmen verliet ten gunste van de huidige noordelijke loop.16 Dit is mogelijk gebeurd door het voortdurend opslibben van sedimenten in het oude stroomdal, welke op een gegeven moment hierdoor relatief hoger kwam te liggen dan de omliggende vlaktes. Bij een hoge waterstand kan een rivier dan uit haar dal treden en door het lager gelegen gebied gaan stromen. Het delta van de Vecht en de IJssel is een vlak gebied dat regelmatig overstroomde. Hierbij werd in dit gebied klei afgezet.

In de Middeleeuwen werd het gebied bedijkt om dit tegen te gaan. De ontwatering vond vanaf die tijd via sloten en weteringen plaats zoals de Marswetering, de Herfterwetering, de Emmertochtsloot en de Baarlerwetering.17 Vanaf 1600 (en dichter bij Zwolle al vanaf de 15e eeuw) begonnen Veenontginningen in de omgeving van de Vecht. Dit had ook weer verdere gevolgen voor de waterhuishouding.

Afb. 5.

16 17

Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2, Maaiveld; bron: https://www.ahn.nl).

Klomp 2017: 20, Goudbeek & Hamming 1984. Klomp 2017.

14

Afb. 6.

Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2, Maaiveld; bron: https://www.ahn.nl).

Bodemkaart Het onderzoeksgebied ligt in een zone waarin de ondergrond uit leemarm tot zwak lemig fijn zand bestaat (-21 codes). Aan de noordkant en oostkant van het gebied zijn de zandgronden lemiger (-23 codes). Het plangebied ligt op een vlakvaaggrond (Zn21) met een grondwatertrap van VI (Afb. 7). Dit betekent dat de grondwaterstand op zijn hoogst tussen de 0,40 en 0,80 m beneden maaiveld ligt en op zijn laagst dieper dan 1,20 m beneden maaiveld. De donken van Wijthmen liggen respectievelijk op vorstvaaggronden (Zb21) en hoge bruine enkeerdgronden (bEZ21) met een grondwatertrap van VII, wat betekent dat de grondwaterstand op zijn hoogst tussen de 0,80 en 1,40 m beneden maaiveld ligt en op zijn laagst dieper dan 1,20 m beneden maaiveld. Veel oude rivierduinen langs de loop van de Vecht zijn in het verleden al in gebruik genomen als bouwland, waarop plaggenbemesting plaatsvond. Hier vormde zich dan een dik esdek, welke op de Bodemkaart van Nederland is aangemerkt als bruine enkeerdgronden (bEZ).18 De westelijke rivierduin van Wijthmen bevat volgens de bodemkaart een dergelijk dek. Waar geen plaggenbemesting heeft plaatsgevonden bestaan deze duinen nu overwegend uit vorstvaaggronden,19 zoals de oostelijke rivierduin van Wijthmen (hoewel zie de ‘Wijthmer Esch’ op Afb. 13, paragraaf 2.5).

De overige gronden in dit gebied bestaan uit ijzerrijke vlakvaaggronden (fZn), zo ook de zone waarop het plangebied gelegen is. Hierbinnen zijn ijzerrijke lagen met ijzeroer-concreties te verwachten. In het plangebied is ook grof zand verwacht binnen 1,20 m beneden maaiveld, wat waarschijnlijk tot fluvioglaciale of 18 19

Kuijer & Rosing 1994: 47. Idem.

15

grove fluviatiele afzettingen behoort.20 Plaatselijk hebben vlakvaaggronden een dun kleidek dat bestaat uit humeuze lichte klei of zavel (fkZn) zoals het gebied ten oosten van het plangebied. Dit kleiige dek is waarschijnlijk door overstromingen veroorzaakt ten tijde van de verlegging van de Vechtloop. Waar dit dek dikker is dan 40 cm is dit aangegeven op de bodemkaart (code Rn62C), kennelijk is dit niet in het onderzoeksgebied aan de orde. 21 De Bodemkaart van Nederland is echter een verouderde bron gebaseerd op informatie uit de jaren ‘60 en 70 van de vorige eeuw. Cultuurtechnische veranderingen in de decennia daarna, zoals de intensivering van de landbouw (dieper ploegen, dieper ontwateren en draineren) kunnen de bodemopbouw hebben verstoord en het grondwaterpeil hebben verlaagd.

Afb. 7.

2.3

Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

Bekende archeologische waarden

Gemeentelijke beleidskaart De gemeente Zwolle maakt in haar beleid onderscheid tussen archeologische gebieden met een 0 %, 10 %, 50 %, 90 % en 100 % verwachtingswaarde. Het plangebied ligt in zijn geheel in een gebied met een verwachtingswaarde van 100 % (Afb. 8). Een 100% gebied is een archeologische toplocatie waar met 100 % zekerheid bekend is dat er belangrijke archeologische waarden aanwezig zijn. Indien bescherming niet mogelijk is, is een opgraving noodzakelijk.

20 21

Idem: 113. Idem: 47.

16

Afb. 8.

Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Zwolle (bron: Cnossen 2008).

Archeologische waarden Tijdens het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (Afb. 9). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS 3 (https://archis.cultureelerfgoed.nl).

Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Het plangebied ligt op het AMK terrein Heinoseweg Wijthmen Zuid (monumentnummer 13347). Binnen dit terrein zijn sporen van bewoning bekend vanaf het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Het terrein heeft dan ook een zeer hoge archeologische waarde. Wijthmen ligt voor het grootste gedeelte op een hoge dekzandrug. In de loop der tijden zijn hier talloze vondsten gedaan uit alle perioden vanaf het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. In 1982, 1984, 1992 en 1999 is hier archeologisch onderzoek verricht. De resultaten waren soms teleurstellend omdat vaak bleek dat delen van het terrein ontzand waren. Er is weliswaar veel materiaal gevonden, maar de sporen en de cultuurlaag ontbraken. Desondanks is het gebied waardevol en krijgt het terrein op grond van het bureauonderzoek een waardering van 100 %, dat wil zeggen dat het een archeologische toplocatie is die eigenlijk beschermd moet worden.22

Onderzoekslocaties en waarnemingen Binnen het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzoek gedaan, noch zijn er bekende waarnemingen. Op het perceel direct ten oosten van het plangebied is een onbekende hoeveelheid handgevormd aardewerk gevonden toegeschreven aan de IJzertijd, en een ijzerslak (smeedafval). Er zijn binnen het onderzoeksgebied in totaal 22 meldingen met een uiteenlopende ouderdom. Er is vooral veel IJzertijd en Middeleeuwen bekend in het gebied.

22

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl.

17

Afb. 9.

AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3).

Tabel 1. Onderzoeksmeldingen (ARCHIS 3) zaakidentificatie toponiem uitvoerder

meldingsdatum

type onderzoek

4564483100

Hellendoorn

Hamaland

30-09-2017

Archeologisch: bureauonderzoek

2356893100

Wijthmen

Arcadis

01-02-2012

Archeologisch: bureauonderzoek

2340838100

Wijthmen

Gemeente Zwolle

01-11-2004

Archeologisch: boring

2064069100

Hanzelijn

RAAP

01-08-2002

Archeologisch: boring

3979153100

Wijthmen

Gemeente Zwolle

16-11-2015

Archeologisch: proefsleuven

4040939100

Wijthmen

Gemeente Zwolle

05-04-2017

Archeologisch: opgraving

3088355100

Wijthmen

onbekend

01-02-1985

Archeologisch: opgraving

3088614100

Wijthmen

onbekend

01-10-1982

Archeologisch: opgraving

2706626100

Wijthmen

onbekend

01-01-1982

Archeologisch: opgraving

Bureauonderzoeken 4564483100: Hamaland Advies heeft in opdracht van Envita Almelo en Arcadis een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de herinrichting van de N35. Het tracé had negen deeltrajecten met een totale lengte van 23,58 km. Deeltraject Dalfsen valt binnen het onderzoeksgebied van het onderhavig rapport, maar de geplande ingrepen waren zuidelijker op het tracé gelokaliseerd.23 Er wordt in het bureauonderzoek van Hamaland dan ook geen aandacht besteed aan zones die binnen het onderzoeksgebied vallen. Bevindingen en adviezen van het onderzoek van Hamaland zijn dan ook niet van toepassing op onderhavig bureauonderzoek.

23

Van der Kuijl, Anker, & de Graaf 2007

18

2356893100: Arcadis heeft in 2012 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de verbreding van de N35 bij Wijthmen. Hieruit kwam naar voren dat de werkzaamheden waren gepland in een archeologisch waardevol gebied (50 %-waarde), en dat daarom een Inventariserend Veldonderzoek moest plaats vinden.24 Dit bureauonderzoek is niet gedeponeerd, maar zie het vervolgonderzoek (proefsleuven) van de Gemeente Zwolle (3979153100). Booronderzoek 2064069100: Specifiek objectnummer 1073632, is onderdeel van het inventariserend onderzoek voor het tracé Hanzelijn-Oude Land. De volgende informatie wordt in Archis 3 gegeven, maar het rapport is niet gedeponeerd. 25 XI. De zone tussen de boringen 39 t/m 2 en 1056 t/m 1033. In deze zone bestaat de bodem grotendeels uit verspoeld dekzand en afzettingen behorende tot de Formatie van Kreftenheye onder veen en rivierklei. Tussen de boringen 2 en 17 zijn alleen recente IJsselafzettingen aangetroffen. Doordat in dit deel van het tracé zeer veel dekzand is geërodeerd, is de kans op het voorkomen van archeologische resten in de top van het dekzand (zeer) laag. Vondst: Puinspikkel (VNEO-NT). Proefsleuven en opgraving 3979153100: Naar aanleiding van de geplande verbreding van de N35 en de aanleg van een aansluitend wegtracé bij Wijthmen heeft de gemeente Zwolle proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.

Op de archeologische waarderingskaart van de gemeente Zwolle ligt het plangebied deels in een zone met een waarde van 50 % (deelgebied 1 en 2) en deels in een zone met een verwachting van 100% (deelgebied 3). Bovendien ligt deelgebied 3 op AMK terrein 13347. In deelgebieden 1 en 2 zijn de proefsleuven gepland op locatie van de nieuwe bermsloten van de N35, die de grootste verstoring zouden veroorzaken in het plangebied. Deelgebied 3 betreft de verbindingsweg tussen de oude en nieuwe N35. Hier is bewust niet gekozen voor een booronderzoek vanwege de hoge kans op vindplaatsen met een lage vondstdichtheid en grondsporenniveau. Bij het onderzoek zijn sporen en vondsten uit de Steentijd, IJzertijd en de Middeleeuwen aangetroffen. In deelgebieden 2, vindplaats 1 en 2 is de periferie van een vuursteenvindplaats gevonden daterend tot het Mesolithicum of Neolithicum. Aardewerk uit de IJzertijd (800-12 v. Chr) en gerelateerde sporen zijn gevonden op vindplaats 3, evenals enkele scherven Merovingisch (500-750 na Chr.) aardewerk en gerelateerde sporen. Daterend tot de Karolingische tijd (750-900 na Chr.) en Ottoonse tijd (900-1000 na Chr.) zijn respectievelijk 100 en 193 scherven aardewerk gevonden, maar concrete sporen ontbreken uit die periode. De meeste sporen dateren uit de Volle Middeleeuwen (1000-1300).

Er zijn twee boerderijplattegronden aangetroffen, toegewezen aan type Gasselte B (1000-1300) en type Pesse (100-1250). Vanuit het proefsleuvenonderzoek is een continuïteit van bewoning vastgesteld in de periode 500-1300 na Chr. Eerder onderzoek in de directe omgeving heeft ook bewoning aangetoond uit de periode 200-500 na Chr. Voor alle drie de deelgebieden is geadviseerd om de archeologisch relevante niveau’s niet te verstoren en dus in situ te behouden. Indien onmogelijk geldt het advies om vlakdekkend op te graven. 4040939100: Gemeente Zwolle heeft aansluitend op het proefsleuvenonderzoek een opgraving gedaan voor deelgebied 3 (gemeld in april 2017). Het onderzoek is nog niet gedeponeerd en er is nog geen nadere informatie beschikbaar. 3088355100: Volgens Archis 3 zijn bij een opgraving in 1985 sporen van bewoning uit de Vroege tot en met de Late Middeleeuwen gevonden. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type omschrijving Begin Eind nummer datering datering 689531 brons hanger 'HANGERTJE LME WSCH' LME LME 690164

brons

kistbeslag

'KAROLINGISCH MET WSCH HERTEN'

VME C

VME D

686821

brons

spatel

'HANDVATJE'

VME

LME

686820

metaal

ring

'RING WITMETAAL'

VME

LME

24 25

Klomp 2017 Müller 2003

19

689530

brons

gordelbeslag

LME A

LME B

spinklos

D:'KNOOP MET ROZETVERSIERING';= RIEMBESLAG ! -

686822

lood

VME

LME

690165

zilver

penning

E:'PENNING DIRK V D AHR 1198-1212'

LME A

LME A

689532

lood

gewicht

'ZGN VISLOODJES WSCH LME'

LME

LME

3088614100: Volgens Archis 3 is er in 1982 een opgraving gedaan bij Wijthmen met redelijk veel vondsten maar geen grondsporen van betekenis. Er zijn ijzertijdvondsten gedaan, vroegmiddeleeuwse vondsten en laatmiddeleeuwse vondsten. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type omschrijving Begin Eind nummer datering datering 644069 keramiek kogelpot - zwaluwnest'SCHWALBENEST' VME C LME oren 644067 keramiek aardewerk, gedraaid 'MEROVINGISCH' VME B VME B 648426

keramiek

aardewerk, gedraaid

'IMPORT ROMEINS'

MROM

LROM

644064

keramiek

aardewerk, handgevormd

'INHEEMS'

MROM

LROM

644071

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend

-

LME A

LME A

644073

keramiek

hutteleem

-

ROM

LME

644070

keramiek

kogelpot

-

LME

LME

644065

zilver

armband

-

ROM

ROM

644068

keramiek

aardewerk, gedraaid

'KAROLINGISCHE IMPORTEN'

VME C

VME D

644075

ijzer

hoefijzer

-

LME

LME

644074

ijzer

onbekend

'IJZER MATERIAAL'

ROM

LME

644066

keramiek

'VROEGE KOGELPOTTEN'

VME C

VME D

644072

tefriet

kogelpot:type Dorestad (ongeprofileerd) maalsteen:ligger

'BAZALTLAVA'

ROM

LME

2706626100: Volgens Archis 3 is er nog een opgraving gedaan in 1982 waarbij aardewerk en een waterput zijn gevonden. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type Begin Eind nummer datering datering 719051 keramiek aardewerk, ondetermineerbaar VME C VME D 719049

keramiek

kogelpot

VME D

LME A

719050

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend

VME D

LME A

Niet-archeologisch verworven waarnemingen Onderstaande tabellen geven een overzicht van verschillende vondstlocaties in het plangebied waarbij in Archis 3 staat aangegeven dat het materiaal op een niet-archeologische wijze is verzameld. In sommige gevallen betreft het mogelijk oude opgravingen, in andere gevallen toevalsvondsten of losse vondsten en collecties van amateurarcheologen. 2841256100: Dit betreft een niet-archeologische verwerving aan de Heinoseweg uit 1962. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object n Materiaal Type omschrijving Begin Eind nummer datering datering 645246 5 vuursteen microsteker MESO MESO 645243

5

vuursteen

steker

1 verbrand 20

MESO

NEO

645247

3

keramiek

Klokbekeraardewerk kerfspatelversierin g kern - afslagkern

-

LNEO B

LNEO B

648555

5

vuursteen

kernstukken

MESO

NEO

645244

7

vuursteen

-

MESO

NEO

vuursteen

kling geretoucheerd afslag

648556

21

-

MESO

NEO

648556

1

vuursteen

spits

afgeknotte spits met retouche

MESO

NEO

648556

1

vuursteen

spits

MESO

NEO

647856

5

vuursteen

schrabber

Doorn-achtige pijlpunt (niet gaaf) 1 zwaar gepatineerd

MESO

NEO

645245

3

vuursteen

boor

deel fragmenten

MESO

NEO

647855

24

vuursteen

kling

4 met voet

MESO

NEO

647854

1

steen

dissel

dissel-bijltje gemaakt van een windkanter

LMESO

LNEO

1104428: Dit betreft een niet-archeologische verwerving uit 1991 met romeinse en middeleeuwse vondsten. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type Begin Eind nummer datering datering 822418 keramiek Proto-steengoed LME A LME A 822482

vuursteen

onbekend

PALEO

LME A

822419

keramiek

kogelpot:type Dorestad (ongeprofileerd)

VME C

VME D

826332

messing

sestertius TRAJANUS

MROM A

MROM A

822415

keramiek

Badorf aardewerk

VME C

VME D

825523

vuursteen

afslag - geretoucheerd

PALEO

BT

822416

keramiek

kogelpot

VME C

LME A

822420

brons

schijffibula - Maltezer kruis

VME C

VME D

822414

keramiek

ruwwandig aardewerk, gedraaid

ROM

ROM

825501

keramiek

Terra nigra

ROM

ROM

822417

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend

VME D

LME A

2706107100: Dit betreft een niet archeologische verwerving uit 1982. Middeleeuwse vondsten. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type Begin Eind nummer datering datering 805356 keramiek Andenne: kan VME D LME A 806637

keramiek

kogelpot - zwaluwnest-oren; 1 schwalbenest

VME C

VME D

801577

keramiek

kogelpot:type Dorestad (ongeprofileerd)

VME C

VME D

801576

keramiek

Huneschans aw. (beschilderd)

VME C

VME D

806302

glas

beker

VME C

VME D

801578

keramiek

Paffrath

LME A

LME A

801580

tefriet

VME C

LME A

801575

keramiek

maalsteen:ligger; BALZALTLAVA WAARVAN 1X MET DOORBORING Badorf aardewerk

VME C

VME D

801579

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend

VME D

LME A

21

2767336100: Niet-archeologische opgraving uit 1984 ‘gevonden in een greppel naast de weg op circa 50 cm diepte, in een soort woonlaag’. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object n Materiaal Type Omschrijving Begin Eind nummer datering datering 736502 1 keramiek klokbeker NEOL..' (E.D.);D:'ZIGZAGBAND' LNEO B LNEO B 737336

-

keramiek

Kümmerkeramik

O:'BROS BAKSEL'

MBT

MBT

736501

-

vuursteen

afslag

NEOL BRONSV BRONSM' (E.D)

LNEO B

MBT

733471

-

keramiek

ONVERSIERD;'NEOL BRONSV..'(E.D.)

LNEO B

VBT

733470

4

keramiek

aardewerk, handgevormd wikkeldraadaardewerk

WO 1 MET AAN DE BINNENZIJDE ZZ-VERSIERING

VBT

VBT

3088185100 Niet-archeologische opgraving ‘Gevonden in een greppel naast een weg. Vele LME kuilen en greppeltjes gevonden.’ Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object Materiaal Type Omschrijving Begin Eind nummer datering datering 773670 keramiek kogelpot LME LME 773666

keramiek

aardewerk, gedraaid

'BODEMFRAGM MAYEN POT'

VME

VME

773671

keramiek

-

LME A

LME A

773668

keramiek

'KAROLINGISCH'

VME C

VME C

773669

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend aardewerk, ondetermineerbaar kogelpot

LME

LME

773665

keramiek

'VAATWERK LME VOORAL KOGELPOT' 'INHEEMS ROM'

ROM

ROM

773667

keramiek

'MEROVINGISCH'

VME B

VME B

773672

keramiek

'VROEG STEENGOED'

LME

LME

aardewerk, handgevormd aardewerk, ondetermineerbaar Proto-steengoed

2706018100 Dit betreft een niet archeologische verwerving uit 1982. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object n Materiaal Type Begin Eind nummer datering datering 711875 1 vuursteen kling - geretoucheerd PALEO BT 715576

2

keramiek

Proto-steengoed - Siegburgs

LME B

LME B

711850

1

keramiek

Badorf aardewerk

VME C

VME D

711848

25

keramiek

kogelpot:type Dorestad (ongeprofileerd)

VME C

LME A

711849

6

keramiek

Pingsdorf geelwitbakkend

VME D

LME A

2762881100: Dit betreft een niet-archeologische verwerving van een onbekend aantal vondsten uit de IJzertijd. ‘gevonden in persbult aan oosteinde van een grote dekzandrug.’ Deze vondsten zijn gedaan op het perceel naast het plangebied. Buiten de gegeven vondstenlijst in Archis 3 zijn geen nadere gegevens beschikbaar. Object n Materiaal Type Begin Eind nummer datering datering 63830 Keramiek Handgevormd aardewerk IJT IJT 638309

1

IJzer

Slak

IJT 22

IJT

Losse vondsten: Zaak Object nummer nummer 2801914100 682936 2793483100 1103610 2767799100 1051303

Datum

Vondst

1990 1988 1985

Bronzen geëmailleerde schijffibula Kistbestag met opengewerkt rhombisch uiteinde Bronzen pseudomuntfibula Bronzen geëmailleerde schijffibula IJzeren lanspunt Bolpot Dorestad WIIIA-E: Laat Mayen Bronzen Lanspunt bruinzwart gepatineerd 9.5 cm lang; inclusief deel van steel Bronzen geëmailleerde schijffibula; inleg met wit, rood (groen) emaille Bronzen boogfibula

2706618100 2793515100

821788 1103613

1970 1989

3135131100

1068526

1998

Begin datering VME C VME C VME C

Eind datering VME D VME C VME D

VME C MBT A

VME C LBT

MROM B

MROM B

VROM

MROM A

2021527100 betreft de registratie van een niet-rapportplichtige onderzoeksmelding uit 1999. Er is geen nadere informatie bekend over deze melding.

2.4

Archeologie en bewoningsgeschiedenis

In het onderzoeksgebied zijn vooral sporen en resten van de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen gevonden. Gezien de landschappelijke situatie is de verwachting voor archeologie uit de vroege prehistorie (Paleolithicum tot Midden-Neolithicum) daarentegen niet laag. Zoals hierboven beschreven wordt Nederland al vanaf de het einde van de IJstijd bewoond door mensen van het Laat-Paleolithicum. Vondsten uit het Laat-Paleolithicum zijn zeldzaam in Oost-Nederland, maar kunnen worden verwacht op oudere dekzandafzettingen zoals de donken van Wijthmen. Vindplaatsen uit deze tijd vindt men namelijk vaak op hoger gelegen delen in het landschap nabij oude stroomdalen, zoals bij Epse26, en bij Hattemerbroek.27 Hierbij is het ook van belang te letten op laat glaciale bodemvorming tussen oude en jongere dekzandafzettingen (de Laag van Usselo)28. Ook Mesolithicum kan op dit soort locaties verwacht worden, bovenop de jongste dekzandafzettingen.

Nabij, aan de zuidwestkant van Wijthmen, is door de gemeente Zwolle de periferie van een Mesolithische of Neolithische vindplaats aangesneden.29 Voor het Mesolithicum is te denken aan vuursteenverspreidingen en haardkuilen zoals bij Hattemerbroek30, maar begravingen zoals bij Mariënberg zijn ook niet uit te sluiten.31 Vroeg-Neolithicum is zeldzaam in de regio, maar wel bekend van rivierduinen en zandruggen elders in Nederland zoals op Schokland in de Noordoostpolder, wat ten tijde van het Neolithicum ook aan de Vecht lag. Hier zijn grote vondstconcentraties uit het Vroeg- en Midden-Neolithicum gevonden.32 Betreft het Midden-Neolithicum is in 2015 bij Dalfsen, ook gelegen op een rivierduin langs de Vecht, het grootste grafveld van de Trechterbekercultuur aangetroffen. 33 Tevens zijn er resten van dezelfde periode gevonden bij Hattemerbroek.34 Resten van deze periode zijn voor dit gebied dus ook niet uit te sluiten. De Late Prehistorie is in het onderzoeksgebied goed vertegenwoordigd, vooral vanaf de IJzertijd. Laat neolithische- en vroege bronstijd-bewoningssporen zijn echter zeldzaam op de zandgronden, maar bij Ittersumerbroek zijn wel enkele scherven uit deze periode gevonden. 35 Bovendien zijn vondsten uit deze periode aangetroffen bij de aanleg van een greppel in Wijthmen zelf (zie 2.3; zaaknummer 2767336100).

Vooral vanaf de Midden-Bronstijd zijn grondsporen te verwachten zoals kuilen en boerderijplattegronden. Deze zijn uit de buurt bekend van opgravingen zoals Ittersumerbroek, Spoolde en Windesheim.36 Wijthmen lijkt vanaf de IJzertijd Peeters & Rensink 2019. Lohof et al. 201.1 28 Stapert & Veenstra 1988. 29 Klomp 2017. 30 idem 31 Verlinde & Newell 2013. 32 Ten Anscher 2012. 33 Van der Velde & Bouma 2016. 34 Lohof et al. 2011. 35 Cnossen 2008: 51-53. 36 idem 26 27

23

drukker bewoond te zijn geweest. Zoals in 2.3 behandeld zijn er op enkele locaties binnen het onderzoeksgebied resten van de IJzertijd bekend.37 Verder zijn aan de Zalnéweg sporen gevonden daterend tot de Midden-IJzertijd.38 Vanaf de 2e en 3e eeuw na Chr. ontstaat er een keten aan nieuwe inheems-romeinse nederzettingen aan de Vechtloop, bijvoorbeeld Heinoseweg, Sikkelweg en Boschwijk in Wijthmen, en ook bij Lenthe, Oosterdalfsen, Welsum, Varsen en Bikkenrade.39 Op de laatstgenoemde vindplaats zijn veel sporen van ijzerproductie gevonden. In de 5e eeuw worden veel nederzettingen in Oost-Nederland verlaten. Dit is gerelateerd aan de desintegratie van het Romeinse Rijk, en de zuidwaartse migraties van ‘Germaanse’ volken die dat in deze periode tot gevolg had (de Volksverhuizingstijd). Ook voor de Vroege Middeleeuwen geldt dat archeologische gegevens over nederzettingen schaars zijn. Toch is er in Wijthmen tamelijk veel ontdekt uit deze periode (zie 2.3). Zo zijn bij het eerdergenoemde proefsleuvenonderzoek aan de zuidkant van Wijthmen vondsten uit de Merovingische, Karolingische en Ottoonse tijd gevonden.40 Het meeste materiaal op deze vindplaats komt uit de Late Middeleeuwen (1000-1300). Het moge duidelijk zijn dat de hoge toegekende verwachting (100 %) voor het buurtschap Wijthmen terecht is.

Rivierduinen langs de Vecht zijn gedurende de prehistorie, romeinse tijd en Middeleeuwen altijd goede plekken geweest om te vestigen. Echter, zoals beschreven in 2.2 heeft de Vecht ergens tussen de 3 e en de 13e eeuw haar oude loop verlaten.41 Een nauwkeurige datering is belangrijk voor de archeologische verwachting in het plangebied, aangezien de Vecht bij het verlaten van haar oude geul delen van de dekzandrug bij Wijthmen zou hebben weggespoeld (zie Afb. 3). Hierbij kan (een deel van) de archeologie verstoord zijn geraakt. Bij een vroege datering van deze gebeurtenis is de kans op Middeleeuwse archeologie nog steeds hoog, maar de kans op Romeinse en Laat Prehistorische archeologie lager.

2.5

Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek

Wijthmen wordt vermeld in een regest uit 1207.42 Het huidige buurtschap is mogelijk in de Vroege Middeleeuwen ontstaan. Volgens Klomp is de naam Wijthmen te verklaren als samenvoeging van de voornaam Wido (Wito, Wyt of Wytse) en een verbastering van de uitgang -heem (-em, -um; zie ook Berkum, Ittersum, Zuthem, en bv. Windesheim).43 Ook Van Berkel & Samplonius zien -men als aanduiding van een prehistorische nederzettingsnaam.44 De plaatsengids45 geeft echter een andere verklaring. Het eerste lid zou afgeleid kunnen zijn van het woord wide of wijde (‘teenwilg’), of van de naam Wie (waarmee de plaats wordt aangeduid in een oorkonde uit 960) wat ‘klein heiligdom’ of ‘heilige plaats’ betekent. De uitgang -them wordt verklaard als verbastering van ‘mannen of lieden van.‘ Wijthmen (Wytman) staat aangegeven op een kaart van Overijssel uit 1665 van Joan Blaeu genaamd Transisalania Provincia (Afb. 10).

Afb. 10. Wijthmen (Wytman) op de kaart Transisalania Provincia uit 1665 van Joan Blaeu (www.davidrumsey.com) Klomp 2017. Cnossen 2008: 54. 39 Idem: 55. 40 Klomp 2017. 41 idem 42 Ter Kuile 1963. 43 Klomp 2017: 25. 44 Van Berkel & Samplonius 2017. 45 www.plaatsengids.nl/wijthmen 37 38

24

De oudst bekende bewoner van Oude Twentseweg 5 was Dhr. Zwier Bonhof. Bonhof was eigenaar van twee percelen: no. 342 en 343 op de Kadastrale Minuut (Afb. 11). De percelen waar het plangebied op is gelegen waren echter van andere grondbezitters. Perceel 341, direct naast het erf van Bonhof, was van Evert Dijsselhof: een landbouwer uit Genne, die veel landbouwgrond, weiland en bos bezat. Het meeste van zijn land (maar liefst 38 percelen) lag nabij Genne en Holthemerbroek, maar hij bezat vier percelen aan de Oude Twentseweg in Wijthmen. Perceel 341 was destijds in gebruikt als bouwland.

Afb. 11. Het plangebied op een uitsnede van de kadastrale minuut 1811-1832. Kaarten 04062G02 en 04062H02 (bron: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

Afb. 12. Het plangebied op een topografische kaart uit ca. 1865 (bron: https://www.topotijdreis.nl)

25

Afb. 13. Het plangebied op een uitsnede van de Bonnebladen uit ca. 1900 (bron: https://www.topotijdreis.nl)

Afb. 14. Het plangebied op een topografische kaart uit ca. 1935 (bron: https://www.topotijdreis.nl) 26

Afb. 15. Het plangebied op een topografische kaart uit 1975 (bron: http://www.topotijdreis.nl). Genne en Holthemerbroek, maar ook bij Wijthmen bezat hij een viertal percelen bouwland en bos. Een pad richting het achterliggende weiland scheidt het perceel van Dijsselhof van perceel 340, wat in bezit was van Willem Habers, een landbouwer die woonde aan Oude Twentseweg 1a (waar de weg overgaat naar de Oude Wythemerweg). Habers bezat 39 percelen in en rond Wijthmen, voornamelijk bouwland, hooiland en weiland. Later kaartmateriaal laat de percelering niet zo gedetailleerd zien als de Kadastrale Minuut. Het pad richting het achterliggende perceel (339) lijkt ten oosten van het plangebied te zijn verplaatst voor 1900 (Afb. 13) en weer naar de westkant rond 1935 (Afb. 14), maar dit kan ook onnauwkeurigheid in het kaartmateriaal zijn. Een opvallend detail op het Bonneblad (kadastrale kaart rond 1900) is de weergave van de ‘Wijthmer Esch’, aan de zuidkant van de Oude Twentseweg (Afb. 15). Het is mogelijk dat hier ook sprake is van bruine enkeerdgronden in plaats van vorstvaaggronden, zoals is weergegeven op de Bodemkaart van Nederland.46 Het is niet uit te sluiten dat ten noorden van de Oude Twentseweg, en op locatie van het plangebied zich ook een esdek bevindt, de locatie is immers hoger gelegen dan de omliggende gronden (Afb. 6).

Na 1935 is het perceel met het plangebied kennelijk onderdeel geworden van het perceel van Oude Twentseweg 5. In de loop van de 20e eeuw geven de kaarten de bouw van enkele nieuwe woningen en schuren weer in het onderzoeksgebied, maar zijn er geen noemenswaardige veranderingen rondom het plangebied te zien (Afb. 14 en Afb. 15). Het perceel is vroeger als bouwland gebruikt, en vanaf de 20e eeuw als tuin. Momenteel is op een groot deel van het plangebied een kruidentuin aanwezig (Afb. 16).

46

Zie 2.2.

27

Afb. 16. Een luchtfoto van het plangebied genomen vanuit het noorden (bron: www.funda.nl)

2.6

Bekende verstoringen

Er zijn geen bekende verstoringen binnen het plangebied.47

2.7

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en advies

De donken van Wijthmen en hun omgeving zijn in het beleid van gemeente Zwolle aangemerkt als een gebied van zeer hoge archeologische waarde. Volgens het verwachtingsmodel van de gemeente is het aantreffen van archeologie gegarandeerd (waarde 100 %). Daar bovenop valt het plangebied (deels) in AMK-terrein 13347. Het onderhavig bureauonderzoek laat zien dat deze hoge waardering terecht is. Binnen dit gebied zijn door de jaren heen bewoningsresten van het Mesolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen. Het plangebied ligt op een oude dekzandrug die aan het einde van de IJstijd is ontstaan. Op dergelijke hoger gelegen delen in het landschap zijn kampementen van jagers-verzamelaars van het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum te verwachten. Bij dit soort vindplaatsen is een spreiding van bewerkt vuursteen te verwachten en wellicht enkele sporen. Nederzettingsresten met meer sporen en huisplattegronden zijn te verwachten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. In de regio zijn op vergelijkbare locaties ook grafvelden aangetroffen vanaf het Mesolithicum tot en met de Middeleeuwen. Goed geconserveerd organisch vondstmateriaal zoals bot en hout wordt op deze locatie niet verwacht. Voor het plangebied geldt dan ook dat opgraven verplicht is indien in situ behoud (d.w.z. onverstoord behoud van de archeologie in de grond) niet mogelijk is.

Aangezien dit voor dit gebied verankerd is in gemeentelijk (AWZ) en nationaal beleid (AMK) heeft verkennend of waarderend booronderzoek geen meerwaarde. Zulk vervolgonderzoek zal altijd uitkomen op het advies te behouden of een opgraving te laten uitvoeren. Hiertoe brengen wij het volgende advies uit:

In situ behoud De opdrachtgever kan overwegen of de beoogde bouwplannen kunnen worden uitgevoerd zonder de ondergrond en de daarin aanwezige archeologische resten te verstoren. Hiertoe kan bijvoorbeeld het plangebied voldoende worden opgehoogd zodat de fundering van de woning binnen de ophoging kan worden aangelegd.

47

www.bodemloket.nl

28

Opgraving Als in situ behoud bouwtechnisch niet mogelijk blijkt te zijn, adviseren we op locatie van de geplande woning om proefsleuven te graven met een mogelijkheid tot doorstart naar een opgraving. Hiermee kan eerst worden vastgesteld of de verwachte archeologische resten zich op locatie bevinden. Vervolgens kan de aanwezige archeologie binnen het plangebied ontgraven worden en veilig te gesteld door het te documenteren en ex situ (in het provinciaal depot) te behouden.

29

3 Conclusie en aanbevelingen 3.1

Beantwoording onderzoeksvragen

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied van boven naar onder uit het volgende: een bouwvoor (gebruik als bouwland in de 19e eeuw), waarschijnlijk bestaande uit verploegde humeuze lichte klei of zavel en zand mogelijk nog een dunne laag onverploegde humeuze lichte klei of zavel zwak leemarm tot zwak lemig fijn zand met daarin mogelijk bodemvorming: dekzand / in het Weichseliën verstoven rivierzand. Fluvioglaciale rivierafzettingen (klei en zand) Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Door het gehele onderzoeksgebied zijn archeologische resten aangetroffen van de Steentijd tot en met de Nieuwe Tijd. Op locatie van het plangebied zijn de condities vergelijkbaar als in de rest van het onderzoeksgebied, en derhalve is de verwachting voor archeologie hoog. Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor Prehistorie, Romeinse Tijd en Middeleeuwen. Indien archeologische resten voorkomen binnen de beoogde funderingsdiepte van de geplande woning dan kunnen deze verstoord raken door de plannen.

Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan? Voor de aanbevelingen zie hieronder.

3.2

Selectieadvies

Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek wordt geadviseerd om de archeologie in situ te behouden, d.w.z de bouwplannen op zo’n manier vormgeven dat de bodem niet hoeft te worden verstoord, bijvoorbeeld door ophoging. Mocht dit niet tot de mogelijkheden behoren dat wordt geadviseerd het graven van proefsleuven binnen de grenzen van de beoogde bouwplannen met mogelijkheid tot doorstart naar een archeologische opgraving. Hiermee kan de aanwezige archeologie ontgraven worden en veilig gesteld door het te documenteren en ex situ te behouden.

30

Literatuur Anscher, T.J. ten, 2012: Leven met de Vecht. Schokland P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd. Zutphen. Berendsen, H.J.A., 2008: De Vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Bosch, J.H.A. 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport | 2008-U-R0881/A. Deltares, Utrecht. Cnossen, S.J.C., 2008: Archeologiebeleid gemeente Zwolle. Zwolle. Gaffney, V., S. Fitch & D. Smith, 2009: Europe’s lost world: the rediscovery of Doggerland. CBA Research report 160. Charlesworth Press, York. Klomp, M., 2004: Sauna Thermen Swoll. Archeologische Rapporten Zwolle 24. Klomp, M., 2017: Op weg naar het verleden. IVO-P onderzoek aan de N35 tussen Zwolle-Wijthmen, Zwolle (Archeologische Rapporten Zwolle 88). Kuijer, P.C., & H. Rosing 1994: Bodemkaart van Nederland 1 : 50 000. Toelichting bij kaartblad 21 Oost Zwolle. STIBOKA, Wageningen. Kuijl, E.E.A. van der, E.F.A. Anker, & R. de Graaf 2007: Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N35, WijthmenNijverdal te Heino, Raalte, Mariënheem, Haarle en Nijverdal, gemeente Raalte en Hellendoorn. HAMA 171596, Hamaland Advies, Zelhem. Kuile, G.J. ter 1963: Oorkondenboek van Overijssel . Regesten 797-1350 deel I.: p. 75 regest nr 92 Lohof, E., T. Hamburg & J.

Flamman, 2011: Steentijd opgespoord: Archeologisch onderzoek in het tracé van de Hanzelijn-Oude Land. (= ARCHOL-rapport 138, = ADC-rapport 2576). Leiden/Amersfoort. Müller, A. 2003: Hanzelijn, tracédeel Oude Land : een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-Rapport 869, Weesp. Peeters, H. & E. Rensink, 2019: Hamburgian hunter-gatherers in the area of the ice-pushed ridges of the central Netherlands. Combining information from old collections and newly discovered sites. In: B.V. Eriksen, E. Rensink & S. Harris, 2019: The Final Palaeolithic of Northern Eurasia. Verlag Ludwig, Kiel: 31-50. Rappol, M., 1993: In de bodem van Salland en Twente. Lingua Terrae, Amsterdam. Stapert, D. & H.J. Veenstra, 1988: The section at Usselo: brief description, grain-size distributions, and some remarks on the archaeology. Palaeohistoria 30: 1-28. Velde, H. van der, & N. Bouma, 2016: Oosterdalfsen: een rijk grafveld van de trechterbeker-cultuur (Hoofdstuk 75). In: L. Amkreutz et al., Vuursteen Verzameld (=Nederlandse Archeologische Rapporten 50). RCE, Amersfoort: 359362. Verlinde, A.D. & R.R. Newell 2013: The Mesolithic cemetery at Mariënberg (NL), a rebuttal to alternative interpretations, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 42). Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.

31

Geraadpleegde websites webadres

laatst bezocht op

https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl

09-08-2019

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens

14-08-2019

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl http://www.ahn.nl

12-08-2019 08-08-2019

http://www.pdok.nl

08-08-2019

http://www.topotijdreis.nl

14-08-2019

https://www.funda.nl

09-08-2019

https://www.davidrumsey.com

14-08-2019

https://maps.google.com

14-08-2019

Lijst van afbeeldingen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12. Afb. 13. Afb. 14. Afb. 15. Afb. 16.

Ligging van het plangebied en de begrenzing van het onderzoeksgebied (bron: opentopo – http://geodata.nationaalgeoregister.nl). ................................................................................................................................. 8 Ligging van het plangebied in relatie tot AMK terrein 13347 en AWZ zone 042. ................................................ 9 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 12 Ligging van de Overijsselse vecht en haar oude stroomdal ten zuiden van Wijthmen op de Geomorfologische Kaart van Nederland (zie Afb. 3. voor uitgebreide legenda)................................................. 13 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2, Maaiveld; bron: https://www.ahn.nl). ....................................................................................................................................................................... 14 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2, Maaiveld; bron: https://www.ahn.nl).

....................................................................................................................................................................... 15 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 16 Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Zwolle (bron: Cnossen 2008). .................. 17 AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3). ....................................................... 18 Wijthmen (Wytman) op de kaart Transisalania Provincia uit 1665 van Joan Blaeu (www.davidrumsey.com) .............................................................................................................................................................. 24 Het plangebied op een uitsnede van de kadastrale minuut 1811-1832. Kaarten 04062G02 en 04062H02 (bron: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ............................................................................................................................ 25 Het plangebied op een topografische kaart uit ca. 1865 (bron: https://www.topotijdreis.nl) ....................... 25 Het plangebied op een uitsnede van de Bonnebladen uit ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f403a4a3-d72c-4888-b129-87c36ba9000d