CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 2021

Raad Besluitvormingsronde 14 juni 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 20214.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 2021 Burgemeester en wethouders van Zwolle, gelet op artikel 5:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Overwegende: dat op grond van artikel 5:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening vergunning kan worden verleend voor het commercieel aanbieden van deelvoertuigen op openbare plaatsen; dat een beperkt aantal vergunningen voor het commercieel aanbieden van deelvoertuigen in de openbare ruimte kan worden verleend om te voorkomen dat er negatieve gevolgen ontstaan voor de kwaliteit, leefbaarheid en veiligheid van die openbare ruimte; Het verlenen van een vergunning voor onbepaalde tijd in strijd is met het formele gelijkheidsbeginsel voor schaarse vergunningen, zoals dat is geformuleerd in de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken. Die regels zijn ook van toepassing op de verdeling van vergunningen voor deelvoertuigen in Zwolle.

Door de vergunning voor bepaalde tijd te verstrekken wordt gewaarborgd dat andere geïnteresseerden op termijn ook een kans hebben op het verkrijgen van een vergunning voor deelmobiliteit in Zwolle; dat daarom in deze beleidsregel wordt bepaald voor welke voertuigen vergunning kan worden verleend, hoeveel vergunningen beschikbaar worden gesteld en voor hoeveel voertuigen vergunning wordt verleend; dat in de bijbehorende procedureregels de bevoegdheid wordt gegeven om regels te stellen ten aanzien van onder meer de indieningsvereisten voor een aanvraag, de inhoud van de in te dienen documenten en de verdere vormgeving van de procedure voor verlening van de vergunning. Daarin kan het college van burgemeester en wethouders ook de criteria benoemen die worden gehanteerd bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Besluiten: vast te stellen de ‘Beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 2021’ en de ‘Procedureregels voor de indiening en beoordeling van een aanvraag vergunning deelvoertuigen’.

1

H 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zwolle. b. Commerciële doeleinden: het bedrijfsmatig aanbieden van deelvoertuigen of diensten met winstoogmerk. c. (elektrische) Deelbakfiets: transportfiets op 2 of 3 wielen, voorzien van een bak, met of zonder trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ea, van de Wegenverkeerswet 1994, zijnde fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen. d. (elektrische) Deelfiets: fietsen met een maximale lengte van 2 meter met of zonder trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ea, van de Wegenverkeerswet 1994, zijnde fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen. e.

Deelscooter: snorfiets, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, zijnde een bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur en is voorzien van een elektromotor. f. Kleinschalige initiatieven: initiatieven met een beperkt aantal deelvoertuigen zoals bepaald in artikel 2. g. Openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. h. Verboden gebied: het gebied binnen welke grenzen het college heeft bepaald dat deelvoertuigen niet geparkeerd en niet aangeboden mogen worden. Het gebied is opgenomen op een dynamische kaart. i. Vergunning: vergunning om deelvoertuigen op openbare plaatsen ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden als bedoeld in artikel 5:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening. j. Vergunninghouder: degene aan wie op basis van zijn aanvraag vergunning is verleend. k. Verordening: Algemene plaatselijke verordening Zwolle 2021 (APV). l. Wachtlijst: Een wachtlijst voor belangstellenden, die bij het beschikbaar komen van een vergunning op volgorde, een aanvraag mogen doen. Het tijdstip van binnenkomst is bepalend voor de positie op de wachtlijst.

2

H 2: Bepalingen ten aanzien van de vergunning Artikel 2: Vergunning algemeen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats deelvoertuigen bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. 2. Het college kan voor dezelfde periode een vergunning verlenen aan maximaal: a. 2 aanbieders voor de uitgifte van minimaal 75 en maximaal 150 deelscooters per aanbieder; b. 3 aanbieders voor de uitgifte van minimaal 75 en maximaal 150 (elektrische) deelfietsen per aanbieder; c. 3 kleinschalige initiatieven voor maximaal 25 (elektrische) deelfietsen en/of 5 (elektrische) deelbakfietsen. 3. Het is verboden deelvoertuigen aan te bieden op openbare plaatsen zoals opgenomen op de bij deze beleidsregel behorende kaart van verboden gebieden en gebieden waar een stallingsverbod van kracht is. 4. De bij deze beleidsregel behorende kaart van verboden gebieden is dynamisch en de actuele versie, zoals bekendgemaakt is op www.zwolle.nl, is geldend. 5. Een vergunning kan uitsluitend worden verleend nadat aan potentiële gegadigden door het college gelegenheid is gegeven mee te dingen naar een vergunning. 6. Het college maakt drie weken van te voren op overheid.nl bekend op welke wijze en op welk moment de in het vorige lid bedoelde gelegenheid tot mededinging wordt geboden.

Het college kan daarbij verwijzen naar de procedureregels. 7. Het college hanteert een wachtlijst voor belangstellenden, die bij het beschikbaar komen van een vergunning een aanvraag mogen doen. Het tijdstip van binnenkomst is bepalend voor de positie op de wachtlijst. Plaatsing op de wachtlijst betekent niet dat er vergunning verleend wordt maar dat er bij de juiste positie op de wachtlijst een aanvraag ingediend mag worden mits aan de overige voorwaarden is voldaan. 8. De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 2 jaar. 9. Per deelvoertuig categorie dient er een aparte aanvraag te worden ingediend. 10. De aanvrager mag maximaal éénmaal per categorie inschrijven. Artikel 3 indieningsvereisten aanvraag vergunning en procedureregels 1. Het college stelt een aanvraagformulier vast dat moet worden gebruikt voor de vergunningaanvraag. 2. De termijn voor het indienen van de aanvraag is 6 weken na bekendmaking dat een aanvraag ingediend kan worden. 3. De aanvrager dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van: a. Statuten van de rechtspersoon en de inschrijving bij de KvK of bij een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat; b. Kopie ID/paspoort en contactgegevens van de zaakvoerder(s), bestuurders(s) en/of vennoten; c. Contactgegevens van minstens twee contactpersonen; d.

Een document ‘plan van aanpak deelmobiliteit’ met daarin in elk geval een beschrijving van de beoogde aanpak, en alle documenten die aantonen dat de aanbieder voldoet aan de toelatings- en exploitatievoorwaarden en de kwaliteitseisen die gesteld worden in de procedureregels; 4. Het college is bevoegd procedureregels vast te stellen ten aanzien van: a. de indieningsvereisten voor een aanvraag van een vergunning; 3

b.

de procedure rondom het verlenen van een vergunning, waarmee aan gegadigden voor een vergunning ruimte wordt geboden om naar een vergunning mee te dingen.

Artikel 4 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen acht weken na de uiterste indieningstermijn van de aanvraag voor een vergunning mits de aanvraag volledig is en is voorzien van de bijbehorende bescheiden. 2. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd. 3. Van het besluit doet het college voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager. Artikel 5 Voorwaarden en gebruik vergunning 1. De vergunning is niet overdraagbaar; 2. Vergunninghouder draagt er zorg voor dat de deelvoertuigen voldoen aan de geldende regelgeving en kwaliteitsnormen; 3. Vergunninghouder zorgt ervoor dat deelscooters alleen aangeboden worden aan personen van 18 jaar of ouder; 4. Vergunninghouder zorgt ervoor dat de deelscooters tussen 01.00 en 06.00 uur niet gebruikt worden; 5. Vergunninghouder zorgt ervoor dat hun servicegebied te allen tijde overeenkomt met de door het college vastgestelde dynamische kaart van het verboden gebied; 6. Vergunninghouder is te allen tijde in staat om elk deelvoertuig te traceren; 7. Vergunninghouder beschikt over een controlemechanisme dat er bij klanten op stuurt dat een deelvoertuig op de juiste manier wordt gestald, een en ander zoals aangegeven in het aangeleverde klachtenplan; 8.

Defecte of niet te gebruiken voertuigen dienen binnen 24 uur na melding door de aanbieder gerepareerd of verwijderd te worden uit de openbare ruimte. De aanbieder zorgt ervoor dat hij hierop actief handhaaft. Een en ander zoals aangegeven in het bij de aanvraag aangeleverde onderhoudsplan; 9. Vergunninghouder handelt in overeenstemming met het bij de aanvraag aangeleverde klachtenplan; 10. Vergunninghouder handelt in overeenstemming met het bij de aanvraag aangeleverde onderhoudsplan; 11. Vergunninghouder exploiteert binnen 12 weken na vergunningverlening ten minste de helft en binnen 26 weken na vergunningverlening het volledige aantal van de vergunde deelvoertuigen; 12. Vergunninghouder herverdeelt de deelvoertuigen overeenkomstig het (her)verdelingsplan dat bij de aanvraag is aangeleverd; 13. Vergunninghouder neemt de maatregelen met betrekking tot het parkeren van deelvoertuigen in overeenstemming met het bij de aanvraag aangeleverde veiligheidsplan; 14. Deelvoertuigen dragen uitsluitend reclame-uitingen met betrekking tot de onderneming van vergunninghouder; 15. Vergunninghouder verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving;

4

16. Vergunninghouder werkt mee aan onderzoeken van de gemeente een en ander zoals aangegeven in het aangeleverde data- en persoonsgegevensplan, waarvoor geldt: a. De aanbieder past het principe van dataminimalisatie toe. Er wordt niet meer data van gebruikers verzameld en bewaard dan noodzakelijk is voor het functioneren van de dienst (conform geldende regelgeving); b. De gemeente is nooit de opdrachtgever voor de verzameling van data; c. De aanbieder biedt per kwartaal een rapportage aan hoe is voldaan aan de toelatings- en exploitatievoorwaarden, en plan van aanpak; d. Wanneer de aanbieder een onderzoek doet onder zijn gebruikers, ontvangt de gemeente een(geanonimiseerde) rapportage van dit onderzoek om inzicht te krijgen in de behoeften van gebruikers; e. Voor het ontvangen van de data beschreven in punt 16 a. t/m d. wordt een geheimhoudingsovereenkomst en indien noodzakelijk een verwerkersovereenkomst getekend door de gemeente. Artikel 6 Weigerings- en intrekkingsgronden 1. Het college kan een vergunning weigeren of intrekken indien het aanbieden: a. gevaar of hinder oplevert voor de veiligheid van de gebruikers; b. de verkeersveiligheid in gevaar brengt; c. een nadelige invloed heeft op het milieu; d. afbreuk doet aan de directe leefomgeving; e. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte; f. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. 2.

Het college kan voorts een vergunning weigeren of intrekken indien: a. de vergunninghouder handelt in strijd met de voorschriften die deel uitmaken van de vergunning; b. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; c.

de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, lid 1; d. blijkt dat de aanvrager niet zal voldoen of niet meer voldoet aan het gestelde in deze beleidsregel of aan de procedureregels. 3. Indien de zeggenschap in de rechtspersoon wijzigt, kan het college de vergunning intrekken. Onder wijziging van zeggenschap wordt onder meer verstaan: een wijziging in aandeelhouderschap door overdracht van aandelen, fusie of splitsing alsmede het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de vergunningverlening) minderheidsaandeelhouder met betrekking tot bepaalde beslissingen een doorslaggevende stem wordt toegekend. 4. Indien en voor zover het college de vergunning intrekt, kunnen zij gevolg geven aan het gestelde in de procedure als bedoeld in artikel 2 en de procedureregels. 5. Indien een aanvraag buiten het aanvraagtijdvak wordt ingediend. Artikel 7 Wisseling ondernemer 1. Indien de vergunninghouder de exploitatie van zijn bedrijf beëindigt, vervalt de vergunning van rechtswege. 2. In het geval dat beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van de vergunninghouder dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een

5

nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de overleden ondernemer vergund. 3. Indien de vergunning ingevolge het eerste lid is vervallen of ingevolge het tweede lid niet tijdig is aangevraagd, geeft het college toepassing aan de procedure als bedoeld in artikel 2 en de procedureregels voor zover het college opnieuw tot het verlenen van een vergunning wil overgaan. 4. In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen vier weken na overname van het bedrijf een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de oorspronkelijke ondernemer is vergund. 5. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag als bedoeld in het tweede en vierde lid niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 8 Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 2021 Artikel 9 Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking.

Aldus besloten op, ….. 2021 Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zwolle

6

Toelichting op de beleidsregel deelvoertuigen gemeente Zwolle 2021 Algemeen Zwolle groeit en het aantal voertuigen en verkeersbewegingen daardoor ook. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid, veiligheid en het gebruik van de openbare ruimte in de stad. Nieuwe mobiliteitsconcepten, zoals deelmobiliteit, stimuleert de gemeente daarom. Met deelmobiliteit kunnen we bijdragen aan onze klimaatdoelen. Er wordt gewerkt aan een visie op deelmobiliteit waarin naar een verkeersveilig en duurzaam gebruik van de openbare ruimte wordt gestreefd en waarin verschillende vormen van duurzame deelmobiliteit zullen worden uitgerold over de stad. Om regie te houden op de uitrol, de kwaliteit en de (ruimtelijke)ordening is ervoor gekozen om een juridisch kader te bepalen waarbinnen de visie op deelmobiliteit uitgerold kan worden. Daarom heeft de gemeente in de APV een vergunningstelsel voor deelvoertuigen ingevoerd. Zo wordt deelmobiliteit zichtbaar, herkenbaar, uitnodigend en voor iedereen toegankelijk georganiseerd. Hierdoor is ook regulering en handhaving mogelijk. Door te werken met vergunningen bieden we de aanbieders duidelijkheid over hoe wij om willen gaan met deelmobiliteit in onze stad. Naast een stadsbreed aanbod willen we ook ruimte bieden aan kleinschalige initiatieven.

Om te voorkomen dat er een wildgroei aan deelmobiliteit ontstaat wordt er gewerkt met een maximum aantal vergunningen. Hierdoor vallen vergunningen voor deelmobiliteit onder de zogenaamde ‘schaarse vergunningen’. Uit de uitspraak van de Raad van State, 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, over schaarse vergunningen blijkt dat bij de verdeling van zogenoemde schaarse vergunningen potentiële gegadigden gelijke kansen moeten krijgen om in een transparante procedure mee te dingen naar een dergelijke vergunning. In een gemeentelijke verordening of beleid mogen beperkingen worden gesteld aan de mededinging, maar die mogen partijen niet volledig uitsluiten. Daarom mag een vergunning voor deelmobiliteit slechts worden afgegeven voor een beperkte tijdsduur. De duur van de vergunning moet op basis van de geldende jurisprudentie in ieder geval redelijk zijn gezien de benodigde investeringen die nodig zijn om deelmobiliteit te exploiteren. Verder mag de duur van de vergunning niet te lang zijn omdat dit strijdig kan zijn met het formele gelijkheidsbeginsel. Uit de uitspraak blijkt ook dat de gemeente op transparante wijze bekend moet maken als er een vergunning beschikbaar komt, wat de toekenningsprocedure is en welke eisen aan de aanvraag/aanvrager worden gesteld.

Artikel 1 Begripsbepalingen Toelichting Verwezen wordt naar omschrijvingen uit de APV, de RVV 1990, de Wegenverkeerswet en de Wet op de openbare manifestaties. Aan de omschrijvingen is het begrip ‘procedure regels’ toegevoegd. Daaraan is behoefte omdat gezien voornoemde jurisprudentie een procedure moet worden ingericht om mededinging mogelijk te maken voor een beschikbaar gekomen vergunning. De procedure regels geven voorschriften die van een meer gedetailleerd niveau zijn dan de voorschriften in het beleid.

7

Om de kader stellende bevoegdheid van het college vast te leggen is dit beleid opgesteld. Voor zover het binnen het beleid past, kan het college deze uitwerken in procedure regels. Artikel 2 Vergunningen algemeen Toelichting Het college kan op grond van artikel 5:3 APV een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen verlenen. Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is de veiligheid van de gebruikers, de verkeersveiligheid, de leef- en woonsituatie, het gebruik van de openbare ruimte en het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Bij de weigeringsgronden wordt hierop nader ingegaan. Er is op een dynamische kaart een verboden gebied aangegeven. In de verboden gebieden is het niet toegestaan deelvoertuigen te parkeren of aan te bieden. Daarnaast is het niet mogelijk de transactie te beëindigen. Hier kan dus niet tijdelijk of permanent geparkeerd worden. In lid 2 is gekozen voor een maximumstelsel van deelvoertuigen om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte niet onevenredig belast wordt. In lid 3, 4 en 5 is bepaald dat bij de vaststelling van het beleid moet worden geborgd dat door geïnteresseerden kan worden meegedongen naar de beschikbaar gekomen vergunning en op welke wijze dit wordt gefaciliteerd. Geïnteresseerden kunnen binnen een aanvraagtijdvak een aanvraag voor plaatsing op de wachtlijst indienen.

De plaatsing op de wachtlijst gebeurt op volgorde van binnenkomst. Indien er ruimte is voor een vergunning zal de eerstvolgende op de wachtlijst een aanvraag in mogen dienen. Plaatsing op de wachtlijst is dus geen garantie op een vergunning. In lid 6 is opgenomen dat de vergunning voor ten hoogste twee jaar wordt verleend, dit gezien de jurisprudentie waarin is bepaald dat een schaarse vergunning alleen voor bepaalde tijd kan worden afgegeven Er is gekozen voor een verdelingsmechanisme van een tijdelijke wachtlijst die zes maanden geldt. De ontwikkelingen op het gebied van deelmobiliteit zijn nog niet uitgekristalliseerd waardoor het beter is om per periode van tijdelijke vergunningen een wachtlijst te hanteren. Dit voorkomt ook dat gegevens verouderd zijn tegen de tijd dat er weer een vergunning beschikbaar komt. Artikel 3 Indieningsvereisten aanvraag vergunning en procedure regels Toelichting Op het indienen van een aanvraag voor een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Een aanvraag moet vergezeld gaan van alle gegevens die nodig zijn om een aanvraag te kunnen beoordelen. Het college kan nadere eisen stellen omtrent deze gegevens en kan ook procedureregels stellen. Zie hiervoor ook de toelichting op artikel 2.

In artikel 3, lid 1 sub a, b en c: is bepaald dat de aanbieder een rechtspersoon is, ingeschreven bij de KvK (of een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat) en geen moeder-dochter, zusteronderneming of op een andere wijze verweven is met een andere onderneming die voor eenzelfde periode een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen heeft aangevraagd. Hiermee wordt voorkomen dat één onderneming meerdere vergunningen onder een andere naam krijgt en daarmee monopolie ontstaat binnen een deelvoertuigcategorie. In artikel 3 lid d is bepaald dat er een plan van aanpak deelmobiliteit moet worden ingediend. In het plan deelmobiliteit wordt tenminste aangegeven:

8

-

Een implementatieplan met wat de aanbieder wil bereiken, hoe de aanbieder dit gaat realiseren, met hoeveel voertuigen, wanneer er gestart wordt, welke strategie er wordt gebruikt om deelmobiliteit te promoten, hoe de samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders vorm wordt gegeven (zoals OV en deelauto’s), eventuele referenties van andere steden waar de aanbieder actief is. - Een (her)verdelingsplan voor het gebruik van de deelvoertuigen in de openbare ruimte. Hierin wordt aangegeven welke maatregelen er genomen worden om grote (ongewenste) clustering van deelvoertuigen te voorkomen. Aangegeven wordt waar en op welke manier en met welke frequentie deelvoertuigen door de aanbieder (her)verdeeld worden. De locaties dienen te vallen buiten het door de gemeente aangewezen verboden gebied. - Een veiligheidsplan, waarin is opgenomen op welke manier de veiligheid van de gebruiker en andere verkeersdeelnemers wordt gewaarborgd, hoe gebruiker instructies over het gebruik ontvangt, hoe het juiste gebruik van het voertuig en de openbare ruimte wordt gestimuleerd en wat de consequenties en maatregelen zijn voor de gebruiker als er op onjuiste wijze gebruik wordt gemaakt van het deelvoertuig of de openbare ruimte, daarnaast hoe de voertuigen voldoende beveiligd zijn tegen diefstal en vandalisme en tot slot hoe de WA verzekering is geregeld.

- Een onderhoudsplan met daarin aangegeven hoe vaak de voertuigen worden gecontroleerd op werking en wettelijke conformiteit, hoe de accu’s worden opgeladen en verwisseld en hoe de voertuigen schoon en gebruiksvriendelijk worden gehouden. Defecte of niet te gebruiken voertuigen dienen binnen 24 uur na melding door de aanbieder gerepareerd of verwijderd te worden uit de openbare ruimte. De aanbieder zorgt ervoor dat hij hierop actief handhaaft. Defecte voertuigen worden niet gebruikt en nemen daarom schaarse ruimte in, en zorgen voor verloedering van de openbare ruimte. - Een klachtenplan: in dit onderdeel werkt aanvrager uit hoe hij de klachtenafhandeling organiseert voor gebruikers en derden. In elk geval dient de wijze van indiening, termijn van afhandeling, te ondernemen acties, wijze van registratie en hun wijze van reageren hierin opgenomen te zijn. - Een data- en persoonsgegevensplan met hierin in elk geval uitgewerkt de wijze van dataverzameling en dashboardmonitoring, (real time) track en trace systeem voertuigen, wijze waarop gegevens met de gemeente gedeeld kunnen worden, aanbieden app en website (Nederlands en Engelstalig) het aantal klachten en de verwerking hiervan. De gegevens worden per kwartaal aangeboden aan de gemeente.

In artikel 3, lid 2 is bepaald dat het college bevoegd is procedureregels vast te stellen ten aanzien van onder meer de indieningsvereisten voor een vergunningaanvraag, de inhoud van de in te dienen documenten, en de verdere vormgeving van de procedure voor vergunningverlening. Daarin kan het college ook de criteria benoemen die worden gehanteerd bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Artikel 4 Beslistermijn Toelichting Er wordt in dit artikel afgeweken van de beslistermijn van zes weken die de Algemene wet bestuursrecht stelt. In de praktijk blijkt dat de procedure tot verlening van dit soort vergunningen in de meeste gevallen niet kan worden afgerond binnen zes weken. Er is een eenmalige verlenging van acht weken toegestaan. Artikel 5:3, lid 4, van de APV is

9

bepaald dat bij het niet tijdig beslissen op de aanvraag er géén vergunning van rechtswege ontstaat. Artikel 5 Voorwaarden en gebruik vergunning Toelichting Artikel 5 is de uitwerking van voorwaarden en gebruik van de vergunning waaraan ondernemer zich dient te houden en die voortvloeien uit het ingediende plan van aanpak deelmobiliteit zoals beschreven in artikel 2. Om het gebruik van deelvoertuigen als alternatief voor de auto te bevorderen wordt het aanbod van deelscooters mogelijk gemaakt vanaf 18 jaar. Verder is het niet toegestaan om de deelscooters tussen 01:00 – 06:00 uur te gebruiken om mogelijke overlast voor de omgeving te voorkomen. Artikel 6 Weigerings- en intrekkingsgronden Toelichting Artikel 6 bevat de weigerings- en intrekkingsgronden die leiden tot weigering of intrekking van de aangevraagde vergunning. In artikel 6 lid 1 is aansluiting gezocht bij de bepalingen in artikel 5:3 APV. Artikel 6, lid 2 geeft de ruimte om bij voortschrijdend inzicht alsnog op te kunnen treden. Deze ruimte is ingebouwd omdat er nog weinig ervaring is opgedaan met deelmobiliteit en de negatieve invloed hiervan op voorhand niet uit te sluiten is.

In artikel 6, lid 2, onder d, is bepaald dat als de aanvrager het plan van aanpak onvoldoende uitgewerkt heeft waardoor er gerede twijfel ontstaat over de uitwerking van het plan van aanpak deelmobiliteit en het voldoen aan het gestelde in de beleidsregel en procedureregels, dit kan leiden tot een weigeringsgrond. In artikel 6, lid 4, is bepaald dat het college opnieuw een openbare inschrijving kan houden conform de procedureregels als een vergunning wordt ingetrokken of geweigerd. Artikel 7 Wisseling ondernemer Toelichting Het is voor de burgemeester en voor de toezichthoudende ambtenaren niet alleen belangrijk om steeds te weten wie de ondernemer is, maar ook wie de (dagelijks aanspreekbare) leiding heeft. De bepaling in lid 1 heeft tot doel om automatische voortzetting van de exploitatie van deelvoertuigen te voorkomen. Bij tussentijds ‘openvallen’ van de exploitatie kan worden bepaald in hoeverre voor de betreffende vergunning opnieuw vergunning kan/zal worden verleend. De vergunning komt bij bedrijfsbeëindiging beschikbaar en zal weer conform het beleid en de procedureregels desgewenst aangeboden moeten worden. Indien de ondernemer zijn hoedanigheid verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, behoeft de ondernemer of de erfgenaam(erfgenamen) de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.

Er kan dan indien aan de voorwaarden wordt voldaan vergunning verleend worden voor de resterende gebruikstermijn van de oorspronkelijke vergunning. Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de constatering, dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die aan de vergunning worden gesteld. Daarbij kan er op gewezen worden dat een situatie dreigt waardoor de vergunning kan worden ingetrokken.

10

Artikel 8 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 9 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=e083aef3-ddbc-4a03-aae5-4d9ff85ad2c7