1. Aanvraagformulier Uitgebreid BUIG Vangnetuitkering 2023
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2 Anouk, verslavin ips GEZONDHEID!
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om 1 Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022
2 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.
1
het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen.
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen 2
-
D. Ondertekening door het college
3
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort De gemeente Zwolle heeft, net als in voorgaande jaren, een tekort op het BUIG-budget. Onder de BUIG valt de algemene bijstand levensonderhoud, IOAZ, IOAW, BBZ en de Loonkostensubsidie. In 2023 heeft de gemeente circa € 59,2 miljoen ontvangen. Het tekort in 2023 bedroeg € 6,11 miljoen. Dit is 11,51% van het Totale BUIG-budget.
Van het tekort van € 6,11 miljoen in 2023 komt € 5,05 miljoen ten laste van de eigen begroting van de gemeente Zwolle. De gemeente Zwolle kan voor € 1,07 miljoen aanspraak maken op de Vangnetuitkering 2023. Sinds de intreding van het nieuwe objectieve verdeelmodel in 2015 heeft de gemeente een tekort. Het aandeel dat de gemeente ontvangt van het BUIG macrobudget is kleiner dan de werkelijke uitgaven. Tussen 2015 en 2023 fluctueert het tekort tussen € 2,2 miljoen en € 6,78 miljoen. Een belangrijke oorzaak voor het structurele tekort van Zwolle op de BUIG is dat specifieke kenmerken van centrumgemeenten onvoldoende zijn meegenomen in het verdeelmodel. In ‘Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget: een verkenning van objectieve verklaringen’ - een onderzoeksrapport van SEO en Atlas Research uit 2022 – staat dat meerdere objectieve kenmerken uit het verdeelmodel systematisch samenhangen met een meerjarig tekort of overschot op het bijstandsbudget. Een groot deel van de kenmerken die systematisch verschillen tussen tekort- en overschotgemeenten hangt samen met de centrumfunctie van een gemeente.
Op basis van een analyse over het BUIG-budget en de ontwikkeling van de bijstandspopulatie trekken we een aantal conclusies. We hebben over het algemeen een sterkere stijging of minder sterke daling dan gemiddeld. Inwoners die langer een bijstandsuitkering hebben zijn moeilijker te activeren of re4
integreren op de arbeidsmarkt. Daarnaast hebben we een groot gedeelte van het bijstandsbestand onvoldoende in beeld, waardoor we hen moeilijk kunnen activeren naar werk of participatie. In vergelijking met andere gemeenten zien we dat onze instroom hoger is dan landelijk in 2022 (24,3% in Zwolle t.o.v. 22% landelijk), maar de uitstroom is lokaal ook iets hoger dan landelijk (25,8% in Zwolle t.o.v. 25,5% landelijk). B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college heeft een groot aantal verschillende maatregelen getroffen om het tekort op de BUIG te reduceren. Deels betreffen dit bestaande maatregelen die worden voortgezet. Anderzijds zijn het nieuw ontwikkelde of geïntensiveerde maatregelen. We maken gebruik van onze eigen ervaring uit lopend beleid of pilots maar gebruiken ook externe bronnen en lokale, regionale of landelijke samenwerkingsverbanden om kennis te vergaren van good-practices en methodieken die ons verder kunnen helpen om invulling te geven aan ons beleid en uitvoeringspraktijk. De maatregelen sluiten aan bij de ambitie om een grotere groep langdurige bijstandsbehoeftigen te activeren en daarnaast instroom van o.a. studenten en statushouders te beperken.
De instroombeperkende maatregelen die we inzetten zijn bijvoorbeeld toekomstgesprekken, het project zoekperiode jongeren, snellere inzet van sociaal werkbedrijf Tiem, inzet op het ondernemersloket en schulddienstverlening. We trachten de uitstroom te bevorderen door het Innovatielab en ketensamenwerkingen. Daarnaast stimuleren we groepsgerichte aanpakken en de inzet van Basismeters. Ook houden we perspectiefgesprekken, wijzen we nieuwe doelgroepen actief de weg met begeleiding en bundelen we informatie. Het zittende bestand proberen we met nieuwe maatregelen te activeren. We zetten in op het meerjarig vitaliteitsprogramma met SportService, Start- en Opstapbanen, de inzet van ervaringsdeskundigheid, servicegesprekken, een integrale aanpak met Spoor 6 en de sociale coöperatie. Ook plegen we sinds 2019 met succes extra inzet op statushouders. Met handhaving en de opsporing van fraude proberen we te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van de bijstand. Afsluitend passen we de komende periode ook onze bedrijfsvoering aan door de begroting opnieuw in te richten, nieuwe financieringsafspraken te maken en te investeren in Tiem.
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college verwacht dat met de genoemde maatregelen het aantal mensen dat een beroep moet doen op, of afhankelijk blijft, van de bijstand wordt verkleind. Tegelijkertijd zien we, door de samenstelling van ons bestand, ook dat het steeds lastiger wordt om duurzame uitstroom te realiseren.
5
De getroffen maatregelen dragen bij aan de laagdrempeligheid van werk en begeleiding, een betere samenwerking in de stad en een bedrijfsvoering die bijdraagt aan reductie van het tekort op de BUIG. We zetten in op het beter in beeld krijgen van ons bijstand bestand. We hebben daartoe een dashboard ingericht. Hiermee krijgen we meer zicht op de ondersteuningsvraag en de vaardigheden van deze inwoners. We kunnen hen daardoor beter doorgeleiden naar het juiste aanbod, dat bovendien door de genoemde maatregelen beter aansluit. Hierdoor verwachten we dat ons bijstandsbestand, net als de BUIG-uitgaven, zullen dalen. In hoeverre we de daling realiseren is lastig te voorspellen. Dat hangt ook af van externe factoren zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. We richten ons niet alleen op de uitstroom, maar ook op de instroom. We hebben geconstateerd dat die in 2023 hoger was dan landelijk. Het kan dus zijn dat we voor 2024 wederom een beroep op de BUIG Vangnetuitkering moeten doen. Het college is zich hier bewust van en ziet de noodzaak om de inkomsten en uitgaven dichter bij elkaar te brengen. We zetten in op een betere bestandsanalyse om te kijken welk effecten onze maatregelen hebben. Dat doen we ook op het niveau van project en/of genomen maatregel.
Daarnaast bereiden we de inrichting van een dashboard voor waarin gegevens over de participatieketen en de BUIG-budgetten gecombineerd zijn, zodat we ontwikkelingen in het BUIG-budget en de bijstandspopulatie beter kunnen monitoren. Hierdoor kunnen we vroegtijdig signaleren en waar nodig bijsturen.
6
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Berap, Marap, etc)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
7
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3).
A1. Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente Omvang van het tekort Het BUIG-budget bestaat uit verschillende soorten uitkeringen: de algemene bijstand levensonderhoud, loonkostensubsidie, IOAW, IOAZ en BBZ. De besteding aan de algemene bijstand behelst het grootste gedeelte van de BUIG-lasten. In 2023 heeft de gemeente netto € 59,19 miljoen verstrekt uit de BUIGbudgetten. Het toegekende BUIG-budget aan de gemeente Zwolle bedroeg € 53,08 miljoen. De lasten waren dus € 6,11 miljoen hoge dan de baten. Het tekort op het budget bedraagt in 2023 11,51%. Dit is een kleine procentuele daling ten opzichte van 2022 met ruim 3%. Van het tekort van € 6,11 miljoen in 2023 komt € 5,04 miljoen ten laste van de eigen begroting van de gemeente Zwolle. De gemeente Zwolle kan voor € 1,07 miljoen aanspraak maken op de Vangnetuitkering 2023. In dit onderdeel wordt een analyse van de oorzaken van het tekort gedeeld.
Verdeelmodel, structureel tekort en kaders Gemeenten ontvangen uit het BUIG macrobudget een aandeel gebaseerd op een objectieve verdeling. De systematiek achter deze objectieve verdeling is dat op huishoudniveau een inschatting wordt gemaakt van de kans dat een huishouden in de bijstand terecht komt. Zwolle heeft al sinds de invoering van dit objectieve verdeelmodel een tekort op de BUIG-budgetten: Het aandeel dat op basis van deze objectieve verdeling wordt ontvangen uit het BUIG-macrobudget is kleiner dan de werkelijke uitgaven aan bijstand. Vrijwel alle centrumgemeenten hebben een tekort op de bijstand. Dit blijkt tevens uit het onderzoek ‘Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget: een verkenning van objectieve verklaringen’ van SEO economisch onderzoek (Vermeulen et al, 2022), dat zij in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uitgevoerd. Specifieke kenmerken van centrumgemeenten zitten niet goed in het model, wat ook in Zwolle leidt tot een tekort. In het rapport wordt benoemd dat een groot aantal (voormalig) studenten met psychische problematiek een significante invloed kan hebben op het bijstandsbestand.
Daarnaast wordt er in het verdeelmodel onvoldoende gecorrigeerd voor segregatie op basis van bijstandsontvangst, het aandeel hoogopgeleiden, het aandeel huishoudens met huurtoeslag en het aandeel bijstandsontvangers met loonkostensubsidie. Het advies uit dat rapport is daarom ook: voor toekomstige verfijning van het verdeelmodel ligt het voor de hand om de rol van centrumfunctie en de kenmerken op huishoudniveau die hiermee samenhangen nader te onderzoeken. De verdeling van het budget dat gemeenten krijgen voor de bijstand staat los van het werkelijke aantal mensen dat een gemeente in de bijstand heeft. Minder mensen in de bijstand betekent voor Zwolle in 8
principe een lager tekort op de bijstand. In principe, want als alle gemeenten minder mensen in de bijstand hebben daalt ook het macrobudget. Dus als in de gemeente Zwolle het aantal mensen in de bijstand met 4% daalt en landelijk daalt het aantal mensen in de bijstand ook met 4%, dan daalt ook het macrobudget met 4%. Dan haal je als gemeente geen voordeel en daalt het tekort procentueel ook niet. Vandaar dat gemeenten voor een daling van het tekort het relatief beter moeten doen dan het landelijk gemiddelde. Vergelijking tot landelijke cijfers Hoe de gemeente Zwolle het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde kan worden afgelezen aan het budgetaandeel van de werkelijke bijstands-uitgaven gerelateerd aan het macrobudget. Onderbedeling of overbedeling van het macrobudget in enig jaar vertroebelt enigszins het beeld. Vandaar dat we vervolgens ook nader inzoomen op de situatie in Zwolle. In onderstaande grafiek is het aandeel van het bijstandsbudget van Zwolle als percentage van het macro budget weergegeven.
Te zien is dat in 2015, bij de invoering van de nieuwe objectieve verdeelsystematiek, het aandeel fors omlaag is gegaan. Tot en met 2022 blijft het aandeel vrij constant. In 2023 stijgt het aandeel weer, wat erop duidt dat er al enkele aanpassingen zijn doorgevoerd in de verdeelsystematiek. Geconcludeerd kan worden dat sinds 2015 het relatieve aandeel van Zwolle uit het macrobudget vrij constant is gebleven, terwijl sinds 2015 de relatieve bijstandsuitgaven in Zwolle stijgen. Hierdoor stijgt het tekort op de bijstand sinds 2015 geleidelijk. In 2017 piekte dit tot € 4,6 mln. mede doordat in dat jaar 9
sprake was van onderbedeling uit het macrobudget. In 2017, 2018 en 2022 is de BUIG-vangnetuitkering aangevraagd in Zwolle. Vanaf 2018 was er sprake van overbedeling en zakte het tekort mede daardoor naar € 3 mln. in 2021. In 2023 hebben we een tekort van €6,11 miljoen.
Zwolse situatie De hoogte van de BUIG-budgetten wordt vastgesteld naar aanleiding van een prognose van het CBS over de landelijke arbeidsmarkt en bijstandsbehoefte. In Zwolle heeft deze daling zich minder sterk
10
voorgedaan dan landelijk.
We zien het aandeel inwoners dat langdurig (meer dan 5 jaar) is aangewezen op de bijstand toenemen. Daardoor wordt het steeds moeilijker om uitkeringsgerechtigden in relatief korte termijn toe te leiden naar de arbeidsmarkt. Dit signaal is ook afgegeven door Tiem; ook Tiem merkt dat het steeds lastiger wordt om mensen vanuit een uitkering op de arbeidsmarkt te plaatsen. Hoewel Zwolle in 2023 goed heeft gepresteerd op het onderdeel uitstroom (lokaal 25,6% t.o.v. landelijk 25,2%), maakt deze ontwikkeling het wel lastiger om veel uitstroom te realiseren en het (veel) beter te doen dan gemiddeld. Ook de hogere instroom van statushouders heeft direct invloed op het bijstandsbestand. Dit leidt ook tot een hogere instroom in de bijstand ten opzichte van het landelijke beeld (24,3% in Zwolle t.o.v. 22% landelijk). Daarnaast hebben mensen die niet langer voor Wajong en WSW in aanmerking komen een significante invloed op het aantal bijstandsuitkeringen in Zwolle. We hebben in samenwerking met de lokale organisaties ons zittende bijstandsbestand onvoldoende in beeld. Van de 3583[1] zijn er 1792 in beeld bij Tiem. Het aantal inwoners dat in beeld is bij Tiem is ten opzichte van 2022 met circa 500 gestegen. De andere inwoners zijn deels in beeld bij het Sociaal Wijkteam en deels bij de afdeling inkomensondersteuning. We onderzoeken hoe we deze inwoners beter in beeld kunnen krijgen.
11
In ons bijstandsbestand zijn er 615 bijstandsgerechtigde jongeren tot 27 jaar. Van de 615 zijn er 350 in beeld bij Tiem. 265 inwoners onder 27 jaar zijn deels niet in beeld. Deze 265 worden actief door het SWT benaderd. Zodoende zijn alle jongeren in beeld om hun mogelijkheden tot werk te onderzoeken. Afsluitend heeft Zwolle ROVA geprivatiseerd. Dat betekent dat het werk niet vanzelfsprekend door de doelgroep wordt gedaan, die anders mogelijk een bijstandsuitkering zou genieten. In de afgelopen jaren hebben deze werkgevers als gevolg van de coronamaatregelen en de inflatie een zware en onzekere tijd gehad. Dit heeft zijn weerslag gehad op het aannemen en in dienst houden van kwetsbare doelgroepen. Bronnen: begroting, beleidsrapportages, jaarrekening 2023 en Notitie: Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget van SEO Economisch onderzoek, Monitor armoede en schulden gemeente Zwolle. A2. Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse beschreven van de genoemde maatregelen die een bijdrage leveren aan het terugdringen van het tekort. Het college maakt hier een inschatting van het beoogde effect In niet alle gevallen is het kwantificeren van het effect mogelijk en/of is er meer sprake van een indirect effect.
In dat geval wordt toegelicht waarom enkel kwalificering van de maatregel mogelijk is. Het college verwacht dat met de genoemde maatregelen het aantal mensen dat een beroep moet doen op, of afhankelijk blijft, van de bijstand wordt verkleind. Doordat we inwoners beter in beeld brengen en beter kunnen doorgeleiden naar de juiste hulp, die bovendien meer aansluit bij de inwoner, verwachten we dat het aantal mensen in de bijstand afneemt. De genomen maatregelen zijn soms moeilijk te kwantificeren. Hieronder staat per maatregel het verwachte kwantitatieve of kwalitatieve effect.
[1] Peildatum 1 november 2023
Gerealiseerd effect maatregel 2023 Maatregel
Doel
Effect
12
Toekomstgesprekke n
Instroom beperken
Zorgt voor begeleiding die beter aansluit bij jongeren. Dit verkleint de instroom van jongeren in de bijstand. Hier zi
Project zoekperiode jongeren
Instroom beperken
Van december 2021 t/m december 2022 (van 2023 nog geen cijfers bekend) zijn er 463 aanvragen gedaan door jongeren. Circa 350 inwoners hebben na de zoekperiode nog een aanvraag ingediend. De zoekperiode heeft dus in ruim 100 situaties geleid tot een andere oplossing.
Snelle inzet sociaal werkbedrijf Tiem
Instroom beperken
Door inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt direct een intakegesprek aan te bieden bij Tiem, proberen we te voorkomen dat zij inactief worden en beroep moeten doen op de bijstand.
Ondernemersloket
Instroom beperken
Het ondernemersloket draagt bij aan laagdrempelige toegang tot begeleiding en regelingen, wat de kans op succesvol starten en doorstarten van ondernemingen vergroot.
Inzet schulddienstverleni ng
Instroom beperken
Door inwoners vroegtijdig en actief te begeleiden met financiële problematiek voorkomen we uitval op werk en instroom in de bijstand.
Innovatielab en ketensamenwerking en
Uitstroom bevorderen
Door het Innovatielab sluiten we beter aan bij de inwoner waardoor de dienstverlening aan de doelgroep effectiever zal zijn. Dit zal vanaf 2024 een indirect effect hebben op het bijstandsvolume.
Groepsgerichte aanpak stimuleren
Uitstroom bevorderen
Door community-werking leren inwoners van elkaar en vergroten zij hun netwerk. Dit heeft een indirecte invloed op het bijstandsvolume. Daarnaast draagt het bij aan efficiëntere inzet van uitvoerend personeel.
Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen
Uitstroom bevorderen
We informeren nieuwe doelgroepen waardoor we beter kunnen anticiperen op doorgeleiding naar werk. Het draagt bij aan het aanvaarden en behouden van werk. Dit betreft een indirect effect. In 2023 zijn ca 570 mensen doorverwezen. Het succes is moeilijk meetbaar vanwege de deelname van meerdere ketenpartners.
13
Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling)
Uitstroom bevorderen
Inwoners met een GGZ-achtergrond worden actief begeleid op de werkvloer. Dit heeft een directe invloed op het bijstandsvolume. Er zijn in 2023 circa 20 personen bemiddeld naar werk.
Inzet Basismeters
Uitstroom bevorderen
We sporen laaggeletterdheid op en kunnen hierdoor beter op anticiperen in doorgeleiding naar werk. Het draagt bij aan aanvaarden en behouden van werk. Dit betreft een indirect effect.
Informatie bundelen
Uitstroom bevorderen
Meer inzicht in de samenstelling van de bijstandspopulatie zodat we gericht kunnen strategie kunnen bepalen en sturen op uitstroom. Hiermee zijn we nog bezig. Er is onvoldoende informatie om iets over het effect te kunnen zeggen.
Meerjarig vitaliteitsprogramm a SportService
Uitstroom bevorderen
In 2023 hebben we 480 deelnemers geactiveerd. Het effect op het bijstandsvolume is indirect.
Startbaan
Uitstroom bevorderen
Er hebben in totaal 33 kandidaten gewerkt in een Startbaan, daar van werken er nu nog 5 in een Startbaan. Inmiddels zijn er 12 contracten overgenomen door een inlenend bedrijf. Per 1 juni ’24 worden er nog 2 kandidaten overgenomen door de werkgever. Dat maakt 14 plaatsingen bij werkgevers. Als afgeleide van de maatregel Startbaan was er een andere manier naar werk of traject: 19x uitstroom naar regulier werk (ook succes!) 10x uitstroom naar ‘ontwikkelroute bij Tiem’/uitstroom naar traject. In één situatie is een studie vergoed door Tiem.
Opstartbaan
Uitstroom bevorderen
We hebben door het project in 2023 circa 15 inwoners minder in de bijstand.
Inzet ervaringsdeskundig heid
Uitstroom bevorderen
We sluiten beter aan bij de doelgroep waardoor we hen effectiever kunnen begeleiden, met name bij statushouders. Het is lastig te kwantificeren in hoeverre deze functie heeft bijgedragen aan extra uitstroom.
Extra inzet op statushouders door team IPA
Uitstroom bevorderen
Door de extra inzet op statushouders zijn er in 2023 52 mensen uitgestroomd naar werk.
14
Spoor 6: Eén gezin, één plan
Zittend bestand activeren
De doelgroep is groter dan de beschikbare capaciteit. Het vergroot de motivatie van het gezin, zorgt voor financiële rust en draagt bij aan zelfstandig oplossend vermogen van inwoners. Participatie en werk kunnen een deel van de oplossing zijn, als ook resultaat van andersoortige totaaloplossingen. Het effect is dan indirect. Er zijn plannen gemaakt voor 12 vastgelopen gezinnen. Dat is gedaan door te kijken naar wat er nodig is in plaats van te kijken naar het aanbod. Ook kennis uit voorgaande trajecten is toegepast. In totaal is er €227.000 aan kosten (bijstand, jeugdzorg, dagbesteding) voorkomen.
Sociale coöperatie
Zittend bestand activeren
Het streven was om 7 á 8 deelnemers in het eerste jaar te begeleiden, en om in het tweede jaar uit te groeien naar 15 deelnemers. In oktober 2022 is met de tweede groep gestart, in het voorjaar 2023 een derde. Het totaal aantal deelnemers bedroeg toen 16. Twee deelnemers zijn reeds uitgestroomd naar werk. De verwachting is dat een deel (aanname dat dit niet meer dan de helft van de deelnemers zal betreffen) door zal stromen naar een traject bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen of rechtstreeks naar betaald werk.
Perspectiefgesprekk en
Uitstroom bevorderen
In 2022 (cijfers over 2023 nog niet gereed) zijn 225 van de boogde 500 kandidaten opgepakt. Grootste deel van de kandidaten (85) bevindt zich op trede 2 van de participatieladder. Gevolgd door trede 3. Verwachting is dat ruim 80 mensen van de 225 betaald aan het werk (met ondersteuning) kunnen. In 2023 worden de overige 275 kandidaten opgepakt. We hebben nu 250 kandidaten gesproken. We hebben een wisseling van de wacht gehad. Van alle kandidaten die nu gesproken zijn, hebben 38 kandidaten hebben hun maximale trede behaald. Van alle kandidaten die nu gesproken zijn, kunnen 182 kandidaten nog een stap op de
15
participatieladder maken, waarvan 144 kandidaten naar trede 4, 5 of 6 kunnen klimmen. Aantal kandidaten naar de Ontwikkelroute: 432 kandidaten bij de start van de Ontwikkelroute; 64 kandidaten door- of uitgestroomd; 44 nieuwe aanmeldingen; In totaal zijn er nu 414 kandidaten bij de Ontwikkelroute. Er zijn vanuit de Ontwikkelroute 12 kandidaten doorgestroomd naar de reguliere dienstverlening vanuit Tiem (in een korte route). Hierbij heeft een aantal een baan of werkervaringsplek gevonden. Aantal kandidaten uitgestroomd naar werk Er zijn 14 kandidaten vanuit de Ontwikkelroute naar betaald werk uitgestroomd. Eén kandidaat is als zelfstandige begonnen.
Handhaving
Instroom beperken/uitst room bevorderen
Dit heeft effect op het aantal mensen in de bijstand. Er zijn in 2023 803 signalen van fraude binnengekomen. Daarvan zijn 568 onderzocht wat resulteerde in 341 vorderingen.
Herinrichting van begroting
Bedrijfsvoerin g aanpassen
Budgetallocatie aanwenden ter ondersteuning van bewegingen: Actievere ondersteuning bij werk waardoor meer inwoners hun werk behouden. Indirect effect waar geen cijfers van bekend zijn.
Nieuwe financieringsafsprak en
Bedrijfsvoerin g aanpassen
Geld dat wordt bespaard door het niet inzetten van de uitkering blijft beschikbaar voor reintegratie. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor ondernemerschap waardoor expertise en capaciteit van partners beter wordt benut en komt er een verschuiving naar het voorkomen van uitkeringsafhankelijkheid (kwetsbare schoolverlaters ondersteunen en nazorg bieden aan kwetsbare werkenden).
We proberen onze bestandsanalyse steeds verder aan te scherpen om te zien in welke mate maatregelen effect hebben gehad. Daarnaast zijn we een dashboard aan het ontwikkelen waarin 16
gegevens over de participatieketen en de BUIG-budgetten gecombineerd zijn, zodat we ontwikkelingen in het BUIG-budget en de bijstandspopulatie beter kunnen monitoren. Hierdoor kunnen we vroegtijdig signaleren welke maatregelen effect hebben gehad. A3. Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. We maken gebruik van diverse interne en externe bronnen bij de analyse van de opbrengst van de diverse projecten en methodieken. Het meest gebruikt zijn de projectadministraties die worden bijgehouden en de verantwoording die Regionaal Werkbedrijf Tiem aan ons aflegt. Daarnaast worden gegevens gebruikt die we bijhouden voor het CBS, arbeidsmarktregio, Divosa en BMC.
17
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Vervolgens wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. B1. en B2. Beschrijving getroffen interne en externe maatregelen 1. Toekomstgesprekken In samenwerking met het onderwijs en de Arbeidsmarktregio houdt het Regionale Meld- en Coördinatiepunt (RMC) sinds 2021 toekomstgesprekken op de 5 MBO’s in de regio. Het doel is om jongeren, die voornemens zijn zich uit te schrijven van school, te spreken en door te leiden naar een nieuwe opleiding, of te bemiddelen naar een baan met duurzame arbeidsperspectieven (combinatie van werken en leren/certificeren). In deze gesprekken maakt de jongere samen met RMC een uitgebreid toekomstplan, waarbij alle leefgebieden besproken worden. In het toekomstplan wordt duidelijk welke ondersteuning de jongere nodig heeft en wie de ondersteuning kan bieden. Belemmeringen op de leefgebieden hebben namelijk invloed op het behoud van opleiding en werk.
2. Project zoekperiode jongeren Jongeren onder de 27 jaar krijgen eerst een gesprek met een consulent scholing over de mogelijkheden binnen het bekostigde onderwijs. Voor jongeren onder de 27 jaar geldt tevens een zoekperiode op grond van de Participatiewet. In 2021 is gemeenten de mogelijkheid geboden deze zoekperiode niet te hanteren. In Zwolle wordt sinds december 2021 de zoekperiode gedifferentieerd toegepast in samenwerking met de brede bijstandsketen, zijnde de gemeentelijke afdeling Inkomensondersteuning, het Sociaal Wijkteam, Team IPA, RMC en Tiem. Per jongere wordt beoordeeld of het hanteren van de zoekperiode effectief kan zijn. Een jongere die te kwetsbaar is om op dat moment aan het werk te gaan, krijgt de zoekperiode niet opgelegd. Een jongere waarvoor kansen zijn op de arbeidsmarkt krijgt in die periode begeleiding van Tiem bij het vinden van betaald werk.
3. Snelle inzet sociaal ontwikkelbedrijf Tiem Voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt wordt er sinds het uitbreken van de coronapandemie in 2020 tijdens het intakegesprek meteen een afspraak bij Tiem ingepland. De afspraak bij Tiem vindt dan plaats alvorens de uitkering is toegekend. Op deze manier trachten we te voorkomen dat inwoners de bijstandsuitkering nodig hebben, en reeds daarvoor weer een betaalde baan hebben gevonden. Voor minder snel bemiddelbare inwoners, zoals bijvoorbeeld daklozen, bieden we een participatietraject via het Sociaal Wijkteam. Dit is inmiddels de nieuwe reguliere werkwijze geworden.
18
4. Ondernemersloket/Regionaal bureau zelfstandigen (Rbz) De accountmanagers van de gemeente Zwolle onderhouden actief contacten met ondernemers uit Zwolle. Zij werken zowel vraag gestuurd als proactief en verwijzen door naar Regionaal bureau zelfstandigen (Rbz) en Tem Ondernemers en Geldzaken. Het Rbz en Team Ondernemers en Geldzaken ondersteunen ondernemers en starters met financiële vragen en zorgen. Ze ondersteunen hen sinds 2022 o.a. met een analyse op de duurzaamheid van de onderneming, met steunmaatregelen en indien noodzakelijk met bemiddeling bij schuldhulpverlening. Hierdoor proberen ze te voorkomen dat ondernemers aanspraak moeten doen op een bijstandsuitkering. Daarnaast helpt het Rbz mensen in de bijstand met de regeling Parttime Ondernemen op weg in zelfstandig ondernemen. Met de regeling Prestart worden bijstandsgerechtigden geholpen bij de voorbereiding op het starten en hebben van een eigen bedrijf.
5. Inzet op schulddienstverlening We proberen de instroom te voorkomen door tijdig financiële problematiek bij werknemers te voorkomen. Vier op de vijf werkgevers heeft personeel met financiële problemen. Deze problemen hebben grote invloed op de werkprestaties, het ziekteverzuim en uitval. Loonbeslag zorgt voor extra administratieve kosten en verstoort de arbeidsrelatie. We organiseren voorlichtingssessies voor werkgevers in de regio Zwolle over de mogelijkheden van schulddienstverlening. We streven naar afspraken met werkgevers over aanpak van schuldenproblematiek waarmee we pogen instroom in de bijstand te voorkomen. Bovendien kennen wij een ruimhartige dienstverlening op het terrein van schulden zoals vroegsignalering. Lokale vrijwilligers en professionele hulpverlening. Hiermee ontdoen wij inwoners van hun financiële zorgen en scheppen zodoende ruimte voor inspanningen richting werk.
6. Innovatielab en ketensamenwerkingen De samenwerking op werkbemiddeling bestaat uit een keten gevormd door de afdeling Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, RMC, Team Inburgering en participatie, Tiem en Regionaal Bureau Zelfstandigen. In de praktijk lopen we tegen een aantal knelpunten aan (werken met verschillende systemen, verschillende doelgroepen indeling, verschil in taakopvatting, etc). De verschillende uitvoeringsorganisaties zagen kansen om de ketensamenwerking te verbeteren en hebben hier gezamenlijk stappen in gezet binnen het project: het innovatielab. In dit lab zijn professionals uit de verschillende uitvoeringsorganisaties sinds maart 2022 een jaar lang aan de slag geweest met testen hoe de dienstverlening aan de doelgroepen van de participatiewet eruit moet zien, in aansluiting op het perspectief van de inwoner. Momenteel wordt gewerkt aan de afronding van dit lab en worden keuzes gemaakt over het vervolgproces. Verwachting is dat de dienstverlening na afronding en evaluatie (neemt heel 2023 in beslag) effectiever zal zijn. De doorwerking op de bijstandsaantallen zal dan zichtbaar worden.
19
7. Groepsgerichte aanpak stimuleren In lijn met de bewegingen vanuit de Hervormingsagenda Sociaal Domein wordt steeds vaker een groepsgewijze aanpak toegepast op het terrein van arbeidsontwikkeling en bemiddeling. Met deze manier van werken wordt niet alleen het individu geholpen, maar ook de groep als geheel. In 2022 zijn ook faciliteiten aangepast om deze manier van werken te bevorderen. We verwachten dat een groter deel van de doelgroep van Tiem collectieve ondersteuning ontvangt naast - of in plaats van - individuele ondersteuning. De inzet van zowel de Adviseurs Werk en Ontwikkeling, de accountmanagers, maar ook van bijvoorbeeld werkgevers bij events wordt op deze manier zo efficiënt mogelijk benut. Door slimmere inzet van beschikbare capaciteit benutten we community werking. De invloed op het bijstandsvolume is indirect en heeft met name invloed op de grootte van ons bereik.
8. Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen We verstrekken informatie en advies door met de succesvolle aanpak ‘jouw route’ de wijken in te gaan. Deze aanpak is ontwikkeld vanuit de Hervormingsagenda Sociaal Domein en inmiddels vertaald naar reguliere dienstverlening. Helaas kon deze groepsgerichte aanpak sinds maart 2020 in de oorspronkelijke vorm niet toegepast worden vanwege de beperkende maatregelen. Door het in omgekeerde vorm uit te voeren kan het wel. Collega’s van de afdeling Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, Tiem en Sociaal Raadslieden gaan de wijken in. Deze ondersteuning is meer laagdrempelig en integraal aan de slag op logische vindplaatsen. Inwoners kunnen bij hen terecht voor vragen en advies. En actief begeleid naar het werk dat wél beschikbaar is. Vanuit Tiem zijn zowel adviseurs Werk en Ontwikkeling als accountmanagers aanwezig. Door het betrekken van beiden ontstaan andere gesprekken met kandidaten die al langere tijd afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Dit is een goede manier gebleken om het vindbaarheidsissue aan te pakken.
9. Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling) In 2023 zijn we actief gaan inzetten op begeleiding op de werkvloer van mensen met een GGZachtergrond. Gemeente Zwolle, UWV, Tiem en de GGZ-instelling werken samen om de begeleiding naar een betaalde baan succesvol te laten verlopen. Inmiddels zijn de eerste inwoners aan de slag met zulke begeleiding. Dit heeft een direct effect op de uitstroom.
10. Inzet Basismeters We gebruiken de Basismeters bij mensen die een bijstandsuitkering aanvragen en naar het SWT worden doorverwezen. Met de Basismeters kan onder andere iemands taalniveau worden gemeten, waardoor 20
eenvoudig kan worden achterhaald of iemand laaggeletterd is. Hierdoor kan er in de begeleiding naar werk of scholing beter worden aangesloten bij het taalniveau.
11. Informatie bundelen We zijn ambtelijk aan het verkennen of we op basis van data een strategie kunnen bepalen voor de gehele bijstandsketen en via monitoring kunnen bijsturen. Hiervoor zijn we aan het onderzoeken of we op basis van het type gegevens waarover de verschillende uitvoeringsorganisaties (Tiem, SWT, IO, IPA, RBZ) beschikken kunnen komen tot overlappende groepen. Als we hierin slagen, hebben we een bruikbaar beeld van de samenstelling van de bijstandspopulatie. Kunnen we wijzigingen in de samenstelling detecteren. Dat maakt dat we gericht keuzes kunnen maken voor inzet en aanbod. En zo sturen vanuit inzicht en overzicht op de begeleiding van de bijstandspopulatie naar werk en participatie. In 2023 hebben we stappen gezet in de ontwikkeling hiervan.
12. Meerjarig vitaliteitsprogramma in samenwerking met SportService Vitaliteit draagt bij aan positieve gezondheid en de kansen op de arbeidsmarkt. Een aanzienlijk deel van de bijstandspopulatie is al twee jaar of langer afhankelijk van een bijstandsuitkering. Zij nemen niet deel aan het arbeidsproces. De drempels die zij daarvoor moeten over winnen zijn veelal flink. Zij zijn doorgaans gewend geraakt aan inactief zijn. Of in ieder geval vragen de banen die nu ruimschoots beschikbaar zijn fysieke kracht, bijvoorbeeld in de logistiek, de horeca en de zorg. Een eerste stap om het aantal drempels terug te dringen, is het in beweging komen. In het land zijn goede ervaringen met beweegprogramma’s en ook Tiem maakt steeds meer werk van vitaliteit, zowel voor de werkzoekende als ook de werkenden. We zetten sinds begin 2022 in op een omvangrijk beweegprogramma om de vitaliteit onder deze doelgroepen te stimuleren.
13. Startbaan Deze maatregel noemen we de Startbaan. In totaal hebben in 2023 110 mensen zich aangemeld. Meer dan de helft van de aanmeldingen kreeg geen vruchtbaar vervolg om uiteenlopende redenen. Zo bleken kandidaten toch (nog) niet in staat om te werken, trokken kandidaten zich weer terug of waren niet meer te bereiken. Ook bleek een flinke groep die zich aanmeldde niet tot de doelgroep te behoren. In de praktijk blijkt, voor de kandidaten die willen en voldoen aan de minimale eisen dat het aantal werkuren (28 uur per week) vaak niet haalbaar is. Voor hen moeten we een langere aanlooptijd bieden.
14. Opstapbaan Een groep jongeren uit het VSO/Pro met een registratie in het Doelgroepenregister gaan wij actief begeleiden. In eerste instantie is het streven hen te plaatsen bij werkgevers, met inzet van de voor deze 21
groep beschikbare instrumenten (Participatiewet). Als dit binnen 3 tot 6 maanden niet mogelijk is, wordt aan 15 van hen een Opstapbaan (variant op Startbaan) aangeboden. Zij komen gedurende 1 tot 2 jaar voor 20 uur per week bij Tiem in dienst en gaan daar aan het werk. Tijdens het werk wordt er ingezet op zowel het vasthouden van geleerde vaardigheden alsook op arbeidsontwikkeling. Waar mogelijk wordt de jongere na 1 jaar gedetacheerd bij andere werkgevers met als doel het arbeidscontract over te nemen. Deze principes zijn overeenkomstig met de Zwolse Startbaan, waarbij langdurige werkloosheid tegen gegaan wordt door vanuit een betaalde baan te werken aan ontwikkeling en relatie met een andere werkgever dan Tiem. Doordat we hier recent mee zijn gestart hebben we nog geen cijfers beschikbaar.
15. Inzet ervaringsdeskundigheid We zetten ervaringsdeskundigheid in om beter aan te sluiten bij de doelgroepen uit de bijstandspopulatie. Dit is cruciaal voor het vertrouwen en een persoonlijke relatie. Door betere aansluiting bij kandidaten kunnen we effectiever begeleiden naar werk. Dit heeft een indirect effect op het bijstandsvolume. De inzet van ervaringskennis richt zich vanaf begin 2023 op kennis van GGZ-domein en taalbarrières. Gemeente Zwolle zet zich actief in op bijstandsgerechtigde statushouders (zowel vallend onder de wet inburgering 2013 als de nieuwe wet inburgering 2021) te begeleiden naar participatie naar vermogen, liefst via betaald werk met als ultiem streven duurzame uitstroom bijstand. Op verschillende manieren plegen we hier inzet op: 16. Team inburgering en participatie Sinds 2019 is de gemeente Zwolle gestart met actieve begeleiding van bijstandsgerechtigde statushouders met inburgeringsplicht door middel van één op één regievoering. Momenteel heeft iedere statushouders onder de nieuwe wet een vast contactpersoon die samen met de statushouder regie voert over het inburgering- en participatietraject. Ook worden veel statushouders die onder de oude wet vallen begeleid of benaderd. Er loopt een herstelactie om de laatste 100 bijstandsgerechtigde statushouders (oudkomers) actief te begeleiden door het team inburgering en participatie.
Door het team wordt er gewerkt vanuit één persoonlijk plan van inburgering en participatie waar maximale participatie naar vermogen, het liefst door betaalde arbeid, centraal staat. In deze werkwijze is expliciet een regievoerder aangewezen die monitort waar de statushouder staat in zijn participatieproces en of er eventueel een volgende stap gezet kan of moet worden. Zo wordt maatwerk geleverd en staat iemands ontwikkelpotentie centraal.
17. Pilot Provinciaal project In 2020 is de gemeente van start gegaan met het provinciaal project statushouders, voor een groep van 80 statushouders. Dit betreft een samenwerking tussen Gemeente Zwolle, uitvoeringsorganisatie Tiem, ROC’s Deltion en Landstede. De deelnemende statushouders volgen in dit project een duaal traject: leren 22
van de (Nederlandse taal) in een praktijksetting en leren wat werken in Nederland inhoudt. Het betreft kandidaten die al langere tijd in Zwolle wonen en een bijstandsuitkering ontvangen. Zowel het werkdeel als het opleidingsdeel van het traject vinden plaats op locatie Tiem. Met deze aanpak wordt een basis gelegd voor uitstroom naar een betaalde baan.
18. Spoor 6 Hervormingsagenda: Eén gezin, één plan In gezinnen met multi-problematiek blijven we integraal kijken naar oplossingen. In de afgelopen tijd is het belang van bestaanszekerheid door de inflatie en de gestegen energiekosten alleen maar groter geworden. In gezinnen waar al veel speelt kan zo’n ontwikkeling net de druppel zijn die de emmer doet overlopen. De hulpvragen kunnen dan divers zijn; op financieel gebied, op jeugdhulp, WMO of participatie. Het traject “Doorbraakmethode“ met het Instituut voor Publieke Waarden vanuit het programma Hervormingsagenda afgerond. Het toepassen van de Doorbraak methodiek heeft ons geleerd op een andere manier te kijken naar het bieden van ondersteuning aan onze inwoners: dit vraagt van ons om ongelijke gevallen ook ongelijk te behandelen. Hierbij blijkt vaak meer mogelijk binnen de bestaande wetgeving dan waar we gebruik van maken. Ook weten we nu dat het beginnen met één oplossing, de doorbraak, die is aangedragen door het gezin zelf en lang niet altijd in ons aanbod zit, de weg vrij maakt voor motivatie en oplossingen door het gezin zelf. Wij hebben uit de ervaringen die wij met het toepassen van de Doorbraak methodiek hebben opgedaan, lessen getrokken. Over deze lessen is de raad eind 2022 geïnformeerd. De implementatie van de Doorbraakmethode wordt binnen de reguliere organisatie opgepakt en geïmplementeerd en zal o.a.
deel uitmaken van de doorontwikkeling van het SWT en de doorgaande ontwikkeling van de afdeling Inkomensondersteuning. We gebruiken het potentieel van deze methode en manier van denken om gezinnen met complexe problematiek beter te helpen en vanuit de geleerde lessen soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. 19. Sociale coöperatie Dit project is een collectief van bijstandsgerechtigden die langdurig (meer dan 2 jaar) langs de kant staan en via een sociale coöperatie rust en ruimte krijgen om ondernemerschap uit te proberen. Het kan als voortraject dienen voor het traject Parttime Ondernemen (Regionaal Bureau Zelfstandigen). In 2022 is met dit project gestart. Deelnemers maken persoonlijke ontwikkeling door, doen kennis op over ondernemerschap, maar ook zelfkennis in wekelijkse bijeenkomsten, trainingen en workshops. Een ander voordeel van deelname is dat zij zakelijke kosten kunnen aftrekken. Ondanks de korte looptijd ervaren deelnemers positieve effecten van de groep (omzien naar elkaar, bijspringen als dat kan). Er wordt een gevoel van veiligheid ervaren. Het is de bedoeling dat de deelnemers op jaarbasis €1.200 verdienen. Dat is nog niet aan de orde. De verwachting is dat dit geen struikelblok gaat vormen.
23
Belemmeringen die deelnemers ervaren zijn verschillend. De een heeft moeite om te wennen aan het nieuwe dagritme, terwijl de andere opvang voor kinderen moet regelen of geen vervoermiddel (fiets) heeft. 20. Perspectiefgesprekken In de praktijk zien we een groep mensen die op het moment dat zij instroomden in de bijstand ook één of meerdere hulpvragen hadden waarvoor het sociaal wijkteam is ingeschakeld. Een deel van deze groep heeft die hulpvragen niet meer, maar staat nog wel langs de kant zonder betaald werk. De bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zonder hulpvraag aan het Sociaal Wijkteam heeft mogelijk onbenut potentieel. In de loop der tijd kan hun situatie gewijzigd zijn, waardoor er andere kansen en een andere aanpak passend is. Tiem brengt deze mensen in beeld, gaat in gesprek met hen aan, en stelt waar nodig met hulp van afdeling Inkomensondersteuning en het Sociaal Wijkteam een (bijgesteld) integraal plan op. Combineren met opsporen laaggeletterdheid Mensen die laaggeletterd zijn, zijn over het algemeen kwetsbaar, ook al is een deel aan het werk. Zij hebben een relatief grote kans op terugval in de bijstand en vervolgens blijvend langs de kant te komen te staan. In de aanpak van laaggeletterdheid is het signaleren de grootste opgave.
We veronderstellen dat onder de mensen die worden opgeroepen voor de hiervoor genoemde perspectiefgesprekken relatief veel laaggeletterd zijn. Tiem beschikt over de expertise om dat te signaleren (inzet Taalmeter). Als er sprake is van laaggeletterdheid wordt hierop proactief gehandeld met initiatieven in stad en regio, zoals Stadkamer en onderwijs. Dit is onderdeel van de reguliere werkwijze. 21. Handhaving Aan de poort zijn we reeds alert op mogelijke misbruik van de bijstandsuitkering. De consulenten intake worden getraind op fraude-alertheid en fraudebewustzijn. Handhavers worden gewezen op de duurzame effecten van integrale dienstverlening en de rol die handhaving daarbij speelt. Wanneer er vermoedens zijn van fraudesignalen sluit een consulent Handhaving aan bij het intakegesprek. Het kan ook dat de casus na het intakegesprek wordt aangemeld bij team Handhaving. De consulent Handhaving doet dan alsnog onderzoek (bijv. een huisbezoek, aansluiten bij tweede gesprek etc.).
22. Herinrichting van begroting We hebben in het kader van de “Hervorming mogelijk maken” in 2023 een nieuwe indeling van de begroting in het Sociaal Domein gemaakt. Een indeling die de gewenste beweging van zware naar lichtere vormen van ondersteuning ondersteunt. We gaan sturen op verschuiving van budget van uitkeringen naar ondersteuning bij werk (bijvoorbeeld jobcoaching). Hiermee verwachten we ook via de middelen te kunnen sturen op minder mensen in een vangnetsituatie (uitkering) en meer mensen met een betaalde baan met ondersteuning.
24
23. Nieuwe financieringsafspraken met TIEM Op basis van het rapport van Radar Advies blijkt dat de financieringsafspraken en ambities de komende jaren 2022 – 2026 verder uit elkaar lopen. De belangrijkste oorzaken zijn: -
Een teruglopende omzet als gevolg van teruglopende omzet uit detacheringen SW-ers en de uitstroom SW en; Een vast gebudgetteerde financiering van de Participatiewet, terwijl daar de activiteiten juist toenemen.
In 2023 hebben wij een financieringssystematiek uitgewerkt, die leidt tot een stabiel financieel fundament met het perspectief tot verbetering van het bedrijfsresultaat waarbij een goedkopere en efficiëntere bedrijfsvoering op basis van ondernemerschap en partnership wordt beloond. Op hoofdlijnen houdt de nieuwe financieringssystematiek in dat de re-integratieactiviteiten die Tiem uitvoert waardoor mensen geheel of gedeeltelijk uit de bijstand gaan, door aan het werk te gaan met een loonkostensubsidie of door het verwerven van partiële inkomsten, bekostigd gaat worden uit de bespaarde uitkering. Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: Alle genoemde maatregelen zijn en worden voortgezet. Dat zal in sommige gevallen zijn door ze in te bedden in bestaande methodieken of werkwijzen. Vanzelfsprekend vinden na (tussentijdse) evaluaties aanpassingen plaats om de maatregel te optimaliseren of beter aan te laten sluiten bij andere maatregelen.
Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: De genoemde maatregelen en projecten zijn relatief nieuw of slechts enkele jaren oud. Dat betekent dat de genoemde maatregelen allen worden voortgezet, in sommige gevallen met (kleine) aanpassingen. Daarnaast wordt periodiek onderzocht welke maatregelen in het bestaande beleid geïmplementeerd kunnen worden omdat het succes bijdraagt aan de gestelde begrotingsdoelen. In 2023 zijn alle genoemde maatregelen voortgezet, al dan niet met aanpassingen die na tussentijdse evaluatie nodig bleken te zijn.
Maatregelen die nieuw zijn getroffen: Er zijn sinds eind 2023 geen nieuwe maatregelen getroffen. Wel zijn maatregelen bijgestuurd of samengevoegd nadat uit een evaluatie gebleken was dat dit een verbetering zou opleveren.
25
26
B2. Beschrijving getroffen externe maatregelen Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Ad 1 Toekomstgesprekken a. De meeste input voor de ontwikkeling van deze maatregel is verkregen uit de Arbeidsmarktregio Zwolle en van RMC (regionale- meld en coördinatiefunctie) b. Belemmeringen op meerdere leefgebieden zijn van invloed op de schoolcarrière. c. De arbeidsmarktregio en RMC worden aan de voorkant betrokken bij casuïstiek waar het jongeren betreft die dreigen voortijdig met school te stoppen. Daarnaast worden beide organisaties meegenomen in de beleidsontwikkeling en tussentijdse evaluaties.
Ad 2. Project zoekperiode jongeren a. Bij de ontwikkeling van deze maatregel is het regionaal werkbedrijf Team betrokken en is informatie bij Divosa ingewonnen. b. In de zoekperiode kan het waardevol zijn een jongere onder begeleiding van het werkbedrijf te stellen om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten of de terugkeer naar het onderwijs mogelijk te maken. c. Het regionale werkbedrijf wordt voortaan betrokken bij alle jongeren, voor wie dat zinvol wordt geacht, met een zoekperiode.
Ad 3. Snelle inzet sociaal ontwikkelbedrijf Tiem a. De input voor deze ontwikkeling is verkregen uit de Arbeidsmarktregio Zwolle in samenwerking met Tiem. b. Het direct doorverwijzen van mensen die een bijstandsuitkering aanvragen naar Tiem voorkomt in sommige gevallen een daadwerkelijke toekenning van bijstand. c. We implementeren deze werkwijze structureel bij Tiem en de afdeling inkomensondersteuning.
27
Ad 4 Ondernemersloket / Regionaal bureau zelfstandigen (Rbz) a. Het Regionaal Bureau Zelfstandigen heeft samen met de gemeente Zwolle het ondernemersloket vormgegeven. Voor de vorming van dit bureau is afstemming gezocht met Rbz's buiten de eigen regio. b. Nieuw is de uitgebreide analyse op de uitstroom waarmee achteraf veel leed is voorkomen. c. Geen
Ad 5 Inzet op schulddienstverlening a. Het betreft een bestaande maatregel. In samenwerking de Regio Zwolle en ..... vindt doorontwikkeling van schulddienstverlening plaats. b. Geen c. Veel informatie over innovatie wordt verkregen via Divosa en regionaal overleg met buurgemeenten.
Ad 6 Innovatielab en ketensamenwerking a. Het betreft een recent ontwikkelde bestaande maatregel. Veel externe input is gehaald bij Divosa en enkele andere G40 gemeenten. b. Aanpak gericht op uitstroom moet gericht zijn op brede problematiek binnen een huishouden en niet enkel gericht op het werkloos zijn. c. Er wordt onderzocht op welke wijze de succesvolle aanpak van het Innovatielab geïmplementeerd kan worden. Daarbij wordt tevens gebruik gemaakt van de recentelijk ontwikkelde ‘Doorbraakmethode’.
Ad 7. Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen a. Hierbij zijn geen specifieke externe bronnen geraadpleegd maar is uit de ontwikkeling van de lokale Hervormingsagenda ontstaan. b. Pro-actief bezoeken van mensen werkt voor hen die net dat laatste duwtje nodig hebben om zichzelf te willen ontwikkelen. c. Hierbij is geen externe maatregel getroffen.
Ad 8. Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling) a. Bij de ontwikkeling van deze maatregel is nauw samengewerkt met een GGZ-instelling. 28
b. Door een nauwe samenwerking is het mogelijk mensen met een GGZ-achtergrond aan de slag te laten gaan. c. Hierbij zijn naast de samenwerking met UWV en de GGZ-instelling geen andere externe maatregelen getroffen.
Ad 9. Inzet Basismeters a. Hierbij is gebruikt gemaakt van voorbeelden die via Divosa zijn verkregen. b. Hierbij is geen extern inzicht opgehaald. c. Niet van toepassing
Ad 10. Informatie bundelen a. Er is geen externe partij betrokken bij de ontwikkeling van deze maatregel. b. Niet van toepassing. c. Niet van toepassing.
Ad 11. Meerjarig vitaliteitsprogramma in samenwerking met SportService a. Op onderdelen van deze maatregel is gekeken naar andere beweegprogramma's die in Nederland aangeboden worden. b. Mensen lichamelijk activeren is in sommige gevallen noodzakelijk alvorens men mensen kan toeleiden naar werk. c. Dat is niet aan orde.
Ad 12. Startbaan a. Voor de inrichting van deze maatregel is informatie opgehaald bij het UWV en de Arbeidsmartkregio. b. Een directe benadering van mensen in de bijstand kan helpend zijn om mensen te activeren. c. Dat is niet van toepassing.
Ad 13. Opstapbaan a. De maatregel is in samenwerking met het onderwijsveld ingericht.
29
b. Deze ultieme vorm van leren in de praktijk is voor sommige jongeren de manier om onderwijs te krijgen. c. Geen
Ad 14. Inzet ervaringsdeskundigheid a. Informatie voor de inrichting van deze maatregel is onder andere verkregen via Divosa. b. De inzet van ervaringsdeskundigen wekt vertrouwen bij de cliënt waardoor een betere samenwerking plaatsvindt op weg naar werk. c. Geen.
Ad 15. Team inburgering en participatie a. Voor deze maatregel zijn geen externe bronnen geraadpleegd. b. Niet van toepassing c. Niet van toepassing
Ad 16. Pilot Provinciaal project a. Voor deze maatregel is input verkregen van het Regionaal Werkbedrijf en de lokale ROC's. b. De praktijksetting van werken en leren is belangrijk om succesvol te kunnen inburgeren. c. Niet van toepassing
Ad 17. Spoor 6 Hervormingsagenda: Eén gezin, één plan a. In samenwerking met het instituut Publieke Waarden is deze maatregel ontwikkeld. b. Het toepassen van de Doorbraak methodiek heeft ons geleerd op een andere manier te kijken naar het bieden van ondersteuning aan onze inwoners. c. Geen. Het betreft een maatregel waar wij samen met Zwolse partijen uitvoering aan geven.
Ad 18. Sociale Coöperatie a. Deze maatregel is in samenwerking met het Regionaal Bureau Zelfstandigen ontwikkeld. b. De trainingen, bijeenkomsten en workshops vergroten de kans op succesvol ondernemerschap. 30
c. Na evaluatie wordt onderzocht of de maatregel als reguliere werkwijze gehanteerd kan worden.
Ad 19. Perspectiefgesprekken a. De maatregel Perspectiefgesprekken is afgeleid van informatie die onder andere bij Divosa en andere gemeenten is opgehaald. b. Alleen de aanpak van problemen in huishoudens volstaat niet. Het werken aan toekomstperspectief, zoals het verkrijgen van werk, is een belangrijk onderdeel van de aanpak. c. De maatregel is nog niet ten einde. Er zal nog onderzocht worden in hoeverre de perspectiefgesprekken een bijdrage leveren aan het verkrijgen van betaald werk.
Ad 20. Handhaving a. Dit is een bestaande maatregel die al meerdere decennia uitgevoerd wordt. Informatie over methodieken wordt verkregen via de VNG en de deelname aan een regionaal overlegplatform. b. Niet van toepassing c. Niet van toepassing
Ad 21. Herinrichting van begroting a. De hervorming van het Sociaal Domein heeft door het raadplegen van meerdere partijen vorm gekregen. b. De beweging van zware naar lichte ondersteuning is passend bij een veranderende samenleving met een andersoortige hulpvraag. c. Niet van toepassing.
Ad 22. Nieuwe financieringsafspraken met Tiem a. De afspraken zijn gemaakt na consultatie bij andere werkbedrijven en gemeenten. b. De maatregel is recent genomen. Er zijn nog geen cijfers bekend die aantonen dat de nieuwe afspraken helpend zijn. c. Niet van toepassing.
Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet
31
Alle onder B2 genoemde externe maatregelen zijn in 2023 of eerder ontwikkeld en geïmplementeerd. Geen van de maatregelen bij de aanvraag Buig Vangnetuitkering uit 2022 is gestaakt. Er zijn sinds 2022 geen nieuwe maatregelen bijgekomen.
Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet De ontwikkelde maatregelen worden op verschillende manieren en momenten geëvalueerd. Dit heeft ertoe geleid dat sommige maatregelen zijn bijgestuurd en aangepast zonder daarbij het basisidee uit het oog te verliezen.
Maatregelen die nieuw zijn getroffen Er zijn geen nieuwe maatregelen sinds eind 2022 getroffen. Wel zijn in 2022 ontwikkelde maatregelen pas in 2023 tot uitvoering gekomen.
32
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. In onderdeel A2 ‘Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren’ is in de 3e kolom aangeven wat het effect is geweest van de genomen maatregel. Niet in alle gevallen was dit duidelijk kwantificeerbaar of zijn de cijfers van 2023 al bekend. In voorkomende gevallen moet nog een monitor ingericht worden om de resultaten te kunnen duiden.